NL8002063A - Inrichting voor het bekleden van flessen en soort- gelijke cilindrische voorwerpen. - Google Patents
Inrichting voor het bekleden van flessen en soort- gelijke cilindrische voorwerpen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8002063A NL8002063A NL8002063A NL8002063A NL8002063A NL 8002063 A NL8002063 A NL 8002063A NL 8002063 A NL8002063 A NL 8002063A NL 8002063 A NL8002063 A NL 8002063A NL 8002063 A NL8002063 A NL 8002063A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- coating
- feed
- roller
- star wheel
- bottles
- Prior art date
Links
- 238000000576 coating method Methods 0.000 claims description 167
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 claims description 154
- 238000012546 transfer Methods 0.000 claims description 32
- 238000005253 cladding Methods 0.000 claims description 24
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 21
- 239000004744 fabric Substances 0.000 claims description 9
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 claims description 6
- 238000003825 pressing Methods 0.000 claims description 4
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 21
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 12
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 8
- 235000013361 beverage Nutrition 0.000 description 7
- 239000011253 protective coating Substances 0.000 description 5
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 3
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 3
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 description 3
- CNQCVBJFEGMYDW-UHFFFAOYSA-N lawrencium atom Chemical compound [Lr] CNQCVBJFEGMYDW-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 239000003973 paint Substances 0.000 description 3
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 3
- 239000011347 resin Substances 0.000 description 3
- 229920005989 resin Polymers 0.000 description 3
- 238000005507 spraying Methods 0.000 description 3
- 239000000126 substance Substances 0.000 description 3
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 2
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 2
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 2
- 230000007547 defect Effects 0.000 description 2
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 2
- 239000010454 slate Substances 0.000 description 2
- 230000032258 transport Effects 0.000 description 2
- DVOODWOZJVJKQR-UHFFFAOYSA-N 5-tert-butyl-3-(2,4-dichloro-5-prop-2-ynoxyphenyl)-1,3,4-oxadiazol-2-one Chemical compound O=C1OC(C(C)(C)C)=NN1C1=CC(OCC#C)=C(Cl)C=C1Cl DVOODWOZJVJKQR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 239000004677 Nylon Substances 0.000 description 1
- 239000004698 Polyethylene Substances 0.000 description 1
- ATJFFYVFTNAWJD-UHFFFAOYSA-N Tin Chemical compound [Sn] ATJFFYVFTNAWJD-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 235000013405 beer Nutrition 0.000 description 1
- 238000013461 design Methods 0.000 description 1
- 238000011161 development Methods 0.000 description 1
- 238000007598 dipping method Methods 0.000 description 1
- 238000001035 drying Methods 0.000 description 1
- 239000000945 filler Substances 0.000 description 1
- 239000011521 glass Substances 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000002372 labelling Methods 0.000 description 1
- 239000010985 leather Substances 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 239000000178 monomer Substances 0.000 description 1
- 229920001778 nylon Polymers 0.000 description 1
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 1
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 description 1
- 229920001084 poly(chloroprene) Polymers 0.000 description 1
- -1 polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 229920000573 polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 230000008569 process Effects 0.000 description 1
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 1
- 239000012858 resilient material Substances 0.000 description 1
- 239000012260 resinous material Substances 0.000 description 1
- 229920002050 silicone resin Polymers 0.000 description 1
- 125000000391 vinyl group Chemical group [H]C([*])=C([H])[H] 0.000 description 1
- 229920002554 vinyl polymer Polymers 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05C—APPARATUS FOR APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05C13/00—Means for manipulating or holding work, e.g. for separate articles
- B05C13/02—Means for manipulating or holding work, e.g. for separate articles for particular articles
- B05C13/025—Means for manipulating or holding work, e.g. for separate articles for particular articles relatively small cylindrical objects, e.g. cans, bottles
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05C—APPARATUS FOR APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05C1/00—Apparatus in which liquid or other fluent material is applied to the surface of the work by contact with a member carrying the liquid or other fluent material, e.g. a porous member loaded with a liquid to be applied as a coating
- B05C1/02—Apparatus in which liquid or other fluent material is applied to the surface of the work by contact with a member carrying the liquid or other fluent material, e.g. a porous member loaded with a liquid to be applied as a coating for applying liquid or other fluent material to separate articles
- B05C1/022—Apparatus in which liquid or other fluent material is applied to the surface of the work by contact with a member carrying the liquid or other fluent material, e.g. a porous member loaded with a liquid to be applied as a coating for applying liquid or other fluent material to separate articles to the outer surface of hollow articles
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05C—APPARATUS FOR APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05C9/00—Apparatus or plant for applying liquid or other fluent material to surfaces by means not covered by any preceding group, or in which the means of applying the liquid or other fluent material is not important
- B05C9/08—Apparatus or plant for applying liquid or other fluent material to surfaces by means not covered by any preceding group, or in which the means of applying the liquid or other fluent material is not important for applying liquid or other fluent material and performing an auxiliary operation
Landscapes
- Coating Apparatus (AREA)
Description
t V' VO 385
Inrichting voor het beKleden van flessen en soortgelijke cilindrische voorwerpen.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het met een willekeurige gewenste stof bekleden van voorwerpen met een in hoofdzaak cilindrische of ronde gedaante, zoals drankflessen en blikken. Oe uitvinding heeft meer in het bijzonder betrekking 5 op een dergelijke inrichting, die geschikt is voor het verschaffen van een of meer bandvormige bekledingen van verf, pasta of een andere stof rond het lichaam van elk der drankflessen, die achter elkaar langs een vooraf bepaalde baan worden gevoerd.
Drankflessen zijn tot nu toe bekleed met verf, pasta en 10 dergelijke door het laten vallen van de bekledingsstof op de flessen, door het in de bekledingsstof dompelen van de flessen of door sproeien. Een bezwaar van dergelijk gebruikelijke praktijken is de onverenigbaarheid daarvan met andere handelingen in een fles-vullijn, omdat deze praktijken de eis stellen, dat de flessen tij-15 dens het bekleden tijdelijk stilstaan. Er wordt reeds lang gewacht cp de ontwikkeling van een inrichting, die een opeenvolging van drankflessen, toegevoerd langs een flesvullijn kan verven of anderszins bekleden zonder de beweging daarvan tegen te houden.
Het bekleden van drankflessen is ook nodig voor het bescher-20 men van de oppervlakken daarvan. Van de verschillende delen van een gebruikelijke drankfles, zijn het lichaam, de schouder en de bodem-eindgedeelten het sterkst onderhevig aan het ontwikkelen van krassen en andere oppervlakteonvolkomenheden. Beschermende bekledingen kunnen derhalve alleen op dergelijke kwetsbare oppervlaktegedeelten 25 van de fles worden aangebracht in plaats van over het gehele oppervlak daarvan. Een andere toepassing van de uitvinding is het met een pasta voor het etiketteren bekleden van flessen. Ook bij deze toepassing is het bekleden van slechts een deel of delen van elk flesselichaam gewoonlijk voldoende.
800 2 0 63 - 2 -
De uitvinding verschaft een verbeterde inrichting, die doeltreffend en ononderbroken een opeenvolging van in hoofdzaak cilindrische of ronde voorwerpen, wanneer deze langs een gebogen baan worden gevoerd, met een willekeurige gewenste stof kan bekleden.
5 De bekledingsinrichting omvat toevoermiddelen, draaibaar rond een vooraf bepaalde hartlijn, waarop de gebogen baan is gecentreerd, voor het langs de baan voeren van de opeenvolging voorwerpen. De toevoermiddelen zijn verder in samenwerking met leimiddelen, die de gebogen baan bepalen, werkzaam voor het rond de eigen hartlijn 10 doen draaien van elk voorwerp. De inrichting bevat eveneens bekle- dingsmiddelen, draaibaar rond de genoemde vooraf bepaalde hartlijn gelijktijdig of onafhankelijk van de toevoermiddelen, welke bekle-dingsmiddelen tegen de opeenvolging voorwerpen worden gedrukt voor het daarop aanbrengen van een bekledingsstof. Een of meer band-15 vormige bekledingen kunnen zodoende door de bekledingsmiddelen rond elk voorwerp worden gevormd.
De toevoermiddelen kunnen de vorm hebben van een sterwiel-samenstel, dat gewoonlijk een paar verticaal op onderlinge afstand in lijn opgestelde sterwielen omvat. Het sterwielsamenstel voert 20 de voorwerpen, gewoonlijk drankflessen, langs de gebogen baan, waar bij de voorwerpen door het samenstel tegen het tegenoverliggende leioppervlak worden gedrukt met als gevolg, dat elke fles rond de eigen hartlijn draait bij een glijaanraking met het sterwielenpaar en in wrijvingsaanraking met het leioppervlak. De bekledingsmidde-25 len kunnen in de vorm zijn van een of meer ringvormige rijen afzon derlijke bekledingslichamen of een of meer bekledingsrollen, b.v. bestaande uit spons, coaxiaal gemonteerd aan het sterwielsamenstel.
De onderhavige bekledingsinrichting maakt het dus mogelijk de opeenvolging flessen, die langs de gebogen baan wordt geyoerd, 30 onafgebroken met een verf, pasta of een willekeurige andere gewen ste stof te bekleden zonder op een of andere wijze de beweging daarvan te belemmeren. Omdat de bekledingsstof door de bekledingslichamen of -rollen in glijaanraking met de draaiende flessen wordt aangebracht, zijn de daarop gevormde bekledingen regelmatiger in 35 dikte dan die, gevormd door sproeien en soortgelijke werkwijzen.
800 2 0 63
f X
- 3 -
Het is op deze wijze tevens mogelijK een bekleding of bekledingen op een nauwkeurig gewenste plaats op elke fles te vormen.
Een van de voordelen van de uitvinding ligt in het feit, . dat de genoemde bekledingsmiddelen gedrongen kunnen worden gemon-5 teerd aan het sterwielsamenstel, dat op grote schaal wordt gebruikt als een flessentoevoer. De bekledingsinrichting vraagt dus in feite geen bijzondere installatieruimte. Omdat bovendien de inrichting bij een gebogen gedeelte kan-worden geplaatst van een flesvullijii, kunnen de flessen over een voldoende grote afstand bewegen in glij-10 dende aanraking met de bekledingsmiddelen voor het op juiste wijze bekleden ondanks de gedrongenheid van de inrichting.
Bij een toepassing van de uitvinding omvatten de bekledingsmiddelen een paar bekledingsrollen of een paar ringvormige rijen bekledingslichamen, coaxiaal gemonteerd aan het sterwielsamenstel 15 en op axiale onderlinge afstand. Het paar bekledingsrollen en derge lijke kan gelijktijdig de schouder en bodemeindgedeelten bekleden van elke fles met een stof, die deze gevoelige gebieden kan beschermen tegen krassen en andere oppervlaktefouten, die kunnen worden ontwikkeld gedurende de verschillende fasen van het gebruik van de 20 flessen. Hoewel dergelijke beschermende bekledingen in oppervlakte beperkt zijn, behouden zij doeltreffend het aantrekkelijke uiterlijk van de flessen gedurende een lange tijdsduur.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: 25 Fig.l een bovenaanzicht is, gedeeltelijk voor de duidelijk heid weggebroken, van de onderhavige inrichting voor het bekleden van flessen;
Fig.2 een zijaanzicht is, gedeeltelijk in doorsnede, van de inrichting volgens fig.l; 30 Fig.3 een bovenaanzicht is, gedeeltelijk voor de duidelijk heid weggebroken, van een andere uitvoeringsvorm van de inrichting voor het bekleden van flessen;
Fig.4 een zijaanzicht is, gedeeltelijk in doorsnede, van de inrichting volgens fig.3; 35 Fig.5 een bovenaanzicht is, gedeeltelijk voor de duidelijk- 800 2 0 63 - 4 - heid weggebroken, van nog een andere uitvoeringsvorm van de inrichting voor het bekleden van flessen;
Fig.S een zijaanzicht is, gedeeltelijk in doorsnede, van de inrichting volgens fig.5; 5 Fig.7 een bovenaanzicht is, gedeeltelijk voor de duidelijk heid weggebroken, van een verdere uitvoeringsvorm van de inrichting voor het bekleden van flessen;
Fig.8 een zijaanzicht is, gedeeltelijk.voor de duidelijkheid.....
weggebroken, van de inrichting volgens fig.7; 10 Fig.9 een bovenaanzicht is, gedeeltelijk voor de duidelijk heid weggebroken, van een verdere uitvoeringsvorm van He inrichting voor het bekleden van flessen;
Fig.10 een verticale doorsnede is van de inrichting volgens fig.9; 15 Fig.ll een bovenaanzicht is van een verdere uitvoeringsvorm van de inrichting voor hst bekleden van flessen;
Fig.12 een verticale doorsnede is van de inrichting volgens fig.ll;
Fig.13 een doorsnede is volgens de lijn XIII-XIII van fig.
20 12; waarbij een van de twee gelijke, in-de inrichting volgens de fig.ll en 12 gebruikte, planeetwielsamenstellen;
Fig.14 een bovenaanzicht is van nog een verdere uitvoeringsvorm van de inrichting voor het bekleden van flessen; en
Fig.15 een verticale doorsnede is van de inrichting volgens 25 fig.14.
De fig-1 en 2 tonen de uitvinding, zoals ingericht voor het bekleden van opeenvolgende flessen, zoals bierflessen, voor het verschaffen van een bandvormige dunne laag zonder einde van de be-kledingsstof rond het middendeel van het cilindrische lichaam van 30 elke fles. De flessenbekledingsinrichting volgens de fig.l en 2 omvat twee leiconstructies 20 en 21, die zich onderling op afstand evenwijdig horizontaal uitstrekken en daartussen een leibaan 22 bepalen voor de doorgang van de opeenvolgende te bekleden flessen 23. De leibaan 22 heeft een gebogen gedeelte 24, gecentreerd rond 35 een verticale hartlijn X-X. Fig.2 toont, dat althans de buitenste 8 0 0 2 0 63 » Λ - 5 - leiconstructie 21 bestaat uit een paar verticaal op onderlinge afstand liggende dwanglijsten voor hierna te verduidelijken doeleinden.
Het verwijzingscijfer 25 duidt in zijn algemeenheid een ster-5 wielsamenstel aan, dat draaibaar is rond de verticale hartlijn X-X
voor het langs het gebogen leibaangedeelte 24 op een hierna gedetailleerd te beschrijven wijze voeren van de flessen 23. Het ster-wielsamenstel 25 omvat een opstaande, draaibaar aangedreven as 26 waarvan de hartlijn samenvalt met de hartlijn X-X, en een paar op 10 onderlinge afstand liggende sterwielen 27, coaxiaal en vast gemon teerd aan de aandrijfas 26 en ongeveer in hetzelfde vlak geplaatst als de dwanglijsten van de buitenste leiconstructie 21. Vanaf het sterwielenpaar 27 strekt zich de aandrijfas 26 neerwaarts uit om te zijn gekoppeld met een passend aandrijfmechanisme, niet weergege-15 ven, dat een elektromotor kan bevatten. Het niet weergegeven aan drijfmechanisme draait het sterwielenpaar 27 rechtsom gezien in fig.l.
Het sterwielenpaar 27 van het sterwielsamenstel 25 kan zijn vervaardigd van met weefsel versterkte kunstharsen en kunststoffen, 20 monomeer gietnylon, polyetheen en dergelijk materiaal. Elk sterwiel 27 omvat een aantal, zes bij deze bepaalde uitvoeringsvorm, tanden 28 met een gelijkblijvende steek. Elke sterwieltand 28 heeft een top 29, verder een concave voorste zijde 30 en een convexe achterste zijde 31. Althans de concave voorste zijden 30 van de sterwiel- 25 tanden 28 moeten glad afgewerkte oppervlakken hebben voor een glij dende aanraking met de cilindrische lichamen 32 van de flessen 23 met zo weinig mogelijk wrijvingsweerstand. De tanden 28 van de twee sterwielen 27 liggen nauwkeurig in lijn.
Het sterwielenpaar 27 grijpt dus de opeenvolgende flessen 23 30 aan met de concave voorste zijde 30 van de tanden 28 daarvan, en voeren de flessen langs het gebogen leibaangedeelte 24. Tijdens het op deze wijze langs het gebogen leibaangedeelte 24 voeren moet elke fles 23 draaien rond de eigen hartlijn teneinde te worden bekleed. Hiervoor zijn, zoals het duidelijkst is te zien in fig.2, althans 35 de binnenleioppervlakken 33 van het dwanglijstenpaar van de buiten ste leiconstructie 21 gemaakt van neopreen
8 0 0 70 «T
- 6 - sponsrubber en dergelijk harsachtig materiaal, dat een grote wrijvingsweerstand biedt aan de flessen 23.
Het sterwielenpaar 27 drukt de flessen 23 tegen de binnen-oppervlakken 33 van de buitenste leiconstructie 21 onder het voe-5 ren daarvan langs het gebogen leibaangedeelte 24. Dientengevolge draaien de flessen 23 linksom gezien in fig.l rond de eigen hartlijnen in glijdende aanraking met de concave voorste zijden 30 van de sterwieltanden 23 en in wrijvingsaanraking met de binnenopper- · vlakken 33 van de buitenste leiconstructie 21.
10 Vast gemonteerd aan de aandrijfas 26 en zich bevindende tus sen het paar sterwielen 27, is een aantal, t.w. zes bij deze uitvoeringsvorm, afzonderlijke bekledingslichamen 34 met gelijke onderlinge hoekafstanden aangebracht rond de hartlijn X-X. De bekledingslichamen 34 kunnen zijn gemaakt van spons, rubber en soortge-15 lijk veerkrachtig materiaal. Onder het iets buiten de voeten 35 van het sterwielenpaar 27 uitstekende, zijn de bekledingslichamen 34 bestemd om een onderlinge glijaanraking te maken met de cilindrische lichamen 32 van de draaiende flessen 23 voor het bekleden daarvan.
20 De weergegeven inrichting voor het bekleden van flessen be vat verder middelen 36 voor het leveren van een gewenste bekledings-stof aan de bekledingslichamen 34. De levermiddelen 36 bevatten een voorraadhouder 37, die een passende voorraad van de bekledingsstof in een vloeibare toestand bevat. Een toevoerleiding 38, die voert 25 vanaf de voorraadhouder 37, mondt uit naar een toevoerrol 39, draai baar rond zijl hartlijn evenwijdig aan de hartlijn X-X. Een stro-mingsregelklep 40 in de toevoerleiding 38 regelt de stromingssnelheid van de bekledingsvloeistof vanuit de voorraadhouder 37 naar detoevoerrol 39. De toevoerrol 39 heeft een rollende aanraking met 30 de overbrengrol 41, die op zijn beurt een rollende aanraking heeft met het aantal bekledingslichamen 34.
Bij 42 is een transporteur weergegeven, die een reeks beweeglijk verbonden plaatelementen 43 zonder einde omvat. Het gebogen gedeelte 24 van de leibaan 22 eindigt bij en mondt uit naar de trans-35 porteur 42, zodat de beklede flessen opeenvolgend naar buiten worden 800 2 0 63 4 % - 7 - gevoerd op de transporteur.
Tijdens bedrijf wordt de opeenvolging te beKleden flessen 23 door passende middelen, niet weergegeven, langs de leibaan 22 gevoerd naar de ingang van het gebogen gedeelte 24 daarvan. Het ster-5 wielsamenstel 25 grijpt de opeenvolgende flessen 23 met de concave voorste zijden 30 van de tanden 2B bij de ingang van het gebogen leibaangedeelte 24 aan en voert de flessen verder onder het in wrij-vingsaanraking drukken daarvan met de binnenoppervlakken 33 van de buitenste leiconstructie 21. Omdat de flessen 23 in glijdende aanra-10 king zijn met de concave voorste zijden 30 van de sterwieltanden 28, draaien de flessen rond de eigen hartlijnen tijdens het bewegen daarvan langs het gebogen leibaangedeelte 24 rond de hartlijn X-X.
De toevoerrol 39 van de levermiddelen 36 voor de bekledings-stof wordt voortdurend geïmpregneerd met de bekledingsvloeistof, 15 die met een geregelde snelheid wordt geleverd vanuit de voorraadhou- der 37. De overbrengrol 41 is werkzaam voor het in de dwarsrichting of verticale richting regelmatig maken van de dikte van de bekledingsvloeistof wanneer deze rol de vloeistof vanaf de toevoerrol 39 overbrengt naar het aantal bekledingslichamen 34. Deze bekledings-20 lichamen worden tegen en in glijdende aanraking met de betrokken cilindrische lichamen 32 van de flessen 23, die langs het gebogen leibaangedeelte 24 op de hiervoor beschreven wijze worden gevoerd, gedrukt gehouden.
Fig.2 toont een zodoende op elk flesselichaam 32 in de vorm 25 van een band zonder einde gevormde bekleding 44. Het is duidelijk, dat de bekledingsstof op in hoofdzaak het gehele oppervlak van elk flesselichaam 32 kan worden aangebracht door het eenvoudig vergroten van de verticale afmeting van elk bekledingslichaam 34 en de afstand tussen het paar sterwielen 27.
30 Het sterwielsamenstel 25 voert de opeenvolgend beklede fles sen 23 weg vanaf de leibaan 22 en op de transporteur 42. Deze transporteur transporteert de beklede flessen 23 naar de volgende behan-delingsfase. Indien gewenst of nodig, kunnen middelen zijn aangebracht voor het snel drogen van de bekledingen 44 op de flessen 23 35 b.v. door toevoer van warmte, voordat de flessen de volgende behan- 8 0 0 2 0 63 - a - delingsfase bereiken.
De fig.3 en 4 tonen de onderhavige inrichting voor het bekleden van flessen, zoals gewijzigd voor het vormen van twee bandvormige bekledingen zonder einde op een onderlinge axiale afstand op 5 het cilindrische lichaam van elke fles. De gewijzigde inrichting voor het bekleden van flessen bevat het sterwielsamenstel 25 met dezelfde constructie als weergegeven in fig.l.en 2. Het belangrijkste verschil ligt in. twee bekledingsrollen-34a van sponS7' rubber en’dergelijk materiaal, vast gemonteerd aan de sterwielaandrijfas 26, 10 t.w. een onder het bovenste sterwiel 27 en het andere onder het on derste sterwiel 27. De twee bekledingsrollen 34a steken iets uit voorbij de voeten van het sterwielenpaar 27.
De bekledingsrollen 34a kunnen zodanig aan de sterwielaandrijfas 26 met betrekking tot de te bekleden flessen 23 zijn aange-15 bracht, dat de twee bandvormige bekledingen 44a zonder einde kunnen worden gevormd bij de schouder en bodemeindgedeelten van elke fles. De gewijzigde bekledingsinrichting leent zich dus voor toepassing bij het aanbrengen van beschermende bekledingen op de delen van de flessen, waar krassen en andere oppervlaktefouten het gemakkelijkst 20 optreden. Op te merken is, dat elke bekledingsrol 34a in werking ge lijk is aan het aantal afzonderlijke bekledingslichamen 34 in de fig.l en 2.
In de gewijzigde inrichting voor het bekleden van flessen zijn tevens middelen 36a opgenomen voor het leveren van de bescher-25 mende bekl-edingsstof aan de twee bekledingsrollen 34a. De levermid- delen 36a omvatten twee toevoerrollen 39a, draaibaar rond een gemeenschappelijke verticale hartlijn, welke rollen de bekledings-vloeistof ontvangen vanuit de voorraadhouder 27 via de betrokken leidingen 38a. Een stromingsregelklep 40a in elke leiding 38a re-30 geit de stromingssnelheid van de bekledingsvloeistof uit de voor raadhouder 37 naar een van de toevoerrollen 39a. Twee overbreng-rollen 41a maken een rollende aanraking met de bijbehorende toevoerrollen 39a enerzijds en anderzijds met de bijbehorende bekledingsrollen 34a voor het vanaf de eerstgenoemde naar de laatstge-35 noemde rollen overbrengen van de bekledingsvloeistof.
800 2 0 63 - 9 -
De andere details van de constructie van deze gewijzigde inrichting Kunnen zijn uitgevoerd zoals hiervoor uiteengezet in verband met de fig.l en 2. De wijze van werKen ervan is eveneens gelijk aan die van de voorgaande uitvoeringsvorm.
5 In de fig.5 en 6 is een andere kleine wijziging weergegeven van de inrichting voor het bekleden van flessen, die middelen 36b heeft, gemonteerd aan het sterwielsamenstel 25 voor het.leveren van een gewenste bekledingsvloeistof aan het aantal bekledingsliehamen- 34. De constructie van het sterwielsamenstel 25 en de opstelling 10 van de bekledingslichamen 34 kunnen zijn, zoals reeds vermeld onder verwijzing naar de fig.l en 2.
De levermiddelen 36b volgens de fig.5 en 6 bevatten een cilindrische houder 37b, vast en concentrisch gemonteerd aan het sterwielsamenstel 25 via een aantal poten 50 voor het gelijktijdig 15 draaien met het paar sterwielen 27. Toevoerleidingen 38b strekken zich radiaal uit vanaf het bodemeindgedeelte van de houder 37b.
Naar beneden door het bovenste sterwiel 27 lopen alle toevoerleidingen 38b, die kort voor de bijbehorende bekledingslichamen 34 eindigen en daar naar uitmonden. De toevoerleidingen 38b kunnen ook 20 uitsteken in de bijbehorende bekledingslichamen 34. Een stromings- regelklep 40b in elke toevoerleiding 38b regelt de stromingssnelheid van de bekledingsvloeistof vanuit de houder 37b naar een van de bekledingslichamen 34.
Gedurende de werking van de inrichting draait de houder 37b 25 onafgebroken met het sterwielsamenstel 25, zodat de bekledings vloeistof centrifugaal uit de houder kan worden gestuurd in de toe-voerleidingen 38b voor het afgeven op of in de bekledingslichamen 34. Deze bekledingslichamen brengen de bekledingsvloeistof aan op de opeenvolgende flessen 23, zoals bij de uitvoeringsvorm volgens 30 de fig.l en 2. Het is duidelijk, dat de leer volgens de fig.5 en 6 eveneens toepasbaar is bij de uitvoeringsvorm volgens de fig.3 en 4.
Bij een verdere voorkeursuitvoeringsvorm, weergegeven in de fig.7 en 8, is een aantal afzonderlijke bekledingslichamen 34c on-35 der elk sterwiel 27 van het sterwielsamenstel 25 gemonteerd voor het 80 0 2 0 63 - 10 - vormen van twee bandvormige bekledingen zonder einde op elke fles, zoals bij de uitvoeringsvorm volgens de fig.3 en 4. Elk bekledings-lichaam 34c is echter verstelbaar uitgevoerd door op en neer bewegen ten opzichte van het sterwielsamenstel 25, en verder geveerd 5 tot in glijdende aanraking op de fles, die wordt bekleed. De volgen de beschrijving verduidelijkt de middelen voor het bereiken van deze aanvullende kenmerken. ...
Elk bekledingslichaam 34σ is'gedeeltelijk-omsloten in een houder 60, waarbij het bekledingsoppervlak daarvan van spons of 10 gaas, uit de houder uitsteekt en vanaf de concave voorste zijde 30 van een van de tanden 28 van een van de sterwielen 27. Het bekledingslichaam 34c is met de houder 60 daarvan vast gemonteerd aan een einde van een zwaaiarm 61, draaibaar gemonteerd aan de onderzijde van een van de sterwielen 27 via een opstaande as of pen 62.
15 Deze as 62 strekt zich verschuifbaar naar boven uit door het ster- wiel 27 en heeft een schroefaangrijping in een moer 63. Door het draaien van de moer 63 is derhalve de verticale stand van de as 62 en derhalve van het bekledingslichaam 34c door verstelling veranderlijk binnen grenzen met betrekking tot het sterwiel 27.
20 Een gewonden trekveer 64 strekt zich uit tussen het andere einde van elke zwaaiarm 61 en een veervasthoudpen 65, die zich naar beneden uitstrekt vanaf een van de sterwielen 27. De trekveer 64 drukt de zwaaiarm 61 rechtsom gezien in fig.7, waardoor het bekledingslichaam 34c tot buiten de concave voorste zijde 30 wordt ge-25 drukt van een van de sterwieltanden 28. De twee stellen bekledings- lichamen 34c verschaffen bekledingen met een regelmatige dikte op opeenvolgende flessen, omdat de bekledingslichamen tegen de betrokken flessen worden gedrukt onder een gelijkblijvende veerdruk. De veeraandrukking van de bekledingslichamen is tevens doelmatig voor 30 het tegen snelle of ongelijkmatige slijtage beschermen daarvan.
- Voor het leveren van een gewenste bekledingsvloeistof aan het bovenste stel bekledingslichamen 34c, strekt een korte stijve pijp 66 zich verschuifbaar uit door elk der gebogen sleuven 67, gevormd in het bovenste sterwiel 27 in lijn met de betrokken bekle-35 dingslichamen of met de houders 60 daarvan. Elke stijve pijp 66 is 800 2 0 63 -liaan het boveneinde daarvan gekoppeld met een buigzame leiding 68 voor verbinding met een bekledingsvloeistofhouder, niet weergegeven in de fig.7 en 8, waarvan is aangenomen, dat deze is gemonteerd aan het sterwielsamenstel 25, zoals bij de uitvoeringsvorm volgens 5 de fig.5 en 6. Aan het bodemeinde daarvan is elke pijp 66 gekoppeld met een van de bekledingslichaamhouders 60, waarbij het bodemeinde uitmondt naar het bekledingslichaam 34c voor het daarop leveren van de bekledingsvloeistof. --
Het bodemeinde van elke pijp 66 staat verder in verbinding 10 met een korte pijp 69, die zich vanaf elke bekledingslichaamhouder 60 naar beneden uitstrekt. Elke pijp 69 staat via een buigzame leiding 70 in verbinding met een andere korte, stijve pijp 71, die zich verschuifbaar uitstrekt door een van de gebogen sleuven, soortgelijk aan de sleuven 67, gevormd in het onderste sterwiel 27. Elke 15 stijve pijp 71 is gekoppeld met een van de houders 60 van het onder-, ste stel bekledingslichamen 34c, en mondt uit naar het bekledingslichaam daarin voor het leveren van de bekledingsvloeistof.
Elke gebogen sleuf 67 in de sterwielen 27 is gecentreerd rond het draaipunt 62 van de betrokken zwaaiarm 61. Bij de draaibe-20 weging van de zwaaiarmen 61 schuiven derhalve de stijve pijpen 66 en 71 door de gebogen sleuven 67. Deze stijve pijpen zijn ook werkzaam als aanslagen voor het begrenzen van de draaibeweging van de zwaaiarmen 61, waarbij zij de bekledingslichamen 34c gewoonlijk in de het duidelijkst in fig.7 weergegeven stand houden.
25 De bekledingsvloeistof wordt met geregelde snelheden in alle bekledingslichaamhouders 60 geleverd gedurende de werking van de inrichting. De zodoende geleverde bekledingsvloeistof dringt door de bekledingslichamen 34c en sijpelt uit de bekledingsoppervlakken daarvan, gedeeltelijk door centrifugaalkrachten en gedeeltelijk on-30 der drukken, die de bekledingsvloeistoffen uit de houder in de be kledingslichaamhouders 60 drukken. Omdat de bekledingslichamen 34c verstelbaar zijn door op en neer bewegen met betrekking tot het sterwielsamenstel 25, kunnen de verticale standen daarvan naar wens worden versteld voor het bijvoorbeeld aanbrengen van beschermende 35 bekledingen op de schouder- en bodemeindgedeelten van de flessen, 8 0 0 2 0 63 - 12 - zoals uiteengezet in verband met de fig.3 en 4.
De fig.9 en 10 tonen de inrichting voor het beKleden van flessen, zoals ingericht voor toepassing met bekledingsstoffen, die een betrekkelijk hoge viskositeit hebben en klein hechtvermogen 5 aan flessen en soortgelijke voorwerpen. Voor een regelmatig aanbren gen van dergelijke bekledingsstoffen op gewenste oppervlakken, wordt bij deze uitvoeringsvorm gebruik gemaakt van middelen voor het verschaffen van een verschil tussen dè omtrekssnelheid van een -----bekledingsrol 34d of equivalent middel, en die van het sterwielsa-10 menstel 25, zoals duidelijk wordt uit de volgende beschrijving.
Het sterwielsamenstel 25 zelf is gelijk aan dat volgens b.v. de fig.l en 2, en bevat de aandrijfas 26 en het vast daaraan gemonteerde paar sterwielen 27. Tussen de sterwielen 27 is de bekledingsrol 34d draaibaar gemonteerd aan de aandrijfas 26 via een le-15 ger of kunstharsnaafbus 60. De bekledingsrol 34d is in wrijvings- aanraking met een overbrengrol 41d, die op zijn beurt in wrijvings-aanraking is met een toevoerrol 39d.
In zijn algemeenheid aangeduid met 61 is een riemaandrijving aanwezig voor het overbrengen van het draaien van het sterwielsamen-20 stel 25 naar de toevoerrol 39d en de overbrengrol 41d, en verder voor het met een andere omtreks- en hoeksnelheid aandrijven van de bekledingsrol 34d met betrekking tot het sterwielsamenstel. De riemaandrijving 61 bevat een aandrijfschijf 82, gemonteerd aan het boveneinde van de sterwielaandrijfas 26 voor het gelijktijdig daarmee 25 draaien. Een aangedreven schijf 63 is gemonteerd aan het boveneinde van een as 64 voor het gelijktijdig draaien daarmee en met de eveneens daaraan gemonteerde toevoerrol 39d. Een andere aangedreven schijf 85 is vast gemonteerd aan het boveneinde van een as 86, die vast de overbrengrol 41d draagt. Een riem 67 zonder einde strekt 30 zich uit rond de aandrijfschijf 82 en de aangedreven schijven 63 en 85, zoals weergegeven in fig.9.
Aangedreven vanaf het sterwielsamenstel 25 via de riemaandrijving 81, draaien de toevoerrol 39d en de overbrengrol 41d dus met dezelfde omtrekssnelheid maar in tegengestelde richtingen in 35 rollende aanraking met elkaar. De toevoerrol 39d ontvangt de viskeu- 800 2 0 63 - 13 - ze bekledingsvloeistof vanuit de voorraadhouder 37, waarbij de overbrengrol 41d de bekledingsvloeistof verder leidt naar de bekle-dingsrol 34d. De overbrengrol 41d is ook werkzaam voor het draaien van de bekledingsrol 34d met een andere tin dit geval lagere) om-5 trekssnelheid dan die van het sterwielsamenstel 25.
Het is dus duidelijk, dat de bekledingsrol 34d met een willekeurige gewenste omtrekssnelheid, die,verschilt van die van het sterwielenpaar 27 kan worden'aangedreven'döor het op juiste wijze kiezen van de betrokken diameters van de aandrijfschijf 82, de aan-10 gedreven schijven B3 en 85, de overbrengrol 41d en de bekledings rol 34d.
De bekledingsrol 34d draait in dezelfde richting als het sterwielsamenstel 25 bij deze bepaalde uitvoeringsvorm. Het is natuurlijk mogelijk het sterwielsamenstel 25 en de bekledingsrol 34d in 15 tegengestelde richtingen aan te drijven door b.v. een andere over brengrol te plaatsen tussen de overbrengrol 41d en de bekledingsrol 34d. Hoewel de toevoerrol 39d en de overbrengrol 41d beide direct vanaf het sterwielsamenstel 25 bij de weergegeven uitvoeringsvorm worden aangedreven, kan verder slechts de toevoerrol of de 20 overbrengrol op deze wijze vanaf het sterwielsamenstel. worden aan gedreven. De andere rol, alsmede de bekledingsrol 34d, draait dan in wrijvingsaanraking met de rol, die direct vanaf het sterwielsamenstel 25 wordt aangedreven.
De bekledingsrol 34d brengt de bekledingsvloeistof aan op 25 de opeenvolgende flessen 23 door het handhaven van een glijdende aanraking daarmee wanneer het sterwielenpaar 27 de flessen langs het gebogen leibaangedeelte 24 voert onder het veroorzaken van het draaien van elke fles rond de eigen hartlijn, zoals bij alle voorgaande uitvoeringsvormen. Als gevolg van het verschil tussen de 30 draaisnelheden van het sterwielenpaar 27 en de bekledingsrol 34d is deze laatste werkzaam voor het positiever aanbrengen van de bekledingsvloeistof op het gewenste oppervlaktegedeelte van elke fles. Ongeacht dus de viskositeitien de slechte hechting, kan de bekledingsvloeistof stevig en regelmatig op de opeenvolgende flessen wor-35 den aangebracht.
800 2 0 63 - 14 -
Een verdere voorkeursuitvoeringsvorm, weergegeven in de fig.
11, 12 en 13, omvat een paar bekledingsrollen 34e, waarvan er zich een onder elk sterwiel 27 van een sterwielsamenstel 25e bevindt, zoals bij de uitvoeringsvorm volgens de fig.3 en 4. De uitvoerings-5 vorm volgens de fig.11 - 13 omvat gewijzigde of verfijndere middelen voor het aandrijven van elke bekledingsrol 34e met een lagere snelheid dan het sterwielsamenstel 25e, en gswijzigde middelenvoor-het-leveren van-een bekledingsstof aan het paar bekledingsrollen"34e. —..........
Zoals het duidelijkst weergegeven in fig.12 heeft het ster-10 wielsamenstel 25e een huls 90, gemonteerd aan de aandrijfas 26 voor het gelijktijdig daarmee draaien. De huls 90 is uit één stuk gevormd met het paar sterwielen 27. Door een draaibare, ringvormige houder 91, die coaxiaal de aandrijfas 26 omgeeft, gedragen wordt elke bekledingsrol 34e vanaf de aandrijfas aangedreven via een planeetwiel-15 samenstel 92.
Onder het tevens verwijzen naar fig.13 bevat het onderste planeetwielsamenstel 92, bat onder het onderste sterwiel 27 aanwezig lof overbrenging y is, een zonnewie]/93, dat via een huls vast is aangebracht aan de aandrijfas 26. Het zonnewiel 93 grijpt aan in een aantal, t.w. vier 20 bij deze uitvoeringsvorm, planeetwielenof rondsel 9b, draaibaar gemonteerd aan een planeeldrager 95, die uit één stuk is gevormd met de onderste bekledingsrolhouder 91. De planeetdrager 95 is samen met de be-kledingsrolhouder 91 draaibaar ten opzichte van het zonnewiel 93.
Het onderste planeetwielsamenstel 92 bevat verder een inwendig ver-25 tande ring 96, die aangrijpt in de planeetwielen 94. De tandring 96 is tegen draaien verankerd door een arm_97, die uit een stuk daarmee is gevormd en is gekoppeld met een vaste stijl 98 of een ander i willekeurig passend vast deel. Het bovenste planeetwielsamenstel 92 heeft in hoofdzaak dezelfde uitvoering, behalve dat het zonnewiel 30 daarvan is uitgevoerd als een deel van de huls 90.
De twee planeetwielsamenstellen 92 zijn werkzaam voor het overbrengen van het draaien van de aandrijfas 26 op de betrokken bekledingsrollen 34e met een snelheidsvermindering maar zonder de draairichting te veranderen. Dus positief aangedreven vanaf de aan-35 drijfas 26 draait het paar bekledingsrollen 34e met nauwkeurig een 8 0 0 2 0 65 - 15 - gelijkblijvende snelheid voor het regelmatig en doeltreffend bekleden van de opeenvolgende flessen 23.
De vermelde gewijzigde middelen voor het leveren van de be-kledingsvloeistof aan het bekledingsrollenpaar 34e bevatten een 5 paar afgeeforganen 99, fig.12, vastgezet aan een vaste stijl 100.
De afgeeforganen 99 ontvangen de bekledingsvloeistof uit de voor-raadhouder 37 via de betrokken flexibele leidingen 38, zoals silikoon-hars of vinylharsbuis, en leveren de bekledingsvloeistof op de betrokken bekledingsrollen 3^e via de betrokken overbrengrollen Ule, daar-10 baar rond een gemeenschappelijke verticale hartlijn.
Omdat het paar afgeeforganen 99 in constructie volkomen gelijk is, wordt alleen het bovenste afgeeforgaan gedetailleerd beschreven aan de hand van fig.12. Het bovenste afgeeforgaan 99 bevat een huis 101, voorzien van een open einde, dat is weggericht 15 vanaf de bovenste overbrengrol 41e, afgesloten door een dop 102.
Een verschuifbaar afgeefelement 103 is opgenomen in het huis 101 voor een schuifbeweging in radiale richting ten opzichte van de * bovenste overbrengrol 41e. Het afgeefelement 103 steekt enigszins naar buiten uit een opening, gevormd in het huis 101, voor een 20 glijaanraking met de omtrek van de bovenste overbrengrol 41e. Een gewonden drukveer 104 strekt zich uit tussen de huiseinddop 102 en een veerzitting 105, die uit een stuk is gevormd met het afgeefelement 103, voor het tot in aanligging tegen de bovenste overbrengrol 41e drukken van het afgeefelement. Het afgeefelement 103 is 25 voorzien van een daarin gevormd kanaal 106, dat aan een einde in verbinding staat met de voorraadhouder 37, en aan het andere einde uitmondt naar de bovenste overbrengrol 41e.
Aangedreven vanaf het sterwielsamenstel 25e via een riemaan-drijving 107, draait het paar overbrengrollen 41e gezamenlijk in 30 glijaanraking met de betrokken afgeefelementen 1Q3 onder de druk van de drukveren 104. Het paar afgeeforganen 99 geeft de bekledingsvloeistof af vanuit de kanalen 10B van de elementen 103 daarvan op de betrokken overbrengrol 41e. De afgeefsnelheden van de bekledingsvloeistof uit de afgeeforganen 99 kan worden geregeld door het ver-35 stellen van de veerdrukken, waaronder de afgeeforgaanelementen 103 800 2 0 63 - 16 - tegen de betrokken overbrengrollen 41e worden gedrukt.
Een beschouwing van de fig.ll en 12 toont aan, dat het paar overbrengrollen 41e in dezelfde richting draait als het sterwiel-samenstel 25e en het bekledingsrollenpaar 34e. Dit helpt bij het 5 vereenvoudigen van de constructie van de riemaandrijving 107 of soortgelijke middelen voor het overbrengen van het draaien van het sterwielsamenstel 25e naar- het overbrengrollenpaar 41e1. -j ·* ~
De fig.14 en 15 tonen nog een verdere voorkeursuitvoering, waarbij het sterwielsamenstel, gebruikt bij alle voorgaande uitvoe-10 ringsvormen, is vervangen door een toevoerrolsamenstel 25f, dat twee reeksen toevoerrollen 110 volgens een ringvormige opstelling omvat. Bij deze uitvoeringsvorm wordt eveneens gebruik gemaakt van een paar bekledingsrollen 34f, waarvan er één onder elke reeks toevoerrollen 110 is aangebracht, zoals bij de uitvoeringsvormen vol-15 gens de fig.3 en 4, en de fig.ll - 13. Het bekledingsrollenpaar 34f kan echter vrij draaien ten opzichte van de aandrijfas 26, zoals bij de uitvoeringsvorm volgens de fig.9 en 10.
Het toevoerrolsamenstel 25f bevat een huls 111, vast gemonteerd aan de aandrijfas 26 en uit één stuk gevormd met een paar op 20 onderlinge afstand liggende flenzen 112. Elke flens 112 heeft een aantal, t.w. zes bij deze uitvoeringsvorm, toevoerrollen 110, welke rollen op onderling gelijke hoekafstanden rond de hartlijn van de aandrijfas 26 draaibaar daaraan zijn gemonteerd. Elke toevoerrol 110 is derhalve draaibaar rond de hartlijn van de aandrijfas 26 25 en eveneens rond de eigen hartlijn evenwijdig aan de aandrijfas hartlijn. De toevoerrollen 110 moeten wrijvingsaanraking maken met de flessen 23, die worden bekleed, zodat althans de omtreksoppervlak-ken van de toevoerrollen moeten zijn ‘gevormd van materiaal, dat een grote wrijvingsweerstand kan bieden aan glazen flessen en soortge-30 lijke voorwerpen.
Aan elke flens 112 zijn eveneens draaibaar rondsels 113 gemonteerd, b.v. van de rechte tandwielsoort, axiaal in lijn geplaatst met de betrokken :'toevoerrollen 110 aan de flens. De rondsels 113 zijn uit één stuk gekoppeld met de betrokken toevoerrollen 110 voor 35 het gelijktijdig daarmee draaien. Elke ringvormige reeks rondsels 80 0 2 0 65 - 17 - 113 grijpt aan in een middentandwiel 114, dat los en coaxiaal is gemonteerd aan.de aandrijfas 26. Elk middentandwiel 114 is tegen draaien gegrendeld door b.v. een arm 115. Elke arm 115 is star gemonteerd op een vaste stijl of een ander geschikt .vast deel.
5 Het paar bekledingsrollen 34f, elk gedragen door een schijf- vormige houder 116, is geplaatst onder de betrokken rijen'toevoer-rollen 110 en'draaibaar gemonteerd aan de huls 111 aan de aandrijfas 26. Deze bekledingsrollen 34f maken een rollende aanraking met de betrokken overbrengrollen 41e, besproken in samenhang met· de 10 fig.ll en 12. Eveneens zoals bij de uitvoeringsvorm volgens de fig.
11 - 13, wordt het paar overbrengrollen 41e aangedreven vanaf de aandrijfas 26 via de riemaandrijving 107, waarbij de rollen gezamenlijk draaien in glijaanraking met de betrokken afgeeforganen 99.
Tijdens bedrijf draaien, bij het draaien van de aandrijfas 15 26 rechtsom in fig.14 gezien, de twee reeksen toevoerrollen 110 in dezelfde richting rond de hartlijn van de aandrijfas, waarbij de opeenvolgende flessen 23 langs het gebogen leibaangedeelte 24 worden gevoerd, en elke fles is aangegrepen tussen twee naburige toe-voerrollen. Elke toevoerrol 110 draait tevens rechtsom rond de 20 eigen hartlijn. Dit komt, omdat de rondsels 113, uit één stuk ge vormd met de betrokken toevoerrollen 110, aangrijpen in de vaste middentandwielen 114. De twee reeksen toevoerrollen 110 werken dus samen met de buitenste leiconstructie 21 voor het door wrijving doen draaien van elke fles 23 linksom rond de eigen as. In beginsel 25 z ij n de toevoerrollen 110 derhalve in werking gelijk aan de tan den van de sterwielen, gebruikt bij alle voorgaande uitvoeringsvormen.
Evenals bij de uitvoeringsvorm volgens de fig.ll - 13 ontvangt het paar overbrengrollen 41e de bekledingsvloeistof vanuit de 30 betrokken afgeeforganen 99, welke bekledingsvloeistof wordt verder geleid naar de betrokken bekledingsrollen 34f. Deze bekledingsrol-len brengen de bekledingsvloeistof aan op de opeenvolgende flessen 23 op een uit de beschrijving van de voorgaande uitvoeringsvormen gebleken wijze.
35 Het is duidelijk, dat de verschillende voorkeursuitvoerings vormen, zoals hiervoor beschreven, niet zijn bedoeld als beperkingen
800 2 0 êJ
- 13 - van de uitvinding, maar afwijkingen daarvan binnen het kader van de uitvinding toelaten. Hoewel alle voorgaande uitvoeringsvormen een inrichting vertegenwoordigen voor het bekleden van flessen, kan de uitvinding b.v. gestalte worden gegeven in een inrichting 5 voor het bekleden van blikken of andere cilindrische of ronde voor werpen. Verder behoeven de bij alle, behalve de laatste, hiervoor beschreven uitvoeringsvormen.toegepaste, sterwielen, elk niet nood---zakelijkerwijze zes tanden te hebben, maar kunnen zij elk gewenst -----aantal tanden hebben, waarbij zij tevens anders kunnen zijn gevormd 10 dan weergegeven. Het is ook mogelijk een bekledingsvloeistof op ge wenste voorwerpen aan te brengen door middel van borstels in plaats van door de bekledingslichamen of rollen bij de weergegeven uitvoeringsvormen, en de bekledingsstof en dergelijke bekledingsmiddelen te leveren door sproeien. Verder kan nog de riemaandrijving bij 15 enkele van de uitvoeringsvormen worden vervangen door een rader werk, een kettingaandrijving of andere soorten krachtoverbrengingen.
» 800 2 0 65
Claims (15)
1. Inrichting voor het met een gewenste stof bekleden van een opeenvolging in hoofdzaak cilindrische of ronde voorwerpen, zoals flessen, gekenmerkt door leimiddelen, die een gebogen leibaan bepalen voor de doorgang van opeenvolgende te bekleden voorwerpen, 5 welke gebogen leibaan is gecentreerd.rond. een vooraf bepaalde hart lijn, verder door toevoermiddelen, draaibaar rond de vooraf bepaalde hartlijn voor het langs de gebogen leibaan voeren van de opeenvolgende voorwerpen, welke toevoermiddelen verder samenwerken met de leimiddelen voor het doen draaien van elk voorwerp rond de eigen 10 hartlijn, en door bekledingsmiddelen, draaibaar rond de vooraf be paalde hartlijn en uitgevoerd om tegen de opeenvolgende voorwerpen te worden gedrukt, die langs de gebogen leibaan worden gevoerd, voor het daarop aanbrengen van een gewenste bekledingsstof, waardoor althans een bandvormige dunne laag van de bekledingsstof rond 15 elk voorwerp wordt verschaft door de bekledingsmiddelen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de leimiddelen een gebogen leioppervlak hebben, gemaakt van een materiaal, dat een grote wrijvingsweerstand kan bieden aan de voorwerpen, waarbij de toevoermiddelen althans een sterwiel omvatten voor het voe- 20 ren van de opeenvolgende voorwerpen langs de gebogen leibaan onder het tegen het leioppervlak van de leimiddelen drukken daarvan, welk sterwiel het draaien kan toelaten van elk voorwerp rond de eigen hartlijn in glijdende aanraking met het sterwiel en in wrijvings-aanraking met het leioppervlak van de leimiddelen.
3. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de be kledingsmiddelen zijn gemonteerd aan de toevoermiddelen voor het gelijktijdig daarmee draaien.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de bekledingsmiddelen althans een reeks afzonderlijke 30 bekledingslichamen omvatten, aangebracht op gelijke onderlinge hoek- afstanden rond de vooraf bepaalde hartlijn.
5. Inrichting volgens conclusie 4, gekenmerkt door middelen voor 800 2 0 63 - 20 - het drukken van elk bekledingslichaam in onderlinge glijaanraking met een van de voorwerpen, die langs de gebogen leibaan bewegen.
6. Inrichting volgens een der conclusies 1-3, gekenmerkt door middelen voor het verstelbaar bewegen van de bekledingsmiddelen in- 5 de axiale richting van de toevoermiddelen.
7. Inrichting volgens een der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de bekledingsmiddelen althans een bekledingsrol -bevatten.- . .... >
8. Inrichting volgens een der conclusies 1 - 3/^gekenmerkt door·' " middelen voor het leveren van de bekledingsstof aan de bekledings- 10 middelen, welke levermiddelen een toevoerrol omvatten, draaibaar rond een hartlijn evenwijdig aan de vooraf bepaalde hartlijn, verder middelen voor het met een geregelde snelheid leveren van de bekledingsstof aan de toevoerrol, en een overbrengrol, draaibaar in aanraking met de toevoerrol en met de bekledingsmiddelen voor het 15 vanaf de toevoerrol op de bekledingsmiddelen overbrengen van de be kledingsstof.
9. Inrichting volgens een der conclusies 1-3, gekenmerkt door middelen voor het leveren van de bekledingsstof aan de bekledings middelen, welke levermiddelen een houder omvatten voor het opnemen 20 van een voorraad van de bekledingsstof, welke houder is gemonteerd aan de toevoermiddelen voor het gelijktijdig draaien daarmee, en middelen voor het met een geregelde snelheid leveren van de bekledingsstof vanuit de houder aan de bekledingsmiddelen.
10. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de 25 bekledingsmiddelen coaxiaal zijn gemonteerd aan de toevoermiddelen voor het draaien ten opzichte daarvan, waarbij verder middelen aanwezig zijn voor het met een andere snelheid dan de toevoermiddelen draaien van de bekledingsmiddelen.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat een 30 rol aanwezig is in rollende aanraking met de bekledingsmiddelen voor het daarop leveren van de bekledingsstof, waarbij de draaimiddelen een middel omvatten voor het overbrengen van het draaien van de toevoermiddelen naar de rol.
12. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de 35 draaimiddelen een planeetwielsamenstel omvatten, verbonden tussen 800 20 63 - 21 - de toevoermiddelen en de bekledingsmiddelen.
13. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door een afgeef-orgaan voor het aan de bekledingsmiddelen leveren van de bekledings-stof, welk afgeeforgaan een vast huis omvat, verder een afgeefele-5 ment, dat verschuifbaar in het huis is gemonteerd voor een beweging naar en vanaf de bekledingsmiddelen en dat gedeeltelijk naar buiten uit het huis steekt voor het afgeven van de bekledingsstof, en mid- - . delen voor het naar de bekledingsmiddelen drukken van'het afgeef element.
14. Inrichting volgens conclusie 13, gekenmerkt door een over- brengrol, draaibaar gemonteerd tussen het afgeeforgaan en de bekledingsmiddelen voor het vanaf het afgeeforgaan overbrengen van de bekledingsstof naar de bekledingsmiddelen, waarbij het afgeefelement tot in glijaanraking wordt gedrukt met de overbrengrol.
15. Inrichting volgens conclusie' !, met het kenmerk, dat de toe voermiddelen een aandrijfas omvatten, draaibaar rond de vooraf bepaalde hartlijn, verder althans een reeks toevoerrollen, op onderling gelijke hoekafstanden aangebracht rond de vooraf bepaalde hartlijn en gedragen door de aandrijfas voor het gelijktijdig draai-20 en daarmee rond de vooraf bepaalde hartlijn, waarbij elke toevoer- rol verder draaibaar is rond de eigen hartlijn evenwijdig aan de vooraf bepaalde hartlijn, welke toevoerrollen wrijvingsaanraking kunnen maken met de opeenvolgende voorwerpen, waarbij elke twee naburige toevoerrollen een van de voorwerpen daartussen aangrijpen 25 en dit tegen de leimiddelen drukken, en door middelen voor het in een vooraf bepaalde richting rond de eigen hartlijnen draaien van de toevoerrollen tijdens het draaien van de aandrijfas. 1B. Inrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de draaimiddelen een reeks rondsels omvatten, coaxiaal gekoppeld met 30 de betrokken toevoerrollen voor het gelijktijdig draaien daarmee rond de eigen hartlijnen en rond de vooraf bepaalde hartlijn, en een middentandwiel, dat coaxiaal met de aandrijfas is aangebracht en tegen draaiing is gegrendeld, welk middenwiel aangrijpt in alle rondsels voor het tot stand brengen van het draaien daarvan rond 35 de eigen hartlijnen bij het draaien van de rondsels rond de vooraf bepaalde hartlijn met de toevoerrollen. 800 2 0 63
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP4267079 | 1979-04-09 | ||
| JP54042670A JPS58906B2 (ja) | 1979-04-09 | 1979-04-09 | 壜等の塗布装置 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8002063A true NL8002063A (nl) | 1980-10-13 |
| NL175144B NL175144B (nl) | 1984-05-01 |
| NL175144C NL175144C (nl) | 1984-10-01 |
Family
ID=12642451
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8002063,A NL175144C (nl) | 1979-04-09 | 1980-04-08 | Inrichting voor het aanbrengen van bekledingsmateriaal op de omtrek van ronde voorwerpen. |
Country Status (10)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4308818A (nl) |
| JP (1) | JPS58906B2 (nl) |
| AU (1) | AU534167B2 (nl) |
| BE (1) | BE882671A (nl) |
| CA (1) | CA1154952A (nl) |
| DE (1) | DE3013442C2 (nl) |
| DK (1) | DK150264C (nl) |
| FR (1) | FR2453682B1 (nl) |
| GB (1) | GB2047578B (nl) |
| NL (1) | NL175144C (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN117019502A (zh) * | 2023-06-26 | 2023-11-10 | 湘潭大学 | 一种口径可调的医用软管自动涂胶方法及装置 |
Families Citing this family (25)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA1234688A (en) * | 1984-04-27 | 1988-04-05 | Yogiro Okawa | Coating apparatus for scratches of glass bottle |
| FI872458A0 (fi) * | 1985-10-04 | 1987-06-02 | Metal Box Plc | Oeverdragning av produkter. |
| NL8801686A (nl) * | 1988-07-04 | 1990-02-01 | Speciaalmachinefabriek J H Van | Inrichting voor het aanbrengen van een bekledingslaag op een voorwerp, zoals bijvoorbeeld een fles. |
| US5023112A (en) * | 1989-04-11 | 1991-06-11 | Adolph Coors Company | Apparatus and method for applying a coating to a can body |
| US5206054A (en) * | 1989-04-11 | 1993-04-27 | Coors Brewing Company | Apparatus and method for applying a coating to a can body |
| DE4012331C2 (de) * | 1990-04-18 | 1994-02-24 | Kronseder Maschf Krones | Etikettiermaschine für Flaschen o. dgl. |
| US5215622A (en) * | 1990-04-18 | 1993-06-01 | Krones Ag Hermann Kronseder Maschinenfabrik | Labeling machine for bottles or the like |
| US5242497A (en) * | 1991-10-29 | 1993-09-07 | Sweetheart Cup Company Inc. | Applicator systems for applying a localized amount of coating material to top edges of containers |
| US5458682A (en) * | 1993-02-08 | 1995-10-17 | Advanced Glass Treatment Systems | Glass container coating apparatus with staggered rows of coating rollers |
| US5786034A (en) * | 1994-10-18 | 1998-07-28 | Coors Brewing Company | Apparatus for coating and curing the bottom rim surface of a container |
| US5613291A (en) * | 1995-01-25 | 1997-03-25 | Becton, Dickinson And Company | Method for providing a sterility seal in a medicinal storage bottle |
| CA2180907A1 (en) * | 1995-07-31 | 1997-02-01 | Victor A. Williamitis | Apparatus and method for coating of objects using a porous resilient matrix |
| CA2180897A1 (en) * | 1995-07-31 | 1997-02-01 | Victor A. Williamitis | Apparatus and method for coating of objects using a porous resilient matrix |
| US5985028A (en) * | 1997-09-12 | 1999-11-16 | Henkel Corporation | Coating apparatus |
| US6606837B2 (en) * | 2001-08-28 | 2003-08-19 | Cardinal Ig | Methods and devices for simultaneous application of end sealant and sash sealant |
| US6793971B2 (en) | 2001-12-03 | 2004-09-21 | Cardinal Ig Company | Methods and devices for manufacturing insulating glass units |
| US20070295678A1 (en) * | 2006-06-26 | 2007-12-27 | Display Industries, Llc | Shelf device for rolling unlike bottles |
| DE102011083220A1 (de) * | 2011-09-22 | 2013-03-28 | Krones Aktiengesellschaft | Behälterbedruckungsanlage |
| JP6454992B2 (ja) * | 2013-11-20 | 2019-01-23 | セイコーエプソン株式会社 | 固定治具及び記録装置 |
| JP2015199012A (ja) * | 2014-04-04 | 2015-11-12 | サントリーホールディングス株式会社 | プリフォームコーティング装置、プリフォームの製造方法及びプラスチックボトルの製造方法 |
| CN106733491B (zh) * | 2017-01-25 | 2023-03-10 | 常州市伟邦光电科技有限公司 | 触感膜涂布机及其使用方法 |
| CN108816633B (zh) * | 2018-08-07 | 2019-12-13 | 台山市龙兴金属制品有限公司 | 一种产业化金属杆件防锈喷涂装置 |
| CN109453961B (zh) * | 2018-12-24 | 2023-10-20 | 重庆机电智能制造有限公司 | 一种异形螺栓生产设备 |
| CN112406335A (zh) * | 2020-11-20 | 2021-02-26 | 余邮信 | 一种庆典砸金蛋活动用金蛋商标印花设备 |
| WO2022115661A1 (en) | 2020-11-27 | 2022-06-02 | Custom Machining Corp. | Liner machine for applying sealing compound |
Family Cites Families (12)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB223687A (en) * | 1923-08-10 | 1924-10-30 | Robert Burt Brodie | A new or improved apparatus for painting barrels, casks and like receptacles |
| US2142158A (en) * | 1937-01-07 | 1939-01-03 | Simplex Engineering Company | Method of and apparatus for stenciling |
| US2111039A (en) * | 1937-07-26 | 1938-03-15 | Albertoli John | Can marker |
| US2366515A (en) * | 1940-08-03 | 1945-01-02 | Crown Cork & Seal Co | Apparatus for handling and heating containers |
| US2495174A (en) * | 1947-05-09 | 1950-01-17 | John D Mcclatchie | Labeling machine |
| US2902001A (en) * | 1954-05-17 | 1959-09-01 | Nat Can Corp | Apparatus for coating the inside of flanges of can bodies |
| US2944510A (en) * | 1956-12-26 | 1960-07-12 | Nat Can Corp | Machine for applying wax to can ends |
| FR1376197A (fr) * | 1962-12-05 | 1964-10-23 | American Can Co | Procédé pour appliquer un revêtement sur des tubes et installation pour la mise en oeuvre dudit procédé |
| US3452709A (en) * | 1966-01-10 | 1969-07-01 | Coors Porcelain Co | Machine for coating interior of containers |
| US3710753A (en) * | 1970-01-19 | 1973-01-16 | Mandrel Industries | Processing apparatus for objects |
| US3977358A (en) * | 1975-05-08 | 1976-08-31 | Alphonse Stroobants | Can feeding and coating apparatus |
| US4125087A (en) * | 1977-08-22 | 1978-11-14 | Ronning Bengt L | Apparatus for cleaning and painting gas bottles |
-
1979
- 1979-04-09 JP JP54042670A patent/JPS58906B2/ja not_active Expired
-
1980
- 1980-04-03 US US06/136,865 patent/US4308818A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-04-05 DE DE3013442A patent/DE3013442C2/de not_active Expired
- 1980-04-08 DK DK149880A patent/DK150264C/da not_active IP Right Cessation
- 1980-04-08 GB GB8011465A patent/GB2047578B/en not_active Expired
- 1980-04-08 BE BE2/58501A patent/BE882671A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-04-08 AU AU57227/80A patent/AU534167B2/en not_active Ceased
- 1980-04-08 NL NLAANVRAGE8002063,A patent/NL175144C/nl not_active IP Right Cessation
- 1980-04-09 FR FR8007970A patent/FR2453682B1/fr not_active Expired
- 1980-04-09 CA CA000349383A patent/CA1154952A/en not_active Expired
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN117019502A (zh) * | 2023-06-26 | 2023-11-10 | 湘潭大学 | 一种口径可调的医用软管自动涂胶方法及装置 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DK150264B (da) | 1987-01-26 |
| GB2047578A (en) | 1980-12-03 |
| NL175144B (nl) | 1984-05-01 |
| DE3013442A1 (de) | 1980-10-16 |
| DK149880A (da) | 1980-10-10 |
| JPS55134665A (en) | 1980-10-20 |
| FR2453682B1 (fr) | 1985-07-05 |
| GB2047578B (en) | 1983-01-26 |
| AU534167B2 (en) | 1984-01-05 |
| DK150264C (da) | 1987-12-07 |
| CA1154952A (en) | 1983-10-11 |
| DE3013442C2 (de) | 1984-09-13 |
| BE882671A (fr) | 1980-07-31 |
| FR2453682A1 (fr) | 1980-11-07 |
| JPS58906B2 (ja) | 1983-01-08 |
| US4308818A (en) | 1982-01-05 |
| AU5722780A (en) | 1980-10-16 |
| NL175144C (nl) | 1984-10-01 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8002063A (nl) | Inrichting voor het bekleden van flessen en soort- gelijke cilindrische voorwerpen. | |
| US5215622A (en) | Labeling machine for bottles or the like | |
| US4721544A (en) | Wrap-around hot-melt labelling machine | |
| AU5097893A (en) | Method and apparatus for decorating articles | |
| US4425866A (en) | Machine and method for coating plastic containers | |
| GB2079636A (en) | Providing screw-threaded articles with locking patches | |
| DE2429222A1 (de) | Einrichtung zum bespruehen von gegenstaenden | |
| US2495174A (en) | Labeling machine | |
| JP3083537B2 (ja) | 管付きクロージャを充填機へ送給する装置 | |
| AU587089B2 (en) | The coating of articles | |
| US5271793A (en) | Apparatus for transporting containers in labelling machines | |
| US4921093A (en) | Infeed means for high speed continuous motion can decorator | |
| US4830701A (en) | Labeling system | |
| US3999509A (en) | Bottle coating apparatus | |
| CA2040705C (en) | Labeling and liquid plastic coating system for bottle-like objects | |
| US5192392A (en) | Container labeler | |
| US4458804A (en) | Contour in-feed means for continuous motion can decorator | |
| CZ204996A3 (en) | Device for coating rotatively symmetrical profiled bodies and coating process per se | |
| US1078723A (en) | Labeling-machine. | |
| JPS6055455B2 (ja) | ガラスびんのすり傷コ−テイング装置 | |
| KR830002302B1 (ko) | 병용기류의 도포장치 | |
| US1313301A (en) | Filling-machine | |
| JPS5949063B2 (ja) | 瓶等のコ−テイング装置 | |
| JPH039009B2 (nl) | ||
| JPH0692264B2 (ja) | ガラス瓶の擦り傷コーティング装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 19981101 |