NL8001514A - Grendelmechanisme ten gebruike bij een bandweergeef- inrichting. - Google Patents
Grendelmechanisme ten gebruike bij een bandweergeef- inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8001514A NL8001514A NL8001514A NL8001514A NL8001514A NL 8001514 A NL8001514 A NL 8001514A NL 8001514 A NL8001514 A NL 8001514A NL 8001514 A NL8001514 A NL 8001514A NL 8001514 A NL8001514 A NL 8001514A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- locking
- pin
- guide
- cooperating
- protrusion
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/18—Driving; Starting; Stopping; Arrangements for control or regulation thereof
- G11B15/1883—Driving; Starting; Stopping; Arrangements for control or regulation thereof for record carriers inside containers
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/675—Guiding containers, e.g. loading, ejecting cassettes
- G11B15/67581—Guiding containers, e.g. loading, ejecting cassettes with pivoting movement of the cassette holder
- G11B15/67592—Guiding containers, e.g. loading, ejecting cassettes with pivoting movement of the cassette holder inside the apparatus
Landscapes
- Feeding And Guiding Record Carriers (AREA)
- Packaging Of Annular Or Rod-Shaped Articles, Wearing Apparel, Cassettes, Or The Like (AREA)
- Automatic Tape Cassette Changers (AREA)
- Casings For Electric Apparatus (AREA)
Description
v*- 'i 70 025½
Grendelmechanisme zen gebruike bij een bandweergeefinrichtir.g.
De uitvinding beeft betrekking op een grendelmechanisns ten gebruike bij een bandveergeefinrichting en neer in het bijzonder op een grendelnechanisne ten gebruike bij een dergelijke inrichting on een ingébrachte bandcassette in een weergeefpositie te hou-5 den of om bedieningsonderdelen in de respectieve bedrijfsstanden of onwerkzame standen daarvan te houden.
3ij een bandweergeefinrichting is het essentieel te voorzien in een grendelnechanisne cm een ingébrachte bandcassette in een veergeefpositie te houden of bedieningsonderdelen, zoals bedie-10 ningshefbcmen in respectieve werkzame of onwerkzame posities te houden. Gp grond daarvan zijn verschillende grendelnechanisnen voor bandweergeefinrichtingen voorgesteld. Deze bekende grendelnechanisnen hebben evenwel als bezwaar, dat de grendel- en vrijgeefwerkingen daarvan niet steeds op een soepele wijze plaatsvinden. De bekende 15 mechanismen omvatten namelijk in het algemeen een grendeluitsteek- sel, dat op een re vergrendelen onderdeel is gevormd, een haakge-deelte, dat op een grendelonderdeel is gevormd en bestemd is om met het uitsteeksel samen te werken, en een afzonderlijk bedisningsor-gaan cm een bedieningsgedeelte van het grendelonderdeel te beLnvice-20 den. Bij een dergelijke constructie is een grote kracht voer het ce di enings or gaan nodig en is een gecompliceerde bouw vereist om de belastingsrichting om te keren, teneinde een vergrendeling en vrijgeven uit te voeren, d.w.z. om een naar beneden gerichte krachr uit te oefenen voor vergrendelen en naar boven gerichte kracht uit 25 te oefenen voor vrijgeven. 'Teneinde dit aan een dergelijke mechanis me verbonden bezwaar op te heffen, is voor het uitoefenen van krachten in tegengestelde richtingen vocrgesteld, gebruik te maken van een omkeerveer, In dit geval evenwel meet de veer een grote armlengte hebben, waardoor de constructie veel ruimte vereist en een 30 zo grote bedienir.gskracht vereiso, dat op het memene van grendelen en vrij geven dikwijls een stoor ororeedt. In verband hiermede is een constructie voorgestel!, waarin het haakgsdeelte van het grendelonderdeel is voorzien van tegenover elkaar geleden diagonale bedie— T-» ^ fr o 5 **1 Λ CL"' A ^ ^ ^ ^ .η λ 1 ’ ja Λ ^ ö v*V * ν> q v» -’av’^Qa"' jp 9 C.3.“ h. —*3 Ί rr Z-0 "•CS.n S SIÜw SU « -2- het bedieningscnderdeel -wordt ingedrukt, het samenwerkingsonderdeel de diagonale bedieningsgedeeiten beïnvloedt, teneinde het grendel-onderdeel uit de teruggaande haan van het samenwerkingsonderdeel te verplaatsen, teneinde het mogelijk te maken, dat dit onderdeel 5 deze baan aflegt, waarbij het grendelonderdeel daarna wordt terug gesteld om bij het haakgedeelte daarvan met het samenwerkingsonder-deel samen te werken, nadat het betreffende onderdeel het haakgedeelte bereikt. In dit geval is het evenwel essentieel de diagonaal-gedeelten integraal met het grendelonderdeel te vormen. Derhalve 10 is de constructie niet geschikt om te worden toegepast in die ge vallen, waarin het beinvloedingsgedeelte afzonderlijk moet werden gebruikt, namelijk in het geval van een automatische uitwerping. Bovendien kan aangezien de inrichting zodanig is ontworpen, dëthet grendelen plaatsvindt door eerst het haakgedeelte te verplaatsen 15 en dit daarna terug te stellen, de gewenste vergrendeling niet kan worden verkregen indien of de verplaatsing of de terugstelling niet op de juiste wijze kan worden uitgevoerd. Derhalve kan de betrouwbaarheid van de werking niet worden gegarandeerd. Voorts vereist de constructie in heb. algemeen een slag, welke groter is dan de 20 slag, welke voor vergrendeling nodig is, d.w.z. een doordrukken.
waar de belastingen, die op het grendelonderdeel worden uitgeoefend dccr.'het draaipunt van het grendelonderdeel en door het bedlenings-onderdeel, dezelfde richting hebben, is wanneer het grendelonderdeel helt in een richting voor het verkrijgen van een volledige 25 vergrendeling een grote kracht nodig voor vrijgeven in een druk-richting, terwijl de vergrendeling op een eenvoudige wijze in een ontspanrichting kan worden vrijgegeven. Ifeiialve bestaat de kans op een onjuiste werking.
De uitvinding beoogt derhalve te voorzien in een grendel-30 mechanisme ten gebruike bij een bandweergeefinrichting, waarbij zich de bovengenoemde bezwaren, die inherent zijn aan een bekend grendelmechanisne van dit type, niet voordoen.
Meer in het bijzonder beoogt de uitvinding te voorzien in een grer.delmechanisme ten gebruike bij een bandweergeefinrichting, 35 waarbij een soepele en positieve grendelwerking met een betrekkelijk eenvoudige constructie mogelijk is zender dat op het grendelgedeelte een te grote belasting wordt uitgeoefend.
80 0 1 5 14 -3- * ί
Daartoe voorziet de uitvinding in een grendelmechanisme ten gebruike bij een bandveergeefinrichting, voorzien van een gestel voor de bandveergeefinricnting, een gli.jonderdeel, dat zodanig is opgesteld,dat dit ten opzichte van het gestel kan glijden, 5 een bedieningsonderdeel, dat roteerbaar op het glijonderdeel is bevestigd, een grendelbedieningsonderdeel, dat net het bedieningsonderdeel kan samenverken, een samenverkingsonderdeel, dat op het bedieningsonderdeel aanvezig is om al dan niet met het glijonderdeel samen te verken, een uitsteeksel, dat op het grendelbedienings-10 onderdeel is aangebracht om een pen te beïnvloeden, eerste gelei- dingsorganen om het samenverkingsonderdeel in een grendelpositie te geleiden, organen om het grendelbedieningsonderdeel terug te stellen en een tveede geleidingsorgaan om het samenverkingsonderdeel te geleiden en het uitsteeksel over het samenverkingsonderdeel 15 te laten passeren, vanneer het grendelbedieningsonderdeel vordt teruggesteld.
De uitvinding zal onderstaand nader vorden toegelïcht onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: figuur 1 een perspectivisch aanzicht van de gehele opbóuv 20 van een bandveer geef inrichting met een grendelmechanisme volgens de uitvinding, velke grendelmechanisme daarin is opgencmen, en een bandcassette; figuur 2 een vertikaal zijaanzicht van de bandveergeef-inrichting en de cassette in een vroeg stadium van het inbrengen 25 daarvan; figuur 3 een soortgelijk vertikaal zijaanzicht van de hand-veergeefinrichting en de cassette, velke in de achterste positie is gebracht en in een hellende toestand vordt gehouden; figuur if· een soortgelijk vertikaal aanzicht van de band-30 veergeefinrichting en de cassette, velke op een steun naar beneden is gebracht; figuur 5 sen bovenaanzicht van de bandveergeefinrichting en de cassette, veergegeven in figuur h; figuur 6 een uiteengenomen perspectivisch aanzicht van de 35 voornaamste onderdelen van de bandveergeefinrichting; figuur T sen ter toelichting gegeven vertikaal zijaanzicht, vaarin de relaties zijn aangegeven tussen een samenverkingsonderdeel 80 0 1 5 14 -U- van een bedieningsorgaan, een geleidingsgleuf en een grendelgedeel-te in de grendeltcestand; figuur 8 een soortgelijk ter toelichting gegeven vertikaal zijaanzicht, vaar in de relaties bij niet-vergrendeling zijn aange-5 geven; figuur 9 een ter toelichting gegeven vertikaal zijaanzicht van de relaties tussen een regelorgaan en een grendelonderdeel; en figuur 10 een ter toelichting gegeven vertikaal zijaanzicht van een relatie juist voor vergrendeling en een relatie op 10 het tijdstip van vergrendeling.
De uitvinding zal thans onder vervijzing naar de tekening nader worden toegelicht. Een steun 100, welke aan een voorste gedeelte daarvan naar beneden is gebogen, bezit bij een voorste zitgedeelte daarvan, als weergegeven in figuur 1, een schamierzittings-15 gedeelte 101. Een geleidingsonderdeel 55 dat aan een andere zijde van de steun 100 is bevestigd, bezit ook aan een voorste gedeelte daarvan tegenover het gedeelte 101 een schamierzittingsgedeelte 101a. Een cassetteopneemgestel 10, dat bij zijgedeelten daarvan naar boven is gebogen, teneinde daartussen een geleidingsgedeelte 20 te bepalen, is bij het voorste gedeelte daarvan met de gedeelten 101 en 101a schamierbaar verbonden. Het cassetteopneemgestel 10 heeft een constructie, zoals deze in figuur 6 uiteengenomen is weergegeven. Een stijf drukonderdeel 111 en een dun veerkrachtig druk-onderdeel 112 bevinden zich boven elkaar en zijn aan een zijgedeelte 25 van het gestel 10 bevestigd. Het drukonderdeel 111 wordt in een L-vorm. gebogen, zoals in de tekening is aangegeven, en het veerkrachtige drukonderdeel 112 heeft een veerkrachtig opneemdrukgedeel-te 113, dat in de buurt van een cassetteopneeminlaat is gevormd, en tussengelegen veerkrachtige drukgedeelten 11U en 11^, welke zijn 30 gevormd bij een gedeelte, dat zich voorbij een uiteinde van het drukonderdeel 111 uitstrekt, teneinde een in het geleidingsgedeelte ingebrachte cassette 200 veerkrachtig tegen de basis van het gestel 10 te drukken.
Het basisgedeelte van het gestel 10 bezit openingen 115 35 veer het daarin resp. opnemen van klosaandrijfonderdelen 215. Het gestel 10 heeft bij het voorste zijgedeelte daarvan een afhangend 80 0 1 5 14 * # -5- gedeelte 118, dat naar beneden is omgebogen, en bij een achterste tegenover gelegen zijgedeelte daarvan een pen 117· Een eindgedeelte van de pen 117 werkt samen met een eerste gleuf 61 van een glij-onderdeel 6, dat aan het geleidingsonderdeel 5 is bevestigd. Zoals 5 uit figuur 6 blijkt, strekt de pen 117 zich uit door een opening, welke bij een eindgedeelte van een L-vormig bedieningsonderdeel 60 is gevormd, dat tussen het opstaande gedeelte van het gestel 10 en .het glijonderdeel 6 aanwezig is. Een plaat 67 past los om de pen 117 tussen het onderdeel 60 en het onderdeel 6, teneinde de 10 wrijving tussen het onderdeel 6 en het onderdeel βθ te reduceren.
De eerste gleuf 61 van het glijonderdeel 6 is bij een voorste gedeelte 61a daarvan gebogen en tot een L-vorm gebracht, als aangegeven in figuur 6. Het glijonderdeel 6 bezit voorts een tweede gleuf 62, als aangegeven in de figuur, welke samenwerkt met een 15 eindgedeelte van de pen 50, die in een tussengelegen gedeelte van het geleidingsonderdeel 5 aanwezig is, en zich uit tegenover elkaar gelegen zijden daarvan uitstrekt. Het eindgedeelte van de pen 50 past in een opening 60a, die bij een hoekgedeelte van het onderdeel 60 is gevormd. Een achterste eindgedeelte van het glijonderdeel 6 20 is horizontaal omgebogen, teneinde een L-voraig opneemgedeelte 6a te vormen. Een pen 6b, welke samenwerkt met een eerste geleidings-gleuf 51,die bij een voorste gedeelte van het geleidingsonderdeel 5 is gevormd, bevindt zich in een positie op een lijn, die zich vanuit de tweede gleuf 62 in de lengterichting daarvan uitstrekt. Een 25 aandere pen 63 is verder aanwezig op het geleidingsonderdeel 5 bij een achtereindgedeelte daarvan, teneinde samen te werken met een derde geleidingsgleuf 53, die bij een achterste bovenste gedeelte van de geleidingsplaat 5 is gevormd. De geieidingsgleuven 51 en 53 hellen iets in achterwaartse richtingen. Een uitsteeksel 30 66 bezit betrekkelijk kleine randen 166 en 167, die tegenover elkaar zijn gelegen, en een hoekgedeelte l6U tussen de rand 166 en een ver-tikale rand 165, als aangegeven in figuur 7 en 3. liet uitsteeksel 66 is bestemd om al dan niet samen ze werken met een pen bOa van een ander bedieningsonderdeel Uo.
35 Het geleidingsonderdeel 5 bezit verder bij een voorste onderste gedeelte daarvan een tweede geleidingsgleuf en bij achterste onderste gedeelten daarvan vierde en vijfde geieidingsgleuven -6- 5¼ en 55- De tweede geleidingsgleuf 52 en de vijfde geleidingsgleuf 55 nemen daarin resp. pennen 1*2 enl*5 op, die resp. aanwezig zijn bij achterste en voorste gedeelten van een ander glijonderdeel 1*, dat als een bedieningsonderdeel in het mechanisme volgens de uit-5 vinding werkt, bevestigd aan een buitenste onderste gedeelte van het geleidingsonderdeel 5, teneinde het glijden van het glijonderdeel h te geleiden. De vierde geleidingsgleuf 5^ bezit geleidings-gedeelten 5^-a en 5^b, die zich bij voorste en achterste gedeelten van de gleuf 5*+ naar beneden uitstrekken en samenwerken met de pen 10 l*0a, die op een achterste eindgedeelte van het onderdeel kO is ge vormd, dat roteerbaar aan de buitenzijde van het glij onderdeel 1* door een draaipunt 1*3 is bevestigd. Het glijonderdeel 1* bezit een uitgesneden gedeelte 1*1, dat bij de bovenrand daarvan is gevormd, teneinde het mogelijk te maken, dat de met de vierde geleidings-15 gleuf 5I+ samenwerkende pen i*0a zich om het draaipunt 1*3 naar boven en naar beneden kan bewegen en de pen l*0a in de teruggetrokken positie daarvan kan vergrendelen. Het geleidingsgedeelte 5^t bezit bij het voorste gedeelte daarvan een afgeschuind gedeelte 5l*b', als weergegeven in figuur 7 en 8. Het glijonderdeel h bezit bij 20 een voorste gedeelte daarvan een horizontaal nokgedeelte 1*1* evenwijdig aan de basis van de steun 100, en bij een onderste gedeelte daarvan een grendelgedeelte 1*6, dat zich naar beneden uitstrekt.
Een veer 302 is tussen een veercndersteuning 1*7, die aan een achtereind van het glijonderdeel 1* is gevormd, en een eerste veersteun 25 59a op de geleidingsplaat 5 aanwezig, terwijl een andere veer 30l* aanwezig is tussen een veersteun 1*8, die bij een voorste bovenste gedeelte van het glijonderdeel 1* is gevormd, en een veersteun 1*9, welke is gevormd bij een voorste gedeelte van het onderdeel 1*0, als aangegeven in figuur 2-1*.
30 Een verbindingsonderdeel 69, dat bij een onderste gedeel te van het L-vormige onderdeel 60 is aangebracht, is verbonden met een onderste gedeelte van een grendelonderdeel 3, dat bij een tus-sengelegen gedeelte daarvan is gebogen en zich in een positie buiten het onderdeel 1*0 bevindt. Een bovenste gedeelte van het grendel-35 onderdeel 3 wordt scharnierbaar ondersteund door een pen 50 van het geleidingsonderdeel 5· Sen veer 303 is tussen een veersteun 3a die zodanig is gevormd, dat deze zich vanuit dit scharniercnder- 80 0 1 5 14 -7- steuningsgedeelte naar “boven uitstrelct, en een tweede veersteun 59b van het geleidingsonderdeel 5 aanwezig. Het geleidingsonderdeel 5 "bezit "bij een achterste gedeelte daarvan een getrapt gedeelte 5b. Een elektromagnetisch gedeelte 57 is in een punt achter het getrapte 5 gedeelte 5¾ bevestigd en onder het elektromagnetische mechanisme 57 bevindt zich een pen 56, welke kan samenwerken met een geleidings-gleuf 71 van een grendelverbindingsorgaan 7. Een gedeelte van het orgaan 7, dat zich voor het getrapte gedeelte 5b en binnen het geleidingsonderdeel 5 bevindt, bezit een grendelgedeelte 72, dat is 10 gevormd in een holte, teneinde met de pen 40a van het aaderdeel kO samen te werken, waarbij een diagonale rand aanwezig is, die het afgeschuinde gedeelte 5^b' kruist, als weergegeven in figuur 7 en 8. Een achterste eindgedeelte van het orgaan 7 is verbonden met een onderste uiteinde van een magnetisch ondersteuningsonderdeel of 15 een regelonderdeel 70 en wel door een verbindingsonderdeel 73. Een scharnierpunt 7^> dat zich naar binnen tussen de uiteinden van het regelonderdeel 70 uitstrekt, steekt in een opening 5c, die bij een achterste gedeelte van het geleidingsonderdeel 5 is gevormd. Een as 75j die bij een bovenste gedeelte van het regelonderdeel 70 20 is aangebracht, ondersteunt een magnetisch onderdeel 58, teneinde een kanteling van het onderdeel 58 mogelijk te maken. Een aanslag 76 is in de buurt van de as 75 gevormd, teneinde te beletten, dat het magnetische onderdeel 58 te veel om de as 75 wordt gekanteld.
Het nokgedeelte UU van het glijonderdeel h werkt samen 25 met de pen 11a,die zich bij het tussengelegen gedeelte van een ro teerbaar onderdeel 11 bevindt, dat aan een uiteinde daarvan schar-nierbaar is verbonden met een hulpsteun 150, die aan het ondervlak van de steun 100 is bevestigd. Een uiteinde van het roteerbare onderdeel 11 is voorzien van een verbindingsonderdeel 11b voor verbin-30 ding met een uiteinde van een grendelonderdeel 12. Een ander uit einde van het onderdeel 12 is verbonden met een pen 130, welke aanwezig is op een plaat 13, waarop een kop 1 is gemonteerd. Een uiteinde van een volhouder 132, waarop een drukrol is gemonteerd, rust tegen een as 131, die zodanig is aangebracht, dat een rusttoestand 35 wordt verkregen bij een tussengelegen positie van de plaat 13. De as 131 is voorzien van een veer 133, als weergegeven in figuur 1 en 5- De veer 133 drukc normaliter tegen de plaat 13 en een 'vrij uit- -8- einde van de houder 132. Het onderdeel 12 bezit een uitstekend gedeelte 120, dat hij een tussengelegen gedeelte daarvan is gevormd. Het uitstekende gedeelte 120 rust tegen een samenwerkingsonderdeel 13^, dat aanwezig is op een veerkrachtig onderdeel 125, dat aan 5 een uiteinde daarvan aan deaiderzijde van de hulpsteun 150 is bevestigd. Het veerkrachtige onderdeel 125 bevindt zich onder het oppervlak van het cassetteopneemgestel 10 in een zodanige relatie, ten opzichte van het afhangende gedeelte of bedieningsgedeelte 118, dat in een punt aanwezig is, dat zich op een geschikte afstand 10 van het zittingsgedeelte 101 bevindt, dat wanneer het gestel 10 naar beneden wordt bewogen, het veerkrachtige onderdeel 125 naar beneden wordt gedrukt om de samenwerking tussen het onderdeel 12U en het gedeelte 120 te verbreken.
Twee geleidingsassen 102 en 103 bevinden zich. aan de onder-15 zijde van de steun 100 op punten bij de cassetteopneeminlaat. De gelèidingsassen 102 en 103 passen in een klossteun 210, als weergegeven in figuur 6. Meer in het bijzonder wordt een van de gelei-dingsassen 102 opgenomen in een cylindrische geleiding 211, die op de steun 210 aanwezig is, om de steun 210 bij een opwaartse en 20 neerwaartse beweging te geleiden, terwijl de andere geleidingsas 103 in een opening 212 is gestoken om te beletten, dat de steun 210 wordt geroteerd wanneer de steun 210 naar boven en naar beneden wordt bewogen. Een klossteun 220 met een klosaandrijfonderdeel 215 is roteerbaar ondersteund op een as 222 daarvan en wel door een 25 uiteinde van de steun 210. Aan de steun 210 is door een schroef 213 een grendelplaat 2*\k bevestigd. De grendelplaat 214 bezit in een punt achter een getrapt gedeelte 2lka een opening 216. Een eindgedeelte van een bedieningsonderdeel 106 is bij een zijde door een pen 107 seharaierbaar verbonden met zittingen 1QU en 10^, 30 welke in punten bij een klosondersteuningsopening 105 zijn gevormd. Meer in het bijzonder bevindt een vierkante gleuf 106a, welke bij dit eindgedeelte van het onderdeel 106 is gevormd, zich boven de opening 216, teneinde de geleiding 211 en de geleidingsas 102 daardoor te kunnen inbrengen. Een uiteinde 108 van het onderdeel 106 35 bevindt zich boven de steun 100 in een punt, binnen de zittingen 10h en 10h en onder het ondervlak van het gestel 10.
800 1 5 14 -9-
Een sehakelaarbedieningsonderdeel 126 is roteerbaar in het inwendige van de steun 100 aanwezig en wordt door een veer 308 zodanig beïnvloed, dat een opneemgedeelte daarvan in een achterste gedeelte van een cassetteopneemgebied kan steken. Een bedienings-5 gedeelte 126b van het onderdeel 126 werkt samen met een bedienings-gedeelte 127a van een schakelaar 120. Er is nog een klossteun 230 aanwezig, die tegenover de steun 220 is gelegen. Op de steun 230 is een magnetisch onderdeel 231 aanwezig en aan het magnetische onderdeel is een tongschakelaar bevestigd, om een rotatie van de 10 steun 230 te detecteren.Door een signaal voor het beëindigen van de rotatie van de steun 230 wordt een transistor in een gedrukt-ketenpaneel 78, als weergegeven in figuur 1, beïnvloed, voor het openen van een elektrische keten voor het elektromagnetische mechanisme 57· 15 Ofschoon het onderdeel UOa bij de weergegeven uitvoerings vorm de vorm heeft van een pen, kan dit onderdeel ook bestaan uit een pal of een rol.
Thans zal de werking van de bovenbeschreven uitvoeringsvorm nader worden toegelicht. Wanneer een cassette 2Q0 langs het ge-20 stel 10 wordt ingebracht, waarbij het achterste gedeelte om de gedeelten 101 en 1'1a naar boven is bewogen, als aangegeven in figuur 1, 2 en 3, werkt het achtereind van de cassette 2QQ samen met het gedeelte 6a van het glijonderdeel 6 om het glijonderdeel 6 tegen de werking van de veer 301 in terug te bewegen. Het glijonderdeel 6 25 wordt hellend naar boven langs de hellingen van de gleuven 51 en 53 geleid. Tegelijkertijd werkt het uitsteeksel 66 samen met de pen l+0a van het onderdeel i+0 en wordt het onderdeel 1+Q langs de geleidingsgleuf 5¼ naar achteren gedrukt. Dientengevolge wordt het bedieningsonderdeel, d.w.z. het door de pen 1+3 met het onderdeel 1+Q 30 verbonden glijonderdeel k eveneens tegen de werking van de veer 302 in naar achteren gedrukt. Derhalve wordt in de veer 302 energie voor uitwerpen opgeslagen. Tijdens de teruggaande beweging van het onderdeel 1+0 en het glijonderdeel k draait het onderdeel 1+0 in rechtse richting naar de in figuur 2 en 3 aangegeven positie door de veer, 35 welke aanwezig is tussen het onderdeel 1+0 en het onderdeel h.
De teruggaande baan van de pen l+0a, welke naar achteren 800 1 5 14 -10- wordt gedrukt, totdat deze het achtereind van de vierde gèleidings-gleuf 5^ bereikt en de relatie nadat deze het eind bereikt, zijn aangegeven in figuur 7 en 9- Aangezien het glijonderdeel 6 langs de geleidingsgleuven 51 en 53 naar achteren wordt gedrukt, welke 5 gleuven in achterwaartse richting naar boven hellen, wordt het uitsteeksel 66 'geleidelijk naar boven bewogen, zodat de pen h0a3 die eerst wordt ingedrukt door de vertikale rand, wélke hoger ligt dan de diagonaal rand 166, het hoekgedeelte 16U passeert en daarna naar beneden wordt gedrukt door de diagonaal rand 166, welke lager is dan 10 het hoekgedeelte l6U, terwijl de pen kOa zich in de geleidingsgleuf 5¾ terugbeweegt. Wanneer de pen UOa het gedeelte 5^b bereikt, wordt de pen liOa door het onderste uiteinde van de rand 166 ingedrukt. Aangezien de pen UOa derhalve door de rand 166 wordt ingedrukt, die lager ligt dan het hoekgedeelte 16U, wordt de pen ij-Oa automa-15 tisch door het omtreksvlak van de pen HOa in het gedeelte 5^b gebracht. Meer in het bijzonder voert het uitsteeksel ^0a een baan uit om het grendeluitsteeksel 77 van het grendelorgaan 7, dat elektromagnetisch is vergrendeld (het elektromagnetische mechanisme 57 is bekrachtigd, omdat de schakelaar 127 is gesloten door het onder-20 deel 126, dat door het uiteinde van de cassette 200, die in het- gestel 10 is gebracht, is be-invloed) en wel in een punt voor de voorste diagonaal rand 5^b' van het gedeelte 5^b, als aangegeven in figuur 7· De pen H0a wordt dan in het inwendige van het gedeelte 5^b gedrukt en werkt samen met het onderste gedeelte van de hellende 25 rand 5^b’ en het bovenste gedeelte van het uitsteeksel 77 > teneinde een grendeling te verkrijgen, als weergegeven in figuur J, Meer in het bijzonder wordt wanneer het regelonderdeel 70, dat om de pen 7^ roteerbaar is, vergrendeld in een positie, als weergegeven door de stippellijnen in figuur 9, het verbindingsonderdeel 73 bij het 30 basisgedeelte van het onderdeel 7 in hoofdzaak op zijn plaats gehou
den. In dit geval wordt zelfs ofschoon het rotatiegebied van het regelonderdeel 70 met een betrekkelijk geringe lengte groot is, het relatief lange grendelonderdeel 70 in hoofdzaak niet geroteerd tengevolge van de beweging van het verbindingsonderdeel 73. Derhalve 35 verkrijgt men een stabiele grendeltoestand, door kleine bedrijfs-lagen van deze onderdelen, aangezien de pen ij-Oa door de veer 30U
800 1 5 14 -11- wordt getrokken. Op het moment van vergrendeling van de pen UOa wordt ofschoon het uitstekende gedeelte 77 van het onderdeel J naar beneden wordt gedrukt en een rotatiekracht optreedt‘in de richting van de pijl in figuur 10 (A), de kracht op een doeltreffende wijze 5 geabsorbeerd bij het verbindingsonderdeel 73, dat zich op een be paalde plaats bevindt, en een draaipunt 7^» dat zich in de rotatie-richting om de pen 56 "bevindt. Derhalve zal de rotatiekracht het door het elektromagnetische mechanisme opgenomen magnetische onderdeel 78 nooit beïnvloeden. Nadat de vergrendeling tot stand is ge-10 bracht, beweegt het uitsteeksel 66 van het glijonderdeel 6 zich over de pen UOa en beweegt zich terug totdat het vertikale gedeelte 61a van de eerste gleuf 61 van het glijonderdeel 6 de pen 117 bereikt. Wanneer de pen 117 zich bij het vertikale gedeelte 61a bevindt, roteert het onderdeel 3 in figuur 3 in rechtse richting om het 15 verbindingsonderdeel 69, teneinde het achterste gedeelte van het cassetteopneemgestel 10 op de plaat 100 naar beneden te bewegen via de pen 63 vocrhet verschaffen van een weergeefpositie.
Wanneer het gestel 10 met de daarop vastgehouden cassette naar de plaat 100 naar beneden wordt bewogen, wordt het gedeelte 20 118 van het gestel 10, ingedrukt door het veerkrachtige onderdeel 125, en het uitsteeksel 120, vergrendeld door het grendelonderdeel 12k van het veerkrachtige onderdeel 125, vrijgegeven. Dientengevolge wordt de plaat 13 door de werking van de veer 309 zodanig naar voren bewogen, dat de kop 10 en de rol 2 tegen een band van de casset-25 te 200, die zich in de weergeefpositie bevindt, worden gedrukt.
Derhalve beweegt de band zich tussen de rol 2 en een kaapstander 30 door een motor 31, welke wordt bekrachtigd bij· het sluiten van de schakelaar 127- Aangezien de werking van de plaat 13 plaatsvindt na detectie van de cassette 200, ingesteld in de weergeefstand, 30 door het gedeelte 118 en het veerkrachtige onderdeel 125, wordt de plaat 13 op het juiste tijdstip op de juiste wijze beïnvloed en bestaat er derhalve geen gevaar, dat de plaat 13 in werking wordt gesteld voordat de cassette 20 zich in de weergeefpositie bevindt.
Bij het naar beneden bewegen van het gestel 10 naar de weergeefpo-35 sitie wordt het basisgedeelte 108 van het onderdeel 106, dat boven de plaat 100 naar boven is bewogen door de onderzijde van het gestel 800 1 5 14 -12- 10 naar beneden gedrukt. Dientengevolge wordt het voorste gedeelte met de opening 106a naar boven bewogen, waardoor de steun 210, de basis 22 op de steun 210 en het klosaandrijfonderdeel 215 via het grendelonderdeel 214 naar boven wordt bewogen. Meer in het bijzonder 5 is het klosaandrijfonderdeel 215» dat zich bij de cassette-opneem- inlaat bevindt, bestemd om zich in een teruggetrokken positie te bevinden, teneinde de cassette 200 niet te hinderen bij het inbren- » gen van de cassette, en in een hoge positie te verkeren voor samenwerking met een klos van de cassette 200 wanneer de cassette is 10 ingesteld. Dit mechanisme kan de dikte van de gehele constructie reduceren.
Wanneer de bandtoevoer wordt beëindigd door een bandeind-detectiesignaal of door een werking voor snelle toevoer of terugwikkelen enz. ten opzichte van de basis 230, wordt het elektromag-15 netische mechanisme 57 buiten werking gesteld door een detectiesig- naal uit de tongschakelaar, zoals boven is vermeld. De adsorptie door het elektromagnetische mechanisme 57 gaat derhalve verloren, en het glijonderdeel k wordt door de in de veer 3Q2 opgezamelde kracht teruggesteld. Het regelonderdeel 70 keert ook terug naar de 20 positie daarvan, aangegeven door de getrokken lijn, vanuit de positie, aangegeven door de stippellijn, waarbij het grendelonderdeel 7 tegelijkertijd wordt meebewogen en een kleine rotatie daarvanw>rdt toegestaan. Bij het terugstellen van het glij onderdeel beweegt de pen 1*0a zich geleidelijk langs de voorste rand 5^b’ van het ge-25 deelte 5^b, als aangegeven aan de linkerzijde van figuur 8. Wanneer het grendeluitsteeksel 77 van het grendelorgaan 7» dat uit de rand 5^b' uitsteekt, als aangegeven in figuur 7 en 9, terug wordt gedrukt en wel binnen de rand 5^b1 tegen de betrekkelijk zwakke kracht van de veer 305 in, keert het glijonderdeel U langs de vier-30 de geleidingsgleuf 5^ terug naar een positie, waarbij de pen l+0a het bovenste gedeelte van het deel 5^a bereikt, zoals door een getrokken lijn in figuur 8 is aangegeven, en wordt het onderdeel onder invloed van de veer 30k op zijn plaats gehouden. Anderzijds wordt het glij-onderdeel 6 met het uitsteeksel 66 ook teruggesteld door de werking 35 van de veer 301. Op dit moment daalt het uitsteeksel 66 geleidelijk en treft dit de pen l*0a wanneer het onderdeel de pen kOa passeert, 800 1 5 14 * w -13-5 die bij het bovenste gedeelte van het deel 5ka wordt gehouden. Meer in het bijzonder werkt de pen kOa samen met de voorste hellende rand 16T van het uitsteeksel 66, zodat het vrije uiteinde van het onderdeel kO waarop de pen kOa zich bevindt, tegen de werking van 5 de veer 30k in wordt geroteerd, teneinde de pen kQa naar beneden in het gedeelte 5ka te drukken, opdat het uitsteeksel 66 kan passeren. Wanneer derhalve het glijonderdeel 6 (en het uitsteeksel 66) zich voldoende naar voren bewegen, werkt het uitsteeksel 66 bij de vertikale rand 165 samen met de pen kQa nadat deze de voor-10 ste hellende rand 166 en het hoekgedeelte 16k heeft gepasseerd, wanneer het onderdeel kO door de werking van de veer 304 weer naar boven wordt bewogen. Derhalve wordt het grendelonderdeel 7, waarvan is aangenomen, dat dit de in figuur 9 weergegeven positie inneemt, door de werking van de veer 305 teruggesteld in de positie, 15 die met een stippellijn is aangegeven. Het regelonderdeel 70 wordt dan vertikaal gehouden, teneinde het magnetische onderdeel tegen het elektromagnetische mechanisme 57 voor een solenoide werking te drukken.
Bij het begin van de teruggaande beweging van het glijon-20 der deel k bij het vrijgeven van de pen kOa, beïnvloedt het nokge- deelte kk de pen 11a zodanig, dat de plaat 13 uit een vooruitgeschoven positie wordt teruggetrokken, waarin de kop en de drukrol via het grendelonderdeel 12 met de cassette 20Q samen werken. Daarna beïnvloedt het grendelgedeelte k6 het verhindingsonderdeel 69 25 van het L-vormige onderdeel 60 om het genoemde onderdeel 60 in linkse richting te roteren. Derhalve wordt het achterste gedeelte van het cassetteopneemgestel 10, dat via de opening 68 is verbonden, naar boven bewogen. Tijdens de teruggaande beweging van <è plaat 13 keerbhet uitsteeksel 120 van het grendelorgaan 12 naar de oorspron-30 kelijke positie daarvan terug. Anderzijds wordt het veerkrachtige onderdeel 125 uit indrukking vrijgegeven door het bedienïngsgedeelte 118 bij de beweging naar boven van het cassetteopneemgestel 10.
Het uitsteeksel 120 wordt in samenwerking gebracht met het grendel-uitsteeksel 12k van het veerkrachtige onderdeel 125, dat uit de 35 ingedrukte positie daarvan wordt teruggesteld. Derhalve wordt de plaat 13 op een positieve wijze bij een teruggetrokken positie vast- 800 1 5 14 -1U- gehouden onder die omstandigheden, waarbij het achterste gedeelte van de cassette of het cassetteopneemgestel naar boven wordt bewogen. Wanneer het gestel 10 volledig naar boven is bewogen, bereikt het verbindingsonderdeel 69 het bovenste uiteinde van heb vertikale 5 gedeelte 61a van de eerste gleuf 61. Het is duidelijk, dat het glij-onderdeel 6 door de veer 301 in de betreffende positie kan worden teruggesteld. Overeenkomstig het terugstellen van het glijonderdeel 6 wordt het verbindingsonderdeel 69 opgenomen in een horizontaal gedeelte van de gleuf 61 en wordt de cassette 200 door het achter-10 ste gedeelte 6a in voorwaartse richting gedrukt.
Ofschoon bij de weergegeven uitvoeringsvorm van de band-weergeefinrichting gebruik wordt gemaakt van een diagonaal belastingsstelsel, kan de uitvinding ook worden toegepast op een ander type bandweergeefinrichting.
15 Volgens de uitvinding kan een vergrendeling en vrijgeving op een soepele wijze door een kleine kracht worden gerealiseerd tengevolgemn de bepaalde relatie tussen het kleine uitsteeksel, dat op het bedieningsonderdeel is gevormd en de eerste en tweede geleidingsgleuf, die in het gestel van de bandweergeefinrichting 20 zijn gevormd. Met het grendelmechanisme volgens de uitvinding kan men de gewenste werking verkrijgen, waarbij zich geen moeilijkheden voordoen, zoals onvolledige vergrendeling of onjuiste werking en wel door een eenvoudige handeling zonder dat gebruik wordt gemaakt van een gecompliceerde constructie en een grote belasting, zoals 25 deze bij de bekende inrichting nodig zijn.
Verder kunnen volgens de uitvinding de bewegingen van de onderdelen, welke op het tijdstip van vergrendelen en vrijgeven optreden, bijzonder klein zijn, zoals blijkt uit figuur 9, en wel tengevolge van het gebruik van het regelonderdeel en het grendel- % 30 onderdeel. Derhalve kan de’ruimte voer het grendelmechanisme in sterke mate worden verbeterd. Voorts kan, aangezien het grendelonder-deel bestemd is om van de daarmee samenwerkende pen te worden ontkoppeld voor de vrijgeefwerking, het terugstellen zeer soepel plaatsvinden. Aangezien het regelonderdeel na vrijgeven wordt terugge-35 trokken door de veer, welke op het grendelonderdeel aanwezig is, en tegen het elektromagnetische mechanisme wordt gedrukt, kan zelfs 800 1 5 14 • m -15- een elektromagnetisch mechanisme van het adsorptietype met voldoende betrouwbaarheid worden toegepast. Door de armverhouding variabel te maken onder gebruik van het regelonderdeel en het ad-sorptieonderdeel, kan met een betrekkelijk zwakke adsorptiekracht 5 een grote grendelkracht worden verkregen. Bovendien is het grendel-aechanisme zodanig uitgevoerd, dat het grendelonderdeel wordt teruggetrokken, waarbij de helling van het grendelgedeelte kan worden vergroot om een grendelkracht in een rotatierichting te vergroten zonder dat de soepelheid bij het ontgrendelen verloren gaat.
10 Verder zal, aangezien de rotatiekracht door het ondersteunings- gedeelte wordt geabsorbeerd, deze kracht de adsorptie door het elektromagnetische mechanisme niet beïnvloeden. Derhalve kan men met het grendelmechanisme volgens de uitvinding een gewenste grendel-werking met compacte constructie verkrijgen.
15 80 0 1 5 14
Claims (3)
1. Grendelmechanisme ten gebruike bij een bandweergeef-inrichting, gekenmerkt door een gestel van de bandweergeefinrichting, een glijonderdeel, dat zodanig is opgesteld, dat dit ten op- 5 zicbte van bet gestel kan glijden, een bedieningsonderdeel, dat roteerbaar op bet glijonderdeel is bevestigd, een grendelbedienings-onderdeel, dat met bet bedieningsonderdeel kan samenwerken, een samenwerkingsonderdeel, dat op het bedieningsonderdeel aanwezig is om al dan niet met bet glijonderdeel samen te werken, een uitsteek-10 sel, dat op bet grendelbedieningsonderdeel is gevormd voor bet beïnvloeden van een pen, een eerste geleidingsorgaan om het samenwerkingsonderdeel in een grendelpositie te geleiden, organen om bet grendelbedieningsonderdeel terug te stellen en een tweede geleidings.-orgaan om bet samenwerkingsonderdeel te geleiden en bet uitsteeksel 15 bet samenwerkingsonderdeel te laten passeren, wanneer het grendelbedieningsonderdeel wordt teruggesteld.
2. Grendelmechanisme volgens conclusie 1, met bet kenmerk, dat bet uitsteeksel bestemd is om met bet samenwerkingsonderdeel samen te werken wanneer dit laatste in werking wordt gesteld. 20
3. Grendelmechanisme volgens conclusie 2, met bet kenmerk, dat het uitsteeksel aan een zijvlak daarvan is voorzien van twee randen om een geleidingsriebting voor het samenwerkingsonderdeel te verwisselen en aan een ander zijvlak daarvan is voorzien' van een hellende rand om het samenwerkingsonderdeel in de tweede ge-25 leidingsorganen te drukken, teneinde bet uitsteeksel terug te stel len. U. Grendelmechanisme ten gebruike bij een bandweergeefinrichting, gekenmerkt door een grendelonderdeel met een grendelge-deelte, een samenwerkingsuitsteeksel, dat bestemdiis om door een 30 scharnierbeweging in het grendelgedeelte te worden gebracht, een samenwerkingsonderdeel, dat met het bedieningsonderdeël samenwerkt, een regelonderdeel, dat aan een uiteinde daarvan scharnierbaar met het grendelonderdeel is verbonden en bestemd is om bij het andere uiteinde te worden vergrendeld, geleidingsorganen met geleidings-35 gleuven, welke met het uitsteeksel kunnen samenwerken en een tweede uitsteeksel, dat op deze geleidingsorganen aanwezig is, waarbij het 800 1 5 14 -17- grendelonderdeel is voorzien van een langwerpige gleuf, die tussen de uiteinden daarvan is gevormd, en welke gleuf met het andere uitsteeksel kan samenwerken. 80 0 1 5 14
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP3164379U JPS6325540Y2 (nl) | 1979-03-14 | 1979-03-14 | |
| JP3164479U JPS6138121Y2 (nl) | 1979-03-14 | 1979-03-14 | |
| JP3164479 | 1979-03-14 | ||
| JP3164379 | 1979-03-14 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8001514A true NL8001514A (nl) | 1980-09-16 |
Family
ID=26370142
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8001514A NL8001514A (nl) | 1979-03-14 | 1980-03-13 | Grendelmechanisme ten gebruike bij een bandweergeef- inrichting. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4344097A (nl) |
| AU (1) | AU540852B2 (nl) |
| DE (1) | DE3009703A1 (nl) |
| GB (1) | GB2045509B (nl) |
| NL (1) | NL8001514A (nl) |
| SE (1) | SE447520B (nl) |
Families Citing this family (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS5758264A (en) | 1980-09-25 | 1982-04-07 | Olympus Optical Co Ltd | Cassette tape recorder |
| US4509085A (en) * | 1981-08-13 | 1985-04-02 | Olympus Optical Co., Ltd. | Ejecting device of a magnetic tape driving apparatus |
| US4573091A (en) * | 1982-11-15 | 1986-02-25 | Cipher Data Products, Inc. | Cartridge tape drive |
| US4636890A (en) * | 1983-05-16 | 1987-01-13 | Tandberg Data A/S | Magnetic tape recorder |
| GB2185142A (en) * | 1986-01-06 | 1987-07-08 | Star Touch Limited | Cassette tape deck |
| USD308052S (en) | 1987-10-01 | 1990-05-22 | Darden Julius C | Lockable and removable slidein assembly for a hard disk drive |
| KR19990023612U (ko) * | 1997-12-08 | 1999-07-05 | 윤종용 | 테이프 레코더의 카세트 가이드 |
Family Cites Families (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS4813050B1 (nl) * | 1969-07-12 | 1973-04-25 | ||
| US3684299A (en) * | 1971-02-08 | 1972-08-15 | Motorola Inc | Cartridge locking and ejector mechanism |
| US3800320A (en) * | 1972-01-20 | 1974-03-26 | Alps Motorola | Temporary stop device for cartridge tape player-recorder |
| JPS4897514A (nl) * | 1972-03-25 | 1973-12-12 | ||
| JPS5146965Y2 (nl) * | 1972-06-17 | 1976-11-12 | ||
| JPS4958320U (nl) * | 1972-08-29 | 1974-05-23 | ||
| US4044391A (en) * | 1974-07-30 | 1977-08-23 | Fulton Electronic Industry, Ltd. | Cassette tape recorders |
| DE2624127A1 (de) * | 1975-05-31 | 1976-12-16 | New Nippon Electric Co | Band-kassetten-recorder |
-
1980
- 1980-03-12 US US06/129,635 patent/US4344097A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-03-13 DE DE19803009703 patent/DE3009703A1/de not_active Withdrawn
- 1980-03-13 NL NL8001514A patent/NL8001514A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-03-13 AU AU56413/80A patent/AU540852B2/en not_active Ceased
- 1980-03-13 GB GB8008635A patent/GB2045509B/en not_active Expired
- 1980-03-13 SE SE8001958A patent/SE447520B/sv not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE3009703A1 (de) | 1980-09-18 |
| SE8001958L (sv) | 1980-09-15 |
| US4344097A (en) | 1982-08-10 |
| AU5641380A (en) | 1980-09-18 |
| GB2045509B (en) | 1983-02-23 |
| SE447520B (sv) | 1986-11-17 |
| AU540852B2 (en) | 1984-12-06 |
| GB2045509A (en) | 1980-10-29 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL7909366A (nl) | Automatisch werkzaam laadmechanisme voor een magnetische registreer/weergeefinrichting. | |
| US3638953A (en) | Recording and reproducing apparatus using magnetic tape cassette | |
| JPH0229510B2 (nl) | ||
| NL8001704A (nl) | Magnetische registratie-weergeefinrichting. | |
| US4570548A (en) | Secure container and actuator for a sheet dispensing apparatus | |
| US5234209A (en) | Dispensing unit for paper currency | |
| NL8001514A (nl) | Grendelmechanisme ten gebruike bij een bandweergeef- inrichting. | |
| US4374401A (en) | Tape player | |
| JPS6141056B2 (nl) | ||
| US4984112A (en) | Recording and/or reproducing apparatus for a record carrier in tape form | |
| NL8001129A (nl) | Uistootmechanisme voor het vanuit een bandpreparaat uitstoten van een bandcassette. | |
| US4491889A (en) | Cassette tape player | |
| JP2760623B2 (ja) | 磁気テープカセット装置 | |
| JPS6325540Y2 (nl) | ||
| JPH03116465U (nl) | ||
| US5590000A (en) | Pivoting device for a shutter arranged in the area of the insertion opening of the loading mechanism of a magnetic-tape cassette apparatus | |
| JPS6138121Y2 (nl) | ||
| JPH04349283A (ja) | テープカセットにおけるリッドロック機構 | |
| JPS6112611Y2 (nl) | ||
| JPH0135317Y2 (nl) | ||
| JPH076461A (ja) | カセットシャッタ開閉装置 | |
| JPS6013075Y2 (ja) | テ−ププレヤにおける操作レバ−のロツク解除機構 | |
| JPS61110366A (ja) | デイスクカ−トリツジの装着装置 | |
| KR900002589Y1 (ko) | 테이프 레코더 등의 카셋트 이젝트 장치 | |
| US4025174A (en) | Cinecamera capable of synchronous recording |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |