NL8003270A - Inrichting voor het samengesteld gieten. - Google Patents
Inrichting voor het samengesteld gieten. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8003270A NL8003270A NL8003270A NL8003270A NL8003270A NL 8003270 A NL8003270 A NL 8003270A NL 8003270 A NL8003270 A NL 8003270A NL 8003270 A NL8003270 A NL 8003270A NL 8003270 A NL8003270 A NL 8003270A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- mold
- mold half
- block
- materials
- pin
- Prior art date
Links
- 239000002131 composite material Substances 0.000 title claims description 37
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 236
- 238000005266 casting Methods 0.000 claims description 37
- 238000002347 injection Methods 0.000 claims description 24
- 239000007924 injection Substances 0.000 claims description 24
- 230000009977 dual effect Effects 0.000 claims description 9
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 9
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 9
- 230000000694 effects Effects 0.000 claims description 6
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 5
- 238000000465 moulding Methods 0.000 claims description 5
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 claims description 2
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 15
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 15
- 230000032258 transport Effects 0.000 description 5
- 239000007921 spray Substances 0.000 description 3
- 238000000071 blow moulding Methods 0.000 description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 238000010102 injection blow moulding Methods 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 description 2
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 2
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000010348 incorporation Methods 0.000 description 1
- 230000002028 premature Effects 0.000 description 1
- 238000005507 spraying Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C45/00—Injection moulding, i.e. forcing the required volume of moulding material through a nozzle into a closed mould; Apparatus therefor
- B29C45/03—Injection moulding apparatus
- B29C45/04—Injection moulding apparatus using movable moulds or mould halves
- B29C45/0441—Injection moulding apparatus using movable moulds or mould halves involving a rotational movement
- B29C45/045—Injection moulding apparatus using movable moulds or mould halves involving a rotational movement mounted on the circumference of a rotating support having a rotating axis perpendicular to the mould opening, closing or clamping direction
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B22—CASTING; POWDER METALLURGY
- B22D—CASTING OF METALS; CASTING OF OTHER SUBSTANCES BY THE SAME PROCESSES OR DEVICES
- B22D17/00—Pressure die casting or injection die casting, i.e. casting in which the metal is forced into a mould under high pressure
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B22—CASTING; POWDER METALLURGY
- B22D—CASTING OF METALS; CASTING OF OTHER SUBSTANCES BY THE SAME PROCESSES OR DEVICES
- B22D25/00—Special casting characterised by the nature of the product
- B22D25/02—Special casting characterised by the nature of the product by its peculiarity of shape; of works of art
- B22D25/04—Casting metal electric battery plates or the like
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C45/00—Injection moulding, i.e. forcing the required volume of moulding material through a nozzle into a closed mould; Apparatus therefor
- B29C45/16—Making multilayered or multicoloured articles
- B29C45/1615—The materials being injected at different moulding stations
- B29C45/1628—The materials being injected at different moulding stations using a mould carrier rotatable about an axis perpendicular to the opening and closing axis of the moulding stations
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C45/00—Injection moulding, i.e. forcing the required volume of moulding material through a nozzle into a closed mould; Apparatus therefor
- B29C45/16—Making multilayered or multicoloured articles
- B29C45/1615—The materials being injected at different moulding stations
- B29C45/1628—The materials being injected at different moulding stations using a mould carrier rotatable about an axis perpendicular to the opening and closing axis of the moulding stations
- B29C2045/1629—The materials being injected at different moulding stations using a mould carrier rotatable about an axis perpendicular to the opening and closing axis of the moulding stations turrets with incorporated ejection means
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C45/00—Injection moulding, i.e. forcing the required volume of moulding material through a nozzle into a closed mould; Apparatus therefor
- B29C45/16—Making multilayered or multicoloured articles
- B29C45/1615—The materials being injected at different moulding stations
- B29C45/1628—The materials being injected at different moulding stations using a mould carrier rotatable about an axis perpendicular to the opening and closing axis of the moulding stations
- B29C2045/1632—The materials being injected at different moulding stations using a mould carrier rotatable about an axis perpendicular to the opening and closing axis of the moulding stations injection units supported by a movable mould plate
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C45/00—Injection moulding, i.e. forcing the required volume of moulding material through a nozzle into a closed mould; Apparatus therefor
- B29C45/16—Making multilayered or multicoloured articles
- B29C2045/1696—Making multilayered or multicoloured articles injecting metallic layers and plastic material layers
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29K—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES B29B, B29C OR B29D, RELATING TO MOULDING MATERIALS OR TO MATERIALS FOR MOULDS, REINFORCEMENTS, FILLERS OR PREFORMED PARTS, e.g. INSERTS
- B29K2705/00—Use of metals, their alloys or their compounds, for preformed parts, e.g. for inserts
- B29K2705/04—Lead
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Injection Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)
- Moulds For Moulding Plastics Or The Like (AREA)
- Cell Electrode Carriers And Collectors (AREA)
Description
* H.0, 28990 1
Inrichting voor het samengesteld gieten.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het gieten van voorwerpen samengesteld uit twee materialen, in het bijzonder op een spuitgietmachine voor/Vormen van een voorwerp samengesteld uit lood en kunststof.
5 Spuitgietmachines voor het vormen van voorwerpen uit twee of meer samengestelde materialen zijn bekend. De meeste bekende machines zijn van het type met een aantal stations, waarbij een eerste materiaal in een eerste giet-holte wordt gespoten, het eerste materiaal naar een tweede 10 station wordt getransporteerd, waar het tweede materiaal wordt gespoten tot in contact met het eerste, waarna het samengestelde voorwerp daarna wordt getransporteerd naar een ander station voor het verwijderen daarvan gewoonlijk door positief uitwerpen. Andere behandelingsstappen zoals 15 blaasgieten kunnen worden tussengevoegd in stations tussen de spuitstations en uitwerpstations. De gietholten worden in het algemeen gevormd en na gieten geopend door een relatieve heen en weer gaande beweging tussen twee gietvorm-helften, waarvan een daarna kan worden verplaatst tesamen 20 met het eerste gespoten materiaal teneinde een tweede giet-vormholte te vormen met een andere gietvormhelft, een en ander op bekende wijze. De verplaatsing van een eerste gegoten stuk binnen of op een van zijn gietvormhelften naar een daarop volgend gietstation of ander station wordt ge-25 woonlijk uitgevoerd door rotatie om een as hetzij loodrecht of evenwijdig aan het oppervlak van een relatief vaste gietvormhelft. Voorts is het bekend om kernpennen in de diverse gietvormholten onder te brengen om het binnenstromen van een ingespoten materiaal te blokkeren, welke pen-50 nen in een daarop volgend station worden verwijderd (en worden vervangen door een tweede stel kernpennen), opdat een ander materiaal in de eerste kerngebieden kan worden ingespoten om een samengesteld voorwerp te vormen. Soortgelijke pennen worden eveneens gebruikt om gerede voorwerpen uit 55 de gietvormen uit te werpen.
De Amerikaanse octrooischriften 5.702.750 en 5*852.110 beschrijven in beginsel soortgelijke spuitgietmachines voor voorwerpen uit twee materialen, voorzien van een paar tafels 800 32 70 2 die gietvormen ondersteunen en die zodanig zijn gemonteerd, dat zij een relatieve lieen en weer gaande "beweging en een sequentiele rotatiebeweging kunnen uitvoeren om te voorzien in twee gietstations en een uitwerpstation of -plaats. Een 5 van de tafels omvat twee gescheiden stellen van vaste tempennen die achtereenvolgens kunnen worden ingebracht in eerste en tweede gietvormholtes voor het vormen van een samengesteld voorwerp. In het Amerikaans octrooischrift 3.702.750 is behalve de twee stellen kempennen een derde 10 stel pennen aangebracht voor het uitwerpen van het samengestelde voorwerp. De relatieve rotatie tussen de tafels wordt uitgevoerd om een as loodrecht op de oppervlakken van de tafels.
Het Amerikaanse octrooischrift 3.4-08.691 beschrijft 15 eaispuitgiet- en blaasgietmachine, waarbij een roterend gietblok is geplaatst tussen de oppervlakken van twee relatief heen en weer gaande en tegenover elkaar gelegen tafels die de gietvorm ondersteunen. Het roterende blok heeft een rotatie-as evenwijdig aan de gietvormoppervlakken op de 20 platen en kan een gegoten stuk transporteren van het spuitstation op een tafel naar het blaasgietstation op de andere tafel. Het gerede stuk wordt uitgeworpen in een tussen gelegen positie, wanneer het blok terugdraait naar het spuitgietstation. De in dit octrooischrift beschreven 23 inrichting is geschikt voor het vormen van een voorwerp uit slechts een materiaal.
In het Amerikaans octrooischrift 3.224-.043 is een soortgelijke machine beschreven, die echter in het bijzonder geschikt is voor het vormen van een voorwerp samenge-30 steld uit twee gescheiden ingespoten materialen. Het tussen-gelegen roterende blok ondersteunt een reeks identieke giet vormhelften die sequentieel kunnen worden getransporteerd met een gedeeltelijk gevormd deel van een eerste spuitgietstation op een van de relatief heen en weer 35 gaande tafels naar het tweede spuitstation dat zich diametraal tegenover de eerste op de andere tafel bevindt. De samengestelde delen gevormd met behulp van deze inrichting hebben een relatief eenvoudige configuratie en geen bijzonder middel is beschreven voor het aanbrengen van kerage-40 bieden in het eerste gespoten materiaal, zodat het daarop 800 32 70 * « 3 volgend gespoten tweede materiaal een ingrijpende samenstelling zou vormen.
Het Amerikaanse octrooischrift 3.947.176 toont een gecombineerde inrichting voor het spuitgieten en blaasgie-5 ten van twee materialen, waarbij een roterend middenblok wordt toegepast om de gegoten voorwerpen tussen de stations te transporteren. Echter is het samengestelde gegoten voorwerp van eenvoudige configuratie bestaande uit twee lagen kunststof die over een vaste kern staaf op het roterende 10 blok in volgorde in stationaire gespleten gietvormen worden gegoten.
Het Amerikaanse octrooischrift 4.118.553 beschrijft een samengesteld batterijrooster en werkwijze voor het vervaardigen van zulk een rooster. Het daarin beschreven samen-15 gestelde rooster is gevormd uit kunststof en een geleidend metaal, welk laatstgenoemde bij voorkeur lood bevat. Een in dit octrooischrift getoonde uitvoeringsvorm van het samengestelde batterijrooster kan worden gevormd door een werkwijze waarbij het looddeel eerst wordt gegoten met kerngebie-20 den om daarna het kunststof materiaal over het lood te spuiten en in de kerngebieden, teneinde een positief ineen grijpen van de twee materialen tot stand te brengen. Volgens de beschreven werkwijze wordt een helft van de gietvorm die wordt gebruikt om een lood opnemende gietvorm-25 holte te vormen, voorzien van kernmiddelen die in de holte kunnen worden ondergebracht om het opnemen van lood in de kerngebieden van de loodholte te verhinderen. De kernpennen kunnen worden uitgetrokken en de gietvormhelft waaruit de pennen zijn getrokken, kan vervolgens tesamen met het gego-30 ten loodstuk worden bewogen tot tegen een kunststof opnemende gietvormhelft, teneinde een gietvormholte voor een samengesteld materiaal te vormen. Het kunststof materiaal gespoten in deze holte vult de kunststof opnemende helft op, alsmede de kerngebieden van de loodhelft vrijge-35 geven door de uitgetrokken kernpennen, met als resultaat een samengestelde ineengrijpende constructie van lood en kunststof.
Bekende spuitgietinrichtingen met verscheidene giet-stations, beschreven in de hierboven genoemde octrooi-40 schriften bleken ongeschikt om samengestelde voorwerpen te 800 32 70 4 vormen met de constructie beschaven in het Amerikaanse octrooischrift 4.118.553·
De samengestelde gietmachines waarbij een van de tafels ten opzichte van de andere roteert om een as loodrecht op 5 de gietvormvlakken (bijvoorbeeld 5*702.750 en 3*832.110), vereisen het inspuiten van beide materialen vanuit het vaste tafeleinde. Wanneer de twee materialen zeer verschillend zijn en wezenlijk verschillende spuitgietinrich-tingen vereisen, kan het inspuiten van beide materialen 10 uit dezelfde zijde extreem moeilijk of onmogelijk zijn. Dit is in het bijzonder het geval wanneer de materialen kunststof en metaal zijn. Bovendien vereisen deze bekende machines een afzonderlijk stel kernpennen voor elk spuitgiet-station en voor het uitwerpen van het deel, indien pennen 15 voor dit laatste doel worden gebruikt.
Bij het andere type bekende inrichting voor het gieten van samengestelde voorwerpen, waarbij een roterend blok gietvormhelften met de achtereenvolgens te gieten samengestelde voorwerpen ondersteund tussen andere gietvorm-20 helften op tegenover elkaar gelegen en relatief heen en weer beweegbare tafels (bijvoorbeeld 3*224.043 en 3*947.176) is geen middel beschreven voor het aanbrengen van kem-staven of pennen binnen en ten opzichte van het roterend blok. Teneinde een ingewikkeld samengesteld voorwerp van 25 het type getoond in het Amerikaans octrooischrift 4.118.553 te vormen, is het om een aantal redenen gewenst dat beweegbare kernpennen worden geplaatst binnen de gietvorm-helft die het eerste in te spuiten materiaal opneemt, welke gietvormhelft het gedeeltelijk gegoten voorwerp trans-30 porteert naar een volgend spuitgietstation teneinde de helft van de gietvormholte te vormen voor het opnemen van het tweede te spuiten materiaal. Ten eerste kunnen de kern-peneinden zodanig worden gevormd dat uitsparingen in het achtervlak van het eerste gegoten materiaal ontstaan ten-35 einde het tweede te gieten materiaal op te nemen en daarmee een positief ineen grijpen te bereiken. Ten tweede kunnen de pennen worden teruggetrokken en uit het eerste materiaal worden geschoven zonder dat dit wordt verwijderd uit de gietvormhelft die het materiaal naar het station voor het 40 spuiten van het tweede materiaal moet transporteren. Ten 800 32 70 * * 5 derde kunnen de teruggetrokken peneinden een barière vormen in de gietvormholte voor het opnemen van het tweede materiaal teneinde het vloeien tot voorbij het achtervlak van het eerste gegoten materiaal te verhinderen. En ten 5 vierde kunnen de kernpennen worden gebruikt om het samengestelde voorwerp uit te werpen.
De uitvinding omvat een inrichting voor het gieten van een samengesteld voorwerp, waarbij een roterend blok dat tenminste een gietvormhelft ondersteunt, is aangebracht 10 tussen twee relatief heen en weer beweegbare tafels, die elk een gietvormhelft ondersteunen die kunnen samenwerken met de roterende gietvormhelft om sequentieel een samengesteld voorwerp te vormen uit tenminste twee materialen; het roterende blok draagt beweegbare kernpenorganen met een 15 middel om de penorganen tussen een uitgetrokken positie binnen een van de gietvormholten en een teruggetrokken positie ten opzichte van de gietvormholte voor het samengestelde materiaal in te stellen. Het middel voor het instellen van de kernpennen kan worden bediend in responsie 20 op de relatief heen en weer gaande beweging van de tafels, de rotatie van het roterende blok, of een combinatie van de roterende en relatief heen en weer gaande bewegingen. De penorganen strekken zich uit door de gietvormhelft op het roterende blok en voorzien in samenwerking met de instel-25 middelen: (1) kerngebieden die grendeluitsparingen in het gegoten eerste materiaal vormen; (2) het terugtrekken uit het gegoten eerste materiaal zonder dit materiaal uit de roterende giethelft te verwijderen; (3) een deel van het oppervlak van de gietvormholte voor het samengestelde mate-30 riaal; en (4) het uitwerpen van het samengestelde voorwerp door het verplaatsen voorbij de gietpositie van het eerste materiaal.
In zijn bij voorkeur toe te passen uitvoeringsvorm is de uitvinding bijzonder geschikt voor het gieten van voor-35 werpen samengesteld uit metaal en kunststof, in het bijzonder batterijroosters samengesteld uit lood en kunststof.
Bij deze uitvoeringsvorm is een van de relatief heen en weer beweegbare tafels vast en een eerste materiaalinjector, bij voorkeur een gietorgaan voor het gieten van lood in een 40 metalen vorm, is bevestigd aan de vaste tafel om het eerste 800 3 2 70 6 materiaal in te spuiten. De andere tafel is heen en weer beweegbaar en ondersteunt een tweede materiaalinjector, bij voorkeur een injector voor kunststof, teneinde het tweede materiaal in te spuiten tot in nauw contact met 5 het eerste. Het roterende blok heeft identieke gietvorm-helften om tegelijkertijd gietvormholten te vormen met elk van de gietvormhelften op de tafels; de instelmiddelen kunnen de positie van de penorganen wijzigen in elke roterende gietvormhelft, wanneer deze roteert van de ene 10 tafel naar de andere.
De uitvinding zal hierna nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen. In de tekening tonen:
Figuur 1 een zijaanzicht van de inrichting volgens de uitvinding voor het gieten van een samengesteld voorwerp, 15 getoond in de positie van de gesloten gietvorm;
Figuur 2 een zijaanzicht als van figuur 1, waarbij echter de inrichting in de positie met open gietvorm is geïllustreerd,
Figuur 3 een eindaanzicht van de gietinrichting vol-20 gens de figuren 1 en 2, waarbij het vaste tafeleinde met een dubbele loodinjector voorzien is;
De figuren 4a-d schematische zijaanzichten waaruit de sequentiele werking van de gietinrichting volgens de figuren 1 en 2 blijkt; 25 Figuur 5 op vergrote schaal een vertikale doorsnede door het roterende blok en de heen en weer beweegbare tafels van de inrichting volgens figuur 1, waarbij het instelmiddel voor de kempennen in zijn meest principiële uitvoering voorzien is; 30 Figuur 6 een vertikale doorsnede als figuur 5 van de bij voorkeur toe te passen uitvoeringsvorm van het mechanisme voor het instellen van de kempennen volgens de uitvinding; en
Figuur 7 een horizontale doorsnede van een deel van 35 de uitvoeringsvorm volgens figuur 6 langs de lijn VII-VII.
Figuur 1 toont een spuitgietinrichting 10 gemonteerd op een ondersteuningsconstructie 11 bestaande uit een basis 12, vertikale frame-organen 13 en een horizontaal bedframe-orgaan 14·. Het basisdeel van de spuitgietinrich-40 ting is gemonteerd bovenop het bedframe-orgaan 14 en omvat 8003270 7 een vaste tafel 15 gemonteerd op een einde van liet bed en een vast mechanisme 16 voor het klemmen van de gietvorm, dat op het tegenover gelegen einde van het bed 14 is gemonteerd. Het klemmechanisme 16 is van het hydraulische 5 type en kan een constructie hebben die beschreven is in het Amerikaanse octrooischrift 4.017-256, echter kan een klemmechanisme van elk bekend.type worden gebruikt.
Het klemmechanisme 16 is verbonden met de vaste tafel 15 door middel van vier horizontale trekstangen 17 (slechts 10 een van elk horizontaal in lijn gelegen paar is in de figuren 1 en 2 te zien). Gemonteerd op de trekstangen 17 voor de lineaire heen en weer gaande beweging ten opzichte van het klemmehcanisme 16 en de vaste tafel 15> alsmede de relatieve heen en weer gaande beweging ten opzichte van 15 elkaar, zijn een beweegbare tafel 18 en een tussen gelegen gietvormblok 19· Aan een einde bevestigt aan en bestuurt door het klemmechanisme 16 is een heen en weer gaande hydraulische plunjer 20. De hydraulische plunjer 20 is aan zijn andere einde bevestigd aan de beweegbare tafel 18 en 20 kan door uittrekken en terugtrekken de tafel 18 voorwaarts en achterwaarts langs de trekstangen 1? verschuiven om de gietvormen respectievelijk te sluiten en te openen, zoals hierna meer in detail zal worden beschreven.
Een eerste materiaalinjector 21 is bevestigd aan de 25 achterzijde van de vaste tafel 15 en omvat in de bij voorkeur toe te passen uitvoeringsvorm een injector voor lood. Zoals in figuur 3 is getoond is de gietinrichting in het bijzonder ontworpen voor het vervaardigen van een uit twee stukken bestaand batterijrooster samengesteld uit lood en 30 kunststof en maakt voor dit doeleinde gebruik van een paar loodinjectoren 21·
Gemonteerd op de ondersteuningsconstructie 11 onder de loodinjector of injectoren 21 bevindt zich een houder 22 voor gesmolten lood, die een reservoir van gesmolten 35 lood voor de injectoren vormt en bekende middelen (niet getoond) omvat voor het verwarmen van het lood en het handhaven van de gesmolten toestand daarvan.
^et is echter duidelijk dat de injector 21 voor het eerste materiaal een injector voor elk type metaal of een 40 injector voor kunststof kan zijn, die elk een enkelvoudige 8003270 8 of een meervoudige constructie kunnen hebben.
De injector 21 voor het eerste materiaal omvat een mondstuk 23 dat zich uitstrekt door de vaste tafel 15 tot in een stationaire gietvormhelft 24 voor het eerste mate-5 riaal, die aan de voorzijde van de tafel 15 is gemonteerd. Het mondstuk 23 strekt zich eveneens uit door of hoofdzakelijk door de gietvormhelft 24, teneinde een open doorgang, in het bijzonder via een zijkanaalbus 25 (figuur 5 en 6) te vormen naar het oppervlak 26 van de gietvormhelft 24.
10 Een gietvormhelft 27 voor een tweede materiaal is be vestigd aan de voorzijde van de beweegbare tafel om daarmee te bewegen in responsie op de heen en weer gaande beweging van de hydraulische plunjer 20. Een injector 28 voor een tweede materiaal is boven de trekstangen 17 gemonteerd 15 waarbij het injeetie-einde bevestigd is aan een vertikaal injectiekanaal 29 in de gietvormhelft 27 voor een tweede materiaal. Het injectiekanaal 29 staat in verbinding met een bekend injectiemondstuk 30 aangebracht in de gietvormhelft voor het tweede materiaal en voorziet in een doorgang 20 voor de stroom van het tweede materiaal van de injector 28 af naar het oppervlak 31 van de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal. De injector 28 voor het tweede materiaal strekt zich in achterwaartse richting uit van zijn injectie einde af over het bovenste paar trekstangen 27 en is heen 25 en weer beweegbaar met de beweegbare tafel 18 en de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal ondersteund door een ondersteuningsstang 32 die verschuifbaar is bevestigd aan beide bovenste trekstangen 1 7 via een tussenverbinding 33 die de injector 28 en de ondersteuningsstang 32 schar-30 nierbaar met elkaar verbindt.
Bij de bij voorkeur toe te passen uitvoeringsvoim is de injector 28 een injector voor kunststof en kan gemakkelijk worden gevoed uit >een trechter 34 met een kunststof materiaal dat voor spuitgieten geschikt is. Echter kan het 35 tweede materiaal elk ander gietbaar materiaal zijn zoals metaal en de injector 28 voor het tweede materiaal kan van elk type zijn dat geschikt is voor het spuitgieten van zulk een materiaal.
Het tussengelegen gietblok 19 kan lineair heen en weer 40 bewegen ten opzichte van de vaste en beweegbare tafels 15 8003270 9 en 18 en heeft eveneens inwendige delen die een rotatiebe-weging kunnen uitvoeren, welke hierna zal worden beschreven. Het tussengelegen gietblok 19 omvat een paar niet-roteerbare, lateraal op afstand gelegen ondersteuningsblokken 35· 5 Elk ondersteuningsblok is verschuifbaar gemonteerd op een vertikaal in lijn gelegen paar trekstangen 17* Een centraal gemonteerde kruk 36 is roteerbaar bevestigd aan het buitenoppervlak van elk ondersteuningsblok 35 en heeft een paar krukarmen 37 die zich in tegengestelde richting van het 10 middenaf uitstrekken. Een van eenjaar verbindingsarmen 38 en 39 is scharnierbaar bevestigd aan het einde van elke krukarm 37· De verbindingsarmen strekken zich in tegengestelde richting uit, waarbij het andere einde van de ver-bindingsarm 38 scharnierbaar is bevestigd aan de vaste 15 tafel 15 en het andere einde van de verbindingsarm 39 is scharnierbaar bevestigd aan de beweegbare tafel 18.
Een roteerbaar gietvormblok/is aangebracht tussen de ondersteuningsblokken 35 van het tussengelegen gietvorm-blok 19 en wordt roteerbaar ondersteund op een as 41 die 20 aan tegenover elkaar gelegen einden scharnierbaar is bevestigd in de ondersteuningsblokken. De hartlijn van de as 41 valt samen met de hartlijn van de kruk 36, echter is zijn rotatie onafhankelijk van de rotatie van de kruk en wordt tot stand gebracht door een afzonderlijke aandrijf inrichting 23 42 bevestigd aan een van de ondersteuningsblokken 35·
Volgens de figuren 1, 2 en 6 die een bij voorkeur toe te passen uitvoeringsvorm van de uitvinding tonen, is een paar identieke gietvormhelften 43 voor twee materialen bevestigd aan het roteerbare gietvormblok 40, elk aan een 30 tegenover gelegen zijde daarvan. Elke gietvormhelft 43 kan worden bevestigd aan het blok op elke gemakkelijke wijze, zoals met pennen of bouten die niet zijn getoond om de duidelijkheid van de tekening te bewaren. In de positie van gesloten gietvormen volgens figuur 1 en 6 is het oppervlak 35 44 vaii de gietvormhelft 43 op de vaste tafelzijde in aanraking met het oppervlak 26 van de gietvormhelft 24, teneinde een eerste, een materiaal opnemende gietvormholte 45 te vormen. Het oppervlak 44 van de gietvormhelft 43 is in aanraking met het oppervlak 31 van de gietvormhelft 27 tenein-40 de een tweede, een materiaal opnemende gietvormholte 46 te 800 32 70 10 vormen. Zoals het duidelijkst in figuur 6 is te zien is het oppervlak 26 van de gietvormhelft 24 hoofdzakelijk vlak en de vorm van de eerste, een materiaal opnemende giet-vormholte 45 is in wezen gevormd door een uitgespaard ge-5 deelte 47 in het oppervlak 44 van de gietvormhelft 43.
Deze vorm is echter gedicteerd door de gewenste configuratie van het te gieten samengestelde voorwerp en daarom kan het oppervlak 26 van de eerste gietvormhelft 24 eveneens zijn voorzien van een uitsparing.
10 In de figuren 4a-d is de principiële werkvolgorde van de gietinrichting 10 schematisch getekend. Wordt een begin aangenomen waarbij beide gietvormholten 45 en 46 leeg en gesloten zijn volgens figuur 4a, wordt een eerste materiaal (bij voorkeur lood) geïnjecteerd door het mondstuk 23 tot in 15 de eerste de materiaalopnemende gietvormholte 45. Het klem-mechanisme 16 voor de gietvorm wordt daarna geactiveerd om de hydraulische plunjer 20 terug te trekken en de daaraan bevestigde beweegbare tafel 18 naar links te bewegen, zoals aangegeven is door de bovenste pijl in figuur 4b. Wanneer de 20 tafel 18 naar links beweegt wordt door de verbindingsarmen 39 die deze met de krukarmen 37 verbindt, de kruk 36 in draaiing gebracht en wordt de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal weggetrokken uit contact met de gietvormhelft 43. Dankzij de rotatie van de kruk 36 wordt door de 25 bijbehorende verbindingsarmen 38 die de in tegengestelde richting zich uitstrekkende krukarmen 37 met de vaste tafel 15 verbinden, een reactiekracht veroorzaakt die de neiging vertoont het tussengelegen gietvormblok 19 weg te duwen van de tafel, waardoor de andere gietvormhelft 43 die 30 thans het voorwerp uit het eerste geïnjecteerde materiaal (lood) ondersteunt, wordt gescheiden van de gietvormhelft 24 voor het eerste materiaal. Het uiteindelijke mechanische effect van deze verbinding resulteert in een lineaire beweging van de beweegbare tafel 18 over tweemaal de afstand 35 van de beweging van het tussengelegen gietvormblok 19 bij de volledig geopende positie getoond in de figuren 4b en 2. Wanneer de volledig geopende positie is bereikt wordt de positie van de hydraulische plunjer 20 gehandhaafd en de aandrijf inrichting 42 voor de rotatie van het gietvormblok 40 40 wordt geactiveerd en het draaibare gietvormblok wordt 8003270 11 180° om zijn as 41 gedraaid in de richting aangegeven door de pijl die de as 41 in figuur 4b omcirkelt. Door deze rotatie wordt de gietvormhelft 43 die het voorwerp uit het eerste geïnjecteerde materiaal vasthoudt, naar een positie 5 gebracht tegenover de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal, terwijl de nog ledige gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal aan de tegenovergestelde zijde van het roterende gietvormblok 40 wordt getransporteerd naar een positie tegenover de gietvormhelft 24 voor het eerste 10 materiaal. De hydraulische plunjer 20 wordt daarna uitgetrokken om de beweegbare tafel 18 naar rechts te verschuiven, zoals aangeduid isdoor de onderste pijl in de figuur 4b. Hierdoor wordt een omkering van de beweging van de krukken 36, de krukarmen 37 en de verbindingsarmen 38 en 39» hier-15 boven beschreven, tot stand gebracht om de gietvormen te sluiten zoals getoond is in de figuren 4c en 1.
In de positie van gesloten gietvorm volgens figuur 4c wordt een tweede materiaal (bij voorkeur kunststof) geïnjecteerd door het injectiemondstuk 30 to* in de, een tweede 20 materiaal opnemende gietvormholte 46 en tot in direct contact met het voorwerp uit het eerste geïnjecteerde materiaal in de uitsparing 47 in het oppervlak 44 van de gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal, met als gevolg een voorwerp samengesteld uit twee materialen. Volgens de uit-25 vinding stroomt het tweede materiaal ook tot in kerngebieden aangebracht in het eerste materiaal in de, een eerste materiaal opnemende gietvormholte 45, zoals hierna in detail zal worden beschreven. Echter is het oppervlak 31 van de gietvormhelft 27 voorzien van een uitsparing 48 om het 30 hoofdgedeelte van het tweede geïnjecteerde materiaal op te nemen. Tegelijkertijd met of onmiddellijk voorafgaand aan, of volgend op de injectie van het tweede materiaal in de, een materiaal opnemende gietvormholte 46, wordt het eerste materiaal geïnjecteerd tot in de, een eerste materiaal op-35 nemende gietvormholte 45 aan de tegenover gestelde zijde van het roterende gietvormblok. De gietvormholten worden weer geopend zoals hierboven is beschreven aan de hand van figuur 4b, het samengestelde voorwerp wordt in de uitsparing 47 in de gietvormhelft 43 gehouden en de aandrijfin-40 richting 42 wordt geactiveerd om het roteerbare gietvorm- 8003270 12 blok 40 in dezelfde richting te verdraaien zoals aangegeven is door de pijl rondom de as 41 in figuur 4d. Na rotatie van ongeveer 90° naar de positie van het roteerbare gietvormblok 40 getoond in figuur 4d, wordt het samenge-5 stelde voorwerp 49 echter in benedenwaartse richting uitgeworpen, bij voorkeur onder invloed van een positief mechanisch uitwerpmechanisme dat hierna zal worden beschreven. Het roteerbare gietvormblok 40 kan kortstondig worden gestopt voor het uitwerpen of kan voortgaan met de rotatie 10 over de volledige 180° waarbij tijdens de rotatie het uitwerpen plaats vindt. Een transportinrichting 50 kan onder de gietinrichting 10 worden aangebracht om de uitgeworpen samengestelde voorwerpen 49 op te nemen en deze weg te transporteren voor de verdere behandeling.
15 Teneinde een positief in elkaar grijpen van de eerste en tweede geïnjecteerde materialen voor een grotere consui-tieve eenheid van het samengestelde voorwerp tot stand te brengen zijn kempennen met instelmiddelen in het roteerbare gietvormblok 40 aangebracht. De te beschrijven kern-20 pennen zijn bijzonder geschikt bij de samengestelde gietbe-werking van batterijroosters uit lood en kunststof met een constructie getoond in het Amerikaans octrooischrift 4.118.553· Echter kunnen gietkernmiddelen van diverse andere configuraties worden toegepast bij de gietinrichting 25 volgens de uitvinding.
Figuur 5 toont de kempennen en het instelmeehanisme voor de pennen in zijn meest principiële uitvoeringsvorm.
Bij deze uitvoeringsvorm heeft het gietvormblok 40 slechts eén enkele gietvormhelft 43 die daarop is gemonteerd. De 30 horizontale onderbroken lijn verdeelt het roteerbare gietvormblok 40 om de gietvormhelft 43 in contact met de gietvormhelft 24 in het bovenste gedeelte van figuur 5 te tonen, dat verdraaid over 180° in contact is met de gietvormhelft 27 in het onderste gedeelte van de figuur.
35 Wanneer de gietvormhelft 43 in aanraking is met de giet vormhelft 24 om de, een eerste materiaal opnemende giet-vormholte 45 te vormen, strekt een reeks kempennen 51 met de peneinddelen 52 zich uit tot in de gietvormholte 45. De kempennen 51 zijn bij voorkeur identiek en zijn verschuif-40 baar aangebracht om door de gietvormhelft 43 loodrecht op 8003270 • « 13 het oppervlak 44 daarvan en het oppervlak 26 van de gietvormhelft 24 zich uit te stnekken. Slechts twee kernpennen zijn getoond, echter kan een groter aantal worden toegepast, in het bijzonder bij het gieten van een samengesteld batterij-5 rooster. De kernpennen 51 zijn met hun binnenste einden 53 bevestigd aan een montageplaat 54· aangebracht in een uitsparing 55 in het gietvormblok 40 achter de gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal. De montageplaat 54 kan bestaan uit voor- en achterplaten 56 respectievelijk 57 om 10 een gemakkelijke montage van de pennen 51 mogelijk te maken met hun vergrote binneneinden 53 aangebracht in contrabo-ringen in het achteroppervlak van de voorplaat 56 om deze vast te bevestigen in de montageplaat 54. De voor- en achterplaten 56 en 57 kunnen op elke gemakkelijk wijze worden be-15 vestigd, zoals bijvoorbeeld met bouten 58 (zie figuur 6).
De montageplaat 54 kan binnen de uitsparing 55 op ge-leidingspennen 59 heen en weer bewegen. Hoewel slechts een geleidingspen is getoond in elk van de posities van het roteerbare gietvormblok 40 heeft het ten behoeve van sta-20 biliteit en ondersteuning de voorkeur een identieke geleidingspen 59 aan te brengen in elk van de vier hoeken van de montageplaat. De geleidingspen 59 is vast bevestigd aan de montageplaat 54- zoals met een een geheel vormende kraag 60 aangebracht in een geschikte contraboring in het 25 vooroppervlak van de achterplaat 57· De geleidingspen strekt zich door de montageplaat uit in tegengestelde richting, waarbij zijn hartlijn evenwijdig loopt aan de hartlijnen van de pennen 51 · De opgelijnde contraboringen 61 en 62 in de gietvormhelft 43 respectievelijk het roteerbare giet-30 vormblok 40 kunnen verschuifbaar het einde 63 en het blok-einde 64 van de geleidingpen 59 opnemen.
In de positie van gesloten gietvorm volgens figuur 5 bevinden de kernpennen 51 zich in de uitgetrokken positie, waarbij de einddelen 52 daarvan geplaatst zijn in de giet-35 vormholte 45 voor het opnemen van het eerste materiaal over de volledige diepte van de uitsparing 47 in het oppervlak 44 van de gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal.
In de uitgetrokken positie liggen de peneinden 52 tegen het oppervlak 26 van de gietvormhelft 24 voor het eerste 40 materiaal en wanneer het eerste materiaal in de gietvorm- 800 32 70 14 holte 45 wordt geïnjecteerd blokkeren de einddelen 52 het opnemen van het eerste materiaal in de delen van de giet-vormholte die ze in beslag nemen. Aangezien de peneinden 52 zich volledig door de gietvormholte uitstrekken zal 5 voorts het eerste geïnjecteerde materiaal worden voorzien van een doorgaande kern op de plaats νέοι elk peneinde.
Om de kernpennen in de uitgetrokken positie te houden en de verplaatsing daarvan onder druk van het eerste geïnjecteerde materiaal te verhinderen, strekt het blokeinde 10 64 van de geleidingspen 59 zich uit door de boring 62 in het gietvormblok 40 en ligt tegen het oppervlak 31 van de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal aan. Het zal duidelijk zijn dat indien de montageplaat 54· in een richting binnen de uitsparing 55 wordt verplaatst wanneer de giet-15 vorm wordt gesloten (bijvoorbeeld van de positie volgens figuur 4b naar de positie volgens figuur 4c), zal het contact tussen het gietoppervlak 31 en het geleidingspeneinde 64, of kernpeneinddelen 52 en het gietvormoppervlak 26 automatisch de montageplaat 54· naar de uitgetrokken positie 20 bewegen, waar deze wordt vastgehouden totdat de gietvorm weer wordt geopend.
De einddelen 52 van de kernpennen 51 zijn bij voorkeur taps om de volgende redenen. Het einddeel 52 van elke kernpen 51 aangebracht in de gietvormholte 45, is bij voor-25 keur taps oveEagenoeg de helft van de diepte van de uitsparing 47. Het aldus tapse deel gevormd in het eerste materiaal levert ondersneden gebieden voor een betere positieve ingrijping van het daarop volgens geïnjecteerde tweede materiaal.
50 In de positie van gesloten gietvorm in het bovenste deel van figuur 5 strekt het einde 63 van de geleidingspen 59 zich uit door de boring 61 in de gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal en tot in een blind gat 65 in het oppervlak 26 van de gietvormhelft 24 voor het eerste mate-35 riaal. De afstand waarmee het einde 63 van de geleidingspen 59 zich uitstrekt tot in het gat 65 is gelijk aan het verschil van de diepte van de uitsparing 47 en de lengte van het tapse gedeelte aan het einddeel 52 van de pen 51·
Na injectie van het eerste materiaal wordt de giet-40 vorm geopend zoals hierboven is beschreven en het roteer- 800 32 70 15 "bare blokwordt over 180° om zijn as 41 gedraaid, waarbij de gietvormhelft voor liet tweede materiaal met liet daarin aanwezige eerste materiaal wordt gebracht in een positie tegenover de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal.
5 Wanneer de gietvorm wordt gesloten, doordat de gietvormhelft voor het tweede materiaal wordt gebracht naar de andere gietvormhelft voor het tweede materiaal, vindt een begincontact plaats tussen het einde 63 van de geleidings-pen 59 en het oppervlak 31 van de gietvormhelft 27 voor het 10 tweede materiaal. Door de verdere sluitbeweging glijdt de gele idingspen 59 in boringen 61 en 62, waarbij de montageplaat 54 en de geleidingspennen 51 zodanig worden verplaatst, dat in de volledig gesloten positie met de oppervlakken 31 en 44 in contact, de pennen 51 worden teruggetrokken uit de 15 uitgetrokken positie in het bovenste gedeelte van figuur 5 naar een teruggetrokken positie getoond in het onderste gedeelte. In de teruggetrokken positie worden de einddelen 52 van de pennen 51 hij voorkeur teruggetrokken uit het eerste materiaal, totdat de einden van de tapse delen van 20 de pennen 51 in lijn liggen met het oppervlak van de uitsparing 47 in de gietvormhelft 53 voor het tweede materiaal. Het tweede materiaal wordt daarna geïnjecteerd in dat gedeelte van de, een tweede materiaal opnemende gietvorm-holte 46, dat niet wordt ingenomen door het eerste materi-25 aal, namelijk de uitsparing 48 in het oppervlak van de gietvormhelft 27 voor het tweede materiaal en de kernen in het eerste materiaal overgebleven "bij het terugtrekken van de pennen 51· De peneinden 52 moeten in deze positie binnen de uitsparing 47 worden gehandhaafd teneinde te verhinde-30 ren dat het tweede geïnjecteerde materiaal stroomt tot voorbij de, een tweede materiaal opnemende gietvormholte 46. Teneinde aldus de pennen 51 vast te houden ten aanzien van een verder terugtrekken onder invloed van de injectiedruk van het tweede materiaal, kan elk van de twee variaties 35 van aanslagmiddelen worden toegepast. Het uitsparingsgebied 55 ia het gietvormblok 40 en de montageplaat 54 kunnen zodanig worden gedimensioneerd, dat het bodemoppervlak 66 van het eerstgenoemde en het achteroppervlak 67 van de laatstgenoemde tegen elkaar aanstoten in de teruggetrokken posi- 40 tie (figuur 5» onderste gedeelte). Volgens een andere uit- 800 32 70 16 voeringsvorm kan een blind gat 65’ worden aangebracht met een diepte die precies gelijk is aan de afstand waarover de geleidingspen 59 beweegt van de uitgetrokken naar de terug getrokken kernpenposities, met als gevolg een aanstoten 5 van bet blokeinde 64 van de geleidingspen tegen de bodem van bet blind gat 65' in de teruggetrokken positie waarbij de gietvorm is gesloten (getoond in bet onderste gedeelte van figuur 5).
De figuren 6 en 7 tonen de bij voorkeur toe te passen 10 uitvoeringsvorm volgens de uitvinding, waarbij bet roteerbare gietvormblok 40 een paar identieke gietvormbelften 43 omvat. Kernpennen 51 en bepaalde andere elementen van bet mechanisme voor bet instellen van de pennen zijn identiek aan de elementen die reeds aan de band van de uit-15 voeringsvorm volgens figuur 5 zijn beschreven en zijn derhalve van dezelfde verwijzingsnummers voorzien. Aangebracht in de uitsparing 55 in bet gietvormblok 40 achter elke gietvormhelft 43 is een montageplaat 54, elk omvattende een voorplaat 46 en een achterplaat 57 en daarin voorzien 20 van een stel kernpennen 51·
In elke montageplaat 54 is een stel van vier gelei-dingspennen 68 bevestigd (slechts twee van elk stel zijn in figuur 6 getoond), elk met een einde 69 dat verschuifbaar is opgenomen in de doorgaande boring 61 in de giet-25 vormhelft 43 voor bet tweede materiaal en met een einde 70 dat verschuifbaar is opgenomen‘in een doorgaande boring 71 die zich uitstrekt tussen de bodemoppervlakken 66 van de uitsparingen 55 in bet gietvormblok 40. Elke geleidingspen 68 in een van de montageplaten 54 is axiaal opgelijnd 30 ten opzichte van een bijbehorende geleidingspen 68 in de andere montageplaat. In de getoonde positie van gesloten gietvorm liggen de einden 70 van elk axiaal opgelijnd paar geleidingspennen 68 tegen elkaar en de andere einden 69 liggen respectievelijk aan tegen een eerste regelstaaf 72 35 aan de injectiezijde van het eerste materiaal en een tweede regelstaaf 73 aan de injectiezijde van het tweede materiaal. De eerste en tweede regelstaven 72 en 73 zijn bij voorkeur geschroefd in de oppervlakken van de gietvormbelften 24 respectievelijk 27 en zijn voorts voorzien van bijbehorende 40 vergrote koppen 74 en 75 die elk zich kunnen uitstrekken 800 32 70 17 tot in de doorgaande "boring 61 in een van de gietvormhelften 43 in de positie van gesloten gietvorm. De dikte van de kop 74 van de tweede regelstaaf 73 is groter dan de dikte van de kop 75 van de eerste regelstaaf 72 met een 5 bedrag dat gelijk is aan de afstand waarover de montage-plaat 54 en bevestigde pennen 51 zich bewegen van de uitgetrokken positie in de, een eerste materiaal opnemende gietvormholte 45 naar de teruggetrokken positie in de, een tweede materiaal opnemende gietvormholte 46. Aldus zijn 10 in de gesloten positie de gecombineerde lengten van elk paar axiaal opgelijnde geleidingspennen 68 en de dikte van de koppen van de eerste en tweede regelstaven 72 en 73 gelijk aan de afstand tussen de oppervlakken 26 en 31 van de gietvormhelften 24 respectievelijk 27· 15 Wanneer de gietvormoppervlakken in de gesloten positie worden gebracht hetzij van de positie van figuur 4b naar die van figuur 4c of van de positie van figuur 4d (met een verdere rotatie van 90°) naar die van 4a zullen de geleidingspennen 68 en de regelstaven 72 en 73 automatisch en 20 tegelijkertijd de montageplaten 54 en de kernpennen 51 instellen in de juiste uitgetrokken en teruggetrokken posities, op in principe dezelfde wijze zoals hierboven is beschreven met betrekking tot de uitvoeringsvorm volgens figuur 5. Het aanslagcontact tussen de einden 70 van de ge-25 leidingspennen 68 en tussen hun einden 69 en de bijbehorende regelstaven 72 en 73 houdt de montageplaten 54 vast tegen elke beweging terwijl de gietvormen gesloten zijn.
Gevonden is echter dat onder hoge injectiedrukken, in het bijzonder de druk opgewekt door de injectie van lood, 30 kan een neiging bestaan dat de gietvormhelften 43 onder belasting buigen. Als gevolg daarvan kan het geïnjecteerde lood weglopen (,,flash,,) of lekken uit de gietvormholte 45 en tussen de gietvormoppervlakken 26 en 44 stromen. Om het weglopen te verhinderen zijn de geleidingspennen 76 ver-35 schuifbaar aangebracht in tussengelegen boringen 77 in het gietvormblok 40 en hun einden 78 kunnen aanstoten tegen de achteroppervlakken 67 van de montageplaten 54 in de positie van gesloten gietvorm, teneinde de montageplaten te ondersteunen tegen afbuigen. Twee ondersteuningspennen 76 zijn 40 getoond, echter kunnen meer worden toegepast indien een 800 32 70 18 extra ondersteuning gewenst of nodig is. Aangezien de ondersteuningspennen 76 in de tussengelegen boringen 77 kunnen verschuiven, kunnen zij vrij heen en weer bewegen binnen het roteerbare gietvormblok 40 in responsie op de 5 relatieve bewegingen van de montageplaten 54 wanneer zij van de uitgetrokken naar de teruggetrokken posities of omgekeerd bewegen.
Als aanvulling op of in plaats van de middelen voor het instellen van de pennen, die reeds beschreven zijn voor 10 de uitvoeringsvormen volgens de figuren 5 en 6, is er in de figuren 6 en 7 ook een instelmechanisme getoond dat uitsluitend werkt in responsie op de rotatiebeweging van het gietvormblok 40. Een paar ringvormige nokringen 79 is bevestigd aan het binnenoppervlak van elk ondersteuningsblok 15 35 aangrenzend aan de tegenover gelegen laterale oppervlak ken van het roteerbare gietvormblok 40 en omgeeft de as 41.
De nokringen 79 bestaan uit een binnenste nokring 80 en een buitenste nokring 81 die elk zijn bevestigd aan het ondersteuningsblok 35 door middel van een reeks langs de 20 omtrek op afstand gelegen machinesehroeven 82 respectieve·» lijk 83. Het buitenoppervlak 84 van de binnenste nokring 80 en het binnenoppervlak 85 van de buitenste nokring 81 vormen een ringvormig nokkenspoor om de as 41 waarlangs het gietvormblok 40 roteert. Een nokkenvolgorgaan 86 is beves. 25 tigd aan de laterale oppervlakken van elke montageplaat 54 en is roteerbaar om zijn montage 87* De diameter van elk nokkenvolgorgaan 86 is enigszins kleiner dan de breedte van het nokkenspoor gevolgd door de ringvormige oppervlakken 84 en 85, zodanig dat de volgorganen 86 met een nauwe 30 tolerantie de baan volgen die gedefinieerd is door het nokkenspoor, wanneer het bl-ok 40 roteert. De ringvormige oppervlakken 84 en 85 definiëren excentrische delen in het nokkenspoor hoofdzakelijk op/^jfn aangebracht door de hartlijn A van het roteerbare gietvormblok 40 en loodrecht op 35 de oppervlakken van de gietvormhelften 24 en 27 in de positie van gesloten gietvorm, bijvoorbeeld de lijn die samenvalt met de doorsnedelijn VII-VII in figuur 6.
Het excentrische gedeelte van het nokkenspoor bij de injectie van het eerste materiaal of’ in de rechterzijde van 40 de figuren 6 en 7 is zodanig gedimensioneerd, dat de volg- 800 32 70 19 .
organen 86 en de montageplaat 54 waaraan zij zijn bevestigd, automatisch naar de uitgetrokken positie bewegen in responsie op de ro-tatiebeweging van het gietvormblok 40 om zijn as A. In de uitgetrokken positie ligt het midden van het nokkenvolgorgaan 86 op een af-5 stand E van de as A. Het diametraal tegenoverliggende excentrische deel van het nokkenspoor aan de injectiezijde van het tweede materiaal of linkerzijde van fig. 6 en 7 veroorzaakt de gelijktijdige beweging van het andere volgorgaan 86 geplaatst op een afstand 2 van de as A. De excentriciteit of het bedrag waarmee de afstand Ξ gro-10 ter is dan de afstand E is gelijk aan de afstand waarover elke montageplaat 54 en de bevestigde kernpennen 51 bewegen van de uitgetrokken naar de teruggetrokken positie.
Hoewel de volgorganen 86 die werken binnen de nauwe begrenzingen van de oppervlakken 84 en 85, onafhankelijk de posities van de 15 montageplaat en de jainen kunnen tot stand brengen en vasthouden tijdens injectie, werkt dit instelmechanisme geleidelijker, indien ge-leidingspennen, zoals 59 in figuur 5 of 68 in figuur 6 worden gebruikt als een aanvulling daarop. In dit geval kunnen de geleidingspennen 59 of 68 slechts worden gebruikt voor een geleidingswerking of bo-20 vendien voor de ondersteuning nodig bij hoge injectiedrukken.
Het nokkeninstelmechanisme kan voorts voorzien in andere belangrijke bedrijfsvoordelen die met het instelmechanisme voor de ge-leidingspen alleen niet bereikbaar zijn. Met verwijzing naar de figuren 6 en 4d kan wanneer het roteerbare gietvormblok 40 roteert 25 door de uitwerppositie (figuur 4<l), de centrifugale kracht de neiging vertonen een radiale buitenwaartse beweging van de montageplaten 54 en de bevestigde kernpennen 51 te veroorzaken. Zoals hierna zal worden toegelicht kan deze buitenwaartse beweging op voordelige wijze worden gebruikt om bij te dragen aan het uitwerp effect 30 van het samengestelde voorwerp 49 uit de gietvormhelft 45 dat naar beneden is gericht. Een bijbehorende buitenwaartse beweging van de tegenover gelegen, naar boven gerichte montageplaat zou een verder uittrekken van de kernpennen 51 veroorzaken (voorbij de uitgetrokken positie), met gevolg een voortijdige verplaatsing van het eerste 35 geïnjecteerde materiaal uit de naar boven gerichte gietvormhelft 45 voor het tweede materiaal. De nokkenvolgorganen 86 die aanliggen tegen de binnenoppervlakken 85 van de buitenste nokringen 81 kunnen worden gebruikt om zulk een nadelige beweging te voorkomen.
800 32 70 20
Teneinde het samengestelde voorwerp 49 in figuur 4d uit te werpen worden de kernpennen 51 met hun einddelen 52 geplaatst tegen het samengestelde voorwerp "binnen de, een tweede materiaal opnemende gietvormholte 56 in figuur 5 6,in buitenwaartse richting door de uitsparing 47 in het oppervlak van de gietvormhelft 43 bewogen,(bij voorkeur tot voorbij de uitgetrokken penpositie) cm het voorwerp 49 positief te duwen of uit te werpen. In beginsel kan het uitwerpen worden uitgevoerd door de montageplaat 54 onder 10 de gecombineerde invloed van zwaartekracht en centrifugale krachten te laten bewegen naar de gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal. Zoals in figuur 6 is te zien bestaat er een wezenlijke spleet tussen het vooroppervlak 88 van de voorplaat 56 en het binnenoppervlak 89 van de 15 gietvormhelft 43 voor het tweede materiaal. Een volledige onbeperkte beweging van de montageplaat 54 door de spleet is mogelijk door scheiding van de einden 70 van de gelei-dingspennen 68.
Een geleidelijker en beter bestuurd uitwerpen kan worden 20 uitgevoerd door toepassing van de nokkenvolgorganen 86 en een speciaal gevormd uitwerpdeel in de oppervlakken 85 en 84 van de nokkenbanen. De uitwerpdelen 90 van de nokken-baan kWean gebied omvatten van grotere excentriciteit ten opzichte van die is voorzien voor de uitgetrokken po-25 sitie (voorgesteld door de afstand E). Volgens een andere uitvoeringsvorm kunnen de uitwerpdelen 90 een uitgesproken uitsparing in elk van de nokkenbanen hebben, of indien het roteerbare gietvormblok 40 wordt gestopt voor het uitwerpen,onderbrekingen in de nokkenbanen. In de laatste 30 situatie moeten extra middelen worden aangebracht voor het terugtrekken van de volgorganen 86 uit de onderbroken delen van de nokkenbanen.
8003270
Claims (29)
1. Inrichting voor het gieten van samengestelde voorwerpen uit twee materialen, gekenmerkt door: een ondersteuningsconstructie; 5 een roteerbaar gietvormblok met tenminste een opper vlak; een gietvormhelft voor twee materialen gevormd in het oppervlak; een gietvormhelft voor het eerste materiaal gemon-10 teerd op de genoemde ondersteuningsconstructie; een gietvormhelft voor een tweede materiaal gemonteerd op de ondersteuningsconstructie op afstand van en tegenover de gietvormhelft voor het eerste materiaal; een middel omvattende de genoemde ondersteuningscon-15 structie voor het ondersteunen van het gietvormblok voor rotatie om een as tussen en evenwijdig aan de oppervlakken van de gietvormhelften van het eerste respectievelijk het tweede materiaal en voor het bewegen van de gietvormhelft van twee materialen lineair ten opzichte van de gietvorm-20 helften van het eerste en het tweede materiaal, ten einde een, een eerste materiaal opnemende gietvormholte te vormen, waarbij het oppervlak van de gietvormhelft voor de twee materialen in aanraking is met het oppervlak van de gietvormhelft van het eerste materiaal, en een, een tweede 25 materiaal opnemende gietvormholte te vormen, waarbij het oppervlak van de gietvormhelft voor twee materialen in aanraking is met het oppervlak van de gietvormhelft voor het tweede materiaal; en gietkernmiddelen die worden ondersteund in het giet-30 vormblok en die zich uitstrekken door de gietvormhelft voor twee materialen loodrecht op het oppervlak daarvan, welke gietkernmiddelen heen en weer beweegbaar zijn gemonteerd om deze zich te laten uitstrekken tot in de, een eerste materiaal opnemen-de gietvormholte en om deze terug 35 te trekken uit de, een tweede materiaal opnemende gietvormholte .
2. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door een injector voor een eerste materiaal die bevestigd is aan de gietvormhelft voor het eerste materiaal; en 40 een injector voor een tweede materiaal die bevestigd is aan 800 32 70 de gietvormhelft voor het tweede materiaal.
3. Inrichting volgens conclusie 2, m e t het kenmerk, dat het eerste materiaal lood is en het tweede materiaal kunststof.
4. Inrichting volgens conclusie 3, i e t het kenmerk, dat de eerste injector bestaat uit een orgaan voor het gieten in een metalen vorm om lood in de genoemde, een eerste materiaal opnemende gietvormholte te injecteren; en de tweede injector bestaat uit een kunst- 10 stof injector voor het injecteren van kunststof in de, twee materialen opnemende gietvormholte.
5. Inrichting volgens conclusie 4, m e t het kenmerk, dat het orgaan voor het gieten in een metalen vorm bestaat uit een houder voor gesmolten lood, die 15 aan de ondersteuningsconstructie is bevestigd; en een middel voor het verwarmen van het gesmolten lood in de houder.
6. Inrichting volgens conclusie 2, m e t het kenmerk, dat de gietvormhelft voor het eerste mate- 20 riaal vast is bevestigd aan de ondersteuningsconstructie; dat de gietvormhelft voor het tweede materiaal heen en weer beweegbaar is naar en van de gietvormhelft voor het eerste materiaal; en dat het gietvormblok heen en weer beweegbaar is in responsie op de heen en weer beweging van de giet- 25 vormhelft voor het tweede materiaal.
7. Inrichting volgens conclusie 6, m e t het kenmerk, dat de injector voor het tweede materiaal bevestigd is aan de ondersteuningsconstructie om met de gietvormhelft van het tweede materiaal heen en weer te 30 bewegen.
8. Inrichting volgens conclusie 7t n e t het kenmerk, dat de ondersteuningsconstructie bestaat uit een paar trekstangen die de gietvormhelft van het tweede materiaal ondersteunen, een ondersteuningsslsaf die ver- 35 schuifbaar is bevestigd aan tenminste een van de genoemde trekstangen om tesamen met de gietvormhelft voor het tweede materiaal te bewegen, en een verbindingsorgaan dat schar-nierbaar aan een einde met de ondersteuningsstaaf is verbonden en dat zich in bovenwaartse richting uitstrekt en 40 dat voorts met zijn andere einde scharnierbaar is bevestigd 800 32 70 aan de injector voor liet tweede materiaal om deze boven de trekstangen te ondersteunen.
9. Inrichting voor het gieten van samengestelde materialen uit twee materialen, gekenmerkt door 5 een stationaire gietvormhelft voor een eerste materiaal; een gietvormhelft voor een tweede materiaal aangebracht op afstand en evenwijdig tegenover de gietvormhelft voor het eerste materiaal, welke gietvormhelft voor het tweede materiaal lineair beweegbaar is naar en van de gietvormhelft 10 voor het eerste materiaal; een gietvormblok aangebracht tussen de gietvormhelften voor het eerste en tweede materiaal, dat lineair beweegbaar is in responsie op de beweging van de gietvormhelft van het tweede materiaal en dat draaibaar is om een as tussen de gietvormhelften voor het 15 eerste en tweede materiaal en evenwijdig aan hun oppervlakken; en gietvormmiddelen voor twee materialen, die aan het genoemde gietvormblok zijn bevestigd en die zijn ingericht om respectievelijk en in responsie op sequentiele lineaire bewegingen van de gietvormhelft voor het tweede 20 materiaal en het genoemde gietvormblok en de rotatiebewe-ging van het gietvormblok een positie van gesloten gietvorm te vormen, welke inrichting voorts bestaat uit een, een eerste materiaal opnemende gietvormholte, waarbij het oppervlak van de gietvormmiddelen voor het tweede mate-25 riaal in aanraking is met het oppervlak van de gietvormhelft voor het eerste materiaal, en een, twee materialen opnemende gietvormholte, waarbij het oppervlak van de gietvormmiddelen voor het tweede materiaal in contact is met het oppervlak van de gietvormhelft van het tweede materiaal; 30 waarbij voorts aanwezig zijn: penmiddelen die beweegbaar zijn bevestigd aan het gietvormblok en zich uitstrekken door de gietvormmiddelen voor twee materialen hoofdzakelijk loodrecht op het oppervlak daarvan, welke penmiddelen een uitgetrokken positie hebben waarbij de peneindedelen zich be-35 vinden binnen delen van de, een eerste materiaal opnemende gietvormholte om het opnemen van het eerste materiaal in de genoemde delen te blokkeren, en een teruggetrokken positie waarbij de peneindedelen tenminste gedeeltelijk zijn teruggetrokken van de uitgetrokken positie af en met het 40 eerste materiaal zich bevinden binnen de, twee materialen 800 32 70 opnemende gietvormholte om het opnemen van het tweede materiaal in de genoemde delen en in het resterende gedeelte van de, twee materialen opnemende gietvormholte mogelijk te maken; terwijl voorts instelmiddelen op het gietvormblok 5 aanwezig zijn voor het bewegen van de penmiddelen van de uitgetrokken positie naar de teruggetrokken positie.
10. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het instelmiddel bestaat uit een mon-tageplaat voor de penmiddelen aangebracht in het gietvorm- 10 blok achter de gietvormmiddelen voor de twee materialen * en een middel voor het verschuifbaar bevestigen van de montageplaat aan het gietvormblok en de gietvormmiddelen voor de twee materialen en voor het bewegen van de montageplaat en de penmiddelen daartussen van de genoemde uitge-15 trokken positie naar de genoemde teruggetrokken positie.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het middel voor het bevestigen van de montageplaat aan het gietvormblok en de gietvormmiddelen voor de twee materialen en voor het bewegen van de monta- 20 geplaat en penmiddelen van de uitgetrokken naar de teruggetrokken posities bestaat uit een geleidingspen bevestigd aan engeborgd tegen axiale beweging ten opzichte van de genoemde montageplaat en aangebracht evenwijdig aan de genoemde penmiddelen, waarbij de einden van de geleidingspen 25 zich uitstrekken door de montageplaat in tegengestelde richtingen; doorgaande boringen in het gietvormblok en de gietvormmiddelen voor de twee materialen axiaal in lijn met de genoemde geleidingspen en die verschuifbaar een einde van de geleidingspen kunnen opnemen; en aanslagmiddelen op 30 de gietvormhelft voor het eerste materiaal en de gietvorm-helft voor het tweede materiaal, welke aanslagmiddelen in lijn liggen met de geleidingspen en kunnen samenwerken met de einden daarvan in de positie van gesloten gietvorm, teneinde de uitgetrokken positie tot stand te brengen bij het 35 vormen van de, een eerste materiaal opnemende gietvormholte en teneinde de teruggetrokken positie tot stand te brengen bij het vormen van de, twee materialen opnemende gietvormholte.
12. Inrichting volgens conclusie 11, m e t het 40 kenmerk, dat de aanslagmiddelen bestaan uit een eer- 800 32 70 ste regelstaaf die aan het oppervlak van de gietvormhelft voor het eerste materiaal is "bevestigd en die zich in buitenwaartse richting daar vanaf uitstrekt en kan worden opgenomen in de boring in de gietvormmiddelen voor de twee 5 materialen of in het genoemde gietvormblok, en een tweede regelstaaf die aan het oppervlak van de gietvormhelft voor het tweede materiaal is bevestigd, die zich in buitenwaartse richting daarvan uitstrekt en die in het gietvormblok kan worden opgenomen of in de boring in de gietvormmiddelen 10 voor twee materialen, waarbij de tweede regelstaaf een dikte heeft die groter is dan de dikte van de eerste regelstaaf met een bedrag dat gelijk is aan de afstand waarover de mon-tageplaat en de penmiddelen bewegen van de uitgetrokken naar de teruggetrokken positie. 15
13· Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de gietvormmiddelen voor twee materialen bestaan uit: een paar gietvormhelften voor twee materialen die aan tegenover gestelde zijden van het gietvormblok zijn geplaatst; een montageplaat voor elke gietvormhelft voor 20 twee materialen; tenminste twee geleidingspennen voor elke montageplaat, waarbij elke geleidingspen in een van de mon-tageplaten axiaal in lijn is met een overeenkomstige gelei-dingspen in de andere montageplaat; /een doorgaande boring in het gietvormblok voor het opnemen van de tegenover ge-25 legen einden van elk paar axiaal in lijn gelegen geleidingspennen, waarbij de gecombineerde lengten van elk paar geleidingspennen en dikten van de eerste en tweede regelstaven gelijk is aan de afstand tussen de oppervlakken van de giet-vormhelften voor het eerste en het tweede materiaal in de 30 positie van gesloten gietvorm.
14. Inrichting volgens conclusie 13, gekenmerkt door ondersteuningspennen die verschuifbaar zijn gemonteerd in het gietvormblok tussen de montageplaten, die evenwijdig aan en verschoven ten opzichte van de gelei-35 dingspennen zijn aangebracht, waarbij de ondersteuningspennen beweegbaar zijn over een bedrag dat tenminste gelijk is aan de afstand afgelegd door een van de montageplaten tussen een van de genoemde uitgetrokken of teruggetrokken posities en de andere genoemde posities, en waarbij de onder-40 steuningspennen elk tegenover gelegen eindoppervlakken 800 32 70 hebben die aan kunnen stoten tegen de tegenover gelegen oppervlakken van de montageplaten in de positie van gesloten gietvorm.
15- Inrichting volgens conclusie 9, gekenmerkt 5 door een injectiemiddel voor een eerste materiaal dat bevestigd is aan de gietvormhelft voor het eerste materiaal voor het injecteren van het eerste materiaal in de, een eerste materiaal opnemende gietvormholte, en een injectiemiddel voor een tweede materiaal dat bevestigd is 10 aan de gietvormhelft voor het tweede materiaal voor het injecteren van het tweede materiaal in de, twee materialen opnemende gietvormholte na injectie van het eerste materiaal ·
16. Inrichting volgens conclusie 15, 1 e t het 15 kenmerk, dat het eerste materiaal lood is en het tweede materiaal kunststof.
17. Inrichting volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat het injectiemiddel voor het eerste materiaal bestaat uit een injector voor het gieten in een me- 20 talen vorm en het injectiemiddel voor het tweede materiaal bestaat uit een kunststof injector.
18. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het instelmiddel werkt in responsie op de rotatie van de gietvormmiddelen voor twee materialen 25 tussen de gietvormhelften voor de eerste en tweede materialen.
19. Inrichting volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de rotatie van het gietvormblok wordt uitgevoerd onafhankelijk van de lineaire beweging van de 30 gietvormhelft voor het tweede materiaal en het gietvormblok.
20. Inrichting volgens conclusie 18, m e t het kenmerk, dat het instelmiddel bestaat uit een onderst euningsmiddel voor het monteren van het gietvormblok 35 voor de rotatie om zijn as; een nokkenspoor in het onderst euningsmiddel dat hoofdzakelijk de as van het gietvormblok omgeeft; en een nokkenvolgorgaan dat aan de montage-plaat is bevestigd en aanligt tegen het nokken spoor, waarbij het nokkenspoor delen heeft die hoofdzakelijk op een 40 lijn liggen door de hartlijn van het gietvormblok en lood- 8003270 recht op de oppervlakken van de gietvormhelften voor het eerste en het tweede materiaal, welke delen respectievelijk de uitgetrokken en teruggetrokken posities van de pen-middelen tot stand brengen.
21. Inrichting volgens conclusie 20, m e t het kenmerk, dat het nokkenspoor een hoofdzakelijk excen- /hartlijn trische weg om de / van net gietvormblok definieert, waarbij de afstand van de hartlijn van het deel van het nokkenspoor dat de uitgetrokken positie van de penmiddelen tot 10 stand brengt, groter is dan de afstand van de hartlijn van het deel van het nokkenspoor dat de teruggetrokken positie van de penmiddelen tot stand brengt.
22. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de gietvormmiddelen voor twee materialen 15 bestaat uit een paar gietvormhelften voor twee materialen aangebracht aan tegenover elkaar gelegen zijden van het gietvormblok, waarbij een van de gietvormhelften voor twee materialen de, een eerste materiaal opnemende gietvorm-holte vormt en waarbij de andere tegelijkertijd de, twee mate- 20 rialen opnemende gietvormholte vormt.
23. Inrichting volgens conclusie 21, gekenmerkt door voorwerp-uitwerpmiddelen die verbonden zijn met de montageplaat en die voorts de penmiddelen kunnen uittrekken tot voorbij de hierboven genoemde uitgetrokken 25 positie.
24. Inrichting volgens conclusie 25, 1 e t het kenmerk, dat het uitwerpmiddel een uitwerpdeel op het nokkenspoor omvat, dat tussen de genoemde delen ligt, die de teruggetrokken en uitgetrokken posities van de penmidde- 30 len in rotatierichting van het gietvormblok tot stand brengen.
25· Inrichting volgens conclusie 24, m e t het kenmerk, dat het uitwerpdeel de grootste excentriciteit van het genoemde nokkenspoor ten opzichte van de as 35 van het gietvormblok heeft.
26. Inrichting volgens conclusie 9, ® e t het kenmerk, dat de penmiddelen in de teruggetrokken positie volledig uit het eerste materiaal zijn teruggetrokken.
27. Inrichting volgens conclusie 10, m e t het 40 kenmerk, dat het instelmiddel voorts omvat: een gelei- 800 32 70 dingspen die is verbonden met en geborgd is tegen axiale beweging ten opzichte van de montageplaat en die evenwijdig aan de geleidingspennen is aangebracht, waarbij de gelei-dingspen einden beeft die zicb door de montageplaat in 5 tegengestelde richtingen uitstrekt; opgelijnde boringen in het gietvormblok en de gietvormmiddelen voor de twee materialen, welke boringen axiaal in lijn liggen met de ge-leidingspen en elk zijn ingericht om een einde van de gelei-dingspen verschuifbaar te kunnen opnemen, welke boring in 10 het gietvormblok zich daar doorheen uitstrekt en een opening heeft die in verbinding staat met het oppervlak van de gietvormhelft voor het tweede materiaal in de positie van gesloten gietvorm en waarbij het einde van de geleidings-pen aangebracht in de boring van het gietvormblok en de 15 einden van de penmiddelen respectievelijk kunnen aanliggen tegen het oppervlak van de gietvormhelft voor het tweede materiaal en het oppervlak van de gietvormhelft voor het eerste materiaal om de uitgetrokken positie tot stand te brengen bij het vormen van de, een eerste materiaal opne-20 mende gietvormholte.
28. Inrichting volgens conclusie 27, m e t het kenmerk, dat de boring in de gietvormmiddelen voor de twee material®, zich daar doorheen uitstrekt en een opening heeft die in verbinding staat met het oppervlak 25 van de gietvormhelft voor het eerste materiaal in de genoemde uitgetrokken positie en het oppervlak van de gietvormhelft voor het tweede materiaal in de teruggetrokken positie en dat een uitsparing in het oppervlak van de gietvormhelft voor het eerste materiaal aanwezig is, die in 30 lijn ligt met en verschuifbaar het einde van de geleidings-pen kan opnemen die is aangebracht in de boring van de gietvormmiddelen voor de twee materialen, waarbij de gelei-dingspen een lengte heeft die groter is dan de afstand tussen de oppervlakken van de gietvormhelften voor het 35 eerste en tweede materiaal in de positie van gesloten gietvorm met een bedrag dat gelijk is aan de afstand waarover de montageplaat en de penmiddelen bewegen van de uitgetrokken naar de teruggetrokken positie.
29. Inrichting volgens conclusie 28, m e t het 40 kenmerk, dat het einde van de geleidingspen dat in 800 32 70 de "boring in de gietvormmiddelen voor de twee materialen is aangebracbt, aanligt tegen de "boring van de uitsparing in de positie van gesloten gietvorm, waarbij de, een eerste materiaal opnemende gietvormholte wordt gevormd. ^ *********** 800 32 70
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US4554079 | 1979-06-04 | ||
| US06/045,540 US4243362A (en) | 1979-06-04 | 1979-06-04 | Composite molding apparatus for articles from two materials having a rotary mold block which includes pins for providing core areas |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8003270A true NL8003270A (nl) | 1980-12-08 |
Family
ID=21938494
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8003270A NL8003270A (nl) | 1979-06-04 | 1980-06-04 | Inrichting voor het samengesteld gieten. |
Country Status (19)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4243362A (nl) |
| JP (1) | JPS5953170B2 (nl) |
| AR (1) | AR221940A1 (nl) |
| AU (1) | AU533018B2 (nl) |
| BE (1) | BE883611A (nl) |
| BR (1) | BR8003452A (nl) |
| CA (1) | CA1154217A (nl) |
| CH (1) | CH650970A5 (nl) |
| DE (1) | DE3012704C2 (nl) |
| ES (1) | ES492011A0 (nl) |
| FR (1) | FR2458382A1 (nl) |
| GB (1) | GB2052353B (nl) |
| IN (1) | IN153927B (nl) |
| IT (1) | IT1131246B (nl) |
| MX (1) | MX150619A (nl) |
| NL (1) | NL8003270A (nl) |
| SE (1) | SE431624B (nl) |
| YU (1) | YU92180A (nl) |
| ZA (1) | ZA801372B (nl) |
Families Citing this family (50)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4330257A (en) * | 1979-11-15 | 1982-05-18 | Husky Injection Molding Systems, Inc. | Turret-type injection-molding machine |
| JPS5948745B2 (ja) * | 1980-10-22 | 1984-11-28 | 日本プラスト株式会社 | ベンチレ−タ−の製造方法 |
| US4444711A (en) * | 1981-12-21 | 1984-04-24 | Husky Injection Molding Systems Ltd. | Method of operating a two-shot injection-molding machine |
| JPS59162016A (ja) * | 1983-02-21 | 1984-09-12 | Honda Motor Co Ltd | 表皮成形材の製造装置 |
| US4462782A (en) * | 1982-11-08 | 1984-07-31 | T & M Rubber, Inc. | Injection sleeve molding machine |
| JPS61121912A (ja) * | 1984-11-19 | 1986-06-09 | Shoichi Teraoka | 高能率成形機 |
| DE3620175A1 (de) * | 1986-06-14 | 1987-12-17 | Kloeckner Ferromatik Desma | Spritzgiessmaschine mit mindestens zwei plastifizier- und einspritzeinheiten |
| DE3632259C2 (de) * | 1986-09-23 | 1995-11-23 | Eaton Gmbh | Verfahren zur Herstellung eines Pumpenlaufrades für eine Kühlmittelpumpe in einem Kraftfahrzeug |
| US5076777A (en) * | 1990-12-20 | 1991-12-31 | Cincinnati Milacron Inc. | Apparatus for coextruding plastics materials |
| US5785216A (en) * | 1991-05-29 | 1998-07-28 | Spotless Plastics Pty. Ltd. | Method of molding hangers and apparatus for implementing method |
| JPH07115381B2 (ja) * | 1991-09-13 | 1995-12-13 | 日本電装株式会社 | 成形用金型および成形品成形方法 |
| US5814252A (en) * | 1991-10-17 | 1998-09-29 | Spotless Plastics Pty. Ltd. | Method of molding coinjected plastic garment hangers |
| EP0671251A1 (de) * | 1994-03-08 | 1995-09-13 | FOBOHA GmbH | Spritzgussverfahren und Vorrichtung zur Durchführung des Verfahrens |
| US5728409A (en) * | 1996-03-06 | 1998-03-17 | Husky Injection Molding Systems Ltd. | Turret article molding machine |
| US5817345A (en) * | 1996-03-06 | 1998-10-06 | Husky Injection Molding System Ltd. | Turrent article molding machine and method of use |
| US5837301A (en) * | 1997-04-28 | 1998-11-17 | Husky Injection Molding Systems Ltd. | Injection molding machine having a high speed turret |
| US6012914A (en) * | 1998-05-12 | 2000-01-11 | Loulourgas; Demetre | Multi-color injection mold rotation apparatus |
| CN1139473C (zh) * | 1999-05-17 | 2004-02-25 | 耶斯·图戈德·格拉姆 | 具有可转位中间部分的模具 |
| US6386849B1 (en) * | 1999-12-06 | 2002-05-14 | Caco Pacific Corporation | Multi-component mold |
| US6402504B1 (en) | 2000-06-07 | 2002-06-11 | Mgs Mfg. Group, Inc. | Rotary platen assembly |
| US6503075B1 (en) | 2000-08-24 | 2003-01-07 | Husky Injection Molding Systems, Ltd. | Stack mold carrier and rotary turret with services provided by a rotary union |
| WO2002076702A1 (en) * | 2001-02-26 | 2002-10-03 | Jes Tougaard Gram | Ejectorsystem |
| EP1277557A1 (de) * | 2001-07-16 | 2003-01-22 | Schöttli AG | Spritzgiessmaschine |
| DE10164900B4 (de) * | 2001-08-03 | 2009-09-03 | Kraussmaffei Technologies Gmbh | Formschließvorrichtung für eine Spritzgießmaschine |
| US6821100B2 (en) | 2002-09-06 | 2004-11-23 | Caco Pacific Corporation | Multi-component mold with rotatable mandrels |
| DE10347638A1 (de) * | 2003-10-09 | 2005-05-19 | Krauss-Maffei Kunststofftechnik Gmbh | Horizontal-Spritzgießmaschine mit Dreheinrichtung |
| SE527681C2 (sv) * | 2003-12-02 | 2006-05-09 | Polyzink Ab | Förfarande och anordning för framställning av en kompositkropp |
| EP1568460A1 (en) * | 2004-02-24 | 2005-08-31 | Mold-Masters Limited | Multiple-material injection molding |
| US7044537B2 (en) * | 2004-04-12 | 2006-05-16 | Lear Corporation | Air duct assembly |
| DE202004021799U1 (de) * | 2004-09-04 | 2011-02-17 | Ferromatik Milacron Gmbh | Spritzgießmaschine |
| US7232538B2 (en) * | 2004-10-15 | 2007-06-19 | Husky Injection Molding Systems Ltd. | Injection molding coupling apparatus |
| US7284979B2 (en) * | 2004-10-15 | 2007-10-23 | Husky Injection Molding Systems Ltd. | Self aligning articulated joint for use in a hot runner system |
| DE102004057164A1 (de) * | 2004-11-26 | 2006-06-01 | Krauss-Maffei Kunststofftechnik Gmbh | Spritzgießmaschine |
| US7364683B2 (en) * | 2005-01-11 | 2008-04-29 | Advance Tool, Inc. | Rotary automatic transfer rail for injection molding |
| WO2007034000A1 (es) * | 2005-09-16 | 2007-03-29 | Urpemak, Sl | Máquina de inyección bimaterial plástico-metal |
| US7390184B2 (en) * | 2005-11-09 | 2008-06-24 | Centoco Plastics Limited | Dual injection manifold |
| US20080012176A1 (en) * | 2006-07-13 | 2008-01-17 | Husky Injection Molding Systems Ltd. | Overmolding of molded articles |
| WO2009076753A1 (en) * | 2007-12-14 | 2009-06-25 | G-Mag International Inc. | Method and system for joining metal components by overmolding |
| DE102009014454A1 (de) * | 2008-04-15 | 2009-11-12 | Mold-Masters (2007) Limited, Georgetown | Multimaterial-Spritzgießvorrichtung und -Spritzgießverfahren |
| CA2731076C (en) | 2008-07-21 | 2013-06-11 | Becton, Dickinson And Company | Density phase separation device |
| CN102149473B (zh) | 2008-07-21 | 2014-12-31 | 贝克顿·迪金森公司 | 密度相分离装置 |
| EP2527039B1 (en) | 2008-07-21 | 2015-06-24 | Becton Dickinson and Company | Density phase separation device |
| ES2763364T3 (es) | 2009-05-15 | 2020-05-28 | Becton Dickinson Co | Dispositivo de separación de fase de densidad |
| DE102011101956A1 (de) * | 2011-05-19 | 2012-11-22 | Gebr. Krallmann Gmbh | Verfahren zum mehrkomponentigen Spritzgießen und Düse zur Durchführung des Verfahrens |
| CN104009248B (zh) * | 2014-05-28 | 2016-08-17 | 惠州亿纬锂能股份有限公司 | 软包弧形电芯成型方法及成型设备 |
| DE102014015989A1 (de) | 2014-10-28 | 2016-04-28 | Ferromatik Milacron Gmbh | Spritzgießmaschine |
| US9694359B2 (en) | 2014-11-13 | 2017-07-04 | Becton, Dickinson And Company | Mechanical separator for a biological fluid |
| CN108349118B (zh) | 2015-09-15 | 2022-03-18 | 路易斯·曼努埃尔·阿莱马尼·内格雷特 | 用于注塑热塑性塑料的模具和使用所述模具的方法 |
| US11845206B2 (en) * | 2021-07-06 | 2023-12-19 | CMH Lahore Medical College & IOD | Nasal impression assembly and method of measuring/imprinting the nasal impression |
| CN115319999A (zh) * | 2022-10-14 | 2022-11-11 | 赫比(成都)精密塑胶制品有限公司 | 立方体注塑模具及注塑方法 |
Family Cites Families (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB980554A (en) * | 1960-07-26 | 1965-01-13 | Borg Warner | Method of fabricating an electrical terminal board |
| GB952006A (en) * | 1962-02-21 | 1964-03-11 | John Holroyd & Company Ltd | Multi-layer tablet making machines |
| NL276020A (nl) * | 1962-03-16 | |||
| DE1232339B (de) * | 1962-03-20 | 1967-01-12 | Hehl & Soehne Arburg Masch | Spritzgiessform fuer eine thermoplastische Kunststoffe verarbeitende Spritzgiessmaschine |
| FR1395906A (fr) * | 1964-03-27 | 1965-04-16 | Hehl & Soehne Arburg Masch | Moule pour machine à mouler par injection |
| US3408691A (en) * | 1964-01-22 | 1968-11-05 | Continental Can Co | Injection blow molding machines |
| US3309739A (en) * | 1964-04-20 | 1967-03-21 | Trueblood Inc | Plastic injection machine |
| GB1061234A (en) * | 1964-05-11 | 1967-03-08 | Hehl & Soehne Arburg Masch | Moulds for injection moulding machines |
| JPS4914537B1 (nl) * | 1969-11-14 | 1974-04-08 | ||
| US3726625A (en) * | 1971-02-16 | 1973-04-10 | Husky Mfg Tool Works Ltd | Ejector mechanism for molded articles |
| DE2129752A1 (de) * | 1971-06-16 | 1972-12-28 | Karl Hehl | Spritzgiessform fuer eine Kunststoffe verarbeitende Spritzgiessmaschine zur Herstellung zweifarbiger Spritzlinge |
| US3880560A (en) * | 1973-06-19 | 1975-04-29 | Takahashi Seiki Co Ltd | Molding machine for synthetic resin article |
| US3947176A (en) * | 1974-07-23 | 1976-03-30 | Rainville Company, Inc. | Double injection mold with neck gating |
| ZA771344B (en) * | 1976-05-17 | 1978-04-26 | Globe Union Inc | Composite article and method of manufacturing |
| MX149348A (es) * | 1977-06-15 | 1983-10-26 | Globe Union Inc | Metodo mejorado para producir una rejilla de placa de bateria |
-
1979
- 1979-06-04 US US06/045,540 patent/US4243362A/en not_active Expired - Lifetime
-
1980
- 1980-03-06 AU AU56194/80A patent/AU533018B2/en not_active Ceased
- 1980-03-07 ZA ZA00801372A patent/ZA801372B/xx unknown
- 1980-03-27 IN IN357/CAL/80A patent/IN153927B/en unknown
- 1980-03-31 CA CA000348837A patent/CA1154217A/en not_active Expired
- 1980-04-01 DE DE3012704A patent/DE3012704C2/de not_active Expired
- 1980-04-02 SE SE8002546A patent/SE431624B/sv not_active IP Right Cessation
- 1980-04-03 YU YU00921/80A patent/YU92180A/xx unknown
- 1980-05-01 GB GB8014504A patent/GB2052353B/en not_active Expired
- 1980-05-27 FR FR8011702A patent/FR2458382A1/fr active Granted
- 1980-05-30 ES ES492011A patent/ES492011A0/es active Granted
- 1980-06-02 CH CH4269/80A patent/CH650970A5/de not_active IP Right Cessation
- 1980-06-03 BE BE0/200865A patent/BE883611A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-06-03 IT IT22512/80A patent/IT1131246B/it active
- 1980-06-03 BR BR8003452A patent/BR8003452A/pt unknown
- 1980-06-03 MX MX182622A patent/MX150619A/es unknown
- 1980-06-04 JP JP55075371A patent/JPS5953170B2/ja not_active Expired
- 1980-06-04 NL NL8003270A patent/NL8003270A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-06-04 AR AR281291A patent/AR221940A1/es active
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE883611A (fr) | 1980-12-03 |
| AU533018B2 (en) | 1983-10-27 |
| FR2458382A1 (fr) | 1981-01-02 |
| IN153927B (nl) | 1984-09-01 |
| CH650970A5 (de) | 1985-08-30 |
| ES8101982A1 (es) | 1980-12-16 |
| AR221940A1 (es) | 1981-03-31 |
| IT8022512A0 (it) | 1980-06-03 |
| ES492011A0 (es) | 1980-12-16 |
| US4243362A (en) | 1981-01-06 |
| SE8002546L (sv) | 1980-12-05 |
| AU5619480A (en) | 1980-12-11 |
| ZA801372B (en) | 1981-10-28 |
| SE431624B (sv) | 1984-02-20 |
| YU92180A (en) | 1984-08-31 |
| JPS5953170B2 (ja) | 1984-12-24 |
| FR2458382B1 (nl) | 1985-04-05 |
| GB2052353A (en) | 1981-01-28 |
| CA1154217A (en) | 1983-09-27 |
| DE3012704C2 (de) | 1985-08-14 |
| MX150619A (es) | 1984-06-06 |
| IT1131246B (it) | 1986-06-18 |
| JPS5633935A (en) | 1981-04-04 |
| BR8003452A (pt) | 1981-01-05 |
| GB2052353B (en) | 1983-07-27 |
| DE3012704A1 (de) | 1980-12-11 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8003270A (nl) | Inrichting voor het samengesteld gieten. | |
| DE3718811C1 (de) | Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung von Borstenwaren aus Kunststoff | |
| DE19747698C2 (de) | Blasformmaschine | |
| US4422995A (en) | Method and apparatus for molding hollow, slender workpieces | |
| DE3720214C2 (de) | Verfahren zum Spritzgießen von Gegenständen und Spritzgießmaschine zur Durchführung des Verfahrens | |
| DE69818920T2 (de) | Spritzgiessform zum Umspritzen von Gegenständen, Spritzgiessmaschine und Verfahren dazu | |
| AT389670B (de) | Formschliesseinheit einer kunststoffspritzgiessmaschine | |
| CA2348830C (en) | Compact slide actuation mold | |
| CH421477A (de) | Formmaschine zur Herstellung von hohlen Gegenständen aus Kunststoff | |
| DE19542102B4 (de) | Werkzeug zum Mehrkomponentenspritzgießen | |
| DE2732978C2 (de) | Vorrichtung zum Blasformen | |
| DE2504246B2 (de) | Verfahren zum Gießen eines Fonnkörpers und Füllvorrichtung zu dessen Durchführung | |
| DE19528751A1 (de) | System zum Verschieben einer Formaufspanneinheit zur Verwendung in Hohlkörperblasanlagen | |
| DE19528200A1 (de) | Vorrichtung zum Überführen von Packungsblöcken aus stabförmigen Artikeln der tabakverarbeitenden Industrie | |
| DE2748617A1 (de) | Verfahren und vorrichtung zum formen rohrfoermiger kunststoffgegenstaende | |
| CA2127617C (en) | Process for injection molding arcuately-shaped hollow articles | |
| DE69512846T2 (de) | Spritzgussmaschine | |
| EP0182283B1 (de) | Formschliesseinheit an Kunststoffspritzgiessmaschine | |
| CN112549436A (zh) | 一种模内旋转多物料成型模具 | |
| EP0486673A4 (nl) | ||
| DE69004422T2 (de) | Druck-giessvorrichtung. | |
| DE69321137T2 (de) | Einspritzsystem für eine kaltkammer-druckgiessmaschine | |
| US3491804A (en) | Apparatus for filling containers or the like with fluent or flowable material | |
| EP1948418A1 (en) | Mould for injection impact compression moulding | |
| EP4552820B1 (de) | Spritzgusswerkzeug mit verschiebbaren formeinsätzen und verfahren zur herstellung von formteilen mit dem spritzgusswerkzeug |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |