NL8001468A - Werkwijze ter vervaardiging van een lamp. - Google Patents
Werkwijze ter vervaardiging van een lamp. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8001468A NL8001468A NL8001468A NL8001468A NL8001468A NL 8001468 A NL8001468 A NL 8001468A NL 8001468 A NL8001468 A NL 8001468A NL 8001468 A NL8001468 A NL 8001468A NL 8001468 A NL8001468 A NL 8001468A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tube
- neck
- lamp
- section
- electrode
- Prior art date
Links
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 27
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 26
- 239000007789 gas Substances 0.000 claims description 49
- VYPSYNLAJGMNEJ-UHFFFAOYSA-N Silicium dioxide Chemical compound O=[Si]=O VYPSYNLAJGMNEJ-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 41
- 239000010453 quartz Substances 0.000 claims description 37
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 claims description 17
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 16
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 16
- QSHDDOUJBYECFT-UHFFFAOYSA-N mercury Chemical compound [Hg] QSHDDOUJBYECFT-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 13
- 229910052753 mercury Inorganic materials 0.000 claims description 13
- 229910001507 metal halide Inorganic materials 0.000 claims description 10
- 150000005309 metal halides Chemical class 0.000 claims description 10
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 9
- 238000011010 flushing procedure Methods 0.000 claims description 7
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 claims description 7
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 7
- 239000011521 glass Substances 0.000 claims description 6
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 6
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 6
- 230000000712 assembly Effects 0.000 claims description 5
- 238000000429 assembly Methods 0.000 claims description 5
- 238000010926 purge Methods 0.000 claims description 5
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 claims description 4
- 239000011261 inert gas Substances 0.000 claims description 4
- 239000012535 impurity Substances 0.000 claims description 3
- 230000000881 depressing effect Effects 0.000 claims 1
- 239000000377 silicon dioxide Substances 0.000 claims 1
- 229910052814 silicon oxide Inorganic materials 0.000 claims 1
- 230000032258 transport Effects 0.000 claims 1
- 210000003739 neck Anatomy 0.000 description 49
- XKRFYHLGVUSROY-UHFFFAOYSA-N Argon Chemical compound [Ar] XKRFYHLGVUSROY-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 46
- 229910052786 argon Inorganic materials 0.000 description 23
- 150000004820 halides Chemical class 0.000 description 11
- 239000008187 granular material Substances 0.000 description 10
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Chemical compound O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 9
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 7
- IJGRMHOSHXDMSA-UHFFFAOYSA-N Atomic nitrogen Chemical compound N#N IJGRMHOSHXDMSA-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 6
- 239000011324 bead Substances 0.000 description 6
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 6
- 239000011888 foil Substances 0.000 description 5
- ZOKXTWBITQBERF-UHFFFAOYSA-N Molybdenum Chemical compound [Mo] ZOKXTWBITQBERF-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 4
- 238000007511 glassblowing Methods 0.000 description 4
- 239000008188 pellet Substances 0.000 description 4
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 3
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 3
- 229910052757 nitrogen Inorganic materials 0.000 description 3
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 description 3
- WFKWXMTUELFFGS-UHFFFAOYSA-N tungsten Chemical compound [W] WFKWXMTUELFFGS-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 2
- 238000001816 cooling Methods 0.000 description 2
- 230000006866 deterioration Effects 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 2
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 230000003749 cleanliness Effects 0.000 description 1
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 150000001875 compounds Chemical class 0.000 description 1
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 1
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 1
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 description 1
- 230000008020 evaporation Effects 0.000 description 1
- 238000001704 evaporation Methods 0.000 description 1
- 229910021485 fumed silica Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000002347 injection Methods 0.000 description 1
- 239000007924 injection Substances 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000002844 melting Methods 0.000 description 1
- 230000008018 melting Effects 0.000 description 1
- 150000002739 metals Chemical class 0.000 description 1
- 229910052750 molybdenum Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000011733 molybdenum Substances 0.000 description 1
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 description 1
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 1
- 230000002441 reversible effect Effects 0.000 description 1
- 229920002379 silicone rubber Polymers 0.000 description 1
- 239000004945 silicone rubber Substances 0.000 description 1
- 238000003860 storage Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C03—GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
- C03B—MANUFACTURE, SHAPING, OR SUPPLEMENTARY PROCESSES
- C03B23/00—Re-forming shaped glass
- C03B23/04—Re-forming tubes or rods
- C03B23/045—Tools or apparatus specially adapted for re-forming tubes or rods in general, e.g. glass lathes, chucks
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C03—GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
- C03B—MANUFACTURE, SHAPING, OR SUPPLEMENTARY PROCESSES
- C03B23/00—Re-forming shaped glass
- C03B23/04—Re-forming tubes or rods
- C03B23/07—Re-forming tubes or rods by blowing, e.g. for making electric bulbs
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01J—ELECTRIC DISCHARGE TUBES OR DISCHARGE LAMPS
- H01J9/00—Apparatus or processes specially adapted for the manufacture, installation, removal, maintenance of electric discharge tubes, discharge lamps, or parts thereof; Recovery of material from discharge tubes or lamps
- H01J9/24—Manufacture or joining of vessels, leading-in conductors or bases
- H01J9/245—Manufacture or joining of vessels, leading-in conductors or bases specially adapted for gas discharge tubes or lamps
- H01J9/247—Manufacture or joining of vessels, leading-in conductors or bases specially adapted for gas discharge tubes or lamps specially adapted for gas-discharge lamps
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Materials Engineering (AREA)
- Organic Chemistry (AREA)
- Manufacture Of Electron Tubes, Discharge Lamp Vessels, Lead-In Wires, And The Like (AREA)
- Vessels And Coating Films For Discharge Lamps (AREA)
- Discharge Lamp (AREA)
- Common Detailed Techniques For Electron Tubes Or Discharge Tubes (AREA)
Description
• I
W 2348-1013 Ned.M/CvL
Werkwijze ter vervaardiging van een lamp.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze ter vervaardiging van een lamp met de aansluitingen aan weerszijden van de lamp; de methode is in het bijzonder geschikt voor het maken van hogedruk-metaaldamp- ontladingslampen van het type, waarbij het lamplichaam een vergroot ® bol- of ballonvormig middengedeelte bezit met in tegengestelde richtingen uitstekende buisvormige halzen. Het ballonvormige middengedeelte bepaalt een hoogkamer, welke een inert startgas bevat en een vulling van verdamp- baar metaal of metalen zoals kwik of een mengsel van kwik en geselecteerde metaalhalogeniden. Electroden zijn hermetisch afgedicht binnen de halzen 1 Ω en steken uit in de -hoogkamer. Wanneer een boog getrokken wordt over de tussen de electroden aanwezige spleet en de vulling verdampt wordt binnen de hoogkamer, wordt licht op bekende wijze geproduceerd.
De uitvinding heeft meer in het bijzonder betrekking op de vervaardiging van een lamp van het type, waarbij de vulling en het startgas worden ingeleid in de hoogkamer via 'één van de halzen. Dit staat in tegenstelling tot een lamp, waarbij de electroden eerst worden afgedicht binnen de halzen en waarbij de vulling en het startgas vervolgens worden ingeleid in de hoogkamer via een zijdelingse afzuigbuis, die vervolgens wordt afgeknepen. De restanten van de afgeknepen punt vormen een 20 discontinuïteit, die des te meer verwerpelijk is naarmate de afmetingen van een lamp kleiner zijn.
In alle ontladingslampen is het noodzakelijk om een schone hoogkamer te hebben en om vervuiling van de vulling te vermijden. Bepaalde typen vullingen (bijvoorbeeld die welke metaalhalogeniden bevatten) zijn 25 zeer hygroscopisch en reageren indien zij worden blootgesteld zelfs aan geringe hoeveelheden waterdamp. Metaalhalogeniden worden gewoonlijk toegevoerd in de vorm van tabletten of korrels met een hoge graad van zuiverheid. Teneinde deze zuiverheid te bewaren en de produktie van een aanvaardbare lamp te verzekeren, is het noodzakelijk de halogeniden, de 30 electroden en het lamplichaam tegen waterdamp en andere verontreinigingen te beschermen tijdens het samenstellen van de componenten en tot een zodanig tijdstip, dat de hoogkamer op veilige wijze afgedicht is. In miniatuur ontladingslampen worden de ongunstige invloeden van verontreiniging vergroot en wordt de noodzaak voor bescherming des te groter.
35 Bij hogedrukmetaaldamplampen varieert de boogspanningsval evenredig 800 1 4 6s - 2 - met de lengte van de spleet tussen de electroden. De verwarming aan de einden van de hoogkamer wordt sterk beïnvloed door de mate, waarin de electroden ingestoken zijn en uitsteken in de kamer. Een dergelijke verwarming bepaalt de verdamping van de vulling, in het bijzonder de 5 metaalhalogeniden, welke de neiging hebben om bij de koelere einden te condenseren. Dus zowel de lengte als de ligging van de spleet tussen de electroden is belangrijk en de noodzaak voor precisie in de bepaling ervan neemt toe naarmate de grootte van de lamp verkleind wordt.
Het algemene doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen 10 van een zeer snelle voor massaproduktie geschikte werkwijze voor de vervaardiging van lampen van de hiervoor genoemde algemene aard. De uitvinding wordt in het bijzonder gekenmerkt in een eerste aspect door de unieke wijze, waarop de componenten van de lamp worden samengesteld teneinde deze tegen kwaliteitsachteruitgang van de vulling te beschermen; 15 in een tweede aspect door de wijze waarop de hoogkamer gevormd wordt ter verkrijging van een hoge inwendige zuiverheid, welke bewaard wordt door de unieke wijze van samenstellen van de componenten, die daarna plaatsvindt? en in een derde aspect door de precisie bij de bepaling van de spleet tussen de electroden, die mogelijk gemaakt wordt door een glas-20 achtige buis te grijpen in een glazen bank in het begin en een dergelijke enkelvoudige greep te handhaven gedurende de daarop volgende vorming van het lamplichaam en samenstelling van de componenten.
Een eerste oogmerk van de uitvinding is het belasten van de electroden en de vulling in het lamplichaam door een nieuwe methode, welke 25 het lamplichaam in staat stelt om continu gespoeld te worden met een droog gas om vervuiling van de componenten van de lamp tijdens de samenstellingshandelingen te voorkomen.
Een ander doeleinde is het verschaffen van een lampsamenstellings-werkwijze, die op voordelige wijze kan worden uitgevoerd bij relatief 30 hoge snelheid op een horizontale glasblaasbank onmiddellijk nadat het lamplichaam zelf op de bank gevormd is, en waarbij profijt getrokken wordt van de nauwkeurigheid van samenstelling en van de properheid die mogelijk gemaakt wordt door een continue handeling, die begint bij de kwartsbuis en eindigt bij een gereedgekomen lamp.
35 In een eerste aspect zetelt de uitvinding in een werkwijze, waarbij de vulling en de beide electroden ingebracht worden in het lamplichaam 80 0 1 4 68 \ » - 3 - door precies één van de halzen ervan en bij voorkeur, terwijl het lamplichaam gehouden wordt en hermetisch gekoppeld wordt in de klauw-platen van het voorste support en het achterste support van een horizontale glasblaasbank. Dit maakt het mogelijk een spoelgas te laten 5 stromen door het lamplichaam via de tweede hals. De eerste electrode wordt ingestoken met de punt naar achteren en de tweede met de punt naar voren, en zij worden beide stroomopwaarts getransporteerd tegen de gasstroom in.
Volgens het tweede aspect verschaft de uitvinding de bijkomstige bijzonderheid van het vormen van het lamplichaam uit een stuk glasachtige 10 buis, die verhit is tot in het verwekingsbereik, onmiddellijk voorafgaande aan het insteken van de electroden in de ballon op de eerder beschreven unieke wijze. Tijdens de verhitting en ook nadat het gevormd is tot een ballon door middel van blaastechniek, wordt de buis of het lamplichaam gespoeld en dit spoelen verwijdert vocht en andere verontreinigingen van 15 het glasachtige materiaal over een hoger temperatuurbereik dan de gereedgekomen lamp ooit zal ervaren tijdens haar leven. Het spoelen wordt voortgezet uiteraard tijdens het insteken van de electroden en het opvullen ervan totaan het afsluiten van het lamplichaam. Dit maakt de hoge mate van zuiverheid mogelijk, die noodzakelijk is voor een miniatuur 20 metaalhalogenidelamp.
Volgens het derde aspect realiseert de uitvinding het hoge niveau van nauwkeurigheid dat nodig is bij de bepaling van de spleet tussen de electroden. Dit wordt verkregen door een glasachtige buis te vatten in een glasbank en daarna deze enkelvoudige vatting te handhaven en daarnaar te 25 verwijzen gedurende de gehele vorming van het ballonachtige middengedeelte in de buis en het insteken van de electroden. Door nauwkeurige plaatsing ten opzichte van de bank: eerst de vorm waarin de ballon wordt geëxpandeerd en vervolgens de electrode, die achtereenvolgens in de ballon gestoken worden, wordt een nauwkeurigheid bereikt zowel in de 30 lengte van de spleet als in de ligging ervan binnen de ballon.
In een de voorkeur verdienende opeenvolging wordt een glasbank gebruikt bij het vormen van het lamplichaam en wordt gemonteerd op een draaiende draaitafel of caroussel voor het doorlopen van diverse werkstations. Een stuk kwartsbuis wordt gevat in het voorste.support van de 35 bank en een dergelijke vatting wordt daarna gehandhaafd terwijl de buis 800 1 4 68 - 4 - wordt geroteerd en het middengedeelte ervan wordt verhit tot in het verwekingsbereik. Ondertussen wordt de buis gespoeld met een inert droog gas teneinde vocht en verontreinigingen uit het kwarts te verdrijven. De buis wordt dan tijdelijk onder druk gebracht en geëxpandeerd in een 5 vorm, wélke nauwkeurig gelegen is ten opzichte van de cirkel beschreven door de spankop van de bank. Dit verschaft een lamplichaam met een ballonvormig middengedeelte met aan tegenovergestelde zijden uitstekende halsgedeelten, waarvan er één wordt gevat in de spankop. Het spoelen wordt hervat en een electrode-invoerdraadsamenstel wordt ingestoken omgekeerd 10 of met de punt naar achteren door de benedenstrooms aangebrachte hals en stroomopwaarts getransporteerd via de hoogkamer tot in de bovenstrooms gelegen hals. De vulling wordt dan ingeladen door de benedenstroomse hals en gedeponeerd in de bovenkamer. Daarna het andere electrode-invoerdraadsamenstel wordt ingebracht met de punt naar voren door de beneden-15 stroomse hals en omhoog gevoerd naar de hoogkamer. Het spoelen wordt beëindigd wanneer het benedenstroomse halsgedeelte wordt afgesloten en daarna worden de electroden onder warmte afgedicht tot hun respectieve halsgedeelten. Deze opeenvolging maakt gebruik van alle drie de aspecten van de uitvinding en verkrijgt alle belangrijke voordelen, namelijk een 20 ballon met een hoge inwendige zuiverheid, lampcomponenten en vulling die op elk tijdstip beschermd waren tegen vervuiling of kwaliteits-achteruitgang, en nauwkeurigheid in de bepaling van de luchtspleet, dit alles in een zeer snel massaproduktieproces.
De uitvinding zal hieronder aan de hand van enige in de figuren 25 der bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeelden nader worden toegelicht.
Fig. 1 toont een dwarsdoorsnede op sterk vergrote schaal genomen longitudinaal door een typerende lamp ingericht om te worden vervaardigd met behulp van de nieuwe en verbeterde werkwijze volgens de onderhavige 30 uitvinding;
Fig. 2 toont een deel van een bovenaanzicht van een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding;
Fig. 3 geeft op vergrote schaal een fragment van een dwarsdoorsnede genomen over de lijn 3-3 van fig. 2 en toont één van de glasblaasbanken; 35 Fig. 4 geeft een gedeelte van een doorsnede genomen over de lijn 8001468 - 5 - 4-4 in fig. 3;
Pig. 5 geeft een schema, waarin het regelcircuit voor het spoelgas getoond wordt;
Fig. 6 geeft een gedeeltelijk aanzicht van de opspankop voor en 5 achter van de in fig. 3 en 4 geïllustreerde bank en toont de eerste fase van de werkwijze volgens de uitvinding;
Fig. 7-14 zijn aanzichten en gedeeltelijk doorsneden soortgelijk aan die van fig. 6 die aanvullende fasen van de werkwijze volgens de uitvinding laten zien; 10 Fig. 14a toont op vergrote schaal een aanzicht, dat laat zien de in fig. 14 geïllustreerde fase;
Fig. 15-17 geven aanzichten soortgelijk aan dat van fig. 14a en tonen de volgende drie fasen van de werkwijze volgens de uitvinding; en
Fig. 18-22 geven eveneens aanzichten soortgelijk aan fig. 6, waar-15 bij de eindfasen van de werkwijze weergegeven worden.
Een typerende lamp 30, welke is ingericht voor vervaardiging met de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, is weergegeven in fig. 1 en is soortgelijk aan één der lampen geopenbaard in het Belgisch octrooi- schrift 868.764 van 5 januari 1979. In het kort bevat een dergelijke lamp 20 een boogbuis of lamplichaam 31 gemaakt uit een stuk berookt silicium- oxyde of kwartsbuis en bezit een hol ballonvormig middengedeelte 32, dat een hoogkamer 33 bepaalt voor het bevatten van een hogedrukontladingsgas.
In dit speciale geval is de hoogkamer in het algemeen bolvormig en bezit 3 een volume kleiner dan Icm . De hoogkamer kan echter diverse vormen 25 hebben (bijvoorbeeld ellipsoidaal of cylindrisch) en kan aanzienlijk groter zijn dan dat van de lamp 30.
Verbonden mét en zich uitstrekkend in diametraal tegenover gelegen richtingen vanuit het middengedeelte 32 van het lamplichaam 31 zijn twee buisvormige halsgedeelten 34 en 35 aanwezig die een verkleinde diameter 30 bezitten. Elke hals is in het algemeen cylindrisch en heeft een kleine dwarsdoorsnede in vergelijking met de doorsnede van het middengedeelte.
Electrode-invoerdraadsamenstellen 36 en 37 zijn gestoken in de halzen 34 en 35. De electrode 36 vormt de kathode van de lamp 30 en bevat een stuk molybdeendraad 38, dat over een bepaalde afstand uitsteekt uit de 35 hals 34 in de hoogkamer 33. Een spoel 40 van wolfraamdraad is gewikkeld 80 0 1 4 68 - 6 - rondom het binnenste eindgedeelte van de molybdeendraad en eindigt in een bol, welke de punt 42 van de electrode 36 bepaalt. Er kan worden verwezen naar de nevenoctrooiaanvrage 973.182 ingediend op 26 december 1978 door Dvorak en Fridrich voor een meer volledige beschrijving van de onderhavige 5 electrode.
De electrode 37 vormt de anode van de lamp 30 en wordt gevormd door een stuk wolfraamdraad 43 opgenomen binnen de hals 35 en uitstekend over een vooraf bepaalde afstand tot in de hoogkamer 33. Een kleine bol is gevormd aan het verste einde van de draad 43 en bepaalt de punt 44 van de 10 electrode 37. De ruimte tussen de punten 42 en 44 van de electroden 36 en 37 bepaalt de boogspleet.
Molybdeen invoerdraden 45 en 46 strekken zich uit tot in de buitenste einden van de halzen 34 en 35 en zijn ingericht voor verbinding met de electrische aansluitingen van een (niet-weergegeven) buitenste 15 omhulling. De invoerdraad 45 is integraal gevormd met de molybdeendraad 38 van de electrode 36, terwijl de invoerdraad 46 op geschikte wijze verenigd is bij 47 met de wolfraam draad 43 van de electrode 37.
De verbinding bij 47 is op geschikte wijze gemaakt door een laserstomplas volgens het Amerikaanse octrooischrift 4.136.298. Elke invoerdraad omvat 20 een relatief plat platvormig gedeelte 48 tussen de beide einden ervan, dat kan worden gevormd door dwarswalsen of door langswalsen. Op alternatieve wijze kan een samengestelde invoerdraad bevattende een stuk foelie met een aan elk einde aangelaste draad worden gebruikt. Het foeliegedeelte maakt een hermetische afdichting mogelijk tussen de electrode en de hals teneinde 25 de electrode op haar plaats te houden en de hoogkamer 33 van de buitenste atmosfeer af te dichten. De afdichtingen via halzen 34 en 35 worden gevormd door het kwarts te verhitten en te smelten teneinde het inwendige kanaal door elke hals te laten dichtklappen en te maken dat het kwarts het foeliegedeelte van de betrokken invoerdraad bevochtigt en afdicht.
30 Een vulling of dosis verdampbaar metaal bevindt zich binnen de hoogkamer 33 en is in staat om te verdampen en licht te produceren op algemeen bekende wijze wanneer een geschikte spanning wordt aangelegd over de electrode 36 en 37.teneinde een boog te creëren tussen de punten 42 en 44 daarvan. Hier bestaat de vulling uit kwik en een mengsel van-35 geselecteerde metaalhalogeniden (bijvoorbeeld Nal, Scl^ en Thl^) ofschoon 80 0 1 4 68 - 7 - de vulling ook uit kwik alleen zou kunnen bestaan. Nadat de lamp 30 vervaardigd is maar alvorens de lamp voor het eerst werkt, bestaat het kwik in de hoogkamer 33 in de vorm van een bolletje 51, terwijl de halogeniden bestaan in de vorm van één of meer kralen of tabletten 52.
5 De lamp 30 wordt voltooid door een hoeveelheid inert startgas, dat aanvankelijk in de hoogkamer 33 aanwezig is bij een sub-atmosferische druk van ongeveer 120 torr absoluut. Argon wordt gebruikt als startgas in de onderhavige lamp. In kontrast tot vele ontladingslampen omvat de onderhavige lamp niet een toegeknepen afzuigbuis aan de zijkant, die zich 10 uitstrekt vanaf het ballonvormige middengedeelte 32.
Bij de vervaardiging van een lamp 30 van het bovengenoemde type is één van lastige problemen, die zich hierbij voordoen, die welke gepaard gaat met het inbrengen van de halogenidedosis in de hoogkamer 33 zonder de dosis te verontreinigen met waterdamp of andere onzuiverheden tijdens 15 het inbrengen van de dosis en terwijl de kamer wordt afgedicht. De halogenide-korrels of tabletten 52 zijn uiterts hygroscopisch en enkel een kortstondige blootstelling aan de omringende atmosfeer kan maken dat voldoende vocht wordt opgepikt om de lampwerking op ernstige wijze te benadelen. Zoals in de aanvang bewerkt is het totale zuurstofgehalte van 20 de korrels of tabletten minder dan 50 delen per miljoen. Teneinde de lamp 30 effectief en betrouwbaar te laten werken is het noodzakelijk de hoge zuiverheid van de korrels of tabletten te behoeden door ze af te schermen op elk tijdstip tegen de atmosfeer en de onvermijdelijke waterdamp totdat zij veilig afgedicht zijn in de hoogkamer.
25 De onderhavige uitvinding beoogt het verschaffen van een zeer snelle voor massaproduktie geschikte lampvervaardigingsmethode, welke het mogelijk maakt het inwendige van het lamplichaam 31 op effectieve wijze te bevrijden van waterdamp en vrij te houden van een dergelijke damp vanaf het tijdstip voordat de halogenidekorrels of tabletten 52 30 worden ingebracht in de hoogkamer 33 tot het tijdstip dat de hoogkamer volledig afgedicht is en de korrels of tabletten worden beschermd door het daarin aanwezige startgas. De uitvinding is in het bijzonder gekenmerkt door het feit dat het spoelen van het lamplichaam 31 verricht wordt door het lichaam continu te spoelen tijdens een zeker interval in 35 het vervaardigingsproces met een droog niet-reactief gas, dat wordt ingeleid 800 1 4 68 - 8 - in het lichaam door één der halzen 34, 35 (bijvoorbeeld de hals 34). Onder een niet-reactief gas wordt verstaan een gas dat niet op nadelige wijze reageert met één van de lamp- of installatie-onderdelen bij de betrokken temperatuur. Het meest geschikt voor gebruik is argon omdat het 5 tevens dient als het inerte startgas, dat uiteindelijk afgedicht wordt in de hoogkamer. Maar ook droge stikstof zou kunnen worden gebruikt als een bezuinigingsmaatregel tijdens de ballonvormingsstappen, waardoor argon kan worden vervangen voorafgaande aan het afdichten in de electrode-invoerdraadsamenstellen. Teneinde het mogelijk te maken dat het spoelgas 10 continu wordt ingeleid door de hals 31, worden de korrels of tabletten 52, het kwikbolletje 51 en zowel de electrode 36 als 37 ingebracht in het lamp-lichaam 31 vanaf het buitenste einde van de andere hals 35, waarbij de electrode 36 door die hals geleid wordt met de punt naar achteren wijzende, over de hoogkamer 33 en in de hals 34 (zie fig. 14-17).
15 In het onderhavige geval wordt een horizontale glasblaasbank 55 (fig. 3 en 4) gebruikt bij de vervaardiging van de lamp 30. Teneinde een snelle produktie van de lampen mogelijk te maken worden verscheidene identieke banken 55 bij voorkeur gedragen op en angulair verspreid aangebracht rondom een roterende draaitafel of caroussel 56 (fig. 2) ingericht 20 om intermitterend en tegen de klok in te worden geïndexeerd om een vertikale as teneinde elke bank te bewegen langs een reeks stations, waar opeenvolgende handelingen worden uitgevoerd ter vervaardiging van de lamp. Elke bank hierin is geïndexeerd tot en verblijft kortstondig bij 21 stations, terwijl men bezig is een lamp te vervaardigen, waarbij de 25 bank verplaatst wordt door zodanige stations als de tafel 56 roteert over een halve omwenteling. Teneinde een effectief gebruik van de stations mogelijk te maken zijn 21 banken angulair verspreid rondom één helft van de tafel en verblijft dus één bank bij elk station telkens wanneer de tafel tot stilstand is gekomen. Een extra een-en-twintigtal (niet-30 weergegeven) banken zijn verspreid aangebracht rondom de andere helft van de tafel en verplaatsen zich langs een-en-twintig stations, welke identiek zijn met de overeenkomende stations rondom de eerste helft van de tafel. Aldus wordt één lamp gemaakt, wanneer een gegeven bank verplaatst wordt over een halve omwenteling van de tafel en wordt vervolgens een tweede 35 lamp gemaakt op diezelfde bank, wanneer laatstgenoemde verplaatst wordt over 8001468 - 9 - een aanvullende halve omwenteling. Het zal duidelijk zijn echter dat de banken en de stations kunnen worden opgesteld rondom de tafel op elke gewenste wijze.
Om een snel begrip van de vervaardigingsmethode volgens de 5 onderhavige uitvinding te bevorderen zal de constructie van de banken 55 kort beschreven worden alvorens de werkwijze zelf wordt beschreven. Elke bank bevat een vaste opspankop 57 en een losse opspankop 58f die ingericht is om naar de vaste kop toe en daarvan af te bewegen. De banken zijn gemonteerd in radiale stand met de vaste kop gelegen binnenboord nabij 10 het buitenste omtreksgedeelte van de draaitafel 56 boven de bovenzijde ervan en bevestigd aan horizontale montageplaat 59 (fig. 3 en 4) bevestigd aan de tafel. De montageplaat steekt van de tafel uit en dient eveneens om de losse kop te ondersteunen, die ten opzichte van de vaste kop buitenboord gelegen is. Zoals weergegeven in fig. 2 en 3 hangen de 15 montageplaat en de losse kop over een cirkelvormige basis of werkbank 60, die beneden de draaitafel 56 gelegen is en daarvan uitsteekt. De werkbank is stationair en ondersteunt diverse apparaten (die achtereenvolgend zullen worden beschreven) gebruikt bij het maken van de lamp 30.
In vele opzichten zijn de vaste kop 57 en de losse kop 58 van elke 20 bank 55 identiek. Aldus omvatten zowel de vaste kop als de losse kop een huis 61 (fig. 3) met lagers 62, welke een roteerbare klauwplaat ondersteunen, waarbij de klauwplaten van de vaste kop en de losse kop algemeen aangegeven worden met de verwijzingscijfers 63 resp. 64. Elke klauwplaat bevat een buitenste huls 66 gelagerd door de lagers 62 en waarin een 25 klembus 67 (zie fig. 6) is opgenomen, waarvan één eindgedeelte gevormd wordt door een reeks angulair verspreide verende vingers 69. Een huls 70 van siliconenrubber is telescopisch verschuifbaar aangebracht in de klembus en ingericht om in ingrijping te komen en zich hermetisch te koppelen met de kwarstbuis, die in de klembus dient te worden opgenomen.
30 Een (niet-weergegeven)spie koppelt elke klembus 67 met de betref fende huls 66 om daarmee te kunnen roteren, terwijl de klembus in staat gesteld wordt zich axiaal binnen de huls te verplaatsen. Wanneer de klembus wordt teruggetrokken naar binnen toe in de huls, worden de vingers 69 van de klembus onder nokwerking radiaal naar binnen gedrukt door 35 het eindgedeelte van de huls 66 teneinde het sluiten van de klembus te 800 1 4 68 - 10 - bewerkstelligen (zie fig. 7). Axiale verschuiving van de klembus in de tegengestelde richting stelt de vingers in staat naar buiten toe te veren teneinde de klembus te openen.
Teneinde elke klembus 67 naar binnen toe en naar buiten toe te 5 verschuiven is een buisvormige trekstaaf 71 (fig. 3) verbonden met de klembus en is verschuifbaar opgenomen binnen de huls 66. Eén eindgedeelte van de trekstaaf is gelagerd via de binnenste loopring van een lager-samenstel 73, waarvan de buitenste loopring scharnierend verbonden is bij 74 met de onderste eindgedeelten van een paar vertikale armen 75 opgesteld 10 aan tegenover gestelde zijden van het lagersamenstel. Een pen 76 strekt zich uit tussen de einden van de armen 75 en verbindt de armen scharnierend met een plaat 78 bevestigd aan de bovenzijde van het huis 61. Een pneumatisch werkend bedieningsorgaan 80 wordt ondersteund op de plaat en bezit een reciproke stang 81, die scharnierend verbonden is met de bovenste 15 eindgedeelten van de armen 75. Wanneer de stang 81 uitgestrekt is vanuit de in fig. 3 weergegeven positie, scharnieren de armen 75 om de pen 76 en zijn via de trekstaaf 71 werkzaam om de klembus 67 naar buiten toe te drukken vanuit de huls 66 om de klembus in staat te stellen zich te openen. De klembus wordt gesloten wanneer de stang 81 van het bedienings-20 orgaan 80 wordt teruggetrokken en scharniert de armen 75 in een zodanige richting, dat de trekstaaf 71 de klembus in de huls 66 trekt.
De vaste kop 57 van elke bank 55 is bevestigd aan de montageplaat 59, maar de losse kop 58 is ingericht om naar de vaste kop toe en daarvan weg te bewegen. Voor dit doel is het huis 61 van de losse kop verschuifbaar 25 ondersteund op een paar horizontale geleidingsassen 84 en 85 (fig. 4) gemonteerd aan de bovenzijde van de plaat 59. Aan de geleidingsas 84 is een getande sectie 86 (fig. 4) gevormd, welke sectie een tandheugel bepaalt, welke ingrijpt in een rondsel 87. Laatstgenoemde is ingericht om te roteren met de as van een reversibele stapmotor 88 bevestigd aan de 30 onderzijde van het huis 61 van de losse kop 58. Wanneer de motor wordt bekrachtigd loopt het rondsel langs de heugel en verplaatst de losse kop naar de vaste kop of trekt deze daarvan terug.
De klauwplaten 63 en 64 van elke bank 55 zijn ingericht om in rotatie te worden gebracht door een electromotor 89 (fig. 3) bevestigd aan 35 de onderzijde van de tafel 56 en gelegen onder de vaste kop 57. Een sychroonband 90 is geslagen om een eerste riemschijf 91 op de aandrijfas 80 0 1 4 68 - 11 - van de motor en een tweede riemschijf 92, welke gespied is aan de geleidingsas 85. Laatstgenoemde wordt roteerbaar ondersteund op de montageplaat 59 en binnen de onderste gedeelten van de huizen 61 en dient aldus als een holle aandrijfas alsook als een geleidingsas.
5 Een andere synchroonband (fig. 3) 93 is geslagen om riemschijven 94 en 95 bevestigd aan de as 85 en aan de huls 66 van de klauwplaat 63 van de vaste kop 57. Dienovereenkomstig worden de huls 66 en de klembus 67 van de klauwplaat 63 geroteerd telkens wanneer de motor 89 wordt bekrachtigd. Voor het roteren van de klauwplaat 64 van de losse kop 58 is 10 een derde synchroonband 96 geslagen om riemschijven 97 en 98. De riemschijf 97 is bevestigd aan de huls 66 van de klauwplaat 63, terwijl de riemschijf 98 verschuifbaar ondersteund wordt op een niet-cirkelvormig gedeelte van de as 85. Wanneer de losse kop 58 zich verplaatst naar de vaste kop 57, duwt een hoeksteun 99 (fig. 4) bevestigd aan het huis 6-1 van de losse 15 kop de riemschijf 98 langs de as 85 om die riemschijf op de juiste wijze uitgericht te houden ten opzichte van de riemschijf 97. Het huis 61 van de losse kop duwt de riemschijf 98 in de tegengestelde richting langs de as 85, wanneer de losse kop teruggetrokken wordt weg van de vaste kop.
Elke bank 55 is niet compleet zonder een draaiende kering 100 20 (fig- 3-5), welke gelegen is aan het binnenboord-einde van de vaste kop 57 om het inleiden in en het stromen van gas door de klauwplaat 63 van de vaste kop mogelijk te maken tijdens het roteren. De draaiende kering hierin bevat een roterend gedeelte 101, dat vastzit aan en draait met de trekstaaf 71 van de klauwplaat 63, en een vast gedeelte 102 ondersteund 25 door hoeksteunen 103 op de draaitafel 56. De twee gedeelten worden op zodanige wijze gekoppeld dat zij een gasdichte afdichting ertussen bewerkstelligen, terwijl rotatie van het roteerbare gedeelte mogelijk is.
^ ’ AO'S /»
Aangezien er draaiende keringen in de handel verkrijgbaar zijn, waarvan de konstruktie en werkingswijze bekend zijn, behoeven hier geen details 30 gegeven te worden.
Het stationaire gedeelte 102 van de draaibare kering 100 van elke bank 55 staat in verbinding via eeryLeiding 104 (fig. 5) met een batterij van drie electromagnetisch bekrachtigde, twee standen kleppen 105-107, welke parallel met elkaar geschakeld zijn. De kleppen 105-107 verbonden 35 met elke bank staan in verbinding met drie verzamelleidingen 108-110, welke 800 1 4 68 - 12 - alle banken op de tafel 56 bedienen. Een inert gas zoals argon uit een onder druk gebrachte bron 111 wordt toegevoerd aan de verzamelleiding 108 via een druk reducerende klep 112, welke een betrekkelijk hoge druk van ongeveer 55,2 kPa overdruk in de verzamelleiding 108. Verbinding tussen 5 de verzamelleidingen 108 en 109 wordt tot stand gebracht door middel van een tweede druk reducerende klep 113, welke het argon in de verzamelleiding 109 handhaaft op een relatief lage druk, zoals 0,69 kPa overdruk. De derde verzamelleiding 110 staat in verbinding met de verzamelleiding 109 via een instelbare doseerklep 114 en staat eveneens in verbinding met een instel-10 bare drukreguleerklep 115 en een vacuum pomp 116. De doseerklep 114 en de drukreguleerklep 115 zijn zodanig ingesteld dat zij het argon in de verzamelleiding 110 handhaven op een druk van ongeveer 16kPa absoluut. De klep 106 wordt bediend om het argongas bij de lage overdruk van 0,69 kPa te laten stromen in de klembushuls 70 van de vaste kop bij alle inactieve 15 stations om verontreiniging te voorkomen door atmosferisch vocht.
Nu de constructie van de banken 55 verklaard is kan de vervaardigings-wijze van de lamp uitvoerig beschreven worden. Teneinde een dergelijke beschrijving te vereenvoudigen zijn de een-en-twintig stations, waarbij elke bank verblijft genummerd van 1 tot 21, rondom de stationaire basis of 20 werkbank 60 weergegeven in fig. 2 waarbij station nr. 1 geïllustreerd is zodanig dat dit gelegen is in de zes uur stand van een klok, terwijl station nr. 21 gelegen is even voor de twaalf uur stand van een klok.
Diverse geautomatiseerde mechanismen voor het uitvoeren van de lamp-vervaardigingshandelingen zijn gelegen in de verschillende stations en 25 zijn geplaatst op de werkbank. Deze mechanismen vormen op zich echter geen deel van de onderhavige uitvinding en zij zijn derhalve weergegeven en zullen worden beschreven slechts tot een dusdanig detail als noodzakelijk is om een idee te krijgen van de vervaardigingswerkwijze.
Het lamplichaam 31 is gemaakt uit een langwerpig stuk 120 (fig. 6) 30 van kwartsbuis, dat aanvankelijk cylindrisch is. Bij station nr. 1 wordt de bank 55 in station nr. 1 geladen met een stuk buis, dat een lengte heeft die iets groter is dan de lengte van de uiteindelijke lamp 30, terwijl de losse kop 58 van die bank volledig teruggetrokken is van de vaste kop 57 zoals weergegeven in fig. 6. Het inladen van de buis 120 kan worden 35 bewerkstelligd door gebruikmaking van een heen-en-weer gaande duwer 121 80 0 1 4 68 - 13 - teneinde de buis met haar einde te bewegen door de trekstaaf 71 van de losse kop en in de klembus 67 ervan vanaf het buitenboordse einde van de trekstaaf, terwijl de klembus open is (zie fig. 2 en 6). Een stapelbuis kan zich bevinden in een (niet-weergegeven) magazijn in het station nr. 1 5 en deze kunnen één voor één worden vrijgegeven naar de duwer door een geschikt (niet-weergegeven) echappement.
Nadat de buis 120 gelegd is in de klembus 67 van de losse kop in de stand weergegeven in fig. 6 wordt de klembus gesloten door het bedieningsorgaan 80 aan de losse kop 58 om te maken dat de rubberhuls 70 10 het buitenboordse eindgedeelte van de buis grijpt. Nadat de duwer 121 teruggetrokken is uit de trekstaaf 71 van de losse kop wordt de tafel 56 geïndexeerd teneinde de bank 55 te verplaatsen naar station nr. 2.
Bij het station nr. 2 (fig. 7), wordt motor 89 bekrachtigd teneinde de klauwplaat 64 en de daardoor vastgehouden kwartsbuis 120 te roteren, 15 en wordt een vlam 122 gespeeld tegen de buis naast de klauwplaat.
Tezelfdertijd wordt een flexibele vinger 123, op geschikte wijze in de vorm van een roede, die zich uitstrekt vanaf een lengte van de schroef-veer 124, op zijn plaats gezwenkt door een pneumatisch bedieningsorgaan 125 (fig. 7) teneinde het niet ondersteunde einde van de buis 120 licht 20 aan te raken. De vlam, die aan het ondersteunende einde van de buis speelt, is juist voldoende om het kwarts week te maken, en de lichte druk van de vinger op het niet ondersteunde einde maakt dat de buis zich uitstrekt en een eventuele excentrische of slingerende beweging van het niet ondersteunde einde corrigeert.
25 Vervolgens wordt de bank 55 geindexeerd aan en verblijft in station nr. 3 (fig. 8), en wordt de stapmotor 89 bekrachtigd teneinde de losse kop 58 te bewegen naar de vaste kop 57 om te maken dat het binnenboordse einde van de kwartsbuis de klembus 67 van de vaste kop binnengaat. Die klembus wordt dan gesloten door het bedieningsorgaan 80 30 van de vaste kop en aldus wordt de buis gegrepen door zowel de vaste kop als de losse kop. Zodra de klembus gesloten is stroomt het argon uit de verzamelleiding 109 door de kwartsbuis. Ondertussen is de motor 89 bekrachtigd voor het doen roteren van beide klauwplaten 63 en 64, en terwijl de kwartsbuis 120 aan het roteren is, laat men een vlam 131 35 (fig. 6) ertegen spelen dicht bij de vaste kop 57. Het zachtjes verwarmen dient om eventuele spanningen op te heffen, die zouden kunnen zijn 8001468 - 14 - geïnduceerd in de buis als resultaat van het gegrepen worden door beide klauwplaten 63 en 64, en dient eveneens om het. vaste kopeinde van de buis recht te maken. De vatting van de buis 120 in de klembus 67 van de vaste kop 57 zal nu worden gehandhaafd totdat het ballonvormige midden-5 gedeelte 32 gevormd is in de buis en de electroden erin geplaatst zijn. Aangezien de vaste kop gefixeerd is op het caroussel beschrijft het een cirkelvormige boog bij het vooruitkomen van station naar station.
Bij station nr. 4 (fig. 9) wordt een vlam 132 gericht tegen het centrum van de kwartsbuis wanneer deze draait terwijl zij gehouden wordt 10 in beide klauwplaten 63 en 64 (zie fig. 9). Tezelfdertijd wordt de losse kop 58 over een korte afstand naar voren geschoven naar de vaste kop 57 teneinde het kwarts te verzamelen of ra.a.w. het weekgemaakte kwarts in het centrum van de buis te forceren om naar buiten uit te bollen en een beginvorming te krijgen van het ballonachtige middengedeelte 32 van het 15 lamplichaam 31.
De verzamelhandelingen identiek aan die uitgevoerd bij het station nr. 4 worden uitgevoerd aan elk van de stations nrs. 5 en 6 (niet uitvoerig weergegeven). In elk van laatstgenoemde stations wordt de losse kop 58 in het inwendige naar voren geschoven over een aanvullende korte 20 afstand naar de vaste kop 57 teneinde een verdere verzameling van de kwartsbuis 120 te bewerkstelligen en te maken dat het bolvormige middengedeelte 32 van het lamplichaam 31. geleidelijk groter wordt.
Het ballonvormige middengedeelte.32 wordt in de uiteindelijke vorm geblazen wanneer de bank 55 verblijft bij station nr. 7 (fig. 10). Voor 25 dit doeleinde wordt een gietvorm 134 op de werkbank 60 automatisch verplaatst tot in de buurt van het gedeeltelijk gevormde ballonvormige middengedeelte 32. De gietvorm wordt nauwkeurig geplaatst ten opzichte van de cirkelvormige boog beschreven door de vaste kop om er zeker van te zijn dat de uiteindelijke configuratie, waarin het middengedeelte 32 30 wordt geblazen, gelegen is op een precieze afstand van de vaste kop, waarin de kwartsbuis 120 wordt vastgegrepen. Een vlam 135 voor het verhitten van het bolvormige middengedeelte is in het algemeen tegenover de gietvorm gelegen, welke gevormd is met een holte, waarvan de vorm complementair is aan de gewenste eindvorm van het bolvormige middengedeelte. 35 Ofschoon de gietvorm 134 op haar plaats bewogen wordt in het station 800 1 4 68 - 15 - nr. 7 wordt een sluiting in de vorm van een stop 136 (fig. 10) verschoven in het buitenboordseinde van de trekstaaf 71 van de klauwplaat 64 van de losse kop 58. De stop wordt ondersteund en voortbewogen door een geschikt mechanisme 137 (fig. 2) op de werkbank 60 en dient om de klauwplaat 64 5 en het losse kopeinde van de buis 120 af te dichten zodat de buis onder druk gebracht kan worden met gas teneinde het ballonvormige middengedeelte 32 in de holte van de gietvorm te doen uitzetten. Het op druk brengen van de buis 120 wordt bewerkstelligd door het automatisch openen van de klep 105 (fig. 5) om argon bij relatief hoge druk (d.i. 55,2 kPa overdruk) te 10 laten stromen vanaf de verzamelleiding 108 via de draaiende keerring 100 en de klauwplaat 63 van de vaste kop 57 tot in de buis. Het gas wordt ingeleid in de buis naarmate deze roteert, terwijl zij wordt vastgehouden door de klauwplaten 63 en 64 en terwijl de vlam 135 gericht wordt tegen het ballonvormige middengedeelte 32 teneinde het kwarts week te maken.
15 Dienovereenkomstig wordt het kwarts geblazen in en gevormd door de gietvorm 134 ter vorming van het ballonvormige middengedeelte 32 in de eindconfiguratie ervan zoals weergegeven in fig. 1. De gietvorm 134 en de stop 136 worden vervolgens teruggetrokken om de bank 55 in staat te stellen zich voort te bewegen naar station nr. 8.
20 Bij station nr. 8 (zie fig. 11) wordt de buis 120 verhit over nagenoeg de gehele lengte ervan, terwijl zij gelijktijdig gespoeld wordt met argon, dat toegelaten is in de klauwplaat 63 en de buis via de klep 105. De voorafgaande verhitting van het middengedeelte tijdens de verzameling van het kwarts (of samendrukken) en het opblazen van de 25 ballon tezamen met de huidige verhitting en spoelhandeling, reinigen de buis van eventuele verontreinigingen over een hoger temperatuurbereik dan de gereedgekomen lamp ooit tijdens haar leven zou tegenkomen. In het bijzonder wordt vocht verdreven uit de buis zodat de buis volkomen droog zal zijn, wanneer de halogenidekorrels of tabletten 52 vervolgens erin 30 worden ingeleid. Zoals weergegeven in fig. 11 wordt het verhitten van de buis 120 bewerkstelligd door een serie vlammen 138, die verspreid aangebracht zijn over de lengte van de buis. Als een alternatief echter zou een enkele vlam langs de buis getraverseerd kunnen worden om de buis langs nagenoeg haar gehele lengte te verhitten. Naarmate de buis 120 wordt 35 verhit bij station nr. 8 wordt zij geroteerd door de klauwplaat 63 van de 800 1 4 68 - 16 - vaste kop 57. Tevens kan de losse kop 58 worden geopend om de buis vrij te geven (zie fig. 11) en verschoven worden naar de teruggetrokken stand ervan tijdens de verhittings- en spoelhandeling, zodat vocht binnen de buis zal ontsnappen naar de atmosfeer in plaats van te worden gedreven in de 5 klauwplaat 64 van de losse kop. Het terugtrekken van de losse kop voorkomt eveneens een buitensporige verhitting van de losse kop. Echter wordt dè buis niet losgemaakt van de vaste kop zodat de nauwkeurige plaatsing van de ballon gehandhaafd wordt.
Tijdens de voortbeweging naar het station nr. 9 (fig. 12) wordt de 10 buis 120 gekoeld om een daarop volgende hernieuwd aangrijpen van de buis door de losse kop 58 mogelijk te maken. Daarbij wordt het afkoelen van de buis bewerkstelligd door stralen gekoelde stikstof uit een verzamelleiding 140 te richten tegen de buis, terwijl laatstgenoemde wordt geroteerd door de vaste kop 57, terwijl de losse kop wordt teruggetrokken, en terwijl 15 argon ingeleid wordt in de buis via de vaste kop.
Bij station nr. 10 verplaatst de vaste kop 58 zich weer naar voren en grijpt de buis 120 opnieuw aan zoals weergegeven in fig. 13. Daarna beweegt een mechanisme 141 op de werkbank 60 naar binnen toe naar het buitenboordse einde van de losse kop opdat een lekproef kan worden 20 uitgevoerd. Zoals schematisch weergegeven bevat het mechanisme een doorboorde stop 143 die telescopisch verschoven kan worden in het buitenboordse einde van de trekstaaf 71 van de losse kop, waarbij een vacuum meter 145 aanwezig is die in verbinding staat met de boring in de stop. Wanneer eenmaal de stop 143 naar voren bewogen is naar de in fig. 13 weergegeven positie 25 wordt de klep 107 (fig. 5) geopend om de vacuumpomp 116 een vacuum te laten trekken in de buis 120 via de verzamelleiding 110, de draaiende kering 104 en de vaste kop 57. Indien het ballonvormige middengedeelte 32 van het lamplichaam 31 op de juiste wijze gevormd is en gasdicht is, zal een vacuum van hoge orde tot stand gebracht worden in de buis 120 en zal de 30 aflezing van de vacuummeter 145 beneden een vooraf bepaalde waarde zijn. Indien anderzijds er een lek is in enig gedeelte van de buis 120 geeft de aflezing van de meter een kapotte buis aan. De meter kan eveneens een signaal produceren dat wordt gebruikt om die operaties te doen vervallen die anders zouden worden uitgevoerd aan de buis na het station nr. 10.
35 Nadat de lekproef voltooid is wordt het mechanisme 141 teruggetrok- 800 1 4 68 - 17 - ken uit de trekstaaf 71 van de losse kop 58 om de bank 55 in staat te stellen zich voort te bewegen naar .het station nr. 11 waar het kathode-invoerdraadsamenstel 36 gestoken is in de buis 120 (zie fig. 14 en 14a). Alvorens het mechanisme 141 wordt teruggetrokken, wordt de klep 107 5 gesloten teneinde het vacuum af te snijden en wordt de klep 105 geopend om een stroom argon op gang te brengen vanaf de verzamelleiding 108 via de vaste kop 57 tot in de buis 120. De stroom argon in de buis wordt continu gehandhaafd totdat de buis is afgedicht en dient om het gereinigd te houden van vocht.
10 Belangrijk en op één lijn met de uitvinding wordt het kathode- samenstel 36 gestoken in de kwartsbuis 120 bij station nr. 11 door te worden bewogen met de punt naar achteren wijzende door de klauwplaat 64 van de losse kop 58 door dat gedeelte van de buis dat uiteindelijk de hals 35 van de lamp 30 bepaalt over de hoogkamer 33, en tenslotte in dat 15 gedeelte van de buis, dat uiteindelijk de hals 34 van de lamp bepaalt. Aldus wordt het kathodesamenstel 36 niet ingeladen met de punt naar voren door de vaste kop 57 en rechtstreeks in de hals 34 maar in plaats daarvan wordt zij ingeladen met de^bunt naar achteren in de hals 34 na eerst door de losse kop 58 en de hals 35 te lopen. Als resultaat van het feit dat 20 er een kathode op deze wijze wordt ingeladen, kan de draaiende keerring 100 gelegd worden bij en kan permanent verbonden blijven met het binnenboordse of stroomopwaartse einde van de vaste kop 57 teneinde de buis 120 continu te laten spoelen met een droog niet-reactief gas zoals argon tot een tijdstip dat de buis wordt afgedicht.
25 Meer in het bijzonder wordt het kathodesamenstel 36 vooraf gevuld in een hulsvormige houder 150 (fig. 14a), die automatisch op één lijn gebracht wordt met het buitenboordse einde van de trekstaaf 71 van de losse kop 58, wanneer de bank 55 verblijft bij station nr. 11 (zie de stand van de kathode weergegeven met stippellijnen in fig. 14). De 30 houder 150 is zodanig georiënteerd dat de punt 42 van de kathode opgesteld is als het achteraan komende onderdeel ten opzichte van de invoerdraad 45 ervan.
Nadat de bank 55 stopt bij station nr. 11 schuift een (niet-weergegeven) duwer de houder 150 en het voorgeladen kathodesamenstel 36 35 door de klauwplaat 64 van de losse kop 58, door de hals 35 tot in de hals 800 1 4 68 - 18 - 34 (zie fig. 14a). Indien de punt van de kathode wordt beschouwd als de kop van het kathodesamenstel, kan van het samenstel worden gezegd dat het met de voeten naar voren wijzende verschoven wordt door het lamplichaam.
De slag van de duwer wordt zodanig geregeld dat de punt 42 van de 5 kathode gelegd wordt op een vooraf bepaalde afstand van de klauwplaat van de vaste kop. Omdat het lamplichaam nergens vrij gemaakt is van de klauwplaat vein de vaste kop sedert de vorming van de ballon wordt de punt van de kathode daardoor automatisch nauwkeurig gelegd in het lamplichaam. Wanneer eenmaal het kathodesamenstel op de juiste wijze 10 geplaatst is wordt de duwer teruggetrokken en deze trekt ook de houder 150 terug uit de kathode en uit de losse kop. Tijdens het terugtrekken van de houder ligt een plunjer 151 aan tegen de punt 42 van de kathode om te voorkomen dat laatstgenoemde zich beweegt met de houder. Na verwijdering van de houder wordt voorkomen dat het kathodesamenstel glijdt 15 en wordt gehouden in een gecentreerde positie in de hals 34 uit hoofde van de wrijvingsaangrijpint van de inwendige diameter van de hals door foeliegedeelte 48 van de invoerdraad.
Zoals boven uiteengezet stroomt argon continu door de kwartsbuis 120 tijdens het vullen van het kathodesamenstel. Dienovereenkomstig dient 20 het argon om eventueel vocht te drogen dat aanwezig zou kunnen zijn op het samenstel of de houder 150 en handhaaft dus de buis in een "schone" conditie. De stroom argon wordt voortgezet tijdens het indexeren van de bank 55 naar het station nr. 12.
Bij station nr. 12 wordt de hoogkamer 33 (zie fig. 15) geladen 25 met de halogenidekorrels of tabletten 52. Dit wordt bewerkstelligd door een buisvormige naald 153 te steken door de losse kop 58 en de hals 35 en door de naald tot stilstand te brengen wanneer de punt ervan zich bevindt nabij het centrum van de hoogkamer. Een omlaag gaande openings-poort 154 is gevormd in de naald nabij de punt ervan terwijl een kleinere 30 poort 155 buiten de punt open gaat. De naald verbindt zich met een lage-drukbron (niet-weergegeven) of droog inert gas gelegen op de werkbank 60 bij station nr. 12.
Een stroom van het droge inerte gas wordt gespoeld te allen tijde door de naald 153. Nadat de naald geplaatst is in de hoogkamer 33 wordt 35 een geschikt aantal halogenidekorrels of tabletten 52 gedoseerd uit een (niet-weergegeven) opslaghouder en worden vrijgegeven in de stroom gas.
80 0 1 4 68 - 19 -
De stroom draagt de korrels of tabletten door de naald totdat zij de omlaag openende poort 154 bereiken en vallen in de hoogkamer 33.
Omdat de korrels of tabletten worden afgevoerd uit de naald langs een baan, die zich uitstrekt dwars op de stroom van reinigend gas, dat 5 vloeit in de kwartsbuis 120 via de vaste kop 57, is er weinig gevaar dat de korrels of pilletjes in die stroom meegesleurd worden en geblazen worden in of door de hals 35.
Zodra de halogenidekorrels of pilletjes 52 zijn vrijgegeven, wordt de naald 153 teruggetrokken uit de losse kop 58 en vervolgens wordt 10 de bank 55 geïndexeerd naar station nr. 13 waar een kwikbolletje 51 geinjecteerd wordt in de boogkamer 33 (zie fig. 16). Het injecteren van het kwik wordt bewerkstelligd op nagenoeg dezelfde wijze als het injecteren van de halogenidepilletjes 52 en wordt uitgevoerd met een naald 157, die praktisch identiek is aan de naald 153. De naald 157 15 wordt gestoken in de losse kop 58, het kwikbolletje 51 wordt vrijgegeven aan de gasstroom in de naald en vervolgens wordt de naald teruggetrokken nadat het kwik gevallen is in de boogkamer 33. Het spoelen van de kwartsbuis 120 met gas dat ingeleid is via de vaste kop 57 gaat door tijdens het injecteren van het kwik.
20 De bank 55 wordt vervolgens geïndexeerd naar station nr. 14 voor het inbrengen van het anodesamenstel 37 in de buis 120 (zie fig. 17). Vooraf wordt het samenstel geladen in een houder 159 soortgelijk aan de houder 150 en wordt geschoven door de losse kop 58 tot in de hals 35 door een duwer. Anders dan de kathode 36 wordt de anode 37 geduwd in de 25 hals 35, waarbij de punt naar voren wijst. De slag van de (niet-weerge-geven) duwer wordt zodanig geregeld dat de punt 44 van de anode ten opzichte van de klauwplaat van de vaste kop nauwkeurig gelocaliseerd is. Aangezien het lamplichaam nauwkeurig geplaatst is ten opzichte van de klauwplaat van de vaste kop en de kathodepunt eerder nauwkeurig geplaatst 30 is, is thans de lengte van de spleet tussen de kathode- en anodepunten nauwkeurig bepaald. Tevens wordt de spleet nauwkeurig geplaatst aan de precieze plaats binnen de boogkamer 33, zoals vereist door het lampontwerp. Het gas blijft vloeien in de kwartsbuis 120 tijdens het inbrengen van de anode om een waarborg te bieden tegen een reactie van waterdamp met de 35 halogenidepilletjes 52.
800 1 4 68 - 20 -
Terwijl de bank 55 vertoeft bij station nr. 15 wordt de losse kop 58 bediend om de kwartsbuis 120 vrij te geven en wordt teruggetrokken (zie fig. 18). Een vlam 161 wordt vervolgens gericht tegen het niet ondersteunde einde van de roterende buis. De verhitting doet het 5 kwarts ineenvloeien en overwelven zoals aangegeven bij 162 waardoor de buis afgeknepen kan worden en een tijdelijke afdichting vormt. Een bewerking die identiek is met die, welke uitgevoerd is bij station nr.
15, wordt uitgevoerd met een vlam 163 (zie fig. 2) bij station nr. 16 om te zorgen dat de punt 162 werkelijk wordt afgedicht. Tijdens de 10 afknijphandelingen bij stations nrs. 15 en 16 wordt argon bij lage druk (d.w.z. 0,69 kPa, overdruk) toegelaten in de kwartsbuis 120 door de vaste kop 57 door middel van de verzamelleiding 109, de klep 106 en de draaiende keerring 100. Het argon houdt de buis droog, maar de druk ervan is van een dusdanig lage waarde dat er geen gevaar is dat het gas een 15 gat blaast in de nieuw gevormde punt 162.
Bij het station nr. 17 wordt een stroom gekoelde stikstof gericht tegen de punt 162 via een mondstuk 165 (zie fig. 2) teneinde de punt af te koelen en dientengevolge een opnieuw aanvatten mogelijk te maken van de kwartsbuis door de losse kop 58. Het onder druk brengen van 20 de buis met lagedruk argon vanuit de verzamelleiding 109 wordt voortgezet tijdens de afkoelingsfase.
Wanneer de bank het station nr. 18 bereikt wordt de kwartsbuis 120 opnieuw gegrepen door de losse kop 58 en geroteerd door zowel de vaste kop als de losse kop (zie fig. 19). Bij dit station wordt het 25 kathodeinvoerdraadsamenstel 36 hermetisch afgedicht in de hals 34 door het kwarts te verhitten en te maken dat het ineenvloeit rondom het foeliegedeelte van de invoerdraad. Dit kan gedaan worden bijvoorbeeld met een laser 167, welke in dwarsrichting een geschikte lengte doorloopt van de hals om te maken dat het kwarts in elkaar vloeit rondom de 30 kathode. Op hetzelfde ogenblik wordt het ballongedeelte 32 van het lamplichaam afgekoeld door een metalen kap 168 te verplaatsen teneinde het gedeelte 32 gedeeltelijk te omgeven. De kap bevat een spons, die in aanraking komt met de ballon en die nat gehouden wordt door water toegevoerd door de buis 169, terwijl een zuigbuis 170 overtollig water 35 verwijdert.
800 1 4 68 - 21 -
Juist voorafgaande aan het afdichten van de hals 34 wordt de klep 106 gesloten en wordt de klep 107 geopend om een verbinding tot stand te brengen tussen de vacuum pomp 116 en de buis 120 door middel van de verzamelleiding 110 en de draaiende keerring 100. De vacuumpomp 5 trekt argon vanuit‘de verzamelleiding 109 tot in de verzamelleiding 110 via de doseerklep 114 en vermindert de druk van het argon in de buis 120 tot de sub-atmosferische waarde van 16 kPa absoluut. Dienovereenkomstig wordt de gewenste druk voor het startgas van de lamp 30 tot stand gebracht als een incident bij het afdichten van de hals 34, en de 10 sub-atmosferische druk verzekert de gewenste in elkaar vloeiing vein het kwarts rondom het foeliegedeelte van de invoerdraad.
Bij station nr. 19 wordt de hals 35 afgedicht aan de anode 37 door een laser 171 soortgelijk aan de laser 167 (zie fig. 20), terwijl de ballon wordt afgekoeld door de waterkoeler 172 soortgelijk aan de 15 eerder beschrevene. Voor bepaalde lampafmetingen kan het de voorkeur verdienen om de hals 35 eerst af te dichten en dan de hals 34; deze volgorde maakt een nauwgezettere controle van de argondruk tijdens het maken van de laatste afdichting.
Wanneer de bank 55 geïndexeerd is voor station nr. 20 wordt een 20 kraskop 173 (fig. 21) voorzien van een paar kraswerktuigen 174 naar voren gebracht in een werkzame stand nabij de buis 120. De gereedschappen 174 zijn geplaatst om de eindgedeelten van de halzen 34 en 35 voor-bij de afgedichte zones van een kras te voorzien zodat de eindgedeelten vervolgens kunnen worden afgebroken waardoor de inlaatdraden 45 en 46 25 toegankelijk worden.
Bij station nr. 21 (zie fig. 22) is de lamp 30 verwijderd uit de bank 55. Dit kan worden verkregen door de vaste kop 58 terug te trekken uit de lamp, door de lamp te grijpen met een automatisch werkzame losinrichting 175 en vervolgens door de losse kop uit de lamp terug te 30 trekken. De lege bank kan vervolgens doorlopen naar de 12 uur stand weergegeven in fig. 2 voor het opnemen van een andere kwartsbuis en om een andere cyclus te beginnen.
8001468
Claims (18)
1. Werkwijze ter vervaardiging van een lamp, met het kenmerk, dat men uitgaat van een lamplichaam, dat een hol bol- of ballonvormig middengedeelte bezit met buisvormige halsgedeelten, die in tegengestelde richtingen daarvan uitsteken, waarbij men een eerste electrode met de 5 punt naar achteren wijzende volledig inbrengt via het ene tot in het andere halsgedeelte, terwijl men een tweede electrode met de punt naar voren inbrengt in het ene halsgedeelte en vervolgens de electrode in haar respectieve halsgedeelten afdicht.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat men een 10 dosis verdampbaar materiaal inbrengt in het middengedeelte volgende op het inbrengen van de eerste electrode en voorafgaande aan het inbrengen van de tweede electrode.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het niet-reactieve droge gas gespoeld wordt door het lamplichaam tijdens de 15 inbrengfasen.
4. Werkwijze volgens conclusie 3 voor het maken van een lamp zonder dat men zijn toevlucht behoeft te nemen tot een afzuigbuis, waarbij het droge gas wordt toegelaten in het lichaam via het andere halsgedeelte en wordt uitgelaten via het eerste halsgedeelte.
5. Werkwijze voor de vervaardiging van een metaaldamplamp zonder dat men zijn toevlucht neemt tot een afzuigbuis, met het kenmerk, dat men uitgaand van een lamplichaam dat een hol bol- of ballonvormig middengedeelte bezit met buisvormige halsgedeelten, die in tegengestelde richtingen daarvan uitsteken , waarbij men het lichaam verhit, terwijl men 25 een inert droog gas laat vloeien in een stroomopwaarts halsgedeelte en uit het andere stroomafwaartse halsgedeelte, waarbij men het stromen van het gas doorzet terwijl men (a) een eerste electrode met de punt naar achteren volledig inbrengt via het stroomafwaartse halsgedeelte en het middengedeelte tot in het 30 stroomopwaartse halsgedeelte, (b) een dosis verdampbaar materiaal inbrengt door het stroomafwaartse halsgedeelte tot in het middengedeelte, (c) een tweede electrode inbrengt met de punt naar voren tot in het stroomafwaartse halsgedeelte, 35 en het stroomafwaartse halsgedeelte afsluit en daarbij de gasstroming beëindigt. 800 1 4 68 - 23 -
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de dosis ingebracht in het middengedeelte, zodra deze daarin vrijgegeven wordt, valt langs een pad, dat dwars staat op de stroming van het gas.
7. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat voor het 5 afkoelen van het middengedeelte men een inert droog gas toevoert bij sub-atmosferische druk aan het lichaam en de electroden door warmte afdicht in hun betreffende halsgedeelten.
8. Werkwijze ter vervaardiging van een metaalhalogenidelamp zonder dat men zijn toevlucht zoekt bij een afzuigbuis, met het kenmerk, 10 dat men uitgaat van (i) een lamplichaam, dat een hol bol- of ballonvormig middengedeelte bezit met buisvormige halsgedeelten, die in tegengestelde richtingen daarvan uitsteken, en van (ii) eerste en tweede electrode-invoerdraadsamenstellen, die elk een punt bezitten ingericht om te worden verwijderd van de andere punt ter bepaling van 15 een boogspleet daartussen, waarbij men het lichaam verhit terwijl het wordt geroteerd om de as van de halsgedeelten en terwijl men een inert gas laat stromen in een stroomopwaarts halsgedeelte ^en uit het andere stroomafwaartse halsgedeelte, terwijl men de stroming van het gas laat voortduren terwijl men 20 (a) het eerste samenstel met de punt naar achteren inbrengt via het stroomafwaartse halsgedeelte tot in het stroomopwaartse halsgedeelte en het eerste samenstel zodanig plaatst dat de punt ervan uitsteekt over een vooraf bepaalde afstand tot in het middengedeelte, 25 (b) doses kwik en metaalhalogenide inbrengt door het stroomafwaartse halsgedeelte en ze stroomopwaarts transporteert tegen de gas-stroom in tot in het middengedeelte, (c) het tweede samenstel met de punt naar voren inbrengt in het stroomafwaartse halsgedeelte en het tweede samenstel met de 30 punt gelegen in het middengedeelte plaatst en men dit over een vooraf bepaalde afstand verwijdert van de punt van het eerste samenstel, vervolgens het stroomafwaartse halsgedeelte afsluit, waarbij men aan de stroming een einde maakt, men een inert droog gas toevoert bij sub-35 atmosferische druk aan het lichaam, het middengedeelte afkoelt, en de invoerdraadgedeelten van de samenstellen door warmte afdicht in hun 80 0 1 4 68 - 24 - betreffende halsgedeelten.
9. Werkwijze ter vervaardiging van een metaalhalogenidelamp zonder dat men zijn toevlucht neemt tot een afzuigbuis, waarbij men uitgaat van een paar van elkaar verwijderde, in axiale richting 5 uitgerichte roteerbare, horizontale klauwplaten, die elk ingericht zijn om op selectieve wijze een buis van gesmolten siliciumoxyde (kwarts) te grijpen of los te laten, waarbij één der klauwplaten ingericht is om ten opzichte van de andere naar voren en naar achteren te bewegen, waarbij één der klauwplaten zich binnenboord bevindt en een binnenboords 10 einde bezit, dat op selectieve wijze in verbinding staat men een onder druk werkende bron van gas, terwijl de andere zich buitenboords bevindt, terwijl men een buis van gesmolten siliciumoxyde (kwarts) inbrengt via het buitenboordse einde van de buitenboordse klauwplaat teneinde deze te plaatsen tussen de klauwplaten, waarbij de einden van de buis worden 15 gegrepen door beide klauwplaten, de buis verhit wordt terwijl zij geroteerd wordt en terwijl de ene klauwplaat naar de andere bewogen wordt teneinde het materiaal in het middengedeelte van de buis te verzamelen (bij elkaar te brengen), terwijl een gietvorm geplaatst wordt langs het bij het middengedeelte verzamelde materiaal, waarbij een 20 sluiting ingebracht wordt in de buitenboordse klauwplaat om het stroomafwaartse einde van de buis tijdelijk af te dichten tegen de omringende atmosfeer, waarbij men gas onder druk inbrengt in het stroomopwaartse einde van de buis via de binnenboordse klauwplaat, terwijl de buis wordt geroteerd en verhit, waardoor het materiaal in het middengedeelte van de 25 buis opgeblazen wordt in de gietvorm en de buis gevormd wordt tot een lamplichaara met een ballonvormig middengedeelte met in tegengestelde richtingen daarvan uitstekende halsgedeelten, met het kenmerk, dat men de sluiting en de gietvorm verwijdert, het lamplichaam terwijl dit roteert, verhit en het gas daardoorheen laat vloeien vanuit de bron 30 teneinde het lichaam vrij van smetten te maken, waarbij de stroming van het gas voortgezet wordt, terwijl men (a) een eerste electrodeinvoerdraadsamenstel inbrengt met de punt naar achteren wijzend door het stroomafwaartse halsgedeelte tot in het stroomopwaartse halsgedeelte en het eerste samenstel 35 zodanig plaatst dat de punt over een vooraf bepaalde afstand 800 1 4 68 - 25 - uitsteekt in het middengedeelte, (b) doses kwik en metaalhalogenide inbrengt door het stroomafwaartse halsgedeelte tot in het middengedeelte, (c) een tweede electrodeinvoerdraadsamenstel inbrengt met de punt 5 naar voren in het stroomafwaartse halsgedeelte en het tweede samenstel zodanig plaatst dat de punt ervan gelegen is in het middengedeelte en over een vooraf bepaalde afstand verwijderd is van de punt van het eerste samenstel, en (d) het stroomafwaartse halsgedeelte afsluit, 10 vervolgens het middengedeelte afkoelt, inert droog gas toevoert onder sub-atmosferische druk aan het lichaam en de invoerdraadgedeelten van de samenstellen door warmte afdicht in haar betreffende halsgedeelten.
10. Werkwijze ter vervaardiging van een lamp met hoge inwendige zuiverheid, met het kenmerk, dat men het middengedeelte van een buis van 15 glasachtig materiaal verhit tot het verwekingstraject en het doorspoelt met een niet-reactief droog gas, terwijl de buis omgewenteld wordt in een glasbank, tijdens welke verhitting en doorspoeling vocht en andere verontreinigingen uit het glasachtige materiaal verwijderd wordt over een hoger temperatuurbereik dan men tegenkomt tijdens de levensduur van de 20 voltooide lamp, men een lamplichaam maakt uit de buis door het middengedeelte, terwijl dit zich in het verwekingstraject bevindt, te vormen tot een holle ballon met buisvormig halsgedeelte, die in tegengestelde richtingen daarvan uitsteken, 25 men de lampdelen inbrengt in het lamplichaam terwijl men doorgaat met het spoelen van de lamp, men vervolgens de onderdelen afdicht in het lamplichaam.
11. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de lamponderdelen worden ingebracht in het lamplichaam via het stroomaf- 30 waartse halsgedeelte. v
12. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de ballon gevormd wordt door glasachtig materiaal in het middengedeelte te verzamelen of in te drukken tijdens het doorspoelen, waarbij men de buis met dat gas tijdelijk onder druk brengt teneinde het verzamelde 35 materiaal te expanderen en vervolgens het doorspoelen weer te hervatten. 800 1 4 68 - 26 -
13. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat bij het inbrengen van de lamponderdelen men een eerste electrode met de punt naar achteren volledig inbrengt door het stroomafwaartse tot in het stroom-opwaartse halsgedeelte, en een tweede electrode met de punt naar voren 5 in het stroomafwaartse halsgedeelte inbrengt.
14. Werkwijze ter vervaardiging van een ontladingslamp met nauwkeurige bepaling van de electrodespleet binnen een ballon,met het kenmerk, dat een buis van glasachtig materiaal ingeklemd wordt in een glasbank, en terwijl de buis aldus ingeklemd is men een lamplichaam uit 10 de buis maakt door een hol ballonvormig middengedeelte daarin te vormen met buisvormige halsgedeelten die in tegengestelde richtingen daarvan uitsteken, welk ballonvormig middengedeelte een precieze ligging krijgt ten opzichte van de bank, waarbij men een electrode inbrengt in elk halsgedeelte, terwijl de punten van de electrode een precieze ligging 15 verkrijgen ten opzichte van de bank, waardoor de lengte van de electrodespleet en de ligging ervan binnen het ballonvormige middengedeelte precies bepaald worden, en men vervolgens de electroden in hun respectieve halsgedeelten afdicht.
15. Werkwijze volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat het 20 ballonvormige middengedeelte gevormd wordt door het glasachtige materiaal in het middengedeelte van de buis te verhitten tot in het verwekings-traject en het te doen uitzetten in een gietvorm, die een nauwkeurige ligging heeft ten opzichte van de bank.
16. Werkwijze volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat niet- 25 reactief droog gas gespoeld wordt door het lamplichaam tijdens de inbreng-fasen en dat de electroden stroomopwaarts worden bewogen door het gas, waarbij de ene electrode met de punt naar achteren wijzend volledig ingebracht wordt door het ene tot in het andere halsgedeelte.
17. Werkwijze ter vervaardiging van een ontladingslamp met 30 nauwkeurige bepaling van de electrodespleet binnen een ballon tezamen met een hoge inwendige zuiverheid, met het kenmerk, dat een glasachtige buis ingeklemd wordt in een glasbank en met de buis aldus ingeklerad men het middengedeelte van de buis verhit tot in het verwekingstraject van het materiaal en het doorspoelt met een niet-reactief droog gas terwijl de 35 buis rondgewenteld wordt, waarbij ten gevolge van het doorspoelen vocht 80 0 1 468 - 27 - en andere verontreinigingen uit het glasachtige materiaal verwijderd wordt bij een hogere temperatuur dan men zal tegenkomen tijdens de levensduur van de voltooide lamp, dat men een lamplichaam uit de buis maakt door een hol 5 ballonvormig middengedeelte daarin te vormen met buisvormige hals-gedeelten die in tegengestelde richtingen daarvan uitsteken, welk ballonvormig middengedeelte een nauwkeurige ligging verkrijgt ten opzichte van de bank, dat men een eerste electrode met de punt naar achteren wijzende 10 volledig inbrengt via het stroomafwaartse halsgedeelte tot in het stroomopwaartse halsgedeelte en een tweede electrode met de punt naar voren inbrengt in het stroomafwaartse halsgedeelte terwijl men doorgaat met het doorspoelen, waarbij de punten van de electroden een nauwkeurige ligging verkrijgen ten opzichte van de bank, waardoor de lengte van de 15 electrodespleet en de ligging ervan binnen het ballonvormige middengedeelte nauwkeurig bepaald worden, en vervolgens de electroden afdicht in haar betreffende halsgedeelten.
18. Werkwijze volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het 20 ballonvormige middengedeelte gevormd wordt door het glasachtige materiaal in het middengedeelte van de buis te verhitten tot in het verwekingstraject, het materiaal te verzamelen (bijeen te brengen) en het vervolgens te expanderen in een gietvorm, die een nauwkeurige ligging verkrijgt ten opzichte van de bank. 25 8001468
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US1964779A | 1979-03-12 | 1979-03-12 | |
| US1964779 | 1979-03-12 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8001468A true NL8001468A (nl) | 1980-09-16 |
| NL189483B NL189483B (nl) | 1992-11-16 |
| NL189483C NL189483C (nl) | 1993-04-16 |
Family
ID=21794296
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8001468,A NL189483C (nl) | 1979-03-12 | 1980-03-12 | Werkwijze voor het vervaardigen van een metaaldamplamp zonder gebruikmaking van een afzuigbuis. |
Country Status (13)
| Country | Link |
|---|---|
| JP (3) | JPS55126943A (nl) |
| AU (1) | AU540402B2 (nl) |
| BE (1) | BE882178A (nl) |
| BR (1) | BR8001451A (nl) |
| DE (2) | DE3050721C2 (nl) |
| ES (2) | ES8104638A1 (nl) |
| FR (3) | FR2451627A1 (nl) |
| GB (3) | GB2045519B (nl) |
| HU (1) | HU184247B (nl) |
| IT (1) | IT1150085B (nl) |
| MX (1) | MX148733A (nl) |
| NL (1) | NL189483C (nl) |
| SE (1) | SE455032B (nl) |
Families Citing this family (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA1222275A (en) * | 1983-03-10 | 1987-05-26 | Gte Products Corporation | Unsaturated vapor high pressure sodium lamp fabrication process and structure |
| JPS61146279A (ja) * | 1984-12-20 | 1986-07-03 | 株式会社 富士技研 | パチンコ玉補給装置 |
| DE3616126A1 (de) * | 1986-05-14 | 1987-11-19 | Patent Treuhand Ges Fuer Elektrische Gluehlampen Mbh | Verfahren zum maschinellen einschmelzen einer hochdruckentladungslampe sowie vorrichtung zur durchfuehrung des verfahrens |
| US5213536A (en) * | 1991-01-02 | 1993-05-25 | Gte Products Corporation | Filamented lamp manufacture method |
| KR930008618B1 (ko) * | 1991-06-14 | 1993-09-10 | 삼성전관 주식회사 | 램프 배기장치 |
| EP0944109B2 (en) † | 1998-03-16 | 2008-02-13 | Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. | Discharge lamp and method of producing the same |
| JP3642993B2 (ja) * | 1999-10-28 | 2005-04-27 | 株式会社小糸製作所 | アークチューブの製造方法 |
| JP6233017B2 (ja) * | 2013-12-27 | 2017-11-22 | 株式会社ニコン | フッ化カルシウム光学部材、フッ化カルシウム部材の製造方法、及びフッ化カルシウム単結晶の加工方法 |
| CN106517754B (zh) * | 2016-11-01 | 2023-07-21 | 桂林电子科技大学 | 一种led灯玻璃外壳自动塑形机 |
| JP7008586B2 (ja) * | 2018-06-18 | 2022-01-25 | Ckd株式会社 | 封着製品の製造装置及び封着製品の製造方法 |
| DE102020131073A1 (de) | 2020-11-24 | 2022-05-25 | Endress+Hauser Conducta Gmbh+Co. Kg | Rotationsgreifer für Glasrohre |
Family Cites Families (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2235515A (en) * | 1938-07-15 | 1941-03-18 | Westinghouse Electric & Mfg Co | Manufacture of miniature lamps |
| US3305289A (en) * | 1963-05-09 | 1967-02-21 | Gen Electric | Electric lamp manufacture |
| US3263852A (en) * | 1963-05-09 | 1966-08-02 | Gen Electric | Method of glass bulb manufacture and glass bulb |
| US3685880A (en) * | 1970-07-06 | 1972-08-22 | Gen Electric | Manufacture of lamps of the compact arc discharge type |
| GB1354601A (en) * | 1971-04-14 | 1974-05-30 | Thorn Electrical Ind Ltd | Lamps |
| US4161672A (en) * | 1977-07-05 | 1979-07-17 | General Electric Company | High pressure metal vapor discharge lamps of improved efficacy |
| US4136298A (en) * | 1977-08-15 | 1979-01-23 | General Electric Company | Electrode-inlead for miniature discharge lamps |
| GB2043331B (en) | 1978-12-26 | 1982-11-17 | Gen Electric | Electrode for high pressure metal-vapour lamp |
-
1980
- 1980-02-13 DE DE3050721A patent/DE3050721C2/de not_active Expired
- 1980-02-13 DE DE3005338A patent/DE3005338C2/de not_active Expired
- 1980-02-22 GB GB8006051A patent/GB2045519B/en not_active Expired
- 1980-02-25 IT IT20148/80A patent/IT1150085B/it active
- 1980-03-10 SE SE8001863A patent/SE455032B/sv not_active IP Right Cessation
- 1980-03-10 BR BR8001451A patent/BR8001451A/pt not_active IP Right Cessation
- 1980-03-11 ES ES489434A patent/ES8104638A1/es not_active Expired
- 1980-03-11 BE BE0/199753A patent/BE882178A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-03-11 AU AU56340/80A patent/AU540402B2/en not_active Ceased
- 1980-03-11 FR FR8005402A patent/FR2451627A1/fr active Granted
- 1980-03-11 HU HU80571A patent/HU184247B/hu not_active IP Right Cessation
- 1980-03-12 NL NLAANVRAGE8001468,A patent/NL189483C/nl not_active IP Right Cessation
- 1980-03-12 JP JP3046480A patent/JPS55126943A/ja active Granted
- 1980-03-12 MX MX181527A patent/MX148733A/es unknown
- 1980-08-01 FR FR8017031A patent/FR2455794A1/fr active Granted
- 1980-08-01 FR FR8017032A patent/FR2455793A1/fr active Granted
- 1980-11-14 ES ES496884A patent/ES496884A0/es active Granted
-
1982
- 1982-05-31 JP JP57091520A patent/JPS581945A/ja active Pending
- 1982-05-31 JP JP57091521A patent/JPS581946A/ja active Pending
- 1982-09-29 GB GB08227772A patent/GB2118359B/en not_active Expired
- 1982-09-29 GB GB08227771A patent/GB2117559B/en not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL189483B (nl) | 1992-11-16 |
| FR2451627B1 (nl) | 1983-10-28 |
| ES489434A0 (es) | 1981-04-16 |
| GB2118359B (en) | 1984-04-11 |
| ES8202184A1 (es) | 1982-01-01 |
| BE882178A (fr) | 1980-09-11 |
| FR2451627A1 (fr) | 1980-10-10 |
| DE3005338C2 (de) | 1983-12-01 |
| IT1150085B (it) | 1986-12-10 |
| GB2045519B (en) | 1983-11-23 |
| GB2117559A (en) | 1983-10-12 |
| SE8001863L (sv) | 1980-09-13 |
| ES496884A0 (es) | 1982-01-01 |
| GB2045519A (en) | 1980-10-29 |
| IT8020148A0 (it) | 1980-02-25 |
| FR2455793B1 (nl) | 1984-05-11 |
| GB2118359A (en) | 1983-10-26 |
| NL189483C (nl) | 1993-04-16 |
| GB2117559B (en) | 1984-04-11 |
| JPS581945A (ja) | 1983-01-07 |
| JPS581946A (ja) | 1983-01-07 |
| SE455032B (sv) | 1988-06-13 |
| MX148733A (es) | 1983-06-06 |
| HU184247B (en) | 1984-07-30 |
| ES8104638A1 (es) | 1981-04-16 |
| FR2455794A1 (fr) | 1980-11-28 |
| FR2455793A1 (fr) | 1980-11-28 |
| DE3005338A1 (de) | 1980-09-18 |
| FR2455794B1 (nl) | 1983-07-29 |
| BR8001451A (pt) | 1980-11-11 |
| DE3050721C2 (nl) | 1987-12-17 |
| JPS6342372B2 (nl) | 1988-08-23 |
| JPS55126943A (en) | 1980-10-01 |
| AU5634080A (en) | 1980-09-18 |
| AU540402B2 (en) | 1984-11-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4389201A (en) | Method of manufacturing a lamp | |
| NL8001468A (nl) | Werkwijze ter vervaardiging van een lamp. | |
| US4254356A (en) | Inlead and method of making a discharge lamp | |
| US4396857A (en) | Arc tube construction | |
| JP2009521071A (ja) | 無電極白熱バルブ | |
| CN116565288B (zh) | 一种电池成型封装装置 | |
| JP2002163980A (ja) | 放電ランプ用アークチューブおよびその製造方法 | |
| US2132538A (en) | Machine for sealing evacuated vessels | |
| CA1167513A (en) | Method of manufacturing a lamp | |
| US3374598A (en) | Seal and the method and apparatus for making same | |
| US3966288A (en) | Method for making high intensity discharge arc tube | |
| JP2706875B2 (ja) | 電球製造用の電球保持装置 | |
| US4371224A (en) | Single turret machine for fabricating high-intensity discharge arc tubes | |
| US2870938A (en) | Automatic cane loading for spud inserting machine | |
| US3107015A (en) | Article unloading apparatus | |
| JP4272458B2 (ja) | 発光管の失透除去方法、発光管の製造方法、及び放電ランプ | |
| JP3524567B2 (ja) | ガラス光学素子の成形方法および成形装置 | |
| US2848844A (en) | Apparatus for tipping-off incandescent lamps and similar devices | |
| JPH0765725A (ja) | 小型蛍光灯の製造方法 | |
| KR100621517B1 (ko) | 게터 커팅 머신 | |
| JP2001273853A (ja) | 放電バルブ用排気ヘッドおよび放電バルブへの水銀封入方法 | |
| JPH06295711A (ja) | 小形管球の製造方法 | |
| JPS60133653A (ja) | 管球の製造方法 | |
| KR20070060792A (ko) | 튜브 로딩 유닛 및 유리 튜브 로딩 방법 | |
| JPH0447937B2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |