[go: up one dir, main page]

NL8000095A - Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezel- vormig cellulosemateriaal. - Google Patents

Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezel- vormig cellulosemateriaal. Download PDF

Info

Publication number
NL8000095A
NL8000095A NL8000095A NL8000095A NL8000095A NL 8000095 A NL8000095 A NL 8000095A NL 8000095 A NL8000095 A NL 8000095A NL 8000095 A NL8000095 A NL 8000095A NL 8000095 A NL8000095 A NL 8000095A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
acid
process according
component
mol
dyes
Prior art date
Application number
NL8000095A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Ciba Geigy
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Ciba Geigy filed Critical Ciba Geigy
Publication of NL8000095A publication Critical patent/NL8000095A/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D06TREATMENT OF TEXTILES OR THE LIKE; LAUNDERING; FLEXIBLE MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • D06PDYEING OR PRINTING TEXTILES; DYEING LEATHER, FURS OR SOLID MACROMOLECULAR SUBSTANCES IN ANY FORM
    • D06P1/00General processes of dyeing or printing textiles, or general processes of dyeing leather, furs, or solid macromolecular substances in any form, classified according to the dyes, pigments, or auxiliary substances employed
    • D06P1/44General processes of dyeing or printing textiles, or general processes of dyeing leather, furs, or solid macromolecular substances in any form, classified according to the dyes, pigments, or auxiliary substances employed using insoluble pigments or auxiliary substances, e.g. binders
    • D06P1/60General processes of dyeing or printing textiles, or general processes of dyeing leather, furs, or solid macromolecular substances in any form, classified according to the dyes, pigments, or auxiliary substances employed using insoluble pigments or auxiliary substances, e.g. binders using compositions containing polyethers
    • D06P1/613Polyethers without nitrogen
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S8/00Bleaching and dyeing; fluid treatment and chemical modification of textiles and fibers
    • Y10S8/908Anionic emulsifiers for dyeing
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S8/00Bleaching and dyeing; fluid treatment and chemical modification of textiles and fibers
    • Y10S8/916Natural fiber dyeing
    • Y10S8/918Cellulose textile
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S8/00Bleaching and dyeing; fluid treatment and chemical modification of textiles and fibers
    • Y10S8/93Pretreatment before dyeing
    • Y10S8/931Washing or bleaching

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Coloring (AREA)

Description

N.O. 28.547 -1- <r
Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezelvormig cellulose-materiaal.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezelvormig cellulosemateriaal met kuipkleurstoffen of anionische kleurstoffen alsmede op het volgens de werkwijze geverfde cellulosemateriaal.
5 De werkwijze volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat men het cellulosemateriaal bij aanwezigheid van een als additieprodukt verkregen carboxylgroepen bevattend polypropyleenoxide of het zout daarvan verft, dat is verkregen uit a) een alifatische diol mdt een gemiddeld molecuulgewicht van ten 10 hoogste 2600, b) een alifatisch dicarbonzuur of het zuuranhydride daarvan met 4-10 koolstofatomen, c) een additieprodukt van epoxypropaan aan een ten minste driewaardige alifatische alcohol met 3-10 koolstofatomen en 15 d) een vetzuur met 8-22 koolstofatomen.
De als additieprodukt verkregen polypropyleenoxiden kunnen als vrije zuren of als zouten, bijvoorbeeld alkalimetaal- of ammonium-zouten, aanwezig zijn. Als alkalimetaalzouten kunnen in het bijzonder de natrium- en kaliumzouten en als ammoniumzouten de ammonium-, tri-* 20 methyl ammonium-, monoethanolammonium-, diethanolammonium- en tri- ethanolammoniumzouten worden genoemd.
De voorkeur verdienen de natrium- of ammonium(ïïH^)-zouten.
Bij voorkeur is het als additieprodukt verkregen polypropyleenoxide verkregen uit 25 1-3 mol, bij voorkeur 1 mol, component a), 2-4 mol, bij voorkeur 2 mol, component b), 1 mol component c) en 1-2 mol component d).
Als component a) komen bij voorkeur diolen met de formule 30 ho-(ch2-ch2-o-)^-h in aanmerking, waarin n een geheel getal van 1-50, bij voorkeur 10-40 voorstelt. Voorbeelden van dergelijke diolen zijn ethyleenglycol, diethyleenglycol of polyethyleenglycolen met een gemiddeld molecuulgewicht van 450-23OO, in het bijzonder 65O-I8OO. Als alifatische dio-35 len kunnen volgens de uitvinding ook 1.3-of 1,2-propyleeng]ycol of 1.5-pentaandiol worden gebruikt.
De als component b) gebruikte alifatische dicarbonzuren kunnen 80 0 0 0 95 •m' J mm verzadigd ui' ethenlseh ’ >nvcrzad i gd zijn. Ais ai. ifatische verzadigde dicarbotizun-n kutnen bi j voui’bt.·»·; I d barna tuenzuu r, gi a taurzuur, adipine-zuur, piuiw I i tiezuur, kurkzuur, azeiainezuur uf aebac inezuur ui' de zuurutdiydr Lden daarvan, in het bijzonder barna teenzuuranhydride of ^ gluta.urzuuruiihydri.de, in aanmerking.
k'thenisoh onverzadigde diuarbunzuren zijn bij voorkeur fumaar-zuur, maleinezuur of itaconzuur, voorts me saconzuur, citraconzuur en methyleenmalonzuur. Als geschikt dicarbonzuuranhydride kan in het bijzonder maleinezuuranhydride worden genoemd, dat als component 1^ b) de voorkeur verdient.
Als component c) komen in de eerste plaats additieprodukten van epoxypropaan aan 6-6 koolstofatomen bevattende driewaardige tot zes-waardige alkanolen in aanmerking. Deze alkanolen kunnen onvertakt of vertakt zijn. Als voorbeelden kunnen worden genoemd glycerol, tri-15 methylolpropaan, erytritol, pentaerytritol, manitol of sorbitol.
De additieprodukten van de component c) kunnen bijvoorbeeld worden verkregen door additie van ongeveer 2-20 mol, bij voorkeur 4-12 mol epoxypropaan aan 1 mol van de driewaardige tot zeswaardige alcohol.
Geschikt zijn in het bijzonder additieprodukten van 4-8 mol epoxy-20 propaan aan 1 mol pentaerytritol.
De als component d) geschikte vetzuren zijn verzadigde of onverzadigde zuren, zoals bijvoorbeeld caprylzuur, caprinezuur, laurinezuur, myristinezuur, p ii mi tine zuur, stearinezuur, arachinezuur, cocosvet-(G^-C^j-zuur, bebenzuur, deceenzuur, dodeceenzuur, tetradeceen-25 zuur, hexadeceenzuur, oliezuur, linolzuur, linoleenzuur, ricinol-zuur, eicoseenzuur, docoseenzuur of clupanodonzuur.
Volgens de uitvinding verdienen oliezuur, cocosvetzuur, talkvet-zuur, palmintinezuur en in het bijzonder stearinezuur de voorkeur.
Als additieprodukt verkregen polypropyleenoxiden die de voorkeur 50 verdienen worden uit de volgende componenten verkregen: a ) een alifatisch diol met de formule H0-(.....CHpCH90^·- H
1 k. Ω ^ waarin n^ 10-40 voor stelt, bij .voorkeur polyethyleenglycolen met een gemiddeld molecuulgewicht van 900-1800, in het bijzonder 1500- 1600, 55 x b1) een verzadigd of ethenisch onverzadigd alifatisch dicarbonzuur of het zuuranhydride daarvan met 4-10 koolstofatomen, in het bijzon-der maleinezuuranhydride, ƒ! een additieprodukt van epoxypropaan aan 3-6 koolstofatomen be- \jl vattende driewaardige tot zeswaardige alkanolen en 1 ar\ d.) een verzadigd of onverzadigd vetzuur met 12-22 koolstofatomen, 0 4 80 0 0 0 95 -5- # in het bijzonder cocosvetzuur, oliezuur, palmitinezuur en vooral stearinezuur.
De als additieprodukt verkregen polypropyleenoxiden worden in het bijzonder als egaliseermiddel en als middel ter voorkoming van 5 rimpelen bij het verven van cellulosematerialen met kuipkleurstoffen of reactieve kleurstoffen gebruikt.
De als additieprodukt verkregen polypropyleenoxiden worden aan het verfbad in een hoeveelheid, gerekend als droge stof, van 0,05-3 g , bij voorkeur 0,3-1 g per liter van het bad toegevoegd.
10 Typische voorbeelden van de als additieprodukt verkregen poly propyleenoxiden zijn de additieprodukten verkregen uit 1. 1 mol van het condensatieprodukt van 1 mol pentaerytritol en 4-8 mol epoxypropaan, 2 mol maleinezuuranhydride, 15 1 mol diethyleenglycol en 1 mol cocosvetzuur, 2. 1 mol van het condensatieprodukt van 1 mol pentaerytritol en 4-8 mol epoxypropaan, 2 mol maleinezuuranhydride, 20 1 mol polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1500 en 1 mol stearinezuur, 3. 1 mol van het condensatieprodukt van 1 mol pentaerytritol en 4-8 mol epoxypropaan, 25 2 mol glutaarzuur- of barnsteenzuuranhydride, 1 mol polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1500 en 1 mol cocosvetzuur, 4. 1 mol van het condensatieprodukt van 1 mol pentaerytritol en 30 4-8 mol epoxypropaan, 2 mol maleinezuuranhydride, 1 mol polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 9OO en 1 mol stearinezuur, 35 5. 1 mol van het condensatieprodukt van 1 mol pentaerytritol en 8 mol epoxypropaan, 2 mol maleinezuuranhydride, 1 mol polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1500 en 40 1 mol oliezuur of palmitinezuur.
80 0 0 0 95 -4-
De als additieprodukten verkregen polypropyleenoxiden 1. tot en met 5· kunnen als vrije zuren of als zouten, in het bijzonder als natriumzouten of als ammoniumzouten.. aanwezig zijn.
De bereiding van de als additieprodukt verkregen polypropyleen-5 oxiden wordt volgens bekende methoden uitgevoerd. Een werkwijze voor de bereiding vandeze produkten is de omzetting van de component a) met de componenten b), c) en d) en eventueel de omzetting van het verkregen produkt in een zout. De omzetting van de component a) met de componenten b), c) en d) wordt eventueel bij aanwezigheid van 10 een zuur als katalysator en/of van een ten opzichte van de reactie-componenten indifferent' organisch oplosmiddel bij een temperatuur van 80 - 150°C, bij voorkeur 90 - 1^0°C uitgevoerd. Als katalysator kunnen bijvoorbeeld zwavelzuur of p-tolueensulfonzuur worden gebruikt. Geschikte organische oplosmiddelen zijn bijvoorbeeld 15 benzeen, tolueen of xyleen.
Indien als component b) dicarbonzuren worden gebruikt kunnen de verschillende componenten gelijktijdig worden omgezet. Indien als component b) zuuranhydriden van alifatische dicarbonzuren worden gebruikt wordt de verestering doelmatig trapsgewijs uitgevoerd. In 20 een eerste trap wordt bijvoorbeeld het diol (component a) bij aanwezigheid van een polymerisatie-inhibitor, bijvoorbeeld di-(tert. butyl)-p-cresol, met het zuuranhydride bij een temperatuur van 90-130°0 in de bis-monoëster van hetdicarbonzuur omgezet, die vervolgens in een tweede trap onder toevoeging van een zuur als kata-25 lysator en eventueel bij aanwezigheid van een indifferent organisch oplosmiddel.bijvoorbeeld benzeen of tolueen.met het als component c) gebruikte' additieprodukt en het als component d) gebruikte vetzuur bij 90 - 150°C verder wordt veresterd, waarna de nog carboxyl-groepen bevattende ester door toevoeging van basen zoals ammoniak 50 of een alkalimetaalhydroxide in een zout kan worden omgezet.
De verkregen additieprodukten zijn afhankelijk van de samenstelling vaste of vloeibare, sterk viskeuze produkten. De produkten kunnen derhalve een wasachtige, pasta-achtige of olie-achtige consis-dLentie hebben en zijn in het algemeen kleurloos of hebben een lichtgele of 35 bruine kleur.
Als cellulosemateriaal komt materiaal van natuurlijke of geregenereerde cellulose in aanmerking, zoals bijvoorbeeld hennep, linnen, jute, viskose-zijde, celwol, celluloseacetaat en in het bijzonder katoen, alsmede gemengde vezels, bijvoorbeeld vezels van 40 polyester en katoen, waarbij het polyestergedeelte vooraf, gelijk- 80 0 0 0 95 -5- tijdig of naderhand met dispersiekleurstoffen wordt geverfd. Het cellulosemateriaal kan daarbij in de meest verschillende verwer-kingsstadia aanwezig zijn, bijvoorbeeld als los materiaal, garen, weefsel of breisel. Het cellulosemateriaal dient vooraf gereinigd 5 te zijn, dat wil zeggen dat het materiaal door een voorbehandeling gereed is voor een verving, bijvoorbeeld door koken in een zuur of in het bijzonder een basisch gebied.
Geschikte kuipkleurstóffen zijn veelvoudig geanneleerde en heterocyclische benzochinonen of naftochinonen, zwavelkleurstoffen 10 en in het bijzonder antrachinoide-kleurstoffen of indigoide-kleur-stoffen. Voorbeelden van geschikte kuipkleurstóffen zijn de kleurstoffen die in Colour Index, derde druk (1971) deel 3 op de bladzijden 3649 - 3837 zijn vermeld en die daarin "Sulphur Dyes" en "Vat Dyes" zijn genoemd.
15 Geschikte anionische kleurstoffen zijn in het bijzonder de voor cellulosematerialen in aanmerking komende substantieve kleurstoffen, als esters aanwezige leuko-kuipkleurstoffen en in het bij-zonderlreactieve kleurstoffen.
Als substantieve kleurstoffen zijn de gebruikelijke directe 20 JsLeurstoffen geschikt, bijvoorbeeld de "Direct Dyes" die in Colour Index, derde druk (1971) deel 2 op de bladzijden 2005-2478 zijn vermeld.
De als esters aanwezige leuko-kuipkleurótoffen kunnen bijvoorbeeld worden verkregen uit kuipkleurstóffen van de indigo-, antrachi-25 non- of indant>*reen-reeks door reductie bijvoorbeeld met ijzerpoeder en een daaropvolgende verestering bijvoorbeeld met chloorsulfonzuur en zijn in Colour Index, derde druk, 1971» deel 3 vermeld, waarin de kleurstoffen "Solubilised Vat Dyes" zijn genoemd.
Onder reactieve kleurstoffen worden de gebruikelijke kleur- · 30 stoffen verstaan die aan cellulose chemisch worden gebonden, bijvoorbeeld de in Colour Index, derde druk, (1971) deel 3> op de bladzijden 3391-3560 vermelde kleurstoffen die daarin "Reactive Dyes" zijn genoemd.
De hoeveelheid van de aan het verfbad toegevoegde kleurstoffen 35 wordt bepaald door de gewenste kleurintensiteit. In het algemeen is een hoeveelheid van 0,01 - 10, bij voorkeur 0,01 - 3 gew.%, betrokken op het te verven cellulosemateriaal doelmatig gebleken.
De verfbaden kunnen afhankelijk van de gebruikte kleurstof naast het als egaliseermiddel werkende, als additieprodukt verkregen 40 polypropyleenoxide andere gebruikelijke toevoegsels bevatten, bij- 80 0 0 0 95 * -6- voorbeeld basisch werkende verbindingen zoals natriumcarbonaat, natriumwaterstofcarbonaat, natriumhydroxide, ammonia of basisch reagerende zouten zoals bijvoorbeeld natriumtrichlooracetaat alsmede waterstofsulfiet of elektrolyten zoals bijvoorbeeld natriu-5 chloride of natriumsulfaat. Sequestreermiddelen zijn echter niet vereist. De pH van de verfbadaiis in het algemeen 6-12,5» bij voorkeur 8-12.
Het verven wordt doelmatig volgens de uittrekwerkwijze in een water bevattend bad uitgevoerd. De badverhouding is van de verf-10 inrichting, het te verven materiaal en de vorm waarin het materiaal aanwezig is afhankelijk. De badverhouding kan echter binnentrede grenzen worden gevarieerd, bijvoorbeeld tussen 1 : 4 en 1 : 100, in de meeste gevallen echter tussen 1 : 5 en 1 : 40.
Het verfproces volgens de uitvinding kan bij een temperatuur 15 van 20 tot 135°G worden uitgevoerd. Indien het te verven materiaal slechts uit cellulosemateriaal bestaat wordt het verfproces doelmatig bij een temperatuur van 20 - 106°C uitgevoerd, bij voorkeur bij 30 - 95°C.
Het verven van gemengde vezelmaterialen van polyester en katoen 20 wordt bij voorkeur bij een temperatuur boven 106°C uitgevoerd, doelmatig bij 110 - 155°C. Dergelijke gemengde vezelmaterialen kunnen bij aanwezigheid van dragers of mengsels van dragers worden geverfd, die de verving van het polyestergedeelte met dispersiekleurstoffen versnellen.
25 Het verfproces volgens de uitvinding kan worden uitgevoerd door het te verven materiaal eerst met het polypropyleenoxide korte tijd te behandelen en het behandelde materiaal vervolgens te verven, of door het te verven materiaal gelijktijdig met het polypropyleen-oxide^enuSe kleurstof te behandelen, hetgeen volgens de uitvinding 30 de voorkeur verdient.
Na het verven kan het geverfde cellulosemateriaal op gebruikelijke wijze worden gewassen ter verwijdering van de niet gefixeerde hoeveelheid van de kleurstof. T3aartoe wordt het geverfde materiaal met een oplossing die zeep of een synthetisch wasmiddel bevat bij-35 voorbeeld bij een temperatuur van 40°C tot het kookpunt van de oplossing behandeld.
Yolgens het verfproces van de uitvinding verkrijgt men gelijkmatige vervingen met een intensieve kleur, die uitmunten door goede kleuropbrengsten. In het bijzonder worden egale vervingen bereikt, 'i 40 waarbij het cellulosemateriaal nietis gerimpeld, een evenwichtig 80 0 0 0 95 -7- uiterlijk en een aangename achte greep heeft. Daarnaast worden de echtheden van de vervingen zoals bijvoorbeeld de lichtechtheid, de wrijfechtheid en de natechtheden door het gebruik van het poly-propyleenoxif^niet nadelig beïnvloed. Voorts treedt bij het verven 5 van het cellulosemateriaal onder toepassing van het polypropyleenoxide volgens de uitvinding geen storend schuimen op.
In de volgende voorbeelden zijn als kleurstoffen in de handel gebrachte, dat wil zeggen gecoupeerde produkten en als additie-produkten additieprodukten in 'de vorm van het zuivere produkt ge-10 bruikt.
Voorschriften van de bereiding
Voorschrift A : 150 g polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuul- gewicht van 1500, 19,6 g maleinezuuranhydride en 0,5 g di-(tert.butyl )-p-cresol werden op 1 30°C verhit en drie uren onder roeren op 15 de vermelde temperatuur gehouden. Daarna werd de terugvloeikoeler door een destillatie-inrichting vervangen en aan het reactiemengsel werden 60 g van een condensatieprodukt van 1 mol pentaerytritol en 8 mol epoxypropaan, 22 g stearinezuur en 0,5 g 98-gew.procents zwavelzuur toegevoegd. Het mengsel werd vervolgens 5 uren onder ver-20 Hinderde druk op 150°C verhit, waarbij de verloigen^oeveelheid water werd afgedestilleerd. Vervolgens werd de smelt tot ongeveer 60°C gekoeld, waarna aan de gekoelde smelt 2 g 30-gew.procents natronloog werden toegevoegd voor de neutralisatie van het zwavelzuur. Men verkreeg als condensatieprodukt een ester met een zuurgetal van 7· Het 25 verkregen condensatieprodukt werd in 5Q0 g water opgelost en door toevoegen van 30-gew.procents natronloog op pH 6,5 - 7,0 ingesteld voor de stabilisatie daarvan. Men verkreeg een 30-gew.procents viskeuze oplossing van het verkregen polypropyleenoxide.
Voorschrift B : Er werd zoals in voorschrift A te werk gegaan, waar- 30 bij echter in plaats van 150 g polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1500 10,6 g diethyleenglycol en in plaats van 22 g stearinezuur 15,6 g cocosvetzuur werden gebruikt. Men verkreeg een 30-gew.procents viskeuze, emulsie van het verkregen carboxyl-groepen bevattende polypropyleenoxide.
35 Voorschrift C : Er werd zoals in voorschrift A te werk gegaan, waarbij echter in plaats van 19,6 g maleinezuuranhydride 20 g barn-steenzuuranhydride en in plaats van 22 g stearinezuur 15,6 g cocos-vetzuur werden gebruikt. Men verkreeg een 30-gew.procents viskeuze oplossing van het verkregen polypropyleenoxide.
80 0 0 0 95 -8-
Voorschrift D : Er werd zoals in voorschrift A te werk gegaan, waarbij echter in plaats van 150 g polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1500 100 g polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1000 werden gebruikt. Men verkreeg 5 een 30-gew.procents viskeuze oplossing van het verkregen polypro-pyleenoxide.
Voorschrift E ; Er werd zoals in voorschrift A te werk gegaan, waarbij echter in plaats van 22 g stearinezuur 21,8 g oliezuur werden gebruikt. Men verkreeg een 30-gew.procents viskeuze oplos-10 sing van het verkregen polypropyleenoxide.
Voorbeeld I
In een verfinrichting met badcirculatie werden 70 g door voorbehandelen voor het verven gereed gemaakt katoen met 500 ml water behandeld. Vervolgens werden aan het water de volgende toevoegsels 15 toegevoegd ; 1,5 g van het volgens voorschrift A bereide produkt (30-gew.pro-cents) 10 ml 30-gew.procents natronloog 4 g waterstofsulfiet, 86-gew.procents 20 0,5 g van een kuipkleurstof, bestaande uit
Vat. Blue 4 C.I. 69800 en Vat. Blue 6 C.I. 69825 (1*3), die vooraf met water'en 5 ml 30-gew.procents natronloog tot een dispersie waren verwerkt.
25 Nadat de toegevoegde componenten in het verfbad gelijkmatig waren verdeeld werd het verfbad in 30 minuten op 60°C gebracht, waarna het katoen 30 minuten bij de vermelde temperatuur werd geverfd. Daarna werden 3 g natriumchloride aan het verfbad toegevoegd, waarna het katoen 30 minuten bij 60°C verder werd geverfd. Vervol-30 gens werd het geverfde materiaal warm en daarna koud gespoeld en gedroogd. Men verkreeg een egale, .echte blauwe verving. Het garen had een aangename zachte greep.
Volgens dezelfde verfwerkwijze, echter zonder toevoeging van het volgens het voorschrift A verkregen produkt was de verving in 35 het bijzonder op de plaatsen van kruising van de garens minder gelijkmatig, terwijl het geverfde materiaal een hardere greep had.
Voorbeeld II
Op een gesloten haspelkuip werden 100 kg katoentricot (door vooraf behandelen gereed voor het verven gemaakt) bij 30°C onder 40 toevoeging van 2500 g van het volgens het voorschrift A verkregen 80 0 0 0 95 -9- produkt met 2500 1 water behandeld. Vervolgens werden aan het bad 40 1 50-gew.procents natronloog en 10 kg 86-gew.procents waterstof-sulfiet toegevoegd. Daarna werd aan het bad de volgendeverfsamen-stelling toegevoegd.
5 76 1 water 2500 g 86-gew.procents watersstofsulfiet 6 1 50-gew.procents natronloog 1000 g van de kuipkleurstof Vat. Yellow 2 C.I. 67300 en daarnaast 500 g van de kuipkleurstof Vat. Violet 9 C.I. 60005.
10 Vervolgens werd het verfbad in 50 minuten op 70°C verwarmd en het katoen werd 30 minuten bij de vermelde temperatuur geverfd. Vervolgens werd het geverfde materiaal gespoeld en in stromend koud water geoxydeerd. Na het drogen resulteerde een egale evenwichtige verving. Het tricot was vrij van rimpels en had een aangename zachte 15 greep.
Voorbeeld III
In een straalverfinrohting met korte badcirculatie werden 100 kg katoentricot bij 20°C met 500 1 water behandeld. Vervolgens werden aan het bad 1000 g van het volgens het voorschrift A ver-20 kregen produkt, verdund met water, toegevoegd. Daarna werden aan het bad 1800 g van een kleurstof met de formule 1 en 200 g van een kleurstof met de formule 2 in opgeloste vorm toegevoegd. De temperatuur werd binnen 10 minuten op 30°C gebracht. Vervolgens werden 10 kg gecalcineerd natriumsulfaet toegevoegd, waarna de tempera-25 tuur in 10 minuten op 40°C werd gebracht, waarna een verdere hoeveelheid van 10 kg natriumsulfaat werden toegevoegd. Vervolgens werden 500 g gecalcineerd natrinmcarbonaat en na 5 minuten 1000 ml 30-gew.procents natronloog toegevoegd. Daarna werd het materiaal nog 30 minuten bij 40°C geverfd. Het verfbad werd afgekoeld en het 30 geverfde tricot werd gespoeld. Het geverfde tricot werd vervolgens 20 minuten koud gewassen en 20 minuten kokend gezeept en opnieuw met warm en daarna met koud water gewassen. Na het drogen resulteerde een egale olijfkleurige verving. Het tricot was vrij van rimpels en had een aangename greep.
35 Door het materiaal op gelijke wijze te verven, echter zonder het volgens het voorschrift A verkregen produkt, was het geverfde tricot gerimpeld en had een onevenwichtig uiterlijk en een hardere greep.
Voorbeeld IV
40 In een straalverfinrichting met korte badcirculatie werden 800 0 0 95 ƒ -10- 100 kg katoentricot bij 75°C met 600 1 water onder toevoeging van 600 g van het volgens het voorschrift A verkregen produkt (30-gew. prooents) behandeld. Vervolgens werden aan het verfbad achtereenvolgens de volgende toevoegsels in opgeloste vorm toegevoegd : 5 1500 g van een kleurstof met de formule 3? 36000 g natrium- chloride en 600 g natrium-nitrobenzeensulfonaat.
Vervolgens werd het katoentricot bij 75°C 30 minuten geverfd. Daarna werden 12000 g gecalcineerd natriumcarbonaat en 1800 ml 30-gew.procents natronloog toegevoegd en het te verven materiaal 10 werd nog 60 minuten bij 75°C geverfd. Na afkoeling werd het geverfde materiaal gespoeld, 20 minuten bij kooktemperatuur gezeept en tenslotte warm en daarna koud gespoeld.
Na het drogen resulteerde een egale echte verving. Het breisel had geen rimpels en had een aangename zachte greep.
15 Door volgens dezelfde werkwijze te werk te gaan, echter zonder toevoeging van het volgens het voorschrift A verkregen produkt, was de verving minder gelijkmatig, terwijl het geverfde materiaal een hardere greep had.
Voorbeeld V
20 In een HT-haspelkuip werden 100 kg gemaasd materiaal bestaande uit 66 gew.% polyestervezels en 34 gew.% katoen onder toevoeging van 3 hg van een condensatieprodukt van naftaleensulfonzuur en formaldehyde, 1 kg van het volgens het voorschrift A verkregen polypropyleenoxide en 6 kg ammoniumsulfaat bij 5°°C met 3000 1 water 25 behandeld, waarna het bad met mierezuur op pH 5»5 werd ingesteld. Vervolgens werden aan het bad 700 g van een dispersiekleurstof met de formule 4 en 800 g van een directe kleurstof met de formule 5 toegevoegd. Het verfhad werd in 40 minuten op 125°C gebracht en het materiaal werd 60 minuten bij de vermelde temperatuur geverfd.
30 Het verfbad werd vervolgens tot 95°C gekoeld, waarna daaraan 15 kg watervrij natriumsulfaat werden toegevoegd. Vervolgens werd het materiaal 50 minuten bij 95°C verder geverfd. Vervolgens werd het bad gekoeld en het geverfde materiaal werd gespoeld en gedroogd.
Men verkreeg een egale verving, waarbij het gedeelte van het 35 katoen en liet gedeelte van de polyester in een nagenoeg gelijke tint en met een nagenoeg gelijke kleurdiepte waren geverfd. De greep van het materiaal was aangenaam zacht en het materiaal had geen rimpels.
Voorbeeld- VI
40 In een straalverfinrichting met korte badcirculatie werden 80 0 0 0 95 -ΜΙ 00 kg katoentricot bij 20°C onder toevoeging van 1,5 kg van het volgens het voorschrift A verkregen polypropyleenoxide met 600 1 water behandeld. Vervolgens werden aan het bad 500 g van een directe kleurstof met de formule 6 toegevoegd. Het verfbad werd in 5 30 minuten op 90°C gebracht en het materiaal werd 10 minuten bij deze temperatuur geverfd. Vervolgens werden aan het bad 5 kg glauberzout in 3 porties met tussenpozen van 5 minuten toegevoegd. Na de laatste toevoeging van het zout werd de temperatuur op 96°C gebracht en het materiaal werd 20 minuten bij deze temperatuur 10 verder geverfd. Vervolgens werd het bad gekoeld en het geverfde materiaal werd gespoeld en gedroogd. Men verkreeg een licht olijfkleurige, verving met een uitstekende egaliteit.
Volgens dezelfde werkwijze, echter zonder toevoeging van het volgens voorschrift A verkregen produkt was de verving duidelijk 15 minder egaal.
In plaats van het volgens het voorschrift A verkregen produkt kan in de voorbeelde I tot en met VI met even goede resultaten ' een van de volgens de voorschriften B tot en met E verkregen carbo- xylgroepen bevattende polypropyleenoxiden in telkens een gelijke 20 hoeveelheid worden gebruikt.
» 0 1 800 0 0 95

Claims (14)

1. Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezelvormig cellulosemateriaal met kuipkleurstoffen of anionische kleurstoffen, met het kenmerk, dat men het cellulosemateriaal hij 5 aanwezigheid van een als additieprodukt verkregen carboxylgroepen bevattend polypropyleenoxide of het zout daarvan verft, dat is verkregen uit a) een alifatisch diol met een gemiddeld molecuulgewicht van ten hoogste 2600, 10 b) een alifatisch dicarbonzuur of het zuuranhydride daarvan met 4-10 koolstofatomen, c) een additieprodukt van epoxypropaan aan een ten minste driewaardige alifatische alkohol met 3-10 koolstofatomen en d) een vetzuur met 8-22 koolstofatomen. 15 2, Werkwijze volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat men een polypropyleenoxili^ge£ruikt dat is verkregen uit 1 - 3 mol component a) 2-4 mol component b) 1 mol component c) en 20 1-2 mol component d).
3. Werkwijze volgens conclusie 1 en/of 2, m e t het kenmerk, dat men bij de bereiding van het additieprodukt als component a) een diol met de formule OH^CHgCHgO^H gebruikt waarin n een geheel getal van 1-50 voorstelt. 25 4· Werkwijze volgens conclusie 3» m e t het ken merk, dat men als diol met de vermnlde formule een polyethyleen-glycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 650 - 1800 gebruikt.
5. Werkwijze volgens conclusies 1 - 4, m e t het kenmerk, dat men bij de bereiding van het additieprodukt als com- 30 ponent b) een verzadigd of ethenisch onverzadigd dicarbonzuur met 4 - 10 koolstofatomen of het zuuranhydride daarvan gebruikt.
6. Werkwijze colgens conclusie 5>met het kenmerk, dat men als component b) maleinezuuranhydride gebruikt.
7. Werkwijze volgens conclusies 1-6,met het ken- 35 merk, dat men bij de bereiding van het additieprodukt als component c) een additieprodukt van epoxypropaan aan een driewaardig tot zeswaardig alkanol met 3-6 koolstofatomen gebruikt.
8. Werkwijze volgens conclusie 7,met het kenmerk, dat men als driewaardig tot zeswaardig alkanol glycerol, 40 trimethylolpropaan, erytritol, pentaerytritol, mannitol of sorbitol 80 0 0 0 95 -13- gebruikt.
9. Werkwijze volgens conclusie 7>nie-b het kenmerk, dat men als component c) een additieprodukt van 4-8 mol epoxypropaan aan 1 mol pentaerytritol gebruikt.
10. Werkwijze volgens conclusies 1 - 9ri e t het ken merk, dat men bij de bereiding van het additieprodukt als component d) cocosvetzuur, oliezuur, talkvetzuur, palmitinezuur of stearinezuur gebruikt.
11. Werkwijze volgens conclusies 1 - 10, met het 10 kenmerk, dat men*additieprodukt gebruikt dat is verkregen uit a, ) een alifatisch diol met de formule Η0·(0Ξ,,0Ηο0·) Ξ , 1 d ά n.| waarin n^ een geheel getal van 10-40 voorstelt, b^) een verzadigd of ethenisch onverzadigd alifatisch di-15 carbonzuur of het zuuranhydride daarvan met 4-10 kool- stofatomen, c^) een additieprodukt van epoxypropaan aan een 3-6 kool-stofatomen bevattend driewaardig tot zeswaardig alkanol en d^) een verzadigd of onverzadigd vetzuur met 12 - 22 koolstof-20 atomen.
12. Werkwijze volgens conclusie 11,met het kenmerk, dat men een additieprodukt gebruikt dat is verkregen uit 1 mol van het condensatieprodukt van 1mol pentaerytritol en 4 - 8 mol epoxypropaan, 2 mol maleinezuuranhydride, 1 mol polyethyleen- 25 glycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 1500 en 1 mol stearinezuur. -I3. Werkwijze volgens conclusies 1-12, met het kenmerk, dat men de verving volgens de uittrek-werkwijze uitvoert.
14. Werkwijze volgens conclusies 1 - 13, met het k e n- 30 merk, dat men 0,05 - 3 g> bij voorkeur 0,3 - 1 g, van het poly-adduct propyleenoxid^ per liter van het verfbad, betrokken op het gehalte aan droge stof van het addu^t gebruikt.
15· Werkwijze volgens conclusies 1-14» met het kenmerk, dat men de verving met substantieve kleurstoffen, als es-35 ters aanwezige leuko-kuipkleurstoffen of bij voorkeur met kuip-kleurstoffen of reactieve kleurstoffen uitvoert.
6. Water bevattend verfbad voor het verven van vezelvormig cellulosemateriaal, gekenmerkt, doordat het bad ten minste een kuipkleurstof of een anionische kleurstof en een carboxylgroepen 40 bevattend polypropyleenox^’^of*'het zout daarvan volgens conclusies· 800 0 0 95 1-12 bevat.
17. Geverfd vezelachtig cellulosemateriaal, onder egalisering en onder voorkoming van rimpeling, bij voorkeur met kuipkleurstoffen of anionische kleurstoffen geverfd volgens één of meer werkwijzen 5 van de conclusies 1 - 16. 80 0 0 0 95 i i F Λ !°3h C_.z nh-\ J~m~\ AN=N~r Y j CH3 N \ NHCONHg 2. ” F Λ N N λ—<?v NH-4 J~m \ 7 „«A*; λ .SOo H ?H f yir< A/V Λ A°3h 3 Λα>-νηλλ·*η-0 so3h i ' H N02 80 0 0 0 95 5, - . % L JL N=N—L N-< >-CH=CH-< >-KlHCOCH=* O-i-O-Cu—0 S03H S03H L J 2 L Coo-Cu-^—0 CH3 SOsH S03H ^ Jk J-NH $0*H y ^ COCH- 3 4h 80 0 0 0 95
NL8000095A 1979-01-10 1980-01-08 Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezel- vormig cellulosemateriaal. NL8000095A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
CH21779A CH624257GA3 (nl) 1979-01-10 1979-01-10
CH21779 1979-01-10

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8000095A true NL8000095A (nl) 1980-07-14

Family

ID=4181936

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8000095A NL8000095A (nl) 1979-01-10 1980-01-08 Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezel- vormig cellulosemateriaal.

Country Status (14)

Country Link
US (1) US4277247A (nl)
JP (1) JPS5593885A (nl)
BE (1) BE881054A (nl)
BR (1) BR8000125A (nl)
CA (1) CA1151360A (nl)
CH (1) CH624257GA3 (nl)
DE (1) DE3000370A1 (nl)
DK (1) DK9780A (nl)
ES (1) ES487857A1 (nl)
FR (1) FR2446349A1 (nl)
GB (1) GB2039543B (nl)
IT (1) IT1145401B (nl)
NL (1) NL8000095A (nl)
ZA (1) ZA80117B (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4441885A (en) * 1981-04-29 1984-04-10 Ciba-Geigy Corporation Anticrease finishing composition and use thereof in the dyeing or whitening of textile material which contains polyester fibres
US4705526A (en) * 1985-07-18 1987-11-10 Ciba-Geigy Corporation Water-soluble or water-dispersible graft polymers and the preparation and use thereof
TWI525103B (zh) 2014-12-29 2016-03-11 財團法人工業技術研究院 改質纖維素與及應用其之複合材料

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3940247A (en) * 1973-12-03 1976-02-24 Gaf Corporation Dye migration control with amine salt of poly(vinyl methyl ether/maleic acid)
DE2444823C3 (de) * 1974-09-19 1982-05-19 Basf Ag, 6700 Ludwigshafen Verfahren zum Färben von Cellulosefasern
CH598404B5 (nl) * 1975-04-04 1978-04-28 Ciba Geigy Ag
IE42854B1 (en) * 1975-06-13 1980-11-05 Ciba Geigy Ag Process for removing foam from aqueous systems

Also Published As

Publication number Publication date
BR8000125A (pt) 1980-10-29
ES487857A1 (es) 1980-09-16
CH624257GA3 (nl) 1981-07-31
FR2446349A1 (fr) 1980-08-08
FR2446349B1 (nl) 1983-12-30
DE3000370A1 (de) 1980-07-24
US4277247A (en) 1981-07-07
DK9780A (da) 1980-07-11
CA1151360A (en) 1983-08-09
IT8047533A0 (it) 1980-01-08
IT1145401B (it) 1986-11-05
GB2039543B (en) 1982-10-06
BE881054A (fr) 1980-07-09
CH624257B (nl)
GB2039543A (en) 1980-08-13
JPS5593885A (en) 1980-07-16
ZA80117B (en) 1980-12-31

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP3167774B2 (ja) 潤滑剤含有共重合体水性調製品
EP0613976B1 (de) Verwendung von Acrylamidpolymeren als Faltenverhinderungsmittel
DE3000382C2 (nl)
US4168142A (en) Halogen-containing esters as pH regulators in textile finishing processes
NL8000095A (nl) Werkwijze voor het verven van vooraf gereinigd vezel- vormig cellulosemateriaal.
US2182964A (en) Coloration of textile and other materials
US6616711B1 (en) Resist printing on hydrophobic fiber materials
CH550888A (nl)
US4032291A (en) Phenyl phthalate carriers in dyeing and printing synthetic fibers
US2950949A (en) Process for dyeing and printing shaped structures of hydrophobic organic high polymers containing ester groups
US4023925A (en) Process for obtaining multicolor effects
US2347001A (en) Dyeing cellulose esters
EP0114574B1 (de) Flüssige Handelsform von kationischen Farbstoffen
US2218628A (en) Coloration of textile and other materials
US3857676A (en) Process for the printing and continuous fixing of disperse dyestuffs on polyester, cellulose-triacetate, cellulose-2{178 -acetate and mixtures thereof
US2873204A (en) Process for producing embossed prints
US3932121A (en) Process for the dyeing of modified polyester fibers
US4322213A (en) Process for the production of reserve effects on polyestercellulose mixed fiber textiles
US2205032A (en) Dye compositions
AU695343B2 (en) Process for dyeing wool-containing fibre materials
DE2500915C3 (de) Verfahren zum Weißtönen von Textilfasem aus Polyestern oder Mischfasern aus Polyestern und Cellulose oder Wolle
US4132525A (en) Process for dyeing materials which contain synthetic fibres using polyadducts of propylene oxide and polyhydric alcohols
CA1051614A (en) Process for dyeing materials which contain synthetic fibres
DE1619578B1 (de) Verfahren zum Färben von Fasermaterial in organischen L¦sungsmitteln
Gund New Ideas in the Application of Phthalocyanine Derivatives to Textiles

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed