NL8003072A - DEVICE FOR SECURING ZIPPER ELEMENTS TO TISSUE. - Google Patents
DEVICE FOR SECURING ZIPPER ELEMENTS TO TISSUE. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8003072A NL8003072A NL8003072A NL8003072A NL8003072A NL 8003072 A NL8003072 A NL 8003072A NL 8003072 A NL8003072 A NL 8003072A NL 8003072 A NL8003072 A NL 8003072A NL 8003072 A NL8003072 A NL 8003072A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- blade
- base plate
- sewing machine
- indexing
- cam
- Prior art date
Links
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D05—SEWING; EMBROIDERING; TUFTING
- D05B—SEWING
- D05B3/00—Sewing apparatus or machines with mechanism for lateral movement of the needle or the work or both for making ornamental pattern seams, for sewing buttonholes, for reinforcing openings, or for fastening articles, e.g. buttons, by sewing
- D05B3/12—Sewing apparatus or machines with mechanism for lateral movement of the needle or the work or both for making ornamental pattern seams, for sewing buttonholes, for reinforcing openings, or for fastening articles, e.g. buttons, by sewing for fastening articles by sewing
- D05B3/18—Sewing apparatus or machines with mechanism for lateral movement of the needle or the work or both for making ornamental pattern seams, for sewing buttonholes, for reinforcing openings, or for fastening articles, e.g. buttons, by sewing for fastening articles by sewing hooks or eyelets
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D05—SEWING; EMBROIDERING; TUFTING
- D05D—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES D05B AND D05C, RELATING TO SEWING, EMBROIDERING AND TUFTING
- D05D2207/00—Use of special elements
- D05D2207/02—Pneumatic or hydraulic devices
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D05—SEWING; EMBROIDERING; TUFTING
- D05D—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES D05B AND D05C, RELATING TO SEWING, EMBROIDERING AND TUFTING
- D05D2305/00—Operations on the work before or after sewing
- D05D2305/08—Cutting the workpiece
- D05D2305/12—Cutting the workpiece transversally
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- Sewing Machines And Sewing (AREA)
- Slide Fasteners (AREA)
- Outer Garments And Coats (AREA)
- Details Of Garments (AREA)
Description
’ * J* J
803213/Ke/sn803213 / Ke / sn
Korte aanduiding: Inrichting voor het vastzetten van ritssluiting- elementen aan weefsel,Short designation: Device for securing zipper elements to fabric,
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting om een ladder van ritssluitingelementen langs de naald van een naaimachine te voeren in tijdssamenhang met een heen en weer bewegende naald van die machine om de rechtstreekse vastzetting mogelijk te maken 5 van de elementen van de ritssluiting aan het weefsel van een kledingsstuk,The invention relates to a device for guiding a ladder of zipper elements along the needle of a sewing machine in time relationship with a reciprocating needle of that machine to allow the direct fastening of the elements of the zipper to the fabric of a piece of clothing,
In het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een inrichting van het type met een heen en weer beweegbaar blad dat gegrepen kan worden tussen naburige elementen van een reeks van 10 dergelijke ritssluitingelementen waaruit de ladder bestaat en een door de naaimachine aangedreven stangenstelsel om het blad in een doorlopende baan heen en weer te bewegen voor het verplaatsen van de ritssluitingelementen door de naaimachine gelijktijdig met en in tijdssamenhang met de heen en weer bewegende naald, 15 In een bekende inrichting van dit type vervulde het heen en weer beweegbare verplaatsingsblad ook de funktie van een mes dat naar keuze kan worden bediend om de verbindingsdraden van de ladder ritssluitingelementen door te snijden bij de voltooiing van het vastnaaien van een bepaald aantal elementen aan het weefsel, 20 Hoewel de onderhavige uitvinding daartoe niet beperkt is is hij in het bijzonder toepasbaar bij het aan weefsel vastnaaien van een ritssluiting van het type dat beschreven is in het Amerikaanse octrooischrift 3,414,948, welke ritssluiting bestaat uit twee ladders van in elkaar grijpende ritselementen met in hoofdzaak 25 U-vormige configuratie, die op gelijkmatige onderlinge afstanden worden gehouden door een paar verbindingsdraden die respectievelijk zijn ingesloten in de einden van de twee benen,In particular, the invention relates to a reciprocating blade type device that can be gripped between neighboring elements of a series of such zipper elements making up the ladder and a sewing machine-driven linkage about the sheet in a moving reciprocally for moving the zipper elements by the sewing machine simultaneously with and in time relationship with the reciprocating needle. In a known device of this type the reciprocating displacement blade also performed the function of a knife optionally operable to cut the ladder threads of zip fasteners upon completion of sewing a given number of elements to the fabric, although the present invention is not limited thereto, it is particularly applicable to fabric sewing on a zipper of the type described in U.S. Pat. No. 3,414,948, which zipper consists of two ladders of interlocking zipper elements having a substantially U-shaped configuration, which are kept evenly spaced by a pair of connecting threads enclosed in the ends of the two legs, respectively,
De uitvinding beoogt een verbeterde inrichting van het genoemde type te verschaffen die uitermate positief, nauwkeurig en 30 betrouwbaar werkt, en die met uitexmate hoge snelheden kan werken 80030 72 -2- gedurende lange tijdsperioden zonder dat hij behoeft te worden bij— gesteld*The object of the invention is to provide an improved device of the aforementioned type which operates extremely positively, accurately and reliably, and which can operate at extremely high speeds 80030 72 -2- for long periods of time without the need for adjustment *
Volgens de uitvinding wordt een inrichting verschaft waarin een rechtstreekse aandrijving wordt toegepast van de naaimachine 5 naar een aangedreven stangenstelsel om dit in tijdssamenhang met de heen en weer gaande beweging van de naald van de naaimachine te laten werken, verder is het verplaatsingsblad meegevend aan de onderplaat aangebracht en is een snijblad stevig aan de onderplaat bevestigd naast het verplaatsingsblad, waardoor bij bekrachtiging van 10 het verend bedienbare mechanisme de grondplaat daalt tot beneden zijn normale laagste stand en het verplaatsingsblad meegeeft waardoor het snijblad de draden kan doorsnijden· Bij voorkeur wordt het aangedreven stangenstelsel, met een bijbehorende grondplaat, alleen gedragen door het lichaam van de naaimachine en is het, tijdens het 15 lopen, onafhankelijk van en geïsoleerd van bewegingen van de heen en weer gaande naald of de drukvoet van de naaimachine·According to the invention, a device is provided in which a direct drive is applied from the sewing machine 5 to a driven rod system to allow it to operate in time with the reciprocating movement of the needle of the sewing machine, furthermore the displacement blade is yielding to the bottom plate attached and a cutting blade is securely attached to the base plate adjacent to the displacement blade, so that upon actuation of the resilient mechanism, the base plate drops below its normal lowest position and yields the displacement blade allowing the cutting blade to cut the wires. , with an associated base plate, carried only by the body of the sewing machine and, while walking, it is independent of and isolated from movements of the reciprocating needle or the presser foot of the sewing machine
De ondersteuning van de inrichting volgens de uitvinding rechtstreeks op het lichaam van de naaimachine heeft tot gevolg dat het aangedreven stangenstelsel en de heen en weer gaande bladen 20 totaal geïsoleerd worden van trilling die ontstaat uit de ongewisheden van dynamische en kinetische wisselwerking van de heen en weer bewegende naaldstang en de heen en weer gaande beweging van de drukvoet onder invloed van het weefseltransportmechanisme van de naaimachine· Hierdoor wordt de nauwkeurigheid verbeterd waarmee het 25 verplaatsingsblad tussen de opeenvolgende ritssluitingelementen terecht komt, zelfs bij uitzonderlijk hoge snelheden, en verder wordt op effektieve wijze de mogelijkheid uitgesloten van onbedoeld doorschieten van het verplaatsingsblad of van het snijblad onder invloed van die trillingen, en waardoor platdrukken, afslijten of kerven 30 van de draden van de ladder van de elementen zou kunnen ontstaan. Verder wordt, door de toepassing van een afzonderlijk verplaatsingsblad en een snijblad en door de verende ondersteuning van het ver- 800 30 72The support of the device according to the invention directly on the body of the sewing machine has the result that the driven rod system and the reciprocating blades 20 are completely isolated from vibration arising from the uncertainties of dynamic and kinetic interaction of the reciprocating moving needle bar and reciprocating movement of the presser foot under the influence of the fabric transport mechanism of the sewing machine · This improves the accuracy with which the displacement blade lands between the successive zipper elements, even at exceptionally high speeds, and further effectively possibility of unintentional slipping of the displacement blade or of the cutting blade under the influence of these vibrations, and which could cause flattening, wear or notching of the wires of the ladder of the elements. Furthermore, the use of a separate displacement blade and a cutting blade and the resilient support of the spreader 800 30 72
4 I4 I
-3- plaatsingsblad, de mogelijkheid van onbedoeld kerven van de draden van de ladder volledig uitgesloten*-3- placement sheet, the possibility of accidental notching the wires of the ladder completely excluded *
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de hand van de bijgaande tekening* 5 Fig0 A toont vergroot een dwarsdoorsnede door een lijn rits- sluitingelen»enten waarbij de uitvinding kan worden gebruikt;The invention will be elucidated hereinbelow with reference to the annexed drawing, [0018] Fig. A shows an enlarged cross-section through a line of zip fasteners which use the invention;
Fig. 1 toont perspektivisch een inrichting volgens de uitvinding, verbonden met een gewone naaimachine;Fig. 1 is a perspective view of a device according to the invention, connected to an ordinary sewing machine;
Fig. 2 is een doorsnede volgens de lijn 2-2 in fig. 1; 10 Fig* 3 is een doorsnede volgens de lijn 3-3 in fig. 2;Fig. 2 is a sectional view taken on the line 2-2 in FIG. 1; Fig. 3 is a sectional view taken on the line 3-3 in Fig. 2;
Fig. 4 is een achteraanzicht van de inrichting met een cylinder en een bovenste deel van een eindplaat van de inrichting weggebroken;Fig. 4 is a rear view of the device with a cylinder and an upper part of an end plate of the device broken away;
Fig. 5 is een sterk vergroot vooraanzicht van de plaats waar 15 de machine naait;Fig. 5 is a greatly enlarged front view of the location where the machine sews;
Fig. 6 is een doorsnede volgens de lijn 6-6 in fig. 5;Fig. 6 is a section on line 6-6 in FIG. 5;
Fig. 7 is een sterk vergrote doorsnede volgens de lijn 7-7 in fig. 15;Fig. 7 is a greatly enlarged section taken along line 7-7 in FIG. 15;
Fig. 8 is een gedeeltelijke doorsnede volgens de lijn 8-8 in 20 fig· 4, waarbij een deel van een aanvoer- en snijinrichting en een drukvoet weggebroken is om de inwendige constructie te laten zien;Fig. 8 is a partial sectional view taken along line 8-8 in FIG. 4, with part of a feed and cutting device and a presser foot broken away to show the internal structure;
Fig. 8a is een vooraanzicht bij fig. 8 waarin de aanvoer- en snijbladen van de inrichting opgelicht zijn boven de ritssluiting-elementen; 25 fig· 9 toont op dezelfde wijze als fig. 8 de aanvoer- en snijinrichting met het voorste einde naar beneden zodat hij zich tussen de elementen in de lijn bevindt;Fig. 8a is a front view of FIG. 8 in which the feed and cutting blades of the device are lifted above the zipper elements; Fig. 9 shows in the same manner as Fig. 8 the feeding and cutting device with the front end downwards so that it is in line between the elements;
Fig, 9a toont op dezelfde wijze als fig. 8a het aanvoerblad dat zich in de lijn rits sluiting element en bevindt, waarbij het linker-30 gedeelte van het aanvoerblad weggebroken is om het snijblad te laten zien;Fig. 9a shows in the same manner as Fig. 8a the feed blade which is in the in-line zipper closure element, the left side of the feed blade being broken away to show the cutting blade;
Fig. 10 is vergelijkbaar met fig. 8 en 9 maar toont de aanvoeren snijinrichting naar achteren getrokken tot het einde van de slag 80030 72 -4- en een drukstang die het voorste einde van de aanvoer- en snijin-richting naar beneden drukt zodat het snijblad de verbindingsdraden van de lijn ritssluitingelementen kan doorsnijden;Fig. 10 is similar to FIGS. 8 and 9 but shows the feed cutting machine pulled back to the end of the stroke 80030 72 -4- and a push rod that pushes the front end of the feeding and cutting device so that the cutting blade connecting threads of the line of zipper elements;
Fig. 10a is vergelijkbaar met fig· 9a maar toont het snijblad 5 terwijl het bezig is de verbindingsdraden door te snijden;Fig. 10a is similar to FIG. 9a but shows the cutting blade 5 in the process of cutting the connecting wires;
Fig. 11 toont op sterk vergrote schaal het omcirkelde gedeelte van fig. 9 waarin het aanvoerblad zich bevindt tussen naburige ritssluitingelementen in een lijn;Fig. 11 is a greatly enlarged scale view of the circled portion of FIG. 9 in which the feed sheet is positioned in-line between adjacent zip fasteners;
Fig, 12 is een doorsnede volgens de lijn 12-12 in fig. 2; 10 Fig. 13 is, op veel grotere schaal, een gedeeltelijke door snede volgens de lijn 13-13 in fig. 2;Fig. 12 is a section on line 12-12 in Fig. 2; FIG. 13 is, on a much larger scale, a partial section along line 13-13 in FIG. 2;
Fig· 14 toont op grotere schaal een gedeeltelijke doorsnede volgens de lijn 14-14 in fig. 2;Fig. 14 is an enlarged partial sectional view taken on the line 14-14 in Fig. 2;
Fig· 15 toont op grotere schaal een doorsnede volgens de lijn 15 15-15 in fig. 2;Fig. 15 shows a cross-section along the line 15-15-15 in Fig. 2;
Fig. 16 is een doorsnede volgens de lijn 16—16 in fig· 2;Fig. 16 is a section on line 16-16 in FIG. 2;
Fig. 17 toont op grotere schaal gedeeltelijk met uiteengenomen onderdelen perspektivisch het voorste einde van de aanvoer- en snij-elementen; 20 Fig· 18 is een doorsnede volgens de lijn 18-18 in fig. 6, en fig. 19 toont de naaivoet perspektivisch waarbij de aanvoeren snijinrichting en het montageblok zijn verwijderd.Fig. 17 is a larger-scale partial exploded view of the front end of the feed and cutting elements; Fig. 18 is a sectional view taken on the line 18-18 in Fig. 6, and Fig. 19 shows the presser foot perspective, with the cutting device supplies and the mounting block removed.
Ter vergemakkelijking van het begrip van de inrichting volgens de uitvinding zal allereerst de struktuur worden beschreven van de 25 ritselementen waarbij de inrichting volgens de uitvinding van nut is. De betreffende ritssluiting bestaat uit twee ladders of lijnen van in elkaar passende ritselementen, waarvan een representatief element in fig. A in het algemeen door E is aangeduid· Het bestaat uit benen L die verbonden zijn door een centrale ronding B met een 30 verdikte kop H. De buitenste delen van de benen worden gevormd door inkepingen N om redenen die duidelijk zullen worden· De afzonderlijke elementen worden op gelijkmatige onderlinge afstanden gehouden door een stel verbindingsdraden C die in de uiteinden van de benen zijn 80030 72 -5- opgesloten. Een inrichting volgens de uitvinding wordt in fig. 1 in het algemeen door 10 aangeduid en is weergegeven in de toestand waarin hij bevestigd is aan een industriële naaimachine 12 met naalden 14 aan het ondereinde van de (niet weergegeven) naaldstangen· 5 Er is een bed of draagplatform 18 aanwezig, waaronder het gebruikelijke mechanisme aanwezig is met een spoelstelsel en middelen om de spoel en de hoofddraden onderling te verbinden en om het weefsel door te voeren naarmate het naaien voortgaat·In order to facilitate the understanding of the device according to the invention, the structure of the zip elements will first be described, whereby the device according to the invention is useful. The zipper in question consists of two ladders or lines of mating zipper elements, a representative element of which is generally indicated by E in Fig. A. It consists of legs L which are connected by a central curve B with a thickened head H The outer parts of the legs are formed by notches N for reasons which will become apparent · The individual elements are kept evenly spaced by a set of connecting wires C enclosed in the ends of the legs 80030 72-5. A device according to the invention is generally indicated by 10 in Fig. 1 and is shown in the condition in which it is attached to an industrial sewing machine 12 with needles 14 at the lower end of the needle bars (not shown) · 5 There is a bed or support platform 18, including the conventional mechanism with a bobbin assembly and means for interconnecting the bobbin and the main threads and advancing the fabric as sewing continues
Er is een speciale voet 20 aanwezig die het in bewerking 10 zijnde weefsel F tegen het bed of platform 18 aandrukt· Stripaan-voerbuizen 21, die door niet weergegeven middelen worden gedragen, leveren strips af aan de voet·A special foot 20 is present which presses the fabric F in operation 10 against the bed or platform 18. Strip feed pipes 21, which are carried by means not shown, deliver strips to the foot ·
Een eindplaat 22 van de inrichting volgens de uitvinding vervangt de gebruikelijke eindplaat van de naaimachine 12 en is bij-15 voorbeeld met bouten bevestigd aan het naaimachinegestel. De eindplaat 22 heeft een naar boven gericht uitsteeksel 22a· Een einde van een aandrijfas 24 is draaibaar in de plaat gelegerd. De as 24 wordt aangedreven door de motor van de naaimachine zodat de draaiing in de tijd aangepast is aan het heen en weer bewegen van de naaiden 20 14. De voet 20 is aan het ondereinde van een voetstang 26 (fig· 3) aangebracht, die naar beneden gedrukt wordt door een instelbare veer 27 en op de gebruikelijke wijze verticaal binnen het leger 29 heen en weer kan bewegen. Hij wordt door de naaimachine in werking gesteld bij bekrachtiging van niet weergegeven bedieningsmiddelen, Hij is 25 in fig· 2 in de laagste stand weergegeven maar kan omhoog wanneer hij wordt bekrachtigd om het weefsel ongehinderd door te laten,An end plate 22 of the device according to the invention replaces the usual end plate of the sewing machine 12 and is, for example, bolted to the sewing machine frame. The end plate 22 has an upwardly projecting projection 22a. One end of a drive shaft 24 is rotatably mounted in the plate. The spindle 24 is driven by the motor of the sewing machine so that the rotation in time is adapted to the sewing of the seams 20 14. The foot 20 is arranged at the bottom end of a foot bar 26 (fig. 3), which is pressed down by an adjustable spring 27 and can reciprocate vertically within the bearing 29 in the usual manner. It is operated by the sewing machine when energizing actuating means (not shown), it is shown in the lowest position in fig. 2 but can be raised when energized to allow the fabric to pass freely,
De voet 20 bestaat in het bijzonder uit een montageblok 28 dat omgekeerd T-vormig is (fig. 5), Het blok 28 is verticaal door-boord om het ondereinde van de voetstang 26 op te nemen, en een 30 borgschroef 30 houdt de twee delen in de juiste stand· Door bouten is aan de andere kant van de buitenwaartse flenzen 32 van het blok 28 het omgekeerde profielblok 34 vastgezet, dat de onderplaten 36, 37, 38 draagt. In deze constructie ontstaat een opening 39 waardoorThe foot 20 typically consists of a mounting block 28 which is inverted T-shaped (Fig. 5), The block 28 is vertically pierced to receive the lower end of the foot bar 26, and a retaining screw 30 holds the two parts in the correct position · Bolted on the other side of the outward flanges 32 of the block 28 the inverted profile block 34, which supports the bottom plates 36, 37, 38. In this construction an opening 39 is created through which
Ann 7n 79 -6- de kop van een aanvoer- en snijinrichting 40 (fig. 7) kan worden doorgelaten·Ann 7n 79-6 the head of a feeding and cutting device 40 (fig. 7) can be passed ·
Zoals weergegeven in fig· 1, 18 en 19 zijn de zijkanten van het voorste einde van het profielelement 34 voorzien van schuine naar 5 voren gerichte vleugels 34a en 34b· Deze vleugels helpen bij het dragen van de buitenste onderplaten of glijders 36 en 38 (fig. 5, 6 en 7)· Een middelste onderplaat 37 is, evenals de buitenste platen, met bouten op de weergegeven wijze bevestigd aan het omgekeerde profielblok 34· Het middelste deel 35 (fig· 18 en 19) van het omge-10 keerde profielblok 34 steekt naar voren, loopt omhoog bij 35a en gaat daarna naar beneden zodat een inkeping 42 (fig. 6) ontstaat in dwarsrichting·As shown in fig.1, 18 and 19, the sides of the front end of the profile element 34 are provided with oblique forward facing wings 34a and 34b.These wings assist in carrying the outer bottom plates or glides 36 and 38 (fig. 5, 6 and 7) · A middle bottom plate 37, like the outer plates, is bolted to the inverted profile block 34 in the manner shown. The middle part 35 (fig. 18 and 19) of the inverted profile block 34 protrudes forward, ascends at 35a and then descends to form a notch 42 (fig. 6) in transverse direction
Zoals het beste blijkt uit fig· 6 en 19 liggen de buitenste onderplaten 36 en 38 op afstand van de middelste onderplaat 37 zodat 15 kanalen 44 respectievelijk 46 ontstaan. Men ziet dat het omgekeerde profielblok 34 (fig. 7) bij 48 en 50 voorzien is van groeven die met het oog op de ruimte tegenover de kanalen 44 en 46 liggen. De kanalen 44 en 46 worden elk gevormd door een paar schuinstaande flenzen 52a en 52b respectievelijk 54a en 54b, die grijpen in de inkepingen N 20 (fig· A) van de afzonderlijke ritselementen om ze te helpen dragen wanneer ze door de voet 20 lopen·As best shown in Figures 6 and 19, the outer bottom plates 36 and 38 are spaced from the center bottom plate 37 to form channels 44 and 46, respectively. It can be seen that the inverted profile block 34 (FIG. 7) at 48 and 50 has grooves opposite the channels 44 and 46 in view of the space. Channels 44 and 46 are each formed by a pair of angled flanges 52a and 52b 54a and 54b, respectively, which engage the notches N 20 (Fig · A) of the individual zipper elements to help wear them as they pass through the foot 20
De ritslijnen worden bovendien gedragen door een draadgeleider 60 (fig. 5, 6) die in hoofdzadc U-voxmig is, met een middenstuk 60a dat voorzien is van een bocht 60b die vastgehouden wordt door 25 de kop van een bout 62, zodat hij binnen de groef 42 van het profielblok blijft. De geleider loopt aan de einden van het middenstuk naar beneden, bij 60c, in de kanalen 44 en 46 en eindigt in naar achteren gerichte stukken 60d die zich bevinden tussen de flenzen 52a en 52b respectievelijk 54a en 54b· Wanneer de rijen ritselementen zich door 30 de voet 20 verplaatsen dient de draadgeleider 60 er voor om te zorgen dat de U-vormige elementen voldoende uit elkaar staan en de juiste hoek innemen wanneer ze het naaistation naderen (zie X in fig. 6)·The zipper lines are additionally carried by a thread guide 60 (fig. 5, 6) which is in main saddle U-shaped, with a center piece 60a having a bend 60b held by the head of a bolt 62 so that it is inside the groove 42 of the profile block remains. The guide runs downward at the ends of the center section, at 60c, into channels 44 and 46 and terminates in rearward facing sections 60d located between flanges 52a and 52b 54a and 54b, respectively. When the rows of zipper elements extend through 30 moving the foot 20, the thread guide 60 serves to ensure that the U-shaped elements are sufficiently spaced and take the correct angle as they approach the sewing station (see X in fig. 6)
De achtereinden van het stuk 60d geven een soort paleffekt om elke 80030 72 t * -7- voorwaaxtse verplaatsing van de rijen ritselementen te voorkomen wanneer de aanvoer- en snijinrichting naar voren gaat·The rear ends of the piece 60d provide a kind of ratchet effect to prevent any forward movement of the rows of zipper elements every 80030 72 t * -7- when the feed and cutting device advances
De aanvoer- en snijinrichting 40 omvat vooraan een basisplaat 70 die gedragen wordt boven de bodem van het middenstuk van het om-5 gekeerde profielblok. Bij het achtereinde van de basisplaat 70 is een stel verticale geplaatste zijplaten 72 bevestigd (fig. 8) die op afstanden worden gehouden door een afstandselement 74· De voorste einden van de zijplaten 72 lopen schuin, zoals weergegeven in fig· 8, waar ze één geheel voxmen met de basisplaat 70« Een verende 10 strip 76 ligt boven de basisplaat 70, en het achtereinde ervan is eraan bevestigd door een bout 78 (fig. 7)· Het voorste einde ervan loopt door tot voorbij het einde van de plaat 70.The feeding and cutting device 40 comprises at the front a base plate 70 which is carried above the bottom of the middle part of the inverted profile block. Attached to the rear end of the base plate 70 is a set of vertically positioned side plates 72 (FIG. 8) spaced by a spacer 74 · The front ends of the side plates 72 are inclined as shown in FIG. 8 where they are one Fully mold with the base plate 70. A resilient strip 76 rests above the base plate 70, and its rear end is secured to it by a bolt 78 (Fig. 7). Its front end extends beyond the end of the plate 70.
Het voorste einde van de plaat 70 is voorzien van een paar pennen 80, 82 (fig* 6, 17) met onderlinge afstand die, zoals weer-15 gegeven, naar voren lopen· De pennen worden opgenomen in ruime openingen 84 in een plat, omgekeerd U-vormig snijblad 86 met een naar beneden gekeerd V-vormig mes 88 aan beide uiteinden· Men merke de middelste opening 90 op· Een aanvoer- of indexeringsblad 92 is op dezelfde wijze vlak en omgekeerd U-vormig en is voorzien van een 20 paar naar beneden gerichte uitsparingen 94, terwijl het aanvoerblad aan de beide ondereinden bij 96 dunner is en aan de benedeneinden voorzien is van uitsnijdingen 98, waarbij elke uitsnijding een tong 100 in het midden heeft. Men merke de middelste opening 102 op.The front end of the plate 70 is provided with a pair of spaced pins 80, 82 (FIG. 6, 17) which, as shown, extend forward. The pins are received in ample openings 84 in a flat, inverted U-shaped cutting blade 86 with a downward-facing V-shaped blade 88 at both ends · The center opening 90 is noted · A feed or indexing blade 92 is similarly flat and inverted U-shaped and is provided with a 20 pair of downwardly directed recesses 94, while the feeder blade is thinner at both bottom ends at 96 and has cutouts 98 at the lower ends, each cut having a tongue 100 in the center. The central opening 102 is noted.
Een klemplaat 110, ook omgekeerd U-vormig, is voorzien van 25 een centrale opening 111 en openingen 112 (fig. 17) waarin de einden van de pennen 80, 82 worden opgenomen nadat ze door de openingen 84, 94 zijn gestoken in het snij- en het aanvoerblad· De plaat 110 heeft aan de achterkant een tussenring 113 om de opening 111« Een bout 114 steekt door de centrale openingen 111, 102 en 90 en past 30 in een tapgat 116 in de basisplaat 70 om het geheel bij elkaar te houden. De tussenring 113 steekt door de opening 102 in het aanvoerblad 92 en ligt strak aan tegen het snijblad 86 (fig· 18)· De tussenring 113 is dikker dan het aanvoerblad 92 en maakt het dus mogelijk 0ΩΑ 7 Π 79 -8- dat het aanvoerblad 92 verticaal ten opzichte van de tussenring beweegt.A clamping plate 110, also inverted U-shaped, is provided with a central opening 111 and openings 112 (fig. 17) in which the ends of the pins 80, 82 are received after they have been inserted in the cutting through the openings 84, 94 - and the feed sheet · The plate 110 has an intermediate ring 113 at the back around the opening 111. A bolt 114 protrudes through the central openings 111, 102 and 90 and fits 30 in a tap hole 116 in the base plate 70 to assemble the whole. to keep. The intermediate ring 113 protrudes through the opening 102 in the feed blade 92 and lies tightly against the cutting blade 86 (fig. 18). The intermediate ring 113 is thicker than the feed blade 92 and thus allows the 0ΩΑ 7 Π 79 -8- to be the feed blade. 92 moves vertically with respect to the intermediate ring.
Zoals het beste blijkt uit fig. 5 wordt het aanvoerblad 92 naar beneden gedrukt door de veer 76 en is de normale positie dat 5 de boveneinden van de uitsparingen 94 aanliggen tegen de pennen 80, 82. 0e veerstrip 76 geeft mee onder bovenwaarts gerichte kracht op het aanvoerblad 92 zodat dit blad, na stuiten op het oppervlak 35a (fig. 10) naar boven beweegt ten opzichte van de pennen 80, 82. Het snijblad 86 wordt, zoals uiteengezet, stevig vastgehouden ten op-10 zichte van de basisplaat 70.As best shown in Fig. 5, the feed blade 92 is pushed down by the spring 76 and the normal position is that the upper ends of the recesses 94 abut the pins 80, 82. The spring strip 76 yields under upward force the feed blade 92 such that, upon impact on the surface 35a (Fig. 10), this blade moves upwardly relative to the pins 80, 82. The cutting blade 86, as explained, is held tightly relative to the base plate 70.
Zoals vermeld omvat de aanvoer- en snijinrichting 40 de twee langwerpige zijplaten 72 waartussen zich het afstandselement 74 bevindt. Een pen 120 loopt tussen de zijplaten 72 en is gelegerd in een kraag 122 met een centrale opening en platte zijkanten.As mentioned, the feeding and cutting device 40 comprises the two elongated side plates 72 between which the spacer element 74 is located. A pin 120 runs between the side plates 72 and is alloyed in a collar 122 with a central opening and flat sides.
15 Een draagarm 124 (fig. 8) is scharnierend aan de eindplaat 22 van de naaimachine bevestigd door een pin 126 die loopt door een verhoogd gedeelte tussen de uiteinden van de arm 124. Het ondereinde van de arm 124 is voorzien van een langwerpige sleuf 127 waarin de kraag 122 is opgenomen. Een veer 128 drukt de kraag 122 naar bene-20 den. Het ondereinde van de sleuf 127 is voorzien van naar binnen gerichte vingers 127a die aanslagen vormen voor het onderste einde van de beweging van de kraag 122 in de sleuf 127.A carrying arm 124 (fig. 8) is hinged to the sewing machine end plate 22 by a pin 126 passing through a raised portion between the ends of the arm 124. The lower end of the arm 124 is provided with an elongated slot 127 in which the collar 122 is included. A spring 128 presses the collar 122 down. The lower end of the slot 127 is provided with inwardly pointing fingers 127a which form stops for the lower end of the movement of the collar 122 in the slot 127.
De aanvoer- en snijinrichting 40 wordt aldus zwevend gedragen op de arm 124, waarbij voor de kraag 122 een in hoofdzaak ver-25 ticale glijbeweging in de sleuf 127 mogelijk is. Het boveneinde van de arm 124 draagt een volgwiel 130 dat draaibaar is op een pen 132 die gedragen wordt door de arm 124. Zoals weergegeven in fig. 13 bevindt het wiel 130 zich op afstand buiten de plaat 22.The feeding and cutting device 40 is thus floatingly mounted on the arm 124, whereby for the collar 122 a substantially vertical sliding movement in the slot 127 is possible. The upper end of the arm 124 carries a follower wheel 130 which is rotatable on a pin 132 carried by the arm 124. As shown in Fig. 13, the wheel 130 is spaced outside the plate 22.
Het achtereinde van de aanvoer- en snijinrichting 40 is 30 voorzien van een pen 140 die zich uitstrekt tussen de op afstand gelegen zijplaten 72. Tussen deze platen loopt de pen door een opening in een verbindingsorgaan 142, waarvan het boveneinde door een pen 144 scharnierend bevestigd is aan een soort lopende arm 800 3 0 72 -9- 146 die scharnierend aan de plaat 22 is bevestigd door een stevig daarop aangebrachte bout 148« Het andere einde van de arm draagt een tweede volgwiel 150«The rear end of the feeding and cutting device 40 is provided with a pin 140 which extends between the spaced side plates 72. Between these plates the pin passes through an opening in a connector 142, the top end of which is hinged by a pin 144 is to a type of running arm 800 3 0 72 -9- 146 which is hinged to the plate 22 by a bolt 148 «firmly mounted thereon« The other end of the arm carries a second tracking wheel 150 «
Zoals vermeld draait de stang 24 in een leger dat aangebracht 5 is in de eindplaat 22· Binnen de plaat is op de stang 24 (fig· 13) een eerste excentrische nok 160 stevig aangebracht, die voortdurend in aanraking is met het volgwiel 150 en, wanneer de stang 24 draait, ervoor zorgt dat het volgwiel 150 op en neer beweegt. Dit veroorzaakt op zijn beurt een oscillerende beweging van de lopende arm 10 146, en de beweging van het achtereinde daarvan wordt door het ver bindingsstuk 142 overgebracht op het achtereinde van de aanvoer- en snijinrichting 40· Terwijl dit achtereinde op en neer beweegt, gaat het voorste einde, dat de aanvoer- en snijbladen draagt, dienovereenkomstig neer en op (fig· 8).As mentioned, the rod 24 rotates in a bearing mounted in the end plate 22. · Within the plate, on the rod 24 (fig. 13), a first eccentric cam 160 is firmly mounted, which is in constant contact with the follower wheel 150 and, when the rod 24 rotates, the tracking wheel 150 moves up and down. This, in turn, causes an oscillating movement of the running arm 10 146, and the movement of the rear end thereof is transferred by the connecting piece 142 to the rear end of the feed and cutting device 40 · As this rear end moves up and down, the front end, which carries the feed and cutting blades, down and up accordingly (fig. 8).
15 Naar binnen ten opzichte van de nok 160 draagt de stang 24 vrij een forceernok 170 (fig· 13) die voorzien is van een neus 170a· Als een geheel met de neus steekt naar achteren een arm 172 waardoor de nok 170 kan worden verdraaid zelfs wanneer de stang 24 zelf draait. Verder naar binnen ten opzichte van de nok 170 draagt de 20 stang 24 vast een tweede excentrische nok 180, Deze nok ligt aan tegen het volgwiel 130 (fig* 13) en beweegt deze naar voren en naar achteren (fig. 2) welke beweging weerspiegeld wordt in een corresponderende achter- en voorwaartse beweging van het ondereinde van de arm 124· Deze beweging doet corresponderende bewegingen ontstaan 25 van de aanvoer- en snijinrichting 40. Nog verder naar binnen wordt de as 24 gedragen door een legerplaat 186 die de stang in zijn beweging stabiel houdt· Binnen de legerplaat 186 wordt de stang 24 door niet weergegeven middelen aangedreven· Tijdens de werking heeft de voortdurende draaiing van de stang 24 een beweging tot gevolg van 30 het voorste einde van de aanvoer- en snijinrichting 40, waardoor in het algemeen een vierkante of rechthoekige baan wordt gevolgd die verdergaat in linksomgaande zin, gezien in fig. 2· Men zal overigens opmerken dat het bovenste deel van de arm 124 naar rechts wordt ge- finrt tη ίο -10- drukt (fig. 8) door een veereenheid 190, en dat het achtereinde van de lopende arm 146 naar beneden wordt gedrukt door een veereenheid 192 om te zorgen voor een voortdurende aanraking tussen de volgers en de verschillende nokken op elk moment.Inwardly with respect to the cam 160, the rod 24 freely carries a force cam 170 (fig. 13) which is provided with a nose 170a · As one unit with the nose protrudes an arm 172 through which the cam 170 can be rotated even when the rod 24 itself rotates. Further inward of the cam 170, the rod 24 fixedly carries a second eccentric cam 180. This cam abuts the tracking wheel 130 (Fig. 13) and moves it forward and backward (Fig. 2) which reflects movement. is produced in a corresponding back and forward movement of the lower end of the arm 124 · This movement creates corresponding movements of the feeding and cutting device 40. Even further inward, the shaft 24 is carried by an bearing plate 186 which holds the rod in its keeps movement stable · Within the bearing plate 186, the rod 24 is driven by means not shown · During operation, the continuous rotation of the rod 24 results in a movement of the front end of the feeding and cutting device 40, as a result of which generally a square or rectangular path is followed which continues in a counterclockwise direction, as seen in fig. 2 · It will be noted that the upper part of the arm 124 is turned to the right finn tη ίο -10- (fig. 8) by a spring unit 190, and that the rear end of the running arm 146 is pressed down by a spring unit 192 to ensure a continuous contact between the followers and the various cams at any time.
5 Het resultaat van de rechthoekbeweging van het vooiste einde van de aanvoer- en snijinrichting 40 wordt het beste duidelijk aan de hand van fig. 11. Het werkzame einde 96 van het aanvoer-element 92 zal, wanneer de beweging van de inrichting tot stand komt, herhaaldelijk terecht komen tussen achtereenvolgende paren 10 ritselementen E en deze over een afstand van een element naar rechts bewegen. Het gevolg is dat een volledige omwenteling van de stang 24 tot gevolg heeft dat de rij ritselementen over een eenheidsaf-stand naar rechts gaat. Terwijl deze beweging steeds wordt herhaald worden de rijen ritselementen tezamen door de naaivoet bewogen en 15 worden de rijen in een zodanige stand in de kanalen 44 en 46 gehouden door de flenzen 52a, 52b en 54a, 54b alsmede door het draad-element 60, dat de naalden 14 (fig. 1) in de normale slag elk van de achtereenvolgende elementen vastnaaien aan het weefsi F.The result of the rectangular movement of the correct end of the feeding and cutting device 40 is best understood with reference to Fig. 11. The active end 96 of the feeding element 92 will, when the movement of the device comes about repeatedly land between successive pairs of zipper elements E and move them to the right a distance of one element. As a result, a complete revolution of the rod 24 causes the row of zipper elements to move to the right over a unit distance. While this movement is repeated repeatedly, the rows of zipper elements are moved together by the presser foot and the rows are held in such a position in channels 44 and 46 by flanges 52a, 52b and 54a, 54b as well as by thread element 60, which the needles 14 (fig. 1) in the normal stroke sew each of the successive elements to the fabric F.
Zoals goed blijkt uit fig. 2 is de cylinder- zuigereenheid 20 200 met zijn boveneinde door middel van een pen 202 scharnierend bevestigd aan het boveneinde 22a van de plaat 22. Een zuigerstang onderaan de eenheid 22 is bevestigd aan een trekstuk 204 dat een pen 206 draagt. De pen 206 grijpt een verbindingsstang 208 tussen de uiteinden daarvan. Het voorste einde van de verbindingsstang 25 208 is bevestigd aan een kraag 210 aan het bovenste einde van de drukvoetstang 26. Een neerdrukstang 220 voor het snijelement is bevestigd in de plaat 22 en loopt naar beneden tot nabij de basisplaat 70. Zoals weergegeven in fig. 2 is de verbindingsstang 208 nabij het linkereinde voorzien van een sleuf 212. Een dwarspen 214, 30 die vast aangehracht is aan de neerdrukstang 220, bevindt zich in de sleuf 212. Aan het achtereinde van het verbindingselement 208 is een tweede verbindingselement 230 scharnierend door middel van 80030 72 » * -11- een pen 2320 Het ondereinde van het verbindingsstuk 230 is door middel van een pen 234 scharnierend bevestigd aan de arm 172 van de doordruknok 170·As can be clearly seen from Fig. 2, the cylinder piston unit 20 200 is hinged with its top end by a pin 202 to the top end 22a of the plate 22. A piston rod at the bottom of the unit 22 is attached to a pull 204 which is a pin 206 wear. The pin 206 engages a connecting rod 208 between its ends. The front end of the connecting rod 25 208 is attached to a collar 210 at the upper end of the presser foot rod 26. A cutting element hold-down rod 220 is mounted in the plate 22 and extends down to the base plate 70. As shown in FIG. 2, the connecting rod 208 is provided with a slot 212 near the left end. A cross pin 214, 30 fixedly attached to the hold-down rod 220 is located in the slot 212. At the rear end of the connecting element 208, a second connecting element 230 is hinged by means of of 80030 72 »* -11- a pin 2320 The lower end of the connecting piece 230 is hinged to the arm 172 of the push-through cam 170 by means of a pin 234 ·
Zoals weergegeven in fig, 9 en 10 heeft het omlaag gaan van de 5 arm 172 tot gevolg dat de neus 170a aandrukt tegen de volger 130 zodat de nok 180 buiten werking wordt gesteld (fig. 13) en de veereenheid 190 zorgt er dan voor dat de volger 130 naar links beweegt ongeacht de stand van nok 180. Dit veroorzaakt uiteraard volledige terugtrekking of verplaatsing naar rechts (fig. 2) van de aanvoer-10 en snijinrichting 40.As shown in FIGS. 9 and 10, the lowering of the arm 172 causes the nose 170a to press against the follower 130 so that the cam 180 is disengaged (FIG. 13) and the spring unit 190 then causes the follower 130 moves to the left regardless of the position of cam 180. This, of course, causes complete retraction or displacement to the right (Fig. 2) of the feed 10 and cutter 40.
Wanneer de inrichting werkt wordt het omlaag gaan van de arm 172, weergegeven in fig. 8, 9 en 10, tot stand gebracht door het omlaag gaan vqn het trekstuk 204 (fig. 2) door de zuigercylinder-inrichting 200 die in werking wordt gesteld door niet weergegeven 15 middelen. Het omlaag gaan van het trekstuk 204 brengt uiteraard het rechter einde van het verbindingsstuk 208 omlaag. Gelijktijdig heeft omlaag gaan van het verbindingsstuk 208 door middel van de pen 214 het neerdrukken van de neerdrukstang 220 tot gevolg. Dit veroorzaakt dat het onderste gepunte uiteinde van de neerdrukstang 220 in aan-20 raking komt met de bedplaat 70 (vergelijk fig. 9 en 10). Men ziet dat, wanneer dit op dit moment wordt gedaan, doordat de doordrukneus 170a aanligt tegen de volger 130, de aanvoer- en snijinrichting 40 geen horizontale beweging meer kan uitvoeren ondanks het feit dat de naalden 14 en de aanvoerinrichting 17 van de naaimachine verder 25 werken.When the device is operating, the lowering of the arm 172, shown in Figures 8, 9 and 10, is accomplished by the lowering of the puller 204 (Figure 2) by the piston cylinder device 200 being actuated. by means not shown 15. Lowering the puller 204 naturally lowers the right end of the connector 208. At the same time, the lowering of the connecting piece 208 by means of the pin 214 results in the downward pressing of the push-down rod 220. This causes the lower pointed end of the hold-down rod 220 to contact the bed plate 70 (compare FIGS. 9 and 10). It will be seen that, when this is done at this time, because the piercing nose 170a abuts the follower 130, the feed and cutting device 40 can no longer perform horizontal movement despite the fact that the sewing machine needles 14 and feed device 17 are further to work.
Door het neerdrukken van de bedplaat 70 door de stang 220 beweegt het voorste einde van de inrichting 40 naar beneden. Omdat ze omlaag gaan komen de einden 96 van het aanvoerblad 92 tegen de verbindingsdraden C. Het verder omlaag gaan van het voorste einde 30 van de inrichting 40 heeft tot gevolg dat het aanvoerblad 92 stuit tegen het oppervlak 35a (fig. 10) en naar boven glijdt op pennen 80, 82, waardoor de veerplaat 76 gedwongen wordt om mee te geven.As the bed plate 70 is pressed down by the rod 220, the front end of the device 40 moves downward. As they go down, the ends 96 of the feeder blade 92 come against the connecting wires C. Continuing to lower the front end 30 of the device 40 causes the feeder 92 to butt against the surface 35a (Fig. 10) and upwardly. slides on pins 80, 82, forcing the spring plate 76 to yield.
Wanneer het voorste einde verder omlaag gaat snijdt het snijblad 86 fi Π Λ 7 Λ 70 -12- de draden C tussen twee elementen door0When the front end goes down further, the cutting blade 86 cuts fi Λ 7 Λ 70 -12- the wires C between two elements 0
Er dient te worden opgemerkt dat zelfs met de neerdrukstang 220 naar beneden, de voet 20 in het voorste einde van de aanvoeren snijinrichting 40 omhoog gebracht kunnen worden omdat de kraag 5 210 en het voorste einde van het verbindingsstuk 208 omhoog gaan met de voet en de veer 128 (fig· 2) sanendrukt·It should be noted that even with the hold-down rod 220 down, the foot 20 in the front end of the feed cutting device 40 can be raised because the collar 210 and the front end of the connector 208 rise with the foot and the spring 128 (fig.2) saning pressed
Uiteraard kan de besturing van de inrichting volgens de uitvinding plaats vinden met behulp van een geschikte halfgeleider-inrichting. Oergelijke inrichtingen kunnen naar keuze zo worden ge-10 programmeerd dat de lengte van de ritssluiting, de lengte van het voorstuk en de lengte van het achterstuk alsmede de vastzettings-steken enz· worden geprogrammeerd·The control of the device according to the invention can of course take place with the aid of a suitable semiconductor device. Such devices can optionally be programmed to program the length of the zipper, the length of the front piece and the length of the back piece as well as the securing stitches etc.
De inrichting volgens de uitvinding vormt een betrouwbaar middel om ritssluitingstrips rechtstreeks vast te zetten aan het 15 weefsel van een kledingstuk· Het is van belang om op te merken dat er naar een dergelijke inrichting een aanzienlijke vraag bestaat.The device according to the invention forms a reliable means for fastening zip fasteners directly to the fabric of a garment. It is important to note that there is considerable demand for such a device.
- conclusies - 800 30 72- conclusions - 800 30 72
Claims (10)
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US4344379A | 1979-05-29 | 1979-05-29 | |
| US4344379 | 1979-05-29 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8003072A true NL8003072A (en) | 1980-12-02 |
Family
ID=21927200
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8003072A NL8003072A (en) | 1979-05-29 | 1980-05-28 | DEVICE FOR SECURING ZIPPER ELEMENTS TO TISSUE. |
Country Status (17)
| Country | Link |
|---|---|
| JP (1) | JPS5627203A (en) |
| AU (1) | AU533393B2 (en) |
| BE (1) | BE883542A (en) |
| BR (1) | BR8003366A (en) |
| CA (1) | CA1133325A (en) |
| CH (1) | CH648458A5 (en) |
| DE (1) | DE3020476A1 (en) |
| DK (1) | DK230080A (en) |
| ES (1) | ES492270A0 (en) |
| FR (1) | FR2457647A1 (en) |
| GB (1) | GB2052579B (en) |
| IT (1) | IT1149966B (en) |
| NL (1) | NL8003072A (en) |
| NO (1) | NO150382C (en) |
| NZ (1) | NZ193859A (en) |
| SE (1) | SE434854B (en) |
| ZA (1) | ZA803017B (en) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3872038T2 (en) * | 1987-04-22 | 1993-01-14 | Yoshida Kogyo Kk | MACHINE FOR HANDLING A LONG-TERM ITEM WITH AN UNLOADING DEVICE. |
| CN108560152A (en) * | 2018-07-10 | 2018-09-21 | 中国石油大学(华东) | A kind of household hand-held type miniature based on four-bar mechanism is stitched a button machine |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3244129A (en) * | 1959-07-14 | 1966-04-05 | Wahl Brothers | Attaching apparatus for slide fastener elements |
| US3755879A (en) * | 1972-06-05 | 1973-09-04 | Scovill Manufacturing Co | Slide fastener manufacture |
| CA1071029A (en) * | 1977-03-17 | 1980-02-05 | Jonathan A. Foults | Apparatus for affixing slide fastener elements to fabric |
-
1980
- 1980-05-21 ZA ZA00803017A patent/ZA803017B/en unknown
- 1980-05-27 AU AU58824/80A patent/AU533393B2/en not_active Ceased
- 1980-05-28 ES ES492270A patent/ES492270A0/en active Granted
- 1980-05-28 NZ NZ193859A patent/NZ193859A/en unknown
- 1980-05-28 DK DK230080A patent/DK230080A/en not_active Application Discontinuation
- 1980-05-28 FR FR8011844A patent/FR2457647A1/en active Granted
- 1980-05-28 SE SE8003977A patent/SE434854B/en not_active IP Right Cessation
- 1980-05-28 NL NL8003072A patent/NL8003072A/en not_active Application Discontinuation
- 1980-05-28 NO NO801594A patent/NO150382C/en unknown
- 1980-05-29 IT IT22389/80A patent/IT1149966B/en active
- 1980-05-29 GB GB8017614A patent/GB2052579B/en not_active Expired
- 1980-05-29 JP JP7214780A patent/JPS5627203A/en active Pending
- 1980-05-29 CA CA352,970A patent/CA1133325A/en not_active Expired
- 1980-05-29 BR BR8003366A patent/BR8003366A/en unknown
- 1980-05-29 CH CH4197/80A patent/CH648458A5/en not_active IP Right Cessation
- 1980-05-29 BE BE0/200815A patent/BE883542A/en not_active IP Right Cessation
- 1980-05-29 DE DE19803020476 patent/DE3020476A1/en not_active Withdrawn
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ZA803017B (en) | 1981-05-27 |
| NZ193859A (en) | 1983-07-29 |
| FR2457647B1 (en) | 1985-04-12 |
| AU533393B2 (en) | 1983-11-24 |
| DE3020476A1 (en) | 1980-12-11 |
| ES8101374A1 (en) | 1980-12-16 |
| CH648458A5 (en) | 1985-03-29 |
| IT8022389A0 (en) | 1980-05-29 |
| CA1133325A (en) | 1982-10-12 |
| BE883542A (en) | 1980-09-15 |
| NO150382C (en) | 1984-10-10 |
| SE434854B (en) | 1984-08-20 |
| GB2052579A (en) | 1981-01-28 |
| GB2052579B (en) | 1983-01-19 |
| IT1149966B (en) | 1986-12-10 |
| ES492270A0 (en) | 1980-12-16 |
| NO150382B (en) | 1984-07-02 |
| AU5882480A (en) | 1980-12-04 |
| FR2457647A1 (en) | 1980-12-26 |
| NO801594L (en) | 1980-12-01 |
| DK230080A (en) | 1980-11-30 |
| BR8003366A (en) | 1980-12-30 |
| SE8003977L (en) | 1980-11-30 |
| JPS5627203A (en) | 1981-03-17 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4848252A (en) | Automatic machine for sewing different kinds of articles, especially articles made of leather | |
| DE2154515C2 (en) | Sewing machine for buttonholes | |
| NL8003072A (en) | DEVICE FOR SECURING ZIPPER ELEMENTS TO TISSUE. | |
| US2176977A (en) | Hand guided mechanically driven intermittently operated sewing device | |
| DE3401601C2 (en) | ||
| DE1809079A1 (en) | Work piece feed device for sewing machines | |
| US3126853A (en) | Stitching to shoes or the like | |
| US4886005A (en) | Thread undercut attachment for a multi-needle sewing machine | |
| US6330963B1 (en) | Apparatus for connecting wooden components | |
| US4297954A (en) | Apparatus for attaching slide fastener elements to fabric | |
| US4409803A (en) | Apparatus for the parting of hide hair | |
| DE510151C (en) | Chain stitch sewing machine with threadless and thread-guiding hooks moving back and forth | |
| DE64724C (en) | Machine for sewing eyelet buttons on the fabric | |
| DE193983C (en) | ||
| US1087489A (en) | Sewing-machine. | |
| DE370817C (en) | Decorative stitch sewing machine with a decorative thread mat and a spreader | |
| DE269279C (en) | ||
| DE250231C (en) | ||
| DE21151C (en) | Sewing machine for producing a seam made up of short top stitches and long under stitches | |
| DE54748C (en) | Buttonhole device with cutting device for sewing machines | |
| DE258602C (en) | ||
| DE699974C (en) | Feed device for sewing machines | |
| DE408910C (en) | Sewing machine with a strip guide and a strip cutting device | |
| DE10751C (en) | Innovations in sewing machines for knitted goods | |
| JPS5831165A (en) | Splitting blade in fur sending apparatus |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |