NL8001881A - Inrichting voor het kweken van planten. - Google Patents
Inrichting voor het kweken van planten. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8001881A NL8001881A NL8001881A NL8001881A NL8001881A NL 8001881 A NL8001881 A NL 8001881A NL 8001881 A NL8001881 A NL 8001881A NL 8001881 A NL8001881 A NL 8001881A NL 8001881 A NL8001881 A NL 8001881A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- plant
- liquid
- plants
- roots
- spraying
- Prior art date
Links
- 241000196324 Embryophyta Species 0.000 claims description 53
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 21
- 238000005507 spraying Methods 0.000 claims description 15
- 239000007789 gas Substances 0.000 claims description 13
- 239000007921 spray Substances 0.000 claims description 13
- 235000015097 nutrients Nutrition 0.000 claims description 12
- 239000004744 fabric Substances 0.000 claims description 9
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 6
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 6
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 claims description 6
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 claims description 6
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 claims description 3
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 4
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 4
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 230000007797 corrosion Effects 0.000 description 2
- 238000005260 corrosion Methods 0.000 description 2
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 2
- 238000009928 pasteurization Methods 0.000 description 2
- 235000009355 Dianthus caryophyllus Nutrition 0.000 description 1
- 240000006497 Dianthus caryophyllus Species 0.000 description 1
- 235000007688 Lycopersicon esculentum Nutrition 0.000 description 1
- 240000003768 Solanum lycopersicum Species 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 244000052616 bacterial pathogen Species 0.000 description 1
- 239000000470 constituent Substances 0.000 description 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000249 desinfective effect Effects 0.000 description 1
- 238000007599 discharging Methods 0.000 description 1
- 229920006248 expandable polystyrene Polymers 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 239000000122 growth hormone Substances 0.000 description 1
- 239000011810 insulating material Substances 0.000 description 1
- 230000015654 memory Effects 0.000 description 1
- 235000019362 perlite Nutrition 0.000 description 1
- 239000010451 perlite Substances 0.000 description 1
- 230000021749 root development Effects 0.000 description 1
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- 239000012780 transparent material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G31/00—Soilless cultivation, e.g. hydroponics
- A01G31/02—Special apparatus therefor
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02P—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
- Y02P60/00—Technologies relating to agriculture, livestock or agroalimentary industries
- Y02P60/20—Reduction of greenhouse gas [GHG] emissions in agriculture, e.g. CO2
- Y02P60/21—Dinitrogen oxide [N2O], e.g. using aquaponics, hydroponics or efficiency measures
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Hydroponics (AREA)
- Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)
Description
N/29.569-St/f. ** ·» ^ Inrichting voor het kweken van planten.
De uitvinding betreft een inrichting voor het kweken van planten en meer in het bijzonder een dergelijke inrichting, waarin de planten zonder teelaarde kunnen worden gekweekt.
5 Er zijn verschillende inrichtingen bekend voor het kweken van planten zonder teelaarde. Een brede categorie van zulke inrichtingen kan worden aangeduid als hydroponisch, waarbij de plantwortels gedurende een lange tijdsperiode in water of een oplossing van voedingsstoffen ondergedompeld 10 liggen. Een tweede categorie van dergelijke inrichtingen is voorzien van periodiek werkende sproeimiddelen, waarmee vrij-liggende delen van de wortels van de planten op gezette tijden met water worden besproeid. Tot dusver hebben de planten-kweekinrichtingen van deze beide categorieën geen brede toe-15 passing gevonden.
De uitvinding beoogt een inrichting voor het kweken van planten van de bovenbedoelde tweede categorie te verschaffen, waarmee het mogelijk is om op economische wijze planten * te kweken, die vrij zijn van ziektekiemen.
20 De inrichting volgens de uitvinding is gekenmerkt door een plantendrager, bestaande uit een van openingen voorziene materiaallaag, waarin de planten rechtstreeks boven de wortels ervan zodanig kunnen worden ondersteund, dat de plantwortels onder de drager nagenoeg geheel vrij liggen, en door 25 een sproei-inrichting voor het periodiek rechtstreeks bespuiten van de vrijliggende wortels van de planten met in een luchtstroom verstoven vloeibare voedingsstoffen.
Volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding kan de sproei-inrichting zijn voorzien van verwarmingsmiddelen 30 voor de te verspuiten voedingsstoffen ter regeling van de temperatuur in de omgeving van de plantwortels. Desgewenst kunnen de verspoten vloeibare voedingsstoffen ook worden gekoeld.
De inrichting kan zijn voorzien van een de ruimte 35 voor de plantwortels onder de plantendrager omsluitende omhulling en desgewenst tevens van een de planten boven de drager omsluitende omhulling, zodat alleen de wortels of ook de plantdelen boven de drager in een bestuurbaar klimaat worden 800 1 8 81 » -2- gehouden.
De inrichting kan voorts zijn voorzien van een tweede sproei-inrichting voor het bespuiten met een vloeistof of gas van de planten boven de plantendrager, in het bijzonder 5 als stekken in de inrichting zijn geplaatst.
De inrichting is voorts bij voorkeur voorzien van middelen voor de afvoer en hercirculatie van omlaag vallende opgeloste voedingsstoffen, die daarbij desgewenst kunnen worden gepasteuriseerd of gesteriliseerd.
10 De sproei-inrichting kan volgens de uitvinding zijn uitgevoerd met spuitmondstukken van het venturitype, die on een drukbron voor lucht of een ander zuurstof bevattend gas«op een reservoir voor vloeibare voedingsstoffen zijn aangesloten, zodanig, dat een sproeikegel, die rijk aan zuurstof 15 is, de plantwortels treft.
In de tekening is een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting voor het kweken van planten volgens de uitvinding afgebeeld, bij de bespreking waarvan nog andere bij voorkeur toegepaste constructieve maatregelen naar voren 20 zullen komen.
Fig. 1 is een schematische afbeelding van de inrichting; fig. 2 is een perspectivisch aanzicht van het de wortels omhullende gedeelte van de inrichting van fig. 1; 25 en fig. 3 en 4 tonen details van de omhulling van fig. 2.
De in fig. 1 als geheel door 10 aangeduide inrichting heeft een vlakke plantendrager 12, die aansluit op 30 de zijwanden 14 en eindwanden 16 van een de plantwortels ontsluitende kamer 20 met bodem 18. De zijwanden 14 en eindwanden 16 kunnen zich desgewenst tot boven de plantendrager 12 uitstrekken ter vorming van een de planten omsluitende bovenste kamer 22 met bovenwand 24. Desgewenst kan 35 deze bovenste omhullende kamer 22 ook worden weggelaten.
De plantendrager 12 kan, zoals getekend, bestaan uit een gaasvormig rooster van een corrosiebestendig materiaal, zoals een geschikte kunststof of een met kunststof bekleed metaal, welk rooster een groot aantal openingen heeft, 40 waarin de planten boven de wortels daarvan kunnen worden on- 800 1 8 81 -3- dersteund. De afstand tussen en de grootte van de openingen in de plantendrager worden gekozen in afhankelijkheid van de soort en de grootte van de te kweken planten. Als bijvoorbeeld stekken, zoals anjerstekken, in de inrichting worden ge-5 plaatst voor de ontwikkeling van wortels, wordt een rooster toegepast met een groot aantal dicht bij elkaar liggende kleine openingen, waarin de stekken in een dichte bezetting kunnen worden geplaatst en boven de plaats, waar de wortels zich zullen vormen, worden vastgehouden. De plantendrager kan 10 echter ook uit ander geperforeerd materiaal bestaan, zoals een vel van geschuimd polystyreen of een andere geschikte kunststof. Afhankelijk van de omstandigheden kan op het rooster nog een laag van een de planten ondersteunend materiaal, zoals perliet, worden aangebracht.
15 Door middel van een sproei-inrichting kunnen water, verschillende voedingsstoffen en desgewenst bepaalde groeihormonen of andere geschikte middelen samen met lucht of een ander geschikt gas, zoals zuurstof, aan de wortels van de planten wofden toegevoerd. Door een compressor of 20 een andere drukbron wordt lucht of een ander gas onder druk door de leiding 29 aan een sproeieenheid 28 toegevoerd, die één of meer tijd-gestuurde kleppen bevat, door middel waarvan een gasstroom van de gewenste druk aan een aantal in de onderste, de plantwortels omsluitende kamer 20 opgestelde 25 spuitmondstukken 30 van het venturi-type kan worden toegevoerd .
Het zal duidelijk zijn, dat in plaats van of toegevoegd aan de druklucht desgewenst een met zuurstof verrijkte gasstroom of een een ander gasvormig bestanddeel be-30 vattende gasstroom aan de spuitmondstukken 30 kan worden toegevoerd door de sproeieenheid op een bron van de gewenste gassoort aan te sluiten.
De spuitmondstukken 30 zijn door leidingen 34 en een hoofdleiding 36 op een de toe te voeren voedingsstof-35 fen bevattend vloeistofreservoir 32 aangesloten, zodanig, dat door de bekende venturi-werking van de mondstukken door de gasstroom vloeistof uit het reservoir 32 wordt aangezogen en verstoven, zodanig, dat de sproeikegels bij voorkeur de vrijliggende plantwortels rechtstreeks treffen.
een 40 De bodemwand 18 van de onderste kamer 20 heeft 80 0 1 8 81 -4- * naar één zijde omlaag hellend verloop voor het verzamelen en afvoeren van omlaagvallende voedingsstoffen bevattende vloeistof, die door een terugvoerkanaal 38 naar het reservoir 32 wordt teruggevoerd. Dit reservoir kan desgewenst 5 tevens als een pasteurisatiekamer voor het ontsmetten van de voedingsvloeistof dienen. Dit hercirculatiesysteem voor de voedingsvloeistof kan een alleen door de zwaartekracht werkend passief systeem of een van een pomp voorzien actief systeem zijn.
10 De werkingstijden van de sproeieenheid 28 worden geregeld door een programmeerbare en op de optredende omstandigheden reagerende besturingseenheid 40, die een conventionele microprocessor, zoals een M 6800 microcomputer met willekeurig toegankelijke en uitwisselbare, alleen uit-15 leesbare geheugens bevat. Naast zijn programma heeft de besturingseenheid 40 nog temperatuur- en vochtigheidsgraad-ingangen afkomstig van in de kamer 20 ondergebrachte sensoren 42 en 44 en van buiten deze kamer opgestelde sensoren 46 en 48. Voorts kunnen nog sensoren in de bovenste kamer 22 20 zijn geplaatst. De besturingseenheid 40 kan ook worden gebruikt voor de regeling van de temperatuur van de pasteuri-satie-eenheid resp. van het reservoir 32 ter besturing van de temperatuur in de kamer 20. Zowel de frequentie als de duur van de besproeiing kunnen aldus in afhankelijkheid van 25 de heersende omstandigheden worden bestuurd.
Zoals getekend, kan in de de planten omsluitende bovenste kamer 22 eveneens een sproei-inrichting 50 voor het besproeien van de bovenzijde van de planten zijn ondergebracht, welke sproei-inrichting 50 in hoofdzaak gelijk 30 is aan de hierboven beschreven onderste sproei-inrichting, maar afzonderlijk door de besturingseenheid 40 wordt bestuurd en met een ander vloeistofreservoir voor water of een andere voedingsvloeistof is verbonden. De bovenste sproei-inrichting 50 en de onderste sproei-inrichting met spuit-35 mondstukken 30 zijn zo uitgevoerd, dat zij bij relatief lage drukken, tot bijvoorbeeld 2 atm, kunnen werken en een sproeikegel van relatief groot volume leveren.
In de fig. 2-4 zijn nadere constructieve bijzonderheden van de plantenkweekinrichting afgebeeld. In fig. 40 2 is te zien, dat de inrichting een de omhulling van de ge- 800 1 8 81 -5- sloten kamers dragend gestel heeft met een aantal vertikale gesteldelen 110, die elk bestaan uit een paar poten 112 met daaraan vastzittende onderste stangdelen 114, die door een bovenste dwarsstang 116 zijn verbonden. De poten 112 zijn 5 aan de onderzijde voorzien van één of meer pennen 118, die in de grond kunnen worden gedrukt, waarbij voor verschillende • bodemsoorten ook verschillende pennen kunnen worden toegepast. De pennen zijn met een schroefverbinding op de poten 112 aangebracht en daardoor in de hoogte instelbaar ter aan-10 passing aan oneffenheden van de bodem. De poten 112 hebben een vertikaal omhoog stekend bovenstuk 120, dat kan dienen als een steun voor een in het algemeen vertikaal omhoogstekend buisvormig verlengstuk 122 van de poot. Deze verlengstukken kunnen dienen voor de ondersteuning van de omhulling 15 van een bovenste, de planten omsluitende kamer (niet getekend) of voor de rechtstreekse ondersteuning van hoge planten, zoals tomaten.
In fig. 4 is te zien, dat de onderste stangdelen 114 en de bovenste dwarsstang 116 door een steekver-20 binding zijn verbonden, waartoe in het boveneinde van het buisvormige stangdeel 114 door middel van een schroef 126 een uitstekende koppelpen 124 is vastgezet, waarop het betrokken vertikaal omlaag stekende einde van de bovenste dwarsstang 116 kan worden geschoven.
25 In het onderste stangdeel 114 zijn twee aan beide zijden daarvan uitstekende dwarse schroefbouten 128 aangebracht, waarbij aan de naar buiten gekeerde einden 130 daarvan diagonaalschoren 132 zijn bevestigd, die voor de verbinding van naast elkaar liggende gesteldelen 110 dienen.
30 De naar binnen gekeerde einden 134 van de bouten 130 dienen voor de ondersteuning van de omhulling van de onderste kamer.
Deze omhulling is opgehangen aan een horizontaal draagraam 140, dat is vervaardigd uit stalen pijpen ter dikte van bijvoorbeeld 32 mm en voorzien van een corrosie-.35 bestendige kleding, welk draagraam uit in elkaar schuifbare secties van standaardlengte is samengesteld. Het draagraam 140 steunt op de naar binnen gekeerde einden 132 van de bovenste dwarshouten 128 van de vertikale gesteldelen 110.
Een dampdicht doek 142 is lusvormig over het 40 draagraam 140 geslagen en door snapsluitingen 143 vastgezet, 800 1 8 81 «- tr -6- zodanig, dat het doek gemakkelijk aangebracht en losgenomen kan worden. In fig. 3 is te zien, dat het in baanstukken 144 van gelijke afmetingen is verdeeld, die door ritssluitingen 145 losneembaar aan elkaar zijn verbonden. In enkele of in 5 alle baanstukken kunnen vensters 146 van transparant materiaal zijn aangebracht, die door een langs de rand daarvan aangebrachte ritssluiting 148 kunnen worden geopend.
Het doek 142 bestaat uit twee canvaslagen met een tussenliggend isolatiemateriaal. De canvaslagen zijn 10 vloeistofdicht en dienen ongevoelig te zijn voor schimmelvorming. De beide canvaslagen zijn aan elkaar verbonden.
De baanstukken 144 sluiten aan de onderzijde op een afvoerkanaal 150 voor de voedingsvloeistof aan. Het kanaal 150 is gevormd uit een plaat van metaal of kunststof 15 of een ander geschikt materiaal en is door geschikte bevestigingsmiddelen, zoals klinknagels, aan de doekbanen verbonden. De bovenbeschreven leidingen voor de toevoer van het drukgas en van de voedingsvloeistof kunnen in het kanaal 150 zijn ondergebracht, dat tevens de afvoergoot voor de omlaag-20 vallende vloeistof vormt. Het kanaal 150 kan uit delen van vaste lengte zijn opgebouwd en is voorzien van gemakkelijk aan te brengen verbindingen voor de verschillende toevoer-leidingen.
800 1 8 81
Claims (12)
1. Inrichting voor het kweken van planten, gekenmerkt door een plantendrager, bestaande uit een van openingen voorziene materiaallaag, waarin de planten rechtstreeks boven de wortels daarvan zodanig kunnen worden 5 ondersteund, dat de plantwortels onder de drager althans nagenoeg geheel vrij liggen, en door een sproei-inrichting voor het periodiek rechtstreeks bespuiten van de vrijliggen-de wortels van de planten met in een luchtstroom of andere gasstroom verstoven vloeibare voedingsstoffen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, geken merkt door een de ruimte voor de plantwortels onder de plantendrager omsluitende omhulling.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, gekenmerkt door een de planten boven de plantendra- 15 ger omsluitende omhulling.
4. Inrichting volgens ëën der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de sproei-inrichting is voorzien van verwarmingsmiddelen voor de te verspuiten voedingsvloeistof ter regeling van de temperatuur 20 in de omgeving van de plantwortels.
5. Inrichting volgens conclusie 4, m e t het kenmerk, dat de verwarmingsmiddelen zijn uitgevoerd als pasteuriseermiddelen.
6. Inrichting volgens één der voorafgaande 25 conclusies, met het kenmerk, dat tevens een sproei-inrichting aanwezig is voor het sproeien van vloeistof op de planten boven de plantendrager.
7. Inrichting volgens één der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat middelen aanwezig 30 zijn voor de afvoer en hercirculatie van omlaag vallende voedingsvloeistof.
8. Inrichting volgens ëën der voorafgaande conclusies, met. het kenmerk, dat de sproei-inrichting voor de voedingsvloeistof is uitgevoerd met 35 spuitmondstukken van het venturi-type, die op een drukbron voor lucht of een ander zuurstoi^evattend gas en op een reservoir voor de voedingsvloeistof zijn aangesloten, zodanig dat een sproeikegel, die rijk aan zuurstof is, de plantwor- 800 1 881 -8- tels treft.
9. Inrichting volgens conclusie 8, m et het kenmerk, dat de sproeimondstukken tevens op een bron van een ander gas zijn aangesloten.
10. Inrichting volgens één der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de omhulling wordt gevormd door een huis bestaande uit een aantal vertika-le gesteldelen, een door deze gesteldelen ondersteund horizontaal doekdraagraam en een vloeistofdicht doek, dat aan dit 10 draagraam is opgehangen en de de plantwortels opnemende onderste kamer omsluit.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het doek bestaat uit een aantal door ritssluitingen of dergelijke onderling losneembaar ver- 15 bonden doekbanen van althans in hoofdzaak onderling gelijke afmetingen.
12. Inrichting volgens conclusie 10 of 11, met het kenmerk, dat het huis tevens een uit secties samengesteld vloeistofafvoerkanaal heeft, dat met het 20 doek is verbonden. 800 1 881
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| IL5698579 | 1979-04-01 | ||
| IL56985A IL56985A (en) | 1979-04-01 | 1979-04-01 | Enclosure for plant development |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8001881A true NL8001881A (nl) | 1980-10-03 |
Family
ID=11050960
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8001881A NL8001881A (nl) | 1979-04-01 | 1980-03-31 | Inrichting voor het kweken van planten. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| DE (1) | DE3012229A1 (nl) |
| GB (1) | GB2046565B (nl) |
| IL (1) | IL56985A (nl) |
| NL (1) | NL8001881A (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2559027B1 (fr) * | 1984-02-07 | 1986-07-11 | Walcker Jean Claude | Systeme de culture hydroponique sur table (hors sol) technique et savoir-faire |
| GB2272140B (en) * | 1992-11-05 | 1996-02-28 | Humber Growers Ltd | Cultivation of plants |
-
1979
- 1979-04-01 IL IL56985A patent/IL56985A/xx unknown
-
1980
- 1980-03-27 GB GB8010274A patent/GB2046565B/en not_active Expired
- 1980-03-28 DE DE19803012229 patent/DE3012229A1/de not_active Withdrawn
- 1980-03-31 NL NL8001881A patent/NL8001881A/nl not_active Application Discontinuation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| IL56985A0 (en) | 1979-10-31 |
| IL56985A (en) | 1981-10-30 |
| GB2046565B (en) | 1983-07-13 |
| DE3012229A1 (de) | 1980-10-09 |
| GB2046565A (en) | 1980-11-19 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4332105A (en) | Apparatus and method for plant growth in aeroponic conditions | |
| US3991514A (en) | Hydroponic device and method | |
| KR101625647B1 (ko) | 인삼 수경 재배 시스템 | |
| US20050241231A1 (en) | Methods and devices for promoting the growth of plant air roots | |
| JP2012223127A (ja) | 植物栽培装置 | |
| EP0010737B1 (en) | Units and system for hydroponics | |
| US3643376A (en) | Production of seed sprouts | |
| JPWO2019230039A1 (ja) | 植物の栽培方法及び植物の栽培装置 | |
| KR900000003A (ko) | 콩나물 재배방법 및 그 장치 | |
| JP2001346447A (ja) | 家庭用植物育成器および、それによる外構構成方法。 | |
| KR20100039781A (ko) | 초미립자안개 분사방식 농작물재배기 | |
| KR101882196B1 (ko) | 분무 수경 재배 시스템 | |
| CN213907873U (zh) | 中药标准化气雾培种植装置 | |
| NL8001881A (nl) | Inrichting voor het kweken van planten. | |
| EP0169687A1 (en) | Cultivation bed | |
| US3869826A (en) | Cultivation of plants in greenhouses | |
| EP0091465A1 (en) | Improvements in or relating to hydroponic crop production | |
| KR101757216B1 (ko) | 카트리지형 수경재배겸용 생물사육기 | |
| KR101869777B1 (ko) | 인삼 수경 재배 장치 | |
| JPH0614665A (ja) | 植物栽培ベッドおよび植物栽培装置 | |
| KR20090087193A (ko) | 초음파 관수 새싹재배기 | |
| JPH0541663Y2 (nl) | ||
| JP2022044578A (ja) | 垂直栽培装置及び垂直栽培の方法 | |
| KR20230045908A (ko) | 포그포닉 스마트팜 | |
| JPS6219032A (ja) | 植物栽培装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |