[go: up one dir, main page]

NL8002669A - DEVICE FOR TRANSFERRING LOADS WITHOUT IMPACT. - Google Patents

DEVICE FOR TRANSFERRING LOADS WITHOUT IMPACT. Download PDF

Info

Publication number
NL8002669A
NL8002669A NL8002669A NL8002669A NL8002669A NL 8002669 A NL8002669 A NL 8002669A NL 8002669 A NL8002669 A NL 8002669A NL 8002669 A NL8002669 A NL 8002669A NL 8002669 A NL8002669 A NL 8002669A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
load
cable
rod
bearing part
snap
Prior art date
Application number
NL8002669A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Krupp Gmbh
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Krupp Gmbh filed Critical Krupp Gmbh
Publication of NL8002669A publication Critical patent/NL8002669A/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B66HOISTING; LIFTING; HAULING
    • B66CCRANES; LOAD-ENGAGING ELEMENTS OR DEVICES FOR CRANES, CAPSTANS, WINCHES, OR TACKLES
    • B66C13/00Other constructional features or details
    • B66C13/02Devices for facilitating retrieval of floating objects, e.g. for recovering crafts from water

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Load-Engaging Elements For Cranes (AREA)
  • Jib Cranes (AREA)
  • Warehouses Or Storage Devices (AREA)
  • Packaging Of Machine Parts And Wound Products (AREA)

Description

49 525/AH/AS - 1 - *49 525 / AH / AS - 1 - *

Inrichting voor het zonder stoten overladen van lasten.Device for unloading loads without impact.

De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het overladen van vaststaande of in het bijzonder op een schip zich bevindende voorwerpen met een op een verder schip, op land of aan een helicopter 5 zich bevindend, van een draaglastkabel voorzien hefwerk tuig onder gebruikmaking van een orgaan voor het strak-houden van de draaglastkabel bij zeegang.The invention relates to a device for transhipping fixed or in particular ship-carrying objects with a hoist provided with a load-carrying cable on a further ship, on land or on a helicopter, using a member for keeping the payload cable taut at sea.

Het is bekend om voor het overladen van lasten van een schip op een verder schip door middel van een 10 drijfkraan gebruik te maken van een als kabelopzamel- middel uitgevoerde takel, die aan de haak van de drijf-krans hangt en voorzien is van drie katrollen, waarover een kabel is gevoerd. De bovenste katrol dient als omkeerrol en is aan het grondlichaam van de takel gelegerd. '15 De beide andere katrollen zijn door middel van de kabel, die met haar beide einden is bevestigd aan het grond-. lichaam, tegenover elkaar geplaatst.It is known for using a floating crane to transfer loads from a ship to a further ship using a hoist designed as a cable collector, which hangs on the hook of the floating wreath and is provided with three pulleys over which a cable has been fed. The top pulley serves as a reversing roller and is mounted on the body of the hoist. '15 The other two pulleys are attached to the ground by means of the cable, which has both ends attached to the ground. body, placed opposite each other.

Aan de as van de middelste katrol zijn twee in verticale richting beweegbare stangen (bijvoorbeeld 20 kabels) bevestigd, aan de einden waarvan een haak is aangebracht. De middelste en de onderste katrol zijn telkens uitgerust met een eindaanslagblok, waarbij deze rollen tegenover elkaar liggen. Deze takel heeft twee eindstanden. Wanneer aan de haak geen last hangt 25 bevindt de onderste katrol zich in haar onderste eind stand en de bovenste katrol zich in haar bovenste eindstand. Wanneer daarentegen aan de haak een last hangt bevindea zich de beide katrollen in de middenstand (midden tussen de bovenste en de onderste eindstand) 30 en liggen de eindaanslagblokken tegen elkaar. Deze bekende constructie heeft het nadeel, dat bij zeegang de last tijdens hët hijsen in het golfdal slechts krachtsluitend kan worden opgenomen en de groep katrollen van de takel dan door de hierna volgende golfberg 35 worden ontlast en de beide met de eindaanslagblokken uitgeruste katrollen vóór het hierna volgende golfdal door een plotseling vrijgeven van de last stootsgewijze 800 2 6 69 - 2 - tegen elkaar aan worden geslagen. Bij een verdere hierna volgende golf zullen de katrollen nog stevig tegen elkaar aanslaan. Deze stoten zullen eerst ophouden wanneer de last voldoende ver omhoog is gehezen.Two vertically movable rods (for example 20 cables) are attached to the center pulley shaft, the ends of which have a hook. The middle and lower pulleys are each equipped with an end stop block, these rollers are opposite each other. This hoist has two end positions. When no load is hanging from the hook, the bottom pulley is in its bottom end position and the top pulley is in its top end position. When, on the other hand, a load is suspended from the hook, the two pulleys are in the middle position (midway between the upper and the lower end position) and the end stop blocks lie against each other. This known construction has the drawback that during sea travel the load during lifting in the wave valley can only be received in a positive manner and the group of pulleys of the hoist is then relieved by the following wave mountain 35 and the two pulleys equipped with the end stop blocks before the following in the next wave valley, a sudden impact of the load 800 2 6 69 - 2 - will be struck against each other. In a further subsequent wave, the pulleys will still hit each other firmly. These thrusts will only stop when the load has been lifted up far enough.

5 Door deze stoten kan de -last worden beschadigd of zou de draaglastkabel kunnen breken.5 These impacts may damage the load or break the payload cable.

De uitvinding heeft ten doel een inrichting voor het overladen van de lasten bij zeegang te verschaffen, waarbij een nagenoeg stootvrij bedrijf is 10 gewaarborgd.The object of the invention is to provide a device for transhipment of the loads at sea, whereby virtually impact-free operation is ensured.

Voor het bereiken van dit oogmerk wordt volgens de uitvinding zorg gedragen, dat bij een overlaadin-richting van de bovengenoemde soort aan het lastopneem-middel een in verticale richting zich uitstrekkend 15 draaglastdeel is aangebracht, dat ten opzichte van de draaglastkabel van het hefwerktuig in verticale richting beweegbaar is en dat onder gebruikmaking van een werktuig, waarmede de richtingsomkering wordt vastgesteld, in haar bovenste dode punt automatisch met het 20 lasthefmiddel vast kan worden verbonden. Hierdoor wordt in het bijzonder bereikt, dat de last gedurende het begin van het hijsen door een golfberg kan worden opgeheven en derhalve een bedrijf zonder stoten of nagenoeg zonder stoten is gewaarborgd.In accordance with the invention, it is ensured that this object is achieved that, in the case of an overloading device of the above-mentioned type, a load-carrying part extending in the vertical direction is arranged on the load-receiving means, which portion is vertical in relation to the load-carrying cable of the lifting device. is movable in the direction and that, using a tool which determines the reversal of direction, it can be automatically fixed in its top dead center with the load lifting device. This achieves in particular that the load can be lifted by a wave mountain during the start of the hoisting and therefore operation without impacts or virtually without impacts is ensured.

25 Door het draaglastdeel als bestanddeel van een kabelopzamelmiddel in de vorm van een takel uit te voeren, waarbij het draaglastdeel, het kabelopzamel-deel of één van de katrollen van de takel vastklembaar is wordt bereikt, dat slechts weinige en eenvoudige 30 constructieëlementen nodig zijn.By designing the load-bearing part as a component of a cable-collecting means in the form of a hoist, wherein the load-bearing part, the cable-collecting part or one of the pulleys of the hoist is achieved, that only a few and simple construction elements are required.

In een gunstige, uitvoeringsvorm wordt zorg gedragen, dat het draaglastdeel met een ontlastings-orgaan is uitgevoerd, waardoor het in belastingsloze toestand in haar bovenste stand wordt gehouden en dat 35 aan het lasthefmiddel een grendelorgaan is aangebracht, waardoor het draaglastdeel met het lasthefmiddel vergrendel- of ontgrendelbaar is. Hierdoor wordt gewaarborgd, dat de last van een bepaalde golfberg kan worden afgeheven en door een verdere bepaalde golfberg kan 800 2 6 69 - 3 - ƒ worden afgezet.In a favorable embodiment, care is taken that the load-bearing part is designed with a relief member, so that it is held in its upper position in the load-free state and that a locking member is arranged on the load lifting means, whereby the load-bearing part is locked with the load lifting means. or unlockable. This ensures that the load can be lifted from a particular golf mountain and 800 2 6 69 - 3 - ƒ can be deposited by a further determined golf mountain.

Door het draaglastdeel als klinkstang en het grendelorgaan als klink uit te voeren wordt bereikt, dat slechts eenvoudige constructieëlementen nodig zijn 5 en dat door een hogere golfberg bij het rijzen het draaglastdeel verder naar boven wordt geschoven en derhalve het vormen van een slappe draaglastkabel wordt verhinderd. Door het draaglastdeel als insnapstang en het grendelorgaan als klempalwerk uit te voeren wordt 10 bereikt, dat aan de insnapstang door gebruikmaking van het klempalwerk nagenoeg geen slijtage kan optreden.By designing the load-bearing part as a riveting rod and the locking member as a riveting element, it is achieved that only simple construction elements are required and that the load-bearing part is pushed further upwards by a higher wave mountain and thus the slack load-bearing cable is prevented from forming. By designing the load-bearing part as a snap-in rod and the locking member as a clamping catch, it is achieved that virtually no wear can occur on the snap-in rod by using the clamping catch.

Door het ontlastingsorgaan te voorzien van een veerspanrol wordt bereikt, dat dit ontlastingsorgaan slechts klein behoeft te worden uitgevoerd.By providing the relief member with a spring tensioning roller, it is achieved that this relief member need only be made small.

15 In een verdere gunstige uitvoeringsvorm vol gens de uitvinding is zorg gedragen, dat het ontlastingsorgaan voorzien is van een contragewicht, dat door middel van kabels, die over omkeerrollen zijn geleid, met het draaglastdeel in verbinding staan. Hierdoor wordt 20 gewaarborgd, dat het ontlastingsorgaan een van de bewe- gingsweg onafhankelijke kracht bezit. - .In a further favorable embodiment according to the invention it is ensured that the relief member is provided with a counterweight, which are in communication with the load-bearing part by means of cables which are guided over deflection rollers. This ensures that the relief member has a force independent of the movement path. -.

Verder wordt volgens de uitvinding in een gunstige uitvoeringsvorm zorg gedragen, dat het grendelorgaan voorzien is van twee ten opzichte van het draag-25 lastdeel tegenover elkaar gelegen klemmen, waaraan een in de richting van het vieren van de last werkzame druk-veer aangrijpt, dat twee op een as gelegerde nokschijven zijn aangebracht, waarvan er één via ten minste één tandwiel met de insnapstang in verbinding staat en bij 30 een langsbeweging van de insnapstang een draaibewegings- stap ondergaat, en dat beide nokschijven elk een seg-. mentdeel bezitten, die in dezelfde straal aan de telkens maatgevende nokschijf zijn aangebracht, waarbij de nokschijven bij de draaibeweging in de ene richting 35 gemeenschappelijk een cirkelvlak bestrijken en bij de draaibeweging in de andere draaibeweging gemeenschappelijk een nokomtrek vormen, waardoor de klemmen via een stangenstelsel worden gesloten of geopend. Hierdoor wordt bereikt, dat het grendelorgaan niet kan insnappen 80 0 2 6 69 - 4 - wanneer de insnapstang naar boven beweegt.Furthermore, according to the invention, in a favorable embodiment, care is taken that the locking member is provided with two clamps opposite each other relative to the load-carrying part, on which a pressure spring acting in the direction of the lifting of the load engages. two shaft-mounted cam disks are provided, one of which communicates with the snap-in rod via at least one gear and one rotational step undergoes a longitudinal movement of the snap-in rod, and that both cam disks each have a segment. which are arranged in the same radius on the respective design cam, the cam disks jointly covering a circular plane during the rotary movement in one direction and jointly forming a cam circumference during the rotary movement in the other rotary movement, so that the clamps are connected via a rod system closed or open. This ensures that the locking member cannot snap in when the snap-in rod moves upwards.

Verder is in een gunstige uitvoeringsvorm volgens de uitvinding zorg gedragen, dat de klemmen door middel van een tweezijdige hefboom in verbinding staan, 5 die enerzijds tegen één van de klemmen aanligt en ander zijds tegen een door de insnapstang draaibare as aanligt, die voorzien is van een korte schroefdraad met grote spoed, waardoor wanneer de insnapstang naar omlaag beweegt de klemmen niet kunnen insnappen.In a favorable embodiment according to the invention it is further ensured that the clamps are connected by means of a two-sided lever, which on one side rests against one of the clamps and on the other side rests against an axis rotatable by the snap-in rod, which is provided with a short thread with a large pitch, so that when the snap bar moves down, the clamps cannot snap.

10 De uitvinding zal hieronder nader worden toege licht aan de hand van de tekening, waarin bij wijze van voorbeeld enige uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de uitvinding zijn weergegeven. Hierin toont:The invention will be explained in more detail below with reference to the drawing, in which, by way of example, some embodiments of the device according to the invention are shown. Herein shows:

Fig. 1 een zeegangvolginrichting voor het 15 aanslaan, overnemen, laten zakken en afslaan van lichte lasten,Fig. 1 a sea-going tracking device for loading, transferring, lowering and depositing light loads,

Fig. 2 een principevoorstelling van een zeegangvolginrichting ,Fig. 2 a principle representation of a sea-going tracking device,

Fig. 2a-2d meer in detail de werkingswijze 20 van de zeegangvolginrichting volgens fig. 3,Fig. 2a-2d show in more detail the mode of operation of the sea-going tracking device according to fig. 3,

Fig. 3 een principevoorstelling van een verdere zeegangvolginrichting in vooraanzicht,Fig. 3 a principle view of a further sea-going tracking device in front view,

Fig. 4 een zijaanzicht van de zeegangvolginrichting volgens fig. 3, 25 Fig. 5 een vooraanzicht van een principe voorstelling van een dere zeegangvolginrichting,Fig. 4 a side view of the sea-going tracking device according to FIG. 3, FIG. 5 is a front view of a principle representation of a third sea-going tracking device,

Fig. 6 een zijaanzicht van de zeegangvolginrichting volgens fig. 5,Fig. 6 shows a side view of the sea-going tracking device according to FIG. 5,

Fig. 7 en 8 elk een nokschijf voor een klem- 30 palwerk,Fig. 7 and 8 each a cam disk for a clamping ratchet,

Fig. 9-16 principevoorstellingen ter toelichting van de werkingswijze van het klempalwerk,Fig. 9-16 principle representations to explain the operation of the clamp ratchet,

Fig. 17 een principevoorstelling van het klempalwerk, 35 Fig. 18 op vergrote schaal een deel van de constructie volgens fig. 17 met een ingesnapte klink,Fig. 17 a principle representation of the clamping catch, 35 FIG. 18 an enlarged view of part of the construction according to FIG. 17 with a snapped latch,

Fig. 19 een verticale doorsnede van het klempalwerk ,Fig. 19 a vertical section of the clamping catch,

Fig. 20 een doorsnede volgens dde lijn XX-XXFig. 20 is a section on line XX-XX

300 2 6 69 5 - 5 - in fig. 19,300 2 6 69 5 - 5 - in fig. 19,

Fig. 21 een doorsnede volgens de lijn XXI-XXI in fig. 17, enFig. 21 is a section on line XXI-XXI in FIG. 17, and

Fig. 22 een doorsnede volgens de lijn XXII-XXII 5 in fig. 20.Fig. 22 is a section on line XXII-XXII 5 in FIG. 20.

De in fig. 1 weergegeven zeégangvolginrichting bevat een verticale geleidingsbuis 1, waarvan het boveneinde aan een kraanhaak 2 hangt, en waar zich binnen • de geleidingsbuis 1 een trekstang 3 bevindt, die in 10 verticale richting beweegbaar of vast met de geleidings buis 1 verbindbaar is. Verder staat de trekstang 3 in verbinding met een contragewicht 4, waardoor de trek-stang 3 wanneer er geen last aan haar haak 5 hangt in haar bovenste eindstand wordt gehouden. De zeegangvolg-15 inrichting is verder voorzien van een Bowdenkabelont- spanner 6, door middel waarvan de trekstang 3 ten opzichte van de geleidingsbuis 1 hiermede automatisch kan worden verbonden of losgemaakt. Dit mechanisme is weergegeven in fig. 2, terwijl de werking ervan in 20 fig. 2a tot 2d is voorgesteld. De trekstang is uitge voerd als insnapstang 7 en staat met haar boveneinde in verbinding met een veerspanrol 8, die draaibaar gelegerd is aan de geleidingsbuis la. Aan het ondereinde van de geleidingsbuis la is een veerbelaste 25 klink 9 aangebracht.The sea passage tracking device shown in fig. 1 comprises a vertical guide tube 1, the upper end of which hangs on a crane hook 2, and within which there is a drawbar 3 which is movable in a vertical direction or which can be fixedly fixed to the guide tube 1. . Furthermore, the pull rod 3 is in communication with a counterweight 4, whereby the pull rod 3 is kept in its upper end position when no load is hanging on its hook 5. The sea-going tracking device is further provided with a Bowden cable release 6, by means of which the tie rod 3 can be automatically connected or detached with respect to the guide tube 1. This mechanism is shown in Figure 2, while its operation is shown in Figures 2a to 2d. The pull rod is designed as a snap-in rod 7 and is connected with its top end to a spring tension roller 8, which is rotatably mounted on the guide tube 1a. A spring-loaded latch 9 is arranged at the bottom end of the guide tube 1a.

Overzichtelijkheidshalve wordt aangenomen, dat de last zich op een schip en de kraan zich aan land bevindt. De last hangt door middel van de -aanslagkabel aan de haak 5a van de zeeganginrichting en bevindt 30 zich op het dek en de klink 9 is ingesnapt. Bij zeegang zal de insnapstang 7 zich overeenkomstig de golfslag-beweging naar omhoog en omlaag bewegen. Dit is voorgeste ld in fig. 2a. Wanneer nu de last moet worden opgeheven, wordt door middel van de Bowden kabelontstapper 35 6 de veer 10 zodanig aan de klink 9 bevestigd, dat deze tegen de insnapstang 7 drukt. Wanneer de insnapstang 7 door een golf naar boven wordt gevoerd zal de klink geen grendelwerking vertonen. Zodra evenwel de golfberg is overschreden zal door het insnappen van de klink 9 300 2 6 69 - 6 - een verdere afwaartse beweging worden verhinderd en vindt het overnemen van de last plaats, hetwelk in fig. 2b is voorgesteld. Indien de volgende golf een grotere amplitude zou bezitten dan de eerstgenoemde 5 golf en de last nog niet voldoende ver naar boven zou zijn getransporteerd, wordt de insnapstang 7 verder naar boven gevoerd en de klink 9 zal bij de golfberg insnappen. Hierdoor zal een slap gaan hangen van de kabel worden verhinderd.For the sake of clarity, it is assumed that the load is on a ship and the crane is on land. The load hangs on the hook 5a of the seagoing device by means of the stop cable and is located on the deck and the catch 9 is snapped in. In sea passage, the snap-in rod 7 will move up and down in accordance with the wave movement. This is shown in Fig. 2a. When the load now has to be lifted, the spring 10 is attached to the latch 9 by means of the Bowden cable stripper 35 6, so that it presses against the snap-in rod 7. When the snap-in rod 7 is led upwards by a wave, the latch will have no locking action. However, as soon as the wave mountain has been exceeded, further downward movement will be prevented by snapping the latch 9 300 2 6 69 - 6 and the transfer of the load, which is shown in Fig. 2b, will take place. If the next wave should have a greater amplitude than the first-mentioned wave and the load had not yet been transported far enough upwards, the snap-in rod 7 will be moved further upwards and the catch 9 will snap at the wave-mountain. This will prevent slack of the cable.

10 Aangenomen wordt nu, dat de last op een verder schip moet worden uitgeladen. Gedurende het afsluiten van de last wordt door middel van de Bowden kabelont-spanner 6 de veer 10 zodanig aan de klink 9 bevestigd, dat deze zal uitsnappen, hetwelk in fig. 2c is voorge-15 steld. Daar de lastveer langzaam wordt omlaag gebracht en de op één plaats betrokken golven zeer snel omhoog en omlaag bewegen wordt wanneer de last in aanraking komt met het schip de klink 9 uitgetrokken en de last vrijgegeven. Hierbij wordt de insnapstang 7 weer af-20 wisselend omhoog en omlaag bewogen. Door dit mechanisme is gewaarborgd, dat de overname, resp. het afzetten van de last nagenoeg stootvrij verloopt.10 It is now assumed that the load must be unloaded on a further ship. During the closing of the load, the spring 10 is attached to the latch 9 by means of the Bowden cable release 6, so that it will snap out, which is shown in Fig. 2c. Since the load spring is lowered slowly and the waves involved in one place move up and down very quickly, when the load comes into contact with the ship, the latch 9 is pulled out and the load released. Here, the snap-in rod 7 is alternately moved up and down again. This mechanism ensures that the takeover, resp. depositing the load is virtually impact-free.

Het aanslaan resp. het afslaan van de last vindt als volgt plaats: 25 Alvorens de last wordt aangeslagen op het in beweging zijnde schip wordt eerst de haak 5a van de zeegangvolginrichting door middel van een hulpkabel 11 gevangen, die aan de haak 5 is bevestigd. Wanneer de hulpkabel 11 met de last is verbonden zal zij de door 30 het contragewicht 4 belaste trekstang 3 meer of minder uit de geleidingsstang 1 trekken. Hierdoor wordt een constante afstand tussen de last en de haak 5 ingesteld. De aanslagkabels 12 worden nu in de haak gehangen en hierna wordt de hulpkabel 11 losgemaakt.The catching resp. the load is struck off as follows: Before the load is struck on the ship in motion, the hook 5a of the sea-going tracking device is first caught by means of an auxiliary cable 11, which is attached to the hook 5. When the auxiliary cable 11 is connected to the load, it will pull the tie rod 3, which is loaded by the counterweight 4, more or less from the guide rod 1. Hereby a constant distance between the load and the hook 5 is set. The stop cables 12 are now hung in the hook, after which the auxiliary cable 11 is released.

35 Het afslaan van de last op een in beweging zijnd schip vindt plaats door het neerlaten van de zee-ganginrichting tot de aanslagkabels 12 ook bij een golfberg slap gaat hangen. De hulpkabel 11 wordt aan de last bevestigd en de aanslagkabels 12 worden uitgehangen.Depositing the load on a ship in motion takes place by lowering the sea-going device until the stop cables 12 also hang slack at a wave mountain. The auxiliary cable 11 is attached to the load and the stop cables 12 are hung out.

800 2 6 69 - 7 -800 2 6 69 - 7 -

Wanneer zeer grote zware lasten worden bewogen en de trekstang 3 door middel van de hulpkabel 11 door een bedieningspersoon niet meer te bewegen is kan in plaats van de hulpkabel 11 bijvoorbeeld een kabel-5 lier worden gebruikt, die kan worden aangedreven met een elektromotor. Hierbij kan bijvoorbeeld bij het aanslaan van de last en bij het langzaam vergroten van de afstand van de haak 5 tot de last een stootarm overnemen van de last door de aanslagkabel 12 aan de haak 5 10 worden verwezenlijkt. Hetzelfde geldt ook bij het af slaan van de last wanneer de aanslagkabels zijn uitgehangen en de trekstang 3 door middel van de kabellier stootvrij wordt bewogen naar haar bovenste eindstand.When very large heavy loads are moved and the pull rod 3 can no longer be moved by an operator by means of the auxiliary cable 11, a cable winch can be used instead of the auxiliary cable 11, which can be driven with an electric motor. For example, when the load is struck and when the distance from the hook 5 to the load is slowly increased, a pushing arm of the load can be taken over by the stop cable 12 on the hook 5. The same also applies when the load is turned off when the stop cables are unhooked and the pull rod 3 is moved to its upper end position without impact by means of the cable winch.

Fig. 3 en 4 tonen een zeegangvolginrichting, 15 die voorzien is van een als kabelopzamelmiddel uitge voerde takel. Deze takel is gehangen in een kraanhaak 2 en is voorzien van drie katrollen 13a, 13b, 13c en een kabel 14. De bovenste katrol 13a is aan het bovenste grondlichaam 15' van de takel gelegerd en dient als om-20 keer rol. De beide andere katrollen 13b en 13'c zijn door middel van de kabel 14, die aan het grondlichaam 15 is bevestigd, tegenover elkaar geplaatst. Aan de as van de middelste katrol 13b zijn twee verticaal geplaatste insnapstangen 7a bevestigd, aan de uiteinden waarvan 25 een haak 5b is aangebracht. Deze takel heeft een eind stand. Wanneer aan de haak 5b geen last hangt bevindt de onderste katrol 13c zich in haar onderste en de middelste katrol 13b zich in haar bovenste eindstand.Fig. 3 and 4 show a sea-going tracking device, 15 which is provided with a hoist designed as a cable collecting means. This hoist is suspended in a crane hook 2 and is provided with three pulleys 13a, 13b, 13c and a cable 14. The upper pulley 13a is mounted on the upper ground body 15 'of the hoist and serves as a 20-roll. The other two pulleys 13b and 13'c are placed opposite each other by means of the cable 14, which is attached to the base body 15. Two vertically placed snap-in rods 7a are attached to the shaft of the middle pulley 13b, at the ends of which a hook 5b is arranged. This hoist has an end position. When there is no load on hook 5b, the lower pulley 13c is in its lower and the middle pulley 13b is in its upper end position.

De onderste katrol is gelegerd in een huisdeel 16. Aan 30 het huisdeel 16 zijn telkens twee tegenover elkaar liggende klinken 9a aangebracht die zoals aan de hand van fig. 2 tot 2d beschreven door middel van een Bowden kabelinspanner beïnvloedbaar zijn, hetwelk in fig. 3 en 4 niet nader is voorgesteld. Wanneer een last zich bij-35 voorbeeld op een schip bevindt en de haak 5b door middel van de aanslagkabel met deze last in verbinding staat zullen de katrollen 13b en 13c zich overeenkomstig de golfslag hetzij naar elkaar toe, hetzij van elkaar vandaan bewegen. Hierbij zullen de klinkstangen 9a zich 800 2 6 69 - 8 - met ongeveer dubbele snelheid naar de onderste katrol 13c toe bewegen. De lastopname resp. de lastafname vindt op overeenkomstige wijze als uiteengezet aan de hand van fig. 2 tot 2d plaats.The lower pulley is mounted in a housing part 16. Each housing part 16 is provided with two opposing latches 9a which, as described with reference to Fig. 2 to 2d, can be influenced by means of a Bowden cable tensioner, which is shown in Fig. 3. and 4 is not further proposed. For example, when a load is on a ship and the hook 5b is in communication with this load by means of the stop cable, the pulleys 13b and 13c will move either towards or away from each other according to the wave. Here, the rivet rods 9a will move towards the lower pulley 13c at approximately double speed. The load pick-up resp. the load is taken off in a corresponding manner as explained with reference to Figs. 2 to 2d.

5 Fig. 5 en 6 tonen een zeegangvolginrichting, die voorzien is van eenvierJante geleidingsbuis 17 en een vierkante buistrekstang 18. Aan het boveneinde van de vierkante geleidingsbuis 17 is een ophanging 19 aangebracht , waaraan een schakel 20 is bevestigd. Aan het 10 ondereinde van de vierkante buistrekstang 17 is een dubbelhaak 21 bevestigd. Het grendel-, resp. vrijgeef mechanisme 22 bevat twee klinken 19b. Het contragewicht 4 staat met twee kabels 23 via twee aan het boveneinde van de vierkante geleidingsbuis 17 aange-15 brachte omkeerrollen 24 in verbinding met de vierkante bui s trek s tang 18.FIG. 5 and 6 show a sea-going tracking device, which is provided with a four-way guide tube 17 and a square tube tie bar 18. At the top end of the square guide tube 17, a suspension 19 is arranged, to which a link 20 is attached. A double hook 21 is attached to the bottom end of the square tube tie rod 17. The locking or resp. release mechanism 22 includes two latches 19b. The counterweight 4 communicates with the square tube pull pliers 18 via two cables 23 via two reversing rollers 24 arranged at the top of the square guide tube 17.

Fig. 7 en 8 tonen de hoofdbestanddelen van het grendel-, resp. vrijgeefmechanisme. Deze hoofdbestanddelen bestaan uit twee nokschijven 25a en 25b, 20 die elk aan hun kopzijden voorzien zijn van een uit sparing. Het oppervlak van elke uitsparing is vlak en de eindranden van dit vlak staan onder een hoek van 90° met de middenas van de nokschijven 25a en 25b. De in fig. 7 weergegeven nokschijf 25a is de onderste 25 nokschijf en is voorzien van een sectorvormige verdik king, waarvan het ene oppervlak op het oppervlak van de uitsparing staat en het andere vlakke oppervlak met het eerstgenoemde een hoek van 135° insluit. De in fig. 8 weergegeven nokschijf 25b is de bovenste nokschijf en 30 is eveneens voorzien van een sectorvormige verdikking, waarvan het ene vlakke oppervlak evenwijdig met het oppervlak van de uitsparing loopt en het andere vlakke oppervlak weer een hoek van 135° met het eerstgenoemde oppervlak insluit.Fig. 7 and 8 show the main components of the latch, respectively. release mechanism. These main components consist of two cam discs 25a and 25b, 20 each of which is provided with a recess on their front sides. The surface of each recess is flat and the end edges of this plane are at an angle of 90 ° to the center axis of the cam disks 25a and 25b. The cam 25a shown in Fig. 7 is the bottom cam and is provided with a sector-shaped thickening, one surface of which is on the surface of the recess and the other of the flat surface with the former enclosing an angle of 135 °. The cam 25b shown in Fig. 8 is the top cam and 30 also has a sector-shaped thickening, one flat surface of which is parallel to the surface of the recess and the other flat surface is again an angle of 135 ° with the former surface include.

35 Fig. 9-16 tonen de nokschijven 25a en 25b in combinatie met een veerbelaste klink 26. De bovenste nokschijf 25b staat via een (later nader te beschrijven) drijfwerk in verbinding met de vierkante buistrekstang 18; de onderste nokschijf 25a is gelegerd. Fig. 9 toont de wijze, waarop de nokschijven 25a en 25b bewegen wan- *00 2 6 69 - 9 - neer de vierkante buistrekstang 18 naar boven wordt bewogen. De bovenste nokschijf 25b wordt naar rechts gedraaid en zal door middel van haar segmentvormige verdikking de onderste nokschijf 25a doen meedraaien.FIG. 9-16 show the cam disks 25a and 25b in combination with a spring-loaded latch 26. The top cam disk 25b is connected to the square tube rod 18 via a gear (to be described later); the bottom cam 25a is alloyed. Fig. 9 shows the manner in which the cam disks 25a and 25b move when the square tube tie rod 18 is moved upward. The top cam 25b is rotated to the right and will rotate the bottom cam 25a by means of its segmental thickening.

5 De buitenomtrek van de beide nokschijven 25a en 25b vormen hierbij een cirkel, waardoor de klink 26 in de uitgetrokken toestand wordt gehouden. Fig. 10 toont de bewerkingsfase waarin de vierkante buistrekstang 18 haar bovenste dode punt heeft bereikt. In fig. 11-15 10 is de wijze weergegeven, waarop de nokschijven 25a en 25b zich bewegen wanneer de vierkante buistrekstang 18 naar omlaag wordt bewogen. De bovenste nokschijf 25b wordt gedraaid in de draaizin, tegengesteld aan die van de wijzers van een uurwerk. De andere aanlegvlakken 15 van de segmentvormige verdikking komen met elkaar in aanraking en de nokschijven 25a en 25b vormen een nokomtrek (fig. 12). Bij verder draaien van de nokschijven (fig. 13) blijft de nokomtrek behouden. Wanneer het nokomtreksvlak de klink 26 bereikt (fig. 14 en 15) 20 beweegt de klink 26zich in de grendelrichting. Fig. 16 toont de wijze, waarop de klink 26 door het bewegen van de bovenste nokschijf 25b in de draaizin volgens de wijzers van een uurwerk weer wordt geopend.The outer circumference of the two cam discs 25a and 25b hereby form a circle, whereby the latch 26 is kept in the pulled-out position. Fig. 10 shows the processing phase in which the square tube tie rod 18 has reached its top dead center. Figures 11-15 show the manner in which the cam disks 25a and 25b move when the square tube tie rod 18 is lowered. The top cam 25b is rotated in the direction of rotation opposite to that of the clock hands. The other contact surfaces 15 of the segmental thickening come into contact with each other and the cam discs 25a and 25b form a cam circumference (Fig. 12). The cam circumference is retained when the cam discs continue to rotate (fig. 13). When the cam peripheral surface reaches the latch 26 (Figures 14 and 15), the latch 26 moves in the locking direction. Fig. 16 shows the manner in which the latch 26 is opened again by moving the upper cam disc 25b in the clockwise direction of the clock.

Fig. 17 en 19 tonen het grendel-, resp. vrijgeef-25 mechanisme. Dit mechanisme is voorzien van twee klinken 26a, die ten opzichte van de vierkante buistrekstang 18 tegenover elkaar liggen. Beide klinken 26a zijn door tussenkomst van een stang 27 met elkaar verbonden. De in fig. 17 rechts weergegeven klink grijpt aan een 30 drukveer 28a aan in de richting van het sluiten' van de klink 26a. De in fig. 17 links weergegeven klink 26a is via een verdere stang 28 verbonden met de nokschijven 25c en 25d. De onderste nokschijf 25c is via vier tandwielen 29 en een aandrijftandwiel 30 verbonden met 35 de vierkante trekstang 18. Beide nokschijven 25c en 25d hebben elk twee nokvlakomtrekken tegenover de in fig. 9-16 weergegeven nokschijven 25a en 25b. Beide stangen 27 en 28 zijn voorzien van z.g. bufferveren 31, waardoor geen verklemming tussen de afzonderlijke delen 9002669 - 10 - van het mechanisme onderling kan ontstaan.Fig. 17 and 19 show the latch resp. release-25 mechanism. This mechanism includes two latches 26a opposed to the square tube tie bar 18. Both latches 26a are connected to one another by means of a rod 27. The latch shown on the right in Fig. 17 engages a compression spring 28a in the direction of closing the latch 26a. The latch 26a shown on the left in Fig. 17 is connected via a further rod 28 to the cam disks 25c and 25d. The lower cam disc 25c is connected via four gears 29 and a drive gear 30 to the square tie rod 18. Both cam disks 25c and 25d each have two cam flange contours opposite the cam disks 25a and 25b shown in Figures 9-16. Both rods 27 and 28 are provided with so-called buffer springs 31, so that no clamping between the individual parts 9002669 - 10 - of the mechanism can occur.

De in fig. 17 rechts weergegeven klink 26a is door middel van een hulpklink 32 ontgrendelbaar. Dit vindt plaats met behulp van een Bowden kabelontspanner.The latch 26a shown on the right in Fig. 17 can be unlocked by means of an auxiliary latch 32. This is done using a Bowden cable release.

5 De hulpklink 32 is bovendien via een hefboom 33a ver bonden met het drijfwerk, waardoor de hulpklink 32 wanneer bijvoorbeeld de vierkante trekstang 18 zich naar omlaag beweegt gegrendeld is en de klinken 26a niet kunnen insnappen. Dit vergrendelingsmechanisme 10 zal nog nader worden uiteengezet. In fig. 17 duiden de puntstreeplijnen 33 de plaatsen aan, waar zich de stangen 27 en 28 zouden bevinden wanneer de klinken 26a zijn ingesnapt, hetwelk in fig. 18 is voorgesteld.The auxiliary latch 32 is moreover connected to the gear via a lever 33a, whereby the auxiliary latch 32 is locked when, for example, the square pull rod 18 moves downwards and the latches 26a cannot snap. This locking mechanism 10 will be explained in more detail later. In Figure 17, the dashed lines 33 indicate the locations where the rods 27 and 28 would be located if the latches 26a were snapped, which is shown in Figure 18.

In fig. 20 en 22 wordt de vierkante buistrek-15 stang geleid door twee tandwielen 30. Eén van deze beide tandwielen 30 is het aandrijfwiel voor het drijfwerk, terwijl het andere vrij meedraait. De beide klinken 26a zijn ingesnapt in de corresponderende tanden van de vierkante buistrekstang. De vierkante buistrekstang 18 20 is aan haar ondereinde voorzien van een aanslagdeel 34, waardoor zij niet te ver in de vierkante geleidingsbuis 17 kan worden geschoven. Aan het huis van het grendel-, resp. vrijgeefmechanisme zijn rubberbuffers 34a aangebracht teneinde te verhinderen, dat het contragewicht 4 25 niet op het huis kan stoten, waardoor dit huis zou kunnen worden beschadigd.In Figs. 20 and 22, the square tube-stretch rod is guided by two gears 30. One of these two gears 30 is the drive gear wheel, while the other rotates freely. Both latches 26a are snapped into the corresponding teeth of the square tube tie rod. The square tube tie rod 18 20 is provided at its lower end with a stop part 34, so that it cannot be pushed too far into the square guide tube 17. At the house of the latch resp. release mechanism, rubber buffers 34a are provided to prevent the counterweight 42 from impacting the housing, which could damage this housing.

In fig. 21 en 17 is het vergrendeMechanisme weergegeven. De hefboom 33a is aan haar ondereinde voorzien van een schroefdraadbus 35, waarvan de schroefdraad 30 een grote spoed bezit. Deze schroefdraadbus 35 heeft twee eindstanden. Wanneer de vierkante buistrekstang 18 naar omlaag wordt bewogen zal de hulpklink 32 de in fig. 21 weergegeven stand innemen. Wanneer daarentegen de vierkante buistrekstang 18 naar boven wordt bewogen 35 neemt de hulpklink 32 de stand in, die in fig. 21 met puntstreeplijnen is aangegeven. De hulpklink 32 is als tweezijdige hefboom uitgevoerd, waarbij het draaipunt 36 door middel van een veer 37 elastisch is uitgevoerd. Aan het onderste deel van de hulpklink 32 grijpt een 800 2 6 69 a - 11 - trekveer 38 aan, die de schroefdraadbus tegen een schroefdraaddeel 39 drukt. Het schroefdraaddeel 39 wordt via tandwielen 29 en 40 door de vierkante buis-trekstang 18 aangedreven. Dit vergrendelmechanisme 5 dient om de klink vrijwel uitsluitend in het bovenste dode punt te laten insnappen en is zodanig uitgevoerd, dat bijvoorbeeld wanneer de stijging van de corresponderende golf zeer groot is en zich de vierkante buis-trekstang 18 na het passeren van het bovenste dode punt 10 weer snel naar omlaag beweegt een insnappen van de klinken 26a wordt verhinderd.The locking mechanism is shown in Figures 21 and 17. The lever 33a is provided at its lower end with a threaded bush 35, the thread of which 30 has a large pitch. This threaded bush 35 has two end positions. When the square tube tie rod 18 is moved downward, the auxiliary latch 32 will assume the position shown in FIG. On the other hand, when the square tube tie rod 18 is moved upward, the auxiliary latch 32 assumes the position indicated by dashed lines in FIG. The auxiliary latch 32 is designed as a two-sided lever, the pivot 36 being elastic by means of a spring 37. An 800 2 6 69 a - 11 tension spring 38 engages the lower part of the auxiliary latch 32, which presses the threaded bush against a threaded part 39. The threaded part 39 is driven by gears 29 and 40 through the square tube tie rod 18. This locking mechanism 5 serves to snatch the latch almost exclusively into the top dead center and is designed such that, for example, when the rise of the corresponding wave is very great and the square tube tie rod 18 is located after passing the top dead center 10 moves down quickly again, snapping of the latches 26a is prevented.

De bovenbeschreven zeegangvolginrichting werkt als volgt: V6ór het aanslaan van de last op een schip 15 wordt de haak door middel van een hulpkabel met de last verbonden. Hierbij wordt de vierkante buistrekstang 18 uit de vierkante geleidingsbuis 17 getrokken en zal zich een constante afstand instellen tussen de dubbelhaak 21 en de last. De aanslagkabel wordt ingehangen' 20 en de dubbelhaak 21 wordt na het losmaken van de hulp kabel langzaam naar boven bewogen. De zeevolginrichting wordt door middel van de krans gebracht in de stand, waarin het contragewicht 4 zich beweegt om de nulpunts-stand, resp. middelpuntstand O in fig. 15.The seagoing tracking device described above works as follows: Before hooking the load onto a ship 15, the hook is connected to the load by means of an auxiliary cable. Hereby the square tube tie rod 18 is pulled out of the square guide tube 17 and a constant distance will be set between the double hook 21 and the load. The stop cable is suspended 20 and the double hook 21 is slowly moved upwards after the auxiliary cable has been released. The sea-tracking device is brought by means of the crown into the position in which the counterweight 4 moves to the zero-point position, respectively. midpoint position O in fig. 15.

25 Wanneer de lastovername zal plaats vinden wordt door middel van de grondsleep de hulpklink 32 geopend. Wanneer de last haar bovenste punt bereikt worden de beide nokschijven 25c en 25d van elkaar verdraaid en zullen de klinken 26 de vierkante buistrek-- 30 stang 18 vergrendelen. Wanneer nu een golf verschijnt, die een grotere amplitude vertoont dan de genoemde golf, wordt de vierkante buistrekstang 18 ontlast en het contragewicht 4 zal dan bewerkstelligen, dat de beide corresponderende tanden van de vierkante trekstang 18 35 de klinken 26a naar buiten drukken. Bij een verdere beweging zullen de nokschijven 25c en 25d weer een cirkelomtrek aannemen en de klinken 26a verder uit elkaar drukken. Op de golfberg zullen de klinken 26a weer automatisch insnappen. Het afzetten van de last 300 2 6 69 - 12 - op een schip vindt plaats door het langzaam laten vieren van de zeeganginrichting. Bij het opzetten van de last op het dek worden zoals eerder beschreven de klinken 26a naar buiten gedrukt en door middel van de hulpklink 32 5 vergrendeld. De last wordt nu verder omlaag gebracht tot- , dat de kabel slap begint te hangen. Dan wordt de hulp-kabel bevestigd en de aanslagkabel uitgehangen. Hierna wordt de hulpkabel losgemaakt en de vierkante buistrek-stang 18 wordt door middel van het contragewicht 4 be-10 wogen naar haar eindstand.When the load transfer will take place, the auxiliary latch 32 is opened by means of the ground trail. When the load reaches its top point, the two cam disks 25c and 25d are rotated apart and the latches 26 will lock the square tube extension 30 rod 18. Now when a wave appears which has a greater amplitude than the said wave, the square tube tie rod 18 is unloaded and the counterweight 4 will cause the two corresponding teeth of the square tie rod 18 to push out the handles 26a. With a further movement, the cam disks 25c and 25d will again assume a circumference and push the latches 26a further apart. On the golf mountain, the handles 26a will snap in again automatically. Deposition of the load 300 2 6 69 - 12 - on a ship takes place by slowly letting go of the sea-going device. When setting up the load on the deck, as previously described, the handles 26a are pushed out and locked by means of the auxiliary handle 32. The load is now lowered further until the cable begins to hang slack. Then the auxiliary cable is attached and the stop cable is hung out. After this, the auxiliary cable is released and the square tube stretch rod 18 is moved to its end position by means of the counterweight 4.

Conclusies.Conclusions.

80 0 2 6 69 i,80 0 2 6 69 i,

Claims (9)

1. Inrichting voor het overladen van vaststaande of in het bijzonder zich op een schip bevindende voorwerpen met een op een verder schip, op land of aan aan een helicopter zich bevindend, met een draaglast- 5 kabel uitgerust hefwerktuig onder gebruikmaking van een orgaan voor het strak trekken van de draaglastkabel bij zeegang, met het kenmerk, dat aan het lasthefmiddel een zich in verticale richting uitstrekkend draaglastdeel (3, 7, 7a, 18) is aangebracht, dat 10 ten opzichte van de draaglastkabel (2) van het hefwerk tuig in verticale richting beweegbaar is en dat onder gebruikmaking van een werktuig, waarmede de richtings-omkeer wordt vastgesteld, in haar bovenste‘dode punt automatisch met het lasthefmiddel (1, la, 17) vast ver- 15 bonden kan worden.1. Device for transshipping stationary or in particular ship-borne objects with a hoist equipped with a payload cable on a further ship, on land or on a helicopter, using a means for Tightening of the payload cable at sea, characterized in that a load-bearing part (3, 7, 7a, 18) extending vertically is arranged on the load lifting means, which 10 in relation to the payload cable (2) of the hoist is movable in the vertical direction and which can be automatically connected with the load lifting means (1, 1a, 17) in its upper dead point using a tool which detects the reversal of direction. 2. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het draaglastdeel deel uit maakt van een als kabelopzamelmiddel werkzame takel en dat het draaglastdeel (7a), de als kabelopzamel- 20 middel dienende kabel (14) of één van de katrollen van de takel vastklembaar is.Device according to claim 1, characterized in that the load-bearing part forms part of a hoist acting as a cable-collecting means and that the load-bearing part (7a), the cable (14) serving as a cable-collecting means or one of the pulleys of the hoist is clampable. 3. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het draaglastdeel (3, 7, 18) is uitgerust met een ontlastingsorgaan (8, 4), waardoor 25 het in belastingloze toestand in haar bovenste stand wordt gehouden, en dat aan het lasthefmiddel een grendel-orgaan is aangebracht, waardoor het draaglastdeel (8, 4) met het lasthefmiddel vergrendel- of ontgrendelbaar is.3. Device according to claim 1, characterized in that the load-bearing part (3, 7, 18) is provided with a relief member (8, 4), whereby it is held in its upper position in the load-free state, and that the load-lifting means a locking member is provided, whereby the load-bearing part (8, 4) can be locked or unlocked with the load lifting means. 4. Inrichting*volgens conclusie 3, m e t 30 het kenmerk, dat het draaglastdeel een klink- stang (7) en dat het grendelorgaan een klink (9) is.4. Device * according to claim 3, characterized in that the load-bearing part is a rivet rod (7) and that the locking member is a rivet (9). 5. Inrichting volgens conclusie 3, m e t het k enmerk, dat het draaglastdeel een in- 30 0 2 6 69 - 14 - snapdeel (18) is en dat het grendelorgaan een klempal-werk (26a) is.5. Device as claimed in claim 3, characterized in that the load-bearing part is a snap-in part (18) and that the locking member is a clamping catch (26a). 6. Inrichting volgens conclusie 3, m e t het kenmerk, dat het ontlastingsorgaan voorzien 5 is van een veerspanrol (8).6. Device according to claim 3, characterized in that the relief member is provided with a spring tensioning roller (8). 7. Inrichting volgens conclusie 3, m e t het k enmerk, dat het ontlastingsorgaan voorzien is van een contragewicht (4), dat door middel middel van kabels (23), die over keerrollen (24) zijn ge- 10 leid, in verbinding staat met het draaglastdeel (18).Device according to claim 3, characterized in that the relief member is provided with a counterweight (4), which is connected by means of cables (23) guided over return rollers (24) to the load-bearing part (18). 8. Inrichting volgens conclusie 4 of 5, m e t het kenmerk, dat het grendelorgaan voorzien is van twee ten opzichte van het draaglastdeel (3, 7, 18. tegenover elkaar gelegen klemmen (26a), waaraan een 15 veer (28) aangrijpt, die werkzaam is in de richting van het vieren van de last, dat twee op één as gelegerde nokschijven (25a, 25b; 25c, 25d) aanwezig zijn, waarvan er één over ten minste één tandwiel met de insnapstang (18) in verbinding staat en bij een langsbeweging van 20 de insnapstang een draaibewegingsstap ondergaat, en dat beide nokschijven (25a, 25b; 25c, 25d) elk zijn voorzien zijn van een segmentdeel, welke delen in dezelfde straal aan de telkens maatgevende nokschijf (25a, 25b; 25c, 25d) zijn aangebracht, waarbij de nok-25 schijven (25a, 25b; 25c, 25d) bij de draaibeweging in de ene richting gemeenschappelijk een cirkelvlak bestrijken en bij de draaibeweging in de andere draairichting gemeenschappelijk een nokomtrek vormen, waardoor de klemmen (26a) via een stangenstelsel (27, 28) 30 worden gesloten of geopend.8. Device according to claim 4 or 5, characterized in that the locking member is provided with two clamps (26a) opposite each other with respect to the load-bearing part (3, 7, 18.), on which a spring (28) engages which operates in the direction of the load celebrating that two cam shafts (25a, 25b; 25c, 25d) mounted on one shaft are provided, one of which communicates with the snap-in rod (18) over at least one gear and a longitudinal movement of the snap-in rod undergoes a rotational movement step, and that both cam discs (25a, 25b; 25c, 25d) each have a segment part, which parts are in the same radius on the respective cam disc (25a, 25b; 25c, 25d) the cam-25 discs (25a, 25b; 25c, 25d) jointly cover a circular plane during the rotation in one direction and jointly form a cam circumference during the rotation in the other direction of rotation, so that the clamps (26a) via a rod systems el (27, 28) 30 are closed or opened. 9. Inrichting volgens conclusie 8, m e t het kenmerk, dat de klemmen (26a) door middel van een tweezijdige hefboom (33) in verbinding staan, die enerzijds tegen één van de klemmen (26a) aanligt en 35 anderzijds veerbelast tegen een door de insnapstang (18) draaibare as aanligt, die voorzien is van een korte schroefdraad (38) met grote spoed, waardoor 300 2 6 69 - 15 - wanneer de insnapstang (18) zich naar omlaag beweegt de klemmen (26a) niet kunnen insnappen. 300 2 6 69Device according to claim 8, characterized in that the clamps (26a) are connected by means of a two-sided lever (33) which, on the one hand, rests against one of the clamps (26a) and, on the other hand, is spring-loaded against a by the snap-in rod (18) the rotating shaft is fitted with a short thread (38) with a high pitch, so that the clamps (26a) cannot snap in when the snap-in rod (18) moves down. 300 2 6 69
NL8002669A 1979-05-25 1980-05-09 DEVICE FOR TRANSFERRING LOADS WITHOUT IMPACT. NL8002669A (en)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE2921182 1979-05-25
DE19792921182 DE2921182A1 (en) 1979-05-25 1979-05-25 DEVICE FOR BUMPERLY HANDLING OF LOADS

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8002669A true NL8002669A (en) 1980-11-27

Family

ID=6071655

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8002669A NL8002669A (en) 1979-05-25 1980-05-09 DEVICE FOR TRANSFERRING LOADS WITHOUT IMPACT.

Country Status (5)

Country Link
DE (1) DE2921182A1 (en)
FR (1) FR2457246A1 (en)
GB (1) GB2050285B (en)
NL (1) NL8002669A (en)
NO (1) NO801401L (en)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2163402B (en) * 1984-08-22 1987-12-31 British Aerospace Open sea transfer of articles

Also Published As

Publication number Publication date
GB2050285A (en) 1981-01-07
FR2457246A1 (en) 1980-12-19
DE2921182A1 (en) 1980-12-04
GB2050285B (en) 1983-09-14
NO801401L (en) 1980-11-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US6250486B1 (en) Integrated balanced wire rope reeving system for cargo container handling cranes
US3532324A (en) Antisway mechanism
US3945504A (en) Anti-sway system for a spreader suspended from a crane
US3860282A (en) Log skidder grapple
CN210084783U (en) Hydraulic slewing crane
NL8002669A (en) DEVICE FOR TRANSFERRING LOADS WITHOUT IMPACT.
KR20010021248A (en) Crane apparatus
CN212287661U (en) Friction roller type grabbing and loading device
CN210528295U (en) Multifunctional transportation device
CN212245934U (en) Turnover type pulley with rotation function and crane
CN119660599B (en) An intelligent automated factory tower crane
CN119637754B (en) Adjustable speed hydraulic hoist with safety protection function
US913564A (en) Cable conveyer-hoist.
CN218403401U (en) Cable-laying hoist
NL7906973A (en) CABLE OPERATED DEVICE.
CN119038415B (en) Anti-sway gantry crane
US3887081A (en) Ball rotation sheave release
CN116081495B (en) A kind of bridge crane with protective function
CN218809996U (en) Fishing boat crane
RU2193517C2 (en) Load-lifting device
US1494277A (en) Portable derrick
US4229034A (en) Device for the rotation of containers
CN101830396B (en) Trolley for crane
SU812690A1 (en) Container-engaging device
RU2044812C1 (en) Device for turning over a link of railway grid

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed