NL8000531A - Telefoonbeantwoordingsinrichting. - Google Patents
Telefoonbeantwoordingsinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8000531A NL8000531A NL8000531A NL8000531A NL8000531A NL 8000531 A NL8000531 A NL 8000531A NL 8000531 A NL8000531 A NL 8000531A NL 8000531 A NL8000531 A NL 8000531A NL 8000531 A NL8000531 A NL 8000531A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- unit
- message
- answering device
- announcement
- telephone
- Prior art date
Links
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims description 28
- 230000007547 defect Effects 0.000 claims description 21
- 230000002950 deficient Effects 0.000 claims description 21
- 238000012360 testing method Methods 0.000 claims description 19
- 230000015654 memory Effects 0.000 claims description 11
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 6
- 230000007423 decrease Effects 0.000 claims description 5
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims description 3
- 230000000750 progressive effect Effects 0.000 claims description 3
- 230000000007 visual effect Effects 0.000 claims description 3
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 claims description 2
- 230000003111 delayed effect Effects 0.000 claims description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 2
- 230000002441 reversible effect Effects 0.000 claims description 2
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims 1
- 230000011664 signaling Effects 0.000 claims 1
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 10
- 230000006870 function Effects 0.000 description 5
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 5
- 238000012544 monitoring process Methods 0.000 description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 2
- 101150078083 TRI5 gene Proteins 0.000 description 1
- 238000011001 backwashing Methods 0.000 description 1
- 230000006399 behavior Effects 0.000 description 1
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000013461 design Methods 0.000 description 1
- 238000011161 development Methods 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 238000005516 engineering process Methods 0.000 description 1
- 230000007717 exclusion Effects 0.000 description 1
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 1
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 1
- 230000005693 optoelectronics Effects 0.000 description 1
- 230000000737 periodic effect Effects 0.000 description 1
- 230000000541 pulsatile effect Effects 0.000 description 1
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000012815 thermoplastic material Substances 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
- 230000001960 triggered effect Effects 0.000 description 1
- 230000001755 vocal effect Effects 0.000 description 1
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04M—TELEPHONIC COMMUNICATION
- H04M1/00—Substation equipment, e.g. for use by subscribers
- H04M1/64—Automatic arrangements for answering calls; Automatic arrangements for recording messages for absent subscribers; Arrangements for recording conversations
- H04M1/65—Recording arrangements for recording a message from the calling party
- H04M1/652—Means for playing back the recorded messages by remote control over a telephone line
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Signal Processing (AREA)
- Telephone Function (AREA)
- Indexing, Searching, Synchronizing, And The Amount Of Synchronization Travel Of Record Carriers (AREA)
- Telephonic Communication Services (AREA)
- Telephone Set Structure (AREA)
- Selective Calling Equipment (AREA)
Description
-1- w
Telefoonbeantwoordingsinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een telefoonbeantwoordings-inrichting.
Zoals bekend is een telefoonbeantwoordingsinrichting een inrichting die toegevoegd aan een telefoonlijn en bij afwezigheid van de 5 gebruiker binnenkomende oproepen kan registreren voor een achtereenvolgens weergegeven van de binnengekomen oproepen door de gebruiker.
Deze beantwoordingsinrichtingen kunnen in beginsel in twee typen worden geclassificeerd, afhankelijk van de tijd toegewezen aan de berichten van de oproepende partijen, dat wil zeggen telefoonbe-10 antwoordingsinrichtingen met een vaste tijd en telefoonbeantwoor-dingsinrichtingen met een onbegrensde tijd.
Een beantwoordingsinrichting van zowel het type met vaste tijd als het type met onbegrensde tijd, biedt in het algemeen de mogelijkheid van registratie van een aankondiging, dat wil zeggen een infor- /de 15 matie die moet worden overgebracht naar de oproepen/ partij en die in werkelijkheid wordt uitgezonden na de kiesbewerking door de oproepende partij van het telefoonnummer waarbij de beantwoordingsinrichting behoort. Meer in het bijzonder omvat bij de beantwoordingsinrichting met vaste tijd de aankondiging in het algemeen behalve 20 diverse informatie ook een tijdindicatie van de afgifte door de oproepende partij voor de registratie van het bericht en een indicatie dat het bericht werkelijk is geregistreerd.
Bij beantwoordingsinrichtingen van het type met onbegrensde tijd die zoals duidelijk is afhangt van de registratiecapaciteit van de 25 inrichting die ligt tussen tientallen minuten en enige uren, is in de aankondiging een tijdsindicatie van afgifte door de oproepende partij niet aanwezig en de inrichting stopt automatisch wanneer vooraf bepaalde telefonietoestanden optreden, zoals bijvoorbeeld een door de oproepende partij ingevoerde pauze die langer is dan een 30 vooraf bepaald aantal seconden, of bij detectie van tonen uit de centrale of polariteitsomkeringen of lijnovergangen.
De bekende beantwoordingsinrichtingen zijn niet volledig bevredigend, in het bijzonder als gevolg van het feit dat het funktione-ren en/of mogelijk foutief funktioneren daarvan niet rechtstreeks op 35 tijd door de gebruiker kan worden gecontroleerd. Bovendien zijn de bekende beantwoordingsinrichtingen niet werkelijk betrouwbaar, dat wil zeggen dat er een mogelijkheid van fouten aanwezig is.
Bij de ontwikkeling van de elektronische techniek en in het 8000531 -2- «« Λ bijzonder van de zogenaamde microprocessoren zijn de daarop gebaseerde inrichtingen en dus de beantwoordingsinrichtingen sterk verbeterd.
Bijvoorbeeld is in een Italiaanse octrooiaanvrage op naam van aanvraagster een beantwoordingsinrichting beschreven, die aan de ge-5 bruiker door middel van een elektronische weergeefinrichting een di-rekte indicatie van de werking en/of mogelijke foutieve werktoestan-den van de beantwoordingsinrichting zelf levert. Meer in het bijzonder is in de bovengenoemde Italiaanse octrooiaanvrage een beantwoordingsinrichting beschreven die volgens een aantal modes kan werken, 10 welke beantwoordingsinrichting een aantal druktoetsen omvat, waarbij een overeenkomstig aantal elektrische contacten behoort en voorts een weergeefeenheid omvat die bestaat uit zeven-segmentelementen en elementen, welke elementen afzonderlijk kunnen worden geactiveerd of gedeactiveerd voor het overeenkomstig oplichten of uitschakelen en 15 afschakelen door een besturingsschakeling die kan worden aangedreven door het genoemde aantal elektrische contacten van de druktoetsen om op een vooraf bepaalde wijze de zeven-segmentelementen aan- en uit te schakelen om visueel door vooraf bepaalde ingeschakelde en uitgeschakelde toestanden van de zeven-segmentelementen de werkmode van 20 de beantwoordingsinrichting en mogelijke defekten daarvan weer te geven. Aldus zijn door de beantwoordingsinrichting volgens de genoemde octrooiaanvrage vele problemen ten aanzien van betrouwbaarheid opgelost, aangezien dankzij de direkte visuele weergave::de gebruiker van de beantwoordingsinrichting de werkmode en/of mogelijke defekten 25 daarvan op tijd kan vaststellen.
Eveneens zijn beantwoordingsinrichtingen bekend, die door de gebruiker over een gewone telefoonlijn kunnen worden bestuurd of gecontroleerd om naar de verbruiker eventueel ontvangen berichten over te dragen.
30 Eén van deze op afstand bestuurbare beantwoordingsinrichtingen is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3»836.380 verleend op 29 mei 1973 aan Shadd et. al. De in dit octrooischrift geïllustreerde beantwoordingsinrichting is voorzien van een aantal code-schakelelementen die selectief kunnen worden bestuurd tussen posi-35 ties die reageren op akoestische of spraaksignalen en stilte-inter-vallen, teneinde aan de op afstand oproepende gebruiker de mogelijkheid te bieden een willekeurige codevolgorde van spraaksignalen voort te brengen om weergeefmiddelen te starten die bij de beantwoordingsinrichting zelf behoren. Er zijn relaisorganen aanwezig die ^ kO een onderscheid kunnen maken tussen effektieve of werkelijke co- 8000531 — ♦ ί -3- — A.
des en foutieve codes, teneinde de weergeefmiddelen vrij te geven of te blokkeren bij ontvangst van correcte of foutieve codesignalen gedurende intervallen van de ontvangen code die worden bepaald door nokorganen die bij de beantwoordingsinrichting behoren. Meer in het 5 bijzonder moet bij de beantwoordingsinrichting volgens het Amerikaanse octrooischrift de gebruiker het nummer van zijn beaiitwoor-dingsinrichting op de gewone wijze kiezen om op afstand de bestuurbare oproepbewerking te starten, maar in dit geval moet de gebruiker nadat hij de eerste door de beantwoordingsinrichting uitgezonden 10 toon of pieptoon heeft gehoord, onmiddellijk een vooraf bepaald codewoord uitspreken. Dit woord geeft de bij de beantwoordingsinrichting behorende schakelaars een vooraf bepaalde stand of voorinstelling om de code omlaag te tellen. Dit omlaag tellen van de code wordt aangegeven door tonen of pieptonen en/of woorden, In het bijzonder zal de 15 gebruiker vooraf bepaalde tonen horen. Teneinde de code voor het op afstand weergeven te voltooien moet de gebruiker bovendien weer het genoemde woord onmiddellijk na een pieptoon uitspreken, dat overeenkomt met een ingedrukte druktoets (de gebruiker moet stilblijven gedurende de tijdsperioden waarin ingedrukte druktoetsen niet aanwezig 20 zijn). Nadat de code volledig is kan de beantwoordingsinrichting volgens het bovengenoemde Amerikaanse octrooischrift een bericht registreren voor het weergeven. Onmiddellijk nadat een vooraf bepaald co-degebied of zone is gehoord, moet de oproepende partij of gebruiker in stilte een vooraf bepaalde nummervolgorde tellen, aan het einde 25 waarvan de gebruiker kan beginnen met spreken en een kort bericht zal op de berichtencassette worden geregistreerd voor de weergave.
Nadat de volledige code is verkregen zal de gebruiker alle geregistreerde berichten horen. Aan het einde van de berichten zal de be-antwoordingsinrichting vragen: "wilt u uitwissen;”; indien de gebrul-30 ker de berichten wenst te wissen en de beantwoordingsinrichting wenst te herstellen voor nieuwe berichten, moet hij opnieuw het genoemde woord uitspreken onmiddellijk na de aanvraag en/of de pieptoon. Indien het codewoord op een juiste wijze is gestart, wordt de wisbewerking uitgevoerd en de gebruiker zal "gewist" horen. Indien 35 daarentegen de gebruiker de codewoorden niet uitspreekt, of indien hij het genoemde woord niet op een juiste wijze zegt, zal hij horen "niet gewist" en op deze wijze zou hij weten dat op de berichtencassette de berichten nog aanwezig zijn. Het zal duidelijk zijn, dat deze wijze voor het op afstand besturen van de beantwoordingsinrich-JfO ting volgens het bovengenoemde Amerikaanse octrooischrift vrij inge- 8000531 — ·\ -4- wikkeld is, in het bijzonder is de herkenningscode vrij ingewikkeld en brengt verplichte passages met zich mee; in feite is de gebruiker verplicht met een bepaald woord te antwoorden en moet de gebruiker voor het horen van de berichten beslissen of hij wel dan niet 5 de teller wist. Met andere woorden zijn bij deze vocale woorden de tijden vast, hetgeen gepaard gaat met nadelen voor de gebruiker, zoals duidelijk zal zijn voor een deskundige.
Bovendien wordt volgens het bovengenoemde Amerikaanse octrooi-schrift voor de afstandsbesturing een ingewikkeld nokkenmechanisme 10 toegepast, dat behalve zijn nauwelijks betrouwbare werking belastend is voor de beantwoordingsinrichting.
De uitvinding heeft hoofdzakelijk ten doel te voorzien in een beantwoordingsinrichting die door een microprocessor wordt bestuurd, en die onder toepassing van een alfanumerieke weergeefinrichting voor 15 het weergeven van de werktoestanden en/of mogelijke defekten daarvan zoals bij de beantwoordingsinrichting volgens de bovengenoemde Italiaanse octrooiaanvrage, qua constructie en werking wezenlijk verschillend is als gevolg van de aanwezigheid van basiskenmerken die aan de uitvinding ten grondslag liggen en die in het bijzonder zijn 20 bestudeerd om te voldoen aan specifieke commerciële behoeften, waaronder in het bijzonder de mogelijkheid van een afstandsbesturing door de gebruiker van de beantwoordingsinrichting en een verbeterde doelmatigheid gepaard gaande met een verdere verlaging van de gebruikskosten.
25 Binnen deze doelstelling en gelet op de genoemde commerciële behoeften heeft de uitvinding ten doel te voorzien in een beantwoordingsinrichting bestuurd door een microprocessor, waarbij een direk-te conversatie met de gebruiker mogelijk is, die moet worden uitgevoerd door middel van een alfanumerieke weergeefinrichting die een 30 reeks informaties kan afgeven die betrekking heeft op zowel de werk-toestand en onregelmatige toestanden, welke beantwoordingsinrichting intussen door de gebruiker op afstand kan worden bestuurd door middel van een gewone telefoonlijn en flexihele codes die geen verplichte passages vereisen om de eventueel ontvangen berichten naar de ge-35 bruiker over te dragen.
De uitvinding heeft voorts ten doel te voorzien in een beantwoordingsinrichting met een alfanumerieke weergeefinrichting, die slechts de werkelijk ontvangen oproepen kan registreren en de band herstelt in het geval waarin de oproeper om een of andere reden niet ifO een bericht uitzendt.
8000531 * -5- t *
De uitvinding heeft ook ten doel te voorzien in een beantwoor-dingsinrichting die op elk tijdstip en voor elke bandsnelheid hetzij gedurende het versneld spoelen, versneld terugspoelen of normaal bedrijf een correcte informatie kan geven, die betrekking heeft op 5 de bandpositie met kleine toleranties.
De uitvinding heeft ook nog ten doel te voorzien in een beant-woordingsinrichting die zelfs in het geval van fouten of defekten aan de berichtencassette een verkorte bewerking over de telefoonlijn kan uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het uitzenden van een aankondiging 10 zonder verzoek aan de oproepende partij registraties achter te laten.
De uitvinding heeft voorts nog ten doel te voorzien in een be- de antwoordingsinrichting die registratie kan starten vanaf elk punt van de berichtencassette.
De uitvinding heeft verder nog ten doel te voorzien in een be-15 antwoordingsinrichting die aan het einde van de berichtencassette niet automatisch van de telefoonlijn wordt gescheiden, maar die met een afwijkende aankondiging kan antwoorden opdat de oproepende partij geen te registreren bericht achterlaat,
De uitvinding heeft voorts ten doel te voorzien in een beant-20 woordingsinrichting die in het geval van een defekt in het elektrische voedingsnetwerk niet van de telefoon wordt gescheiden, maar die opnieuw kan funktioneren wanneer de elektrische stroom is hersteld, zelfs indien met verminderde uitvoering, zodanig dat de ontvangen berichten worden bewaard en de mogelijkheid van afstandsbesturing 25 door de gebruiker wordt gehandhaafd. Volgens nog een andere doelstelling- van de uitvinding wordt voorzien in een beantwoordingsinrich-ting met de mogelijkheid van de beveiliging van de berichten tegen eventueel onbevoegd afluisteren door anderen.
De bovengenoemde en andere doelstellingen worden bij een tele-30 foonbeantwoordingsinrichting bereikt, die volgens een aantal modes kan werken en voorzien is van een stel druktoetsen, een aantal druk-toetsen die beweegbaar zijn tussen een rusttoestand en een werktoe-stand voor het kiezen van gewenste werkmodes uit het genoemde aantal werkmodes van de beantwoordingsinrichting, welk aantal druktoetsen 35 samenwerkt met een aantal elektrische contacten; een band-registra-tie-eenheid voor het respectievelijk registreren van aankondigingen en berichten; een motoreenheid voor de band-registratie-eenheid, welke motoreenheid van het omkeerbare type is en de Êegistratie-eenheid in elk van de twee bewegingsrichtingen kan aandrijven; en een weerzo geefeenheid die een visuele indicatie van de werkmodes en/of defek- 8000531 -6- Λ ten van de beantwoordingsinrichting kan leveren, welke beantwoor-dingsinrichting het kenmerk heeft, dat een microprocessoreenheid aanwezig is die verbonden is met de weergeefeenheid voor het zodanig besturen daarvan, dat de indicatie van de werkmodes en/of defekten van 5 de beantwoordingsinrichting worden geleverd, en dat in de werkmode van het ontvangen van berichten door de beantwoordingsinrichting de microprocessoreenheid een onderscheid kan maken -tussen effektieve tele foonoproepen en niet-effektieve telefoonoproepen zodanig, dat in het geval van niet-effektieve telefoonoproepen de motoreenheid van de 10 band-registratie-eenheid wordt bestuurd, waardoor de registratie-een-heid wordt teruggespoeld wezenlijk tot aan het punt dat overeenkomt met het begin van de ontvangst van de niet-effektieve oproep,
De uitvinding zal hierna nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: 15 fig. 1 in perspectief het uiterlijk van de telefoonbeantwoor- dingsinrichting volgens de uitvinding illustreert; fig. 2 tot en met 6 samengesteld zoals geïllustreerd in fig. 1a een schema van de telefoonbeantwoordingsinrichting volgens de uitvinding toont; 20 fig. 7 de opstelling van de druktoetsen van de inrichting vol gens de uitvinding voorstelt; en fig. 8 specifieke toestanden van de weergeefeenheid van de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding toont, wanneer bijzondere toestanden optreden.
25 Met verwijzing naar de bovengenoemde figuren en meer in het bij zonder naar fig. 1 zal de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding eerst worden beschreven met betrekking tot de algemene aspekten daarvan en daarna zal deze worden toegelicht aan de hand van de elektrische schakelingen daarvan zoals getoond in de figuren, 50 De beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding is een auto matische beantwoordingsinrichting die wordt bestuurd door een microprocessor waarbij de berichten van de oproepende partij met een variabele tijd worden geregistreerd.
De berichten worden geregistreerd op een bekende registratie-35 inrichting van het magnetische type, waarbij de zogenaamde compacte cassettes worden gebruikt en waarbij de berichten kunnen worden beluisterd via een ingebouwde luidspreker.
De beantwoordingsinrichting volgens fig. 1 kan na ontvangst va.n een telefoonoproep twee verschillende aankondigingen uitzenden. De 40 eerste nodigt de oproepende partij uit een bericht achter te laten 8000531 -7- “ *> of te registreren nadat een akoestisch signaal van korte duur is uitgezonden, terwijl de tweede de oproepende partij niet uitnodigt om berichten achter te laten, welke tweede wordt uitgezonden in het geval dat de beantwoordingsinrichting zich niet in de juiste registra-5 tietoestand bevindt, bijvoorbeeld als gevolg van het feit dat de be-richtencassette aan het einde van de band is of deze defekt is. De beantwoordingsinrichting kan bovendien slechts worden gebruikt als een eenvoudige beantwoordingsinrichting, dat wil zeggen dat slechts één aankondiging met de gewenste inhoud is geregistreerd en dat de 10 oproepende partij niet wordt uitgenodigd berichten te registreren.
In dit geval wordt aan het einde van de genoemde aankondiging de inrichting van de telefoonlijn afgekoppeld. De beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding heeft ook de mogelijkheid van afstandsbe-sturing door de gebruiker door middel van elke telefoon van het tele-15 foonnetwerk om eventueel ontvangen berichten naar de gebruiker weer uit te zenden en de band te wissen. Dit aspekt dat karakteristiek is voor de uitvinding zal hierna meer in detail worden beschreven.
Zoals in fig. 1 is getoond is de telefoonbeantwoordingsinrich-ting volgens de uitvinding voorts voorzien van een compleet telefoon-20 toestel dat daarin is ingebouwd en dat als een gewoon telefoontoestel kan worden gebruikt.
Zoals getoond is de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding in een compact meubelstuk of kast van bijvoorbeeld thermoplastisch materiaal ondergebracht, die alle componenten bevat. De onder-25 delen die bij het ingebouwde telefoontoestel behoren, dat wil zeggen de telemicrofoon, de kiesschijf (of druktoetssamenstelling), tele-foonschakeling en bel zijn aan de linkerzijde geplaatst. Aan de voorzijde is het besturingstoetsenbord geplaatst, dat in de geïllustreerde uitvoeringsvorm bestaat uit vijf druktoetsen aangeduid met de ver-30 wijzingsnummers 1, 2, 3i en 5? de magnetische bandcassette (van het eindloze type) voor registratie van de aankondiging; de berich-tencassette voor registratie van de boodschappen van de oproepende partij (van het zogenaamde compacte cassettetype) met de besturings-knoppen voor de bijbehorende besturingshandelingen (niet getoond).
35 Zoals getoond is is aan het bovengedeelte van de kast een uit twee cijfers bestaande opto-elektronische weergeefeenheid aangebracht (van het zeven-segmenttype), die alfanumerieke indicaties over de werking van de beantwoordingsinrichting kan leveren. In het achtergedeelte is de elektrische aansluitvoet (niet getoond) aangebracht, ‘ 40 waar de draden van een wandtransformator (niet getoond) van klei- 8000531 -8- ne afmeting aankomen met de aanwezige telefoonkabel voor de verbinding met de telefoonlijn. Aan de rechterzijde is een schuifknop (niet getoond) aanwezig voor het regelen van het volume van de ingebouwde luidspreker. In het onderste gedeelte van de kast zijn hoewel zij 5 niet in de tekening zijn getoond, de volgende componenten aanwezig: - de knop voor het instellen van de geluidsintensiteit van de bel van de ingebouwde telefoon; - een schakelelement met twee posities voor het kiezen van de vertragingstijd voor het automatische antwoord op de telefoonoproe- 10 pen; - een rij van vijf schakelaars die worden gebruikt voor het programmeren van de codering of code voor afstandsbesturing, zoals uit de volgende beschrijving aan de hand van de schakeling duidelijk zal worden.
15 In de inwendige ruimte van de kast is een enkele plaat met ge drukte bedrading aanwezig, die alle componenten (geïntegreerde schakelingen, transistoren, diodes, condensatoren, weerstanden enz.) bevat, die het geluidgedeelte van de inrichting en de tussenschakeling voor de microprocessor vormt, welke microprocessor het besturings-20 stelsel volgens de uitvinding vormt.
Aan de hand van fig. 1 zal eerst een beschrijving worden gegeven over de werking van de telefoonbeantwoordingsinrichting en in het bijzonder met betrekking tot de druktoetsen daarvan. Opgemerkt wordt, dat de werking hierna meer in detail in het bijzonder aan de 25 hand van de schakeling zal worden beschreven.
Door het indrukken van de druktoets 1 komt de beantwoordingsin-richting in een toestand waarin deze als een gewone telefoon kan werken.
Door het opnemen van de telemicrofoon wordt de telefoon aange-30 schakeld en indien de toon uit de centrale een kiestoon (telefoon-vrij) is, kan de kiesschijf (of toetsenbord) worden gebruikt voor het uitvoeren van een telefoonoproep. Aan het einde van het telefoongesprek wordt de telefoonlijn afgeschakeld, doordat de telemicrofoon weer in het huis daarvan wordt geplaatst. Opgemerkt wordt, dat bij 35 ingedrukte druktoets 1 de beantwoordingsinrichting niet automatisch antwoordt op oproepen, waarbij het nodig is om de telefoonmicrofoon op te nemen en te antwoorden.
Door het indrukken van de druktoets 3 of druktoets voor registratie van een aankondiging, komt de beantwoordingsinrichting in een ~ kO toestand waarin deze de aankondiging registreert, die in de automa- 8000531 s ί -9- tische beantwoordingsmode moet worden overgedragen. In dit geval zal de alfanumerieke weergeefeenheid een vooraf bepaald paar letters weergeven, bijvoorbeeld AU (aankondiging gereed).
Door het indrukken van de druktoets 2 of start-druktoets wordt 5 de magneetband van de aankondigingscassette aangedreven en door het ingedrukt houden van de druktoets 2 voor het handhaven van de verbinding met de telemicrofoon gebruikt voor de registratie, is het raogelijk om de gewenste aankondiging te registreren. Aan het einde van het eerste gedeelte van de aankondiging, waarmee de oproepende 10 partij wordt uitgenodigd een bericht te registreren, is het nodig de druktoets 2 of start-druktoets kortstondig in te drukken en onmiddellijk weer in te drukken. Op deze wijze wordt de toon (pieptoon) geregistreerd, die de oproepende partij verwittigt dat hij zou kunnen beginnen te spreken. Wanneer de weergeefeenheid weer oplicht (bij-15 voorbeeld na 0,7 seconden) moet het tweede gedeelte van de aankondiging worden geregistreerd, welk tweede gedeelte moet worden overgedragen in het geval van een onmogelijke registratie van berichten van de oproepende partij.
Gedurende de registratie van de aankondiging geeft de weergeef-20 eenheid de verlopen seconden. Opgemerkt wordt, dat het mogelijk is aankondigingscassettes met verschillende duur te gebruiken. Indien het gewenst is de beantwoordingsinrichting als een eenvoudige telefoon te gebruiken, is het voldoende slechts één aankondiging te registreren, dat wil zeggen zonder een uitnodiging berichten achter te 25 laten of te registreren.
Door het indrukken van de druktoets ^ of druktoets voor automatische beantwoording reproduceert de beantwoordingsinrichting de geregistreerde aankondiging zoals hierboven is geïllustreerd. In dit stadium zal de weergeefinrichting AC (aankondigingstest) weergeven.
30 Aan het einde van deze test waarmee kan worden vastgesteld of de aankondiging die de beantwoordingsinrichting naar de oproepende abonnee uitzendt, de gewensteis en of het berichtenmechanisme in de juiste toestand is gebracht of vooraf is ingesteld, zal de weergeefeenheid OK weergeven, hetgeen betekent dat de beantwoordingsinrichting ge-35 reed is voor het beantwoorden van de binnenkomende telefoonoproepen.
Wanneer een telefoonoproep binnenkomt, wordt de beantwoordingsinrichting afhankelijk van het feit of deze geprogrammeerd is voor het beantwoorden hetzij na het eerste of het vierde oproepsignaal, op de telefoonlijn aangeschakeld en de weergeefinrichting zal beginzo nen intermitterend of pulsvormig op te lichten. De magnetische band 8000531 -10- met de aankondiging zal beginnen te bewegen en over de telefoonlijn zal het eerste gedeelte van de aankondiging worden overgedragen. Na overdracht van een geschikte toon (pieptoon) kan de oproepende partij een bericht uitspreken of achterlaten, dat in de aanwezige be-5 richtencassette wordt geregistreerd. De registratie wordt voortgezet, zolang een geschikte op spraak reagerende schakeling herkent dat de oproepende partij spreekt. Door een pauze van langer dan 7 seconden of een registratie van langer dan 3 minuten wordt de registratie onderbroken en de weergeefeenheid telt de oproep, de beantwoordings-10 inrichting zendt via de telefoonlijn het tweede gedeelte van de aankondiging en daarna aan het einde van dit laatstgenoemde zendt de beantwoordingsinrichting de afstandsoproepcode en schakelt tenslotte de telefoonlijn af.
Indien de oproepende partij geen bericht registreert en nadat 15 een vooraf bepaalde tijdsperiode is verlopen, bijvoorbeeld 7 seconden vanaf het akoestische signaal (pieptoon), zendt volgens de uitvinding de beantwoordingsinrichting het tweede deel van de aankondiging uit en daarna de afstandsoproepcode en tenslotte wordt de lijn afgeschakeld en automatisch de band van de berichtencassette teruggespoeld 20 over een lengte die overeenkomt met de verlopen 7 seconden, waardoor de band weer gereed staat. Op deze wijze worden geen schadelijke re-gistratiestukken gevormd, die behalve bandverspilling zeer onaangenaam voor de gebruiker zijn tijdens de fase van het afspelen van het bericht. In dit geval voert de weergeefeenheid geen stap omhoog uit 25 en de beantwoordingsinrichting is gereed voor de beantwoording van de volgende telefoonoproep.
Wanneer een nieuwe telefoonoproep binnenkomt start de weergeef-inrichting met het onderbroken oplichten en de beantwoordingsinrichting antwoordt zoals hierboven is beschreven, maar in plaats van de 30 overdracht van het eerste deel van de aankondiging, zendt deze de tweede uit, aangezien omdat het berichtenmechanisme niet automatisch de berichten kan registreren, de berichtencassette vooraf is ingesteld voor het uitzenden van het tweede deel van de aankondiging, waarbij de oproepende partij niet wordt uitgenodigd een bericht te 35 registreren. In dit geval zal de weergeefeenheid CF (cassette de-fekt) weergeven. Aan het einde van de band met de aankondiging zal de beantwoordingsinrichting de afstandsoproepcode uitzenden en zal de telefoonlijn afschakelen die onmiddellijk gereed voor beantwoording van de volgende telefoonoproep is. hO Indien de aankondiging van het type is waarbij de oproepende 8000531 r · v -11- abonnee niet wordt uitgenodigd een bericht te registreren (aankondiging zonder pieptoon), zal bij binnenkomst van een oproep de beant-woordingsinrichting antwoorden met het emitteren of uitzenden van de aankondiging en aan het einde daarvan zal de telefoonlijn worden af-5 geschakeld. Gedurende de tijdsperiode waarin de telefoonlijn is aangeschakeld, zal de weergeefinrichting onderbroken oplichten.
Zoals vermeld kan volgens de uitvinding de betreffende beant-woordingsinrichting op afstand worden bestuurd door een spraakcode, welke op eenvoudige wijze kan worden gebruikt, terwijl de werking be-10 trouwbaar is.
Zoals vermeld bevindt zich in het onderste deel van de kast een meervoudige rechthoekvormige schakelaar die in deze uitvoeringsvorm vijf kleine schakelaars omvat. Deze laatstgenoemden dienen voor het vooraf instellen van de persoonlijke code, die uit 31 combinaties 15 kan worden gekozen. De tweeëndertigste combinatie (dat wil zeggen dat alle schakelaars zich in de uit-toestand bevinden) betekent een uitsluiting van de afstandsoproep. Met elke schakelaar in de aan-toe-stand correspondeert een beantwoordingswoord van de oproepende partij , terwijl met alle schakelaars in de uit-toestand een stilte cor-20 respondeert. In normaal bedrijf volgen de tonen voor de afstandsoproep onmiddellijk op het einde van het tweede deel van de aankondiging en worden uitgezonden in de volgorde 1,2, 3i 4·» 5 en 6.
Opgemerkt wordt, dat de tijdsduur tussen een toon en de volgende toon niet vast is en wordt verkort wanneer de code-ontvanger het 25 antwoord van de oproepende partij detecteert. Dit is zeer doelmatig bij direkte keuze, aangezien dit de kosten verlaagt. Aan het einde van de reeks tonen begint indien de ontvangen code correspondeert met de vooraf ingestelde code, de inrichting de band terug te spoelen waarmee de transmissie van getempeerde tonen voor de gehele te-30 rugspoeltijd gepaard gaat. Aan het einde begint de inrichting de ontvangen berichten af te spelen en stopt slechts wanneer deze het einde van het laatste bericht heeft bereikt. Op dit moment wordt een langgerekte toon overgedragen, die aangeeft dat het afspelen is beëindigd en de oproepende partij kan kiezen tussen twee mogelijkheden, 35 dat wil zeggen de dingen te laten zoals ze zijn, in welk geval de inrichting de volgende berichten zal toevoegen aan de reeds ontvangen berichten, of de juist gehoorde berichten te wissen, waardoor de volgende berichten de oude berichten zullen vervangen (opgemerkt wordt, dat elk van de twee mogelijkheden voordelen en nadelen hebben. In het 40 eerste geval wordt de mogelijkheid geboden van een cassette met vele 8000531 -12- berichten, echter loopt men het gevaar, dat de inrichting zichzelf uitsluit bij het bereiken van de maximale grens van 32 oproepen of bij het bereiken van het einde van de berichtencassette. In het tweede geval bestaat dit risico niet, maar indien onder de ontvangen be-5 richten een bericht aanwezig is dat moet worden bewaard, zal een wissen een verlies van alle berichten tot stand brengen, In deze gevallen kan slechts de geïnteresseerde persoon beslissen welk van de twee mogelijkheden de beste is).
Voorts wordt de aandacht erop gevestigd, dat de beantwoordings-10 inrichting de tonen voor de afstandsoproep slechts uitzendt in die gevallen waarin het mogelijk en doelmatig is, terwijl de beantwoor-dingsinrichting geen tonen uitzendt bijvoorbeeld in het geval waarin het berichtenmechanisme niet op juiste wijze is ingesteld of in het geval dat de berichten niet zijn ontvangen.
13 Hierna zal het afspelen van de berichten worden beschreven.
Door het indrukken van de druktoets 5 of afspeeldruktoets wordt een automatische terugspoelbewerking van de berichtenband uitgevoerd en men kan waarnemen, dat het berichtennummer snel afneemt tot 1, hetgeen het als eerste ontvangen bericht aangeeft, waarbij onmiddel-20 lijk het afspelen van de ontvangen berichten begint. Bij elke registratie kan het bijbehorende nummer worden afgelezen en de afspeelbe-werking wordt voortgezet zolang de inrichting alle berichten heeft gereproduceerd. De beantwoordingsinrichting stopt automatisch. Het is duidelijk dat het eveneens mogelijk zou zijn gedurende de afspeel-25 bewerking de mechanische besturingsknoppen te gebruiken om de band snel vooruit of terug te spoelen. Het stelsel waarmee het mogelijk is aan elk bericht het progressieve nummer daarvan toe te voegen, stopt, totdat de berichtencassette in de ruimte daarvan is gebracht en in het geval dat de cassette wordt verwijderd, zal zoals duidelijk 30 is elk verband met de bestaande registraties worden geëlimineerd en door het weer inbrengen van een berichtencassette zal op de weer-geefeenheid CP (afspelen cassette) verschijnen en het berichtenmechanisme zal op normale wijze de op de band geregistreerde informatie of berichten afspelen of reproduceren, 35 Zoals hierna in het bijzonder zal worden toegelicht is de beant woordingsinrichting volgens de uitvinding voorts voorzien van diverse beveiligingsinrichtingen, die het goed funktioneren van elk kritisch onderdeel daarvan bewaken. Op elk moment en voor elk defekt kan het veiligheidsstelsel beslissingen nemen, die geschikt zijn kO voor het tot een minimum beperken van de mogelijke beschadigingen.
8000531 -13-
In het bijzonder is de telefoonlijn beveiligd, die wordt geopend door het veiligheidsstelsel of -inrichtingen onmiddellijk na het optreden van een defekt.
In het bijzonder zijn er twee hoofdbesturings- of bewakingsin-5 richtingen, waarvan één het aankondigingsmechanisme en de cassette daarvan bestuurt en waarvan de andere het berichtenmechanisme bestuurt.
Ten aanzien van de aankondigingsmechanismen controleert een vei-ligheidstijdorgaan voortdurend of de tijd die nodig is voor het uit-10 voeren van een werkcyclus steeds gelijk is met een maximale drift of verschuiving van 3 seconden. In het geval dat iets niet op juiste wijze werkt, wordt na de genoemde tijd de motor gestopt, de telefoonlijn geopend en de weergeefeenheid zal AF (aankondigingsdefekt) weergeven, terwijl de beantwoordingsinrichting niet op een oproep zal 15 antwoorden. Ten aanzien van het berichtenmechanisme controleert het veiligheidsstelsel of -inrichtingen zowel de goede werking van de be-richtencassette of -mechanisme en de juiste positie van de bestu-ringsknoppen. In het geval van een defekt stopt de aandrijfmotor onmiddellijk en de weergeefeenheid zal CF (cassettefout) weergeven. In 20 het geval van een fout in de weergeefeenheid zal daarentegen CE
(cassettefout) worden weergegeven en in beide gevallen zal de beantwoordingsinrichting met het tweede deel van de aankondiging op oproepen antwoorden.
Aan de hand van de schakeling van de beantwoordingsinrichting 25 volgens de uitvinding, zoals geïllustreerd in de fig. 2 tot en met 6 en gerangschikt zoals getoond in fig. 1a, zal de werking van de beantwoordingsinrichting hierna in het bijzonder worden beschreven op basis van de reeds gegeven beschrijving en onder toepassing van in het bijzonder de verwijzingstekens van de genoemde fig, 2 tot en met 30 6.
De werking zal worden beschreven met verwijzing naar de volgende stappen: aankondigingsregistratie; in bedrijfstelling; 35 aankondigingstest; oproep wachttoestand; telefoonoproep; transmissie van eenvoudige aankondiging; transmissie van de aankondiging met een pieptoon; transmissie van het tweede gedeelte van de aankondiging; 4θ transmissie van de tonen voor de afstandsoproep; 8000531 -14- op afstand afspelen van berichten; veiligheidsstelsel of -inrichtingen; conventioneel afspelen van berichten.
Bovendien zul/aan de hand van fig. o bepaalde toestanden van de 5 alfanumerieke weergeefeenheid worden toegelicht, die is toegevoegd aan de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding, enwel voor de volgende gevallen; vervanging van de berichtencassette; aankondiging dat de cassette defekt is; 10 aankondiging dat de cassette niet aanwezig is; aankondigingstest; foutieve voorinstelling van het berichtenmechanisme en berichtencassette niet aanwezig; en defekte berichtencassette.
15 Opgemerkt wordt, dat de kern van de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding bestaat uit de microprocessor die alle funk-ties of werkmodes van de beantwoordingsinrichting bestuurt. Deze microprocessor is zo/ain fig. 6 is getoond^voorzien van een aantal ingangen (1 tot en met 20) en van een aantal uitgangen (21 tot en met 20 40). Deze microprocessor bestuurt rechtstreeks door middel van uitgangen die op de getoonde wijze zijn verbonden, de weergeefeenheid die de werkmode en/of eventuele defekten van de beantwoordingsinrichting zelf visueel weergeeft.
Zoals vermeld vormt de toepassing van een microprocessor een 25 hoofdkenmerk van de uitvinding.
1.0 Aankondigingsregistratiemode.
Door het indrukken van de registratiedruktoets SC wordt door het contact SC1 aarde van de ingangen 9 én 10 van de microprocessor P verwijderd, terwijl de ingang 8 aan aarde ligt door middel van 30 de contacten SA2, SE3* SB2. Dit patroon aan de ingang van de microprocessor wordt beschouwd als een stuursignaal voor het starten van het programma dat behoort bij de aankondigingsregistratie. Indien de aankondigingscassette zich niet in de juiste positie bevindt (gemetalliseerd contact geopend) is aan de ingang 12 van de microproces-35 sor geen aarde aanwezig en dus moet de aankondigingscassette opnieuw worden geplaatst. Op dit moment is de uitgang 3 van de microprocessor geaard en via IB5 en TRI5 wordt de motor M1 van het aankondiging smechanisme gestart en tegelijkertijd wordt de weergeefinrich-ting bestuurd zoals bij A1 is beschreven. Wanneer de juiste stand van 40 de aankondigingscassette is bereikt, wordt de ingang 12 van de micro- 8 0 0 0 5 3 1 -15- processor geaard door het gemetalliseerde contact (zie de figuren) en krijgt de uitgang 3 door microprocessor een hoog niveau, waardoor de motor M1 van het aankondigingsmechanisme wordt gestopt. Tegelijkertijd geeft de beantwoordingsinrichting een indicatie van de nieu-5 we toestand, doordat op de weergeefeenheid AB wordt weergegeven, hetgeen op de volgende wijze plaats vindt. Aan het begin krijgen de uitgangen 17-22-23-35-36-37 een laag niveau gedurende een tijdsperiode van 2 milliseconden, waardoor de letter A op de weergeefinrichting D1 wordt weergegeven. Daardoor gaan de bovengenoemde uitgangen om-10 hoog en de uitgangen 18-23-2*1—3^-35-36-37 gaan omlaag gedurende een tijdsperiode van 2 milliseconden, waardoor de weergeefinrichting D1 wordt uitgeschakeld en de letter R op de weergeefinrichting D2 wordt weergegeven. Als gevolg van de hoge werksnelheid zou de gebruiker AR (aankondiging gereed) waarnemen. Deze werkmode duurt voort zolang de 15 aankondigingscassette in het huis daarvan wordt achtergelaten of zolang een andere besturing wordt uitgevoerd. Indien tijdens de vervan-gingsbewerking van de aankondigingscassette de band zou breken of worden geblokkeerd, wordt de uitgang 3 na een vooraf bepaalde tijdsduur opgeslagen in een microprocessor, op een hoog niveau gebracht, 20 waardoor de motor M1 onmiddellijk wordt gestopt. Tegelijkertijd zal de weergeefeenheid AF (aankondigingsdefekt) weergeven zoals beschreven is bij A2.
Indien de druktoets SC wordt ingedrukt wanneer de aankondigingscassette zich buiten het huis daarvan bevindt, of indien bij de druk-25 toets SC reeds ingedrukt de aankondigingscassette is verwijderd, wordt de uitgang 3 van de microprocessor op een hoog niveau gebracht, waardoor de motor M1 wordt gestopt (indien deze in bedrijf was) en AE (aankondigingsfout) wordt weergegeven zoals beschreven is in A3.
Wanneer de weergeefeenheid AR weergeeft, is de beantwoordings-30 inrichting gereed voor registratie. In dit geval wordt indien de druktoets SB wordt ingedrukt (zie de figuren), het contact SB2 geopend en verwijdert aarde van de pen 8 van de microprocessor, die omhoog gaat. Het thans aanwezige patroon aan de ingangen 8-9-10 is zodanig, dat deze kan worden onderscheiden als een startbesturing 35 voor het aankondigingsmechanisme.
De uitgang 3 van de microprocessor gaat omlaag, waardoor de motor M1 wordt gestart en bovendien de uitgangen 18-22-23-3^-35-36-37 die respectievelijk overeenkomen met het vrijgeven van de weergeefeenheid D2 en met de segmenten A-B-C-D-E-F,omlaag worden gebracht, kO waardoor een nul wordt weergegeven. Na een tijdsperiode van een se- fi n ft λ - ^ q _ ar ** *> %/ & -16- conde worden de uitgangen 22-23-3^-37 omhoog gebracht en een 1 zal worden weergegeven, aangezien slechts de segmenten B en C blijven oplichten. Na een tijdsperiode van een seconden zal het getal 2worden weergegeven en het getal 3 enz», totdat de motor M1 stopt.
5 Indien gedurende het bedrijf de druktoets SA wordt vrijgegeven en daarna weer wordt ingedrukt zal de ingang 8 van de microprocessor via SA2 eerst een hoog niveau zien en daarna weer een laag niveau. Deze niveauwijziging wordt door de microprocessor geïnterpreteerd als een besturing voor de registratie van de pieptoon, waarna 10 de uitgang 4 omlaag wordt gebracht, waardoor met behulp van TR16 de toonoscillator TR3 wordt vrijgegeven. Tegelijkertijd wordt de uitgang 18 omhoog gebracht en de weergeefeenheid D2 wordt uitgeschakeld. Na een tijdsperiode van 0,3 seconden, gaat de uitgang 18 omlaag en alles keert terug zoals hierboven. Het tellen van de seconden wordt 15 op de weergeefinrichting voortgezet, totdat het gemetalliseerde bandgebied zich aanbiedt aan de daarvoor aangebrachte contacten en in dit geval gaat de ingang 12 van de microprocessor omlaag en daardoor gaat de uitgang 3 daarvan omhoog, waardoor de motor M1 wordt gestopt en op de weergeefeenheid AE wordt weergegeven zoals in de 20 hierna te beschrijven werkmode.
2.0 Telefoontoestand.
2.0.1 In bedrijfstelling.
Door het indrukken van de druktoets SE worden de contacten SE3 en SE6 geopend en aarde wordt van de ingangen 8 en 9 van de micropro-25 cessor (zie de figuren) verwijderd, terwijl de ingang 10 door het contact SC1 op aardpotentiaal wordt gehouden. Dit patroon aan de ingangen 8-9-10 wordt door de microprocessor geïnterpreteerd als een besturingssignaal voor het starten van het programma dat behoort bij telefoonbeantwoording en registratie.
30 Indien de aankondigingscassette zich niet in het huis bevindt, zal op de weergeefinrichting de letters AE worden weergegeven volgens de hierna te beschrijving mode A3.
Indien de aankondigingscassette defekt was, zullen op de weergeefeenheid de karakters AF worden weergegeven zoals beschreven bij 35 A2. Indien de aankondigingscassette zich in zijn huis bevindt, maar het gemetalliseerde contact niet aanwezig is, zal de ingang van de microprocessor zich op een hoog niveau bevinden en het is noodzakelijk om de cassette opnieuw aan te brengen. In dit geval wordt de uitgang van de microprocessor op aardpotentiaal gebracht en de motor ko M1 wordt gestart, terwijl op de weergeefeenheid een rotatie- 8000531 -17- segment Weergegeven zoals hierna bij A1 zal worden beschreven.
Wanneer het gemetalliseerde contact of- deel de contacten kortsluit, wordt de ingang 12 van de microprocessor op aardpotentiaal gebracht en het vervangen van de cassette zal eindigen. Op dit mo-5 ment begint de fase van de aankondigingstest.
2,0.2. Aankondigingstest.
De uitgang 3 van de microprocessor wordt op aardpotentiaal gebracht en de motor M1 wordt gestart, waardoor de bandlezing wordt gestart, terwijl de weergeefeenheid AC (aankondigingstest) zal weer-10 geven zoals hierna bij Ak zal worden beschreven.
Indien gedurende het uitlezen van de band de detectorschakeling IG1-TB2 de aanwezigheid van de pieptoon detecteert, wordt de ingang 32 op een laag niveau gebracht en een geheugen binnen de microprocessor neemt deze gebeurtenis op. Onmiddellijk daarna controleert de mi-13 croprocessor de positie van de besturingsknoppen van het berichtenme-chanisme en een geschikt geheugen dat slechts wordt bediend in de gevallen waarin het maximale oproepgetal 32 wordt overschreden, of in het geval de berichtenband is vergrendeld.
In de gevallen waarin één van de twee kriteria geldig is wordt 20 de uitgang 3 omhoog gebracht en de motor M1 gestopt, terwijl de weer-geefeenheid CE (cassettefout) zal weergeven in het eerste geval zoals beschreven bij A5, of zal CF (cassette defekt) in het tweede geval worden weergegeven, zoals bij A6 zal worden beschreven.
In het geval dat geen van deze twee kriteria geldt, zal de mo-25 tor M1 blijven werken, totdat de gemetalliseerde zone van de band de contacten bereikt, waardoor de ingang 12 van de microprocessor wordt geaard. Op dit punt wordt begonnen met de fase van het wachten op een oproep.
* 2.0.3. Oproep-wachtfase of -mode.
30 De uitgang 3 van de microprocessor wordt omhoog gebracht, de motor M1 wordt gestopt (indien deze in bedrijf was) en onmiddellijk begint een reeks van periodieke testen die voortduren totdat de inrichting zich in de oproepwachtmode bevindt.
Eerst controleert de microprocessor of de aankondigingscassette 35 zich in het huis daarvan bevindt en in het geval dat deze is verwijderd zal de weergeefeenheid AE weergeven zoals hierna wordt beschreven bij A3.
De tweede bewaking of controle geschiedt op het geheugen van de pieptoon (zie punt 2.0.2). In het geval waarin de toestand van het kO geheugen overeenkomt met die is ingenomen bij aanwezigheid van een 8000531 -18- aankondiging zonder pieptoon zal de weergeefinrichting AO (slechts antwoorden) weergeven. In feite worden door de microprocessor de uitgangen 17-22-23-2^-35-36-37 omhoog gebracht gedurende 2 milliseconden en de weergeefeenheid zal de letter A op het weergeefelement D1 5 weergeven. Na deze tijdsperiode brengt de microprocessor de uitgangen 17 en 2k op een hoog niveau en de uitgangen 18 en 3^ gaan naar een laag niveau gedurende twee verdere milliseconden, waarbij de letter 0 op de weergeefeenheid D2 wordt weergegeven. Na 2 milliseconden wordt de weergeefeenheid D2 geblokkeerd en de weergeefeenheid D1 10 wordt weer vrijgegeven zoals hierboven is beschreven en dankzij de hoge werksnelheid zal de gebruiker AO (slechts beantwoorden) waarnemen.
De derde controle vindt plaats op de juiste positie van de be-sturingsknoppen van het berichtenmechanisme en op aanwezigheid van 15 de berichtencassette. Indien één van de twee beschouwde kriteria niet geldt, zal/Ie°weergeefeenheid CE (cassette fout) worden weergegeven zoals hierna bij A5 wordt beschreven.
De vierde controle wordt uitgevoerd op een geschikt register van de microprocessor, waarin de toestand is geregistreerd dat het 20 berichtenmechanisme niet verder kan werken of dat het maximale op-roepgetal 32 is bereikt. Indien dit register is geactiveerd, zaf^c?? weergeefeenheid CF (cassette defekt) worden weergegeven zoals hierna bij Aó wordt beschreven.
De vijfde controle wordt uitgevoerd op de aanwezigheid van het 25 gemetalliseerde bandgebied van de aankondigingscassette, dat onder normale omstandigheden steeds aanwezig moet zijn.
Indien om een of andere reden het contact zou falen, wordt de ingang 12 van de microprocessor op een hoog niveau gebracht en derhalve de uitgang 3 op een laag niveau, waardoor de motor M1 wordt 30 gestart en tegelijkertijd de weergeefinrichting D1 een rotatieseg-ment zal weergeven, zoals hierna bij A1 wordt beschreven.
De laatste drie beschreven controles zullen slechts worden uitgevoerd in het geval waarin de aankondiging is voorzien van een pieptoon en indien alles in orde is zal de microprocessor de uitgangen 35 18-22-23-2^-35-36-37 op een 'laag niveau brengen, waardoor de weergeefeenheid D2 de letter K (O.K.) weergeeft.
Wordt aangenomen dat de beantwoordingsinrichting zich in de op-roepwachtmode met vier verschillende indicaties op de weergeefeenheid bevindt, zullen daarmee drie verschillende werkmodes tijdens de kO oproep overeenkomen.
8000531 -19- 2.0Λ. Telefoonoproep,
In het onderste gedeelte van de kast is een schakelaar aangebracht waarmee een selectie mogelijk is tussen een onmiddellijke tussenkomst of een vertraagde tussenkomst van de beantwoordingsinrich-5 ting. Gewoonlijk is het mogelijk te kiezen tussen één of vier beltonen. De oproepdetectieschakeling TE 21 is verbonden met de ingang 33 van de microprocessor. Indien de schakelaar zich in de positie 1 bevindt, wordt de ingang 33 bij de eerste oproep op een laag niveau gebracht en onmiddellijk daarna wordt de motor M1 gestart door middel 10 van de uitgang 3 en eveneens wordt de fase van de aankondigingsover-dracht gestart. Indien de schakelaar in positie is zal de teller binnen de microprocessor een eenheid omhoog stappen elk moment dat de ingang 33 op een hoog niveau wordt gebracht en bij de vierde beltoon zal de motor M1 worden gestart zoals hierna zal worden toegelicht.
15 2.0.5. Overdracht van de eenvoudige aankondiging.
Onmiddellijk na de beltoon (of de beltonen) worden dpor de microprocessor de uitgangen 3 en 19 op een laag niveau gebracht, waardoor de motor M1 wordt gestart en het relais BA wordt bekrachtigd, dat de telefoonlijn sluit. Zolang dit relais bekrachtigd blijft zul-20 len de uitgangen 17 en 18 die overeenkomen met het vrijgeven van D1 , en D2 van de weergeefeenheid van een hoog niveau naar een laag niveau worden gebracht, waardoor de weergeefeenheid pulserend wordt bestuurd. Wanneer de band één omwenteling heeft uitgevoerd zal door de gemetalliseerde zone de ingang 12 naar een laag niveau gaan en der-25 halve zullen de uitgangen 3 en 19 omhoog gaan waardoor de motor M1 wordt gestopt en de telefoonlijn wordt geopend. Eveneens zal het pulserend gedrag van de uitgangen 17 en 18 ophouden en de weergeefeenheid zal weer AO weergeven op conventionele of gebruikelijke wijze.
Op dit moment keert de beantwoordingsinrichting terug naar de oproep-30 wachtmode zoals ! hierboven beschreven onder punt 2.0.3.
2.0.6. Overdracht van de aankondiging met pieptoon.
Onmiddellijk na de beltoon (of beltonen) wordt de uitgang 3 door een microprocessor op een laag niveau gebracht en de motor M1 start. Tegelijkertijd zal een teller die binnen de microprocessor is 35 aangebracht, één eenheid omhoog stappen en zal via de microprocessor de inhoud daarvan worden weergegeven door elk getal tussen 1 en 32. Voorts zal door de microprocessor de uitgang 19 op een laag niveau worden gebracht, waardoor het relais BA wordt bekrachtigd en de telefoonlijn wordt gesloten. Zolang het relais bekrachtigd blijft zullen kQ de uitgangen 17 en 18 die overeenkomen met het vrijgeven van D1 en 8000531 -20- D2 van de weergeefeenheid, van een hoog niveau naar een laag niveau worden gebracht, waardoor de indicatie op de weergeefeenheid pulsvor-mig wordt bestuurd. De aanwezigheid van de pieptoon zal door een geschikte detector IG1-TK2 worden gedetecteerd, die de ingang 31 op 5 een laag niveau brengt. Wanneer de pieptoon wegvalt wordt de ingang 31 op een hoog niveau gebracht en derhalve ook de uitgang 3, waardoor de motor M1 stopt. Daarna zal de uitgang 5 op een laag niveau worden gebracht en zal de motor M2 worden gestart, die de motor van het bericht enmechanisme is. De registratie van het bericht kan kort of 10 lang zijn, maar in elk geval is deze niet langer dan 3 minuten, aangezien een teller binnen de microprocessor na deze tijdsperiode de registratie zal onderbreken, zodanig dat de fase wordt doorlopen, waarin het tweede deel van de aankondiging (zie 2.0.7) wordt overgedragen. Indien daarentegen de registratie relatief kort is (korter 15 dan 3 seconden), dan wordt de oproep als niet geldig beschouwd en op dit moment wordt door de microprocessor de uitgang 6 op een laag niveau gebracht, waardoor de elektromagneet E1 wordt bekrachtigd waardoor de band zo ver teruggaat, dat nauwkeurig het punt wordt bereikt waarin deze was voor de laatste oproep. Dit is mogelijk, aangezien 20 op elk moment dat het berichtenmechanisme in beweging wordt gebracht, een geschikte detector met de ingang 16 van de microprocessor is verbonden, pulsen uitzendt die worden geteld door een teller binnen de microprocessor. Wanneer de band precies het startpunt heeft bereikt, worden de uitgangen 5 en 6 op een hoog niveau gebracht, waardoor de 25 motor M2 wordt gestopt en de elektromagneet E1 wordt afgeschakeld, zodat de beantwoordingsinrichting in de fase komt waarin het tweede deel van de aankondiging (zie 2.0.7) wordt uitgezonden. Indien de duur van het bericht langer is dan 3 seconden, wordt de oproep als geldig beschouwd enaSet einde van de registratie zal de teller voor 30 het tellen van de oproepen één eenheid omhoog stappen en tegelijkertijd zal de inhoud van de bandteller in één van de 32 geheugens worden geregistreerd die voor deze funktie vooraf is ingesteld, waarbij de fase van het overdragen van het tweede aankondigingsdeel wordt gestart.
35 2.0.7. Transmissie van het tweede deel van de aankondiging.
De uitgang 3 komt op een laag niveau en de motor M1 wordt gestart en wanneer de gemetalliseerde zone de contacten kortsluit, komt de ingang 12 op een laag niveau en de motor M1 wordt gestopt.
Op dit moment wordt indien de afstandsoproep vooraf is uitgesloten kO (alle vijf schakelaars op STILTE) het relais HA afgeschakeld en de 80 0 0 5 3 1 -21- beantwoordingsinrichting komt weer in de wachtmode zoals beschreven is onder 2.0.3. Indien daarentegen de afstandsoproep niet is uitgesloten zal de beantwoordingsinrichting starten met de transmissie van de tonen.
5 2.0.8. Transmissie van de tonen voor de afstandsoproep.
De uitgang k van de microprocessor wordt op een laag niveau gebracht en geeft de taonoscillator TR3 vrij gedurende een tijdsperiode van 0,3 seconden; daarna wordt dezelfde uitgang weer op een hoog niveau gebracht en de beantwoordingsinrichting wacht op een eventueel 10 antwoord op de uitgezonden toon. Indien een antwoord wordt ontvangen, komt de ingang 32 op een laag niveau en de beantwoordingsinrichting zal onmiddellijk de vol/^e|o<?n uitzenden. Indien daarentegen geen antwoord wordt ontvangen zal na 1,8 seconden de volgende toon worden uitgezonden, die dezelfde karakteristieken als de voorafgaande heeft 15 en de procedure wordt herhaald totdat het aantal uitgezonden tonen de waarde vijf heeft bereikt. Wanneer de transmissie of uitzending van de tonen is voltooid, voert de microprocessor een vergelijking tussen de vooraf ingestelde code en de ontvangen code uit en indien de twee codes niet gelijk zijn zal de uitgang 19 op een hoog niveau 20 worden gebracht, zal het relais BA worden afgeschakeld en de beantwoordingsinrichting zal in de oproepwachtmode komen zoals hierboven is beschreven onder 2.0.3.
Indien daarentegen de twee codes gelijk zijn, zullen de uitgangen 5 en 6 op een laag niveau worden gebracht, zal de motor M2 wor-25 den gestart en zal de elektromagneet E1 worden bekrachtigd, spoelt het mechanisme de band terug en de rotatiedetector zal de ingang 16 van de microprocessor openen of sluiten.
Wanneer het aantal pulsen uitgezonden door de detector samenvalt met het aantal pulsen opgeslagen tijdens de registratie, zal de 30 band zijn aangekomen bij het begin van de reeks oproepen, zal de uitgang 6 op een hoog niveau worden gebracht, waardoor de elektromagneet E1 wordt afgeschakeld en het afspelen van de ontvangen berichten zal worden gestart. Voorts zal tijdens het terugspoelen van de band de uitgang k beurtelings van de hoge toestand naar de lage toe-35 stand worden gebracht, waardoor de toonoscillator TR3 wel dan niet zal worden vrijgegeven, welke oscillator getempeerde tonen uitzendt om de bovengenoemde funktie te signaleren.
2.0.9. Besturing op afstand van het afspelen van berichten.
Nadat de band is teruggespoeld zoals hierboven onder 2.0.8 is kO beschreven, zal de beantwoordingsinrichting beginnen met het afspe- 8 0 0 0 5 3 1 -22- len van de berichten, doordat over de telefoonlijn de inhoud van de registratie wordt uitgezonden. De rotatiedetector van het mechanisme zendt pulsen naar de ingang 16 van de microprocessor uit, welke pulsen door de binnen de microprocessor aanwezige tellers worden geteld 5 en vergeleken met de inhoud van een geheugen waarin het punt nauwkeurig is opgeslagen, dat overeenkomt met het einde van de laatste registratie.
Wanneer de getelde pulsen gelijk zijn aan de opgeslagen pulsen, zal de uitgang 5 op een hoog niveau worden gebracht en de motor M2 10 wordt gestopt. Voorts zal de uitgang k op een laag niveau worden gebracht en de oscillator TB3 zal een toon uitzenden met een lengte die gelijk is aan 1,2 seconden om aan de oproepende partij te signaleren dat het afspelen is beëindigd. Onmiddellijk na deze toon zal de beantwoordingsinrichting wachten op een mogelijk antwoord door de 15 oproepende partij. Indien de oproepende partij na k seconden geen antwoord geeft, wordt de uitgang 19 van de microprocessor op een hoog niveau gebracht, BA afgeschakeld en de beantwoordingsinrichting komt in de fase of mode van het wachten op een oproep zoals hierboven is beschreven onder 2.0.3. Indien daarentegen de oproepende abon-20 nee antwoordt, zal de ingang 32 omlaag gaan, terwijl de uitgang k de toonoscillator TB3 zal besturen gedurende een tijdsperiode van 1,8 seconden. Na deze tijdsperiode worden de uitgangen k en 19 op een hoog niveau gebracht, eindigt de toon en het relais BA wordt afge- - /laag schakeld onmiddellijk nadat de ULtgangen 5 en o om/ zijn gegaan, 25 waardoor de motor M2 wordt gestart, de elektromagneet E1 wordt bekrachtigd en de terugspoelbewerking van de band wordt gestart.
Wanneer het aantal pulsen uitgezonden door de rotatiedetector van het berichtenmechanisme samenvalt met het aantal pulsen dat door de microprocessor aan het begin van de reeks van registraties is op-30 geslagen, zullen de uitgangen 5 en 6 omhoog gaan, zal de motor M2 stoppen en zal de elektromagneet E1 worden afgeschakeld en de beantwoordingsinrichting komt in de fase of mode van het wachten op een oproep, zoals hierboven onder 2.0.3 is beschreven, 2.0.10. Veiligheidsstelsel.
35 Voor elke werkmode zijn veiligheidsstelsels aanwezig die indien gewenst in bedrijf kunnen worden gesteld.
Indien de aankondigingscassette uit het huis daarvan wordt verwijderd, zal de aanwezigheidsdetector de ingang 11 van de processor op een laag niveau brengen en onmiddellijk worden alle motoren ge-*t0 stopt en de telefoonlijn wordt vrijgegeven, terwijl de weergeefeen- 8000531 -23- heid AE (aankondigingsfout) zal weergeven zoals hierna onder A3 wordt beschreven. Indien de aankondigingscassette defekt is zal het stelsel zoals hierboven funktioneren met het enkele verschil dat de weergeefeenheid AF (aankondigingsdefekt) zal weergeven zoals hierna 5 onder A2 zal worden beschreven.
Indien de berichtencassette uit het huis daarvan wordt verwijderd, zal de aanwezigheidsdetector de ingang 13 op een laag niveau brengen en onmiddellijk zal de beantwoordingsinrichting in de aan-kondigingstestmode komen, zoals beschreven is onder 2.0.2, en daarna 10 in de mode van het wachten op een oproep zoals hierboven onder 2.0.3 is beschreven, terwijl de weergeefeenheid CE (cassette fout) zal weergeven zoals hierna onder A5 zal worden beschreven.
Indien de berichtencassette defekt is, of indien de band aan zijn einde is, zal de rotatiedetector geen pulsen naar de ingang 16 15 van de microprocessor uitzenden en na b seconden wordt de motor gestopt en de beantwoordingsinrichting zal eerst in de aankondigings-testmode komen, zoals hierboven onder 2.0.2 is beschreven en daarna in de mode van het wachten op een oproep, zoals hierboven onder 2.0.3 is beschreven, terwijl de weergeefeenheid CF (cassette defekt) 20 zal weergeven zoals hierna onder A6 zal worden beschreven.
Indien tijdens bedrijf van de beantwoordingsinrichting de hoofdvoeding ontbreekt, zal bij herstel van de hoofdvoeding de beantwoordingsinrichting de stappen 2.0.1-2.0.2 en 2.0.3 uitvoeren om in de oproepwachtmode te stoppen met de indicatie CF (cassette defekt) zo-25 als hierna onder A6 zal worden beschreven.
3.0. Bericht afspelen.
Door het indrukken van de druktoets SF2 wordt het contact SF2 geopend en de ingang 9 van de microprocessor (zie de figuren) wordt omhoog gebracht, terwijl de ingang 8 op een hoog niveau wordt gehou-30 den door de contacten SA2-SB2-SE3 en de ingang 10 wordt op een laag niveau gehouden door het contact SC1. Dit patroon op de ingangen 8- 9-10 wordt door de microprocessor geïnterpreteerd als een besturings-signaal voor het starten van het programma dat behoort bij het afspelen van de berichtencassette.
35 Indien de berichtencassette zich niet in zijn huis bevindt, zal de weergeefeenheid CE (cassettefout) weergegeven, zoals hier na onder A5 zal worden beschreven.
Indien de berichtencassette in zijn huis is ingebracht wanneer de druktoets SF reeds is ingedrukt, zal de uitgang 5 van de micropro-bO cessor op een laag niveau worden gebracht, waardoor de motor M2 8000531 -24- word t gestart. In dit geval zal de weergeefeenheid CP (cassette afspelen) worden weergegeven.
Indien wanneer de druktoets SF is ingedrukt, de cassette niet gehoorde registraties bevat, worden de uitgangen 5 en 6 op een laag 5 niveau gebracht, wordt de motor M2 gestart en de elektromagneet E1 bekrachtigd, waardoor het automatisch terugspoelen wordt gestart. Tijdens deze fase zal de rotatiedetector van het mechanisme pulsen uitzenden naar de ingang 16 van de microprocessor, welke pulsen zullen worden geteld en vergeleken met zowel de inhoud van het geheugen 10 dat de bandpositie registreert die overeenkomt met het begin van de eerste registratie, als met de inhoud van de geheugens, die de nauwkeurige positie op de band van de afzonderlijke oproepen onthouden of opslaan. Op elk moment dat tijdens de beweging de bandteller een configuratie aanneemt die gelijk is aan die in een opslagregister is 15 opgenomen, zal de teller zijn inhoud met één eenheid verlagen. Tijdens deze werkmode of -fase zal de weergeefeenheid de inhoud van het oproepregister weergeven en het getoonde getal zal vanaf de begin-waarde afnemen tot 1.
Wanneer de inhoud van de bandteller gelijk is aan de opgeslagen 20 waarde bij het startpunt van de eerste registratie, zal de uitgang 6 op een hoog niveau worden gebracht, de elektromagneet E1 worden afgeschakeld en de mode van het afspelen van berichten zal starten.
Ook tijdens het afspelen van berichten zal op elk moment dat de inhoud van de bandteller gelijk is aan de opgeslagen inhoud, de op-25 roepteller met één eenheid omhoog of omlaag stappen afhankelijk van het feit of de band voorwaarts of achterwaarts beweegt en de weergeefeenheid zal het progressieve getal weergeven waarmee de afgeluisterde registratie overeenkomt.
Wanneer de inhoud van de bandteller de waarde bereikt die bij 30 het einde van de laatste registratie is opgeslagen, wordt de uitgang 5 op een hoog niveau gebracht en de motor M2 gestopt.
Indien tijdens de beweging de band eindigt, zal de rotatiedetector geen verdere pulsen aan de ingang 16 uitzenden en na 4 seconden zal de uitgang 5 op een hoog niveau worden gebracht en de motor M2 35 zal stoppen.
A1 Vervangen van de aankondigingscassette.
Wanneer het noodzakelijk is de aankondigingscassette te vervangen, start de microprocessor met het aan aarde leggen van de uitgang 17, hetgeen overeenkomt met het vrijgeven van het weergeefelement D1,
40- en van de uitgangen 36 en 37 die via IB1 en IB2 de segmenten A en B
8000531 -25- van de weergeefeenheid (zie fig, 8) vrijgeven.
Op deze wijze zullen de hierboven genoemde segmenten oplichten en in deze toestand blijven gedurende een tijdsperiode van 120 milliseconden. Na deze tijdsperiode zal de microprocessor de uitgang 37 5 op een hoog niveau brengen» waardoor het segment A wordt uitgeschakeld, en zal de uitgang 35 op een laag niveau worden gebracht, waardoor via IB3 bet segment C oplicht. Na 120 milliseconden komt de uitgang 36 op een hoog niveau, waardoor het segment B wordt uitgeschakeld, en gaat de uitgang J>k omlaag, welke uitgang via IB^f het seg-10 ment D aanschakelt of doet oplichten. Na 120 milliseconden wordt de uitgang 35 op een hoog niveau gebracht, waardoor het segment E wordt uitgeschakeld, waarbij de uitgang 22 omlaag gaat, waardoor via IC^f het segment E oplicht. Na 120 milliseconden wordt de uitgang 3^ op een hoog niveau gebracht, waardoor het segment D wordt uitgeschakeld, 15 waarbij de uitgang 23 omlaag gaat, die via IC5 het segment F aanschakelt. Na 120 milliseconden wordt de uitgang 22 omhoog gebracht, waardoor het segment E wordt uitgeschakeld, waarbij de uitgang 37 omlaag gaat die via IB1 weer het segment A inschakelt. Het praktische effekt dat wordt weergegeven is dat van een roterend segment dat aangeeft 20 dat de aankondigingscassette is hersteld.
A.2. Aankondigingscassette defekt.
Indien de druktoets SC of SE is ingedrukt en de aankondigingscassette defekt is (gebroken of vergrendeld), dan worden de uitgangen 17-22-23-35-36-37 door de microprocessor op een laag niveau ge-25 bracht gedurende een tijdsperiode van 2 milliseconden en de weergeefeenheid zal op het weergeefelement D1 de letter A weergeven.
Na deze tijdsperiode worden de hierboven genoemde uitgangen op een hoog niveau gebracht en worden de uitgangen 18-22-23-2^-37 gedurende 2 milliseconden op een laag niveau gebracht. Deze werkmode 30 duurt voort zolang de aankondigingscassette in zijn huis blijft of zolang de druktoets SC of SE wordt ingedrukt. Als gevolg van de hoge werksnelheid zal de gebruiker op de weergeefeenheid de letters AF (aankondiging defekt) waarnemen.
A.5. Aankondigingscassette niet aanwezig.
35 Indien de druktoets SC of SE word t ingedrukt en de aankondi gingscassette niet in zijn huis of zitting aanwezig is, brengt de microprocessor de uitgangen 17-22-23-2^-35-36-37 op een laag niveau gedurende 2 milliseconden en de weergeefeenheid zal op het weergeefelement D1 de letter A weergeven.
A-O Na deze tijdsperiode worden de uitgangen 17-35-56 op een hoog 8000531 -26- niveau gebracht en de uitgangen 18-34 gedurende 2 milliseconden op een laag niveau geschakeld, waarbij de weergeefeenheid op het weergeef element D2 de letter E weergeeft.
Deze werkmode duurt voort, zolang de aankondigingscassette uit 5 zijn huis is verwijderd, of zolang de druktoets SC of SE is ingedrukt.
Als gevolg van de hoge werksnelheid zal de gebruiker op de weergeefeenheid de letters AE (aankondigingsfout) waarnemen.
A.4. Aankondig!ngstest.
10 Gedurende de gehele fase van de aankondigingstest zijn de let ters AC (aankondigingstest) aanwezig. Eerst worden de uitgangen 17- 22-23-24-35-36-37 aan aarde gelegd en het weergeefelement D1 licht zodanig op, dat de letter A wordt weergegeven. Na een tijdsperiode van 2 milliseconden worden de uitgangen 17-24-35-36 op een hoog ni-15 veau gebracht en de uitgangen 18-34 op een laag niveau, waardoor het weergeefelement D2 wordt vrijgegeven, dat de letter C zal weergeven. Na 2 milliseconden wordt het weergeefelement D2 geblokkeerd en het weergeefelement D1 wordt weer vrijgegeven, zoals hierboven is beschreven en als gevolg van de hoge werksnelheid zal de gebruiker AC 20 (aankondigingstest) zien.
A.5. Foutieve voorinstelling van het berichtenmechanisme of be-richtencassette niet aanwezig.
Indien bij ingedrukte druktoets SE of SF de berichtencassette niet in zijn huis aanwezig is of bij ingedrukte druktoets SE de po-25 sites van de besturingsknoppen van het berichtenmechanisme niet op juiste wijze zijn ingesteld, dan zal de weergeefeenheid CE (casset-tefout) weergeven.
Door de microprocessor komen de uitgangen 17-22-23-34-37 op een laag niveau gedurende een tijdsduur van 2 milliseconden, waarbij de 30 letter C op het weergeefelement D1 wordt weergegeven.
Na deze tijdsperiode wordt de uitgang 17 op een hoog niveau gebracht en de uitgangen 18 en 24 op een laag niveau gedurende weer 2 milliseconden en de weergeefeenheid zal de letter E op het weergeefelement D2 weergeven. Na 2 milliseconden wordt het weergeefelement 35 D2 geblokkeerd en wordt het weergeefelement D1 vrijgegeven zoals hierboven is beschreven en als gevolg van de hoge werksnelheid zal de gebruiker CE (cassettefout) waarnemen.
A.6. Berichtencassette defekt.
Indien bij ingedrukte druktoets SE de berichtencassette zich in 40 zijn eindtoestand bevindt of defekt is, of indien het ontvangen op- 8000531 -27- roepnuramer 32 is, dan zal de weergeefeenheid CF (cassette defekt) weergeven.
De microprocessor brengt de uitgangen 17-22-23-34-37 °P een laag niveau gedurende een tijdsperiode van 2 milliseconden, waarbij 5 de letter C op het weergeefelement D1 wordt weergegeven. Na deze tijdsperiode komen de uitgangen 17 en 24 op een hoog niveau en de uitgangen 18 en 24 op een laag niveau gedurende verdere 2 milliseconden, waarbij de letter F op het weergeefelement D2 wordt weergegeven. Na 2 milliseconden wordt het weergeefelement D2 geblokkeerd en het weer-10 geefelement D1 wordt weer vrijgegeven zoals hierboven is beschreven en als gevolg van de hoge werksnelheid zal de gebruiker CF (cassette-de/^f Czien.
Uit de hierboven gegeven beschrijving is duidelijk, dat de uitvinding voorziet in een telefoonbeantwoordingsinrichting die door een 15 microprocessor wordt bestuurd en die volledig beantwoordt aan de doelstellingen.
In het bijzonder dankzij de aanwezigheid van de alfanumerieke weergeefeenheid met twee weergeefelementen van het zeven-segmenttype, is een direkte "conversatie" met de gebruiker mogelijk, die betrek-20 king heeft op de werktoestanden en/of eventuele defekten van de be-antwoordingsinrichting.
In de fase of mode van registratie van een aankondiging telt en geeft de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding de seconden aan die ter beschikking staan aan de gebruiker voor het registre-25 ren van de aankondiging. Voor deze fase is zoals hierboven is toegelicht, voorzien in een bijzondere indicatie van het herstel van de aankondigingscassette of het terugstellen op 0 daarvan. In het bijzonder wordt indien de aankondigingscassette niet is ingebracht, deze op het juiste tijdstip teruggesteld en op 0 gebracht. Een segment 30 van de weergeefeenheid roteert om aan te geven dat de aankondigingscassette is teruggesteld, waardoor wordt verhinderd dat de gebruiker , op foutieve wijze een aankondiging registreert. Aan het begin geeft de weergeefeenheid een indicatie van de aankondigingsregistratie. Teneinde de aankondiging te bewaken of te controleren zoals hierbo-35 ven is beschreven, is voorzien in een ander letterpaar. Eveneens in het geval van een defekt van de aankondigingscassette is na de genoemde tijdsduur van 5 seconden voorbij de duur van de aankondigingscassette voorzien in een signalering. Ook in de afspeelfase zonder inbrengen van de cassette wordt een indicatie geleverd.
40 In de telefoontoestand heeft de beantwoordingsinrichting vol- 8000531 -28- gens de uitvinding de mogelijkheid van het funktioneren als een eenvoudige telefoon, dat wil zeggen zonder het registreren van berichten, In deze fase of mode is voorzien in een test van de aankondigingscas-sette en de weergeefeenheid telt de binnenkomende oproepen. Zoals 5 hierboven vermeld en als hoofdkenmerk van de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding telt en registreert deze slechts de werkelijke oproepen en herstelt de band indien een niet-doelmatige oproep wordt ontvangen. Dit is zeer doelmatig omdat enerzijds bandruimte wordt uitgespaard en anderzijds tijdens de afspeelfase de nadelen voor de 10 gebruiker worden geëlimineerd, die betrekking hebben op onderbrekingen tussen de ontvangen oproepen,
De beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding voorziet eveneens in een zeer fijne en nauwkeurige numerieke bewaking van de band. Deze bewaking wordt verkregen door een tellerstelsel waardoor op elk 15 tijdstip en voor elke bandsnelheid (snel spoelen, snel terugspoelen of normaal terugspoelen) de bandpositie met zeer nauwe toleranties bekend is. Ook in de berichtenregistratiefase of -mode zijn voorzien in indicaties van fouten en foutief funktioneren, in het bijzonder indien de berichtencassette afwezig is of indien deze defekt is, 20 waarbij de weergeefeenheid een signalering levert. Ook in het geval dat een cassette aan het einde is gekomen is voorzien in een indicatie alsmede in een indicatie of de besturingsknoppen foutief zijn ingesteld.
Zoals hierboven is beschreven heeft de beantwoordingsinrichting 25 volgens de uitvinding ook de mogelijkheid gedeeltelijk met de telefoonlijn samen te werken in het geval van een fout of van een cas-settedefekt. Meer in het bijzonder zendt de beantwoordingsinrichting een aankondiging uit met de uitnodiging aan de oproepende partij een registratie achter te laten. De beantwoordingsinrichting volgens de 50 uitvinding heeft ook de mogelijkheid van afstandsbesturing die een zeer bruikbaar kenmerk voorstelt. De afstandsbesturing wordt uitgevoerd door een code bestuurd door de oproepende partij of gebruikers-spraak; aan het einde van elke overdracht zendt de beantwoordingsinrichting vijf tonen over de lijn, welke tonen op een geschikte onder-55 linge afstand liggen. Na elke toon kan de oproepende partij spreken of kan stil blijven: in dit geval is het mogelijk 51 codes te verkrijgen door toepassing van bijvoorbeeld vijf schakelaars, terwijl bij een verdere mogelijke tweeëndertigste code alle schakelaars op 0 zijn ingesteld, waardoor de afstandsbesturing is uitgesloten. Dit le-kO vert een verdere veiligheid. Met betrekking tot dit aspekt van de 8000531 -29- uitvinding wordt opgemerkt, dat terwijl in de bestaande codes er verplichte punten zijn (bijvoorbeeld moet de gebruiker verplicht op een bepaald nummer met ja of nee antwoorden en moet de gebruiker voor het afluisteren van de berichten verplicht beslissen de teller wel dan 5 niet te wissen), het daarentegen met de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding mogelijk is een selectie door een andere zesde toon uit te voeren, die slechts wordt uitgezonden aan het einde van de geregistreerde berichten. Terwijl in de andere spraakcodes de tijden vast zijn hangt bij de beantwoordingsinrichting volgens de uit-10 vinding de maximale lengte af van het type van de gekozen code en van de antwoordmodaliteiten. Bij herkenning van de code levert de beantwoordingsinrichting onmiddellijk de volgende toon en bovendien worden de afstandsbesturingssignalen slechts uitgezonden, indien de beantwoordingsinrichting berichten heeft over te dragen.
15 Hierdoor wordt een besparing bereikt, die hoofdzakelijk bij di- rekte keuze een aanzienlijke verlaging van de algemene kosten ople-vert.
Zoals vermeld is de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding in het geval van een voedingsfout niet uitgesloten en wanneer 20 de voeding is hersteld kan deze weer werken terwijl de eerder ontvangen berichten bewaard blijven.
Voorts heeft de gebruiker de mogelijkheid van het op afstand terugstellen van de volledige capaciteit van de beantwoordingsinrichting ten aanzien van het ontvangen van berichten. Tijdens de afspeel-25 mode wordt op de weergeefeenheid het aantal ontvangen berichten weergegeven; de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding spoelt automatisch de band terug tot aan het begin daarvan, waarbij een getal wordt weergegeven dat een indicatie van deze bewerking vormt.
Deze referenties blijven, voorzover het voor de gebruiker gewenst is, 30 zelfs indien hij kortstondig de berichtenafspeelpositie loslaat. Zoals vermeld kan de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding de registratie vanaf elk punt van de berichtencassette beginnen, welke eigenschap doelmatig is, indien bijvoorbeeld de gebruiker oproepen wenst de bewaren, terwijl een gedeelte van de berichtencassette 35 wordt gebruikt. Tenslotte is in de beantwoordingsinrichting volgens de uitvinding voorzien in de mogelijkheid van een bescherming van de berichten tegen mogelijke indringing of nieu\^ierigheid, welke mogelijkheid bijvoorbeeld wordt verkregen door een geschikte schakelaar waarvan de positie slechts voor de gebruiker bekend is.
40 Hoewel de beantwoordingsinrichting aan de hand van een bepaalde 8000531 -30- uitvoeringsvorm is beschreven, is het duidelijk dat binnen het kader van de uitvinding diverse varianten mogelijk zijn. Hoewel in de hierboven gegeven beschrijving is gewezen op een code die op doelmatige wijze kan worden ingesteld door vijf schakelaars, ligt het aldus bin-5 nen het kader van de uitvinding om bijvoorbeeld de code te bepalen door elk aantal schakelaars en/of andere equivalente middelen, waarbij de beantwoordingsinrichting een persoonlijk karakter krijgt.
8000531
Claims (13)
1. Telefoonbeantwoordingsinrichting die kan funktioneren volgens een aantal modes en die een druktoetsensamenstelling omvat bestaande uit een aantal druktoetsen, die beweegbaar zijn tussen een 5 ruststand en een werkstand voor het kiezen van gewenste werkmodes uit het aantal werkmodes van de telefoonbeantwoordingsinrichting, waarbij bij het aantal druktoetsen een overeenkomstig aantal elektrische contacten behoort en voorts een bandregistratie-eenheid omvat voor het op geschikte wijze registreren van aankondigingen en be-10 richten, een bij de registratie-eenheid behorende motor, welke motor van het omkeerbare type is en de bandregistratie-eenheid kan aandrijven in elk van twee bewegingsrichtingen en een weergeefeenheid, die een visuele indicatie van de werkmodes en/of defekten van de tele-foonbeantwoordingsinrichting levert, met het kenmerk, 15 dat een microprocessoreenheid aanwezig is die met de weergeefeenheid is verbonden voor het besturen van de weergeefeenheid, zodanig dat de indicatie van de werkmodes en/of defekten van de telefoonbeant-woordingsinrichting worden geleverd; en dat in de mode van berich-tenontvangst van de beantwoordingsinrichting de microprocessoreen-20 heid een onderscheid kan maken tussen doelmatige telefoonoproepen en niet-doelmatige telefoonoproepen, zodanig dat in het geval van een niet-doelmatige telefoonoproep de motor van de berichtenregistratie-eenheid wordt aangedreven om de berichtenregistratie-eenheid terug te spoelen wezenlijk tot het punt dat overeenkomt met het begin van 25 de ontvangst van de niet-doelmatige oproep.
2. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een spraakcoderingsmiddel met variabele tijd aanwezig is, dat kan worden teruggesteld om de microprocessoreenheid vooraf in te stellen, die op afstand kan worden bestuurd via 30 de telefoonlijn van de beantwoordingsinrichting, welk spraakcoderingsmiddel reageert op het antwoord van de oproepende partij om de tijd-sleuf tussen een toon van de code en de volgende toon daarvan te variëren,
3. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusie 2, met 35 het kenmerk, dat het coderingsmiddel bestaat uit een aantal schakelelementen dat door de gebruiker kan worden bediend, voor het vooraf instellen van een vooraf bepaalde code uit een aantal mogelijke codes. k. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusie 2, met 40het kenmerk, dat een oscillator aanwezig is, die vooraf 8 0 0 0 5 3 1 -32- bepaalde frequentietonen kan leveren voor het op afstand besturen van de telefoonbeantwoordingsinrichting.
5. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusie 2 en k, met het kenmerk* dat in de oproepmode op afstand een 3 vooraf bepaalde uitgang van de microprocessor in een lage toestand wordt gebracht, waardoor de toonisolator gedurende een vooraf bepaalde tijdsperiode wordt vrijgegeven, waarna de genoemde uitgang van de microprocessoreenheid teruggaat naar de hoge toestand en de beant-woordingsinrichting wacht op een eventueel antwoord op de uitgezon-10 den toon; dat bij de ontvangst van een antwoord een vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid in een lage toestandf&R^e bean twoordingsinrichting onmiddellijk de volgende toon levert; dat indien de beantwoordingsinrichting na een vooraf bepaalde tijdsperiode geen antwoord ontvangt, de beantwoordingsinrichting dezelfde volgen-15 de toon uitzendt die wezenlijk dezelfde karakteristieken heeft van de voorafgaande toon, welke procedure wordt herhaald, totdat het ge-emitteerde of uitgezonden aantal tonen een vooraf bepaalde waarde bereikt; en dat aan het einde van het zenden of emitteren van de tonen, de microprocessoreenheid een vergelijking uitvoert tussen de 20 vooraf ingestêlde code en de ontvangen code, waarbij in het geval de microprocessoreenheid vaststelt dat de twee codes niet gelijk zijn, een vooraf bepaalde uitgang daarvan in de hoge toestand zal worden gebracht, waardoor een relaisorgaan wordt geblokkeerd om de telefoon-beantwoordingsinrichting in een werkmode van het wachten op een op-25 roep te brengen, waarbij in het geval de microprocessoreenheid bij de vergelijking vaststelt dat de twee codes gelijk zijn, vooraf bepaalde uitgangen van de microprocessoreenheid in een lage toestand zullen worden gebracht, waardoor de motor van de berichtenregistra-tie-eenheid zodanig wordt gestart, dat de band van de registratie-30 eenheid wordt teruggespoeld, waarbij een rotatiedetectoreenheid een andere vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid opent en sluit, waarbij wanneer het aantal door de detectoreenheid uitgezonden pulsen samenvalt met het aantal dat tijdens registratie is opgeslagen, de bandregistratie-eenheid zich aan het begin van de reeks 35 oproepen bevindt, een vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid in een hoge toestand wordt gebracht, zodanig dat wordt gestart met het afspelen van het ontvangen bericht, en waarbij tijdens de terugspoelfase van de band een andere vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid beurtelings van de hoge toestand naar de la-^0 ge toestand wordt gebracht, zodanig dat de toonoscillator wel dan 8300531 -33- niet wordt vrijgegeven om getempeerde tonen te leveren, teneinde de terugspoelbewerking te signaleren.
6. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het aantal werkmodes van de telefoonbe- 5 antwoordingsinrichting een aankondigingsregistratiemode, een in be-drijfstellingsmode, een aankondigingstestmode, een oproepwachtmode, een telefoonoproepmode, een mode van het uitzenden van een eenvoudige aankondiging, een mode van het zenden van een aankondiging met een vooraf bepaalde toon, een mode waarin het tweede deel van de ge-10 noemde aankondiging wordt uitgezonden, een mode waarin de tonen voor afstandsoproep worden uitgezonden, een mode van het op afstand bestuurde afspelen van berichten en een mode van het afspelen van berichten omvat.
7. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusies 1 en 6, 15. e t het kenmerk, dat in de werkmode van de telefoonop- roep de microprocessoreenheid een test uitvoert op de aankondigings-cassette en daarna de telefoonbeantwoordingsinrichting in de werkmode van het wachten op een telefoonoproep brengt.
8. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens conclusies 1 en 6, 20 met het kenmerk, dat de werkmode van de telefoonoproep de microprocessoreenheid een keuze kan uitvoeren tussen een onmiddellijke tussenkomst of een vertraagde tussenkomst van de telefoonbe-antwoordingsinrichting.
9. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens één van de vooraf-25 gaande conclusies, met het kenmerk, dat in de mode van het op afstand bestuurde afspelen van berichten de rotatiedetector-eenheid van het berichtenmechanisme pulsen uitzendt naar een vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid, welke pulsen door een tellereenheid binnen de microprocessoreenheid worden geteld en ver-30 geleken met de inhoud van geheugens die nauwkeurig het punt kunnen registreren, dat correspondeert met het einde van de laatste registratie, waarbij wanneer de getelde pulsen gelijk zijn aan de opgeslagen pulsen een vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid naar een hoge toestand gaat, waardoor de motor van de berichten-•35 registratie-eenheid wordt gestopt, terwijl een andere vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid in een lage toestand wordt gebracht en de toonoscillator een toon van een vooraf bepaalde lengte uitzendt om het einde van het afspelen aan de oproepende partij te signaleren, waarbij onmiddellijk na de toon van vooraf bepaalde ifO lengte de telefoonbeantwoordingsinrichting in een mode van het wach-.·' α ^ ” *? ; Μ μ l · -34- ten op een antwoord van de oproepende partij wordt gebracht; dat indien de oproepende partij na een vooraf bepaalde tijdsperiode niet antwoordt, een vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid in een hoge toestand komt, zodanig dat de telefoonbeantwoordingsin-5 richting in de mode voor het wachten op een oproep wordt gebracht; en dat indien daarentegen de oproepende partij antwoordt, een vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid in een lage toestand komt en een uitgang van de microprocessoreenheid de toonoscillator bestuurt gedurende een vooraf bepaalde tijdsduur, waarbij na de ge-10 noemde tijdsduur twee vooraf bepaalde uitgangen van de microprocessoreenheid omhoog gaan, waarbij de toon eindigt, waarna twee andere vooraf bepaalde uitgangen van de microprocessoreenheid omlaag gaan waardoor de motor van de berichtenregistratie-eenheid wordt gestart en wordt begonnen met het terugspoelen van de band, terwijl wanneer 15 het aantal door de rotatiedetectoreenheid uitgezonden pulsen samenvalt met het aantal dat in de microprocessoreenheid aan het begin van de reeks registraties is opgeslagen, de twee uitgangen van de microprocessoreenheid omhoog gaan, waardoor de motor van de berichten-eenheid wordt gestopt en de telefoonbeantwoordingsinrichting in de 20 oproepwachtmode wordt gebracht.
10. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat in de werkmode van het afspelen van berichten door het indrukken van een druktoets uit het aantal druktoetsen een vooraf bepaalde ingang van de micro-25 processoreenheid omhoog gaat, terwijl een andere vooraf bepaalde ingang daarvan in een lage toestand wordt gehouden tezamen met een andere vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid, zodanig dat een programma wordt gestart dat overeenkomt met het afspelen van de berichtenafspeeleenheid; dat indien in de werkmode van het afspe-30 len van berichten de druktoets wordt ingedrukt en de berichtencasset-te een niet gehoorde registratie bevat, twee vooraf bepaalde uitgangen van de microprocessoreenheid omlaag gaan, waarbij de motor van de berichtenregistratie-eenheid daardoor de automatische terugspoel-bewerking start, waarbij tijdens deze fase de rotatiedetectoreenheid 35 van het berichtenmechanisrae pulsen uitzendt naar een vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid, welke pulsen worden geteld en vergeleken met zowel de inhoud van een geheugen dat de bandpositie registreert dié overeenkomt met het begin van de eerste registratie, als met de inhoud van een geheugen dat nauwkeurig de positie van de kO enkele oproepen op de genoemde band registreert, waarbij op elk mo- 8000531 A -35- ment dat de bandteller gedurende de beweging een configuratie aanneemt die gelijk is aan die in het opslagregister aanwezig is, de oproepteller zijn inhoud verlaagt met één eenheid, waarbij gedurende deze werkfase de weergeefeenheid de inhoud van het oproepregister 5 weergeeft, waarbij het weergegeven aantal afneemt van de startwaarde tot 1, waarbij wanneer de bandinhoud gelijk is aan die is opgeslagen als het beginpunt van de eerste registratie, een vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid omhoog gaat, zodanig dat het afspelen van berichten wordt gestart, waarbij gedurende de fase van 10 het afspelen van berichten op elk moment dat de inhoud van de bandteller gelijk wordt aan de opgeslagen inhoud, de oproepteller zijn inhoud met één eenheid verhoogt of verlaagt, afhankelijk van de bewegingsrichting van de band, en waarbij de weergeefeenheid een progressief getal weergeeft, dat correspondeert met de afgeluisterde regis-15 tratie, waarbij wanneer de inhoud van de bandteller de waarde bereikt die als het einde van de laatste registratie is opgeslagen, een vooraf bepaalde uitgang van de microprocessoreenheid omhoog gaat en de motor van de berichteneenheid stopt; en dat indien gedurende de beweging de band aan zijn einde is, de rotatiedetectoreenheid het le-20 veren van de genoemde pulsen'aan de vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid stopt en na een vooraf bepaalde tijdsperiode een uitgang van de microprocessoreenheid omhoog gaat, zodanig dat de motor van de berichtenregistratie-eenheid wordt gestopt.
11. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens één van de vooraf-25 gaande conclusies, met het kenmerk, dat de weergeefeenheid van het zeven-segmenttype voorts de volgende indicaties kan leveren: aankondigingscassette vervangen, aankondigingscassette de-fekt, aankondigingscassette afwezig, aankondigingstest, berichtenme-chanisme foutief ingesteld of berichtencassette afwezig; en berich- 30 tencassette defekt.
12. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat een veilig-heidseenheid aanwezig is die in bedrijf wordt gesteld in het geval een defekt van de telefoonbeantwoordingsinrichting optreedt om de ge- 35 noemde defekten te elimineren, waarbij indien de aankondigingscassette uit zijn zitting is verwijderd, een aanwezigheidsdetector een vooraf bepaalde ingang van de microprocessoreenheid omlaag brengt, zodanig dat de motor onmiddellijk wordt gestopt en de telefoonlijn wordt afgeschakeld of vrijgegeven, waarbij de weergeefeenheid een kO aankondigingsfout weergeeft; waarbij indien de aankondigingscassette 8000531 -36- defekt is, het veiligheidsmiddel werkt als hierboven is aangegeven en de weergeefeenheid een aankondiging van een cassettedefekt weergeeft; waarbij indien de berichtencassette uit zijn zitting is verwijderd, een aanwezigheidsdetector een vooraf bepaalde ingang van de 5 microprocessoreenheid omlaag brengt en onmiddellijk de telefoonbe-antwoordingsinrichting in de aankondigingstestmode wordt gebracht en daarna in de oproepwachtmode, waarbij de weergeefeenheid een indicatie van een berichtencassettefout levert; en waarbij indien de berichtencassette defekt is of de berichtenband aan zijn einde is, de 10 rotatiedetectie-eenheid de toevoer van pulsen aan een vooraf bepaalde ingang van een microprocessoreenheid stopt en na een vooraf bepaalde tijdsduur de motor van de berichteneenheid wordt gestopt en de tele-foonbeantwoordingsinrichting eerst in de aankondigingstestmode komt en daarna in de wachtmode, waarbij de weergeefeenheid een defekt van 15 de berichtencassette weergeeft.
13. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat in het geval van een wegvallen of een defekt van de voeding, de telefoonbeantwoor-dingsinrichting niet volledig wordt uitgesloten van het netwerk maar 20 weer kan werken wanneer de voeding is teruggesteld, zodanig dat de ontvangen berichten worden vastgehouden of bewaard, waarbij in deze werkmode de microprocessoreenheid kan worden bestuurd door een af-standsoproep over de telefoonlijn, zodanig dat de volledige regis-tratiecapaciteit van berichten van de telefoonbeantwoordingsinrich-25 ting wordt hersteld.
14. Telefoonbeantwoordingsinrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat een handbediende schakelaareenheid aanwezig is, die onbevoegd afspelen van de ontvangen berichten verhindert. ****** 8000531
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| IT19770/79A IT1110079B (it) | 1979-02-01 | 1979-02-01 | Segreteria telefonica |
| IT1977079 | 1979-02-01 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8000531A true NL8000531A (nl) | 1980-08-05 |
Family
ID=11161078
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8000531A NL8000531A (nl) | 1979-02-01 | 1980-01-29 | Telefoonbeantwoordingsinrichting. |
Country Status (9)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4302630A (nl) |
| AU (1) | AU5498580A (nl) |
| BE (1) | BE881392A (nl) |
| CH (1) | CH648710A5 (nl) |
| DE (1) | DE3002788A1 (nl) |
| FR (1) | FR2448265A1 (nl) |
| GB (1) | GB2046058B (nl) |
| IT (1) | IT1110079B (nl) |
| NL (1) | NL8000531A (nl) |
Families Citing this family (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4400586A (en) * | 1981-09-14 | 1983-08-23 | T.A.D. Avanti, Inc. | Remote message repeat control for telephone answering system |
| DE8410887U1 (de) * | 1984-04-06 | 1985-05-02 | Compur-Electronic GmbH, 8000 München | Telefon-Anrufbeantworter |
| EP0199831A1 (de) * | 1985-04-04 | 1986-11-05 | Willy Müller | Telefon-Anrufbeantworter mit Anrufaufzeichnung |
| JPS61244157A (ja) * | 1985-04-20 | 1986-10-30 | Hashimoto Corp | 操作容易な電話等の自動録音再生装置 |
| US4805206A (en) * | 1985-08-24 | 1989-02-14 | Sam Sung Electronics Co. Ltd. | Function controller serving as an automatic telephone answering machine in an audio/video component system |
| US4982420A (en) * | 1988-03-01 | 1991-01-01 | Theis Peter F | Recording system with response categorization |
| JPH07264281A (ja) * | 1994-03-22 | 1995-10-13 | Hashimoto Corp | 動作モードの確認手段を有する留守番電話装置 |
Family Cites Families (14)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH261509A (de) * | 1946-01-19 | 1949-05-15 | Ag Ipsophon Patentgesellschaft | Einrichtung an Ton-Aufzeichnungsgeräten. |
| GB1177931A (en) * | 1965-11-30 | 1970-01-14 | Shipton Electronics Ltd | Interrogation Apparatus |
| US3736380A (en) * | 1968-03-22 | 1973-05-29 | Universal Telephone Inc | Remote call back telephone answering apparatus |
| US3592968A (en) * | 1968-07-17 | 1971-07-13 | Tokyo Shibaura Electric Co | Automatic telephone answering system with a fail safe arrangement |
| US3894188A (en) * | 1970-12-30 | 1975-07-08 | Pioneer Electronic Corp | Remote control device for an automatic telephone answering apparatus |
| US3836380A (en) * | 1972-09-21 | 1974-09-17 | Smith Corp A | Dual coating for protecting metal surface during heat treatment |
| US3842209A (en) * | 1973-01-08 | 1974-10-15 | Tad Avanti | Telephone answering instrument and system with remote control |
| FR2234724A1 (en) * | 1973-06-22 | 1975-01-17 | Jossier Patrick | Telephone answering machine - has static logic circuit selecting required control functions by movable or static switches |
| JPS5312094Y2 (nl) * | 1973-09-14 | 1978-04-01 | ||
| CH614576A5 (en) * | 1977-04-19 | 1979-11-30 | Willy Mueller | Method for recording incoming telephone messages in a device for automatic telephone call answering |
| GB1525437A (en) * | 1977-07-27 | 1978-09-20 | Ansafone Ltd | Telephone answering machines |
| IT1092101B (it) * | 1978-01-18 | 1985-07-06 | Gnecchi C & Co Spa | Segreteria telefonica |
| FR2430145A1 (fr) * | 1978-06-28 | 1980-01-25 | Muller Willy | Procede pour l'enregistrement de messages telephoniques d'arrivee dans un appareil de reponse automatique aux appels telephoniques |
| US4198549A (en) * | 1978-09-11 | 1980-04-15 | Lanier Business Products, Inc. | Multiplexed central dictation system |
-
1979
- 1979-02-01 IT IT19770/79A patent/IT1110079B/it active
- 1979-11-14 US US06/094,123 patent/US4302630A/en not_active Expired - Lifetime
-
1980
- 1980-01-24 GB GB8002481A patent/GB2046058B/en not_active Expired
- 1980-01-25 AU AU54985/80A patent/AU5498580A/en not_active Abandoned
- 1980-01-26 DE DE19803002788 patent/DE3002788A1/de not_active Withdrawn
- 1980-01-29 CH CH698/80A patent/CH648710A5/de not_active IP Right Cessation
- 1980-01-29 NL NL8000531A patent/NL8000531A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-01-29 BE BE2/58375A patent/BE881392A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-02-01 FR FR8002221A patent/FR2448265A1/fr active Granted
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US4302630A (en) | 1981-11-24 |
| FR2448265A1 (fr) | 1980-08-29 |
| IT1110079B (it) | 1985-12-23 |
| CH648710A5 (de) | 1985-03-29 |
| FR2448265B1 (nl) | 1983-02-25 |
| DE3002788A1 (de) | 1980-10-02 |
| GB2046058A (en) | 1980-11-05 |
| GB2046058B (en) | 1982-12-15 |
| BE881392A (fr) | 1980-07-29 |
| AU5498580A (en) | 1980-08-07 |
| IT7919770A0 (it) | 1979-02-01 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4608459A (en) | Telephone answering device | |
| US4219698A (en) | Remotely actuated telephone alarm system | |
| NL8102769A (nl) | Werkwijze en inrichting voor automatische telefoon- beantwoording. | |
| NL8102339A (nl) | Werkwijze en inrichting voor automatische telefoonbeantwoording. | |
| US3673332A (en) | Telephone answering devices | |
| NL8000531A (nl) | Telefoonbeantwoordingsinrichting. | |
| US3127474A (en) | Telephone answering apparatus | |
| US5063589A (en) | Automatic telephone answering machine with ring signal responsive mode changing arrangement | |
| US3721765A (en) | Telephone answering machine | |
| US3505476A (en) | Automatic telephone alarm apparatus | |
| US4037053A (en) | Automatic telephone answering apparatus | |
| US3700813A (en) | Telephoning system | |
| US3499993A (en) | Telephone answering device | |
| US4549045A (en) | Method to operate through a telephone line one automatic phone answering equipment specified among a plurality, and apparatus to carry it out | |
| US3913133A (en) | Method and apparatus for automatic repeated production of information on selected portions of magnetic wire or tape | |
| US4230909A (en) | Telephone answering machine | |
| US3383469A (en) | Telephone answering devices with remote control | |
| US3715506A (en) | Remote call back telephone answering apparatus | |
| US4101742A (en) | Audio message system with programmer | |
| US4881260A (en) | Automatic telephone answering device with multiple outgoing messages and selecting means | |
| US3600517A (en) | Dial pulse decoders | |
| US3274346A (en) | Automatic telephone dialing apparatus | |
| US3109894A (en) | Alarm transmission apparatus and system | |
| US3524936A (en) | Automatic telephone answering device having remote control and conference call capability | |
| US4236044A (en) | Remote playout control mechanism for a telephone answering device |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |