[go: up one dir, main page]

NL2018344B1 - Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan - Google Patents

Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan Download PDF

Info

Publication number
NL2018344B1
NL2018344B1 NL2018344A NL2018344A NL2018344B1 NL 2018344 B1 NL2018344 B1 NL 2018344B1 NL 2018344 A NL2018344 A NL 2018344A NL 2018344 A NL2018344 A NL 2018344A NL 2018344 B1 NL2018344 B1 NL 2018344B1
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
stabilizing element
roof
filling
roof tile
coupling member
Prior art date
Application number
NL2018344A
Other languages
English (en)
Inventor
De Vogel Vincent
De Vogel Jeroen
Te Boekhorst Laurens
Original Assignee
Esdec B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Esdec B V filed Critical Esdec B V
Priority to NL2018344A priority Critical patent/NL2018344B1/nl
Priority to EP18155742.2A priority patent/EP3361183B1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2018344B1 publication Critical patent/NL2018344B1/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S25/00Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules
    • F24S25/30Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules using elongate rigid mounting elements extending substantially along the supporting surface, e.g. for covering buildings with solar heat collectors
    • F24S25/33Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules using elongate rigid mounting elements extending substantially along the supporting surface, e.g. for covering buildings with solar heat collectors forming substantially planar assemblies, e.g. of coplanar or stacked profiles
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S25/00Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules
    • F24S25/60Fixation means, e.g. fasteners, specially adapted for supporting solar heat collector modules
    • F24S25/61Fixation means, e.g. fasteners, specially adapted for supporting solar heat collector modules for fixing to the ground or to building structures
    • F24S25/613Fixation means, e.g. fasteners, specially adapted for supporting solar heat collector modules for fixing to the ground or to building structures in the form of bent strips or assemblies of strips; Hook-like connectors; Connectors to be mounted between building-covering elements
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02BCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B10/00Integration of renewable energy sources in buildings
    • Y02B10/20Solar thermal
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02EREDUCTION OF GREENHOUSE GAS [GHG] EMISSIONS, RELATED TO ENERGY GENERATION, TRANSMISSION OR DISTRIBUTION
    • Y02E10/00Energy generation through renewable energy sources
    • Y02E10/40Solar thermal energy, e.g. solar towers
    • Y02E10/47Mountings or tracking

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Sustainable Development (AREA)
  • Sustainable Energy (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Roof Covering Using Slabs Or Stiff Sheets (AREA)

Abstract

De uitvinding heeft betrekking op een stabilisatie-element. De uitvinding heeft tevens betrekking op een samenstel van een stabilisatie-element en een dakhaak. De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan, in het bijzonder door gebruikmaking van een stabilisatie-element overeenkomstig de uitvinding.

Description

Octrooicentrum
Θ 2018344
(21) Aanvraagnummer: 2018344 (22) Aanvraag ingediend: 8 februari 2017 (51) Int. CL:
F24J 2/52 (2017.01)
(4^ Aanvraag ingeschreven: (73) Octrooihouder(s):
3 september 2018 ESDEC B.V. te Deventer.
(43) Aanvraag gepubliceerd:
- (72) Uitvinder(s):
Vincent de Vogel te Colmschate.
(/7) Octrooi verleend: Jeroen de Vogel te Gorssel.
3 september 2018 Laurens te Boekhorst te Deventer.
(45) Octrooischrift uitgegeven:
30 oktober 2018 (74) Gemachtigde:
ir. H.Th. van den Heuvel c.s.
te 's-Hertogenbosch.
54) Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan © De uitvinding heeft betrekking op een stabilisatie-element. De uitvinding heeft tevens betrekking op een samenstel van een stabilisatie-element en een dakhaak. De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan, in het bijzonder door gebruikmaking van een stabilisatie-element overeenkomstig de uitvinding.
NL Bl 2018344
Dit octrooi is verleend ongeacht het bijgevoegde resultaat van het onderzoek naar de stand van de techniek en schriftelijke opinie. Het octrooischrift komt overeen met de oorspronkelijk ingediende stukken.
Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan
De uitvinding heeft betrekking op een stabilisatie-element. De uitvinding heeft tevens betrekking op een samenstel van een stabilisatie-element en een dakhaak. De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan, in het bijzonder door gebruikmaking van een stabilisatie-element overeenkomstig de uitvinding.
Het aanbrengen van zonnepanelen op zowel platte als op hellende daken is een veelvoorkomende activiteit en kan vereenvoudigd worden door gebruik van een hiertoe bestemde montage-inrichting. Een bekende montage-inrichting voor het relatief eenvoudig en snel monteren van zonnepanelen op een al dan niet hellend dak wordt beschreven in NL1028379. De bekende montage-inrichting omvat een met het dak koppelbare dakhaak, en een met een vrij uiteinde van de dakhaak koppelbare montagerail ingericht voor het dragen van zonnepanelen. De dakhaak is ingericht voor samenwerking met een deel van het dak, in het bijzonder met een op het dak aangebrachte panlat. De dakhaak wordt daarbij ingedekt tussen dakpannen die door de panlatten worden ondersteund. Het toepassen van een dakhaak is in voordelig, doordat zowel de panlatten als de pannen volledig in tact kunnen worden gelaten. Een nadeel van de bekende dakhaak is echter dat de dakhaak niet geschikt is om stabiel samen te werken met bijzondere dakpannen die aan of nabij een bovenste kopse zijde zijn voorzien van een opwaartse uitkragende waterkering. In de praktijk wordt dit stabilisatieprobleem opgelost door, bijvoorbeeld middels een slijptol, een uitsparing aan te brengen in de uitkragende waterkering waardoorheen de dakhaak vervolgens kan worden geleid, waardoor de dakhaak stabieler kan aanliggen tegen een bovenzijde van de dakpan. Deze ingreep is relatief omslachtig, duur, en tijdrovend, en richt bovendien een ongewenste permanente schade aan aan het waterkerende vermogen van de bijzonder dakpan. Vanuit logistiek en economisch oogpunt geniet het evenmin de voorkeur om de dakhaak aan te passen, in het bijzonder te vervormen, om een stabiele samenwerking tussen de dakhaak en de van de uitkragende waterkering voorziene dakpan te realiseren.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een hulpmiddel voor het op relatief stabiele wijze kunnen laten samenwerken van een dakhaak met een dakpan zonder dat modificatie van de dakhaak of de dakpan noodzakelijk is.
De uitvinding verschaft hiertoe een stabilisatie-element voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan, omvattende een keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten, en ten minste één met de keten verbonden bevestigingselement voor het bevestigen van het stabilisatie-element aan een dakhaak, waarbij de opvulsegmenten zodanig onderling zwenkbaar zijn dat meerdere opvulsegmenten in een gestapelde toestand kunnen worden gebracht voor het opvullen van een ruimte tussen een dakpan en een met de dakpan gekoppelde dakhaak waarin het stabilisatie-element enerzijds aangrijpt op een bovenzijde van de dakpan en anderzijds aangrijpt op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen, deel van de dakhaak. De onstabiele samenwerking tussen een (bekende) dakhaak en een van een opwaarts uitkragende waterkering voorziene (bekende) dakpan wordt met name veroorzaakt, doordat het vrije uiteinde van een bovenliggende arm van de dakhaak, ingericht om te worden gekoppeld met een montagerail, op afstand is gelegen van de dakpan, waardoor deze relatief eenvoudig kan zwenken en derhalve relatief onstabiel is. Door juist deze bovenliggende arm, en met name het vrije uiteinde ervan dat is ingericht om te worden gekoppeld met een montagerail, te stabiliseren middels het stabilisatie-element overeenkomstig de uitvinding kan de dakhaak significant stabieler samenwerken met de bijzondere dakpan. Onder de gerealiseerde stabielere samenwerking wordt met name verstaan dat de onderlinge oriëntatie tussen de dakhaak en de (bijzondere) dakpan beter gefixeerd wordt, waardoor de dakhaak zich minder eenvoudig kan verplaatsen ten opzichte van de dakpan. De stabiliserende werking wordt met name gerealiseerd, doordat de bovenliggende arm van de dakhaak, aan of nabij het vrije uiteinde van deze arm, via het stabilisatie-element kan afsteunen op onderliggende bovenzijde van de dakpan. De ruimte tussen de dakhaak en de dakpan wordt opgevuld door het op elkaar stapelen van meerdere opvulsegmenten, waarbij het aantal op elkaar gestapelde opvulsegmenten, benodigd op de tussenliggende ruimte op te vullen, afhangt van de dimensionering van de opvulsegmenten en de afstand tussen een vrij gelegen deel van de bovenliggende arm van de dakhaak en de onderliggende dakpan. Doordat de opvulsegmenten op zwenkbare wijze, als een keten (of strip), met elkaar zijn verbonden, is het denkbaar dat in een operationele toestand niet alle opvulsegmenten benodigd zijn voor het opvullen van voornoemde tussenliggende ruimte en dat aldus één of meerdere opvulsegmenten geen deel uitmaken van de op elkaar gestapelde opvulsegmenten. Hierbij is het zelfs denkbaar dat het bevestigingselement zelf tevens fungeert als opvulsegment, en dat het bevestigingselement als zodanig de ruimte tussen de dakhaak en de dakpan reeds opvult, waardoor geen verdere opvulsegmenten benodigd zijn, en waardoor derhalve opvulsegmenten ook niet in een gestapelde toestand hoeven te worden gebracht. Het is tevens denkbaar dat een enkel, op afstand van het bevestigingselement, gepositioneerd opvulsegment de ruimte tussen de dakhaak en de dakpan reeds opvult, waardoor geen verdere opvulsegmenten benodigd zijn, en waardoor derhalve opvulsegmenten ook niet in een gestapelde toestand hoeven te worden gebracht. Deze eigenschap van het stabilisatie-element, in het bijzonder het toepassen van meerdere, onderling zwenkbare opvulsegmenten, vergroot een flexibele toepassing van het stabilisatie-element, doordat de stabilisatie-elementen is ingericht voor het opvullen van zowel kleinere als grotere te overbruggen ruimtes. Verder voordeel van het stabilisatie-element is dat installatie van het stabilisatie-element bijzonder eenvoudig geschiedt door vooreerst het bevestigingselement te bevestigen aan de dakhaak en vervolgens het gewenste aantal opvulsegmenten middels onderlinge zwenking op elkaar te stapelen, of vice versa, waarna de dakhaak via het stabilisatie-element kan worden afgesteund op de bovenzijde van de dakpan. Het aanpassen van de dakhaak en/of de dakpan is hierbij niet nodig.
De keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten kan tevens gezien worden als een seriële schakeling van opvulsegmenten.
Het stabilisatie-element kan in een gestapelde toestand tevens gezien worden als opvulelement en/of afstandhouder. Het stabilisatie-element zorgt er in een gestapelde toestand voor dat de bovenliggende arm van de dakhaak waarop het stabilisatie-element aangrijpt in hoofdzaak evenwijdig blijft aan een frontaal oppervlak van de dakpan. Daarbij gaat het stabilisatie-element tegen dat de dakhaak vervormt ingeval de dakhaak voor langere periode wordt belast en/of als gevolg van bijvoorbeeld weersinvloeden. Bovendien voorkomt toepassing van het stabilisatie-element contactpunten tussen de dakhaak en een zichtbaar deel van de bovenzijde van de dakpan, waardoor (zichtbare) beschadigingen van de dakpan kunnen worden voorkomen.
Zoals reeds aangegeven vindt de aangrijping van het stabilisatie-element op de bovenzijde van de dakpan bij voorkeur plaats op afstand van een opwaartse uitkragende waterkering die aan of nabij een kopse bovenzijde van de dakpan is gepositioneerd. Doorgaans zal de aangrijping van het stabilisatie-element, of althans van de gestapelde opvulsegmenten, op de dakpan plaatsvinden op afstand van iedere omtreksrand van de dakpan. Doorgaans zal de aangrijping van het stabilisatie-element, of althans van de gestapelde opvulsegmenten, op een centraal deel van de dakpan plaatsvinden (op afstand van iedere omtreksrand van de dakpan). Doorgaans zal een as die de gestapelde opvulsegmenten doorsteekt, tijdens gebruik van het stabilisatie-element, in hoofdzaak loodrecht staan op een deel van de bovenzijde van de dakpan waarop het stabilisatie-element aangrijpt, en veelal tevens in hoofdzaak op een - naar de dakpan toegekeerde - onderzijde van de bovenliggende arm van de dakhaak. Het stabilisatie-element grijpt enerzijds aan op een bovenzijde van de dakpan en grijpt anderzijds aan op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen deel van de dakhaak. Met het bovenliggende deel van de dakhaak wordt typisch het deel van de dakhaak bedoeld dat het dichtstbij is gelegen ten opzichte van het contactdeel van de bovenzijde van de dakpan waarop het stabilisatie-element aangrijpt. Doorgaans houdt dit in dat een wiskundige normaal die aangrijpt op voornoemd contactdeel van de bovenzijde van de dakpan wijst in de richting van het bovenliggende deei van de dakhaak, waarbij deze wiskundige normaal het bovenliggende deel van de dakhaak virtueel doorsteekt.
Het stabilisatie-element omvat bij voorkeur ten minste één opvulsegment dat ten minste gedeeltelijk deformeerbaar, in het bijzonder flexibel, is. Het opvulsegment kan hierbij plastisch deformeerbaar (permanent deformeerbaar) en/of elastisch deformeerbaar (flexibel) zijn. Het deformeerbare karakter van de één of meerdere opvulsegmenten maakt het mogelijk om de te overbruggen ruimte tussen de dakpan en de dakhaak op te vullen, zodat de gestapelde opvulsegmenten aangrijpen op zowel de dakpan als de dakhaak. Aanvullend voordeel van het toepassen van één of meerdere flexibele opvulsegmenten is dat dit een impactabsorberend karakter verschaft aan het stabilisatie-element, waardoor het stabilisatie-element bijzonder geschikt is om impact en belasting te absorberen. Het stabilisatie-element absorbeert de belasting die de dakhaak ondervindt door bijvoorbeeld de aangebrachte topstructuur en/of de een of meerdere zonnepanelen, maar tevens additionele krachten op de dakhaak die voor kunnen komen in geval van storm of andere weersinvloeden. Het stabilisatie-element zorgt ervoor dat de belasting op de dakhaak, in het bijzonder op de profieldelen van de dakhaak, en de dakpan beter opgevangen wordt. Op de dakpan uitgeoefende piekbelastingen kunnen hierdoor worden voorkomen.
Bij nadere voorkeur is het stabilisatie-element in zijn geheel deformeerbaar, in het bijzonder flexibel, uitgevoerd. Hierbij geniet het de voorkeur dat ten minste één opvulsegment, en bij nadere voorkeur het stabilisatie-element, en in het bijzonder het stabilisatie-element als zodanig, ten minste gedeeltelijk vervaardigd uit een flexibel kunststof, zoals een elastomeer, rubber, en in het bijzonder siliconenrubber. Een voordeel van het toepassen van ten minste één flexibel kunststof is dat dit ervoor zorgt dat het stabilisatie-element een verbeterde grip kan ondervinden, doordat het stabilisatie-element onder voorspanning kan aangrijpen op zowel de dakpan en de dakhaak, en zich eventueel kan vormen om een deel van de dakhaak. Een dergelijke voorspanning resulteert in een stabiele positionering van het stabilisatie-element tijdens gebruik. Bovendien kan een flexibel kunststof, zoals rubber, worden gekozen met een stroevend oppervlak, waardoor afschuiving van het stabilisatie-element ten opzichte van de dakpan en/of de dakhaak kan worden tegengegaan, hetgeen de stabilisatie van het stabilisatie-element tijdens gebruik verdergaand ten goede komt. Door de stroefheid van bijvoorbeeld rubber of een ander kunststof zijn er doorgaans geen adhesieve middelen (lijm) nodig om het stabilisatie-element op stabiele, betrouwbare, en duurzame wijze tussen de dakhaak en de dakpan te kunnen plaatsen. Het wordt echter niet uitgesloten om eventueel adhesieve middelen toe te passen voor het verlijmen of verkleven van het stabilisatie-element met de dakpan en/of de dakhaak.
In een voorkeursuitvoering is de keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten uit één geheel vervaardigd, en bij voorkeur is het stabilisatie-element uit één geheel (uit één stuk) vervaardigd. Het productieproces kan hiermee vereenvoudigd worden, waarbij onder andere het aantal processtappen kan worden gereduceerd, hetgeen vanuit financieel en logistiek oogpunt voordelig is. Hierbij wordt de zwenkbare verbinding tussen elke twee naastgelegen opvulsegmenten bij voorkeur gevormd door een filmscharnier.
In een voorkeursuitvoering van het stabilisatie-element wordt ten minste een deel van het bevestigingselement gevormd door een opvulsegment ingericht voor aangrijping op een naar een dakpan toegekeerde achterzijde van de dakhaak. Het bevestigingselement verkrijgt op deze wijze een multifunctioneel karakter. Het bevestigingselement is bij voorkeur zwenkbaar verbonden met de keten van (overige) opvulsegmenten. Hierdoor wordt de deformatie van het stabilisatieelement van een initiële (uitgestrekte) toestand naar een gestapelde (compacte) toestand doorgaans vereenvoudigd, en maakt het tevens eenvoudiger om het bevestigingselement tevens te laten fungeren als opvulsegmenten en op te nemen in de stapeling van opvulsegmenten voor het opvullen van de ruimte tussen de dakhaak en de dakpan.
In een voorkeursuitvoering is de keten, en bij voorkeur het stabilisatie-element, deformeerbaar tussen een uitgestrekte toestand, waarin de opvulsegmenten in hoofdzaak in eenzelfde vlak zijn gelegen, en een gestapelde (compacte) toestand, waarin ten minste twee opvulsegmenten op elkaar zijn gestapeld, waarbij frontale zijden van ten minste twee opvulsegmenten naar elkaar toe zijn gekeerd, en bij voorkeur direct op elkaar aangrijpen. Bij voorkeur worden ten minste twee aangrenzende opvulsegmenten tijdens het deformeren de keten, in het bijzonder het stabilisatie-element, vanuit de uitgestrekte toestand naar de gestapelde toestand onderling worden gezwenkt over een hoek gelegen tussen 175 en 185 graden, waarbij voornoemde hoek bij voorkeur in hoofdzaak 180 graden bedraagt. Bij nadere voorkeur kan ten minste één opvulsegment in hoofzaak volledig omgeklapt worden ten opzichte van ten minste één aangrenzend opvulsegment, waardoor de facto een zigzagstructuur van opvulsegmenten kan worden gecreëerd. Zo ontstaat er, naast de tweezijdige aangrijping van het stabilisatieelement op de dakpan en de met de dakpan gekoppelde dakhaak, onderlinge aangrijping van de opvulsegmenten. Frontale zijden van naastgelegen opvulsegmenten zullen hierbij doorgaans ten minste gedeeltelijk tegen elkaar aan komen te liggen. Doorgaans zal hierbij een bovenzijde van een eerste opvulsegment worden gepositioneerd tegen een bovenzijde van een (naastgelegen) tweede opvulsegment, en zal een achterzijde van het tweede opvulsegmenten worden gepositioneerd tegen een achterzijde van een (naastgelegen) derde opvulsegment, et cetera.
In een voorkeursuitvoering van het stabilisatie-element zijn naastgelegen opvulsegmenten onderling verbonden middels ten minste één deformeerbaar brugelement, welk brugelement bij voorkeur, zoals reeds aangegeven, wordt gevormd door een filmscharnier. Het brugelement heeft doorgaans een geringe dikte van de naastgelegen opvulsegmenten, waardoor deze makkelijker zwenkt dan de opvulsegmenten. Het brugelement strekt zich doorgaans uit over de lengte van ten minste één van de aangrenzende opvulsegmenten. Een andere mogelijkheid is dat er één of meerdere smalle - parallel georiënteerde brugelementen naastgelegen opvulsegmenten verbinden.
In een mogelijke uitvoering van het stabilisatie-element is ieder met ten minste twee aangrenzende opvulsegmenten middels een eerste brugelement respectievelijke een tweede brugelement zwenkbaar verbonden opvulsegment voorzien van een eerste frontale zijde en een overliggende tweede frontale zijde, waarbij het eerste brugelement dichter bij de eerste frontale zijde dan bij de tweede frontale zijde is gepositioneerd, en waarbij het tweede brugelement dichter bij de tweede frontale zijde dan bij de eerste frontale zijde is gepositioneerd. Deze alternerende positionering van de brugelementen maakt een relatief grote (onbelemmerde) onderlinge zwenking - doorgaans van zo’n 180 graden - van naastgelegen opvulsegmenten mogelijk in een vooraf gedefinieerde richting. Dit maakt het realiseren van een zigzagstructuur van opvulsegmenten relatief eenvoudig. In een bijzondere voorkeursuitvoering van het stabilisatie-element sluit het eerste brugelement aan op de eerste frontale zijde van het opvulsegment, en sluit het tweede brugelement aan op de tweede frontale zijde van het opvulsegment. Door een brugelement te laten aansluiten op een frontale zijde wordt althans een deel van beide componenten in eenzelfde vlak gepositioneerd, hetgeen de zwenkbaarheid van de opvulsegmenten doorgaans ten goede komt. Bij nadere voorkeur spant ieder, met ten minste twee aangrenzende opvulsegmenten middels een eerste brugelement respectievelijke een tweede brugelement zwenkbaar verbonden, opvulsegment een centraal (fictief) vlak op, welk vlak is gelegen tussen de eerste frontale zijde en de tweede frontale zijde, waarbij ten minste een deel van het eerste brugelement en ten minste een deel van het tweede brugelement aan weerszijden van het centrale vlak zijn gepositioneerd. Een dergelijke positionering van de brugelementen ten opzichte van de opvulsegmenten vergroot verdergaand een gewenste (maximale) zwenkbaarheid van de opvulsegmenten ten opzichte van elkaar.
Bij voorkeur is het stabilisatie-element zodanig ingericht dat ten minste één opvulsegment is voorzien van een koppelorgaan, en waarbij ten minste één naastgelegen opvulsegment is voorzien van een complementair koppelorgaan, waarbij het koppelorgaan en het complementaire koppelorgaan zijn ingericht voor het onderling samenwerken in de gestapelde toestand van voornoemde opvulsegmenten. De toepassing van koppelorganen en complementaire koppelorganen maakt het mogelijk om op elkaar gestapelde opvulsegmenten te stabiliseren (borgen) ten opzichte van elkaar, hetgeen de stabiliteit van het stabilisatie-element als zodanig ten goede komt tijdens operationele toestand. De koppeling is bij voorkeur losneembaar van aard, waardoor gekoppelde opvulsegmenten relatief eenvoudig kunnen worden ontkoppeld ten opzichte van elkaar. In een mogelijke uitvoeringsvariant van het stabilisatie-element is ten minste één opvulsegment aan een eerste frontale zijde voorzien van een eerste koppelorgaan en aan een overliggende tweede frontale zijde voorzien van een tweede koppelorgaan, waarbij het eerste koppelorgaan is ingericht voor samenwerking met een complementair koppelorgaan van een eerste naastgelegen opvulsegment, en waarbij het tweede koppelorgaan is ingericht voor samenwerking met een complementair koppelorgaan van een tweede naastgelegen opvulsegment. Bij voorkeur zijn hierbij het aan de eerste frontale zijde van het opvulsegment voorziene eerste koppelorgaan, en het aan de overliggende tweede frontale zijde van hetzelfde opvulsegment voorziene tweede koppelorgaan complementair vormgegeven. Het is tevens denkbaar dat het aan de eerste frontale zijde van het opvulsegment voorziene eerste koppelorgaan, en het aan de overliggende tweede frontale zijde van hetzelfde opvulsegment voorziene tweede koppelorgaan in hoofdzaak gelijkvormig zijn vormgegeven.
In een voorkeursuitvoering van het stabilisatie-element overeenkomstig de uitvinding is ten minste één opvulsegment voorzien van een mannelijk koppelorgaan, en is ten minste één naastgelegen opvulsegment voorzien van een complementair vrouwelijk koppelorgaan, waarbij het mannelijke koppelorgaan en het complementaire vrouwelijke koppelorgaan zijn ingericht voor het onderling samenwerken in de gestapelde toestand van voornoemde opvulsegmenten, en waarbij de maximale breedte van het mannelijke koppelorgaan groter is dan de breedte van een door het vrouwelijke koppelorgaan gevormde doorvoeropening voor het mannelijke koppelorgaan. Door deze specifieke vormgeving kan het mannelijke koppelorgaan op geborgde wijze worden opgenomen in het vrouwelijke koppelorgaan. Ten minste één koppelorgaan van het mannelijke koppelorgaan en/of het vrouwelijke koppelorgaan kan bijvoorbeeld (elastisch) gedeformeerd worden om doorvoering door de doorvoeropening mogelijk te maken.
In een mogelijke uitvoeringsvorm van het stabilisatie-element omvat het bevestigingselement een in hoofdzaak U-vormig profiel voor het ten minste gedeeltelijk omsluiten, bij voorkeur ten minste gedeeltelijk omklemmen, van de dakhaak. Een U-vormig profiel faciliteert meerzijdige aangrijping van de dakhaak en zorgt hiermee voor een goede borging van het bevestigingselement.
Bij voorkeur is het in hoofdzaak U-vormig profiel hierbij voorzien ten minste één inwaarts uitkragende flens voor het borgen van een, ten minste gedeeltelijk door het in hoofdzaak U-vormige profiel omsloten, dakhaak.
Bij voorkeur is de breedte van het bevestigingselement in hoofdzaak gelijk aan de breedte van één ander opvulsegment. Dit is voordelig voor de stabiliteit van het stabilisatie-element in een gestapelde toestand, met name ingeval het bevestigingselement tevens fungeert als opvulsegment.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een samenstel van een stabilisatieelement zoals hierboven beschreven, en een dakhaak, waarbij het bevestigingselement van het stabilisatie-element is verbonden met de dakhaak. Het is hierbij mogelijk dat het bevestigingselement van het stabilisatie-element losneembaar is verbonden met de dakhaak. Tevens is het mogelijk dat het bevestigingselement onder voorspanning aangrijpt op de dakhaak. Hierbij kan het bevestigingselement elastisch zijn uitgevoerd. Bij voorkeur is het bevestigingselement op geborgde wijze verbonden met de dakhaak. De dakhaak omvat doorgaans een onderliggende arm ingericht om te worden afgedekt door een dakpan, en een - doorgaans via een verbindingsbrug van de dakhaak - met de onderliggende arm verbonden bovenliggende arm die, tijdens gebruik, doorgaans in hoofdzaak boven een bovenzijde van de dakpan is gepositioneerd. De onderliggende arm is daarbij ingericht om aan te grijpen op een panlat of ander dakelement en/of om te worden gemonteerd, bijvoorbeeld middels schroeven, op een dak. Een van de verbindingsbrug afgekeerd vrij uiteinde van de bovenliggende arm is doorgaans voorzien van een koppelstructuur voor het kunnen koppelen van de dakhaak aan een montagerail voor het dragen van zonnepanelen. Bij voorkeur omvat het samenstel tevens een dakpan, waarbij de dakhaak is gekoppeld met de dakpan, waarbij ten minste een aantal onderling zwenkbare opvulsegmenten van het stabilisatie-element in een gestapelde toestand zijn gebracht, waarbij een ruimte tussen de dakpan en de met de dakpan gekoppelde dakhaak, en waarbij het stabilisatie-element enerzijds aangrijpt op een bovenzijde van de dakpan en anderzijds aangrijpt op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen deel (van de bovenliggende arm van) van de dakhaak. Vanuit oogpunt van stabiliteit is het doorgaans voordelig ingeval de gestapelde opvulsegmenten worden ingeklemd door enerzijds de dakpan en anderzijds de dakhaak. De dakhaak omsiuit doorgaans een bovenste zijwand (bovenste kopse zijde) van de dakpan althans gedeeltelijk, waarbij een voorzijde (bovenzijde) van de dakpan is voorzien van een opwaarts uitkragende structuur, in het bijzonder een waterkerende structuur, waarop een deel van de dakhaak aangrijpt, en waarbij het stabilisatie-element is gepositioneerd op afstand van voornoemde opwaarts uitkragende structuur van de dakpan, en bij nadere voorkeur tevens op afstand van alle zijwanden van de dakpan.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het toepassen van een stabilisatie-element volgens de uitvinding in een samenstel volgens de uitvinding, omvattende de stappen: A) het bevestigen van het bevestigingselement op een boven de dakpan gelegen deei van een dakhaak; en B) het zwenken van ten minste een opvulsegment ten opzichte van het bevestigingselement en/of ten opzichte van ten minste één ander opvulsegment, zodanig dat een gestapelde toestand van meerdere opvulsegment wordt gecreëerd die een ruimte tussen een bovenzijde van de dakpan en een bovenliggend deel van de met de dakpan gekoppelde dakhaak opvult, waarin het stabilisatie-element enerzijds aangrijpt op een bovenzijde van de dakpan en anderzijds aangrijpt op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen deel van de dakhaak.
De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: figuur 1a een perspectivisch aanzicht op een stabilisatie-element volgens de uitvinding;
figuur 1b een zijaanzicht op het stabilisatie-element als getoond in figuur 1a; figuren 2a-c schematische weergaven van dwarsdoorsneden van mogelijke uitvoeringsvarianten van een stabilisatie-elementen volgens de uitvinding in een gestapelde toestand;
figuren 3a-c schematische weergaven van dwarsdoorsneden van mogelijke uitvoeringsvarianten van het bevestigingselement van een stabilisatie-element volgens de uitvinding;
figuren 4a en 4b een perspectivisch aanzicht van een samenstel van een dakpan, een dakhaak en een stabilisatie-element als getoond in figuur 1; en figuren 5a en 5b dwarsdoorsneden van een samenstel van een dakpan, een dakhaak en een stabilisatie-element als getoond in figuren 4a en 4b.
Figuren 1a en 1b tonen respectievelijk een perspectivisch aanzicht en een zijaanzicht op een stabilisatie-element (1) volgens de uitvinding, in een uitgestrekte toestand. Het stabilisatie-element (1) omvat een keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten (2), en een met de keten verbonden bevestigingselement (3) voor het bevestigen van het stabilisatie-element aan een dakhaak (niet getoond). Een deel van het bevestigingselement (3) wordt gevormd door een opvulsegment (2). De opvulsegmenten (2) zijn onderling verbonden middels een deformeerbaar brugelement (4), in het bijzonder middels een filmscharnier (4). Het eerste filmscharnier (4a) dat zich tussen het bevestigingselement (3) en het aangrenzende eerste opvulsegment (2a) bevindt, sluit aan op een eerste frontale zijde van het bevestigingselement (3) en op een in het verlengde hiervan gelegen eerste frontale zijde van voornoemd eerste opvulsegment (2a). Het tweede filmscharnier (4b) dat zich tussen het eerste opvulsegment (2a) en een aangrenzend tweede opvulsegment (2b) bevindt, sluit aan op een ten opzichte van de eerste frontale zijde overliggende tweede frontale zijde van het eerste opvulsegment (2a) en op een in het verlengde hiervan gelegen tweede frontale zijde van het aangrenzende tweede opvulsegment (2b). Het eerste opvulsegment (2a) is voorzien van een meervoud een koppelorganen (5, 6), welke koppelorganen (5, 6) zijn ingericht voor samenwerking met complementaire koppelorganen van respectievelijk het naastgelegen bevestigingselement (3) en het naastgelegen tweede opvulsegment (2b). De eerste frontale zijde van het bevestigingselement (3) is voorzien van een vrouwelijk koppelorgaan (5), welke is ingericht voor samenwerking met het complementair mannelijke koppelorgaan (6) van het eerste opvulsegment (2a), welke gepositioneerd is op de eerste frontale zijde van het eerste opvulsegment (2a). De tweede frontale zijde van het eerste opvulsegment (2a) is voorzien van een vrouwelijk koppelorgaan (5), welke is ingericht voor samenwerking met een complementair mannelijk koppelorgaan (6) van het aangrenzende tweede opvulsegment (2b). In de getoonde uitvoeringsvorm is ieder opvulsegment (2) voorzien van een of meerdere koppelorganen (5, 6) welke zich uitstrekken over de gehele lengte (I) van een opvulsegment (2).
Het bevestigingselement (3) is in de getoonde uitvoeringsvariant uitgevoerd in een in hoofdzaak U-vormig profiel, welke is voorzien van twee inwaarts uitkragende flenzen (7), ten einde een omklemming en borging van een deel van de dakhaak (niet getoond) te faciliteren.
Figuren 2a-c tonen schematische weergaven van dwarsdoorsneden van mogelijke uitvoeringsvarianten van stabilisatie-elementen (1) volgens de uitvinding. De figuren tonen verschillende optionele configuraties voor een stabilisatie-element (1) in een gestapelde toestand. De opvulsegmenten (2) zijn in hoofdzaak volledig omgeklapt ten opzichte van een aangrenzend opvulsegment (2), waarbij het bevestigingselement (3) en de opvulsegmenten (2) middels de mannelijke en vrouwelijke koppelorganen (5,6) gekoppeld zijn. De figuren tonen de onderlinge samenwerking tussen de complementaire koppelorganen van het bevestigingselement (3) en de aangrenzende opvulsegmenten (2), waarbij meerdere koppelverbindingen (25) zijn gevormd. Het is te zien dat de maximale breedte (b5) van de getoonde mannelijke koppelorganen groter is dan de breedte van de door de vrouwelijke koppelorgaan gevormde doorvoeropeningen (b4) voor een mannelijk koppelorgaan. De brugelementen (4, 4a, 4b) zijn in een gedeformeerde toestand gebracht en kragen alternerend uit ten opzichte van de op elkaar gestapelde opvulsegmenten (2). De breedte (b1) van het bevestigingselement (3) is in hoofdzaak gelijk aan de breedte (b2) van de opvulsegmenten (2) waar het bevestigingselement (3) mee samenwerkt. Bij voorkeur is de inwendige breedte (b3) van het bevestigingselement (3) in hoofdzaak gelijk aan de breedte van het deel de dakhaak (niet getoond) waaraan het bevestigingselement (3) bevestigd wordt. De inwendige hoogte (h3), gemeten tussen het tweede frontale oppervlak van het bevestigingselement (3) en een inwaarts uitkragende flens (7) is bij voorkeur in hoofdzaak gelijk aan de hoogte van het met het stabilisatie-element (1) samenwerkende deel van de dakhaak.
Figuren 3a-c tonen schematische weergaven van dwarsdoorsneden van mogelijke uitvoeringsvarianten van het bevestigingselement (3) van een stabilisatie-element (1) volgens de uitvinding. De bevestigingselementen (3) zijn in de getoonde figuren geïsoleerd weergegeven. Het moge duidelijk zijn dat de bevestigingselementen (3) zijn ingericht voor samenwerking met een keten van opvulsegmenten ten einde een stabilisatie-element volgens de uitvinding te vormen.
Figuur 3a toont een bevestigingselement (3a) welke een in hoofdzaak U-vormig profiel omvat, welke is voorzien van twee inwaarts uitkragende flenzen (7). De flenzen (7) ingericht zijn voor samenwerking met een deel van de dakhaak (10). Het bevestigingselement (3a) is ingericht voor meerzijdige aangrijping op de dakhaak (10). Het bevestigingselement (3a) sluit in hoofdzaak vormvast aan op de dakhaak (10). Indien er een minimale ruimte bestaat tussen het bevestigingselement (3a) en het deel van de dakhaak (10) waarmee deze gekoppeld is, zal dit de stabiliteit van de bevestiging en daarmee te stabiliteit van het stabilisatie-element positief beïnvloeden.
Figuur 3b toont een mogelijke uitvoeringsvariant waarbij het bevestigingselement (3b) de dakhaak (10) volledig omsluit. De getoonde variant zorgt voor een goede borging van de dakhaak (10). Een stabilisatie-element voorzien van een bevestigingselement (3b) als getoond in figuur 3b, kan bijvoorbeeld aan de dakhaak (10) bevestigd worden voordat de dakhaak (10) in positie wordt gebracht op het dak. Het bevestigingselement (3b) kan bijvoorbeeld om een arm of profieldeel van de dakhaak (10) heen geschoven worden.
Figuur 3c toont een volgende mogelijke uitvoeringsvariant, waarbij het bevestigingselement (3c) in hoofdzaak een T-vormig profiel omvat. Het getoonde bevestigingselement (3c) is ingericht voor samenwerking met een dakhaak (10) welke voorzien is van een uitsparing, bijvoorbeeld zoals in de getoonde uitvoering, rond de middellijn van de dakhaak (10). Het bevestigingselement (3c) is aan de onderzijde van de poot van het T-profiel voorzien van een paddenstoelvormige uitstulping (11), ingericht voor borging van het bevestigingselement (3c) ten opzichte van de dakhaak (10). Doordat het bevestigingselement (3c) in hoofdzaak flexibel is ingericht is het mogelijk dat de paddenstoelvormige uitstulping (11) door de uitsparing van de dakhaak (10) wordt doorgevoerd, totdat de zijden van de paddenstoel (11) de dakhaak (10) borgen.
Figuren 4a en 4b toont een perspectivisch aanzicht van een samenstel van een dakpan (20), een dakhaak (21) en een stabilisatie-element (1) als getoond in figuren 1a en 1b. De voorzijde van de dakpan (20) is voorzien van een geprofileerde en opwaarts uitkragende structuur voorzien van een uitkragende rand (23), waarop een deel van de dakhaak (21) aangrijpt. De dakhaak (21) is gepositioneerd in een vlak dat in hoofdzaak boven het laagst gelegen gedeelte van het oppervlak van de bovenzijde van de dakpan (20) ligt.
De dakhaak (21) bestaat uit een meervoud aan profieldelen (24a, 24b, 24c) en is ingericht voor samenwerking met een te koppelen topstructuur.
De profieldelen (24a, 24b) van de dakhaak (21) zijn in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar en aan een lengteas van de dakpan (20) georiënteerd. Een dergelijke evenwijdige configuratie van de profieldelen (24a, 24b) van de dakhaak (21) is gewenst om een stabiele ondersteuning te kunnen bieden voor de te koppelen topstructuur (niet getoond), en daarmee de een of meerdere zonnepanelen. Doordat de dakhaak (21) aangrijpt op de uitkragende structuur (23) van de dakpan (20) ontstaat er een ruimte, met hoogte H, tussen de bovenzijde van de dakpan en een bovenliggend deel van de met de dakpan (20) gekoppelde dakhaak (21). Het stabilisatie-element (1) is ingericht om deze ruimte te overbruggen en te voorkomen dat deformatie en/of verplaatsing van de dakhaak (21) plaatsvindt. Het bevestigingselement (3) borgt de dakhaak (21), waarbij de inwaarts uitkragende flenzen (7) samenwerken met de langsranden van de dakhaak (21). Het stabilisatie-element (1) is middels zwenken van de opvulsegmenten (2) in een gestapelde toestand gebracht. Er vindt tweezijdige aangrijping van stabilisatieelement (1) plaats, waarbij het opvulsegment welke tevens is ingericht als bevestigingselement (2, 3), aangrijpt op de dakhaak (21) en ten minste een ander opvulsegment (2) aangrijpt op een deel van een bovenzijde van de dakpan (20) dat in hoofdzaak onder het aangrijppunt van het bevestigingselement (2, 3) en de dakhaak is gelegen. De opvulsegmenten (2) van het stabilisatie-element (1) zijn zodanig gezwenkt dat de keten van opvulsegmenten (2) niet langer strook vormt maar een stabilisatiestructuur. Het is echter mogelijk dat niet alle in de keten aanwezige opvulsegmenten (2) nodig zijn om de hoogte H te overbruggen, waardoor het mogelijk is dat een deel van de keten in takt blijft.
Figuren 5a en 5b tonen dwarsdoorsneden van een samenstel van een dakpan (20), een dakhaak (21) en een stabilisatie-element (1) als getoond in figuren 4a en 4b. Figuur 5a toont hierbij een dwarsdoorsnede volgens de lijn B als getoond in figuur 5b, en figuur 5b toont een dwarsdoorsnede toont volgens de lijn A als getoond in figuur 5a.
Figuur 5a toont dat een ruimte, met hoogte H, tussen de dakpan (20) en een met de dakpan (20) gekoppelde dakhaak (21) in hoofdzaak volledig wordt opgevuld door het stabilisatie-element (1). Hierbij bestaat een tweezijdige aangrijping van het stabilisatie-element (1); enerzijds op een naar de dakpan (20) toewijzend deel van de dakhaak (21) en anderzijds op de bovenzijde van de dakpan (20). Het stabilisatie-element (1) is gepositioneerd op een in hoofdzaak plat vlak van de bovenzijde van de dakpan (20). In de getoonde configuratie zijn er twee koppelverbindingen (25) gevormd door koppeling van complementaire koppelorganen van aangrenzende opvulsegmenten (2). Figuur 5b toont dat de dakhaak (21) aangrijpt op een geprofileerd gedeelte (23) van de dakpan (20). Met name de uitkragende structuur van het geprofileerde gedeelte (23) zorgt ervoor dat de dakhaak (21), en met name een profieldeel (24a) hiervan, niet aansluit op de bovenzijde van de dakpan (20).
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand zullen liggen. Hierbij is het denkbaar dat verschillende inventieve concepten en/of technische maatregelen van de hierboven beschreven uitvoeringsvarianten volledig of gedeeltelijk gecombineerd kunnen worden zonder daarbij afstand te doen van de in bijgesloten conclusies beschreven uitvindingsgedachte.
Met het in dit octrooischrift gebruikte werkwoord Omvatten' en vervoegingen hiervan wordt niet alleen 'omvatten' verstaan, maar wordt ook verstaan de uitdrukkingen 'bevatten', 'in hoofdzaak bestaan', 'gevormd door', en vervoegingen hiervan.

Claims (31)

  1. Conclusies
    1. Stabilisatie-element voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan, omvattende:
    • een keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten, en • ten minste één met de keten verbonden bevestigingselement voor het bevestigen van het stabilisatie-element aan een dakhaak, waarbij de opvulsegmenten zodanig onderling zwenkbaar zijn dat meerdere opvulsegmenten in een gestapelde toestand kunnen worden gebracht voor het opvullen van een ruimte tussen een dakpan en een met de dakpan gekoppelde dakhaak waarin het stabilisatie-element enerzijds aangrijpt op een bovenzijde van de dakpan en anderzijds aangrijpt op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen deel van de dakhaak.
  2. 2. Stabilisatie-element volgens conclusie 1, waarbij ten minste één opvulsegment ten minste gedeeltelijk deformeerbaar, in het bijzonder flexibel, is.
  3. 3. Stabilisatie-element volgens conclusie 2, waarbij het stabilisatie-element in hoofdzaak volledig deformeerbaar, in het bijzonder flexibel, is.
  4. 4. Stabilisatie-element volgens conclusie 2 of 3, waarbij ten minste één opvulsegment, en bij voorkeur het stabilisatie-element, ten minste gedeeltelijk is vervaardigd uit een flexibel kunststof, in het bijzonder rubber, meer in het bijzonder siliconenrubber.
  5. 5. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten uit één geheel is vervaardigd, en bij voorkeur het stabilisatie-element uit één geheel is vervaardigd.
  6. 6. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste een deel van het bevestigingselement wordt gevormd door een opvulsegment ingericht voor aangrijping op een naar een dakpan toegekeerde achterzijde van de dakhaak.
  7. 7. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de keten van meerdere, onderlinge zwenkbaar verbonden opvulsegmenten zwenkbaar is verbonden met het bevestigingselement.
  8. 8. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de keten, en bij voorkeur het stabilisatie-element, deformeerbaar is tussen uitgestrekte toestand, waarin de opvulsegmenten in hoofdzaak in eenzelfde vlak zijn gelegen, en een gestapelde toestand, waarin ten minste twee opvulsegmenten op elkaar zijn gestapeld, waarbij frontale zijden van ten minste twee opvulsegmenten naar elkaar toe zijn gekeerd, en bij voorkeur direct op elkaar aangrijpen.
  9. 9. Stabilisatie-element volgens conclusie 8, waarbij ten minste twee aangrenzende opvulsegmenten tijdens het deformeren de keten, in het bijzonder het stabilisatie-element, vanuit de uitgestrekte toestand naar de gestapelde toestand onderling worden gezwenkt over een hoek gelegen tussen 175 en 185 graden, waarbij voornoemde hoek bij voorkeur in hoofdzaak 180 graden bedraagt.
  10. 10. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één opvulsegment in hoofzaak volledig omgeklapt kan worden ten opzichte van ten minste één aangrenzend opvulsegment.
  11. 11. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij naastgelegen opvulsegmenten onderling zijn verbonden middels ten minste één deformeerbaar brugelement, welk brugelement bij voorkeur wordt gevormd door een filmscharnier.
  12. 12. Stabilisatie-element volgens conclusie 11, waarbij de maximale dikte van een opvulsegment groter is dan de maximale dikte van ieder met voornoemd opvulsegment verbonden brugelement.
  13. 13. Stabilisatie-element volgens conclusie 11 of 12, waarbij ieder met ten minste twee aangrenzende opvulsegmenten middels een eerste brugelement respectievelijke een tweede brugelement zwenkbaar verbonden opvulsegment is voorzien van een eerste frontale zijde en een overliggend tweede frontale zijde, waarbij het eerste brugelement dichter bij de eerste frontale zijde dan bij de tweede frontale zijde is gepositioneerd, en waarbij het tweede brugelement dichter bij de tweede frontale zijde dan bij de eerste frontale zijde is gepositioneerd.
  14. 14. Stabilisatie-element volgens conclusie 13, waarbij het eerste brugelement aansluit op de eerste frontale zijde van het opvulsegment, en waarbij het tweede brugelement aansluit op de tweede frontale zijde van het opvulsegment.
  15. 15. Stabilisatie-element volgens een der conclusies 11-14, waarbij ieder met ten minste twee aangrenzende opvulsegmenten middels een eerste brugelement respectievelijke een tweede brugelement zwenkbaar verbonden opvulsegment een centraal vlak opspant, waarbij ten minste een deel van het eerste brugelement en ten minste een deel van het tweede brugelement aan weerszijden van het centrale vlak zijn gepositioneerd.
  16. 16. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één opvulsegment is voorzien van een koppelorgaan, en waarbij ten minste één naastgelegen opvulsegment is voorzien van een complementair koppelorgaan, waarbij het koppelorgaan en het complementaire koppelorgaan zijn ingericht voor het onderling samenwerken in de gestapelde toestand van voornoemde opvulsegmenten.
  17. 17. Stabilisatie-element volgens conclusie 16, waarbij ten minste één opvulsegment aan een eerste frontale zijde is voorzien van een eerste koppelorgaan en aan een overliggende tweede frontale zijde is voorzien van een tweede koppelorgaan, waarbij het eerste koppelorgaan is ingericht voor samenwerking met een complementair koppelorgaan van een eerste naastgelegen opvulsegment, en waarbij het tweede koppelorgaan is ingericht voor samenwerking met een complementair koppelorgaan van een tweede naastgelegen opvulsegment.
  18. 18. Stabilisatie-element volgens conclusie 17, waarbij het aan de eerste frontale zijde van het opvulsegment voorziene eerste koppelorgaan, en het aan de overliggende tweede frontale zijde van hetzelfde opvulsegment voorziene tweede koppelorgaan complementair zijn vormgegeven.
  19. 19. Stabilisatie-element volgens conclusie 17, waarbij het aan de eerste frontale zijde van het opvulsegment voorziene eerste koppelorgaan, en het aan de overliggende tweede frontale zijde van hetzelfde opvulsegment voorziene tweede koppelorgaan in hoofdzaak gelijkvormig zijn vormgegeven.
  20. 20. Stabilisatie-element volgens een der conclusies 16-19, waarbij ten minste één opvulsegment is voorzien van een mannelijk koppelorgaan, en waarbij ten minste één naastgelegen opvulsegment is voorzien van een complementair vrouwelijk koppelorgaan, waarbij het mannelijke koppelorgaan en het complementaire vrouwelijke koppelorgaan zijn ingericht voor het onderling samenwerken in de gestapelde toestand van voornoemde opvulsegmenten, en waarbij de maximale breedte van het mannelijke koppelorgaan groter is dan de breedte van een door het vrouwelijke koppelorgaan gevormde doorvoeropening voor het mannelijke koppelorgaan.
  21. 21. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het bevestigingselement een in hoofdzaak U-vormig profiel omvat voor het ten minste gedeeltelijk omsluiten, bij voorkeur ten minste gedeeltelijk omklemmen, van de dakhaak.
  22. 22. Stabilisatie-element volgens conclusie 21, waarbij het in hoofdzaak Uvormig profiel is voorzien ten minste één inwaarts uitkragende flens voor het borgen van een, ten minste gedeeltelijk door het in hoofdzaak U-vormige profiel omsloten, dakhaak.
  23. 23. Stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de breedte van het bevestigingselement in hoofdzaak gelijk is aan de breedte van één ander opvulsegment.
  24. 24. Samenstel van een stabilisatie-element volgens een van de voorgaande conclusies, en een dakhaak, waarbij het bevestigingselement van het stabilisatieelement is verbonden met de dakhaak.
  25. 25. Samenstel volgens conclusie 24, waarbij het bevestigingselement van het stabilisatie-element losneembaar is verbonden met de dakhaak.
  26. 26. Samenstel volgens conclusie 24 of 25, waarbij het bevestigingselement onder voorspanning aangrijpt op de dakhaak.
  27. 27. Samenstel volgens een der conclusies 24-26, waarbij de dakhaak wordt geborgd door het bevestigingselement.
  28. 28. Samenstel volgens een der conclusies 24-27, waarbij het samenstel tevens een dakpan omvat, waarbij de dakhaak is gekoppeld met de dakpan, waarbij ten minste een aantal onderling zwenkbare opvulsegmenten van het stabilisatieelement in een gestapelde toestand zijn gebracht, waarbij een ruimte tussen de dakpan en de met de dakpan gekoppelde dakhaak, en waarbij het stabilisatieelement enerzijds aangrijpt op een bovenzijde van de dakpan en anderzijds aangrijpt op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen deel van de dakhaak.
  29. 29. Samenstel volgens conclusie 28, waarbij de gestapelde opvulsegmenten worden ingeklemd door enerzijds de dakpan en anderzijds de dakhaak.
  30. 30. Samenstel volgens conclusie 28 of 29, waarbij de dakhaak een bovenste zijwand van de dakpan althans gedeeltelijk omsluit, en waarbij een voorzijde van de dakpan is voorzien van een opwaarts uitkragende structuur, in het bijzonder een waterkerende structuur, waarop een deel van de dakhaak aangrijpt, en waarbij het stabilisatie-element is gepositioneerd op afstand van voornoemde uitkragende structuur van de dakpan, en bij voorkeur tevens op afstand van alle zijwanden van de dakpan.
  31. 31. Werkwijze voor het toepassen van een stabilisatie-element volgens een van de conclusies 1-23 in een samenstel volgens een der conclusies 28-30, omvattende de stappen:
    A) het bevestigen van het bevestigingselement op een boven de dakpan gelegen deel van een dakhaak; en
    B) het zwenken van ten minste een opvulsegment, zodanig dat een gestapelde toestand van meerdere opvulsegment wordt gecreëerd die een ruimte tussen een bovenzijde van de dakpan en een bovenliggend deel van de met de dakpan gekoppelde dakhaak opvult, waarin het stabilisatie-element enerzijds aangrijpt op
    5 een bovenzijde van de dakpan en anderzijds aangrijpt op een bovenliggend, op afstand van de dakpan gelegen deel van de dakhaak.
    ~ύ -------γ -------r
    2,3 2a 2b
    2/7
    Fig. 2b
    Fig. 2c
    3/7
    Fig. 3a
    3b
    Fig. 3b
    Fig. 3c
    6/7
    Fig. 5a
    7/7
NL2018344A 2017-02-08 2017-02-08 Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan NL2018344B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2018344A NL2018344B1 (nl) 2017-02-08 2017-02-08 Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan
EP18155742.2A EP3361183B1 (en) 2017-02-08 2018-02-08 Stabilisation element and method for stabilizing a roof hook with respect to a roof tile

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2018344A NL2018344B1 (nl) 2017-02-08 2017-02-08 Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2018344B1 true NL2018344B1 (nl) 2018-09-03

Family

ID=58501774

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2018344A NL2018344B1 (nl) 2017-02-08 2017-02-08 Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP3361183B1 (nl)
NL (1) NL2018344B1 (nl)

Families Citing this family (18)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US9611652B2 (en) 2011-02-25 2017-04-04 Dustin M. M. Haddock Mounting device for building surfaces having elongated mounting slot
US20130168525A1 (en) 2011-12-29 2013-07-04 Dustin M.M. Haddock Mounting device for nail strip panels
AU2017302659B2 (en) 2016-07-29 2020-07-16 Rmh Tech Llc Trapezoidal rib mounting bracket with flexible legs
WO2018081722A1 (en) 2016-10-31 2018-05-03 Haddock Dustin M M Metal panel electrical bonding clip
MX2020004127A (es) 2017-10-09 2020-10-12 Rmh Tech Llc Ensamble de riel con adaptador de montaje lateral invertible para aplicaciones de montaje directo e indirecto.
CR20200491A (es) 2018-03-21 2021-05-21 Rmh Tech Llc Ensamble de montaje de modulo pv con acomodo de fijación y montaje vertical
CN113412396A (zh) 2018-12-14 2021-09-17 Rmh技术有限责任公司 用于钉带面板的安装装置
EP4121610A4 (en) 2020-03-16 2024-03-27 RMH Tech LLC Mounting device for a metal roof
US11041310B1 (en) 2020-03-17 2021-06-22 Rmh Tech Llc Mounting device for controlling uplift of a metal roof
BR112023000401A2 (pt) 2020-07-09 2023-01-31 Rmh Tech Llc Sistema, dispositivo e método de montagem
SE544855C2 (en) * 2020-09-11 2022-12-13 Mafi Ab Mounting bracket for a tiled roof
US12483185B2 (en) 2021-09-09 2025-11-25 Rmh Tech Llc Torque actuated rail assembly
USD1075493S1 (en) 2022-07-06 2025-05-20 Rmh Tech Llc Clamp for a photovoltaic module mounting assembly
EP4551828A1 (en) 2022-07-06 2025-05-14 RMH Tech LLC Pv module mounting assembly with clamp / standoff arrangement
USD1109686S1 (en) 2023-08-10 2026-01-20 Rmh Tech Llc Mount for a component of a photovoltaic assembly
NL2035780B1 (en) * 2023-09-11 2025-03-17 Blubase B V Pressure load distribution device
DE102023131545A1 (de) * 2023-11-13 2025-05-15 Sl Rack Gmbh Dachhaken
DE102024108456A1 (de) * 2024-03-25 2025-09-25 Sl Rack Gmbh Abstützvorrichtung

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH04279473A (ja) * 1991-02-26 1992-10-05 Daiko Shiko Kk 梱包用スペーサー
JPH08100983A (ja) * 1994-09-30 1996-04-16 Hoshizaki Electric Co Ltd レベル調整用スペーサ
DE202009007489U1 (de) * 2009-05-26 2009-09-24 Binder, Manfred Druckpunktverteiler bei Punktbelastung durch Dachhaken zur Befestigung von Photovoltaik- und Solaranlagen, Schneefänger und Dachleitern auf diversen Dacheindeckungen
DE102013010251A1 (de) * 2013-06-18 2014-12-18 Volkswagen Aktiengesellschaft Abstimmbarer Anschraubpunkt eines Kunststoffbauteils

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH04279473A (ja) * 1991-02-26 1992-10-05 Daiko Shiko Kk 梱包用スペーサー
JPH08100983A (ja) * 1994-09-30 1996-04-16 Hoshizaki Electric Co Ltd レベル調整用スペーサ
DE202009007489U1 (de) * 2009-05-26 2009-09-24 Binder, Manfred Druckpunktverteiler bei Punktbelastung durch Dachhaken zur Befestigung von Photovoltaik- und Solaranlagen, Schneefänger und Dachleitern auf diversen Dacheindeckungen
DE102013010251A1 (de) * 2013-06-18 2014-12-18 Volkswagen Aktiengesellschaft Abstimmbarer Anschraubpunkt eines Kunststoffbauteils

Also Published As

Publication number Publication date
EP3361183B1 (en) 2019-12-18
EP3361183A1 (en) 2018-08-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2018344B1 (nl) Stabilisatie-element en werkwijze voor het stabiliseren van een dakhaak ten opzichte van een dakpan
US5806265A (en) Metal truss joining gusset
US9523174B2 (en) System for fastening a rail on a subsurface
EP2105549A1 (en) Sheet modular roofing for the roofs of buildings and securing bracket for such a roofing
EP2195496B1 (en) Wedge set, especially for use in fastening floor joists
US10697181B2 (en) Edge metal system
US7278244B1 (en) Concrete stud wall system
US8966858B2 (en) Floor profile arrangement
CN104364444A (zh) 用于摊铺机支座的止动器
US10323424B2 (en) Concrete form system with resilient brackets securing form boards to stakes
AU2003229675B2 (en) Barrier element
US11549267B2 (en) Snow hook for solar panels
US4515201A (en) Suspension means for suspending venetian blind hanger pivot members
NL2006491C2 (nl) Paneelbevestigingssamenstel.
KR20220169251A (ko) 프로파일 시트의 결합장치
BE1032310B1 (nl) Dakhaak
EP1725801A1 (en) Joint device for cable trays of the kind which is comprised of longitudinal and transversal metal wires
NL1025192C2 (nl) Inrichting voor het bevestigen van een goot aan een wand, samenstel omvattende een wand en een inrichting, en een samenstel omvattende een dakgoot en een inrichting.
US12398564B2 (en) Roofing system and method of installation
NL9200632A (nl) Panhaak.
CA2958352C (en) METAL SYSTEM WITH EDGE
NL1038790C2 (en) Profile connecting members for solar panel mounting systems.
NL2007430A (nl) Stelsel en werkwijze voor het met bakken met planten en/of panelen bedekken van een structuur zoals een wand of dak, alsmede een geluidsscherm voorzien van een dergelijk stelsel.
NL9400421A (nl) Inrichting voor het bevestigen van nokafdekkingen bij de daknok van een dakafdekking.
NL9201951A (nl) Dek voor een warenhuis of een kas.

Legal Events

Date Code Title Description
RC Pledge established

Free format text: DETAILS LICENCE OR PLEDGE: RIGHT OF PLEDGE, ESTABLISHED

Name of requester: COOEPERATIEVE RABOBANK U.A.

Effective date: 20180713

RF Pledge or confiscation terminated

Free format text: RIGHT OF PLEDGE, REMOVED

Effective date: 20211018

HC Change of name(s) of proprietor(s)

Owner name: ENSTALL EUROPE B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME; FORMER OWNER NAME: ESDEC B.V.

Effective date: 20250604