NL2032109B1 - Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder - Google Patents
Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder Download PDFInfo
- Publication number
- NL2032109B1 NL2032109B1 NL2032109A NL2032109A NL2032109B1 NL 2032109 B1 NL2032109 B1 NL 2032109B1 NL 2032109 A NL2032109 A NL 2032109A NL 2032109 A NL2032109 A NL 2032109A NL 2032109 B1 NL2032109 B1 NL 2032109B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- holder
- plant
- parts
- planting
- engaging
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/08—Devices for filling-up flower-pots or pots for seedlings; Devices for setting plants or seeds in pots
- A01G9/083—Devices for setting plants in pots
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01C—PLANTING; SOWING; FERTILISING
- A01C11/00—Transplanting machines
- A01C11/02—Transplanting machines for seedlings
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)
Abstract
7 Uittreksel Houder omvattende ten minste twee houderdelen voor het tussen deze houderdelen bevatten van planten en plantdelen, waarbij de houderdelen verplaatsbaar zijn tussen een op een plant aangrijpende positie en een de plant vrijgevende positie, waarbij de op een plant 5 aangrijpende positie een stabiele positie is. Tevens een plantinrichting voor het planten van al dan niet ontkiemde planten en plantdelen, omvattende: een houder volgens één van de voorgaande conclusies; een stabilisatieorgaan met een contactoppervlak voorzien van een doorvoeropening voor ten minste gedeeltelijke doorvoer van de houder; waarbij de houder onafhankelijk van het stabilisatieorgaan ten opzichte van een plantbed verplaatsbaar is, 10 waarbij de inrichting is ingericht voor het van de op een plant aangrijpende positie naar de de plant vrijgevende positie bewegen van de houder wanneer de houder zich op een voorafbepaalde positie ten opzichte van het stabilisatieorgaan bevindt of door een voorafbepaalde positie ten opzichte van het stabilisatieorgaan beweegt. 15
Description
Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van al dan niet in een substraat gehouden planten en plantdelen.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een plantinrichting voor het planten van al dan niet ontkiemde planten en plantdelen voorzien van een dergelijke houder. Onder planten en plantendelen worden hier begrepen complete planten; plantendelen zoals stengel- of wortelsegmenten; al dan niet ontkiemde bollen, zaden, vruchten of knollen; en andere zaden waaruit een plant kan ontstaan. Een werkwijze en inrichting voor dit doel zijn bekend uit het
Nederlandse octrooi NL2000471 en het Nederlandse octrooi NL1022691. In de onderhavige aanvrage wordt de gebruikte terminologie van NL2000471 aangehouden en zijn de in dat octrooi gedefinieerde begrippen tevens identiek. Gebleken is echter dat de in NL2000471 en
NL1022691 beschreven inrichtingen voor verdere verbetering in aanmerking komen.
De onderhavige uitvinding heeft dan ook het verschaffen van een verbeterde inrichting voor het planten van planten en plantdelen tot doel, waarmee planten en plantdelen op een efficiëntere en/of effectievere wijze gemechaniseerd kunnen worden geplant dan volgens de stand van de techniek.
De uitvinding verschaft daartoe een houder omvattende ten minste twee beweegbaar ten opzichte van elkaar houderdelen voor het tussen deze houderdelen bevatten van planten en plantdelen, waarbij de houderdelen verplaatsbaar zijn tussen een op een plant aangrijpende positie en een de plant vrijgevende positie, waarbij de op een plant aangrijpende positie een stabiele positie is. Overigens kan ook de de plant vrijgevende positie een stabiele positie zijn.
Onder een stabiele positie wordt in dit kader een positie verstaan waarin de houderdelen stabiel (kunnen) blijven staan, zonder dat daarvoor krachten of steun(middelen) van buitenaf benodigd zijn en waaruit zij slechts door een {aanzienlijke} externe krachtinvloed bewogen kunnen worden.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is de houder in de op een plant aangrijpende positie met een voorspanningskracht zelfborgend. Onder met een voorspanningskracht zelfborgend wordt in dit kader verstaan dat de houder zichzelf — wanneer deze zich in de op een plant aangrijpende positie bevindt — in de op een plant aangrijpende positie dwingt, bijvoorbeeld doordat er zich aangrenzend aan deze positie een instabiele positie bevindt. Een dergelijke configuratie kan bereikt worden met een mechanische constructie die om van de ene positie naar de andere positie te geraken door een bepaald punt heengedrukt moet worden. In het bijzonder is de houder volgens de onderhavige uitvinding echter vrij van veren en/of veerwerking.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de houder een bedieningsorgaan, dat is ingericht om de houder te verplaatsen tussen de op een plant aangrijpende positie en de de plant vrijgevende positie door het op het bedieningsorgaan uitoefenen van een kracht die de voorspanningskracht overschrijdt.
De kracht die de voorspanningskracht overschrijdt om de houder van de op een plant aangrijpende positie naar de de plant vrijgevende positie te verplaatsen kan daarbij tegengesteld van richting zijn aan de kracht die de voorspanningskracht overschrijdt om de houder van de de plant vrijgevende positie naar de op een plant aangrijpende positie te verplaatsen.
In een verdere uitvoeringsvorm sluiten de houderdelen in de op een plant aangrijpende positie een ruimte in die in een richting parallel aan de richting waarin de houderdelen zich hoofdzakelijk van een begin naar een eind uitstrekken eerst breder en vervolgens weer smaller wordt. Meer in het bijzonder neemt daarbij de mate waarin de ruimte eerst breder wordt in één richting ten minste éénmaal toe.
Door de planten met de houder in het plantperk te drukken door deze door een daartoe voorziene uitsparing in een op het plantperk geplaatst stabilisatieorgaan te voeren, wordt het plantperk relatief weinig verstoord door de houder; dit komt doordat het stabilisatieorgaan overmatige verstoring van de bedding voorkomt. Zo blijft de plantperkstructuur relatief goed behouden, wat de verdere ontwikkeling van een beplante plant of een beplant plantendeel bevordert. De breder wordende vorm en met name de daarbij toenemende mate, die zich dan aan de in het plantbed te dringen zijde van de houder bevindt, maken dat het in het plantbed drukken van de houder eenvoudiger wordt.
Het stabilisatieorgaan kan daarbij direct of indirect gekoppeld worden aan een activator, zoals een nok, voor het bedienen van het bedieningsorgaan. Bij voorkeur is de (onderlinge) positie van het stabilisatieorgaan en de houder waarop de activator het bedieningsorgaan aangrijpt daarbij instelbaar omdat voor verschillende planten en plantdelen verschillende pootdiepten kunnen gelden.
Om de bovenstaande doelen te realiseren heeft de uitvinding ook betrekking op een plantinrichting voor het planten van al dan niet ontkiemde planten en plantdelen, omvattende: een houder volgens één van de voorgaande conclusies; een stabilisatieorgaan met een contactoppervlak voorzien van een doorvoeropening voor ten minste gedeeltelijke doorvoer van de houder; waarbij de houder onafhankelijk van het stabilisatieorgaan ten opzichte van een plantbed verplaatsbaar is, waarbij de inrichting is ingericht voor het van de op een plant aangrijpende positie naar de de plant vrijgevende positie bewegen van de houder wanneer de houder zich op een voorafbepaalde positie ten opzichte van het stabilisatieorgaan bevindt of door een voorafbepaalde positie ten opzichte van het stabilisatieorgaan beweegt.
De plantinrichting kan daarbij aandrijfmiddelen omvatten voor het verplaatsen van de houder en/of het stabilisatieorgaan en/of een samenstel daarvan ten opzichte van het plantperk.
Die houderdelen kunnen in algemene zin worden gevormd door zwenkbare plantvingers die zwenkbaar zijn ten opzichte van een gedeeld plantvingerblok. De plantinrichting kan ook in deze uitvoeringsvorm meervoudig zijn uitgevoerd en meerdere houders en meerdere stabilisatieorganen omvatten. In een dergelijk geval kunnen de aandrijfmiddelen zijn ingericht om individuele houders in hoofdzaak gelijktijdig ten opzichte van het plantperk te verplaatsen.
De onderhavige uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van figuur 1 waarin een niet limitatief voorbeeld van een houder volgens de onderhavige uitvinding getoond wordt.
Figuur 1 toont een houder 1 omvattende twee houderdelen 2, 3 voor het tussen deze houderdelen bevatten van planten en plantdelen (niet getoond), waarbij de houderdelen 2,3 door middel van een verplaatsing in de richting A verplaatsbaar zijn tussen een op een plant aangrijpende positie (getoond) en een de plant vrijgevende positie (niet getoond). De omgekeerde verplaatsing kan plaatsvinden in de richting B. Bij de verplaatsing roteren de houderdelen 2, 3 om rotatieassen 4, 5 ten opzichte van een houderblok 6.
De getoonde op een plant aangrijpende positie is een stabiele positie doordat de houder 1 in deze positie met een voorspanningskracht zelfborgend is. Hiertoe is een mechanische constructie voorzien die overbrengingsdelen 8, 9 omvat die gekoppeld zijn aan een bedieningsorgaan 9, dat is ingericht om de houder te verplaatsen tussen de op een plant aangrijpende positie en de de plant vrijgevende positie door het op het bedieningsorgaan uitoefenen van een kracht in de richting A” respektievelijk B” die de voorspanningskracht overschrijdt. Een koppelpunt 10 van de overbrenggingsdelen 8, 9 en het bedieningsorgaan 9 wordt daarbij verplaatst van positie A’ naar positie B’ via positie C’. Positie C’ is een instabiele positie waarbij de overbrengingsdelen 8, 9 in elkaars verlengde liggen en het koppelpunt 10 naar positie A’ of B’ drukken.
Wanneer de houder via bedieningsorgaan 9 bediend wordt dient deze door punt C” heengedrukt te worden met een kracht die de voorspanningskracht overschrijdt om de houder 1 van de op een plant aangrijpende positie B naar de de plant vrijgevende positie te verplaatsen tegengesteld van richting is aan de kracht die de voorspanningskracht overschrijdt om de houder van de de plant vrijgevende positie naar de op een plant aangrijpende positie te verplaatsen.
Ook zichtbaar in figuur 1 is de ruimte R die de houderdelen 2, 3 in de op een plant aangrijpende positie B insluiten. Die ruimte wordt in een richting D parallel aan de richting waarin de houderdelen 2, 3 zich hoofdzakelijk van een begin E naar een eind F uitstrekken eerst | breder en vervolgens Il weer smaller wordt. De mate waarin de ruimte R eerst breder wordt in één richting neemt toe op punt II.
De in figuur 1 getoonde configuratie is slechts een voorbeeld en dient geenszins ter beperking van de beschermingsomvang zoals gedefinieerd in de navolgende conclusies.
Claims (14)
1. Houder omvattende ten minste twee houderdelen voor het tussen deze houderdelen bevatten van planten en plantdelen, waarbij de houderdelen verplaatsbaar zijn tussen een op een plant aangrijpende positie en een de plant vrijgevende positie, met het 5 kenmerk dat de op een plant aangrijpende positie een stabiele positie is.
2. Houder volgens conclusie 1, waarbij de houder in de op een plant aangrijpende positie met een voorspanningskracht zelfborgend is.
3. Houder volgens conclusie 1 of 2, waarbij de houder een bedieningsorgaan omvat, dat is ingericht om de houder te verplaatsen tussen de op een plant aangrijpende positie en de de plant vrijgevende positie door het op het bedieningsorgaan uitoefenen van een kracht die de voorspanningskracht overschrijdt.
4. Houder volgens conclusie 3 waarbij de kracht die de voorspanningskracht overschrijdt om de houder van de op een plant aangrijpende positie naar de de plant vrijgevende positie te verplaatsen tegengesteld van richting is aan de kracht die de voorspanningskracht overschrijdt om de houder van de de plant vrijgevende positie naar de op een plant aangrijpende positie te verplaatsen.
5. Houder volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de houderdelen in de op een plant aangrijpende positie een ruimte insluiten die in een richting parallel aan de richting waarin de houderdelen zich hoofdzakelijk van een begin naar een eind uitstrekken eerst breder en vervolgens weer smaller wordt.
6. Houder volgens conclusie 5, waarin de mate waarin de ruimte eerst breder wordt in één richting ten minste éénmaal toeneemt.
7. Houder volgens een van de voorgaande conclusies, waarin ook de de plant vrijgevende positie een stabiele positie is.
8. Plantinrichting voor het planten van al dan niet ontkiemde planten en plantdelen, omvattende: een houder volgens één van de voorgaande conclusies; een stabilisatieorgaan met een contactoppervlak voorzien van een doorvoeropening voor ten minste gedeeltelijke doorvoer van de houder; waarbij de houder onafhankelijk van het stabilisatieorgaan ten opzichte van een plantbed verplaatsbaar is, waarbij de inrichting is ingericht voor het van de op een plant aangrijpende positie naar de de plant vrijgevende positie bewegen van de houder wanneer de houder zich op een voorafbepaalde positie ten opzichte van het stabilisatieorgaan bevindt of door een voorafbepaalde positie ten opzichte van het stabilisatieorgaan beweegt.
9. Plantinrichting volgens conclusie 8, waarbij de (onderlinge) positie van het stabilisatieorgaan en de houder waarop de activator het bedieningsorgaan aangrijpt instelbaar zijn.
10. Plantinrichting volgens conclusie 8 of 9, waarbij het stabilisatieorgaan direct of indirect gekoppeld is aan een activator, zoals een nok, voor het bedienen van het bedieningsorgaan.
11. Plantinrichting volgens één van de conclusies 8-10, omvattende aandrijfmiddelen voor het verplaatsen van de houder en/of het stabilisatieorgaan en/of een samenstel daarvan ten opzichte van het plantperk.
12. Plantinrichting volgens één van de conclusies 8-11, waarbij de houderdelen worden gevormd door zwenkbare plantvingers die zwenkbaar zijn ten opzichte van een gedeeld plantvingerblok.
13. Plantinrichting volgens één van de conclusies 8-12, waarbij de plantinrichting meervoudig is uitgevoerd en meerdere houders en meerdere stabilisatieorganen omvat.
14. Meervoudige plantinrichting volgens conclusie 13, waarbij de aandrijfmiddelen zijn ingericht om individuele houders in hoofdzaak gelijktijdig ten opzichte van het plantperk te verplaatsen.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2032109A NL2032109B1 (nl) | 2022-06-09 | 2022-06-09 | Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2032109A NL2032109B1 (nl) | 2022-06-09 | 2022-06-09 | Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2032109B1 true NL2032109B1 (nl) | 2023-12-18 |
Family
ID=83996106
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2032109A NL2032109B1 (nl) | 2022-06-09 | 2022-06-09 | Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2032109B1 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5054831A (en) * | 1989-04-07 | 1991-10-08 | Rutgers University | Piercing element gripping apparatus |
| US5160235A (en) * | 1989-03-31 | 1992-11-03 | Visser's-Gravendeel Holding B.V. | Apparatus for relocating arranged plants |
| NL1022691A1 (nl) | 2002-05-07 | 2003-11-10 | Dirk Bruygom | Grijper met begrenzing van klemkracht voor een pootmachine, alsmede een pootmachine voorzien van een dergelijke grijper. |
| NL2000471C2 (nl) | 2007-02-05 | 2008-08-06 | Bruygom Constructie En App Nbo | Werkwijze voor het poten van planten en plantdelen, en pootinrichting voor toepassing van een dergelijke werkwijze. |
-
2022
- 2022-06-09 NL NL2032109A patent/NL2032109B1/nl active
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5160235A (en) * | 1989-03-31 | 1992-11-03 | Visser's-Gravendeel Holding B.V. | Apparatus for relocating arranged plants |
| US5054831A (en) * | 1989-04-07 | 1991-10-08 | Rutgers University | Piercing element gripping apparatus |
| NL1022691A1 (nl) | 2002-05-07 | 2003-11-10 | Dirk Bruygom | Grijper met begrenzing van klemkracht voor een pootmachine, alsmede een pootmachine voorzien van een dergelijke grijper. |
| NL2000471C2 (nl) | 2007-02-05 | 2008-08-06 | Bruygom Constructie En App Nbo | Werkwijze voor het poten van planten en plantdelen, en pootinrichting voor toepassing van een dergelijke werkwijze. |
| WO2008097083A1 (en) * | 2007-02-05 | 2008-08-14 | Bruygom Constructie- En Apparatenbouw B.V. | Method for planting plants and plant parts, and planting device for applying such a method |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR890007633A (ko) | 묘목 이식방법과 그 장치 | |
| NL2032109B1 (nl) | Houder voor gebruik in een plantinrichting voor het planten van planten en plantdelen en inrichting voorzien van een dergelijke houder | |
| EP2228329A2 (de) | Produktgreifer | |
| EP2813328A3 (de) | Vorrichtung zum Umgang mit Artikeln und Verfahren zum Betrieb einer derartigen Vorrichtung | |
| EP2019277A2 (de) | Vorrichtung zum Be- und Entladen einer Stellplatte einer Gefriertrocknungsanlage und ein Verfahren hierfür | |
| DE102015113220A1 (de) | Produktgreifer | |
| KR100189206B1 (ko) | 판상 물체의 파지 작용을 제어하기 위한 장치 | |
| EP1031513A3 (de) | Vorrichtung zur Beförderung von Gegenständen | |
| US10772802B2 (en) | Pill-cutting device | |
| NL1030277C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het aangrijpen van gewas. | |
| CH659222A5 (de) | Vorrichtung zum ordnen von gegenstaenden in eine reihe mit gleichen abstaenden. | |
| US1334449A (en) | Apparatus for stoning and splitting fruit | |
| DE316064C (nl) | ||
| DE809260C (de) | Fahrbare Einrichtung zum maschinellen Auspflanzen von im Erdballen vorgezogenen Gemuesepflanzen | |
| CN111619946A (zh) | 一种土壤修复用药剂运输装置及其使用方法 | |
| DE102015113740A1 (de) | Einrichtung und System zum Greifen und Handhaben von Objekten | |
| US1097827A (en) | Weeding implement. | |
| US1508837A (en) | Cube-sugar packing device | |
| TWI308483B (nl) | ||
| EP2226808B1 (de) | Tray zur Aufbewahrung eines scheibenförmigen Informationsträgers | |
| US18999A (en) | Improvement in seed-planters | |
| SU897675A1 (ru) | Устройство дл разборки пакета цилиндрических изделий | |
| DE454086C (de) | Einzelkornsaemaschine mit durch Nocken, Kurvenscheiben o. dgl. gesteuerten Saefingern | |
| DE493729C (de) | Vorrichtung zum Entsteinen und Entstielen von Fruechten | |
| AT34705B (de) | Maschine zum Formen von Teigstücken zu Semmeln. |