NL2018390B1 - Auger and method for manufacturing a drill pile - Google Patents
Auger and method for manufacturing a drill pile Download PDFInfo
- Publication number
- NL2018390B1 NL2018390B1 NL2018390A NL2018390A NL2018390B1 NL 2018390 B1 NL2018390 B1 NL 2018390B1 NL 2018390 A NL2018390 A NL 2018390A NL 2018390 A NL2018390 A NL 2018390A NL 2018390 B1 NL2018390 B1 NL 2018390B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- drill pipe
- auger
- closing element
- auger according
- drill
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E02—HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
- E02D—FOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
- E02D5/00—Bulkheads, piles, or other structural elements specially adapted to foundation engineering
- E02D5/66—Mould-pipes or other moulds
- E02D5/665—Mould-pipes or other moulds for making piles
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Mining & Mineral Resources (AREA)
- Paleontology (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Earth Drilling (AREA)
Abstract
De uitvinding heeft betrekking op een avegaar voor het vervaardigen van in de grond geformeerde boorpalen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een afsluitelement voor gebruik in een avegaar overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft voorts betrekking op een boorinstallatie omvattende een boormotor en een met de boormotor gekoppelde avegaar overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van in de grond aangebrachte boorpalen door gebruikmaking van een avegaar overeenkomstig de uitvinding.The invention relates to a auger for the manufacture of drill piles formed in the ground. The invention also relates to a closing element for use in an auger according to the invention. The invention further relates to a drilling rig comprising a drilling motor and an auger according to the invention coupled to the drilling motor. The invention furthermore relates to a method for manufacturing drill piles arranged in the ground by using an auger according to the invention.
Description
Octrooicentrum © 2018390Patent Center © 2018390
(21) Aanvraagnummer: 2018390 © Aanvraag ingediend: 17 februari 2017 (51) Int. CL:(21) Application number: 2018390 © Application submitted: 17 February 2017 (51) Int. CL:
E02D 5/66 (2017.01)E02D 5/66 (2017.01)
54) Avegaar en werkwijze voor het vervaardigen van een boorpaal © De uitvinding heeft betrekking op een avegaar voor het vervaardigen van in de grond geformeerde boorpalen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een afsluitelement voor gebruik in een avegaar overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft voorts betrekking op een boorinstallatie omvattende een boormotor en een met de boormotor gekoppelde avegaar overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van in de grond aangebrachte boorpalen door gebruikmaking van een avegaar overeenkomstig de uitvinding.54) Auger and method for manufacturing a drill pile. The invention relates to a auger for manufacturing bored piles formed in the ground. The invention also relates to a closing element for use in an auger according to the invention. The invention further relates to a drilling rig comprising a drilling motor and an auger according to the invention coupled to the drilling motor. The invention furthermore relates to a method for manufacturing drill piles arranged in the ground by using an auger according to the invention.
NL Bl 2018390NL Bl 2018390
Dit octrooi is verleend ongeacht het bijgevoegde resultaat van het onderzoek naar de stand van de techniek en schriftelijke opinie. Het octrooischrift wijkt af van de oorspronkelijk ingediende stukken.This patent has been granted regardless of the attached result of the research into the state of the art and written opinion. The patent differs from the documents originally submitted.
Alle ingediende stukken kunnen bij Octrooicentrum Nederland worden ingezien.All submitted documents can be viewed at the Netherlands Patent Office.
Avegaar en werkwijze voor het vervaardigen van een boorpaalAuger and method for manufacturing a drill pile
De uitvinding heeft betrekking op een avegaar voor het vervaardigen van in de grond geformeerde boorpalen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een afsluitelement voor gebruik in een avegaar overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft voorts betrekking op een boorinstallatie omvattende een boormotor en een met de boormotor gekoppelde avegaar overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van in de grond aangebrachte boorpalen door gebruikmaking van een avegaar overeenkomstig de uitvinding.The invention relates to a auger for the manufacture of drill piles formed in the ground. The invention also relates to a closing element for use in an auger according to the invention. The invention further relates to a drilling rig comprising a drilling motor and an auger according to the invention coupled to the drilling motor. The invention furthermore relates to a method for manufacturing drill piles arranged in the ground by using an auger according to the invention.
Een boorpaal is een uiteindelijk in de grond gevormde betonnen paal die gebruikt wordt als paalfundering die relatief hoge druk- en trekbelastingen moeten opvangen. De uitvoering van boorpalen verloopt nagenoeg trillingsvrij, waardoor het mogelijk is om bijvoorbeeld in bestaande stadskernen te funderen. Het systeem is bovendien geluidarm, terwijl het wapenen in elke gewenste vorm mogelijk is. Het in de grond vervaardigen van de boorpaal geschiedt doorgaans door het met behulp van een gemotoriseerde holle grondboor. De grondboor omvat een holle hoorbuis die aan een buitenzijde optioneel is voorzien van een schroefblad, waarbij de holle hoorbuis initieel aan een onderzijde is voorzien van een los, plat deksel.A drill pile is a concrete pile that is ultimately formed in the ground and is used as pile foundation that must absorb relatively high pressure and tensile loads. The construction of drill piles is practically vibration-free, making it possible, for example, to foundation in existing city centers. The system is also low-noise, while reinforcement is possible in any desired shape. The production of the drill pile in the ground is usually carried out by means of a motorized hollow earth drill. The auger comprises a hollow hearing tube which is optionally provided with a screw blade on an outside, the hollow hearing tube being initially provided with a loose, flat lid on a lower side.
Een dergelijke grondboor wordt tevens aangeduid als een avegaar. Tijdens gebruik wordt de avegaar op het werkniveau geplaatst, en axiaal geroteerd terwijl een neerwaartse kracht wordt uitgeoefend op de avegaar, waardoor een paalschacht wordt gevormd. Bij het bereiken van de gewenste diepte wordt de holle hoorbuis, eventueel onder druk, afgevuld met betonmortel (betonspecie) en, optioneel, een wapening, waarbij de avegaar, al dan niet axiaal roterend, in opwaartse richting wordt getrokken. Tijdens deze opwaartse verplaatsing kan eventueel gebruik worden gemaakt van een smerende substantie om de wrijving tussen de hoorbuis en de omringende grond te beperken. Tijdens de opwaartse verplaatsing wordt de hoorbuis gescheiden van het deksel dat in de met betonmortel afgevulde paalschacht achterblijft. Eventueel kan een wapening worden aangebracht in de paalschacht. Door uitharding van de betonmortel ontstaat de boorpaal, ook wel aangeduid als (betonmortel)schroefpaal, die vervolgens, doorgaans na afwerking van de bovenzijde van de boorpaal, als funderingspaal, in het bijzonder een drukpaal of trekpaal, kan worden gebruikt voor het stabiel ondersteunen van een gebouw of constructie.Such a ground drill is also referred to as an auger. In use, the auger is placed at the working level, and rotated axially while a downward force is applied to the auger, thereby forming a pole shaft. When the desired depth is reached, the hollow hearing tube is filled, if necessary under pressure, with concrete mortar (concrete mortar) and, optionally, a reinforcement, wherein the auger, with or without axial rotation, is pulled upwards. During this upward movement, a lubricating substance can optionally be used to limit the friction between the hearing tube and the surrounding ground. During the upward movement the hearing tube is separated from the cover that remains in the pile shaft filled with concrete mortar. Optionally, a reinforcement can be provided in the pole shaft. Curing of the concrete mortar results in the drilling pile, also referred to as (concrete mortar) screw pile, which can then, usually after finishing the top of the drill pile, be used as foundation pile, in particular a pressure pile or tension pile, for stable support of a building or construction.
Een doel van de uitvinding is het verbeteren van de bekende avegaar.An object of the invention is to improve the known auger.
De uitvinding verschaft daartoe een avegaar voor het vervaardigen van boorpalen, omvattende: ten minste één holle hoorbuis, voorzien van een open onderste uiteinde, welke boorbuis is ingericht om ten minste gedeeltelijk te worden afgevuld met betonmortel ter vervaardiging van een boorpaal, bij voorkeur ten minste één aan een buitenzijde van de boorbuis aangebracht schroefblad, welk schroefblad is voorzien van een grondtransporterende zijde, en ten minste één op het onderste uiteinde van de boorbuis aansluitbaar afsluitelement, ingericht voor het in hoofdzaak afdichten van het onderste uiteinde van de boorbuis, waarbij de boorbuis en/of het schroefblad is voorzien van ten minste één eerste borgelement en het afsluitelement is voorzien van ten minste één tweede borgelement, waarbij het ten minste ene eerste borgelement en het ten minste ene tweede borgelement zijn ingericht om onderling samen te werken tijdens een axiale rotatie van de boorbuis, zodanig dat de boorbuis en het afsluitelement onderling in hoofdzaak gefixeerd worden, en waarbij ten minste een deel van een van de boorbuis afgekeerde onderzijde van het afsluitelement ten minste gedeeltelijk conisch is vormgegeven en bij voorkeur is voorzien van ten minste één schoep, welke (optionele) schoep is voorzien van een grondtransporterende zijde, waarbij de grondtransporterende zijde van de (optionele) schoep in hoofdzaak aansluit op de grondtransporterende zijde van het (optionele) schroefblad bij geborgde aansluiting van het afsluitelement op het onderste uiteinde van de boorbuis waarin het ten minste ene eerste borgelement samenwerkt met het ten minste ene tweede borgelement. Bij aansluiting van het afsluitelement op het onderste uiteinde van de boorbuis sluit het afsluitelement de holle boorbuis in hoofdzaak af, waardoor te verdringen grond om de boorbuis zal worden geleid en waardoor kan worden tegengegaan dat grond zich tot in de boorbuis zal verplaatsen. Een belangrijk voordeel van de avegaar overeenkomstig de uitvinding is echter dat het afsluitelement niet enkel dient ter afsluiting van de boorbuis en derhalve ter voorkoming dat er tijdens het boren grond in de boorbuis terechtkomt, maar tevens het in de grond aanbrengen van de avegaar vergemakkelijkt, hetgeen tot een aanzienlijke energiebesparing kan leiden, met name in bepaalde hardere ondergronden. Dit effect wordt bereikt doordat boorbuis afgekeerde onderzijde van het afsluitelement ten minste gedeeltelijk conisch is vormgegeven en is voorzien van ten minste één schoep, wat de gemakkelijke verplaatsing en het wegvoeren van de grond mogelijk maakt. Door de grondtransporterende zijde van de schoep in hoofdzaak te laten aansluiten op de grondtransporterende zijde van een schroefblad zoals aangebracht op de buitenzijde van de boorbuis, kan de grond relatief ongestoord en efficiënt via de schoep en het schroefblad langs de avegaar worden afgevoerd en/of worden verdrongen. Doordat de onderling samenwerkende borgelementen voorzien op de boorbuis en/of het schroefblad alsmede op het afsluitelement zijn ingericht voor het fixeren van het afsluitelement ten opzichte van de boorbuis, zal een axiale rotatie van de boorbuis worden overgebracht op het afsluitelement en de ten minste ene op het afsluitelement aangebrachte schoep, waardoor de aangrenzende grond in laterale richting en langs het afsluitelement en ten minste gedeeltelijk langs de avegaar kan worden verplaatst en eventueel in laterale richting kan worden verdrongen. Wanneer de gewenste diepte is bereikt, wordt doorgaans betonmortel in de holle boorbuis aangebracht, waarna ten minste de boorbuis van de avegaar uit de grond wordt verwijderd. Hierbij zal het afsluitelement doorgaans worden gescheiden van de boorbuis en in de grond achterblijven. Na verwijdering van de - doorgaans van het afsluitdeksel voorziene boorbuis uit de grond zal de boorbuis doorgaans relatief snel ter plaatse (ten minste gedeeltelijk) worden gereinigd, waarna ten minste de boorbuis gereed is voor het vervaardigen van een andere boorpaal. Onder betonmortel wordt in dit octrooischrift tevens specie, in het bijzonder betonspecie en cementspecie, verstaan. De gerealiseerde (boor)paal is ingericht om te fungeren als funderingspaal, in het bijzonder als drukpaal of als trekpaal, voor het ondersteunen van bijvoorbeeld gebouwen, bruggen, viaducten, wegenbouw, en bedrijsvloeren. Verder kan de (boor)paal, gerealiseerd middels de avegaar overeenkomstig de uitvinding, worden toegepast binnen de sectoren infrabouw, kassenbouw, projectontwikkeling, utiliteitsbouw en industriebouw, waarbij de (boor)paal bij uitstek geschikt voor het funderen van bedrijfshalvloeren en opslagtanks, maar ook als fundering van aardebanen en zettingsarme ophogingen. Om een zettingsarm grondlichaam te creëren wordt een zogenaamd paalmatras toegepast. Een paalmatras omvat één of meerdere funderende (boor)palen, waarover een belastingspreidende laag van geogrid (roosterweefsel en/of funderingsrooster) en steenkorrel wordt aangelegd.To this end, the invention provides an auger for manufacturing drill piles, comprising: at least one hollow hearing tube provided with an open lower end, which drill tube is adapted to be at least partially filled with concrete mortar to produce a drill pile, preferably at least one screw blade arranged on an outside of the drill pipe, which screw blade is provided with a soil-transporting side, and at least one closing element connectable to the lower end of the drill pipe, arranged for substantially sealing the lower end of the drill pipe, the drill pipe and / or the screw blade is provided with at least one first locking element and the closing element is provided with at least one second locking element, the at least one first locking element and the at least one second locking element being arranged to cooperate with each other during an axial rotation of the drill pipe, such that the drill pipe and the a The closing element can be substantially mutually fixed, and wherein at least a part of an underside of the closing element remote from the drill pipe is at least partially shaped conically and is preferably provided with at least one vane, which (optional) vane is provided with a soil transporting side, wherein the ground-transporting side of the (optional) vane substantially connects to the ground-transporting side of the (optional) screw blade with secured connection of the closing element to the lower end of the drill pipe in which the at least one first locking element cooperates with the at least one one second locking element. When the closing element is connected to the lower end of the drill pipe, the closing element substantially closes the hollow drill pipe, as a result of which soil to be displaced will be guided around the drill pipe and whereby it can be prevented that soil will move into the drill pipe. An important advantage of the auger according to the invention, however, is that the closing element not only serves to seal the drill pipe and therefore to prevent soil from falling into the drill pipe during drilling, but also facilitates the auger fitting into the ground, which can lead to significant energy savings, especially in certain harder surfaces. This effect is achieved in that the bottom of the closing element facing away from the drill pipe is designed at least partially conically and is provided with at least one vane, which makes it possible to move the soil and remove it easily. By having the soil-transporting side of the blade substantially connect to the soil-transporting side of a screw blade as applied to the outside of the drill pipe, the soil can be removed and / or removed relatively undisturbed and efficiently via the blade and the screw blade. repressed. Because the mutually cooperating locking elements provided on the drill pipe and / or the screw blade and on the closing element are adapted to fix the closing element relative to the drill pipe, an axial rotation of the drill pipe will be transferred to the closing element and the at least one on vane mounted on the closing element, whereby the adjacent soil can be moved laterally and along the closing element and at least partially along the auger and possibly be displaced laterally. When the desired depth has been reached, concrete mortar is usually placed in the hollow drill pipe, after which at least the drill pipe of the auger is removed from the ground. The closing element will hereby generally be separated from the drill pipe and remain in the ground. After removal of the drill pipe - usually provided with the closing cover - from the ground, the drill pipe will usually be cleaned relatively quickly on site (at least partially), whereafter at least the drill pipe is ready for the production of another drill pile. In this patent specification concrete mortar is also understood to mean mortar, in particular concrete mortar and cement mortar. The realized (drilling) pile is adapted to act as a foundation pile, in particular as a pressure pile or as a draw pile, for supporting buildings, bridges, viaducts, road construction and company floors, for example. Furthermore, the (drilling) pole, realized by means of the auger according to the invention, can be applied within the sectors of civil engineering, greenhouse construction, project development, utility construction and industrial construction, wherein the (drilling) pole is ideally suited for the foundation of industrial hall floors and storage tanks, but also as the foundation of earth tracks and low-settlements. A so-called pile mattress is used to create a low-soil soil body. A pile mattress comprises one or more foundation (drill) piles, over which a load spreading layer of geogrid (lattice fabric and / or foundation lattice) and stone grain is laid.
Het ten minste gedeeltelijk conisch vormgegeven deel van de onderzijde van het afsluitelement dient te worden geïnterpreteerd als zijnde dat althans een deel van de onderzijde van het afsluitelement uitkraagt in een van de bovenzijde afgekeerde richting, waarbij de diameter van (althans een deel van) het uitkragende deel afneemt, bij voorkeur geleidelijk afneemt, in een van de bovenzijde van het afsluitelement afgekeerde richting. Het is derhalve denkbaar dat slechts een deel van het uitkragende deel van de onderzijde van het afsluitelement in hoofdzaak conisch vormgegeven is, en dat ten minste één overig deel van het uitkragende deel bijvoorbeeld een constante diameter heeft en/of de conische vormgeving afknot waardoor een frustoconische vormgeving ontstaat.The at least partially conically shaped part of the underside of the closing element must be interpreted as meaning that at least a part of the underside of the closing element protrudes in a direction away from the top, wherein the diameter of (at least a part of) the projecting part part decreases, preferably gradually decreases, in a direction away from the top of the closing element. It is therefore conceivable that only a part of the projecting part of the underside of the closing element is substantially conically shaped, and that at least one other part of the projecting part has, for example, a constant diameter and / or the conical shape truncated, so that a frustoconical design arises.
In een uitvoering van de avegaar volgens de onderhavige uitvinding is een van de onderzijde afgekeerde bovenzijde van het afsluitelement ingericht om los aan te liggen tegen het onderste uiteinde van de boorbuis. Deze maatregel heeft tot gevolg dat het afsluitelement na en/of tijdens het in de boorbuis aanbrengen van de betonmortel in de grond achterblijft, alwaar het onderdeel kan uitmaken van de resulterende boorpaal en de boorpaal mogelijk additionele stevigheid verschaft. Door het ontkoppelen van het afsluitelement wordt de onderste kopse zijde van de boorbuis volledig geopend, hetgeen het door het boorbuis - eventueel onder druk (van boven in de boorbuis vloeiende betonmortel) - met betonmorel afvullen van de gevormde paalschacht voor het vormen van de boorpaal vergemakkelijkt. Bovendien kan het in de grond achterblijvende afsluitelement worden gebruikt het, bij voorkeur op stabiliserende wijze, ondersteunen van een eventueel van de boorpaal deel uitmakende wapening, zoals in het navolgend in nader detail wordt besproken. Tevens kan de boorbuis na het aanbrengen van de betonmortel door het ontkoppelen van het afsluitelement doorgaans relatief gemakkelijk uit de grond worden verwijderd. Hierbij kan de boorbuis in stilstaande toestand in opwaartse richting worden getrokken, doch het geniet doorgaans de voorkeur dat de boorbuis tijdens de opwaartse verplaatsing axiaal wordt geroteerd, en in het bijzonder oscillerend axiaal wordt geroteerd (i.e. afwisselende kortstondige axiale rotatie van de avegaar met de klok mee en tegen de klok in).In an embodiment of the auger according to the present invention, an upper side of the closing element remote from the underside is adapted to abut against the lower end of the drill pipe. This measure has the consequence that the sealing element remains behind in the ground after and / or during the placement of the concrete mortar in the drill pipe, where it can form part of the resulting drill pile and the drill pile possibly provides additional rigidity. The lower end side of the drill pipe is fully opened by uncoupling the closing element, which facilitates filling of the formed pile shaft with concrete mortar through the drill pipe - possibly under pressure (from above into the drill pipe) of concrete for shaping the drill pile. . Moreover, the closing element remaining in the ground can be used to support, preferably in a stabilizing manner, a reinforcement possibly forming part of the drill pile, as will be discussed in more detail below. In addition, the drill pipe can usually be removed from the ground relatively easily after the concrete element has been applied by uncoupling the closing element. The drill pipe can hereby be pulled upwards in the stationary condition, but it is generally preferred that the drill pipe is rotated axially during the upward displacement, and in particular oscillated axially rotated (ie alternating short-term axial rotation of the auger clockwise) counterclockwise).
Het is voordelig ingeval het schroefblad zich tot aan het onderste uiteinde van de boorbuis uitstrekt en de schoep zich tot een bovenzijde van het afsluitelement uitstrekt. Het onderste uiteinde van het schroefblad, het in het bijzonder de grondtransporterende zijde ervan, kan hiermee aansluiten op de grondtransporterende zijde van de schoep, zonder dat het schroefblad of de schoep zich respectievelijk voorbij het onderste uiteinde van de boorbuis en voorbij de bovenzijde van het afsluitelement moeten uitstrekken. De avegaar, en in het bijzonder het afsluitelement, wordt door het vermijden van het gebruik van lateraal uitstekende delen minder gevoelig voor eventuele beschadiging, waardoor de schoep en het schroefblad niet goed meer op elkaar zouden kunnen aansluiten, hetgeen ten koste zou gaan van de grondtransporterende werking van de avegaar, in het bijzonder het afsluitelement.It is advantageous if the screw blade extends to the lower end of the drill pipe and the blade extends to an upper side of the closing element. The lower end of the screw blade, in particular the ground-transporting side thereof, can hereby connect to the ground-transporting side of the vane, without the screw blade or the vane moving beyond the lower end of the drill pipe and beyond the top of the sealing element, respectively. must extend. By avoiding the use of laterally projecting parts, the auger, and in particular the closing element, becomes less susceptible to possible damage, as a result of which the blade and the propeller blade could no longer properly connect to each other, which would be at the expense of the soil transporting operation of the auger, in particular the closing element.
Teneinde het transport van de opgeboorde grond verder te vergemakkelijken, waardoor de avegaar met minder kracht in de grond kan worden ingebracht, kan de grondtransporterende zijde van de schoep bij aansluiting van het afsluitelement op het onderste uiteinde van de boorbuis in hoofdzaak naadloos (traploos) en/of vloeiend overgaan in de grondtransporterende zijde van het schroefblad. Met een vloeiende overgang wordt in het bijzonder bedoeld een overgang waarbij de helling van de grondtransporterende zijde van de schoep bij aansluiting op het schroefblad in hoofdzaak overeenkomt met de helling van de grondtransporterende zijde van het schroefblad. Een dergelijke vloeiende overgang voorkomt dat grond zich ter plaatse van de overgang kan ophopen, waardoor de avegaar tijdens het inbrengen in de grond meer weerstand ondervindt.In order to further facilitate the transport of the drilled ground, whereby the auger can be introduced into the ground with less force, the ground-transporting side of the vane when connecting the closing element to the lower end of the drill pipe can be substantially seamless (stepless) and / or merge smoothly into the soil-transporting side of the propeller blade. With a smooth transition is meant in particular a transition where the slope of the ground-transporting side of the blade when connected to the screw blade substantially corresponds to the slope of the ground-transporting side of the screw blade. Such a smooth transition prevents ground from accumulating at the location of the transition, whereby the auger encounters more resistance during insertion into the ground.
Een buitendiameter van het afsluitelement is bij voorkeur groter dan een binnendiameter van de boorbuis, zodat het afsluitelement in staat is de onderste kopse zijde van boorbuis volledig af te sluiten en alle te verdringen grond om de boorbuis zal worden geleid. Op deze wijze wordt het afsluitelement tijdens het boren van de avegaar in de grond tevens tegen de onderste (kopse) zijde van het boorbuis gedrukt, die hiermee als aanslag voor het afsluitelement fungeert. Dit komt de stabiliteit van het afsluitelement, en daarmee van de avegaar, tijdens gebruik ten goede. De binnendiameter van de boorbuis is bij voorkeur gelegen tussen de 100 en 650 millimeter. Het is voorts voordelig ingeval een buitendiameter van het afsluitelement in hoofdzaak gelijk is aan een buitendiameter van de boorbuis. Doordat in een dergelijke uitvoeringsvorm de buitenzijde van de boorbuis zonder hoogteverschillen (in hoofdzaak naadloos) doorloopt in de zijkant van het afsluitelement, kan langs de avegaar omhoog getransporteerde grond zich, zonder ophopingen te vormen, relatief eenvoudig en efficiënt langs de buitenzijde van de avegaar bewegen.An outer diameter of the shut-off element is preferably larger than an inner diameter of the drill pipe, so that the shut-off element is capable of completely closing off the lower end face of the drill pipe and all soil to be displaced will be guided around the drill pipe. In this way, during drilling of the auger into the ground, the closing element is also pressed against the lower (end) side of the drill pipe, which thus functions as a stop for the closing element. This improves the stability of the closing element, and therefore of the auger, during use. The inner diameter of the drill pipe is preferably between 100 and 650 millimeters. It is furthermore advantageous if an outer diameter of the closing element is substantially equal to an outer diameter of the drill pipe. Because in such an embodiment the outside of the drill pipe runs through the side of the closing element without differences in height (substantially seamlessly), soil transported upwards along the auger can move relatively easily and efficiently along the outside of the auger without accumulation .
In een optionele uitvoeringsvariant van de avegaar is het ten minste ene schroefblad slechts aangebracht op een onderste deel van de boorbuis. Uit de praktijk is gebleken dat het voor een effectieve afvoer van de grond tijdens het boren voldoende is dat het schroefblad enkel het onderste deel van de boorbuis beslaat. In een voorkomend geval is het aantal omwentelingen van het schroefblad rondom de buitenzijde van de boorbuis hierbij minimaal 0,25, en kan bijvoorbeeld zijn gelegen tussen 0,25 en 3, afhankelijk van de spoed van het schroefblad. Tevens kan de buitenzijde van de boorbuis zijn voorzien van meerdere, op afstand van elkaar gelegen schroefbladen. Ingeval het aantal op het afsluitelement aangebrachte grondtransporterende schoepen overeenkomt met het aantal op de boorbuis aangebrachte schroefbladen, dan sluit de grondtransporterende zijde van iedere schroefblad bij voorkeur aan op een grondtransporterende zijde van een (eigen) schoep.In an optional embodiment variant of the auger, the at least one screw blade is only arranged on a lower part of the drill pipe. Practice has shown that for an effective removal of the soil during drilling it is sufficient that the screw blade only covers the lower part of the drill pipe. In an appropriate case the number of revolutions of the screw blade around the outside of the drill pipe is hereby at least 0.25, and may for instance be between 0.25 and 3, depending on the pitch of the screw blade. The outside of the drill pipe can also be provided with a plurality of spaced-apart screw blades. If the number of soil-transporting blades mounted on the closing element corresponds to the number of screw blades mounted on the drill pipe, the soil-transporting side of each screw blade preferably connects to a soil-transporting side of an (own) blade.
Het is voordelig ingeval de gemiddelde hoek die de grondtransporterende zijde van de ten minste ene schoep en de langsas van de boorbuis onderling insluiten kleiner is dan de gemiddelde hoek die de grondtransporterende zijde van het ten minste ene schroefblad en de langsas van de boorbuis onderling insluiten. In deze voorkeursuitvoering heeft de grondtransporterende zijde van de ten minste ene schoep (gemiddeld) een steiler verloop dan het verloop van de grondtransporterende zijde van het schroefblad. De ten minste ene schoep van het afsluitelement zal de grond hierdoor met name in axiale richting van de avegaar verplaatsen, terwijl het schroefblad de grond hierdoor met name in laterale richting van de avegaar zal verplaatsen. Deze interactie tussen het ten minste ene schroefblad en de ten minste ene schoep dat de grond tijdens het in de grond boren van de avegaar relatief effectief wordt getransporteerd, en opvolgend wordt verdrongen .It is advantageous if the average angle that the ground-transporting side of the at least one blade and the longitudinal axis of the drill pipe mutually enclose is smaller than the average angle that the ground-transporting side of the at least one screw blade and the longitudinal axis of the drill pipe mutually enclose. In this preferred embodiment, the ground-transporting side of the at least one blade has (on average) a steeper course than the course of the ground-transporting side of the propeller blade. The at least one vane of the closing element will hereby move the ground in particular in the axial direction of the auger, while the screw blade will hereby move the ground in particular in the lateral direction of the auger. This interaction between the at least one propeller blade and the at least one blade that the soil is transported relatively effectively during the auger drilling, and subsequently displaced.
De ten minste ene schoep is bij voorkeur aangebracht op het althans deels conische gevormde deel van de onderzijde van het afsluitelement. De schoep strekt zich derhalve bij voorkeur uit in de langsrichting van de avegaar alsmede in de - loodrecht op de langsrichting staande - laterale richting van de avegaar. Bij voorkeur zijn de ten minste ene schoep en het althans deels conische gevormde deel van de onderzijde van het afsluitelement integraal met elkaar verbonden. Bij nadere voorkeur wordt het afsluitelement uit één integraal geheel (één stuk) vervaardigd. Het afsluitelement is bij voorkeur vervaardigd uit een gegoten metaal, bij nadere voorkeur nodulair gietijzer.The at least one vane is preferably mounted on the at least partly conically shaped part of the underside of the closing element. The vane therefore preferably extends in the longitudinal direction of the auger as well as in the lateral direction of the auger, perpendicular to the longitudinal direction. Preferably, the at least one blade and the at least partly conically shaped part of the underside of the closing element are integrally connected to each other. The closing element is more preferably manufactured from one integral whole (one piece). The closing element is preferably made from a cast metal, more preferably ductile cast iron.
Zoals reeds aangegeven is de ten minste gedeeltelijk conisch vormgegeven onderzijde van het afsluitelement bij voorkeur voorzien van meerdere, op afstand van elkaar gelegen schoepen, bij nadere voorkeur twee schoepen. De schoepen zijn bij nadere voorkeur in hoofdzaak gelijkmatig aangebracht op het conische gevormd deel van de onderzijde van het afsluitelement. Hierbij sluiten de schoepen onderling een gelijke hoek in. De schoepen zijn doorgaans in hoofdzaak identiek vormgegeven. Bij voorkeur zijn de schoepen in hoofdzaak rotatiesymmetrisch gerangschikt. Voorts zijn de schoepen bij voorkeur onderling verbonden in een centraal, bij voorkeur puntvormig, deel van de onderzijde van het afsluitelement.As already indicated, the at least partially conically shaped underside of the closing element is preferably provided with a plurality of spaced-apart blades, more preferably two blades. The blades are more preferably arranged substantially evenly on the conically shaped part of the underside of the closing element. The blades hereby enclose an equal angle with each other. The blades are generally substantially identically shaped. The blades are preferably arranged rotationally symmetrically. Furthermore, the blades are preferably mutually connected in a central, preferably pointed, part of the underside of the closing element.
Teneinde de grondtransporterende werking van de één of meerdere schoepen te verbeteren geniet het doorgaans de voorkeur dat ten minste één schoep ten minste gedeeltelijk gekromd is vormgegeven. Hierbij zal bij voorkeur een convexe zijde van de ten minste ene gekromde schoep de grondtransporterende zijde definiëren voor het verdringen van grond in ten minste een laterale richting. Bij voorkeur strekt de convexe zijde van de ten minste ene gekromde schoep zich uit vanuit een centraal deel van de onderzijde van het afsluitelement in een krommingsrichting die, in een gesloten toestand van het afsluitelement, in hoofdzaak overeenkomt met draairichting van het op een buitenzijde van de boorbuis aangebrachte schroefblad, bezien vanuit een onderzijde van de avegaar. Een dergelijke onderlinge oriëntatie maakt het mogelijk om tijdens het, middels axiale rotatie van de avegaar, schroeven (boren) van de avegaar in de grond de grondtransporterende werking door de één of meerdere schoepen te laten realiseren door de convexe zijde van voornoemde schoepen. Doorgaans zal de radius van de ten minste ene gekromde schoep zijn gelegen tussen 50 en 900 millimeter. Iedere schoep kan zijn voorzien van een snijrand, teneinde het grondtransport te vergemakkelijken. Ingeval een snijrand wordt toegepast is deze bij voorkeur voorzien aan de convexe zijde van de schoep.In order to improve the soil-transporting effect of the one or more blades, it is generally preferred that at least one blade is at least partially curved. Here, a convex side of the at least one curved blade will preferably define the soil conveying side for displacing soil in at least one lateral direction. Preferably, the convex side of the at least one curved blade extends from a central part of the underside of the closure element in a curvature direction which, in a closed condition of the closure element, substantially corresponds to the direction of rotation of it on an outside of the screw blade mounted on a drill pipe, viewed from the underside of the auger. Such mutual orientation makes it possible, during axial rotation of the auger, to screw (drill) the auger into the ground to have the soil-transporting effect realized by the one or more blades through the convex side of said blades. Typically, the radius of the at least one curved blade will be between 50 and 900 millimeters. Each blade can be provided with a cutting edge in order to facilitate ground transportation. In case a cutting edge is used, it is preferably provided on the convex side of the blade.
In weer een andere uitvoeringsvariant van de avegaar steekt het eerste borgelement in axiale richting uit ten opzichte van het onderste (kopse) uiteinde van de boorbuis, waardoor het als aanslag kan fungeren voor een tweede borgelement voorzien op het afsluitelement. Daarnaast steekt het eerste borgelement bij voorkeur in axiale richting uit ten opzichte van een naar het afsluitelement toegekeerde uiteinde van ten minste één schroefblad. Tevens is het voordelig als de hoogte van het ten minste ene eerste borgelement in hoofdzaak overeenkomt met de hoogte van het ten minste ene tweede borgelement, waardoor het contactoppervlak tussen het eerste en tweede borgelement in hoofdzaak volledig is en een zekerder borging wordt bewerkstelligd. Hierbij zal het eerste borgelement (noemenswaardig) doorgaans in hoofdzaak naadloos aansluiten op het tweede borgelement, waardoor een - de aangrijpende toestand ten opzichte van het tweede borgelement in- axiale uitstekend deel van het eerste borgelement kan worden tegengegaan, hetgeen het transporteren van grond doorgaans aanzienlijk vergemakkelijkt.In yet another embodiment variant of the auger, the first locking element protrudes axially with respect to the lower (end) end of the drill pipe, whereby it can function as a stop for a second locking element provided on the closing element. In addition, the first locking element preferably protrudes in the axial direction with respect to an end of at least one screw blade facing the closing element. It is also advantageous if the height of the at least one first securing element substantially corresponds to the height of the at least one second securing element, whereby the contact surface between the first and second securing element is substantially complete and a more secure locking is achieved. The first securing element will here (worth noting) generally connect seamlessly to the second securing element, as a result of which an engaging part of the first securing element which is axially projecting relative to the second securing element can be prevented, which transport of soil is usually considerably facilitated.
In een voorkeursuitvoering van de avegaar volgens de uitvinding is het eerste borgelement op afstand gelegen van een naar het afsluitelement toegekeerde uiteinde van ten minste één schroefblad, waarmee de samenwerkende ten minste ene eerste en tweede borgelementen de aansluiting van een op het afsluitelement voorziene schoep op een op de boorbuis voorzien schroefblad in geborgde onderlinge oriëntatie van de boorbuis en het afsluitelement niet in de weg staan. Teneinde de verbinding van het eerste borgelement met de avegaar te versterken kan het eerste borgelement zijn verbonden met zowel ten minste één schroefblad als de buitenzijde van de boorbuis. Hierbij kan het ten minste ene borgelement integraal deel uitmaken van de boorbuis en/of een schroefblad.In a preferred embodiment of the auger according to the invention, the first securing element is spaced from an end of at least one screw blade facing the closing element, with which the cooperating at least one first and second securing elements connect the connection of a vane provided on the closing element to a screw blade provided on the drill pipe in secured mutual orientation of the drill pipe and the closing element. In order to strengthen the connection of the first locking element to the auger, the first locking element can be connected to both at least one screw blade and the outside of the drill pipe. The at least one locking element can herein be an integral part of the drill pipe and / or a screw blade.
Het ten minste ene tweede borgelement voorzien op het afsluitelement kraagt bij voorkeur radiaal (lateraal) uit ten opzichte van een buitendiameter van het afsluitelement. Een deel van een grondtransporterende zijde van ten minste één schoep wordt bij voorkeur gevormd door een voorste kopse zijde van het tweede borgelement, terwijl een van de voorste kopse zijde afgekeerde achterste kopse zijde van het ten minste ene tweede borgelement bij voorkeur een aanslagvlak vormt ingericht voor samenwerking met ten minste één eerste borgelement. Een dergelijke voorkeursoriëntatie leidt ertoe dat ieder eerste borgelement in hoofdzaak loodrecht staat op een met het eerste borgelement samenwerkend tweede borgelement.The at least one second locking element provided on the closing element preferably extends radially (laterally) with respect to an outer diameter of the closing element. A part of a soil conveying side of at least one vane is preferably formed by a front end face of the second locking element, while a rear end face remote from the front end face of the at least one second locking element preferably forms a stop surface adapted for cooperation with at least one first locking element. Such a preferred orientation results in each first securing element being substantially perpendicular to a second securing element cooperating with the first securing element.
Teneinde de aansluiting van het afsluitelement en de boorbuis in de geborgde onderlinge positie van het afsluitelement en de boorbuis verdergaand te waarborgen, kan de avegaar meerdere, op afstand gepositioneerde, eerste borgelementen omvatten, en waarbij de avegaar meerdere, op afstand gepositioneerde, tweede borgelementen omvat. De hoek die voorste kopse zijde van een eerste borgelement en de achterste kopse zijde van een verder eerste borgelement onderling insluiten bedraagt hierbij bij voorkeur ten minste 90 graden. Bij voorkeur zijn de borgelement in hoofdzaak gelijkmatig verdeeld over een buitenomtrek van het afsluitelement.In order to further ensure the connection of the closing element and the drill pipe in the locked mutual position of the closing element and the drill pipe, the auger can comprise a plurality of remotely positioned first securing elements, and wherein the auger comprises a plurality of remotely positioned second securing elements . The angle that the front end face of a first locking element and the rear end face of a further first locking element enclose with each other is preferably at least 90 degrees. The locking element is preferably substantially evenly distributed over an outer circumference of the closing element.
Teneinde de aansluiting van het afsluitelement op de onderste, kopse uiteinde van de boorbuis te verbeteren kan een van de onderzijde afgekeerde bovenzijde van het afsluitelement aan of nabij de omtrek zijn voorzien van een zich in de langsasrichting opwaarts uitstrekkende flens, welke flens een buitendiameter heeft hoofdzakelijk gelijk is aan of kleiner is dan de binnendiameter van de boorbuis. Doordat de flens, ook wel aangeduid als opstaande rand, een buitendiameter heeft die hoofdzakelijk gelijk is aan of iets kleiner is dan de binnendiameter van de boorbuis, zal deze bij aansluiting van het afsluitelement op het onderste uiteinde van de boorbuis binnen de boorbuis vallen. In het geval dat de buitendiameter van de flens hoofdzakelijk gelijk is aan de binnendiameter van de boorbuis, sluit de flens tevens aan op de binnenzijde van de boorbuis, hetgeen de afsluiting verdergaand verbetert. Tevens wordt met een flens voorkomen dat er onderlinge afschuiving plaatsvindt in het contactvlak van het afsluitelement en de kopse zijde van de boorbuis, of dat deze krachten volledig moeten worden opgevangen door eventuele voorbij het uiteinde van de boorbuis in axiale richting uitstrekkende borgelementen. De flens sluit bovendien een opneemruimte in voor het stabiel kunnen ondersteunen van in de boorpaal aangebrachte - doorgaans verticaal georiënteerde - metalen wapening. De wapening kan vóór het afvullen met betonmortel in de boorbuis worden aangebracht. Het is tevens voordelig ingeval ten minste een deel van de bovenzijde van het afsluitelement concaaf, en bij voorkeur hoofdzakelijk conisch, gevormd is. Het holle afsluitelement dat resulteert heeft doorgaans sterkte-eigenschappen die overeenkomen met die van equivalente, massieve uitvoeringen, terwijl de massa van het afsluitelement ten opzicht van deze equivalenten kleiner is. Bovendien zal het toepassen van de holle bovenzijde van het afsluitelement voornoemde opneemruimte voor een wapening verdergaand vergroten, waardoor de wapening stabieler kan worden ondersteund en in rechtstandige (verticale) richting kan worden gehouden tijdens het afvullen van de boorbuis met betonmortel, hetgeen de kwaliteit van de uiteindelijke boorpaal ten goede komt. Teneinde de stijfheid van het afsluitelement te vergroten, kan het voordelig zijn een van de onderzijde afgekeerde bovenzijde van het afsluitelement te voorzien van ten minste één verstevigingsrib, en bij voorkeur meerdere verstevigingsribben. De één of meerdere verstevigingsribben maken bij voorkeur integraal deel uit van het afsluitelement. Dergelijke verstevigingsribben zijn met name voordelig ingeval een hol (niet-massief) en/of een dunwandig afsluitelement wordt toegepast zoals in het voorgaande beschreven.In order to improve the connection of the closing element to the lower, end face of the drill pipe, an upper side of the closing element remote from the underside can be provided at or near the periphery with a flange extending upwards in the longitudinal axis direction, which flange has an outer diameter substantially is equal to or smaller than the inner diameter of the drill pipe. Because the flange, also referred to as an upright edge, has an outer diameter that is substantially equal to or slightly smaller than the inner diameter of the drill pipe, it will fall inside the drill pipe when the closing element is connected to the lower end of the drill pipe. In the case that the outside diameter of the flange is substantially the same as the inside diameter of the drill pipe, the flange also connects to the inside of the drill pipe, which further improves the seal. A flange also prevents mutual sliding in the contact surface of the closing element and the end face of the drill pipe, or that these forces must be fully absorbed by any locking elements extending axially beyond the end of the drill pipe. The flange moreover encloses a receiving space for being able to stably support metal reinforcement arranged in the drill pile, which is generally vertically oriented. The reinforcement can be placed in the drill pipe prior to filling with concrete mortar. It is also advantageous if at least a part of the top side of the closing element is concave, and preferably substantially conical, shaped. The hollow closure element that results generally has strength properties corresponding to those of equivalent, solid designs, while the mass of the closure element is smaller than these equivalents. Moreover, the use of the hollow top side of the closing element will further increase the aforementioned reinforcement receiving space, so that the reinforcement can be supported more stably and can be held in a straight (vertical) direction during the filling of the drill pipe with concrete mortar, which improves the quality of the concrete mortar. ultimately borehole. In order to increase the stiffness of the closing element, it can be advantageous to provide an upper side of the closing element remote from the bottom with at least one reinforcing rib, and preferably a plurality of reinforcing ribs. The one or more reinforcing ribs are preferably an integral part of the closing element. Such reinforcement ribs are particularly advantageous if a hollow (non-solid) and / or a thin-walled closing element is used as described above.
Het is mogelijk dat het afsluitelement, en in het bijzonder ten minste één tweede borgelement, is voorzien van ten minste één hijsgat ingericht voor samenwerking met een hijsinrichting. Middels dergelijk hijsgat kan een hijsinrichting eenvoudig en betrouwbaar op het afsluitelement aangrijpen.It is possible that the closing element, and in particular at least one second locking element, is provided with at least one hoisting hole adapted for cooperation with a hoisting device. By means of such a hoisting hole, a hoisting device can engage easily and reliably on the closing element.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een afsluitelement voor gebruik in een avegaar overeenkomstig de uitvinding.The invention also relates to a closing element for use in an auger according to the invention.
De uitvinding heeft vervolgens betrekking op een boorinstallatie, omvattende een boormotor en een met de boormotor gekoppelde avegaar overeenkomstig de uitvinding.The invention subsequently relates to a drilling rig, comprising a drilling motor and an auger according to the invention coupled to the drilling motor.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een in de grond aangebrachte (boor)paal door gebruikmaking van een avegaar overeenkomstig de uitvinding, omvattende de stappen: A) het op een werkniveau positioneren van het afsluitelement, B) het op het afsluitelement positioneren van de boorbuis, waarbij het onderste, open uiteinde van de boorbuis aansluit op de bovenzijde van het afsluitelement, C) het middels axiale rotatie van de boorbuis laten samenwerken van het ten minste ene eerste borgelement van de boorbuis en het ten minste ene tweede borgelement van het afsluitelement, waardoor het afsluitelement in hoofdzaak gefixeerd wordt ten opzichte van de boorbuis, en in de grond boren van ten minste een deel van de avegaar, D) het optioneel aanbrengen van een wapening in de in de boorbuis aangebrachte betonmortel, E) het, bij voorkeur onder druk, ten minste gedeeltelijk afvullen van de boorbuis met betonmortel, F) het uit de grond verwijderen van de boorbuis, waarbij het afsluitelement in de grond achterblijft, en G) het laten uitharden van de, optioneel van een wapening voorziene, betonmortel onder vorming van een (boor)paal. StapThe invention furthermore relates to a method for manufacturing a (drill) pile arranged in the ground by using an auger according to the invention, comprising the steps of: A) positioning the closing element on a working level, B) placing it on the working level positioning the shut-off element of the drill pipe, wherein the lower, open end of the drill pipe connects to the top side of the shut-off element, C) causing the at least one first locking element of the drill pipe and the at least one second securing element to cooperate through axial rotation of the drill pipe locking element of the closing element, whereby the closing element is substantially fixed with respect to the drill pipe, and drilling into the ground of at least a part of the auger, D) optionally providing a reinforcement in the concrete mortar arranged in the drill pipe, E) filling the drill pipe with concrete mortar at least partially, preferably under pressure, F) removing the boo from the ground pipe, the closing element remaining in the ground, and G) allowing the concrete mortar, optionally provided with reinforcement, to harden to form a (drilling) pile. Step
D) kan eventueel achterwege worden gelaten. Ingeval stap D) wordt toegepast wordt stap D) bij voorkeur voorafgaand aan stap E) uitgevoerd. Tijdens stap D) wordt de wapening bij voorkeur op een bovenzijde, en in het bijzonder in een opneemruimte, van het afsluitelement geplaatst. Het afsluitelement fungeert hierbij als basis voor de wapening en voorkomt hiermee dat de wapening te ver de grond kan inzinken en is bovendien geschikt voor het stabiel rechtstandig (verticaal) positioneren van de wapening tijdens het laten omvloeien van de wapening met betonmortel overeenkomstig stap E). Het is echter niet noodzakelijk dat een toegepaste wapening afsteunt en/of contact maakt met het afsluitelement; deze wapening, indien toegepast, kan tevens op afstand van het afsluitelement worden gepositioneerd. Hierbij is het bijvoorbeeld denkbaar dat de wapening in de boorbuis en/of met behulp van een andersoortige (al dan niet tijdelijke) ophangconstructie wordt opgehangen in de boorbuis op afstand van het afsluitelement. Stappen D),D) may possibly be omitted. In case step D) is applied, step D) is preferably performed prior to step E). During step D), the reinforcement is preferably placed on an upper side, and in particular in a receiving space, of the closing element. The closing element hereby acts as the basis for the reinforcement and thus prevents the reinforcement from sinking too far into the ground and is furthermore suitable for stable, vertical (vertical) positioning of the reinforcement during the infusion of the reinforcement with concrete mortar according to step E). However, it is not necessary for an applied reinforcement to support and / or make contact with the closing element; this reinforcement, if used, can also be positioned at a distance from the closing element. In this context, it is conceivable, for example, that the reinforcement in the drill pipe and / or with the aid of a different type of (possibly temporary) suspension construction is suspended in the drill pipe at a distance from the closing element. Steps D)
E) , F), en G) kunnen eventueel gelijktijdig plaatsvinden. Het, optioneel op oscillerende wijze, axiaal roteren van de avegaar geschiedt doorgaans middels een met de avegaar gekoppelde boormotor. Het hierbij gehanteerde toerental van de avegaar ligt doorgaans onder 35 toeren per minuut. De druk die in verticale, neerwaartse richting wordt uitgeoefend op de avegaar bedraagt doorgaans meer dan circa 10 ton. Tijdens stap C) wordt de avegaar doorgaans meer dan 5 meter, en veelal circa 20 meter de grond in geboord. Doorgaans zal tijdens het in de grond boren van de avegaar tijdens stap C) ten minste één van het afsluitelement deel uitmakende schoep grond transporteren in laterale richting. Bij nadere voorkeur wordt ten minste een deel van deze door de schoep getransporteerde grond via het op de schoep in hoofdzaak aansluitende ten minste ene schroefblad verder getransporteerd teneinde het inbrengen van de avegaar verdergaand te vergemakkelijken. Het afvullen van de boorbuis met betonmortel volgens stap E) geschiedt doorgaans onder druk, waarbij betonmortel in de boorbuis wordt gepompt (of wordt gestort). Doorgaans zal hierbij ten minste een deel van de druk worden gevormd door in de boorbuis aanwezige betonmortelmassa die door het eigen gewicht drukt op een onderliggende betonmortelmassa. Stap E) kan vóór, tijdens, en/of na stap F) plaatsvinden. Het verwijderen van de avegaar uit de grond overeenkomstig stap F) kan geschieden door de avegaar, in stilstaande toestand (niet-roterende toestand), in opwaartse richting te trekken uit de gevormde paalschacht. Het is echter tevens denkbaar dat de avegaar middels axiale (contra)rotatie uit de grond wordt geschroefd en/of wordt getrokken. Bij nadere voorkeur wordt de avegaar tijdens de opwaartse verplaatsing oscillerend axiaal geroteerd (i.e. afwisselende kortstondige axiale rotatie van de avegaar met de klok mee en tegen de klok in). Doorgaans zal deze stap F) circa 1-20 minuten in beslag nemen. Na verwijdering van de avegaar uit de grond wordt de avegaar bij voorkeur direct opvolgend en ter plaatse (ten minste gedeeltelijk) gereinigd.E), F) and G) can optionally take place simultaneously. Axially rotating the auger, optionally in an oscillating manner, usually takes place by means of a drill motor coupled to the auger. The speed of the auger used here is usually below 35 revolutions per minute. The pressure exerted on the auger in the vertical, downward direction is generally more than approximately 10 tons. During step C) the auger is usually drilled more than 5 meters, and often approximately 20 meters into the ground. During drilling of the auger during step C), generally at least one blade forming part of the closing element will generally transport soil in a lateral direction. More preferably, at least a part of this soil transported through the vane is further transported via the at least one screw blade which substantially connects to the vane in order to further facilitate the insertion of the auger. The filling of the drill pipe with concrete mortar according to step E) usually takes place under pressure, wherein concrete mortar is pumped (or poured) into the drill pipe. At least part of the pressure will generally be formed here by concrete mortar mass present in the drill pipe which presses on its underlying weight on an underlying concrete mortar mass. Step E) can take place before, during, and / or after step F). The auger can be removed from the ground in accordance with step F) by pulling the auger, in the stationary state (non-rotating state), upwardly from the shaped pile shaft. However, it is also conceivable that the auger is screwed and / or pulled out of the ground by means of axial (counter) rotation. More preferably, the auger is oscillated axially rotated during the upward movement (i.e. alternating short-term axial rotation of the auger clockwise and counterclockwise). Typically, this step F) will take approximately 1-20 minutes. After removing the auger from the soil, the auger is preferably immediately followed up and cleaned at least partially on site.
De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont:The invention will be elucidated on the basis of non-limitative exemplary embodiments shown in the following figures. It shows:
- figuur 1 een zijaanzicht van een avegaar volgens de uitvinding,figure 1 is a side view of an auger according to the invention,
- figuur 2 een zijaanzicht van een boorbuis voor gebruik in de avegaar van figuur 1,figure 2 shows a side view of a drill pipe for use in the auger of figure 1,
- figuur 3 een zijaanzicht van een afsluitelement voor gebruik in de avegaar van figuur 1,figure 3 shows a side view of a closing element for use in the auger of figure 1,
- figuur 4 een onderaanzicht van de avegaar zoals getoond in figuur 1,figure 4 shows a bottom view of the auger as shown in figure 1,
- figuur 5 een bovenaanzicht van de avegaar zoals getoond in figuur 1, enfigure 5 shows a top view of the auger as shown in figure 1, and
- figuur 6 een detail van een langsdoorsnede van de avegaar zoals getoond in figuur 1.figure 6 shows a detail of a longitudinal section of the auger as shown in figure 1.
In de figuren zijn corresponderende elementen aangegeven met corresponderende referentiecijfers.In the figures, corresponding elements are indicated with corresponding reference numerals.
Figuur 1 toont een zijaanzicht van een avegaar 1 volgens de uitvinding, omvattende een boorbuis 2 en een daarop aansluitend afsluitelement 3 dat met een bovenzijde 4 los tegen het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2 aanligt. In de getoonde onderlinge oriëntatie van de boorbuis 2 en het afsluitelement 3 worden de boorbuis 2 en het afsluitelement 3 tijdens een axiale rotatie van de avegaar 1 onderling in hoofdzaak gefixeerd (geborgd) door samenwerking van een eerste borgelement 6 voorzien op de boorbuis 2 en een tweede borgelement 7 voorzien op het afsluitelement 3. Het afsluitelement 3 heeft een van de boorbuis 2 afgekeerde onderzijde 8 die in hoofdzaak kegelvormig is vormgegeven en is voorzien van meerdere schoepen 9 (waarvan er slechts één in het aanzicht zichtbaar is). Het is echter tevens denkbaar dat de onderzijde 8 van het afsluitelement 3 van een enkele schoep 9 is voorzien. De schoepen 9 van het afsluitelement 3 zijn onderling verbonden in een centraal deel 10 van de onderzijde 8 van het afsluitelement 3 en strekken zich tot de bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 uit. De schoepen 9 zijn voorzien van een grondtransporterende zijde 11 die in de getoonde, geborgde oriëntatie van de boorbuis 2 en het afsluitelement 3 in hoofdzaak aansluit en vloeiend overgaat op grondtransporterende zijde 13 van een schroefblad 12 dat op de boorbuis 2 is aangebracht. In de getoonde uitvoering van de avegaar 1 volgens de uitvinding zijn twee van dergelijke grondtransporterende schroefbladen 12 op de buitenzijde 14 van de boorbuis 2 aangebracht, hoewel het ook mogelijk is een enkel schroefblad of meer dan twee schroefbladen toe te passen.Figure 1 shows a side view of a auger 1 according to the invention, comprising a drill pipe 2 and a closing element 3 connecting thereto, which with a top side 4 loosely rests against the bottom end 5 of the drill pipe 2. In the shown mutual orientation of the drill pipe 2 and the closing element 3, the drill pipe 2 and the closing element 3 are substantially fixed (secured) to each other during an axial rotation of the auger 1 by cooperation of a first locking element 6 on the drill pipe 2 and a second locking element 7 provided on the closing element 3. The closing element 3 has an underside 8 remote from the drill pipe 2, which is substantially cone-shaped and is provided with a plurality of blades 9 (only one of which is visible in the view). However, it is also conceivable that the underside 8 of the closing element 3 is provided with a single vane 9. The vanes 9 of the closing element 3 are mutually connected in a central part 10 of the bottom side of the closing element 3 and extend to the top side 4 of the closing element 3. The vanes 9 are provided with a ground-transporting side 11 which, in the shown, secured orientation of the drill pipe 2 and the closing element 3, substantially connects and flows smoothly to the ground-transporting side 13 of a screw blade 12 mounted on the drill pipe 2. In the embodiment of auger 1 according to the invention shown, two such ground-transporting screw blades 12 are provided on the outside 14 of the drill pipe 2, although it is also possible to use a single screw blade or more than two screw blades.
Figuur 2 toont een zijaanzicht van een boorbuis 2 ten gebruike in de avegaar 1 van figuur 1. Wederom zijn twee aan een buitenzijde 14 van de boorbuis 2 aangebrachte schroefbladen 12 te zien. De schroefbladen 12 zijn op onderlinge afstand van elkaar gelegen en zodanig op de buitenzijde 14 van de boorbuis 2 aangebracht dat een doorsnede van de boorbuis 2 loodrecht op de langsas 16 van de boorbuis 2 (die samenvalt met de langsas 16 van de avegaar 1) ter hoogte van de schroefbladen 12 rotatiesym metrisch is. De schroefbladen 12 in de getoonde uitvoering zijn hierbij beperkt tot het onderste deel van de boorbuis 2 en strekken zich tot aan het onderste, open uiteinde 5 van de boorbuis 2 uit. Op de boorbuis 2 zijn twee eerste borgelementen 6 voorzien die in axiale richting uitsteken ten opzichte van het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2 alsmede ten opzichte van de onderste uiteinden 17 van de schroefbladen 12. De eerste borgelementen 6 zijn hierbij verbonden met zowel ten minste één schroefblad 12 als de buitenzijde 14 van de boorbuis 2.Figure 2 shows a side view of a drill pipe 2 for use in auger 1 of figure 1. Again, two screw blades 12 arranged on an outside 14 of the drill pipe 2 can be seen. The propeller blades 12 are spaced apart from one another and are arranged on the outside 14 of the drill pipe 2 in such a way that a section of the drill pipe 2 is perpendicular to the longitudinal axis 16 of the drill pipe 2 (which coincides with the longitudinal axis 16 of the auger 1) for height of the screw blades 12 is rotationally symmetrical. The screw blades 12 in the embodiment shown are hereby limited to the lower part of the drill pipe 2 and extend to the lower, open end 5 of the drill pipe 2. On the drill pipe 2 two first locking elements 6 are provided which project in axial direction with respect to the lower end 5 of the drill pipe 2 and with respect to the lower ends 17 of the screw blades 12. The first locking elements 6 are here connected to both at least one screw blade 12 as the outside 14 of the drill pipe 2.
Figuur 3 toont een zijaanzicht van een afsluitelement 3 ten gebruike in de avegaar 1 van figuur 1. Het afsluitelement 3 omvat een conisch gevormde onderzijde 8 waarop twee, op afstand van elkaar gelegen schoepen 9 zijn voorzien. Ook hier is het evengoed mogelijk dat een alternatieve uitvoering van het afsluitelement een enkele schoep of meer dan twee schoepen omvat. De schoepen 9 zijn onderling verbonden in het centrale deel 10 van de onderzijde 8 van het afsluitelement 3 en strekken zich lateraal uit, waarbij ze doorlopen tot een de onderzijde 8 afgekeerde bovenzijde 4 van het afsluitelement 3. De schoepen 9 zijn gekromd vormgegeven, waarbij een convexe zijde van de ten minste ene gekromde schoep dienst doet als grondtransporterende zijde 11 voor het in ten minste een laterale richting verdringen van grond. De bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 is nabij de omtrek voorzien van een zich in de richting van de langsas 16 vanaf de bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 uitstrekkende flens 19. Deze flens 19 heeft een buitendiameter 20 die hoofdzakelijk gelijk is aan of iets kleiner is dan de binnendiameter 21 (zie figuur 5) van de boorbuis 2, waardoor deze bij aansluiting van het afsluitelement 3 op het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2 aansluit op de binnenzijde 22 (zie figuur 6) van de boorbuis 2. Voorts is het afsluitelement 3 voorzien van twee tweede borgelementen 7 die radiaal uitkragen ten opzichte van een buitendiameter 18 (zie figuur 4) van het afsluitelement 3. Doordat de schoepen 9 doorlopen tot een de onderzijde 8 afgekeerde bovenzijde 4 van het afsluitelement 3, worden de voorste, kopse zijden 23 van de tweede borgelementen 7 gevormd door een deel van de grondtransporterende zijden 11 van de schoepen 9. Tevens zijn de tweede borgelementen 7 voorzien van een doorlopend hijsgat 24 ingericht voor samenwerking met een (niet getoonde) hijsinrichting. Het afsluitelement 3 kan (in hoofdzaak) integraal zijn vervaardigd uit een gegoten metaal, zoals een gegoten nodulair gietijzer. Echter is het eveneens mogelijk dat andere materialen met een voldoende gunstige sterkte-eigenschappen kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging van het afsluitelement 3.Figure 3 shows a side view of a closing element 3 for use in the auger 1 of Figure 1. The closing element 3 comprises a conically shaped underside 8 on which two spaced-apart vanes 9 are provided. Here too it is equally possible that an alternative embodiment of the closing element comprises a single vane or more than two vanes. The vanes 9 are mutually connected in the central part 10 of the underside 8 of the closing element 3 and extend laterally, extending to an upper side 4 of the closing element 3 remote from the underside 8. The vanes 9 are curved in shape, The convex side of the at least one curved blade serves as a soil conveying side 11 for displacing soil in at least one lateral direction. The top side 4 of the closing element 3 is provided near the circumference with a flange 19 extending in the direction of the longitudinal axis 16 from the top side 4 of the closing element 3. This flange 19 has an outer diameter 20 which is substantially equal to or slightly smaller then the inside diameter 21 (see figure 5) of the drill pipe 2, so that when connecting the closing element 3 to the lower end 5 of the drill pipe 2 it connects to the inside 22 (see figure 6) of the drill pipe 2. Furthermore, the closing element is 3 provided with two second locking elements 7 which project radially relative to an outer diameter 18 (see Figure 4) of the closing element 3. Because the vanes 9 extend to an upper side 4 of the closing element 3 which faces away from the bottom 8, the front, end sides become 23 of the second securing elements 7 formed by a part of the soil-transporting sides 11 of the vanes 9. The second securing elements 7 are also provided with a continuous hoisting hole 24 adapted for cooperation with a hoisting device (not shown). The closing element 3 can be (substantially) integrally manufactured from a cast metal, such as a cast nodular cast iron. However, it is also possible that other materials with sufficiently favorable strength properties can be used for the manufacture of the closing element 3.
Figuur 4 toont een onderaanzicht van de avegaar 1 zoals getoond in figuur 1, waarin het afsluitelement 3 en het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2, alsmede de op de buitenzijde 14 van de boorbuis 2 aangebrachte schroefbladen 12, zichtbaar zijn. In de getoonde geborgde aansluiting van het afsluitelement 3 op het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2 werken de eerste borgelementen 6 voorzien op de boorbuis 2 samen met de tweede borgelementen 7 voorzien op het afsluitelement 3. Meer specifiek vormen de achterste kopse zijden 25 van de tweede borgelementen 7 een aanslagvlak voor één van de zijkanten 26 van de eerste borgelementen 6, die derhalve tevens als aanslagvlak fungeren. Voorts wordt het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2 in de geborgde aansluiting door het afsluitelement 3 afgedicht omdat de buitendiameter 18 van het afsluitelement 3 groter is dan een binnendiameter 21 (zie figuur 5) van de boorbuis 2. In de getoonde uitvoering is de buitendiameter 18 van het afsluitelement 3 (iets) kleiner dan de buitendiameter 27 van de boorbuis 2. Echter is het ook mogelijk dat de buitendiameter 18 van het afsluitelement 3 gelijk is aan de buitendiameter 27 van de boorbuis 2, zodat de zijkant van het afsluitelement 28 samenvalt met de buitenzijde 14 van de boorbuis 2.Figure 4 shows a bottom view of the auger 1 as shown in Figure 1, in which the closing element 3 and the lower end 5 of the drill pipe 2, as well as the screw blades 12 arranged on the outside 14 of the drill pipe 2, are visible. In the shown secured connection of the closing element 3 to the lower end 5 of the drill pipe 2, the first locking elements 6 provided on the drill pipe 2 cooperate with the second locking elements 7 provided on the closing element 3. More specifically, the rear end faces 25 of the second locking elements 7 a stop surface for one of the sides 26 of the first locking elements 6, which therefore also function as a stop surface. Furthermore, the lower end 5 of the drill pipe 2 in the secured connection is sealed by the closing element 3 because the outer diameter 18 of the closing element 3 is larger than an inner diameter 21 (see Figure 5) of the drill pipe 2. In the embodiment shown, the outer diameter is 18 of the closing element 3 (slightly) smaller than the outside diameter 27 of the drill pipe 2. However, it is also possible that the outside diameter 18 of the closing element 3 is equal to the outside diameter 27 of the drill pipe 2, so that the side of the closing element 28 coincides with the outside 14 of the drill pipe 2.
Figuur 5 toont een bovenaanzicht van de avegaar 1 zoals getoond in figuur 1, waarin de holle boorbuis 2 en het afsluitelement 3 zichtbaar zijn in geborgde aansluiting van het afsluitelement 3 op het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2. Tevens zijn de op de buitenzijde 14 van de boorbuis 2 aangebrachte schroefbladen 12 te zien. De in de richting van de langsas 16 naar boven toe uitstrekkende flens 19 die op de bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 is aangebracht, heeft een buitendiameter 20 die (iets) kleiner is dan de binnendiameter 21 van de boorbuis 2 waardoor deze in de boorbuis 2 is opgenomen. Tevens sluit de flens 19 een opneemruimte in voor opname van ten minste een deel van een, optioneel toegepaste, wapening van een te vervaardigen boorpaal. De bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 is concaaf (hol), en bij voorkeur hoofdzakelijk conisch, gevormd. Daarnaast is de bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 voorzien van een viertal verstevigingsribben 29, hoewel de toepassing andere aantallen verstevigingsribben binnen het kader van de uitvinding eveneens mogelijk is. De punt 30 van de door het afsluitelement 3 gevormde kegel is in de getoonde uitvoering massief uitgevoerd.Figure 5 shows a top view of the auger 1 as shown in Figure 1, in which the hollow drill pipe 2 and the closing element 3 are visible in the secured connection of the closing element 3 to the lower end 5 of the drilling pipe 2. Also on the outside are 14 screw blades 12 arranged from the drill pipe 2. The flange 19 which extends upwards in the direction of the longitudinal axis 16 and which is arranged on the upper side 4 of the closing element 3, has an outer diameter 20 which is (slightly) smaller than the inner diameter 21 of the drill pipe 2 through which it enters the drill pipe 2. is included. The flange 19 also encloses a receiving space for receiving at least a part of an optionally applied reinforcement of a drill pile to be manufactured. The upper side 4 of the closing element 3 is concave (hollow), and preferably substantially conical, shaped. In addition, the top 4 of the closing element 3 is provided with four reinforcement ribs 29, although the use of other numbers of reinforcement ribs is also possible within the scope of the invention. The point 30 of the cone formed by the closing element 3 is of solid design in the embodiment shown.
Figuur 6 toont een detail van een langsdoorsnede van de avegaar 1 zoals getoond in figuur 1, waarop de geborgde aansluiting van het afsluitelement 3 op het onderste uiteinde 5 van de boorbuis 2 duidelijk te zien is. Een deel van de bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 doet dienst als aanslagvlak 31 waarmee het afsluitelement 3 tegen het onderste, open uiteinde 5 van de boorbuis 2 aanligt en de boorbuis 2 afsluit. De op de bovenzijde 4 aangebrachte naar boven toe uitstrekkende flens 19 strekt zich hierbij uit aan de binnenzijde 22 van de boorbuisFigure 6 shows a detail of a longitudinal section of the auger 1 as shown in figure 1, on which the secured connection of the closing element 3 to the lower end 5 of the drill pipe 2 can be clearly seen. A part of the top 4 of the closing element 3 serves as a stop surface 31 with which the closing element 3 abuts the lower, open end 5 of the drill pipe 2 and closes the drill pipe 2. The upwardly extending flange 19 arranged on the top side 4 herein extends on the inside 22 of the drill pipe
2. De schoepen 9 voorzien op de onderzijde 8 van het afsluitelement 3 lopen door tot de bovenzijde 4 van het afsluitelement 3 en sluiten met hun grondtransporterende zijde 11 daarbij vloeiend aan op de grondtransporterende zijde 13 van de op de buitenzijde 14 van de boorbuis 2 aangebrachte schroefbladen 12. Op deze manier kan door de schoepen 9 getransporteerde grond gemakkelijk via de op de schoepen 9 aansluitende schroefbladen 12 verder wordt getransporteerd.2. The vanes 9 provided on the underside 8 of the closing element 3 extend as far as the top 4 of the closing element 3 and thereby smoothly connect with their ground-transporting side 11 to the ground-transporting side 13 of the casing 2 provided on the outside 14 of the drill pipe 2. screw blades 12. In this way, soil transported through the vanes 9 can easily be transported further via the screw blades 12 connecting to the vanes 9.
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand zullen liggen. Hierbij is het denkbaar dat verschillende inventieve concepten en/of technische maatregelen van de hierboven beschreven uitvoeringsvarianten volledig of gedeeltelijk gecombineerd kunnen worden zonder daarbij afstand te doen van de in bijgesloten conclusies beschreven uitvindingsgedachte.It will be clear that the invention is not limited to the exemplary embodiments shown and described here, but that within the scope of the appended claims, countless variants are possible which will be obvious to those skilled in the art. It is conceivable here that various inventive concepts and / or technical measures of the above-described embodiments can be fully or partially combined without thereby renouncing the inventive idea described in the appended claims.
Met het in dit octrooischrift gebruikte werkwoord Omvatten' en vervoegingen hiervan wordt niet alleen 'omvatten' verstaan, maar wordt ook verstaan de uitdrukkingen 'bevatten', 'in hoofdzaak bestaan', 'gevormd door', en vervoegingen hiervan.The term "include" and conjugations thereof used in this patent not only means "to include", but also the terms "to contain", "substantially exist", "formed by", and conjugations thereof.
Claims (39)
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2018390A NL2018390B1 (en) | 2017-02-17 | 2017-02-17 | Auger and method for manufacturing a drill pile |
| DE102018103130.0A DE102018103130A1 (en) | 2017-02-17 | 2018-02-13 | Auger drills and method for producing a bored pile |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2018390A NL2018390B1 (en) | 2017-02-17 | 2017-02-17 | Auger and method for manufacturing a drill pile |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2018390B1 true NL2018390B1 (en) | 2018-09-17 |
Family
ID=58737813
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2018390A NL2018390B1 (en) | 2017-02-17 | 2017-02-17 | Auger and method for manufacturing a drill pile |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| DE (1) | DE102018103130A1 (en) |
| NL (1) | NL2018390B1 (en) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN111173460B (en) * | 2020-02-26 | 2025-08-26 | 海南卓典高科技开发有限公司 | Drill pipe and drilling tools |
| CN114033317A (en) * | 2021-11-26 | 2022-02-11 | 上海宝冶集团有限公司 | Drilling is sent pipe and is annotated shell material integrative improvement drilling rod device |
| CN114909079B (en) * | 2022-04-28 | 2025-06-24 | 中电建路桥集团有限公司 | A soil matrix recycling device and method in limited space pile foundation construction |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH328979A (en) * | 1955-04-15 | 1958-04-15 | Losinger Ag | Driving pipe for the creation of pile foundations, sheet pile walls, soil compaction, drainage, shafts and filter wells |
| EP0371533A1 (en) * | 1988-11-30 | 1990-06-06 | Jacob Bouten | Method for providing concrete foundation piles and hallow earth drill to be used for that purpose |
-
2017
- 2017-02-17 NL NL2018390A patent/NL2018390B1/en active
-
2018
- 2018-02-13 DE DE102018103130.0A patent/DE102018103130A1/en not_active Ceased
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH328979A (en) * | 1955-04-15 | 1958-04-15 | Losinger Ag | Driving pipe for the creation of pile foundations, sheet pile walls, soil compaction, drainage, shafts and filter wells |
| EP0371533A1 (en) * | 1988-11-30 | 1990-06-06 | Jacob Bouten | Method for providing concrete foundation piles and hallow earth drill to be used for that purpose |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE102018103130A1 (en) | 2018-08-23 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CN101100929B (en) | Bottom enlarging basket bucket | |
| NL2018390B1 (en) | Auger and method for manufacturing a drill pile | |
| AU2014246612B2 (en) | Helical screw pile and soil displacement device with curved blades | |
| EP2042659A1 (en) | Post anchor | |
| CN104603366B (en) | The building method of nodiform in situ concrete pile and be equipped with the steel pipe excavating sword | |
| US20180155893A1 (en) | Apparatus for Constructing Foundation Pilings | |
| US9816245B2 (en) | Filling tube for producing a column of filling material in the ground as well as device and method related thereto | |
| NL2018306B1 (en) | Auger and method for manufacturing drill piles | |
| CZ20013033A3 (en) | Method for milling manhole covers and/or location frames for manhole covers and apparatus for making the same | |
| JP5280257B2 (en) | Foundation pile structure and construction method of foundation pile | |
| BE1024718B1 (en) | Method for forming an reinforced pole and attachment for use therein | |
| US7429148B2 (en) | Method for making a foundation pile | |
| KR102903424B1 (en) | Soft ground anchors for securing one or more structures and methods for arranging anchors in soft ground | |
| JP4837849B2 (en) | Construction method of soil cement composite pile | |
| CN108374413B (en) | A kind of anti-pulling pile and its making method | |
| EP1283307A2 (en) | Method of forming enlarged pile heads | |
| JP2012031667A (en) | Construction method for peg-top type pile | |
| JP2010189927A (en) | Device and method for burying prefabricated pile | |
| CN218952159U (en) | Building pile | |
| CN102433891B (en) | Basement construction method and plug-shaped bearing platform structure thereof | |
| BE1025057B1 (en) | Support structure for an offshore wind turbine and ballast holder therefor | |
| US20150259872A1 (en) | Grab bucket of an auger | |
| JP3293796B2 (en) | Pile driver | |
| JP3827710B1 (en) | Construction method of ready-made piles and anchors | |
| JP2007239239A (en) | Steel pipe pile and its rooting method |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD | Change of ownership |
Owner name: JACBO PFAHLGRUENDUNGEN GMBH; DE Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: EUROPEAN FOUNDATION GROUP B.V. Effective date: 20210824 |