NL8002511A - Werkwijze en inrichting ter vervaardiging van een broodroosterverwarmingselement. - Google Patents
Werkwijze en inrichting ter vervaardiging van een broodroosterverwarmingselement. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8002511A NL8002511A NL8002511A NL8002511A NL8002511A NL 8002511 A NL8002511 A NL 8002511A NL 8002511 A NL8002511 A NL 8002511A NL 8002511 A NL8002511 A NL 8002511A NL 8002511 A NL8002511 A NL 8002511A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- heat conductor
- conductor wires
- connecting strips
- support plate
- edge
- Prior art date
Links
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 title claims description 28
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 27
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 23
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims description 89
- 238000003466 welding Methods 0.000 claims description 11
- 238000004080 punching Methods 0.000 claims description 10
- 238000005452 bending Methods 0.000 claims description 3
- 230000008719 thickening Effects 0.000 claims description 3
- 238000004049 embossing Methods 0.000 claims 1
- 239000011810 insulating material Substances 0.000 description 3
- RJDOZRNNYVAULJ-UHFFFAOYSA-L [O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[F-].[F-].[Mg++].[Mg++].[Mg++].[Al+3].[Si+4].[Si+4].[Si+4].[K+] Chemical compound [O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[O--].[F-].[F-].[Mg++].[Mg++].[Mg++].[Al+3].[Si+4].[Si+4].[Si+4].[K+] RJDOZRNNYVAULJ-UHFFFAOYSA-L 0.000 description 2
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 2
- RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N Copper Chemical compound [Cu] RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- ATJFFYVFTNAWJD-UHFFFAOYSA-N Tin Chemical compound [Sn] ATJFFYVFTNAWJD-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052802 copper Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010949 copper Substances 0.000 description 1
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000002401 inhibitory effect Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H05—ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- H05B—ELECTRIC HEATING; ELECTRIC LIGHT SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; CIRCUIT ARRANGEMENTS FOR ELECTRIC LIGHT SOURCES, IN GENERAL
- H05B3/00—Ohmic-resistance heating
- H05B3/10—Heating elements characterised by the composition or nature of the materials or by the arrangement of the conductor
- H05B3/16—Heating elements characterised by the composition or nature of the materials or by the arrangement of the conductor the conductor being mounted on an insulating base
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T29/00—Metal working
- Y10T29/49—Method of mechanical manufacture
- Y10T29/49002—Electrical device making
- Y10T29/49082—Resistor making
- Y10T29/49083—Heater type
Landscapes
- Resistance Heating (AREA)
- Surface Heating Bodies (AREA)
- Electric Stoves And Ranges (AREA)
Description
------ P & c Λ W 2313-9 Ned. » ,
Werkwijze en inrichting ter vervaardiging van een broodrooster-verwarmingselement.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze ter vervaardiging van een uit een aan tegenovergelegen randzijden van randinsnijdingen voorziene draagplaat en uit een warmtegeleiderdraad bestaand broodroosterverwarmingselement, waarbij de warmtegeleiderdraad in wezen 5 aan een verwarmde zijde van de draagplaat loopt. De uitvinding heeft eveneens tot onderwerp een inrichting voor het uitvoeren van een dergelijke werkwijze.
Broodroosters bezitten op gebruikelijke wijze twee verschillende typen verwarmingselementen. Tussen de normaal aanwezige twee rooster-10 sleuven bevindt zich een aan weerszijden bewikkeld verwarmingselement, waarvan de vervaardiging geen bijzondere moeilijkheden biedt, omdat de warmtegeleiderdraad op eenvoudige wijze om de isolerende draagplaat heen gewikkeld kan worden. Aan de buitenzijden van de roostersleuven worden daarentegen verwarmingselementen aangebracht, die slechts aan één zijde, 15 namelijk die welke naar de betreffende naburige roostersleuf toegekeerd is, en in het vervolg als verwarmde zijde aangeduid wordt, warmte afgeven en vandaar slechts aan deze zijde van warmtegeleiderdraad voorzien zijn.
Ter vervaardiging van dergelijke eenzijdig bewikkelde broodrooster-verwarmingselementen wordt gebruikelijkerwijze eerst de uit isolatie-20 materiaal bestaande draagplaat van randinsnijdingen voorzien, waartussen overeenkomstige uitsteeksels blijven staan. De warmtegeleiderdraad wordt daarbij om de uitsteeksels geslagen en verloopt dientengevolge in wezen slechts aan de verwarmde zijde van de draagplaat. Enkel in de gebieden, „ waarin de warmtegeleiderdraad om de tussen de randinsnijdingen staande 25 uitsteeksels geslagen is, verloopt hij aan de achterzijde. De einden van de warmtegeleiderdraad worden op gebruikelijke wijze aan de draagplaat vastgeslagen en van aansluitelementen voorzien.
De vervaardiging van een dergelijk eenzijdig bewikkeld broodroosterverwarmingselement vergt bewegingsprocedés, die zich met machines niet, 30 althans niet met economisch verdedigbare kosten laten realiseren. CJit deze overwegingen worden deze verwarmingselementen van het hiervoor toegelichte type in de praktijk met de hand vervaardigd. Dit is zeer duur aan tijd en kosten. Bovendien leidt deze bekende werkwijze ook tot onbevredigende resultaten. Het gecompliceerde bewegingsprocedé bij het wikkelen maakt het 35 praktisch onmogelijk een gelijkmatige spanning van de warmtegeleiderdraad 8002511 - 2 - ·* aan te houden, zodat vaak bij de praktische inzet onder invloed van de bedrijfswarmte de warmtegeleiderdraad alsnog losraakt. Bovendien is het slechts moeilijk te vermijden dat de draagplaten, die op gebruikelijke wijze uit gemakkelijk breekbaar isolatiemateriaal zoals synthetische 5 mica o.d. bestaan, bij het wikkelen,, in het bijzonder in het gebied van de tussen de randinsnijdingen aanwezige uitsteeksels beschadigd worden.
Aan de uitvinding ligt het probleem ten grondslag een werkwijze te verschaffen, volgens welke op eenvoudige en qua kosten gunstige wijze broodroosterverwarmingselementen van het in den aanvang beschreven type 10 van hoge en gelijkmatige kwaliteit vervaardigd kunnen worden. Tegelijkertijd ligt aan de uitvinding het probleem ten grondslag een inrichting voor de uitvoering van een dergelijke werkwijze te verschaffen.
Deze probleemstelling wordt volgens de uitvinding vanuit de gezichtshoek van de werkwijze daardoor opgelost, dat aan de tegenover de 15 verwarmde zijde gelegen achterzijde van de draagplaat in het gebied van de randinsnijdingen verbindingsstroken uit elektrisch geleidend materiaal aangebracht worden, en dat een veelheid van warmtegeleiderdraden ten opzichte van elkaar in wezen evenwijdig, en de' verbindingsstroken in het gebied van de randinsnijdingen overkruisend aan de warme zijde aangebracht, 20 met de verbindingsstroken elektrisch geleidend verbonden en in aansluiting daarop afgezonderd worden.
Volgens de uitvinding wordt derhalve niet een enkele warmtegeleiderdraad continu om de draagplaat gewikkeld, maar worden veeleer meerdere aan elkaar evenwijdige warmtegeleiderdraden aan een zijde van de plaat en 25 daarmee kruisend in de randgebieden van de plaat en aan de achterzijde ervan verbindingsstroken aangebracht en met elkaar verbonden. De verbinding kan op verschillende wijze, bijvoorbeeld ook door buigen of platdrukken geschieden, wordt echter bij voorkeur door puntlassen uitgevoerd. De verbindingsplaatsen liggen in elk geval in het gebied van 30 de randinsnijdingen,om een éénduidige fixering van de warmtegeleiderdraden te verkrijgen, verdient het echter daarbij aanbeveling, dat deze weliswaar in het gebied van de randinsnijdingen, echter onmiddellijk aan de begrenzing ervan verlopen, zodat de daartussen staande uitsteeksels tussen naburige verbindingsplaatsen indien mogelijk spelingsvrij ingesloten zijn. 35 De warmtegeleiderdraden kunnen op gebruikelijke wijze uit weerstandsdraad 8002511 •Ρ - 3 - van ronde of rechthoekige doorsnede bestaan. De verbindingsstroken bestaan bij voorkeur uit blikstroken van ten opzichte van de doorsnede van de warmtegeleiderdraden naar verhouding grote breedte. Hetvoor de uitvoering van de beschreven werkwijze noodzakelijke bewegingsprocedé laat zich 5 uitsluitend uit eenvoudige, rechtlijnige bewegingen samenstellen, zodat een ingewikkelde en tijdrovende bewikkelingsproces vermeden wordt.
Het hiervoor béschreven werkwijzeprocedé leidt tot een verwarmingselement, waarbij alle warmtegeleiderdraden door de verbindingsstroken met elkaar parallel geschakeld zijn. Dit kan in sommige gevallen beslist voor-10 delig zijn. Meestal zal echter ter aanpassing aan de vooraf gegeven bedrijfsspanning van het broodrooster een serieschakeling van de warmtegeleiderdraden doelmatig zijn. Dit kan op eenvoudige wijze daardoor bereikt worden, dat de verbindingsstroken in het gebied van de randinsnijdingen tussen de verbindingsplaatsen geheel van de warmtegeleiderdraden gescheiden 15 worden. In dat geval bestaat de voordelige mogelijkheid de verbindingsstroken uit - in tegenstelling tot de warmtegeleiderdraden - elektrisch goed geleidend materiaal te vervaardigen. Daarmede wordt de aan de achterzijde van'het verwarmingselement vrij gegeven warmte-energie tot een geringe hoeveelheid gereduceerd.
20 Bij de praktische uitvoering van de beschreven werkwijze verdient het aanbeveling dat allereerst de verbindingsstroken op een onderlegplaat op vooraf bepaalde afstand aangebracht, in aansluiting daarop de draagplaat met de achterzijde op de verbindingsstroken gelegd en tenslotte de warmtegeleiderdraden telkens van een voorraadsrol afgetrokken en op de 25 verwarmde zijde van de draagplaat gelegd worden. Daarbij kan ook zonder meer ervoor gezorgd worden, dat de warmtegeleiderdraden onder een vooraf bepaalde mechanische spanning staan, bijvoorbeeld door overeenkomstige remming van de voorraadsrollen bij het aftrekken ervan of door een overeenkomstige spaninrichting, bijvoorbeeld in de vorm van veer-30 of gewichtsbelaste omkeerrollen.
De verbindingsstroken kunnen in de vorm van discrete secties van vooraf bepaalde lengte aan de draagplaat aangebracht worden. Een andere mogelijkheid bestaat daarin ook de verbindingsstroken elk van een voorraadsrol af te trekken, en wel in een op de richting van de warmte-35 geleiderdraden loodrechte richting, en ze na de verbinding met de warmte- 8002511 ' dr - 4 - geleiderdraden op hun vooraf bepaalde lengte af te snijden. In elk geval kan een eenduidige, tegen een naderhand losrakend bestendige vatting van warmtegeleiderdraden en verbindingsstroken aan de draagplaat daardoor bereikt worden, dat de verbindingsstroken van een stempeling in de vorm 5 van in de randinsnijdingen ingrijpende uitsteeksels voorzien worden. Deze stempeling kan in een voorbereidende arbeidsfase voor het aanbrengen van de verbindingsstroken aan de draagplaat uitgevoerd worden. Er bestaat ook de voordelige mogelijkheid de stempeling bij de vervaardiging van de verbindingen met de warmtegeleiderdraden uit te voeren. Bovendien kunnen 10 ter fixering van warmtegeleiderdraden en verbindingsstroken aan de draagplaat ook de warmtegeleiderdraden in de randinsnijdingen naar binnen gebogen worden en wel bij voorkeur eveneens bij de vervaardiging van de elektrische verbinding met de verbindingsstroken, bijvoorbeeld door middel van puntlasgereedschap.
15 uit een oogpunt van de inrichting wordt de aan de uitvinding ten grondslag liggende opgave door een inrichting ter uitvoering van de hierboven toegelichte werkwijze opgelost, die gekenmerkt wordt door een verwerkingsstation met een oplegvlak voor de draagplaat en met aan tegenover gelegen randgebieden van het oplegvlak aangebrachte opneem- «·_ 20 groeven telkens voor een verbindingsstrook, door een aan het verwerkings-station toegevoegd afgiftestation met een veelheid van voorraadrollen voor de warmtegeleiderdraad, door een verbindingsinrichting ter vervaardiging van een elektrische verbinding tussen de warmtegeleiderdraden en de verbindingsstroken alsmede door een scheidingsinrichting voor de warmte-25 geleiderdraden. Het verwerkingsstation met oplegvlak voor de draagplaat en opneemgroeven voor de verbindingsstroken maakt het mogelijk draagplaat en verbindingsstroken in een vooraf bepaalde onderlinge positie eenduidig gefixeerd op te stellen. Daarop worden de warmtegeleiderdraden over de noodzakelijke lengte door de voorraadsrollen af- en via de draagplaat 30 getrokken door middel van de verbindingsinrichting aan de overkruisings-plaatsen met de verbindingsstroken daarmee elektrisch verbonden en_in aansluiting daarop afgescheiden. De verdere arbeidsfasen, zoals bijvoorbeeld het opbrengen van een vasthoudstrook uit isolatiemateriaal of het aanslaan van de aansluiteinden van de warmtegeleiderdraden geschieden op 35 de gebruikelijke wijze en behoeven hier niet toegelicht te worden.
8002511 - 5 -
Bij een bijzonder de voorkeur verdienende uitvoeringsvorm bestaat de verbindingsinrichting uit telkens een via de opneemgroeven omhoog- en omlaag beweegbaar opgestelde en van een veelheid van puntlaselectroden voorziene rails. Daarbij bestaat tegelijkertijd de voordelige mogelijkheid 5 de rails resp. de puntlaselectroden enerzijds en de grond van‘de betreffende toegevoegde opneemgroef anderzijds als stempelwerktuig voor het stempelen resp. ombuigen van de verbindingsstroken en/of de warmtegeleiderdraden uit te voeren. Voorts bestaat de mogelijkheid de rails in het bereik van de randinsnijdingen van de draagplaat van stans-10 werktuigen voor het geheel scheiden van de verbindingsstroken te voorzien. Uiteraard zijn de opneemgroeven aan hun bodem van overeenkomstige doorlaten voor de stanswerktuigen voorzien. De functies verbinden, stempelen en scheiden laten zich daarbij in vergaande mate samenvatten. De stanswerktuigen worden bij voorkeur in de rails geleid en worden daarin veeris belast, waarbij de rails indirect via de stanswerktuigen versteld worden. Nadat verbindingsstroken, draagplaat en warmtegeleiderdraden dienovereenkomstig aangebracht zijn, wordt de rails omlaag gebracht, en afhankelijk van de tusssn deze en da stanswerktuigen bestaande veerkracht tegen warmtegeleiderdraden van verbindingsstroken gedrukt, waarbij eventueel het 20 stempelen geschiedt. In aansluiting daarop vindt aan de overkruisings-plaatsen de verbinding plaats, zoals door puntlassen, en tenslotte worden de stanswerktuigen tegen de veerkracht in verder omlaag gebracht, waarbij de verbindingsstroken geheel gescheiden worden. De contour van de rails is daarbij uiteraard zo uitgevoerd, dat de draagplaat zelf resp. de 25 uitsteeksels tussen de randinsnijdingen aan geen wezenlijke krachtsinvloed blootgesteld worden.
De scheidingsinrichting is op voordelige wijze in de doorlooprichting van de warmtegeleiderdraden achter het verwerkingsstation opgesteld, zodat, wanneer een verwarmingselement na de vervaardiging ervan uit de inrichting 30 genomen wordt, de warmtegeleiderdraden voor de vervaardiging van een verder verwarmingselement via het verwerkingsstation getrokken en eerst na deze gescheiden worden. Om daarbij een eenduidige positionering van de warmtegeleiderdraden te waarborgen, verdient het aanbeveling tussen afgiftestation en verwerkingsstation een geleidingselement voor de 35 warmtegeleiderdraden aan te brengen, dat bijvoorbeeld uit telkens één aan 8002511 - 6 - r #> de opneemgroef evenwijdige geleidingsbalk met op vooraf bepaalde afstanden aangebrachte doorlaten voor telkens een warmtegeleiderdraad bestaan kan.
Het verwerkingsstation is bij voorkeur aan de bovenzijde van een 5 omhoog- en omlaag brengbare tafel aangebracht. Na de vervaardiging van een verwarmingselement wordt de tafel omlaag gebracht en worden verbindings-stroken en draagplaat voor de volgende vervaardigingsfase daarop gelegd, terwijl gelijktijdig het gereedgekomen verwarmingselement uit de inrichting genomen wordt en de warmtegeleidende draden voor de volgende 10 vervaardigingsfase over het verwerkingsstation getrokken worden. In aansluiting daarop wordt de tafel weer omhoog geheven en op de hiervoor toegelichte wijze de verbinding tussen verbindingsstroken en warmte-geleiderdraden uitgevoerd. De verwarmingsstroken kunnen daarbij, zoals toegelicht, hetzij als discrete, eventueel ook reeds van een overeenkomstige 15 stempeling voorziene secties ingelegd of ook eveneens van voorraadsrollen afgetrokken en telkens afgescheiden worden.
De uitvinding zal hieronder aan de hand van enige in de figuren der bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeelden nader worden toegelicht.
20 Fig. 1 toont een eenzijdig van warmtegeleiderdraad voorzien broodroosterverwarmingselement in bovenaanzicht;
Fig. 2 geeft het voorwerp van fig. 1 in een aanzicht tegen de kopse zijde van de inrichting;
Fig. 3 een inrichting ter vervaardiging van een broodrooster-25 verwarmingselement volgens fig. 1, die op schematische wijze in bovenaanzicht wordt weergegeven; en
Fig. 4 toont een sectie van het onderwerp der uitvinding, zoals dit in fig. 3 op vergrote schaal in doorsnede wordt weergegeven.
Het in fig. 1 weergegeven broodroosterverwarmingselement bestaat 30 in wezen uit een draagplaat 1 uit synthetische mica en een veelheid van aan elkander evenwijdige warmtegeleiderdraden 2, die aan één zijde, namelijk aan de weergegeven verwarmde zijde van de draagplaat 1 verlopen.
De draagplaat bezit aan twee tegenover elkaar gelegen randzijden rand-insnijdingen 3, die door uitsteeksels 4 gemarkeerd zijn. In het gebied 35 van de randinsnijdingen 3 verlopen aan de randzijden van de draagplaat 1 800 25 1 1 \ - 7 - * aan de achterzijde ervan verbindingsstroken 5. Terwijl de warmtegeleider-draden 2 uit gebruikelijk weerstandsmateriaal bestaan, zijn in het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld de verbindingsstroken 5 uit elektrisch goed geleidend materiaal, bijvoorbeeld koper vervaardigd. In het bereik 5 van elke randinsnijding 3 verlopen telkens twee warmtegeleiderdraden 2 via de draagplaat 1, en wel zo, dat zij telkens onmiddellijk naast één der uitsteeksels 4 de verbindingsstroken 5 overkruisen. Aan de over-kruisingsplaatsen zijn de warmtegeleiderdraden 2 en de verbindingsstroken 5 met elkaar door puntlassen verbonden. Van de verbindingsstroken 5 zijn 10 slechts de onder de uitsteeksels 4 gelegen gebieden aangegeven, terwijl de in fig. 2 gestippeld weergegeven, in de randinsnijdingen 3 verlopende gebieden van de verbindingsstroken 5 uitgestanst zijn. Zoals fig. 1 overigens toont, zijn aan de beide randzijden de randinsnijdingen 3 ten opzichte van ' elkaar versprongen aangebracht. Daardoor ontstaat een serieschakeling van 15 de warmtegeleiderdraden 2 en de overblijvende secties van de verbindingsstroken 5. De einden van de eerste en van de laatste warmtegeleiderdraad 2 zijn aan de aansluitplaatsen 6 aan de draagplaat 1 met oogjes vastgezet.
Het in fig. 2 weergegeven kopse aanzicht van het verwarmingselement laat zien, dat de verbindingsstroken 5 in de randinsnijdingen 3 naar 20 binnen reikende verdikkingen bezitten en daardoor eventuele verschuiving ten opzichte van de uitsteeksels 4 geborgd zijn. Tegelijkertijd zijn ook de warmtegeleiderdraden 2 in hun eindgebieden in de randinsnijdingen 3 naar binnen gebogen.
De in fig. 3 weergegeven inrichting voor de vervaardiging van de 25 hierboven toegelichte broodroosterverwarmingselementen, bezit in de eerste plaats een verwerkingsstation 11, waarin draagplaat 1, warmtegeleiderdraden 2 en verbindingsstroken 5 met elkaar verbonden worden.
Het verwerkingsstation 11 bestaat in wezen uit een oplegvlak 12 voor de telkens te verwerken draagplaat 1 en uit in het gebied der van de rand-30 insnijdingen 3 voorziene randgebieden van de draagplaat 1 verlopende opneemgroeven 13 telkens voor een verbindingsstrook 5. De warmtegeleiderdraden 2 worden aan het verwerkingsstation 11 in de door een pijl 14 aangegeven doorlooprichting vanaf de voorraadsrollen 15 toegevoerd, die in een afgiftestation 15 samengevat en in het weergegeven uitvoerings-35 voorbeeld coaxiaal met aan de opneemgroeven 13 evenwijdige assen opgesteld 8002511 - 8 - zijn. Tussen verwerkingsstation 11 en afgiftestation 16 is een geleidings-element 17 aangebracht, dat uit een aan de opneemgroeven 13 evenwijdige geleidingsbalk'bestaat, die op vooraf bepaalde, met de opstelling van de warmtegeleiderdraden 2 op de draagplaat 1 overeenkomstige afstanden 5 doorlaten 18 bezit, waardoor telkens een warmtegeleiderdraad 2 geleid is. Aan de opneemgroeven 13 wordt in een loodrecht op de doorlooprichting 14 staande richting telkens een verbindingsstrook 5 vanaf telkens een voorraadsrol 19 toegevoerd. Aan de in het gebied van de beide opneemgroeven 13 liggende overkruisingsplaatsen worden warmtegeleiderdraden 2 en 10 verbindingsstroken 5 door middel van een verbindingsinrichting 20 door puntlassen met elkaar verbonden. Dit wordt hierna aan de hand van fig. 4 nog afzonderlijk toegelicht. Na de vervaardiging van de verbinding wordt de draagplaat 1 in de doorlooprichting 14 van het oplegvlak 12 verwijderd, waarbij de voor de eerstvolgende vervaardigingsfase noodzakelijke lengte 15 van de warmtegeleiderdraden 2 vanaf de voorra'adrollen 15 afgetrokken wordt. In aansluiting daarop worden de warmtegeleiderdraden 2 aan het betreffende gereedgekomen verwarmingselement met behulp van de scheiding·-inrichting 21 afgescheiden, die in de doorlooprichting 14 achter het verwerkingsstation 11 opgesteld is.
'20 De verbindingsinrichting 20 bestaat in wezen uit twee boven de betreffende overeenkomstige opneemgroef 13 opgestelde rails 22, waarvan er één in fig. 4 in doorsnede weergegeven is. De fig. toont boven elkaar in uitgetrokken toestand het verwerkingsstation 11 met een opneemgroef 13, daarboven een draagplaat 1 met warmtegeleiderdraden 2 en verbindingsstroken 25 5 alsmede daarboven de omhoog- en omlaag brengbare rail 22. In het gebied van de randinsnijdingen 3 bezit de bodem van de opneemgroef 13 uitsteeksels 23 en de rail 22 verdiepingen 24, zodat de rail 22 en de bodem van de opneemgroef 13 tezamen een stempelwerktuig vormen, waarmee op de verbindingsstroken 5 in de randinsnijdingen 3 ingrijpende verdik-30 kingen 25 gevormd worden. De in de samengebrachte toestand tegen de warmtegeleiderdraden 2 aanliggende gebieden van de rail 22 vormen tegelijkertijd puntlaselectroden, waarmede warmtegeleiderdraden 2 en verbindingsstroken 5 elektrisch geleidend verbonden worden. Overigens is in fig. 4 tegelijkertijd aangegeven, hoe ook de warmtegeleiderdraden 2 in de 35 randinsnijdingen 3 naar binnen gebogen worden. In de met de randinsnijdingen 8002511 - 9 - 3 van de draagplaat 1 overeenkomstige gebieden bezit de rail 22 uitsparingen 26, waarin stanswerktuigen 27 geleid zijn, waarmede de verbindingsstrook 5 telkens tussen de beide in een randinsnijding 3 gelegen warmtegeleider-draden 2 volkomen gescheiden wordt. De stanswerktuigen 27 zijn aan een 5 hoog aangebrachte balk 28 bevestigd, die door - slechts schematisch aangeduide - veer 29 door de rail 22 ondersteund wordt. In de bodem van de opneemgroef 13 zijn doorlaten 30 voor het stanswerktuig 27 aangebracht.
De hiervoor beschreven inrichting werkt als volgt: Na het gereedkomen van een verwarmingselement wordt het aan een omhoog- en omlaag 10 brengbare tafel aangebracht verwerkingsstation 11 omlaag gebracht. De verbindingsstroken worden van de voorraadsrollen 19 afgetrokken en in de opneemgroeven 13 gelegd. In aansluiting hierop wordt een draagplaat 1 in het verwerkingsstation 11 ingezet en daarop wordt het verwerkingsstation 11 omhoog geheven, tot de warmtegeleiderdraden 2, die bij het afsluiten 15 van de voorafgaande vervaardigingsfase via het verwerkingsstation 11 af- getrokken zijn, tegen de verwarmde zijde van de draagplaat 1 aanliggen. Daarop wordt de rail door krachtinvloed aan de balk 28 omlaag gebracht tot de verbindingsstrook 5 op de toegelichte wijze gestempeld is en tegelijkertijd vast tegen de warmtegeleiderdraden 2 aanligt. Daarna 20 geschiedt met een stroomimpuls het puntlasseri van warmtegeleiderdraden 2 en verbindingsstrook 5. Door verdere krachtinvloed wordt de balk 28 tegen de werking van de veren 29 in verder omlaag gebracht, tot de stanswerktuigen 27 de verbindingsstroken tussen telkens twee warmtegeleiderdraden van een randinsnijding 3 volledig scheiden. Daarop worden rail 22 25 en balk 28 weer omhoog geheven, en wordt het in wezen gereedgekomen verwarmingselement uit het verwerkingsstation 11 genomen, waarbij de warmtegeleiderdraden 2 voor de volgende fabricagefase van de voorraadsrollen 15 afgetrokken worden en worden tenslotte de warmtegeleiderdraden 2 met de scheidingsinrichting 21 volkomen gescheiden. Met de scheidings-30 inrichting 21 is bij voorkeur een (niet-weergegeven) kleminrichting verbonden, die de warmtegeleiderdraden 2 in hun uitgespannen toestand vasthoudt. Het vastleggen van de warmtegeleiderdraden 2 aan de aansluit-plaatsen 6 van de draagplaat 1 geschiedt in een volgende arbeidsfase, die hier niet behoeft te worden toegelicht.
.35 8002511
Claims (16)
1. Werkwijze ter vervaardiging van een uit een aan tegenover gelegen randzijden van randinsnijdingen voorziene draagplaat en uit een warmtegeleiderdraad bestaand broodroosterverwarmingselement, waarbij de warmtegeleiderdraad in wezen aan een verwarmde zijde van de draagplaat 5 loopt, met het kenmerk, dat aan de tegenover de verwarmde zijde gelegen achterzijde van de draagplaat (1) in het gebied van de randinsnijdingen (3) verbindingsstroken (5) uit elektrisch geleidend materiaal aangebracht worden, en dat een veelheid van warmtegeleiderdraden (2) ten opzichte van elkaar in wezen evenwijdig en de verbindingsstroken (5) in het gebied van 10 de randinsnijdingen (3) overkruisendaan de warme zijde aangebracht, met de verbindingsstroken (5) elektrisch geleidend verbonden en in aansluiting daarop afgescheiden worden.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de verbindingsstroken (5) in het gebied van de randinsnijdingen (3) tussen 15 de verbindingsplaatsen met de warmtegeleiderdraden (2) totaal gescheiden worden.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de verbindingsstroken (5) uit elektrisch goed geleidend materiaal bestaan.
4. Werkwijze volgens één der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat 20 de verbindingsstroken (5) op een onderlegplaats op vooraf bepaalde afstand aangebracht, de draagplaat (1) met de achterzijde op de verbindingsstroken (5) opgelegd en de warmtegeleiderdraden (2) telkens van een voorraadsrol (15) afgetrokken en op de verwarmde zijde van de draagplaat (1) opgelegd worden.
5. Werkwijze volgens één der conclusies 1-4, met het kenmerk,dat de verbindingsstroken (5) in de vorm van secties van vooraf bepaalde lengte aan de draagplaat (1) aangebracht worden.
6. Werkwijze volgens één der conclusies 1-5, met het kenmerk, dat de verbindingsstroken (5) in een op de richting van de warmtegeleider- 30 draden (2) loodrechte richting telkens· van een voorraadsrol (19) afgetrokken en na de verbinding met de warmtegeleiderdraden (2) op hun vooraf bepaalde lengte gesneden worden.
7. Werkwijze volgens één der conclusies 1-6, met het kenmerk, dat de verbindingsstroken (5) van een stempeling (25) in de vorm van in de 35 randinsnijdingen (3) ingrijpende verdikkingen voorzien worden. 8002511 - 11 -
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de verbindingsstroken (5) bij de vervaardiging van de verbindingen van de warmtegeleiderdraden (2) met de stempeling (25) voorzien worden.
9. Werkwijze volgens één der conclusies 1-8, met het kenmerk, dat 5 de warmtegeleiderdraden (2) bij de verbinding met de verbindingsstroken (5) in de randinsnijdingen (3) naar binnen gebogen worden.
•10. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens één der_ conclusies 1-9, gekenmerkt door een verwerkingsstation (11) met een oplegvlak (12) voor de draagplaat (1) en met aan tegenover gelegen rand-10 gebieden van het oplegvlak (12) opgestelde opneemgroeven (13) telkens voor een verbindingsstrook (5) door een aan het verwerkingsstation (11) toegevoegd afgiftestation (16) met een veelheid van voorraadsrollen (15) voor de warmtegeleiderdraden (2), door een verbindingsinrichting (20) voor de vervaardiging van een elektrisch leidende verbinding tussen de 15 warmtegeleiderdraden (2) en de verbindingsstroken (5), alsmede door een afscheidingsinrichting (21) voor de warmtegeleiderdraden (2).
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de verbindingsinrichting (20) telkens uit een via de opneemgroeven (13) omhoog-.en omlaag beweegbaar opgestelde en van een veelheid van puntlaselectroden 20 voorziene rail (22) bestaat.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de rails (22) resp. de puntlaselectroden en de bodem van de betreffende toegevoegde opneemgroef (13) als stempelwerktuig voor het stempelen resp. ombuigen van de verbindingsstroken (5) en/of van de warmtegeleiderdraden 25 (2) uitgevoerd zijn.
13. Inrichting volgens conclusie 11 of 12, met het kenmerk, dat de rails (22) in het gebied van de randinsnijding (3) van de draagplaat (1) van stanswerktuigen (27) voorset geheel scheiden van de verbindingsstroken (5) voorzien is.
14. Inrichting volgens één der conclusies 10-13, met het kenmerk, dat de scheidingsinrichting (21) in de doorlooprichting (14) van de warmtegeleiderdraden (2) a’chter het verwerkingsstation (11) aangebracht is.
15. Inrichting volgens één der conclusies 10-14, met het kenmerk, dat tussen het afgiftestation (16) en verwerkingsstation (11) een geleidings-35 element (17) voor de warmtegeleiderdraden (2) aangebracht is. 8002511 - 12 -
16. Inrichting volgens één der conclusies 10-15, met het kenmerk, dat het verwerkingsstation (11) aan de bovenzijde van een omhoog- en omlaag beweegbare tafel aangebracht is. 8002511
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE2917808A DE2917808C2 (de) | 1979-05-03 | 1979-05-03 | Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung eines Brotrösterheizelements |
| DE2917808 | 1979-05-03 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8002511A true NL8002511A (nl) | 1980-11-05 |
| NL187723B NL187723B (nl) | 1991-07-16 |
| NL187723C NL187723C (nl) | 1991-12-16 |
Family
ID=6069821
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8002511,A NL187723C (nl) | 1979-05-03 | 1980-04-29 | Werkwijze ter vervaardiging van een verwarmingselement voor broodroosters, alsmede inrichting dienend voor het uitvoeren van die werkwijze. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4361954A (nl) |
| DE (1) | DE2917808C2 (nl) |
| ES (2) | ES491107A0 (nl) |
| FR (1) | FR2455842A1 (nl) |
| GB (1) | GB2049375B (nl) |
| IT (1) | IT1151061B (nl) |
| NL (1) | NL187723C (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3605610A1 (de) * | 1986-02-21 | 1987-08-27 | Braun Ag | Verfahren zum herstellen eines heizkoerpers |
| DE3605611A1 (de) * | 1986-02-21 | 1987-08-27 | Braun Ag | Verfahren zum herstellen eines heizkoerpers |
| DE3631852C1 (de) * | 1986-09-19 | 1988-01-28 | Braun Ag | Elektrischer Heizkoerper,insbesondere fuer Brotroester |
| KR20000028327A (ko) * | 1998-10-31 | 2000-05-25 | 양건호 | 전자파를 제거한 면상 발열체 및 그 제조방법 |
Family Cites Families (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1394856A (en) * | 1921-10-25 | a a a a a a | ||
| US2747072A (en) * | 1953-09-11 | 1956-05-22 | Proctor Electric Co | Toaster heating unit |
| GB925184A (en) * | 1958-03-06 | 1963-05-01 | Space Heating Ltd | Improvements in or relating to space heating elements |
| DE2217719B1 (de) * | 1972-04-13 | 1973-03-22 | Wema Beheizungstechnik GmbH, 5880 Lüdenscheid | Aus einer mit einem widerstandsdraht fortschreitend bewickelten glimmerplatte bestehendder elektrischer heizkoerper mit anschlusskontakten |
| DE2253293A1 (de) * | 1972-10-31 | 1974-05-09 | Eichenauer Fa Fritz | Flachheizkoerper, insbesondere seitenheizkoerper fuer brotroester |
-
1979
- 1979-05-03 DE DE2917808A patent/DE2917808C2/de not_active Expired
-
1980
- 1980-04-17 GB GB8012757A patent/GB2049375B/en not_active Expired
- 1980-04-29 FR FR8009699A patent/FR2455842A1/fr active Granted
- 1980-04-29 NL NLAANVRAGE8002511,A patent/NL187723C/nl not_active IP Right Cessation
- 1980-05-02 IT IT21764/80A patent/IT1151061B/it active
- 1980-05-02 ES ES491107A patent/ES491107A0/es active Granted
- 1980-05-02 ES ES491097A patent/ES491097A0/es active Granted
- 1980-05-02 US US06/146,162 patent/US4361954A/en not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ES8101352A1 (es) | 1980-12-01 |
| FR2455842A1 (fr) | 1980-11-28 |
| DE2917808A1 (de) | 1980-11-13 |
| FR2455842B1 (nl) | 1983-08-26 |
| GB2049375B (en) | 1983-04-27 |
| IT8021764A1 (it) | 1981-11-02 |
| NL187723C (nl) | 1991-12-16 |
| IT1151061B (it) | 1986-12-17 |
| IT8021764A0 (it) | 1980-05-02 |
| DE2917808C2 (de) | 1983-06-01 |
| ES8101351A1 (es) | 1980-12-01 |
| ES491107A0 (es) | 1980-12-01 |
| ES491097A0 (es) | 1980-12-01 |
| NL187723B (nl) | 1991-07-16 |
| GB2049375A (en) | 1980-12-17 |
| US4361954A (en) | 1982-12-07 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| DE3687774T2 (de) | Anschluesse eines elektrischen mehradrigen kabels sowie verfahren und vorrichtung zum herstellen derselben. | |
| US4035047A (en) | Electrical connector | |
| DE2414571C2 (nl) | ||
| DE2739209C2 (nl) | ||
| US4712299A (en) | Process for producing electrical contacts for facilitating mass mounting to a contact holder | |
| DE69512592T2 (de) | Elektrische Anschlussdose | |
| DE69605995T2 (de) | Sicherungsplatte und Verfahren zur Herstellung der Sicherungsplatte | |
| EP0283427B1 (de) | Schneidklemm-Hülsenkontakt | |
| US3848954A (en) | Clip terminal and applicator tool combination | |
| DE3587574T2 (de) | Maschine für die Herstellung eines elektrischen Kabelbaumes. | |
| US4598471A (en) | Pin inserter for electronic boards | |
| DE19840214C2 (de) | Verfahren und Vorrichtung zum Preßschweißen eines Anschlußstücks | |
| NL8002511A (nl) | Werkwijze en inrichting ter vervaardiging van een broodroosterverwarmingselement. | |
| DE19513063C2 (de) | Anschlußklemme | |
| DE2743760A1 (de) | Anschlussystem fuer elektrische leiter | |
| US4127935A (en) | Method for assembly of electrical connectors | |
| DE69013211T2 (de) | Verfahren und Vorrichtung zum Abschliessen oder Verbinden von flachen Leistungskabeln. | |
| US2571040A (en) | Method of making switch parts | |
| DE19723663A1 (de) | Draht-Quetschverbindungskonstruktion und Draht-Quetschverbindungsverfahren | |
| JPS5838897B2 (ja) | 開閉器装置用リ−ド線フレ−ムの製造方法 | |
| DE4104653C1 (nl) | ||
| WO2002095877A1 (de) | Steckverbinder, insbesondere zum kontaktieren einer unterschiedlich ausgebildete kontaktstellen aufweisenden elektrischen leitung, und anordnung aus steckverbinder und elektrischer leitung | |
| EP1119225B1 (en) | Circuit board, electrical connection box having the circuit board and method of making the circuit board | |
| CA1050740A (en) | Conveyor feed mechanism | |
| DE10136082C5 (de) | Verfahren zum Vercrimpen und Anschlussklemmencrimpvorrichtung |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |