NL8002230A - Elektrische flitsinrichting. - Google Patents
Elektrische flitsinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8002230A NL8002230A NL8002230A NL8002230A NL8002230A NL 8002230 A NL8002230 A NL 8002230A NL 8002230 A NL8002230 A NL 8002230A NL 8002230 A NL8002230 A NL 8002230A NL 8002230 A NL8002230 A NL 8002230A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- flash
- trigger
- tube
- circuit
- flash tube
- Prior art date
Links
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 claims description 84
- 238000004804 winding Methods 0.000 claims description 44
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims description 9
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims description 3
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 claims description 3
- XUKUURHRXDUEBC-KAYWLYCHSA-N Atorvastatin Chemical compound C=1C=CC=CC=1C1=C(C=2C=CC(F)=CC=2)N(CC[C@@H](O)C[C@@H](O)CC(O)=O)C(C(C)C)=C1C(=O)NC1=CC=CC=C1 XUKUURHRXDUEBC-KAYWLYCHSA-N 0.000 claims 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 4
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 3
- 238000007599 discharging Methods 0.000 description 3
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 238000005286 illumination Methods 0.000 description 2
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 2
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 2
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 2
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 2
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 230000004913 activation Effects 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 239000004020 conductor Substances 0.000 description 1
- 230000001939 inductive effect Effects 0.000 description 1
- 229910052754 neon Inorganic materials 0.000 description 1
- GKAOGPIIYCISHV-UHFFFAOYSA-N neon atom Chemical compound [Ne] GKAOGPIIYCISHV-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000010791 quenching Methods 0.000 description 1
- 230000000171 quenching effect Effects 0.000 description 1
- 230000036962 time dependent Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03B—APPARATUS OR ARRANGEMENTS FOR TAKING PHOTOGRAPHS OR FOR PROJECTING OR VIEWING THEM; APPARATUS OR ARRANGEMENTS EMPLOYING ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ACCESSORIES THEREFOR
- G03B15/00—Special procedures for taking photographs; Apparatus therefor
- G03B15/02—Illuminating scene
- G03B15/03—Combinations of cameras with lighting apparatus; Flash units
- G03B15/05—Combinations of cameras with electronic flash apparatus; Electronic flash units
-
- H—ELECTRICITY
- H05—ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- H05B—ELECTRIC HEATING; ELECTRIC LIGHT SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; CIRCUIT ARRANGEMENTS FOR ELECTRIC LIGHT SOURCES, IN GENERAL
- H05B41/00—Circuit arrangements or apparatus for igniting or operating discharge lamps
- H05B41/14—Circuit arrangements
- H05B41/30—Circuit arrangements in which the lamp is fed by pulses, e.g. flash lamp
- H05B41/32—Circuit arrangements in which the lamp is fed by pulses, e.g. flash lamp for single flash operation
- H05B41/325—Circuit arrangements in which the lamp is fed by pulses, e.g. flash lamp for single flash operation by measuring the incident light
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03B—APPARATUS OR ARRANGEMENTS FOR TAKING PHOTOGRAPHS OR FOR PROJECTING OR VIEWING THEM; APPARATUS OR ARRANGEMENTS EMPLOYING ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ACCESSORIES THEREFOR
- G03B2215/00—Special procedures for taking photographs; Apparatus therefor
- G03B2215/05—Combinations of cameras with electronic flash units
- G03B2215/0514—Separate unit
- G03B2215/0517—Housing
- G03B2215/0525—Reflector
- G03B2215/0528—Reflector movable reflector, e.g. change of illumination angle or illumination direction
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03B—APPARATUS OR ARRANGEMENTS FOR TAKING PHOTOGRAPHS OR FOR PROJECTING OR VIEWING THEM; APPARATUS OR ARRANGEMENTS EMPLOYING ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ACCESSORIES THEREFOR
- G03B2215/00—Special procedures for taking photographs; Apparatus therefor
- G03B2215/05—Combinations of cameras with electronic flash units
- G03B2215/0514—Separate unit
- G03B2215/0517—Housing
- G03B2215/0553—Housing with second integrated flash
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Stroboscope Apparatuses (AREA)
- Discharge-Lamp Control Circuits And Pulse- Feed Circuits (AREA)
Description
' £/ Λ VO 394
Elektrische flitsinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een elektrische flitsinrichting, en meer in het bijzonder op een bij een optische inrichting, zoals een fotografisch toestel, te gebruiken elektrische flitsinrichting.
5 De laatste jaren zijn flitsinrichtingen op grote schaal ge bruikt bij verschillende soorten optische inrichtingen, die flitslicht nodig hebben. In het bijzonder op het gebied van de fotogra- ' fie wordt kunstlicht algemeen gebruikt voor het verlichten van een te fotograferen onderwerp. Een vorm van kunstlicht, welke vorm 10 thans op grote schaal wordt gebruikt, is licht, geproduceerd door een zogenoemde elektrische flitsinrichting. In dergelijke inrichtingen is een flitsbuis verschaft voor het verlichten van het te fotograferen onderwerp, waarbij de inrichting echter zodanig is, dat het licht van de flitsbuis alleen het onderwerp verlicht, zodat 15 indien het oppervlak van het onderwerp geprofileerd is, de verlich ting van het oppervlak onregelmatig is. Verder wordt wanneer het flitslicht van de lichtflits wordt gebruikt als directe verlichting voor het fotografische onderwerp in een kamer of een fotostudio, een schaduw van het fotografische onderwerp gewoonlijk daar achter 20 gevormd, waardoor slechte fotografische resultaten worden geprodu ceerd .
Voor het opheffen van deze nadelen van lichtflitsinrichtingen, is het bekend teruggekaatst licht te gebruiken voor het verlichten van het onderwerp. Bij het nemen van een foto door middel 25 van teruggekaatst licht, zijn er echter nog moeilijkheden, doordat de hoeveelheid licht, die op het fotografische onderwerp invalt, sterk verminderd is ten opzichte van de vooraf bepaalde waarde, waarop het toestel is ingesteld, in het bijzonder wanneer een terug-kaatsoppervlak, zoals een plafondoppervlak, niet wit is, en door-30 dat een onderwerp met een onregelmatig oppervlak niet zo goed kan 800 22 30 - 2 - worden gefotografeerd, omdat een aanzienlijk gedeelte van het vanaf het onderwerp teruggekaatste licht niet invalt op de film in de camera.
Voor het opheffen van deze nacfelen is een kostbare verl'ich-5 tingsuitrusting nodig, zoals een licht aan de voorkant, een parapluvormige terugkaatsplaat en een licht aan de achterkant voor het opheffan van de schaduw uit de achtergrond van het fotografische onderwerp. Deze uitrusting is naast het kostbaar zijn tevens omslachtig.
10 Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een elek trische flitsinrichting, die goede flitswerkingen uitvoert.
Een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een elektrische flitsinrichting, die betrouwbaar is, en goedkoop en economisch.
15 Andere doeleinden en kenmerken zijn hierna gedeeltelijk dui delijk en worden gedeeltelijk aangeduid.
Overeenkomstig de onderhavige uitvinding omvat een elektrische flitsinrichting een eerste flitsdeel, dat althans een eerste flitsbuis bevat, verder een tweede flitsdeel met althans een twee-20 de flitsbuis, en een flitsregelinrichting, voorzien van middelen voor het uitschakelen van het flitsen wanneer een daaruit voortvloeiende flitslichthoevselheid een vooraf bepaalde waarde bereikt, welke flitsregelinrichting een keten bevat voor het opslaan van elektrische lading en het leveren van elektrische energie aan de 25 eerste flitsbuis en de tweede flitsbuis, verder trekkermiddelen voor het inschakelen van de eerste flitsbuis en de tweede flitsbuis, een flitsbuis-ketendeel, dat de eerste en tweede flitsbuizen omvat, evenals een schakelketen voor het bedienen van het flitsbuis-ketendeel, waarbij de keten voor het opslaan van elektrische 30 lading een eerste hoofdopslagcondensator omvat voor het leveren van elektrische energie aan de eerste flitsbuis, en een tweede hoofdopslagcondensator voor het leveren van elektrische energie aan de tweede flitsbuis, waarbij het flitsbuis-ketendeel een flits-stuurregelmiddel omvat voor het zodanig regelen van de flitsduur, 35 dat de tijdsduur van het flitslicht van de eerste flitsbuis onge- 80022 30 - 3 - veer gelijk wordt met de flitslichtduur van de tweede flitsbuis.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin:
Fig.l een ruimtelijk aanzicht is van de onderhavige elektri-5 sche flitsinrichting;
Fig.2 gedetailleerd het ketenschema toont van de regelketen-inriohting van de onderhavige elektrische flitsinrichting;
Fig.3 een aanzicht is voor het verduidelijken van de werking van de onderhavige elektrische flitsinrichting bij gebruik daarvan 10 voor met teruggekaatst licht werkende flitsfotografie;
Fig.4 een grafiek is, die de hoeveelheid licht, geproduceerd door de onderhavige elektrische flitsinrichting weergeeft, uitgezet tegen de tijd;
Fig.5 een grafiek is, die de hoeveelheid licht weergeeft, 15 en de wijze van werken van de onderhavige elektrische flitsinrich ting aanduidt;
Fig.6 een gedetailleerd schema is van de regelketeninrichting van een andere uitvoeringsvorm;
Fig.7 een gedetailleerd ketenschema is van een andere uitvoe-20 ringsvorm van de regelketen; en
Fig.B een gedetailleerd ketenschema is van nog een andere uitvoeringsvorm.
Onder verwijzing naar fig.l van de tekening is sterk vereenvoudigd de onderhavige elektrische flitsinrichting weergegeven. De 25 elektrische flitsinrichting heeft een flitshuis, in zijn algemeen heid aangeduid met het verwijzingscijfer 10, en bestaande uit een eerste kast 11 en een tweede kast 12. De tweede kast 12 is draaibaar verbonden met de eerste kast 11 door middel van een draaibaar verbindingsdeel 14. Het verbindingsdeel 14 maakt deel uit van een 30 palradmechanisme en bevat een pen 14a, die is bevestigd aan de twee de kast 12 en draaibaar aangrijpt op de eerste kast 11. Het palradmechanisme bevat een palrad 14b, dat is bevestigd aan de tweede kast 12 samen met de pen 14a, verder een gebogen U-vormige plaat-veer 14c, gedragen in de eerste kast 11, en een palsegment 14d, 35 dat is verschaft tussen de plaatveer 14c en het palrad 14a. Dien- 80022 30 - 4 - overeenkomstig is de tweede kast 12 draaibaar, zoals weergegeven door de pijl 13, met betrekking tot de eerste kast 11. De eerste kast 11 is uitgerust met een lichtgevoelig element 15, en verdiept in het voorste oppervlak daarvan met een eerste flitsdeel 16, dat 5 een eerste flitsbuis 17 bevat. De tweede kast 12 is uitgerust met een tweede flitsdeel 18, dat een tweede flitsbuis 19 bevat. In het huis 10 is een flitsregelketeninrichting opgenomen, die is uitge-voerd op de in fig.2 weergegeven wijze.
De flitsregelketeninrichting omvat een gelijkstroom-kracht-10 bronketen A, verder een spanningsomzetterketen B voor het omzetten en versterken van een gelijkstroomspanning van de gelijkstroom-krachtbronketen A in een wisselstroomspanning, een gelijkrichter-keten C voor het gelijkrichten van de wisselstroomspanning van de spanningomzetterketen B, een keten D voor het opslaan van een elek-15 trische lading en het leveren van elektrische energie aan de flits- buizen 17 en 19, een middel voor het opwekken van trekkerimpulsen voor het inschakelen van een flitsbuis-ketendeel, een schakelketen G voor het bedienen van het flitsbuis-ketendeel, een blusketen H voor het doven van het flitsbuis-ketendeel, en een keten I voor het 20 opwekken van een blusinschakelsignaal teneinde de blusketen H te be dienen. Het flitsbuis-ketendeel bestaat uit de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19. De middelen voor het opwekken van trekkerimpulsen bestaan uit een eerste keten E voor het opwekken van trekkerimpulsen voor het inschakelen van de eerste flitsbuis 17, 25 en een tweede keten F voor het opwekken van trekkerimpulsen voor het inschakelen van de tweede flitsbuis 19.
Gedetailleerder bevat de krachtbronketen A een batterij 20 en een met de hand bedienbare schakelaar 21, die in serie is geschakeld met de batterij 20. De spanningomzetterketen B omvat in hoofd-30 zaak een oscillatorketen 0C en een oscillatortijdconstanteketen TC.
Gedetailleerder bevat de spanningomzetterketen B een weerstand 22, waarvan een aansluiting direct is verbonden met de negatieve aansluiting van de batterij 20, verder een condensator 23, waarvan een aansluiting is verbonden met de andere aansluiting van de weerstand 35 22 voor het vormen van de oscillatortijdconstanteketen TC, een os- cillatortransformator 24, en een oscillatorschakelelement in de vorm 800 22 30 ,* 4 - 5 - van een transistor 25. De oscillatortransformator 24 bestaat uit een primaire wikkeling 24a, een secundaire wikkeling 24b en een derde wikkeling 24c. Een aansluiting van de primaire wikkeling 24a is direct verbonden met de negatieve aansluiting van de batterij 5 20, waarbij de andere aansluiting van de primaire wikkeling 24a is verbonden met een collectorelektrode van de transistor 25 voor het vormen van de oscillatorketen 0C. Een aansluiting van de secundaire wikkeling 24b is verbonden met een basiselektrode van de transistor 25. De gelijkrichterketen C omvat een eerste elektrische 10 buis in de vorm van een eerste diode 26, waarvan de anode-elektrode is verbonden met een aansluiting van de secundaire wikkeling 24b van de oscillatortransformator 24, en een tweede elektrische buis in de vorm van een tweede diode 27,waarvan positieve elektrode is verbonden met de secundaire wikkeling 24b. De keten D voor het op-15 slaan van een elektrische lading omvat een eerste hoofdopslagcon- densator 2S, verder een tweede hoofdopslagcondensator 29 en een lamp 31 voor het aanduiden van de lading. De eerste hoofdopslagcondensator 28 is verbonden met een kathode-elektrode van de eerste diode 26. De tweede hoofdopslagcondensator 29 is verbonden met een 20 kathode-elektrode van de tweede diode 27.
De tweede keten F voor het opwekken van trekkerimpulsen bevat een trekkerweerstand 32, een synchronisatieschakelaar 33, een weerstand 34, een trekkercondensator 35 en een trekkertransfor-mator 36. In de tweede keten F voor het opwekken van trekkerimpul-25 sen is een aansluiting van de trekkerweerstand 32 verbonden met een kathode-elektrode van de tweede diode 27. Een aansluiting van de trekkercondensator 35 is verbonden met de andere aansluiting van de weerstand 32, waarbij een ingangswikkeling 36a van de trekkertrans-formator 36 is verbonden met de andere aansluiting van de trekker-30 condensator 35. De trekkertransformator 36 omvat de ingangswikke ling 36a, een uitgangswikkeling 36b en een detectiewikkeling 36c.
De eerste keten E voor het opwekken van trekkerimpulsen bevat een trekkerweerstand 37, een schakelelement in de vorm van een eerste thyristor 38, een poortweerstand 39, een trekkercondensator 35 40 en een trekkertransformator 41. In de eerste keten E voor het 800 2 2 30 - 6 - opwekken van trekkerimpulsen, is een aansluiting van de trekker-weerstand 37 verbonden met een negatieve aansluiting van de eerste diode 2B. Een aansluiting van de trekkercondensator 40 is verbonden met de andere aansluiting van de weerstand 37, waarbij een in-5 gangswikkeling 41a van de trekkertransformator 41 is verbonden met de andere aansluiting van de trekkercondensator 40. De eerste thyristor 38 is via de trekkercondensator 40 parallel geschakeld met de ingangswikkeling-41a-Een poo-rtelektrode en een kathode-elektro-de van de eerste thyristor 38 zijn verbonden met de detectiewikke-10 ling 36c van de trekkertransformator 36.
De schakelketen G bevat een schakelelement in de vorm van een tweede thyristor 42, verder een poortweerstand 43, een condensator 44 en de weerstanden 45 en 46. De tweede thyristor 42 is in serie geschakeld met de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 15 19 van het flitsbuis-ketendeel. De condensator 44 is verbonden tus sen een anode-elektrode en een kathode-elektrode over de weerstand 45.
Het flitsbuis-ketendeel omvat de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19. De eerste flitsbuis 17 is voorzien van een 20 paar elektroden 17a, 17b voor het geleiden van de hoofdstroom, en van een trekkerelektrode 17c, die eveneens bij, maar buiten de flitsbuis 17 is geplaatst. De tweede flitsbuis 19 is eveneens voorzien van elektroden 19a, 19b voor het geleiden van de hoofdstroom, en van een trekkerelektrode 19c, die eveneens bij, maar buiten de 25 flitsbuis 19 is geplaatst. Zoals hiervoor uiteengezet aan de hand van fig.l, is de eerste flitsbuis 17 aangebracht in het eerste flitsdeel 16, dat verdiept is aangebracht in het voorste oppervlak van de eerste kast 11, waarbij de tweede flitsbuis 19 is aangebracht in het tweede flitsdeel 18, gemonteerd aan een eindgedeelte 30 van de tweede kast 12. Een elektrode 17a van de eerste flitsbuis 17 voor het geleiden van de hoofdstroom, is verbonden met een elektrode van de eerste hoofdopslagcondensator 28, waarbij de andere elektrode 17b voor het geleiden van de hoofdstroom is verbonden met de anode-elektrode van de tweede thyristor 42 van de schakelketen G.
35 De trekkerelektrode 17c van de eerste flitsbuis 17 is verbonden met 800 2 2 30 * 4 - 7 - een aansluiting van een uitgangswikkeling 41b van de trekkertrans-formator 41. Een elektrode 19a van de tweede flitsbuis 19 voor het geleiden van de hoofdstroom is verbonden met de ene elektrode van de tweede hoofdopslagoondensator 27, waarbij de andere elektrode 5 19b voor het geleiden van de hoofdstroom is verbonden met de anode van de tweede thyristor 42 samen met de elektrode 17b van de eerste flitsbuis 17 voor het geleiden van de hoofdstroom, zodat de elektroden 17b en 19b dus zijn verbonden met de andere elektroden van de hoofdopslagcondensatoren 26 en 29 via de tweede thyristor 42.
10 Er zijn in het flitsbuis-ketendeel bepaalde kriteria, waar aan moet zijn voldaan in de twee flitsbuizen 17 en 19. Voor een doeltreffende werking moet de aan de eerste flitsbuis 17 te leveren stroom betrekkelijk gering zijn in vergelijking met de stroom, die moet worden geleverd aan de tweede flitsbuis 19 teneinde de hoeveel-15 heid flitslicht, opgewekt door de eerste flitsbuis 17 kleiner te maken dan die van het flitslicht van de tweede flitsbuis 19. Voor het verzekeren hiervan moet de eerste flitsbuis 17 een betrekkelijk lage impedantie hebben in vergelijking met de tweede flitsbuis 19.
Voor het verschaffen van deze lage impedantie moet de eerste flits-20 buis 17 een lage gasdruk hebben en een kleine elektrodeafstand in vergelijking met de tweede flitsbuis 19. D.w.z. dat de lengte en de diameter van de tweede flitsbuis 19 groter zijn ingesteld dan die van de eerste flitsbuis 17, zodat de lichthoeveelheid van de tweede flitsbuis 19 groter wordt dan die van de eerste flitsbuis 25 17. De capaciteit van de tweede hoofdopslagcondensator 29 is groter ingesteld dan die van de eerste hoofdopslagcondensator 28, omdat de lichthoeveelheid van de tweede flitsbuis 19 groter is dan die van de eerste flitsbuis 17. Bovendien is de inwendige weerstandswaarde van de eerste flitsbuis 17 ingesteld op een hogere waarde in verge-30 lij king met een gebruikelijke flitsbuis teneinde de flitsduren van de eerste en tweede flitsbuizen 17 en 19 gelijk of ongeveer gelijk te maken, omdat de flitslichtduur lang wordt in het geval van een grote inwendige weerstandswaarde. In dit geval heeft de uitdrukking van ongeveer gelijk'de betekenis van een optische benaderings-35 waarde. Dienovereenkomstig is het onnodig een impedantie-element 800 2 2 30 - 8 - aan te brengen tussen de eerste diode 26 en de eerste flitsbuis 17, waardoor krachtverlies als gevolg van het impedantie-element wordt vermeden.
De blusketen H bevat een blusbuis 47 voor het doven van de 5 flitsbuizen 17 en 19, verder een weerstand 48, een commutatieconden- sator 49, een weerstand 51 en de condensatoren 50 en 52. De blusbuis 47 is verbonden met beide elektroden van de tweede hoofdopslag- - condensator 29 door de weerstand 48. Se commutatiecondensator'49 '' ~ is verbonden tussen een verbindingspunt van de weerstand 48 en de 10 blusbuis 47 en de anode-elektrode van de thyristor 42. Een serie- schakeling, bestaande uit de weerstand 51 en de condensatoren 50 en 52, is parallel geschakeld met de blusbuis 47.
Er zijn natuurlijk bepaalde kriteria, waaraan moet worden voldaan in de blusbuis 47. Voor een doeltreffende werking moet de 15 blusbuis 47 een lage impedantie hebben in vergelijking met de eer ste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19. De tweede flitsbuis 19 heeft een minimum impedantie van gewoonlijk 1,5-2 Ohm. De blusbuis 47 moet dus een impedantie hebben van rond 0,1 Ohm. Voor het verschaffen van een dergelijke lage impedantie moet de blusbuis 47 20 tevens een lage gasdruk en een kleine elektrodeafstand hebben. De elektroden 47a en 47b moeten gedurende een korte tijd een zeer sterke stroom kunnen dragen. De buis 47 moet in staat zijn om snel en gemakkelijk in geleiding te worden geschakeld over het bereik van spanningsverandering over de flitsbuizen 17 en-19 gedurende het 25 flitsen. De blusbuis 47 bevat een trekkerelektrode 47c, in het mid den tussen de twee hoofdelektroden 47a en 47b.
De keten I voor het opwekken van blustrekkersignalen is voorzien van lichtwaarneemmiddelen voor het waarnemen van de flitslichten van de eerste en tweede flitsbuizen 17 en 19, en van middelen 30 voor het verstellen van de duur van de flitslichttijd voor het in stellen van een ononderbroken maximum tijdsduur van de flitslichten, geproduceerd door de eerste en tweede flitsbuizen 17 en 19.
Een overeenkomstig de voorgaande beschrijving geconstrueerde keten is als volgt werkzaam.- 35 Wanneer de krachtbronschakelaar 21 is gesloten, activeert de 800 2 2 30 ♦ f - 9 - spanningomzetterketen B een oscillatorwerking, waardoor de hoge spanning wordt geïnduceerd bij de secundaire wikkeling 24b van de transformator 24. De versterkte wisselstroomspanning wordt gelijkgericht door de gelijkrichterketen C, waarna de elektrische lading 5 wordt opgeslagen in de eerste hoofdopslagcondensator 2Θ en de twee de hoofdopslagcondensator 29. Wanneer de hoofdopslagcondensatoren 28 en 29 volledig zijn geladen tot de vooraf bepaalde en passende spanning, licht de neon gloeilamp 31 op voor het aangeven, dat de inrichting klaar is voor het ontsteken van de flitsbuizen 28 en 29.
10 Gelijktijdig worden de trekkercondensatoren 35 en 40 geladen door de hoge gelijkstroomspanning van de gelijkrichterketen C. In dergelijke omstandigheden wordt de werking van het flitsbuisdeel op gang gebracht door het sluiten van de schakelaar 33 van de tweede keten F voor het opwekken van trekkerimpulsen in synchronisatie met het 15 openen van de camerasluiter, waardoor de flitsbuizen 17 en 19 wor den ingeschakeld. Wanneer de schakelaar 33 is gesloten wordt de elektrische lading van de trekkercondensator 35 ontladen door de schakelaar 33 en de ingangswikkeling 36a van de trekkertransforma-tor 36. Door het ontladen van de condensator 35 worden trekkerimpul-20 sen opgewekt van de uitgangswikkeling 36b en de detectiewikkeling 36c van de trekkertransformator 36. De opgeslagen spanning in de tweede hoofdopslagcondensator 29 verschijnt over de elektroden 19a en 19b van de tweede flitsbuis 19. De van de uitgangswikkeling 36b ontwikkelde trekkerimpuls wordt gelegd aan de trekkerelektrode 19c 25 van de tweede flitsbuis 19, waardoor deze wordt ingeschakeld. Op hetzelfde moment wordt de eerste thyristor 38 van de eerste keten E voor het opwekken van trekkerimpulsen ingeschakeld door een trekker-signaal vanaf de detectiewikkeling 36c van de trekkertransformator 36. Door het inschakelen van de eerste thyristor 38 wordt de elektri-30 sche lading van de trekkercondensator 40 ontladen door de eerste thyristor 38 en de ingangswikkeling 41a van de trekkertransformator 41. De opgeslagen spanning in de eerste hoofdopslagcondensator 28 verschijnt ook over de elektroden 17a en 17b van de eerste flitsbuis 17.
35 De tweede flitsbuis 19 brengt een flitsontlading tot stand 8002230 -lotussen de elektroden 19a en 19b, waarbij tegelijkertijd de eerste flitsbuis 17 eveneens een flitsontlading tot stand brengt tussen de elektroden 17a en 17b.
Bij een gebruikelijke werking gaat het flitsen door totdat 5 . de hoofdopslagcondensator 28 en 29 zijn ontladen door de buizen 17 en 19 tot het punt, waarop de spanning de flits over de buizen 17 en 19 niet langer onderhoudt. Oat vindt gewoonlijk plaats na ongeveer enkele milliseconden.
De keten I voor het opwekken van blusimpulsen neemt de flits-10 lichten van de buizen 17 en 19 waar, en stelt automatisch de maxi mum tijdsduur van de flitsresten in op het moment, bepaald door het ontladen van de eerste en tweede hoofdcondensatoren 28 en 29 door de eerste en tweede flitsbuizen 17 en 19. De keten I voor het opwekken van blusimpulsen levert een trekkerimpuls aan de trekkerelektro-15 de 47c van de blusbuis 47. Die trekkerimpuls doet de blusbuis 47 ogenblikkelijk geleidend worden.
Wanneer de blusbuis 47 geleidend wordt, ontlaadt de elektrische lading in de commutatiecondensator 49 door de blusbuis 47 en de commutatieweerstand 46 voor het zodoende over de commutatieweer-20 stand 46 produceren van een zodanige spanning, dat de polariteit aan de kathode-elektrodezijde van de tweede thyristor 42 positief wordt gemaakt na een tijdvak, dat afhankelijk is van een tijdconstante, bepaald door de condensator 49 en de weerstand 46. Deze geïnduceerde spanning over de weerstand 46 doet de tweede thyristor 25 42 uitschakelen. Wanneer de tweede thyristor 42 niet geleidend wordt worden de eerste en tweede flitsbuizen 17 en 19 gelijktijdig en ogenblikkelijk gedoofd, omdat de elektroden 17b en 19b van de flitsbuizen 17 en 19 voor het geleiden van de hoofdstroom gewoonlijk zijn verbonden met de anode-elektrode van de tweede thyristor 42.
30 Omdat in dit geval de blusbuis 47 een veel lagere impedantie heeft wanneer deze geleidend is dan de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19, wordt vrijwel alle opgeslagen energie in de eerste en tweede hoofdopslagcondensatoren 28 en 29 ontladen door de blusbuis 47, waardoor het doven tot stand wordt gebracht van de 35 eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19, op een moment wan- 80022 30 » t - 11 - neer voldoende licht is teruggeKaatst op de fotocel 15 voor het tot stand brengen van het inschakelen van het blussen. In dit geval zijn de flitstijdsduren van de eerste buis 17 en de tweede buis 19 gelijk en/of ongeveer gelijk, waarbij de flitslichthoeveelheid 5 van de tweede flitsbuis 19 groter is dan die van de eerste flits- buis 17.
Fig.3 toont de wijze waarop de hiervoor beschreven elektrische flitsinrichting kan worden gebruikt bij het in een kamer of fotostudio fotograferen met teruggekaatst flitslicht. Het flitshuis 10 10 is gemonteerd boven op een camera 54. Het eerste flitsdeel 16 van de eerste kast 11 is naar een te fotograferen onderwerp gericht, zoals een man 55. De tweede kast 12 is onder een passende hoekstand ingesteld met betrekking tot de eerste kast 11, waarbij het tweede flitsdeel 18 is gericht naar een plafond 56 voor het leveren van 15 teruggekaatst flitslicht aan het te fotograferen onderwerp. D.w.z., dat flitslicht 59 van het tweede flitsdeel 18 naar het oppervlak _ van het plafond 56 wordt gericht. Het flitslicht 59 kaatst terug bij het oppervlak van het plafond 56 en vormt daarna het teruggekaatste licht. Een gedeelte 59a van het teruggekaatste licht, gepro-20 duceerd door het terugkaatsen van het flitslicht 59, is invallend op de man 55, waarbij een ander gedeelte 59b van het teruggekaatste licht invallend is op een achtergrondoppervlak, zoals een wand 57 van de kamer. Op het gedeelte 59a wordt het flitslicht 58 gesu-perponeerd vanaf het eerste flitsdeel 16, waarbij het gedeelte 59b 25 van het teruggekaatste licht schaduw opheft in de achtergrond van het onderwerp.
Zoals reeds vermeld, is de hoeveelheid flitslicht 59 groter ingesteld dan de hoeveelheid flitslicht 58, geproduceerd door de eerste flitsbuis 17 door het hoger maken van de inwendige impedan-30 tie van de tweede flitsbuis 19 dan die van de eerste flitsbuis 17, zoals het duidelijkst is weergegeven in fig.4.
Fig.4 toont de karakteristieken van de flitslichthoeveelheid 0, gemeten in bundelkandela per seconde Ccd/s) met betrekking tot de tijd T, gemeten in milliseconden (ms). In fig.4 toont de kromme 35 60 de flitslichtkarakteristiek van de eerste flitsbuis 17, waarbij 800 2 2 30 - 12 - de kromme 61 de flitslichtkarakteristiek toont van de tweede flits-lichtbuis 19, en de kromme 62 de karakteristiek toont van het licht, dat het gevolg is van het samenvoegen van het flitslicht van de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19. Zoals aan de hand 5 van de kromme 62 in fig.4 duidelijk is, is de totale hoeveelheid flitslicht, geproduceerd door de flitsinrichting, groter dan die van een gebruikelijke flitsinrichting met slechts een flitsdeel.
Bij de in fig. 3 weergegeven-wijze-van-fotograf eren-wordt-dienovereenkomstig de helderheid van het te fotograferen onderwerp, 10 zoals de man 55, vergroot en regelmatig gemaakt. De tijdsduur van het uitzenden van flitslicht door de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19 is ingesteld op T^, zoals weergegeven in fig.5. Het tijdvak T1 is vooraf gekozen in synchronisatie met de sluiterwerking van de camera 54. De flitstijdsduren van de buizen 17 en 19 zijn 15 gesynchroniseerd en ingesteld op het moment T^, waarbij de buizen 17 en 19 gelijktijdig en/of op ongeveer hetzelfde moment worden gedoofd op het moment T^, zoals is weergegeven in fig.5, voor het zodoende voorkomen van een onnodige werking van de buizen 17 en 19. Dit maakt een doeltreffend gebruik mogelijk van de eerste en tweede 20 hoofdopslagcondensatoren met een verkleinde capaciteit, hoewel de inrichting is uitgerust met twee flitsbuizen.
Bovendien kan slechts één van de eerste en tweede flitsbuizen 17 en 19 worden geactiveerd door middel van het toepassen van een keuzeschakelaar (niet weergegeven], omdat de flitsbuizen 17 en 25 19 resp. zijn verbonden met de bijbehorende eerste hoofdopslagcon- densator 28 en tweede hoofdopslagcondensator 29.
Fig.6 toont een andere uitvoeringsvorm van de onderhavige flitsregelketeninrichting. De inrichting van deze uitvoeringsvorm omvat dus een gelijkstroomkrachtbronketen A, een spanningomzetter-30 keten B voor het omzetten van een gelijkstroom vanaf de keten A in een wisselstroomspanning, verder een gelijkrichterketen voor het gelijkrichten van de wisselstroomspanning in een gelijkstroomspan-ning, een elektrische ladingopslagketen D voor het leveren van elektrische energie aan de flitsbuizen 17 en 19, een middel voor het op-35 wekken van trekkerimpulsen voor het inschakelen van het trekkerketen- 8002230 -¾ * - 13 - deel, een schakelketen G voor het bedienen van het flitsbuis-keten-deel, een blusketen H voor het doven van de flitsbuizen van het flitsbuis-ketendeel, en een keten I voor het opwekken van blussig-nalen.
5 In de flitsregelketeninrichting volgens fig.6 bestaat het middel voor het opwekken van trekkerimpulsen uit slechts een keten F voor het opwekken van trekkerimpulsen, welke keten een trekker-weerstand 32 omvat, verbonden met een kathode-elektrode van een tweede diode 27, verder de in serie geschakelde weerstanden 32 en 10 34, een synchrone schakelaar 33, een trekkercondensator 34 en een trekkertransformator 36.
De trekkertransformator 36 bestaat uit een ingangswikkeling 36a en een uitgangswikkeling 36b. De uitgangswikkeling 36b van de trekkertransformator 36 is gezamenlijk verbonden met een trekker-15 elektrode 17c van de eerste flitsbuis 17 door een leiding 33, en een trekkerelektrode 19c van de tweede flitsbuis 19. D.w.z., dat de trekkerelektrode 17c van de eerste flitsbuis 17 direct is verbonden met de uitgangswikkeling 36b van de trekkertransformator 36 samen met de trekkerelektrode 19c van de tweede flitsbuis 19, waar-20 door de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19 gelijktijdig worden ingeschakeld door het trekkersignaal vanaf de tweede keten F voor het opwekken van trekkerimpulsen. Een inwendige impedantie van de tweede flitsbuis 19 is bovendien hoger ingesteld dan die van de eerste flitsbuis 17.
25 Wanneer overeenkomstig de flitslichtregelketeninrichting vol gens fig.6 de schakelaar 33 wordt gesloten, wordt de elektrische lading van de trekkercondensator 35 ontladen door de schakelaar 33 en de ingangswikkeling 36a van de trekkertransformator 36. Door het ontladen van de condensator 35 wordt een trekkerimpuls opgewekt van-30 af de uitgangswikkeling 36b, waardoor de eerste en tweede flitsbui zen gelijktijdig worden ingeschakeld. Zoals hiervoor uiteengezet worden flitsbuizen met bepaalde flitstijdkarakteristieken gebruikt als de eerste en tweede flitsbuizen.
De elektrische flitsinrichting volgens fig.6 heeft het voor-35 deel van het op een goed geregelde wijze werkzaam zijn en het moge- 8002230 - 14 - lijk maken van het tot stand brengen van een groot aantal ontladingen van de flitsbuizen zonder de verschillende elementen te moeten vervangen, omdat het trekkerketendeel F door slechts één trekker-transformator 36 en één trekkercondensator 34 wordt gevormd.
5 Fig.7 toont een wijziging van de flitsregelketeninrichting volgens fig.2. Bij de inrichting volgens fig.7 is een gelijkrichter-keten C voorzien van slechts een diode 27. Een keten D voor het opslaan van een elektrische'-lading'omvat'-’bovendien: een"èerste' hoofd-.....
opslagcondensator 28 en een tweede hoofdopslagcondensator 29. De 10 tweede hoofdopslagcondensator 29 is verbonden met een kathode- elektrode van de diode 27. De eerste hoofdopslagcondensator 28 is parallel geschakeld met de tweede hoofdopslagcondensator 29. Bovendien is een blokkerende diode 63 verbonden met de eerste hoofdopslagcondensator 28, zodat een kathode-elektrode daarvan is gericht 15 naar de eerste hoofdopslagcondensator 28. Dienovereenkomstig is de eerste hoofdopslagcondensator 28 parallel geschakeld met de tweede hoofdopslagcondensator 29 via de blokkerende diode 63. Een eerste keten E voor het opwekken van trekkerimpulsen en een elektrode 17a voor het geleiden van de hoofdstroom zijn gezamenlijk verbonden met 20 een verbindingspunt van de eerste hoofdopslagcondensator 28 en de blokkerende diode 63.
De inwendige weerstandswaarden van de eerste flitsbuis 17 en de tweede flitsbuis 19 worden zodanig ingesteld, dat de flits-lichtduren ongeveer gelijk worden, waarbij tevens de capaciteit van 25 de tweede hoofdopslagcondensator groter wordt ingesteld dan die van de eerste hoofdopslagcondensator 28.
Dienovereenkomstig voorkomt de blokkerende diode 63 het lopen van een stroom vanaf de condensator 29 naar de condensator 26 waardoor de flitswerkingen van de eerste flitsbuis 17 en de tweede 30 flitsbuis 19 worden verbeterd.
Fig.8 toont een verdere mogelijke uitvoeringsvorm. Overeenkomstig de inrichting volgens fig.8 wordt de inwendige weerstands-waarde van de eerste flitsbuis 17 kleiner ingesteld dan die van de tweede flitsbuis 19. Dienovereenkomstig is een impedantie-element 35 64 in serie geschakeld met de eerste flitsbuis 17. Het impedantie- 800 2 2 30 < f - 15 - element 64 dient als een element voor het begrenzen van de stroom die in de eerste flitsbuis 17 loopt. Een weerstand of smoororgaan kan als impedantie-element worden gebruikt.
Overeenkomstig de inrichting volgens fig.8 moet de aan de 5 eerste flitsbuis 17 te leveren stroom betrekkelijk klein zijn in vergelijking met die, welke moet worden geleverd aan de tweede flitsbuis 19 teneinde de hoeveelheid flitslicht, opgewekt door de eerste flitsbuis 17 kleiner te maken dan die van het flitslicht van de tweede flitsbuis 19. Wanneer echter de eerste flitsbuis een lage 10 impedantie heeft in vergelijking met de tweede flitsbuis19, heeft het inschakelen van flitsen van de eerste flitsbuis 17 de neiging eerder op te treden dan die van de tweede flitsbuis 19, waarvoor het impedantie-element 64 is verbonden met de eerste flitsbuis 17.
Zoals uit de voorgaande beschrijving duidelijk is, heeft de 15 hierin beschreven elektrische flitsinrichting de volgende voorde len :
Een voordeel boven de bekende flitsinrichtingen is, dat de uitvinding een nieuwe elektrische flitsinrichting verschaft, die nauwkeurig kan zijn uitgevoerd voor het verdelen van de flitslicht-20 hoeveelheid door het verschaffen van een bijbehorende hoofdopslag- condensator in elk flitsdeel.
Een verder voordeel is, dat de doelmatigheid van de inrichting is verbeterd, omdat een eerste en een tweede hoofdopslagconden-sator volledig worden gebruikt voor het flitsen.
25 Verder kan de inrichting worden gebruikt voor het uitvoeren van het fotograferen met teruggekaatst licht door het plaatsen van een tweede kast onder een gewenste hoek met betrekking tot een eerste kast, omdat de eerste kast en de tweede kast draaibaar met elkaar zijn verbonden.
30 Gezien het voorgaande is het duidelijk, dat de verschillende doeleinden van de uitvinding zijn bereikt, en andere voordelige resultaten zijn verkregen.
Hoewel een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding is weergegeven en beschreven, is het voor deskundigen op dit gebied duide-35 lijk, dat wijzigingen kunnen worden aangebracht zonder het beginsel 300 22 30 - IB - en strekking van de uitvinding te verlaten, waarvan de omvang wordt bepaald door de volgende conclusies. Dienovereenkomstig moeten de voorgaande uitvoeringsvormen worden beschouwd als illustratief in plaats van beperkend voor de uitvinding, waarbij wijzigingen, die 5 binnen de betekenis en het bereik van equivalentie vallen van de conclusies, mede hierin zijn vervat.
80 0 2 2 30
Claims (25)
1. Elektrische flitsinrichting, gekenmerkt door een eerste flitsdeel, dat althans een eerste flitsbuis bevat, door een tweede flitsdeel, dat althans een tweede flitsbuis bevat, en door een flitsregelinrichting, voorzien van middelen voor het uitschakelen . 5 van flitslicht wanneer een verkregen flitslichthoeveelheid een voor--= af bepaalde waarde bereikt, welke flitsregelinrichting een keten bevat voor het opslaan van een elektrische lading en het -leveren van elektrische energie aan de eerste flitsbuis en de tweede flitsbuis, verder trekkermiddelen voor het inschakelen van de eerste flitsbuis 10 en de tweede flitsbuis, een flitsbuis-ketendeel, dat de eerste en tweede flitsbuizen omvat, en een schakelketen voor het bedienen van het flitsbuis-ketendeel, waarbij de keten voor het opslaan van elektrische lading een eerste hoofdopslagcondensator omvat voor het leveren van elektrische energie aan de eerste flitsbuis, en een twee- 15 de hoofdopslagcondensator voor het leveren van elektrische energie aan de tweede flitsbuis, en het flitsbuis-ketendeel een flitsstuur-regelmiddel omvat voor het regelen van de flitsduur, zodat de flits-lichtduur van de eerste flitsbuis ongeveer gelijk of gelijk wordt aan de flitslichtduur van de tweede flitsbuis.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de capaciteit van de tweede hoofdopslagcondensator groter is dan die van de eerste hoofdopslagcondensator.
3. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de keten voor het opwekken van trekkersignalen is voorzien van middelen 25 voor het leveren van een trekkersignaal aan de eerste flitsbuis en de tweede flitsbuis op ongeveer hetzelfde moment.
4. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de schakelketen een schakelelement bevat, dat gelijktijdig is verbonden met de eerste flitsbuis en de tweede flitsbuis.
5. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door een blus- ketenmiddel voor het doven van de eerste en tweede flitsbuizen van het flitsbuis-ketendeel, en door een keten voor het opwekken van 800 2 2 30 - 18 - blustrekkersignalen voor het bedienen van de blusketen en leveren van een blustrekkersignaal aan de blusketen.
6. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de middelen voor het leveren van een trekkersignaal aan de eerste en 5 tweede flitsbuizen, een trekkercondensator bevatten, evenals een trekkertransformator, voorzien van een ingangswikkeling, verbonden met de trekkercondensator, en van een uitgangswikkeling, elektrisch verbonden met trekkerelektroden-van-de eerste en tweede fli-tsbui- ^ zen.
7. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de mid delen voor het leveren van trekkersignalen een eerste trekkerketen omvatten, evenals een tweede trekkerketen, welke eerste trekkerketen een eerste trekkertransformator omvat, voorzien van een ingangswikkeling en van een uitgangswikkeling, verbonden met een 15 trekkerelektrode van de eerste flitsbuis, verder een eerste trek kercondensator, verbonden met de uitgangswikkeling, en een schakel-element, verbonden met de uitgangswikkeling van de eerste trekkertransformator -over de eerste trekkercondensator, en een tweede trekkerketen, die een tweede trekkertransformator omvat, voorzien 20. van een ingangswikkeling, van een uitgangswikkeling, verbonden met een trekkerelektrode van de tweede flitsbuis, en een detectiewikke-ling voor het regelen van het schakelelement van de eerste trekkerketen, verder een tweede trekkercondensator en een synchrone schakelaar, parallel geschakeld met de ingangswikkeling van de tweede 25 transformator over de tweede trekkercondensator.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het schakelelement een eerste thyristor is.
9. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de flits-stuurregelmiddelen een impedantie-element omvatten voor het onge- 30 veer gelijk maken van de flitstijdsduren van de eerste en tweede flitsbuizen.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het impedantie-element in serieschakeling is verbonden met de eerste flitsbuis.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het im- 800 2 2 30 - 19 - pedantie-element een weerstand is.
12. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het impeda ntie-element een smoorspoel is.
13. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door een spanning- 5 omzetterketen voor het omzetten van een gelijkstroomspanning in een wisselstroomspanning, en door een gelijkrichterketen voor het gelijkrichten van de wisselstroomspanning in een gelijkstroomspanning.
14. Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de 10 spanningomzetterketen een oscillatortransformator bevat, voorzien van een primaire wikkeling en van een secundaire wikkeling.
15. Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de gelijkrichterketen is voorzien van een eerste diode en een tweede wikkeling, die zijn verbonden met de secundaire wikkeling van de 15 oscillatortransformator.
16. Inrichting volgens conclusie 15, gekenmerkt door een keten voor het opslaan van een elektrische lading, welke keten is voorzien van een eerste hoofdopslagcondensator, verbonden met de eerste diode, en van een tweede hoofdopslagcondensator, verbonden met 20 de tweede wikkeling.
17. Inrichting volgens conclusie 1B, met het kenmerk, dat de keten voor het opslaan van een elektrische lading verder een aanwijs-lamp omvat voor.het aangeven van een.ladingtoestand van althans iin van de hoofdopslagcondensatoren.
18. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de ke ten voor het opslaan van een elektrische lading een eerste hoofdopslagcondensator omvat, evenals een tweede hoofdopslagcondensator, waarvan.de capaciteit groter is dan die van de eerste hoofdopslagcondensator, en blokkerende middelen voor het blokkeren van een 30 stroom, die vanaf de eerste hoofdopslagcondensator naar de tweede hoofdopslagcondensator gaat.
19. Inrichting volgens conclusie 18, gekenmerkt door een gelijkrichterketen, bestaande uit een diode, verbonden met de eerste hoofdopslagcondensator via de blokkerende middelen, en met de 35 tweede hoofdopslagcondensator. 800 2 2 30 - 20 -
20. Inrichting volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat de blokkerende middelen een blokkerende diode omvatten, waarvan een kathode-elektrode is verbonden met de eerste hoofdopslagcondensa-tor,
21. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de twee de flitsbuis zodanig is ingesteld, dat de flitslichthoeveelheid betrekkelijk groot is, waarbij de eerste flitsbuis zodanig is ingesteld, dat de flitslichthoeveelheid kleiner is dan die van de tweede flitsbuis.
22. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het tweede flitsdeel draaibaar is aangebracht met betrekking tot het eerste flitsdeel.
23. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het schakelelement een tweede thyristor is.
24. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de blusketen een blusbuis omvat, die parallel is geschakeld met een serieschakeling van de eerste en tweede flitsbuizen en het tweede schakelelement van de schakelketen, en een commutatleketen voor het uitschakelen van het tweede schakelelement.
25. Inrichting volgens conclusie.24, met het kenmerk, dat het tweede schakelelement een tweede thyristor is, die in serie is geschakeld met de eerste en tweede flitsbuizen. 800 2 2 30
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP4696579 | 1979-04-17 | ||
| JP4696479 | 1979-04-17 | ||
| JP4696579A JPS55138730A (en) | 1979-04-17 | 1979-04-17 | Flash device |
| JP4696479A JPS55138729A (en) | 1979-04-17 | 1979-04-17 | Flash device |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8002230A true NL8002230A (nl) | 1980-10-21 |
Family
ID=26387134
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8002230A NL8002230A (nl) | 1979-04-17 | 1980-04-16 | Elektrische flitsinrichting. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4337416A (nl) |
| CA (1) | CA1173100A (nl) |
| DE (1) | DE3014848C2 (nl) |
| FR (1) | FR2454740A1 (nl) |
| GB (1) | GB2050642B (nl) |
| NL (1) | NL8002230A (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2061535B (en) * | 1979-10-26 | 1982-12-08 | Sunpak Kk | Flashunit having plural flashlamps |
| JPS57118230A (en) * | 1980-07-24 | 1982-07-23 | Fuji Koeki Kk | Flash device |
| IT1144107B (it) * | 1981-02-24 | 1986-10-29 | Olivetti & Co Spa | Copiatrice elettrofotografica |
| JPS58113919A (ja) * | 1981-12-26 | 1983-07-07 | Fuji Koeki Kk | 閃光装置 |
| DE3327148A1 (de) * | 1982-07-28 | 1984-02-16 | Canon K.K., Tokyo | Elektronisches blitzgeraet |
| DE4406243C2 (de) * | 1994-02-25 | 1996-04-18 | Thomas Flohrschuetz | Steuereinrichtung für automatische Auswahl zwischen direkter und indirekter Blitzrichtung |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2351603A (en) * | 1941-12-06 | 1944-06-20 | Edgerton Harold Eugene | Condenser-discharge electric system |
| US2894174A (en) * | 1958-04-28 | 1959-07-07 | Fr Corp | Electrical photoflash device |
| US3113495A (en) * | 1960-05-27 | 1963-12-10 | Polaroid Corp | Photographic apparatus |
| US3438766A (en) * | 1966-05-25 | 1969-04-15 | Polaroid Corp | Electronic flash apparatus having variable output |
| US3590314A (en) * | 1968-02-01 | 1971-06-29 | Rollei Werke Franke Heidecke | Electronic flashlamp apparatus having a plurality of flash tubes successively ignited |
| US3878429A (en) * | 1968-11-14 | 1975-04-15 | Hiroshi Iwata | Electronic flash device with automatic light control |
| US4068245A (en) * | 1972-07-03 | 1978-01-10 | Canon Kabushiki Kaisha | Exposure control system for flash photography |
| DE2417673A1 (de) * | 1974-04-11 | 1975-10-30 | Rollei Werke Franke Heidecke | Blitzlichtanordnung |
| US3919594A (en) * | 1974-06-18 | 1975-11-11 | Braun Ag | Computer flash apparatus with series-connected control switches |
| JPS5223932A (en) * | 1975-08-19 | 1977-02-23 | West Electric Co Ltd | Electronic flash device for photography |
| DE2846291A1 (de) * | 1978-10-24 | 1980-04-30 | Fuji Koeki Corp | Elektrisches blitzgeraet |
-
1980
- 1980-04-09 GB GB8011748A patent/GB2050642B/en not_active Expired
- 1980-04-09 CA CA000349398A patent/CA1173100A/en not_active Expired
- 1980-04-16 US US06/140,880 patent/US4337416A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-04-16 NL NL8002230A patent/NL8002230A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-04-16 FR FR8008541A patent/FR2454740A1/fr active Granted
- 1980-04-17 DE DE3014848A patent/DE3014848C2/de not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| CA1173100A (en) | 1984-08-21 |
| FR2454740A1 (fr) | 1980-11-14 |
| DE3014848A1 (de) | 1980-11-06 |
| GB2050642A (en) | 1981-01-07 |
| GB2050642B (en) | 1983-09-07 |
| FR2454740B1 (nl) | 1985-04-05 |
| DE3014848C2 (de) | 1983-03-03 |
| US4337416A (en) | 1982-06-29 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4415247A (en) | Electric flash apparatus | |
| NL8003593A (nl) | Elektrische flitsinrichting voor camera's. | |
| US3438766A (en) | Electronic flash apparatus having variable output | |
| US4242616A (en) | Photographic flash apparatus | |
| KR970006278B1 (ko) | 충전량에 따라 자동 발광하는 카메라 및 그 제어방법 | |
| NL8002230A (nl) | Elektrische flitsinrichting. | |
| JPH07504518A (ja) | 写真フラッシュ装置 | |
| US3521540A (en) | Electronic flash unit for cameras adapted to receive flashcubes | |
| JPH0558174B2 (nl) | ||
| JP2648754B2 (ja) | 写真機の露出制御装置および電子フラッシュ式写真機 | |
| JPH0587814B2 (nl) | ||
| GB2065316A (en) | Electronic flash circuitry | |
| NL8204993A (nl) | Elektrische flitsinrichting. | |
| JP2641170B2 (ja) | カメラの閃光発光装置 | |
| NL8006077A (nl) | Elektrische flitsinrichting. | |
| CA1157078A (en) | Dual tube direct and bounce flash apparatus | |
| NL8100679A (nl) | Flitsinrichting. | |
| US4319165A (en) | Electronic flash apparatus with function to bounce flash | |
| JP2641171B2 (ja) | カメラの閃光発光装置 | |
| US3617763A (en) | Delay line circuit for sequentially flashing photoflash lamps | |
| GB2037453A (en) | Electronic flash apparatus | |
| JPS58136329A (ja) | 眼底カメラ等の撮影装置用発光制御装置 | |
| GB2092331A (en) | Electric flash apparatus | |
| NL7900271A (nl) | Elektrisch flitsapparaat. | |
| KR890002699Y1 (ko) | 조리개 자동 조절 카메라용 스트로보 광량가변 회로 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |