NL2012652C2 - Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat. - Google Patents
Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2012652C2 NL2012652C2 NL2012652A NL2012652A NL2012652C2 NL 2012652 C2 NL2012652 C2 NL 2012652C2 NL 2012652 A NL2012652 A NL 2012652A NL 2012652 A NL2012652 A NL 2012652A NL 2012652 C2 NL2012652 C2 NL 2012652C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- plate
- wide
- edge
- section
- concrete
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 22
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 6
- 238000004873 anchoring Methods 0.000 claims description 34
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 claims description 17
- 238000009415 formwork Methods 0.000 claims description 9
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 9
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 6
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 5
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 5
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 5
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 description 5
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 3
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 description 2
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 239000011810 insulating material Substances 0.000 description 1
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 1
- 239000012774 insulation material Substances 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/32—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements
- E04B5/36—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with form units as part of the floor
- E04B5/38—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with form units as part of the floor with slab-shaped form units acting simultaneously as reinforcement; Form slabs with reinforcements extending laterally outside the element
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/32—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements
- E04B2005/322—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with permanent forms for the floor edges
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Forms Removed On Construction Sites Or Auxiliary Members Thereof (AREA)
Description
Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het optrekken van een gebouw dat een verdieping omvat, welke verdieping ten minste een vertrek omvat en waarbij de verdieping wordt gedefinieerd door opstaande wandelementen die bovenste langsranden bezitten, bij welke werkwijze op de bovenste langsranden van tegenover elkaar gelegen opstaande wandelementen een breedplaat wordt afgesteund, welke breedplaat een breedplaatlichaam omvat, welk breedplaatlichaam - een betonnen basis bezit met een eerste hoofdzijde en een tweede hoofdzijde, waarbij de breedplaat met de eerste hoofdzijde op de opstaande wandelementen wordt afgesteund, - in de betonnen basis verankerde wapening bezit; en voor het vormen van een vloer beton op de tweede hoofdzijde van de breedplaat wordt gestort en uitgehard onder gebruikmaking van een plaatvormige bekisting voor het tegenhouden van nog niet uitgehard beton.
Een dergelijke werkwijze is in het vak bekend, in het bijzonder uit NL2006645. Een breedplaat is een pre-fab beton-element. Een breedplaat bezit een plaatvormige betonnen basis met een eerste hoofdzijde en een tweede hoofdzijde. De eerste hoofdzijde is na plaatsing van de breedplaat op opstaande wandelementen neerwaarts gekeerd en de breedplaten fungeren als plafond voor een daaronder gelegen vertrek van de relatief lager gelegen verdieping. Aan de tweede hoofdzijde bevindt zich uit de betonnen basis stekende wapening (d.w.z. een of meer constructieliggers) die in het gestorte beton wordt ingebed. Geplaatste aanliggende breedplaten worden op de bouwplaats in het algemeen van verdere wapening (bijvoorbeeld matten of andere zich over meer dan 1 breedplaat uitstrekkende wapening voorzien). Aldus kunnen de breedplaten en daarop gestorte uitgeharde beton bijvoorbeeld een vloer vormen voor een daarboven gelegen vertrek van een daarboven gelegen verdieping. Bij gebruik van de matten of dergelijke is deze extra sterk doordat de breedplaten met elkaar verbonden zijn. De opstaande wandelementen zijn pre-fab betonnen bouwelementen en in het algemeen dragende gevelelementen. In het algemeen wordt het beton voor de hele verdieping in een keer gestort.
Wegstromen van nog niet uitgehard beton wordt vermeden middels een plaatvormige bekisting, welke zich in de praktijk ter hoogte van de te vervaardigen vloer - tussen de relatief lager gelegen verdieping en de relatief hoger gelegen verdieping - rond de gehele omtrek van het gebouw in wording uitstrekt.
Bij de uit NL2006645 bekende werkwijze is de plaatvormige bekisting reeds aan de opstaande pre-fab wandelementen vastgemaakt.
Dit heeft als voordeel dat er op de bouwplaats minder werk hoeft te worden verricht en de bouw dus sneller kan worden uitgevoerd. Verder wordt de veiligheid voor de bouwvakkers verhoogd omdat die de plaatvormige bekisting niet hoeven aan te brengen, iets dat gebruikelijk vanaf een steiger gebeurt.
Een probleem is dat de doorvoer van krachten uitgeoefend door een hogere verdieping plaatselijk tot hoge belastingen leidt.
De onderhavige uitvinding beoogt een verbeterde werkwijze te verschaffen waarbij dit probleem is verminderd.
Hiertoe wordt een werkwijze volgens de aanhef gekenmerkt doordat als de breedplaat een breedplaat wordt gebruikt die aan ten minste een langsrand van de betonnen basis van de breedplaat is voorzien van een randkistplaat, welke randkistplaat - een zich evenwijdig met de langsrand uitstrekkende eerste opstaande sectie bezit dwars op de eerste hoofdzijde, welke eerste opstaande sectie tot boven de tweede hoofdzijde van de betonnen basis steekt, en - is ingericht voor het op afstand van de eerste hoofdzijde verankeren van de eerste opstaande sectie aan het breedplaatlichaam, middels een verankeringselement dat zich op afstand van de eerste hoofdzijde bevindt, zich vanaf de eerste opstaande sectie dwars daarop uitstrekt en in de basis van het breedplaatlichaam is verankerd, waarbij het verankeringselement een strip is welke strip voorzien is van verankeringsgaten.
Na het storten van beton strekt het beton zich tot de langsrand waar de eerste opstaande sectie zich tegenaan bevindt uit. Dat dit maakt het mogelijk dat een op de aldus gevormde vloer geplaatst wandelement voor een volgende etage zich recht boven het wandelement kan bevinden van de daaronder gelegen verdieping. Derhalve wordt een doelmatigere afsteuning bereikt dan mogelijk met NL2006645, en worden verhoogde plaatselijke belastingen op de vloer en/of in het op de vloer geplaatste wandelement verminderd. Verder wordt een relatief egale buitenwand bereikt, hetgeen wenselijk is voor het aanbrengen van isolatiemateriaal.
Door de verankering op afstand van de eerste hoofdzijde wordt bereikt dat de randkistplaat minder de neiging heeft te wijken. Dit wijken komt door het grote gewicht van het gestorte beton. Hierdoor krijgt de gevel aan de buitenzijde niet de gewenste vorm. Verder vergroot wijken van de plaatvormige bekisting de kans op lekkage. De genoemde problemen worden groter naarmate de laag gestorte beton dikker is.
De verankering wordt bereikt door het uitharden van het beton van de betonnen basis van de breedplaat en vergt aldus weinig arbeid en/of kan onder betere werkomstandigheden worden uitgevoerd. De afstand tot de eerste hoofdzijde is in het algemeen ten minste 3 cm, bij voorkeur ten minste 5 cm. Aldus kan wijken van de bekistingsplaat door op de breedplaat gestort beton doelmatig worden tegengegaan en/of het aantal te gebruiken spanijzers worden beperkt. Dit scheelt tijd op de bouwplaats.
De gaten dragen bij aan de verankering en het kunnen weerstaan van de krachten die de randkistplaat willen laten wijken. De gaten zullen zodanig groot zijn gekozen dat grind in het op de breedplaat gestorte beton de gaten kan passeren, waardoor geen grindnesten worden gevormd.
De randkistplaat is bijvoorbeeld van plaatstaal.
GB2430945 beschrijft een pre-fab composiet vloerelement dat wordt vervaardigd onder gebruikmaking van een randframe. Dit vloerelement is derhalve niet voor de vorming van massieve vloeren en niet geschikt voor het maken van sterke massieve vloeren waarbij de wapening tussen aanliggende vloerelementen doorloopt. Het randframe bezit een zich zijwaarts uitstrekkend element. De functie van het element is om als drager te fungeren voor op de vloeibare beton voor de betonnen plaat te plaatsen (isolatie)blokken. Het element dient derhalve niet om wijken door storten van beton op een bouwplaats tegen te gaan. Tegenoverliggende randen van een randframe zijn door middel van daaraan gelaste of gesoldeerde dwarsbalken verbonden. Voor zover er al sprake is van wijken (de blokken geven geen zijwaartse druk) en het probleem wordt niet genoemd, dan wordt dit door de dwarsbalken tegengegaan.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de eerste opstaande sectie ribben bezit.
Ribben, zoals die met een richtingscomponent dwars op de eerste hoofdzijde, dragen eraan bij dat de randkistplaat minder snel wijkt.
De ribben zijn bijvoorbeeld gevormd door op de randkistplaat aangebrachte stroken metaal. De ribben kunnen ook zijn uitgevoerd als in de randkistplaat aangebracht profiel (reliëf).
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat op de eerste opstaande sectie een opstaande opzetplaat wordt geplaatst.
Aldus kan worden bereikt dat voor transport van de breedplaten de eerste opstaande sectie niet boven de aan de tweede hoofdzijde uitstekende wapening uitsteekt, waardoor meer breedplaten kunnen worden vervoerd voor een gegeven hoogte van een stapel breedplaten.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat het verankeringselement een eerste arm is van een L-profiel dat een tweede arm omvat die zich dwars op de eerste arm weg van de eerste hoofdzijde uitstrekt en met de eerste opstaande sectie is verbonden.
Aldus wordt de eerste opstaande sectie (201) plaatselijk verdikt en versterkt, waardoor wijken door buigen daarvan wordt bemoeilijkt.
Tenslotte heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat onder gebruikmaking van een mal met een eerste paar tegenoverliggende eerste opstaande randen en een tweede paar dwars op de tegenoverliggende eerste opstaande randen aanwezige tegenoverliggende tweede opstaande randen waarbij in de mal wapening en beton wordt gebracht en het beton wordt uitgehard onder oplevering van de breedplaat, waarbij - een randkistplaat tegen een eerste opstaande rand op de bodem van de mal wordt geplaatst, welke randkistplaat zich uitstrekt tussen de tegenoverliggende opstaande randen van het tweede paar tegenoverliggende tweede opstaande randen, en welke randkistplaat een verankeringselement bezit dat zich op afstand van de bodem van de mal bevindt, zich vanaf de eerste opstaande sectie en dwars daarop uitstrekt, waarbij het verankeringselement een strip is welke strip voorzien is van verankeringsgaten, en - beton op de bodem wordt van de mal wordt gestort zodanig dat het verankeringselement wordt ingebed, en het gestorte beton mag uitharden onder oplevering van een breedplaat die - een plaatvormige betonnen basis met daaruit stekende wapening, en - een randkistplaat omvat.
Aldus kan een breedplaat bruikbaar bij de werkwijze voor het optrekken van een gebouw worden vervaardigd. In de praktijk zal tegen beide eerste opstaande randen een randkistplaat worden geplaatst. Ook kan een randkistplaat langs een tweede opstaande rand worden geplaatst. Dit hangt af van de plaats waar de breedplaat op opstaande wanddelen zal worden gebruikt.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de randkistplaat aan de eerste hoofdzijde een van de eerste sectie afstaande tweede sectie bezit, welke op afstand van de eerste sectie een opstaande derde sectie bezit, waarbij wapeningselementen op de opstaande derde sectie worden afgesteund.
De tweede sectie draagt bij aan het verlagen van de kosten van de werkwijze aangezien de breedplaat goedkoper kan zijn omdat deze gemakkelijker kan worden vervaardigd. Dit omdat de plaatvormige bekisting zelfstandig op de bodem van een mal kan blijven staan. De derde sectie verbetert de hechting van de randkistplaat aan het vloerlichaam en maakt het gemakkelijker om wapening af te steunen.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de randkistplaat tussen de bovenrand van de randkistplaat en de eerste hoofdzijde van de breedplaat boven 50% van de afstand tussen de bovenrand van de randkistplaat en de eerste hoofdzijde van de breedplaat in de eerste opstaande sectie uitsparingen omvat waarin verankeringselementen worden gestoken.
De verankeringselementen zijn bijvoorbeeld draadstangen. Deze kunnen met hun onderste uiteinde bijvoorbeeld op de bodem van de mal rusten. De verankeringselementen worden dan met hun onderste uiteinde na het storten en uitharden van het beton ingebed. De uitsparingen bevinden zich bij voorkeur boven 80% van de onderrand van de randkistplaat. Aldus kan wijken nog doelmatiger worden tegengegaan.
De onderhavige uitvinding zal thans worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin
Fig. 1 schematisch een doorsnede door een gebouw in aanbouw toont;
Fig. 2 een doorsnede door een randkistplaat van een breedplaat zichtbaar in Fig. 1 toont;
Fig. 3 een doorsnede door de randkistplaat van Fig. 2 ingebed in een breedplaat toont;
Fig. 4 een perspectivisch aanzicht toont op een randkistplaat geschikt voor het vormen van een breedplaat met behulp van de werkwijze volgens de uitvinding;
Fig. 5 een perspectivisch aanzicht laat zien op een detail van een breedplaat;
Fig. 6 een perspectivisch aanzicht toont op een model van een vloer in wording;
Fig. 7 een randkistplaat toont voorzien van een opzetplaat;
Fig. 8 een doorsnede door de bekistingsplaat van Fig. 2 voorzien van een opzetplaat toont; en
Fig. 9 een detail van Fig. 8 toont.
Fig. 1 toont een perspectivisch aanzicht op een in aanbouw zijn gebouw 100 dat twee tegenover elkaar geplaatste opstaande wanden 101 omvat. De opstaande wanden 101 bezitten bovenste langsranden 102. Op deze bovenste langsranden 102 van de tegenover elkaar gelegen opstaande wanden 101 wordt een breedplaat 110 gelegd.
De breedplaat 110 omvat een breedplaatlichaam 111, welk breedplaatlichaam 111 een plaatvormige betonnen basis 112 omvat. De basis 112 heeft een eerste hoofdzijde 121 en tweede hoofdzijde 122. De eerste hoofdzijde 121 vormt het plafond van een onder de breedplaat 110 gelegen vertrek 103. Boven de tweede hoofdzijde 122 steekt wapening 123 uit, welke later ingebed zal worden in beton. Om te voorkomen dat het beton dat op de tweede hoofdzijde 122 wordt gestort wegstroomt omvat de breedplaat 110 randkistplaten 130.
Fig. 2 toont een doorsnede door de randkistplaat 130 van Fig. 1. De randkistplaat 130 omvat een zich evenwijdig met een langsrand van de basis 112, dwars op de eerste hoofdzijde 121, uitstrekkende eerste opstaande sectie 201, welke de barrière voor het op de tweede hoofdzijde 122 te storten beton vormt. In de weergegeven uitvoeringsvorm omvat de randkistplaat 130 twee in de lengterichting van de randkistplaat 130 uitstrekkende ribben 210 welke de eerste opstaande sectie 201 stijver maken.
Voor het beperken dat de eerste opstaande sectie 201 als gevolg van de gestorte beton gaat wijken, omvat dit volgens de uitvinding een verankeringselement 220, dat bij Fig. 4 verder zal worden besproken. Bij de getoonde uitvoeringsvorm is het verankeringselement 220 gevormd door walsen van een plaat, zoals uit roestvast staal.
Fig. 3 laat zien dat de randkistplaat 130 gedeeltelijk is ingebed in de basis 112 van de breedplaat 110, in het bijzonder met het verankeringselement 220.
De ribben 210 zijn voorzien van gaten 301 waarin spanijzers 302 gestoken kunnen worden die in de hier getoonde uitvoeringsvorm zijn verbonden met de wapening 123. Spanijzers zijn verankeringselementen die direct na de fabricage van de breedplaat 110 kunnen worden aangebracht en/of op de bouwplaats voorafgaande aan het storten van het beton op de tweede hoofdzijde 122 (zie ook Fig. 6).
In de getoonde uitvoeringsvorm kan de randkistplaat 130 zelfstandig staan door de aanwezigheid van een voet 310, hetgeen gunstig is bij de vervaardiging van de breedplaat 110, aangezien de randkistplaat 130 dan eenvoudig op een mal kan worden geplaatst waarop ook het beton dat de basis 112 zal vormen zal worden gestort.
Naast wapening in de vorm van tralieliggers 123 kan ook andere wapening zijn voorzien, zoals wapeningsstaven 323. De randkistplaat 130 kan worden gebruikt voor het afsteunen van dergelijke wapeningsstaven 323. De voet 310 bezit bij de getoonde uitvoeringsvorm daartoe een tweede sectie 342, welke op afstand van de eerste opstaande sectie 201 een opstaande derde sectie 343 omvat. Daarop kunnen de wapeningsstaven 323 dan (mede) worden afgesteund. De derde sectie 343 omvat bij voorkeur een flens 344 waardoor de derde sectie 343 stabieler is.
De voet 310 draagt bij aan de solide hechting van de randkistplaat 130 aan het breedplaatlichaam 111.
Fig. 4 toont een perspectivisch aanzicht op de randkistplaat 130 van Fig. 2. Te zien is dat het verankeringselement 220 verankeringsgaten 401 bezit. De doorgaande gaten bevorderen de verankering van het verankeringselement 220 in het beton van de basis 112. Hierdoor wordt de kans op wijken van de randkistplaat 130 verkleind. Dit is belangrijk aangezien aan de buitenzijde veelal isolatiemateriaal moet worden aangebracht en te grote afwijkingen buiten het vlak van de buitenzijde van een opstaande wand 101 beperkt moeten blijven.
Fig. 5 laat een deel van een uiteinde van een breedplaat 110 zien. Randkistplaten 130 kunnen voorafgaande aan het storten van het beton voor de basis 112 worden gekoppeld middels een koppelplaat 501.
Deze bezit lippen 502 die aan de naar de basis 112 gekeerde zijde om de randkistplaten 130 grijpen. De koppelplaat 501 draagt ook bij aan een verstijving van de randkistplaten 130, waardoor deze minder geneigd zullen zijn te wijken.
De koppelplaat 501 kan door de lippen ook gebruikt worden voor het overbruggen van afstand tussen twee naburige randkistplaten 130 die samen de volle breedte of lengte van een breedplaat 110 moeten beslaan.
De koppelplaat 501 kan ook haaks gebogen zijn, waardoor deze kan worden gebruikt in een hoek van een breedplaat 110 die aan twee gevels grenst, bijvoorbeeld een voorgevel en een zijgevel, of voor een uitbouw zoals een schuur. Dit is schematisch weergegeven in Fig. 6, waar de koppelplaten 501 haaks gebogen zijn.
Deze figuur illustreert ook schematisch dat spanijzers 302' zich tussen tegenoverliggende randkistplaten 130 uit kunnen strekken, en dat spanijzers 302" deels in de basis 112 kunnen zijn ingebed.
Fig. 7 toont een randkistplaat 130 voorzien van een opzetplaat 701. Hierdoor kan de hoogte van de bekisting worden vergroot, bijvoorbeeld voor een dikkere vloer of om de transporthoogte van een stapel breedplaten 110 te beperken. Bij de hier getoonde uitvoeringsvorm bezit de opzetplaat 701 is het de opzetplaat 701 die voorzien is van een ontvangend uiteinde 702 waarin het distale uiteinde van de randkistplaat 130 is opgenomen. Middels een nauwe passing wordt tevens een verstijving van de randkistplaat 130 bereikt.
De rib 220 is bij de in Fig. 7 getoonde uitvoeringsvorm verschaft door een arm van een L-profiel, waarbij de andere arm met de opstaande sectie 201 is verbonden en deze versterkt. Met voordeel strekt de andere arm zich opwaarts uit. Het gedeelte van de eerste opstaande sectie 201 tussen het verankeringelement 220 en de eerste hoofdzijde 121 heeft een positieve bijdrage op het tegengaan van wijken doordat dit gedeelte tegen de langsrand afsteunt.
Fig. 8 correspondeert met Fig. 3, met dit verschil dat de opstaande sectie 201 is voorzien van een opzetplaat 701 die zeer eenvoudig geproduceerd kan worden (eenvoudiger dan die van Fig. 7), bijvoorbeeld door middel van walsen. De opzetplaat 701 omvat een rib 210' voorzien van gaten 301' (zie Fig. 9), en een neerwaarts gericht uiteinde van een spanijzer 302 wordt door zowel de gaten 301 als de gaten 301' van de geneste ribben 210, 210' gestoken. Aldus wordt de opzetplaat 701 van Fig. 8 op zeer eenvoudige wijze bevestigd.
Claims (7)
1. Werkwijze voor het optrekken van een gebouw (100) dat een verdieping omvat, welke verdieping ten minste een vertrek (103) omvat en waarbij de verdieping wordt gedefinieerd door opstaande wandelementen (101) die bovenste langsranden (102) bezitten, bij welke werkwijze op de bovenste langsranden (102) van tegenover elkaar gelegen opstaande wandelementen (101) een breedplaat (110) wordt afgesteund, welke breedplaat (110) een breedplaatlichaam (111) omvat, welk breedplaatlichaam (111) - een betonnen basis (112) bezit met een eerste hoofdzijde (121) en een tweede hoofdzijde (122), waarbij de breedplaat (110) met de eerste hoofdzijde (121) op de opstaande wandelementen (101) wordt afgesteund, - in de betonnen basis (112) verankerde wapening (123) bezit; en voor het vormen van een vloer beton op de tweede hoofdzijde (122) van de breedplaat (110) wordt gestort en uitgehard onder gebruikmaking van een plaatvormige bekisting (130) voor het tegenhouden van nog niet uitgehard beton, met het kenmerk, dat als de breedplaat (110) een breedplaat (110) wordt gebruikt die aan ten minste een langsrand van de betonnen basis (112) van de breedplaat (110) is voorzien van een randkistplaat (130), welke randkistplaat (130) - een zich evenwijdig met de langsrand uitstrekkende eerste opstaande sectie (201) bezit dwars op de eerste hoofdzijde (121), welke eerste opstaande sectie (201) tot boven de tweede hoofdzijde (122) van de betonnen basis (112) steekt, en - is ingericht voor het op afstand van de eerste hoofdzijde (121) verankeren van de eerste opstaande sectie (201) aan het breedplaatlichaam (111), middels een verankeringselement (220) dat zich op afstand van de eerste hoofdzijde (121) bevindt, zich vanaf de eerste opstaande sectie (201) dwars daarop uitstrekt en in de basis (112) van het breedplaatlichaam (111) is verankerd, waarbij het verankeringselement (220) een strip (220) is welke strip (220) voorzien is van verankeringsgaten (401).
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de eerste opstaande sectie (201) ribben (210) bezit.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij op de eerste opstaande sectie (201) een opstaande opzetplaat (701) wordt geplaatst.
4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verankeringselement (220) een eerste arm is van een L-profiel dat een tweede arm omvat die zich dwars op de eerste arm weg van de eerste hoofdzijde (121) uitstrekt en met de eerste opstaande sectie (201) is verbonden.
5. Werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat (110) onder gebruikmaking van een mal met een eerste paar tegenoverliggende eerste opstaande randen en een tweede paar dwars op de tegenoverliggende eerste opstaande randen aanwezige tegenoverliggende tweede opstaande randen waarbij in de mal wapening (123) en beton wordt gebracht en het beton wordt uitgehard onder oplevering van de breedplaat (110), met het kenmerk, dat - een randkistplaat (130) tegen een eerste opstaande rand op de bodem van de mal wordt geplaatst, welke randkistplaat (130) zich uitstrekt tussen de tegenoverliggende opstaande randen van het tweede paar tegenoverliggende tweede opstaande randen, en welke randkistplaat (130) een verankeringselement (220) bezit dat zich op afstand van de bodem van de mal bevindt, zich vanaf de eerste opstaande sectie (201) en dwars daarop uitstrekt, waarbij het verankeringselement (220) een strip (220) is welke strip (220) voorzien is van verankeringsgaten (401), en - beton op de bodem wordt van de mal wordt gestort zodanig dat het verankeringselement (220) wordt ingebed, en het gestorte beton mag uitharden onder oplevering van een breedplaat (110) die - een plaatvormige betonnen basis (112) met daaruit stekende wapening (12), en - een randkistplaat (130) omvat.
6. Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij de randkistplaat (130) aan de eerste hoofdzijde (121) een van de eerste sectie afstaande tweede sectie (342) bezit, welke op afstand van de eerste sectie een opstaande derde sectie (343) bezit, waarbij wapeningselementen (323) op de opstaande derde sectie (343) worden afgesteund.
7. Werkwijze volgens een van de conclusies 5 of 6, waarbij de randkistplaat (130) tussen de bovenrand van de randkistplaat (130) en de eerste hoofdzijde (121) van de breedplaat (110) boven 50% van de afstand tussen de bovenrand van de randkistplaat (130) en de eerste hoofdzijde (121) van de breedplaat (110) in de eerste opstaande sectie (201) uitsparingen omvat waarin verankeringselementen (302) worden gestoken.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2012652A NL2012652C2 (nl) | 2013-04-18 | 2014-04-18 | Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat. |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010660 | 2013-04-18 | ||
| NL2010660 | 2013-04-18 | ||
| NL2012652 | 2014-04-18 | ||
| NL2012652A NL2012652C2 (nl) | 2013-04-18 | 2014-04-18 | Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat. |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2012652A NL2012652A (nl) | 2014-10-21 |
| NL2012652C2 true NL2012652C2 (nl) | 2014-12-09 |
Family
ID=48747682
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2012652A NL2012652C2 (nl) | 2013-04-18 | 2014-04-18 | Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2012652C2 (nl) |
Family Cites Families (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE8325086U1 (de) * | 1983-09-01 | 1983-12-22 | Bauer, Anton, 7107 Neckarsulm | Kragplatte fuer bauwerke |
| GB2430945A (en) * | 2005-10-08 | 2007-04-11 | Henley Consultants Ltd | Modular composite floor units |
| FR2900674B1 (fr) * | 2006-05-05 | 2011-05-13 | Profil Du Futur | Dispositif de chainage coffrant |
| NL2006645C2 (nl) * | 2011-04-20 | 2012-10-23 | Dycore B V | Vloerelement met gedeelde randkist. |
-
2014
- 2014-04-18 NL NL2012652A patent/NL2012652C2/nl not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL2012652A (nl) | 2014-10-21 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| JP5184836B2 (ja) | 合成鋼床版桁橋の施工方法 | |
| WO2013128151A1 (en) | Anti-spalling edging | |
| CN105821908A (zh) | 一种多重止水带、防水结构及其施工方法 | |
| US1912290A (en) | Slab floor or roof construction | |
| CN101346521B (zh) | 模板 | |
| NL8101210A (nl) | Vloersysteem. | |
| US20100162656A1 (en) | Middle pour anchor bolt holder | |
| US2844024A (en) | Combination preformed and cast-in-situ reinforced flooring structure | |
| NL1026388C2 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een bouwconstructie, alsmede bekisting daarvoor. | |
| NL2012652C2 (nl) | Werkwijze voor het optrekken van een gebouw, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van een breedplaat. | |
| US9464437B1 (en) | Precast I-beam concrete panels | |
| KR200477823Y1 (ko) | 콘크리트 건축물 시공용 필러폼 및 이를 이용한 거푸집 연결구조 | |
| JP7264690B2 (ja) | コンクリート腰壁構造体の作製方法および建物構造 | |
| KR102175546B1 (ko) | 하프피씨 바닥판 및, 바닥판구조체 | |
| WO2008064436A1 (en) | Metal joint allowing expansion and transfer of vertical loads between adjacent concrete slabs | |
| JP6961408B2 (ja) | プレキャストコンクリート板、およびコンクリート構造スラブ | |
| NL1026387C1 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een bouwconstructie, alsmede bekisting daarvoor. | |
| JP4053946B2 (ja) | 鋼板貼付け桁 | |
| US8935894B1 (en) | Concrete step | |
| JP7248447B2 (ja) | 鉄筋部材、鉄筋構造体、デッキプレートの設置方法及び鉄筋コンクリート構造の施工方法 | |
| DK2527554T3 (en) | Beam and block floor | |
| KR102106699B1 (ko) | 경간 거리 연장 및 층고 높임이 가능한 철골콘크리트 주차장 구조체 | |
| NL2009893C2 (nl) | Breedplaat en breedplaatvloer. | |
| KR930005630B1 (ko) | 건축물의 조립식 슬라브 | |
| NL2017492B1 (nl) | Werkwijze voor het bouwen van een voor personen toegankelijk gebouw |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20190501 |