[go: up one dir, main page]

NL8001924A - Werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde. Download PDF

Info

Publication number
NL8001924A
NL8001924A NL8001924A NL8001924A NL8001924A NL 8001924 A NL8001924 A NL 8001924A NL 8001924 A NL8001924 A NL 8001924A NL 8001924 A NL8001924 A NL 8001924A NL 8001924 A NL8001924 A NL 8001924A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
loading mechanism
chain
endless chains
earth
ground
Prior art date
Application number
NL8001924A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Shinko Kiko Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Shinko Kiko Co filed Critical Shinko Kiko Co
Publication of NL8001924A publication Critical patent/NL8001924A/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F1/00General working methods with dredgers or soil-shifting machines
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G21/00Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors
    • B65G21/02Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors consisting essentially of struts, ties, or like structural elements
    • B65G21/06Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors consisting essentially of struts, ties, or like structural elements constructed to facilitate rapid assembly or dismantling
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G21/00Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors
    • B65G21/10Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors movable, or having interchangeable or relatively movable parts; Devices for moving framework or parts thereof
    • B65G21/14Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors movable, or having interchangeable or relatively movable parts; Devices for moving framework or parts thereof to allow adjustment of length or configuration of load-carrier or traction element
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F5/00Dredgers or soil-shifting machines for special purposes
    • E02F5/22Dredgers or soil-shifting machines for special purposes for making embankments; for back-filling
    • E02F5/26Combined conveying-bridges and dredgers
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F7/00Equipment for conveying or separating excavated material

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Earth Drilling (AREA)
  • Excavating Of Shafts Or Tunnels (AREA)
  • Placing Or Removing Of Piles Or Sheet Piles, Or Accessories Thereof (AREA)
  • Chain Conveyers (AREA)

Description

ί "^4 Ν/29.529-tM/f.
Werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde, in het bijzonder voor op grote schaal uitgevoerde graafwerkzaamheden, 5 alsmede op een inrichting voor het uitvoeren van deze werk-wij ze.
Tot op heden werden bij graafwerkzaamheden in het algemeen emmerelevators gebruikt voor het vertikaal transporteren van de uitgegraven aarde naar het bodemoppervlak.
10 Bij een emmerelevator van dit type worden ge woonlijk een beneden het maaiveld op te stellen laadmechanis-me, een vertikaal transportmechanisme en een bovengronds losmechanisme samengesteld tot een één geheel vormend systeem met stalen frames en andere middelen, welk systeem op het 15 graafterrein wordt geïnstalleerd. Tijdens het gebruik wordt , de uitgegraven aarde eerst op het laadmechanisme geladen, vervolgens naar het aardoppervlak getransporteerd door middel van een reeks emmers, die met bepaalde tussenafstanden op circulerende eindloze kettingen zijn gemonteerd, en daarna 20 door middel van het losmechanisme gelost. Als het uitgraven van de grond op een vaste diepte horizontaal wordt uitgevoerd, zoals bij het aanleggen van een ondergrondse spoorweg of een rioolstelsel, kan het conventionele vertikale transportsysteem worden gebruikt zonder dit systeem aan te passen, doch 25 als de grond tot een grote diepte moet worden uitgegraven zoals bij funderingswerkzaamheden voor grote bouwwerken, moet het vertikale transportmechanisme aan het ondereinde worden verlengd in overeenstemming met de gewenste diepte, terwijl tevens het beneden het maaiveld opgestelde laad-30 mechanisme omlaag moet worden gebracht. Deze handelingen worden gewoonlijk op de volgende wijze uitgevoerd: het vertikale transportmechanisme wordt tijdelijk opgehesen en het laadmechanisme wordt verwijderd en op een andere plaats neergezet, waarna, na het verlengen van het vertikale trans-35 portmechanisme, het laadmechanisme hier weer aan wordt gemonteerd. Een dergelijke verlengingshandeling gaat echter met 800 1 9 24 -2- veel werk gepaard en maakt tevens een onderbreking van de graafwerkzaamheden gedurende een lange periode noodzakelijk, hetgeen resulteert in een sterke toename van de bouwkosten.
De uitvinding beoogt een werkwijze en inrich-5 ting van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen, waarbij slechts een minimaal aantal handelingen behoeft te worden verricht en een korte werktijd wordt bereikt.
Voorts beoogt de uitvinding een werkwijze van deze soort te verschaffen, die veilig en zonder enige speciale 10 deskundigheid kan worden uitgevoerd, alsmede een inrichting, welke eenvoudig is uitgevoerd en gemakkelijk bedienbaar is.
Verder beoogt de uitvinding een werkwijze en inrichting van deze soort te verschaffen, waarbij de tijd, gedurende welke de graaf- en transportwerkzaamheden zijn on-15 derbroken, aanmerkelijk is verkort, waardoor het werk nagenoeg continu kan worden uitgevoerd.
Hiertoe heeft de werkwijze volgens de uitvinding het kenmerk, dat a) een geleidingspaal op het graafterrein 20 vertikaal in de grond wordt gedreven tot een grotere diepte dan de voorafbepaalde graafdiepte, zodat de paal kan blijven staan ondanks de graafwerkzaamheden, b) een laadmechanisme op een gewenste positie beneden het maaiveld op de geleidingspaal wordt bevestigd 25 door middel van een verschuifbaar bevestigingsorgaan, c) de grond wordt afgegraven en de uitgegraven aarde op het laadmechanisme wordt gebracht, d) deze aarde vertikaal omhoog wordt gevoerd en vervolgens horizontaal verder wordt getransporteerd, waar- 30 na de aarde op een transportband wordt gestort vanaf een einde van een bovengronds losmechanisme en de aarde vanaf de .transportband op een voorafbepaalde stortplaats op het gjfcondoppervlak wordt gestort, waarbij gebruik wordt gemaakt van een transportsysteem, dat is voorzien van een aantal 35 eindloze kettingen, die vertikaal langs de geleidingspaal verlopen en vervolgens horizontaal langs het bovengrondse losmechanisme verlopen, van een reeks transportbakken, die aan de. eindloze kettingen zijn bevestigd, en van een aantal kettingwielen voor het ondersteunen en laten circuleren van 40 de eindloze kettingen, 80 0 1 9 24 t ^ -3- e) na het voltooien van de eerste graafcyclus het beneden het maaiveld opgestelde laadmechanisme langs de geleidingspaal omlaag wordt gebracht over een afstand, die overeenkomt met het verlaagde niveau van de uitgegraven grond, 5 waarna de eindloze kettingen worden onderbroken en ketting;— verlengstukken worden toegevoegd, terwijl tevens extra trans-portbakken worden gemonteerd, f) een tweede graafcyclus wordt uitgevoerd op de onder cï en d) beschreven wijze, 10 g) het laadmechanisme omlaag wordt gebracht, ketting^erlengstukken worden toegevoegd en extra transport-bakken worden gemonteerd op de onder e) beschreven wijze, en h) de genoemde stappen cyclisch het vereiste 15 aantal malen voor de betreffende graafwerkzaamheden worden herhaald, totdat een gewenste diepte is bereikt.
Volgens de uitvinding omvat het vertikale transportmechanisme een geleidingspaal, waarbij, doordat deze paal dieper in de grond is gedreven dan de verwachte 20 graafdiepte, geen verlenging nodig is van het vertikale transportmechanisme, zoals bij de conventionele werkwijzen. Doordat voorts het beneden het maaiveld opgestelde laadmechanisme vertikaal verschuifbaar is langs het transportmechanisme, dat de genoemde geleidingspaal omvat, behoeft 25 het laadmechanisme niet te worden gedemonteerd en opnieuw gemonteerd, waarbij een verlenging van het transportsysteem kan worden bereikt door het verlengen van de eindloze kettingen en het monteren van extra transportbakken. Voor het verlengen van de eindloze kettingen is een ketting-30 vasthoudmechanisme aangebracht, dat êén geheel vormt met het draaggestel van het laadmechanisme, zodat het verlengen van een ketting gemakkelijk en veilig kan worden uitgevoerd.
Op deze wijze kunnen de graafwerkzaamheden op bijzonder doelmatige wijze worden uitgevoerd.
35 De inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding wordt gekenmerkt door een geleidingspaal, die op het graafterrein vertikaal in de grond is gedreven tot een grotere diepte dan de voorafbepaalde graafdiepte, zodat de paal kan blijven staan ondanks de 40 graafwerkzaamheden, door een beneden het maaiveld opstelbaar — A— s t laadmechanisme, dat op een draaogeistelji'S aangebracht, welke door de geleidingspaal wordt ondersteund door middel van een verschuifbaar bevestigingsmechanisme, dat op elke gewenste positie in langsrichting van de paal hieraan beves-5 tigbaar is, door een bovengronds losmechanisme, dat horizontaal verloopt vanaf het boveneinde van de geleidingspaal naar een plaats buiten het uit te graven gebied, door een transportsysteem voor de uitgegraven aarde, dat is voorzien van een aantal eindloze kettingen, die vertikaal en vervol-10 gens horizontaal verlopen, van een reeks transportbakken, die aan de kettingen zijn bevestigd, en van een aantal ket-tingfiellen voor het ondersteunen en laten circuleren van de kettingen, alsmede door een transportband, die onder het bovengrondse losmechanisme is opgesteld en die de uitgegraven 15 aarde verder kan transporteren naar een voorafbepaalde stortplaats.
De uitvinding wordt hierna nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding is weergegeven.
20 Fig. 1 is een schematisch weergegeven zijaan zicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding.
Fig. 2 is een perspectivisch aanzicht, waarin schematisch de constructie van het draaggestial van het laad-25 mechanisme van de inrichting volgens fig. 1 is weergegeven.
Fig. 3a is een zijaanzicht, waarin een mon-tagemethode van het verschuifbare bevestigingsmechanisme zichtbaar is.
Fig. 3b is een dwarsdoorsnede van het beves-30 tigingsmechanisme volgens het vlak X-X uit fig. 3a.
Fig. 4 is een perspectivisch aanzicht, waarin schematisch de uitvoering van het ketting-vasthoudmechanisme is weergegeven.
Fig. 5 is een schematisch weergegeven zijaan-35 zicht van het bovengrondse losmechanisme·.
In fig. 1 is het aardoppervlak ter plaatse van het graafterrein met 1.aangeduid. Als eerste stap wordt een keerwand 2 van een voor de geologische omstandigheden ter plaatse geschikt type rond het graafterrein gebouwd. Deze 40 keerwand 2 bevindt zich grotendeels in de grond, ten einde 800 1 9 24 * * -5- bronwater tegen te houden# dat opwelt als de grond wordt uitgegraven. Op een zich nabij de keerwand 2 bevindende plaats wordt een geleidingspaal 3 vertikaal in de grond geheid# zodanig# dat het boveneinde hiervan met een geschikte 5 lengte boven het aardoppervlak uitsteekt. De geleidingspaal 3 wordt dieper in de grond gedreven dan de voorgenomen graaf-diepte, zodat de paal 3 rechtop blijft staan als de grond tot de gewenste diepte is uitgegraven. Bij het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn als geleidingspaal twee als sta-10 len pijpen uitgevoerde heipalen 3'# 31' aangebracht# die van een aantal schoren 31 zijn voorzien, zoals in fig. 3 is weergegeven, ten einde een toereikende knikvastheid te verschaffen. Het heien kan op elke geschikte wijze worden uitgevoerd# doch ter vermijding van een overbelasting bij 15 het heien wordt aanbevolen eerst een vertikaal gat aan te brengen door middel van een grondboor of derge&jke /en: daarna de geleidingspaal 3 of een uit de twee stalen heipalen. 3'# 31' bestaand samenstel vertikaal in het gat aan te brengen.
Door middel van een gebruikelijke graaf ma-20 chine wordt rond de geleidingspaal 3 een gat gegraven tot een diepte H^# waarop het beneden het maaiveld plaatsbare laadmechanisme 4 dient te worden opgesteld. De diepte H1 kan op geschikte wijze worden bepaald in afhankelijkheid van de hoogte van de storttrechter 41 van het laadmechanisme 25 4# van het type toegepaste graafmachine en van andere fac toren. Bij de door aanvraagster uitgevoerde graafwerkzaamheden bleek, de meest geschikte diepte ongeveer 8 m te zijn.
Vervolgens wordt het laadmechanisme 4# dat vertikaal langs de geleidingspaal 3 kan worden geleid# op 30 het bodemvlak 1^ op de diepte opgesteld, waartoe het laadmechanisme 4 verschuifbaar is bevestigd aan de geleidingspaal 3 door middel van verschuifbare bevestigings-mechanismen 5# 5'. Hierbij wordt tevens een draaggestel 6' opgesteld op het blootliggende randgedeelte van de vooraf 35 aangebrachte keerwand 2# terwijl een bovengronds losmechanisme 6 wordt ondersteund door het draaggestel 6' en verbonden met het boveneinde van de geleidingspaal 3. Vervolgens wordt een transportsysteem# dat bestaat uit een aantal kettingen 7# een reeks transportbakken (zoals emmers). 8 en 40 een aantal kettingwielen# opgenomen in het transportstelsel# -6- dat wordt gevormd door het laadmechanisme 4, de geleidings-paal 3 en het losmechanisme 6. Aangezien het gewicht van het laadmechanisme 4 wordt gedragen door de geleidingspaal 3 door middel van het verschuifbare bevestigingsorgaan 5, 5'/ 5 kan het laadmechanisme op passende wijze worden opgesteld zonder het uitvoeren van bepaalde funderingswerkzaamheden, zelfs als de grond van het bodemvlak 1χ zacht is en een onregelmatig verloop vertoont. De oppervlaktelaag A wordt door middel van een geschikte graafmachine afgegraven, 10 waarbij de aarde in de storttrechter 4.^ wordt gebracht, zoals door een pijl a. is aangegeven. Als het graafniveau daalt tot B en vervolgens C naarmate de graafwerkzaamheden vorderen,, wordt de aarde in de richting van de pijl b en de pijl c in de storttrechter 4.^ gebracht, en op deze wijze 15 worden de graafwerkzaamheden en verwijdering van de uitgegraven grond vanaf het niveau 11 voltooid, waarbij de omringende keerwand 2 wordt bereikt.
Het laadmechanisme 4 wordt dan op nog nader te beschrijven wijze opgehaald tot een zodanige hoogte, dat 20 een verder uitgraven van de onderliggende grond mogelijk is. Nadat het laadmechanisme 4 aan de geleidingspaal 3 is bevestigd door middel van verschuifbare bevestigingsmechanis-men 5, 5' wordt de grond onder het laadmechanisme 4 uitgegraven tot een diepte H2 op dezelfde wijze als het eerste 25 gat werd uitgegraven, waarna het laadmechanisme 4 op dit niveau 12 wordt opgesteld. De hoogte, waarover het laadmechanisme 4 tijdelijk wordt opgehaald en de diepte H2 van het tweede vertikale gat, kunnen op passende wijze in overeenstemming met het type en de mogelijkheden van de gebruik-30 te graafmachine worden bepaald, doch in de praktijk is aan aanvraagster gebleken, dat een geschikte keuze hieruit bestaat, dat het laadmechanisme 4 meter wordt opgehaald en de diepte H2 6 meter wordt gekozen. Hierna wordt een uitvoeringsvorm aan de hand van de tekening nader beschreven.
35 De lengte, waarover de kettingen moeten worden gevierd of ingetrokken overeenkomstig de vertikale beweging van het laadmechanisme 4 langs de geleidingspaal 3, wordt geregeld door het verplaatsen van een kettingwiel 6χ, dat aan een uiteinde van het bovengrondse losmechanisme 40 6 is aangebracht. Het eindkettingwiel 6^a&ordt aangedreven 800 1 9 24 -7- • « door een aandrijfmotor 62 voor het circuleren van de kettingen 7 is gemonteerd op een wagen 63, die door rails 64 wordt gedragen. De rails 64 zijn op het bovenvlak van het losmechanisme 6 aangebracht. De wagen 63 is zowel naar rechts als naar 5 links verplaatsbaar door middel van een aandrijfketting 6g, die over een kettingwiel 6g loopt. Het kettingwiel 6g kan door een aandrijfmotor 6g zowel in voorwaartse als in achterwaartse richting worden aangedreven. De aandrijfmotor 6g is aan het linker einde van het losmechanisme 6 bevestigd, ter-10 wijl de aandrijfketting 6g voorts over een kettingwiel 6^ is geleid, dat aan het rechtereinde van het mechanisme 6 is bevestigd. Gedurende de normale transportwerking bevindt de wagen 6g zich ongeveer in het midden D van het laadmechanis-me 6, waarbij door het ophalen van het laadmechanisme 4 over 15 4 meter vanaf het beginniveau, de wagen 63 in overeenstemming hiermee na&r de positie E beweegt, welke positie zich 4 meter links van de positie D bevindt. Als het laadmechanisme 6 meter omlaag beweegt vanaf het beginniveau, beweegt de wagen 6g zich naar de positie F, welke zich 6 meter rechts van de 20 positie D bevindt, waardoor een constante spanning in de kettingen 7 wordt gehandhaafd, om te voorkomen, dat de kettingen van de respectieve kettingwielen losraken. Als het laadmechanisme 4 omlaag wordt gebracht : vanaf de diepte naar de diepte H2 en op het niveau I2 wordt opgesteld, wordt het laad- 25 mechanisme 4 in deze positie bevestigd door middel van de 'terwijl verschuifbare bevestigingsmechanismen 5, 5'!>vodr de verdere graafwerkzaamheden extra kettingstukken 7 en extra transport-bakken 8 worden aangebracht. Hiertoe worden, zoals hierna nog wordt toegelicht, de kettingen 7 direct boven een ketting-30 vasthoudmechanisme 9 onderbroken, terwijl de kettingen worden vastgehouden door het genoemde vasthoudmechanisme 9 op een stelling 9^ (voor het verlengen van kettingen), dat hoger is aangebracht dan het draacge'std. 4 ^ van het laadmechanisme 4. Vervolgens worden nieuwe stukken ketting met een lengte van 35 6 meter overeenkomstig de diepte van de vervolgens uit te graven grond, verbonden met de boveneinden van de onderbroken kettingen 7. Dan wordt de wagen 6g, die zich in de posi-i tie F aan het rechter einde van het laadmechanisme 6 bevindt, 6 meter naar links verplaatst naar de positie E, waardoor de 40 verlengde kettingen worden opgehaald en de ondereinden hiervan 800 1 9 24 -8- juist samenvallen met de boveneinden van de onderste delen van de oorspronkelijke kettingen 7, zodat zij gemakkelijk met elkaar kunnen worden verbonden. Gedurende dit ophalen van de kettingen 7, worden extra transportbakken 8 gemonteerd. Hier-5 mede zijn de voorbereidingen voor de volgende graafwerkzaamheden en afvoerhandelingen voltooid, waarna het bovengenoemde proces wordt herhaald. Dit proces wordt zo vaak als nodig is cyclisch herhaald, waarbij telkens de grond wordt uitgegraven over een diepte H2, totdat de gewenste totale diepte is be-10 reikt. Aangezien de geleidingspaal 3 dieper in de grond is gedreven dan de voorgenomen graafdiepte, blijft de paal 3 stevig overeind staan, zelfs als de omringende grond is uitgegraven. Nadat de graafwerkzaamheden geheel zijn voltooid, wordt de geleidingspaal. uit de grond getrokken en de overige 15 mechanismen verwijderd, waarna de volgende constructiewerk-zaamheden worden uitgevoerd.
Hierna wordt een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het uitvoeren van de continue verticale graaf-methode beschreven.
20 Fig. 2 toont schematisch de uitvoering van het draaggestel 4' van het laadmechanisme 4. Het draaogest!eL4' bestaat uit een stalen frame met een bovenste verschuifbaar be-vestigingsmechanisme 5 en een vloerdeel 42, welke verticaal • van elkaar gescheiden zijn en door middel van diagonaal en 25 in langsrichting verlopende organen met elkaar zijn verbonden. Op het vloerdeel 42 zijn een storttrechter 4χ, een schroef-transporteur 4^ en een aantal kettingwielen 4^ gemonteerd. Voorts is in het midden van het vloerdeel 42 een onderste verschuifbaar bevestigingsmechanisme 5' aangebracht. Aan het bo-30 vengedeelte van het draaggestel 4’ is tenslotte nog en stelling 9' voor het verlengen van de kettingen aangebracht, zoals hierna nog wordt toegelicht.
De beide verschuifbare bevestigingsmechanis-men 5, 5' zijn op dezelfde wijze uitgevoerd. Zoals in de fi-35 guren 3a en 3b is weergegeven, bestaat elk van deze mechanismen uit een buitenste rechthoekig raam 5^ dat is voorzien van een aantal geleidingsschoenen 52, die zodanig zijn aangebracht, dat zij verschuifbaar in aanraking zijn met het uitwendige oppervlak van elk van de stalen pijpen 3', 3”, die de 40 geleidingspaal 3 vormen. In de zijvlakken van het rechthoekige 800 1 9 24 -9- raam 5χ zijn gaten gevormd, die overeenkomen met soortgelijke gaten 32, welke met regelmatige tussenafstanden in de , stalen pijpen 3’, 3" zijn gevormd. De gaten 5^ in het raam 51 en de gaten 32 in de stalen pijpen 3', 3" kunnen axiaal 5 in lijn met elkaar worden gebracht, waarna bouten 54 door deze gaten worden gestoken. Op deze wijze kan het laadmecha-nisme 4 op een gewenste hoogte aan de stalen pijpen 3', 3" worden bevestigd.
Bij het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is 10 voor het verkrijgen van een voldoende sterkte de geleidings-paal 3 uitgevoerd als twee parallel verlopende stalen pijpen · of palen 3', 3", welke met elkaar zijn verbonden d'oor een aantal schoren 31. De schoren 3.^ kunnen kruiselings worden gemonteerd, waarbij de uiteinden door middel van bouten in de gaten 15 32 van de stalen pijpen 3', 3" worden bevestigd. Uiteraard kunnen ook andere geschikte bevestigingsorganen worden toegepast. Hierbij dienen de schoren tijdens elke werkfase ter plaatse waar de verschuifbare bevestigingsmechanismen 5, 5' aan de stalen pijpen 3', 3" zijn bevestigd zodanig te zijn 20 aangebracht, dat zij gemakkelijk kunnen worden verwijderd en weer kunnen worden aangebracht na het verplaatsen van de bevestigingsmechanismen 5, 51. De uitvoering van de geleidings-paal kan op geschikte wijze in overeenstemming worden gebracht met de aard van de graafwerkzaamheden, waarbij uiter-25 aard de uitvoering van de verschuifbare bevestigingsmechanismen 5, 5' in overeenstemming met de gewijzigde uitvoering van de geleidingspaal kan worden gebracht.
De., verticale verplaatsing van het laadmecha-nisme 4 langs de geleidingspaal 3 kan tot stand worden ge-30 bracht door middel van een geschikte hijsmachine, zoals een kraan, doch een dergelijke verplaatsing kan gemakkelijker worden bereikt door een eenvoudig hijswerktuig, zoals takelblokken, aan te passen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de gaten 32, die in het bovenste gedeelte van de geleidingspaal 35 3 zijn gevormd. Voorts is het mogelijk de verticale verplaatsing van het laadmechanisme 4 tot stand te brengen door gebruikmaking van het systeem zelf, en wel door het verplaatsen van de wagen 6^, welke door het bovengrondse losmechanisme 6 wordt gedragen, waarbij de wagen 6^ en de aandrijf motor 62 40 voldoende sterk moeten zijn uitgevoerd en de aandrijfkracht 800 1 9 24 -10- moeten kunnen leveren, hetgeen tevens geldt voor de ketting-wielen, kettingen en bijbehorende organen.
In fig. 4 is het bij de inrichting volgens de uitvinding toegepaste ketting-vasthoudmechanisme afgeheeld.
5 Dit mechanisme 9 maakt deel uit van de stelling 9', dat een kubusvormige stalen frame bezit en dat zodanig is uitgevoerd, dat een aantal kettingen 7 wordt omsloten, welke kettingen zich op het draaggestel 4' van het laadmechanisme 4 bevinden. Het vasthoudmechanisme 9 omvat een aantal schroefstangen 9^, 10 die rechtopstaande tegenover elkaar tussen het stalen bovenen onderraam zijn gemonteerd, waarbij een tweetal beugels 9^ door moeren 92 wordt ondersteund, welke op de schroefstangen 9^ zijn geschroefd, zodat de beugels 9^ in verticale richting langs de schroefstangen 91 verschuifbaar zijn. Voorts zijn 15 twee draagstaven 9^ tussen de beugels 93 aangebracht, welke draagstaven 9^ in de half-cirkelvormige uitsparingen aan de bovenzijde van de beugels zijn ondersteund, terwijl grendel-stangen 95 tussen de draagstaven 9^ zijn gemonteerd, waarbij het aantal grendelstangen gelijk is aan het aantal parallel-20 verlopende kettingen 7. Bij het weergegeven uitvoeringsvoor-beeld zijn drie van dergelijke samenstellen aangebracht in overeenstemming met de drie stellen kettingen. Het onderbreken en verlengen van de kettingen 7 kan op de volgende wijze worden uitgevoerd. Eerst wordt de stand van de beugels 93 inge-25 steld door het verdraaien van de moeren 92, dan wordt elke grendelstang 9^ door een opening in een kettingschakel gestoken, zoals is weergegeven, waarna de moeren 92 over een geringe afstand hoog worden gedraaid, waardoor het gewicht van de zich onder de grendelstangen 9^ bevindende ketting-30 delen wordt gedragen door het ketting-vasthoudmechanisme 9, terwijl de kettingdelen boven de grendelstangen 9in aanmerkelijke mate worden ontlast, zodat een eenvoudige en veilige verwijdering van de kettingbouten mogelijk is. Na het aanbrengen van de gewenste verlengstukken aan de kettingen, 35 worden de moeren 92 omlaag gedraaid, waardoor de belasting van de grendelstangen 9^ wordt opgeheven en de stangen 9^ gemakkelijk kunnen worden verwijderd.
De uitvoering van het bovengrondse losmechanisme 6 zal nu aan de hand van fig. 5 worden beschreven. Het 40 losmechanisme 6 is horizontaal gemonteerd en wordt onder- 800 1 9 24 -11- * * steund door het uiteinde van de geleidingspaal 3 en het draag-gestel 6', dat op het randgedeelte van de keerwand 2 is opgesteld. De bakken 8, die verticaal langs de geleidingspaal 3 zijn opgehaald, worden aan het rechtereinde van het losmecha-5 nisme 6 gedraaid om in horizontale richting verder te bewegen, waarna zij rond het eindkettingwiel 6^ (dat door de aandrijf-motor 62 voor het aandrijven van de kettingen 7 wordt aangedreven) draaien, zodat de zich in de bakken bevindende aarde wordt gelost, en terug naar het laadmechanisme worden ver-10 plaatst. Het eindkettingwiel 6χ en de aandrijf motor 62 zijn gemonteerd op een wagen 63 met wielen, zodat de wagen verplaatsbaar is op rails , die op het bovenvlak van het losmechanisme 6 liggen. Voor de aandrijving van de wagen 63 is zowel aan het voor- als aan het achtereinde hiervan een ket-15 ting 6g bevestigd. De ketting 6Q loopt over een kettingwiel 6^, dat in voorwaartse en in achterwaartse richting aandrijf-baar is door een aandrijfmotor 65, welke aan het linker uiteinde van het losmechanisme 6 is gemonteerd. Voorts loopt de ketting 6g over een kettingwiel 6^, dat aan het rechter uit-20 einde van het losmechanisme 6 is gemonteerd. Hierdoor kan de wagen 63 over de rails 6^ naar rechts en naar links worden verplaatst door middel van de aandrijfmotor 63. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt, staat de wagen 63 gedurende het normale transport van de uitgegraven aarde ongeveer in het 25 midden D van het losmechanisme 6. Wanneer echter het laadmechanisme 4 omhoog wordt gehaald, teneinde de grond onder het laadmechanisme 4 uit te graven, wordt de wagen 63 in overeenstemming hiermee naar links verplaatst. Als het laadmechanisme 4 na het uitgraven van de onderliggende grond weer omlaag 30 wordt gebracht, wordt de wagen 63 naar de rechter eindpositie bewogen. Als de kettingen worden opgehesen en onder spanning worden gebracht na het verlengen van de kettingen 7, wordt de wagen 63 naar links verplaatst naarde oorspronkelijke uitgangspositie D. Onder het. losmechanisme 6 zijn voorts een goot 6g 35 en een transportband 6^ aangebracht, die zich in horizontale richting uitstrekken onder de teruggaande baan van de bakken 8, waardoor de uitgegraven aarde naar de stortplaats wordt vervoerd, terwijl tevens de modder wordt opgevangen, welke in de bakken 8 achterblijft en tijdens de teruggaande beweging 40 hieruit valt, welke opgevangen modder eveneens naar de stort-
o λ n 4 o o L
-12- plaats wordt vervoerd.
Zoals uit het voorgaande blijkt, verschillen de werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het transporteren van de uitgegraven aarde volgens 5 de uitvinding sterk van de conventionele werkwijze en inrichting, waarbij het noodzakelijk is om na het uitgraven van de grond tot een bepaalde diepte het laadmechanisme te verwijderen, het ondereinde van het verticale transportmechanisme te verlengen, en de respectieve mechanismen opnieuw samen te 10 stellen voor het uitvoeren van de volgende graafcyclus. Volgens de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding wordt eerst een geleidingspaal in de grond gedreven tot een diepte, die groter is dan de voorgenomen graafdiepte, welke geleidingspaal wordt benut als een. deel van het transportmechanisme, 15 waarbij het uitgraven van de grond onder het laadmechanisme en het omlaag brengen van dit mechanisme naar mate de graafwerkzaamheden vorderen kan worden uitgevoerd zonder dat lastige werkzaamheden behoeven te worden uitgevoerd, zoals het verwijderen van het laadmechanisme. Volgens de uitvinding be-20 hoeft slechts het laadmechanisme verticaal langs de geleidingspaal te worden verschoven. Voorts kan het verlengen van de kettingen gemakkelijk en veilig worden uitgevoerd door toepassing van een ketting-vasthoudmechanisme, dat is aangebracht op het draaggestel. van het laadmechanisme. Voorts kan het 25 vieren of inhalen van de kettinglengte, hetgeen nodig is voor de verticale verplaatsing van het laadmechanisme, of het verlengen van kettingen worden geregeld door slechts de positie van de wagen te wijzigen, die verplaatsbaar is door middel van een kettingwiel, dat aan het ene einde van het bovengrondse 30 losmechanisme is aangebracht. Op deze wijze is het mogelijk om het gehele graafproces doorlopend op doelmatige wijze uit te voeren, waardoor een aanmerkelijke vermindering van de werktijd en bouwkosten wordt bereikt. De uitvinding betekent derhalve een zeer grote verbetering op het gebied van op grote 35 schaal uitgevoerde verticale graafwerkzaamheden.
80 0 1 9 24

Claims (8)

1. Werkwijze voor het continu uitgraven van grond en het in verticale richting transporteren van de uitgegraven aarde, met het kenmerk, dat a. een geleidingspaal op het graafterrein ver-5 ticaal in de grond wordt gedreven tot een grotere diepte dan de vooraf bepaalde graafdiepte, zodat de paal kan blijven staan ondanks de graafwerkzaamheden, b. een laadmechanisme op een gewenste positie beneden het maaiveld op de geleidingspaal wordt bevestigd 10 door middel van een verschuifbaar bevestigingsorgaan, c. de grond wordt uitgegraven en de uitgegraven aarde op het laadmechanisme wordt gebracht, d. deze aarde verticaal omhoog wordt gevoerd en vervolgens horizontaal verder wordt getransporteerd, waar- 15 na de aarde op een transportband wordt gestort vanaf een einde van een bovengronds losmechanisme en de aarde vanaf de transportband op een vooraf bepaalde stortplaats op het aardoppervlak wordt gestort, waarbij gebruik wordt gemaakt van een transportsysteem, dat is voorzien van een aantal eindloze 20 kettingen, die verticaal langs de geleidingspaal verlopen en vervolgens horizontaal langs het bovengrondse losmechanisme verlopen, van een reeks transportbakken, die aan de eindloze kettingen zijn bevestigd, en van een aantal kettingwielen voor het ondersteunen en laten circuleren van de eindloze 25 kettingen, e. na het voltooien van de eerste graafcyclus het beneden het maaiveld opgestelde laadmechanisme langs de geleidingspaal omlaag wordt gebracht over een afstand, die overeenkomt met het verlaagde niveau van de uitgegraven grond, 30 waarna de eindloze kettingen worden onderbroken en ketting-verlengstukken worden toegevoegd, terwijl tevens extra trans-portbakken worden gemonteerd, f. een tweede graafcyclus op de onder c en d beschreven wijze wordt uitgevoerd, 35. g. het laadmechanisme omlaag wordt gebracht, kettingverlengstukken worden toegevoegd en extra transport- 800 1 9 24 -14- bakken worden gemonteerd op de onder e beschreven wijze, en h. de genoemde stappen cyclisch het vereiste aantal malen voor de betreffende graafwerkzaamheden worden herhaald, totdat een gewenste diepte is bereikt.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, m e t het kenmerk , dat voor het omlaag brengen van het laad-mechanisme na het voltooien van de eerste graafcyclus, het laadmechanisme indien nodig omhoog wordt gehaald en aan de geleidingspaal wordt bevestigd, waarna de eindloze kettingen 10 worden onderbroken en de kettingverlengstukken worden verbonden, terwijl de extra transportbakken worden gemonteerd, en daarna het laadmechanisme omlaag wordt gebracht.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het zich aan het uiteinde van de 15 transportweg van het bovengrondse losmechanisme bevindende kettingwiel zodanig is aangebracht, dat het horizontaal beweegbaar is op het losmechanisme, waarbij de lengte, waarover de eindloze kettingen moeten Worden gevierd of ingetrokken wordt geregeld door het verplaatsen van dit kettingwiel.
4. Werkwijze volgens conclusie 1, 2 of 3, m e t het kenmerk, dat een mechanisme voor het vasthouden van de onderste delen van de eindloze kettingen na het onderbreken hiervan is aangebracht°ïiet draaggestel van het laadmechanisme .
5. Inrichting voor het uitvoeren van de werk wijze volgens een der voorgaande conclusies, gekenmerkt door een geleidingspaal, die op het graafterrein verticaal in de grond is gedreven tot een grotere diepte dan de vooraf bepaalde graafdiepte, zodat de paal kan blijven 30 staan ondanks de graafwerkzaamheden, door een beneden het maaiveld opstelbaar laadmechanisme, dat op een draaggestel is aangebracht, welke door de geleidingspaal wordt ondersteund door middel van een verschuifbaar bevestigingsmechanisme, dat op elke gewenste positie in langsrichting van de paal hieraan 35 bevestigbaar is, door een bovengronds losmechanisme, dat horizontaal verloopt vanaf het boveneinde van de geleidingspaal naar een plaats buiten het uit te graven gebied, door een transportsysteem voor de uitgegraven aarde, dat is voorzien van een aantal eindloze kettingen, die verticaal en vervol-40 gens horizontaal lopen, van een reeks transportbakken, die 800 1 9 24 -15- aan de kettingen zijn bevestigd, en van een aantal ketting-wielen voor het ondersteunen en laten circuleren van de kettingen, alsmede door een transportband, die onder het bovengrondse losmechanisme is opgesteld en die de uitgegraven 5 aarde verder kan transporteren naar een vooraf bepaalde stortplaats.
6. Inrichting volgens conclusie 5, m e t het kenmerk, dat van het genoemde aantal ketting-wielen het aan het uiteinde van het horizontale losmechanisme 10 aangebrachte kettingwiel aandrijfbaar is door een aandrijf-motor voor de circulatie van het transportsysteem, waarbij het betreffende kettingwiel voorts horizontaal verplaatsbaar is op het losmechanisme, zodat de eindloze kettingen kunnen worden gevierd of ingetrokken.
7. Inrichting volgens conclusie 6, m e t het kenmerk , dat het horizontaal verplaatsbare kettingwiel is gemonteerd op een wagen met wielen, waarbij de positie van de wagen regelbaar is door een aandrijforgaan, dat bij voorkeur van het ketting-type is en dat aan het genoemde uiteinde 20 van het losmechanisme is aangebracht.
8. Inrichting volgens conclusie 5, 6 of 7, m e t h et kenmerk, dat het mechanisme voor het vasthouden van de onderste delen van de onderbroken eindloze kettingen is voorzien van een aantal schroefstangen, die rechtopstaande 25 twee aan twee tegenover elkaar op het draaggestel van het laad-mechanisme zijn aangebracht, moeren, die op de schroefstangen zijn geschroefd, beugels, die verschuifbaar worden ondersteund door de moeren, paarsgewijs aangebrachte draagstaven, die op de beugels liggen en waartussen zich de bijbehorende eindloze 30 kettingen bevinden, en grendelstangen, die elk door een opening in een kettingschakel van de betreffende eindloze ketting steken en die zich over de draagstaven uitstrekken. 800 1 9 24
NL8001924A 1979-12-14 1980-04-02 Werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde. NL8001924A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP16255679A JPS5685034A (en) 1979-12-14 1979-12-14 Method and apparatus for discharge of excavated soil continuously and vertically
JP16255679 1979-12-14

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8001924A true NL8001924A (nl) 1981-07-16

Family

ID=15756826

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8001924A NL8001924A (nl) 1979-12-14 1980-04-02 Werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde.

Country Status (14)

Country Link
US (2) US4306364A (nl)
JP (1) JPS5685034A (nl)
AT (1) AT374221B (nl)
AU (1) AU6429480A (nl)
BE (1) BE886068A (nl)
CA (1) CA1144190A (nl)
DE (1) DE3008380C2 (nl)
ES (1) ES489564A0 (nl)
FR (1) FR2471452A1 (nl)
GB (1) GB2065054B (nl)
HK (1) HK55786A (nl)
IT (1) IT1127405B (nl)
NL (1) NL8001924A (nl)
SG (1) SG7886G (nl)

Families Citing this family (18)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS5834619B2 (ja) * 1980-01-23 1983-07-28 博史 辻 掘削ずり出し方法
JPS59185236A (ja) * 1983-04-01 1984-10-20 Shinko Kiko Kk 連続垂直掘削排土工法及びその装置
JPS6143650U (ja) * 1984-08-21 1986-03-22 株式会社日立ホームテック ガス流量制御装置
JPS62169924A (ja) * 1986-01-21 1987-07-27 Matsushita Electric Ind Co Ltd ガス器具栓装置
JPH0390708A (ja) * 1989-09-01 1991-04-16 Mitsubishi Heavy Ind Ltd 掘削土砂排出装置
US5699878A (en) * 1996-04-15 1997-12-23 Rotec Industries Conveyor elevating techniques
US6481566B1 (en) * 2001-06-06 2002-11-19 Ralph M. Horak Moving head conveyor systems
CN103410152B (zh) * 2013-09-05 2015-08-19 中交公路养护工程技术有限公司 一种用于狭长深基坑土方开挖的施工方法
JP6143360B2 (ja) * 2013-11-30 2017-06-07 株式会社冨士機 バケットエレベータによる立坑掘削土排出装置及び立坑掘削土排出方法
CN109625780B (zh) * 2019-02-19 2024-03-08 河南中业重工机械有限公司 一种整体自移伸缩式0~90o输送机
CN111980092B (zh) * 2020-08-11 2022-06-24 中铁七局集团第三工程有限公司 一种深基坑挖掘装置及操作方法
CN112761645A (zh) * 2021-02-04 2021-05-07 中铁工程装备集团有限公司 一种竖井掘进机连续出渣装置及随动出渣方法
CN113086515B (zh) * 2021-03-31 2022-04-15 中铁工程装备集团有限公司 一种用于竖井掘进机的回转出渣装置及其方法
CN113404051B (zh) * 2021-06-29 2022-08-30 中国建筑第八工程局有限公司 基坑内的限高空间侧向倒土设备及基坑土方开挖方法
US12528655B1 (en) * 2021-07-19 2026-01-20 Masaba, Inc. Aggregate transferring system
US11891253B2 (en) * 2022-03-31 2024-02-06 Ty-Crop Manufacturing Ltd. Organic material handling system
US12459016B2 (en) 2022-03-31 2025-11-04 Ty-Crop Manufacturing Ltd. Organic material handling system controller
US12330890B2 (en) 2022-03-31 2025-06-17 Ty-Crop Manufacturing Ltd. Organic material handling system storage module

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE59648C (de) * Firma FRIED. FILLER & HlNSCH in Hamburg, Pinnebergerweg 11/12 Becherwerk mit veränderlicher Förderhöhe
GB191206831A (en) * 1912-03-19 1912-12-12 Thomas Wrightson Improvements in Apparatus for Loading and Unloading Coal and other Materials.
DE942079C (de) * 1952-01-17 1956-04-26 Eisen & Stahlind Ag Foerdereinrichtung zur UEberwindung von Hoehenunterschieden
GB766691A (en) * 1953-06-30 1957-01-23 Niccola Andriani Improvements in and relating to elevated structures for handling material
CH374942A (it) * 1959-01-10 1964-01-31 I C O S Impresa Costruzioni Op Procedimento per la formazione di sezioni di concatenamento tra elementi verticali in calcestruzzo previamente gettati nel sottosuolo e tra loro distanziati, e apparecchiatura per l'attuazione di tale procedimento
DE1461110A1 (de) * 1964-11-21 1969-01-30 Paul Hammelmann Mit einer hydraulischen Zwangsteuerung ausgeruestetes Hochdruckspritzrohr
US3684079A (en) * 1970-04-22 1972-08-15 Guenther L Kuehl Transport device
SE418012B (sv) * 1977-10-31 1981-04-27 Cervinter Ab Arbetsunderlettande apparatur for transport av byggnadsmaterial till en arbetsplats fran en hogre till en legre niva, speciellt vid infodring av konvertrar
US4195726A (en) * 1978-08-17 1980-04-01 Advance Mining Products, Inc. Method and apparatus for extending conveyor belts

Also Published As

Publication number Publication date
BE886068A (fr) 1981-03-02
DE3008380A1 (de) 1981-06-19
GB2065054A (en) 1981-06-24
FR2471452A1 (fr) 1981-06-19
ATA532080A (de) 1983-08-15
US4306364A (en) 1981-12-22
IT8048177A0 (it) 1980-03-17
DE3008380C2 (de) 1984-06-28
GB2065054B (en) 1983-06-22
ES8100397A1 (es) 1980-11-01
FR2471452B1 (nl) 1984-01-13
HK55786A (en) 1986-08-01
SG7886G (en) 1986-08-01
JPS5685034A (en) 1981-07-10
AT374221B (de) 1984-03-26
US4401206A (en) 1983-08-30
IT1127405B (it) 1986-05-21
ES489564A0 (es) 1980-11-01
CA1144190A (en) 1983-04-05
JPS5755853B2 (nl) 1982-11-26
AU6429480A (en) 1981-06-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8001924A (nl) Werkwijze en inrichting voor het continu uitgraven van grond en het in vertikale richting transporteren van de uitgegraven aarde.
US4843742A (en) Trenching apparatus and methods of forming inground retaining walls
US5257471A (en) Excavator for forming underground continuous wall
US4732224A (en) Auger apparatus
EP0513338A1 (en) POSITIONING VEHICLE FOR CONTINUOUS FELLING APPARATUS.
US946609A (en) Ditching and tile machine.
JP2817618B2 (ja) ベルトコンベア装置
JP3460029B2 (ja) 水路用掘削機
US3030714A (en) Earth handling apparatus
US867536A (en) Well-making machine.
KR830001923B1 (ko) 연속수직 굴삭배토 공법의 장치(連續垂直掘削排土 工法의 裝置)
JPS59185236A (ja) 連続垂直掘削排土工法及びその装置
US635047A (en) Excavator.
US3757439A (en) Method of excavating trenches of considerable width
JPH07259125A (ja) 水路用掘削機
US2797504A (en) Excavating machine
US3068597A (en) Excavating machines
JP2652042B2 (ja) 地下縦穴揚土装置
JPH09175658A (ja) 掘削土砂の積み込み方法
JP2833930B2 (ja) 収穫機
US892829A (en) Steam-shovel.
US1142457A (en) Excavating and conveying apparatus.
JPH01178700A (ja) 推進工法における連続排土方法及び連続排土装置
US345804A (en) prinale
JPS58204233A (ja) クラツシヤを備えた連続垂直掘削排土工法と該工法を実施する装置

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed