NL2033722A - Bouwelement, in het bijzonder een vloerconstructie-element, en toepassing ervan - Google Patents
Bouwelement, in het bijzonder een vloerconstructie-element, en toepassing ervan Download PDFInfo
- Publication number
- NL2033722A NL2033722A NL2033722A NL2033722A NL2033722A NL 2033722 A NL2033722 A NL 2033722A NL 2033722 A NL2033722 A NL 2033722A NL 2033722 A NL2033722 A NL 2033722A NL 2033722 A NL2033722 A NL 2033722A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- longitudinal
- building element
- building
- timber
- tension
- Prior art date
Links
- 238000010276 construction Methods 0.000 title claims description 18
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 10
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 10
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 10
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 5
- 239000005445 natural material Substances 0.000 claims description 4
- 239000002023 wood Substances 0.000 claims description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 2
- 229910001092 metal group alloy Inorganic materials 0.000 claims description 2
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 5
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 5
- 238000007665 sagging Methods 0.000 description 3
- 230000007613 environmental effect Effects 0.000 description 2
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 2
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 1
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 1
- 238000005516 engineering process Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 230000008569 process Effects 0.000 description 1
- 239000002994 raw material Substances 0.000 description 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- 230000002195 synergetic effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C3/00—Structural elongated elements designed for load-supporting
- E04C3/02—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces
- E04C3/12—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members
- E04C3/18—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members with metal or other reinforcements or tensioning members
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C3/00—Structural elongated elements designed for load-supporting
- E04C3/02—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces
- E04C3/12—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members
- E04C3/14—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members with substantially solid, i.e. unapertured, web
- E04C3/145—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members with substantially solid, i.e. unapertured, web with special adaptations for the passage of cables or conduits through the web, e.g. reinforcements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C3/00—Structural elongated elements designed for load-supporting
- E04C3/02—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces
- E04C3/29—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces built-up from parts of different material, i.e. composite structures
- E04C3/292—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces built-up from parts of different material, i.e. composite structures the materials being wood and metal
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C5/00—Reinforcing elements, e.g. for concrete; Auxiliary elements therefor
- E04C5/08—Members specially adapted to be used in prestressed constructions
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Composite Materials (AREA)
- Rod-Shaped Construction Members (AREA)
- Floor Finish (AREA)
Abstract
De uitvinding heeft betrekking op een bouwelement, in het bijzonder voor het overspannen van een afstand tussen twee steunelementen, omvattende ten minste een langshout met een eerste longitudinaal uiteinde en een tweede longitudinaal uiteinde, een eerste tegenplaat nabij en op afstand van het eerste uiteinde van het langshout en optioneel een tweede tegenplaat nabij en op afstand van het tweede uiteinde van het langshout, welke ten minste ene tegenplaat is gelegen tussen de beide uiteinden van het langshout, waarbij een trekelement zich ten minste uitstrekt tussen en is gekoppeld aan de ten minste ene tegenplaat voor het aanleggen van een longitudinale trekkracht op het bouwelement.
Description
BOUWELEMENT, IN HET BIJZONDER EEN VLOERCONSTRUCTIE-ELEMENT, EN
TOEPASSING ERVAN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een bouwelement volgens de aanhef van conclusie 1. Tevens heeft de uitvinding be- trekking op een vloerconstructie en op de toepassing van het bouw- element en van de vloerconstructie.
Een dergelijk bouwelement is in de techniek bekend. Bijvoor- beeld zijn overspanningen bekend waarbij een stalen skelet als dragende constructie wordt gebruikt en een afwerkvloer daarop wordt aangebracht. Nadeel van die bekende constructies is dat die een grote belasting op energie vragende grondstoffen legt. De mi- lieu impact van de bekende oplossingen is groot.
In de techniek is er behoefte aan een constructie die een be- perkte milieu impact heeft maar die een groot dragend vermogen heeft en een grote overspanning aan kan.
De uitvinding heeft nu tot doel een verbeterde overspanning van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen.
In het bijzonder heeft de uitvinding tot doel een overspan- ning van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen die ten minste deels uit hernieuwbare materialen is vervaardigd.
Voorts heeft de uitvinding tot doel een overspanning te ver- schaffen die eenvoudig en snel op een vooraf gewenste voorspanning kan worden gebracht om tijdens gebruik bij een vooraf te bepalen belasting een vlak oppervlak te verschaffen.
Met name heeft de uitvinding daarbij tot doel een bouwelement te verschaffen dat na plaatsing en tijdens gebruik kan worden in- gesteld op een gewenste spanning, waardoor de doorzakking kan wor- den geregeld.
Tevens heeft de uitvinding tot doel een verbeterd vloerele- ment of dakelement te verschaffen.
Ter verkrijging van ten minste een van de hiervoor genoemde voordelen, verschaft de uitvinding volgens een eerste uitvoerings- vorm een element dat de maatregelen van conclusie 1 bevat. Dit element heeft het voordeel dat het eenvoudig vooraf op een voor-
spanning kan worden gebracht waardoor het tijdens gebruik een vlak oppervlak vormt.
Tevens is gebleken dat het element volgens de uitvinding gro- tendeels uit hernieuwbare materialen, in het bijzonder hout, kan worden vervaardigd. Hierdoor heeft het een lage zogenoemde foot- print, waardoor het in de huidige markt een grote meerwaarde heeft. Een dergelijke synergetische werking is een groot voordeel.
De uitvinding heeft derhalve betrekking op een bouwelement, in het bijzonder voor het overspannen van een afstand tussen twee steunelementen, omvattende ten minste een langshout met een eerste longitudinaal uiteinde en een tweede longitudinaal uiteinde, met het kenmerk, dat de uitvinding voorts omvat een eerste tegenplaat nabij en op afstand van het eerste uiteinde van het langshout, en optioneel een tweede tegenplaat nabij en op afstand van het tweede uiteinde van het langshout, welke ten minste ene tegenplaat is ge- legen tussen de beide uiteinden van het langshout, waarbij een trekelement zich ten minste uitstrekt tussen en is gekoppeld aan de ten minste ene tegenplaat voor het aanleggen van een longitudi- nale trekkracht op het bouwelement. Dit bouwelement levert ten minste een van de hiervoor genoemde doelen.
Het heeft de voorkeur dat het langshout tussen de beide uit- einden een in de lengterichting gelegen bovenzijde en een tegen- over de bovenzijde in de lengterichting gelegen onderzijde heeft, waarbij de tegenplaten nabij het boveneinde van het langshout zijn gelegen. Dit biedt een goede toegankelijkheid tot het trekelement.
Met name heeft het daarbij de voorkeur dat het bouwelement een doorgang omvat voor het daarin positioneren van een uiteinde van het trekelement. Het trekelement kan dan geheel binnen de om- treksafmeting van het bouwelement zijn gelegen, waardoor geen bui- ten het bouwelement uitstekend gedeelte van het trekelement tot overlast kan leiden bij afwerkwerkzaamheden.
In het bijzonder heeft het de voorkeur dat het trekelement aan ten minste een uiteinde een stelmiddel omvat voor het instel- len van de trekkracht op het trekelement. Daarmee kan de spanning, of spankracht of trekkracht, op het trekelement naar wens worden ingesteld. Eventueel kunnen beide uiteinden een stelmiddel omvat- ten.
Bij voorkeur is het stelmiddel gevormd van een schroefdraad op het trekelement en een daarmee samenwerkende moer welke aanligt tegen de tegenplaat. Door de moer tegen de tegenplaat te positio- neren en aan te draaien wordt het trekelement in de richting van het respectievelijke uiteinde getrokken wat een bijzonder eenvou- dige oplossing biedt om een verhoogde trekspanning op het treke- lement aan te leggen. Door de aangelegde trekspanning wordt een verminderde doorzakking van het bouwelement verkregen.
Het heeft de voorkeur dat het bouwelement de eerste tegen- plaat nabij en op afstand van het eerste uiteinde van het langs- hout en de tweede tegenplaat nabij en op afstand van het tweede uiteinde van het langshout omvat. Daardoor kan op een positie tus- sen het uiteinde van het bouwelement en de tegenplaat, of de uit- sparing waarin de tegenplaat zich bevindt, een draagmuur of derge- lijke worden geplaatst, waardoor het trekelement bereikbaar blijft nadat het bouwelement is toegepast in een gebouw of dergelijke.
Een zeer goede werking wordt verkregen wanneer het trek- element zich ten minste uitstrekt tussen en is gekoppeld aan de beide tegenplaten.
Bij voorkeur is het trekelement met een eerste uiteinde star gekoppeld tegen de eerste tegenplaat en omvat het andere uiteinde een stelmiddel voor het instellen van de trekkracht. Dit levert een simpele en doeltreffend bouwelement, waarbij slechts een enke- le uitsparing hoeft te worden voorzien om een optimale verstel- baarheid te verkrijgen.
Een bijzonder effectieve manier om doorzakken van een bouw- element te voorkomen wordt verkregen wanneer het trekelement op een positie tussen de beide tegenplaten in een gebogen vorm wordt gehouden. In het bijzonder heeft het hierbij de voorkeur dat tij- dens gebruik het trekelement op een positie tussen de beide tegen- platen op een lagere positie is gelegen dan aan de uiteinden er- van. Bij het aantrekken van het trekelement zal het bouwelement op een positie in het midden meer naar boven worden getrokken omdat het trekelement zich wil vervormen tot een recht element. Door een voldoende voorspanning aan te leggen voorafgaand aan gebruik, kan het bouwelement tijdens gebruik met belasting zich tot een exact recht element terugvormen.
Een geschikte en voordelige variant wordt verkregen wanneer het bouwelement ten minste twee langshouten omvat en waarbij tus- sen de beide langshouten een vulling is voorzien. De vulling omvat bij voorkeur een natuurlijk materiaal, bij voorkeur een op natuur- lijk materiaal, bij voorkeur hout, gebaseerd materiaal, waarmee een circulaire en eenvoudig te hergebruiken bouwelement wordt ver- kregen.
Het trekelement is bij voorkeur opgenomen in een huls, waar- mee het voordeel wordt verkregen dat het trekelement een gedefini- eerd traject doorloopt, wat de voorspelbaarheid van het effect van een hogere of lagere trekspanning op het trekelement vergroot. In het bijzonder heeft het hierbij de voorkeur dat de huls op een vaste positie ten opzichte van het langshout is gelegen.
Het heeft nog meer de voorkeur dat de huls een in hoofdzaak vormvaste of niet samendrukbare doorgang door het bouwelement is, bijvoorbeeld om de voorspelbaarheid van het effect van een hogere of lagere trekspanning op het trekelement te vergroten.
In het geval dat ten minste twee langshouten parallel zijn geplaatst heeft het de voorkeur dat elk een trekelement omvat om een zo volledig mogelijke instelbaarheid van de trekspanning en de doorbuiging van het bouwelement te verschaffen.
Om een stevige koppeling van de meerdere langshouten te ver- schaffen heeft het de voorkeur dat het bouwelement volgens de uit- vinding, zoals hiervoor genoemd, ten minste twee langshouten met elk een trekelement omvat en welke langshouten onderling zijn ver- bonden middels een koppelplaat.
In het bijzonder kan in dat geval het bouwelement ten minste twee langshouten, een koppelplaat en een betonnen of andersoortige laag omvatten. In plaats van een betonnen laag kan een ander mate- riaal worden gebruikt dat voldoet aan gewenste of noodzakelijke eisen van eindafwerking.
De betonnen laag kan op geschikte wijze een betonnen vloer zijn, wat een groot voordeel is bij een bouwelement volgens de uitvinding, aangezien dit een optimale warmtedoorvoer bij vloer- verwarming geeft en een grote stabiliteit aan het gebouw.
Volgens een variant die in het bijzonder de voorkeur geniet heeft de uitvinding betrekking op een bouwelement waarbij het tre-
kelement een uitwendig schroefdraad aan de beide uiteinden omvat dat ten minste deels door de tegenplaten heen steekt en waarbij een schroefelement samenwerkbaar met het schroefdraad op het schroefdraad draaibaar is om tegen de tegenplaat aan te liggen en 5 een trekkracht op het trekelement uit te oefenen. Dit geeft een grote flexibiliteit bij het instellen van de trekspanning op het trekelement.
Volgens een verdere ontwikkeling heeft de uitvinding betrek- king op een bouwelement waarbij het bouwelement voorts is voorzien van een drukprofiel, welk drukprofiel is gepositioneerd tussen en aanliggend met de beide tegenplaten en ten minste gedeeltelijk is verbonden met het langshout. Dit drukprofiel verhoogt de weerstand van het bouwelement tegen ongewenste vervorming en verzekert dat de verandering van de vorm van het bouwelement bij het aanpassen van de trekspanning op het trekelement een gewenste vervorming is.
Met name heeft het hierbij de voorkeur dat het langshout tus- sen de beide uiteinden een in de lengterichting gelegen bovenzijde en een tegenover de bovenzijde in de lengterichting gelegen onder- zijde heeft, waarbij het drukprofiel nabij de bovenzijde van het langshout is gelegen.
Als uitgangspunt kan er voor worden gekozen dat het drukpro- fiel in onbelaste toestand in hoofdzaak ongebogen is.
Bij voorbeeld kan het drukprofiel zijn vervaardigd van metaal of een metaallegering.
Het drukprofiel is bij voorkeur geïntegreerd in het langs- hout, bij voorkeur in de bovenzijde van het langshout, waarbij het drukprofiel bij voorkeur de vorm van de bovenzijde van het langs- hout volgt. Dit vereenvoudigt de verwerking van het bouwelement.
Tot slot heeft het de voorkeur dat het langshout twee zij- vlakken heeft die zich uitstrekken tussen de bovenzijde en de on- derzijde en tussen de beide uiteinden van het langshout, en waar- bij het drukprofiel gecentreerd ten opzichte van de beide zijvlak- ken aan de bovenzijde van het langshout is gepositioneerd, om een voorspelbare vervorming van het bouwelement bij het aanpassen van de trekspanning te verschaffen.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een vloerconstructie met een bouwelement volgens de uitvinding, omvattende ten minste twee bouwelementen welke in longitudinale richting onderling pa- rallel zijn verbonden en welke voorts een de beide bouwelementen afdekkend vloerelement omvat. Dit verschaft ten minste een van de doelen zoals in de aanhef genoemd en een effect zoals beschreven in de voorgaande beschrijving.
Volgens een verder aspect heeft de uitvinding betrekking op de toepassing van een bouwelement of van een vloerconstructie- element volgens de uitvinding en zoals hiervoor omschreven, waar- bij een langshout wordt vervaardigd met een zich over een lengte van het langshout uitstrekkende gebogen doorgang, het door de doorgang voeren van een trekelement, en het plaatsen van een trek- plaat nabij en op afstand van elk uiteinde, welke trekplaten zijn voorzien van een opening voor het doorvoeren van een deel van het trekelement. Dit verschaft ten minste een van de doelen zoals in de aanhef genoemd en een effect zoals beschreven in de voorgaande beschrijving.
Bij voorkeur betreft de toepassing voorts de stap van het uitoefenen van een trekkracht op het trekelement door een van de tegenplaten af gerichte kracht.
Een verdere voorkeur omvat de toepassing voor het bouwen van een gebouw, omvattende het toepassen van een bouwelement of van een vloerconstructie-element volgens de uitvinding, het aanleggen van een voorspanning op het trekelement en het op steunelementen van het gebouw plaatsen van het bouwelement ter vorming van een overspanning tussen de steunelementen. Dit verschaft ten minste een van de doelen zoals in de aanhef genoemd en een effect zoals beschreven in de voorgaande beschrijving.
De uitvinding zal hierna aan de hand van een tekening nader worden uitgelegd. De tekening toont hierbij in:
Fig. 1A een schematische zijaanzicht in doorsnede van het bouwelement volgens de uitvinding,
Fig. 1B een schematische bovenaanzicht in doorsnede van het bouwelement volgens Fig. 1A,
Fig. 2 een schematisch deels doorzichtig bovenaanzicht van het bouwelement volgens de uitvinding in een eerste toestand,
Fig. 3 een schematisch bovenaanzicht van het bouwelement vol-
gens de uitvinding in een eerste toestand,
Fig. 4 een schematisch bovenaanzicht van het bouwelement vol- gens de uitvinding in een tweede toestand,
Fig. 5 een schematisch bovenaanzicht van het bouwelement vol- gens de uitvinding in een derde toestand,
Fig. 6 toont een bouwelement volgens de uitvinding, en
Fig. 7 toont een bouwelement volgens de uitvinding.
In de figuren zijn dezelfde onderdelen middels dezelfde ver- wijzingscijfers aangeduid. Echter, de voor een praktische uitvoe- ring van de uitvinding noodzakelijke onderdelen zijn niet alle ge- toond, vanwege de eenvoud van de weergave.
Fig. 1 toont een schematische zijaanzicht in doorsnede van het bouwelement 1 volgens de uitvinding. Het bouwelement 1 omvat een houten balk 2 als langshout 2 voor een te vormen overspanning.
In de balk 2 is een doorgang 3 voorzien die zich uitstrekt van een eerste positie nabij en op afstand van een eerste uiteinde 4 tot een tweede positie nabij en op afstand van uiteinde 5. De uitein- den van de doorgangen 3 bevinden zich in een .
Een houten balk 2 met een dergelijke doorgang 3 kan eenvoudig worden vervaardigd door de houten balk 2 als gelamineerde balk 2 te vervaardigen. In Fig. 1 is de balk 2 aan de kopse uiteinden 4, 5 op twee draagpunten 6, 7 geplaatst, bijvoorbeeld twee draagmuren van een gebouw. Het bouwelement 1 kan als dragend element voor een vloer of dak worden toegepast. In de uitvoeringsvorm volgens Fig. 1, Fig. 2 en Fig. 3 wordt ervan uitgegaan dat een onderzijde 18 is gelegen aan de kant van de draagpunten 6, 7 en dat een bovenzijde 17 aan de tegenoverliggende zijde van het bouwelement 1 is gele- gen.
In de doorgang 3 kan een trekelement 12 worden opgenomen, zo- als getoond in Fig. 2 en verder.
Fig. 2 toont het bouwelement 1 volgens Fig. 1 in gedeeltelijk doorzicht, waarbij een veelvoud aan langshouten parallel is gekop- peld. De langshouten 2 liggen parallel naast en op afstand van el- kaar, waarbij de longitudinale richting of langsrichting van de langshouten 2 parallel liggen. De uiteinden van de doorgangen 3 monden uit in een uitsparing 19, 20. In elke doorgang 3 is een trekelement 12 opgenomen. In de uitsparingen 19, 20 zijn tegenpla- ten 13, 14 voorzien, welke een opening omvatten waar een uiteinde van het trekelement 12 in is opgenomen. De uiteinden van de treke- lementen 12 zijn voorzien van schroefdraad dat deels door de ope- ningen in de tegenplaten 13, 14 heen reikt en waar een moer 15 op is gekoppeld welke het trekelement 12 aantrekt door de moer 15 over het schroefdraad vast te draaien. Door de moer 15 meer of minder hard aan te draaien kan de spanning op het trekelement 12 worden geregeld.
De tegenplaat 13, 14 kan middels een schroef aan het bouwele- ment 1 zijn gekoppeld.
Aan de bovenzijde 17 van de langshouten 2 is een drukprofiel 16 voorzien, dat over in hoofdzaak de gehele lengte is bevestigd aan het langshout 2. Bij het verhogen van de trekspanning op het trekelement 12 voorkomt dit drukprofiel 16 dat het langshout 2 wordt gecomprimeerd.
Fig. 3 toont de weergave volgens Fig. 2 in geheel ondoorzich- tige vorm.
In de variant volgens Fig. 4 is een koppelplaat 8 op het veelvoud aan langshouten 2 bevestigd, waardoor feitelijk een vloerconstructie is verkregen.
De koppelplaat 8 omvat openingen ter hoogte van de uitsparin- gen 19. De koppelplaat 8 is aan de bovenzijde van de balken 2 be- vestigd. Feitelijk zijn meerdere balken naast en op afstand van elkaar geplaatst, zoals is weergegeven in Fig. 2 en 3. Op de kop- pelplaat 8 kan een afwerklaag worden gestort, bijvoorbeeld een be- tonnen laag 9, die als afwerkvloer kan dienen en bijvoorbeeld van vloerverwarmingselementen kan worden voorzien.
Fig. 5 toont een verdere stap in een bouwproces van een ge- bouw of dergelijke, waarbij wandelementen 21, 22 op de koppelplaat 8 zijn geplaatst.
Additionele elementen zijn getoond in de figuren. Aan de on- derzijde van het bouwelement 1 kan een plaat 11 worden voorzien die als plafond van een onder het bouwelement 1 gelegen ruimte dienst kan doen.
Een of de beide uiteinden van het trekelement 12 kunnen van schroefdraad zijn voorzien zodat een moer 15 over het schroefdraad tegen de tegenplaten 13, 14 kan worden geschroefd om een trek- kracht op het trekelement 12 uit te oefenen. Door het tot een ge- wenste kracht aandraaien van de moeren 15 op het trekelement 12 wordt een spanning op de tegenplaten en derhalve op de houten balk 2 uitgeoefend.
Fig. é en Fig. 7 tonen de variant volgens de uitvinding met een drukprofiel 16 aangebracht aan de bovenzijde 17 van het langs- hout 2. Het drukprofiel 16 strekt zich uit tussen de beide uitein- den 4, 5 van het langshout 2 en ligt tijdens gebruik bij voorkeur aan tegen de tegenplaten om een optimale werking tegen in de leng- terichting gelegen indrukking van het langshout 2 te verschaffen.
De onderzijde 18 is aan de zijde tegenover de bovenzijde 17 gelegen, en dit zullen tijdens gebruik de in de spreektaal gebrui- kelijke zijden van een horizontaal geplaatst bouwelement aandui- den.
De uitvinding strekt zich tevens uit over elke combinatie van maatregelen die hiervoor onafhankelijk van elkaar zijn beschreven.
De uitvinding is niet beperkt tot de hiervoor beschreven en in de figuren getoonde uitvoeringsvormen. De uitvinding wordt slechts beperkt door de bijgevoegde conclusies.
Claims (31)
1. [aangepast] Bouwelement, in het bijzonder voor het overspannen van een afstand tussen twee steunelementen, omvattende ten minste een langshout met een eerste longitudinaal uiteinde en een tweede longitudinaal uiteinde, met het kenmerk, dat de uitvinding voorts omvat een eerste tegenplaat nabij en op afstand van het eerste uiteinde van het langshout en optioneel een tweede tegenplaat na- bij en op afstand van het tweede uiteinde van het langshout, welke ten minste ene tegenplaat is gelegen tussen de beide uiteinden van het langshout, waarbij een trekelement zich ten minste uitstrekt tussen en is gekoppeld aan de ten minste ene tegenplaat voor het aanleggen van een longitudinale trekkracht op het bouwelement.
2. [nieuw] Bouwelement volgens conclusie 1, waarbij het langshout tussen de beide uiteinden een in de lengterichting gelegen boven- zijde en een tegenover de bovenzijde in de lengterichting gelegen onderzijde heeft, waarbij de tegenplaten nabij het boveneinde van het langshout zijn gelegen.
3. Bouwelement volgens conclusie 1 of 2, waarbij het bouwelement een uitsparing omvat voor het daarin positioneren van een uiteinde van het trekelement.
4. Bouwelement volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij het trek- element aan ten minste een uiteinde een stelmiddel omvat voor het instellen van de trekkracht op het trekelement.
5. Bouwelement volgens conclusie 4, waarbij het stelmiddel is ge- vormd van een schroefdraad op het trekelement en een daarmee sa- menwerkende moer welke aanligt tegen de tegenplaat.
6. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het bouwelement de eerste tegenplaat nabij en op afstand van het eer- ste uiteinde van het langshout en de tweede tegenplaat nabij en op afstand van het tweede uiteinde van het langshout omvat.
7. Bouwelement volgens conclusie 6, waarbij het trekelement zich ten minste uitstrekt tussen en is gekoppeld aan de beide tegenpla-
ten.
8. Bouwelement volgens conclusie 6 of 7, waarbij het trekelement met een eerste uiteinde star is gekoppeld tegen de eerste tegen- plaat en waarbij het andere uiteinde een stelmiddel omvat voor het instellen van de trekkracht.
9. Bouwelement volgens conclusie 8, waarbij het stelmiddel is ge- vormd van een schroefdraad op het trekelement en een daarmee sa- menwerkende moer welke aanligt tegen de tweede tegenplaat.
10. Bouwelement volgens conclusie 6, waarbij het trekelement op een positie tussen de beide tegenplaten in een gebogen vorm wordt gehouden.
11. Bouwelement volgens conclusie 1, waarbij het bouwelement ten minste twee langshouten omvat en tussen de beide langshouten een vulling bevat.
12. Bouwelement volgens conclusie 11, waarbij de vulling een na- tuurlijk materiaal omvat, bij voorkeur een op natuurlijk materi- aal, bij voorkeur hout, gebaseerd materiaal omvat.
13. Bouwelement volgens conclusie 1, waarbij tijdens gebruik het trekelement op een positie tussen de beide tegenplaten op een la- gere positie is gelegen dan aan de uiteinden ervan.
14. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het trekelement is opgenomen in een huls.
15. Bouwelement volgens conclusie 14, waarbij de huls op een vaste positie ten opzichte van het langshout is gelegen.
16. Bouwelement volgens een der conclusies 14 en 15, waarbij de huls een in hoofdzaak vormvaste of niet samendrukbare doorgang door het bouwelement is.
17. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste twee langshouten parallel zijn geplaatst welke elk een tre- kelement omvatten.
18. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, omvattende ten minste twee langshouten met elk een trekelement en welke langshouten onderling zijn verbonden middels een koppelplaat.
19. Bouwelement volgens conclusie 16, waarbij het bouwelement ten minste twee langshouten, een koppelplaat en een betonnen of ander- soortige laag omvat.
20. Bouwelement volgens conclusie 17, waarbij de betonnen laag een betonnen vloer is.
21. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het trekelement een uitwendig schroefdraad aan de beide uiteinden om- vat dat ten minste deels door de tegenplaten heen steekt en waar- bij een schroefelement samenwerkbaar met het schroefdraad op het schroefdraad draaibaar is om tegen de tegenplaat aan te liggen en een trekkracht op het trekelement uit te oefenen.
22. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het bouwelement voorts is voorzien van een drukprofiel, welk drukpro- fiel is gepositioneerd tussen en aanliggend met de beide tegenpla- ten en ten minste gedeeltelijk is verbonden met het langshout.
23. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het langshout tussen de beide uiteinden een in de lengterichting gele- gen bovenzijde en een tegenover de bovenzijde in de lengterichting gelegen onderzijde heeft, waarbij het drukprofiel nabij het boven- einde van het langshout is gelegen.
24. Bouwelement volgens conclusie 22 of 23, waarbij het drukpro-
fiel in onbelaste toestand in hoofdzaak ongebogen is.
25. Bouwelement volgens een der conclusies 22-24, waarbij het drukprofiel is vervaardigd van metaal of een metaallegering.
26. Bouwelement volgens conclusie 22, waarbij het drukprofiel in het langshout is geïntegreerd, bij voorkeur in de bovenzijde van het langshout, waarbij het drukprofiel bij voorkeur de vorm van de bovenzijde van het langshout volgt.
27. Bouwelement volgens conclusie 22, waarbij het langshout twee zijvlakken heeft die zich uitstrekken tussen de bovenzijde en de onderzijde en tussen de beide uiteinden van het langshout, en waarbij het drukprofiel gecentreerd ten opzichte van de beide zij- vlakken aan de bovenzijde van het langshout is gepositioneerd.
28. Vloerconstructie omvattende een bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, omvattende ten minste twee bouwelementen welke in longitudinale richting onderling parallel zijn verbonden en welke voorts een de beide bouwelementen afdekkend vloerelement omvat.
29. Toepassing van een bouwelement volgens een der conclusies 1-27 of van een vloerconstructie-element volgens conclusie 28, waarbij een langshout wordt vervaardigd met een zich over een lengte van het langshout uitstrekkende gebogen doorgang, het door de doorgang voeren van een trekelement, en het plaatsen van een trekplaat na- bij en op afstand van elk uiteinde, welke trekplaten zijn voorzien van een opening voor het doorvoeren van een deel van het treke- lement.
30. Toepassing volgens conclusie 29, voorts omvattende de stap van het uitoefenen van een trekkracht op het trekelement door een van de tegenplaten af gerichte kracht.
31. Toepassing voor het bouwen van een gebouw, omvattende het toe- passen van een bouwelement volgens een der conclusies 1 - 27 of van een vloerconstructie-element volgens conclusie 28, het aanleg- gen van een voorspanning op het trekelement en het op steunelemen- ten van het gebouw plaatsen van het bouwelement ter vorming van een overspanning tussen de steunelementen.
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2030299A NL2030299B1 (nl) | 2021-12-24 | 2021-12-24 | Hybride overspanning |
| NL2032092A NL2032092B1 (nl) | 2021-12-24 | 2022-06-07 | Bouwelement, werkwijze voor het vervaardigen van het bouwelement, en werkwijze voor het vervaardigen van een gebouw |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2033722A true NL2033722A (nl) | 2023-06-30 |
| NL2033722B1 NL2033722B1 (nl) | 2023-12-07 |
Family
ID=86604409
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2033722A NL2033722B1 (nl) | 2021-12-24 | 2022-12-14 | Bouwelement, in het bijzonder een vloerconstructie-element, en toepassing ervan |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2033722B1 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2601910A (en) * | 1944-05-16 | 1952-07-01 | Thomas F Nichols | Composite structural member |
| US5175968A (en) * | 1991-09-05 | 1993-01-05 | Terry L. Saucke | Post-trimable pre/tensioned stressed architectural member |
| US20140090317A1 (en) * | 2012-03-12 | 2014-04-03 | Sumitomo Forestry Co., Ltd. | Wooden Member Assembly |
-
2022
- 2022-12-14 NL NL2033722A patent/NL2033722B1/nl active
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2601910A (en) * | 1944-05-16 | 1952-07-01 | Thomas F Nichols | Composite structural member |
| US5175968A (en) * | 1991-09-05 | 1993-01-05 | Terry L. Saucke | Post-trimable pre/tensioned stressed architectural member |
| US20140090317A1 (en) * | 2012-03-12 | 2014-04-03 | Sumitomo Forestry Co., Ltd. | Wooden Member Assembly |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL2033722B1 (nl) | 2023-12-07 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US3325957A (en) | Adjustable length joist | |
| US20140338282A1 (en) | Modular joist brace bracket | |
| US3387417A (en) | Prestressing apparatus | |
| NL2033722A (nl) | Bouwelement, in het bijzonder een vloerconstructie-element, en toepassing ervan | |
| US3268251A (en) | Composite trussjoist with end bearing clips | |
| DE102014118584A1 (de) | Balken für Bauzwecke | |
| DE202015103967U1 (de) | Fertigungseinrichtung für Wellpappe | |
| NL2032092B1 (nl) | Bouwelement, werkwijze voor het vervaardigen van het bouwelement, en werkwijze voor het vervaardigen van een gebouw | |
| EP3586614A1 (de) | Verbindungssystem für bauteile im möbel- oder messebau | |
| US3300932A (en) | Concrete floor with embedded projecting truss | |
| RU113755U1 (ru) | Покрытие регулярной структуры | |
| US1754516A (en) | Bin | |
| JP3677484B2 (ja) | プレートストレッチャーヘッド | |
| DE1484318C3 (de) | Bewehrung für flächige Betonbauteile | |
| RU237338U1 (ru) | Комбинированная балочная конструкция | |
| SU916702A1 (ru) | Железобетонная длинномерная конструкция 1 | |
| DE19608534C1 (de) | Vorrichtung zur Herstellung von prismatischen Bauteilen, insbesondere Säulen und Stützen aus Stahlbeton, bei welcher zum Zwecke der Umfangserweiterung das Schalungsrohr erwärmt wird. | |
| DE685602C (de) | Geruest zur Aufnahme von Trockengut, insbesondere von Dachziegeln | |
| Wei et al. | Mechanical performance of Crane’s main girders with corrugated webs | |
| EP3472410B1 (en) | Dissipative deformable panel | |
| NL1002443C1 (nl) | Voorgespannen schuiflade. | |
| DE64642C (de) | Wellblech-Cementplatte | |
| DE202023105039U1 (de) | Tragschichtelement und modulares Bodensystem | |
| DE344333C (nl) | ||
| DE755472C (de) | Speichentrommel, insbesondere fuer den Versand elektrischer Kabel |