[go: up one dir, main page]

NL2012519C2 - Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product. - Google Patents

Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product. Download PDF

Info

Publication number
NL2012519C2
NL2012519C2 NL2012519A NL2012519A NL2012519C2 NL 2012519 C2 NL2012519 C2 NL 2012519C2 NL 2012519 A NL2012519 A NL 2012519A NL 2012519 A NL2012519 A NL 2012519A NL 2012519 C2 NL2012519 C2 NL 2012519C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
conductors
gutter
coupling part
arrangement device
longitudinal direction
Prior art date
Application number
NL2012519A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannes Peter Hendrina Swinkels
Peter Johannes Lodewijk Geurts
Original Assignee
Ideaal B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Ideaal B V filed Critical Ideaal B V
Priority to NL2012519A priority Critical patent/NL2012519C2/nl
Priority to EP14187284.6A priority patent/EP2857332B1/en
Priority to PL14187284T priority patent/PL2857332T3/pl
Application granted granted Critical
Publication of NL2012519C2 publication Critical patent/NL2012519C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G21/00Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors
    • B65G21/20Means incorporated in, or attached to, framework or housings for guiding load-carriers, traction elements or loads supported on moving surfaces
    • B65G21/2045Mechanical means for guiding or retaining the load on the load-carrying surface
    • B65G21/2063Mechanical means for guiding or retaining the load on the load-carrying surface comprising elements not movable in the direction of load-transport
    • B65G21/2072Laterial guidance means
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G9/00Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
    • A01G9/08Devices for filling-up flower-pots or pots for seedlings; Devices for setting plants or seeds in pots
    • A01G9/088Handling or transferring pots
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G15/00Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration
    • B65G15/10Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration comprising two or more co-operating endless surfaces with parallel longitudinal axes, or a multiplicity of parallel elements, e.g. ropes defining an endless surface
    • B65G15/12Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration comprising two or more co-operating endless surfaces with parallel longitudinal axes, or a multiplicity of parallel elements, e.g. ropes defining an endless surface with two or more endless belts
    • B65G15/14Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration comprising two or more co-operating endless surfaces with parallel longitudinal axes, or a multiplicity of parallel elements, e.g. ropes defining an endless surface with two or more endless belts the load being conveyed between the belts
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G17/00Conveyors having an endless traction element, e.g. a chain, transmitting movement to a continuous or substantially-continuous load-carrying surface or to a series of individual load-carriers; Endless-chain conveyors in which the chains form the load-carrying surface
    • B65G17/30Details; Auxiliary devices
    • B65G17/38Chains or like traction elements; Connections between traction elements and load-carriers
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G37/00Combinations of mechanical conveyors of the same kind, or of different kinds, of interest apart from their application in particular machines or use in particular manufacturing processes
    • B65G37/005Combinations of mechanical conveyors of the same kind, or of different kinds, of interest apart from their application in particular machines or use in particular manufacturing processes comprising two or more co-operating conveying elements with parallel longitudinal axes

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Handcart (AREA)
  • De-Stacking Of Articles (AREA)
  • Intermediate Stations On Conveyors (AREA)

Description

Korte aanduiding: Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product.
BESCHRIJVING
De uitvinding heeft betrekking op een transportinrichting voor het opnemen en uitzetten van een product. De uitvinding heeft verder betrekking op een opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product.
ACHTERGROND
De uitvinding heeft betrekking op een opstelinrichting voor het opnemen en uitzetten van een product bijvoorbeeld bloem- of plantpotten omvattende een goot gevormd door een paar tegenover elkaar liggende geleiders, waarbij de goot is voorzien van transportmiddelen voor het langs de goot transporteren van de producten, waarbij het paar geleiders aan een eerste einde voorzien is van neusdelen die een gezamenlijke hoek maken in de lengterichting met de respectieve geleiders, waarbij het paar geleiders aan een tegenover liggende tweede uiteinde voorzien is van een aandrijfmechanisme voor het in twee richtingen aandrijven van de transportmiddelen. De aanvrage heeft verder betrekking op een opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product omvattende een onderstel voorzien van een aandrijving, een frameconstructie voorzien van ten minste een opstelinrichting voor het opnemen en uitzetten van producten en een besturingseenheid voor het besturen van de aandrijving en de transportmiddelen van de ten minste ene opstelinrichting.
Een opstelinrichting en opstelwagen zijn bekend uit octrooipublicatie NL 1020409 waarin een inrichting voor het opnemen van plantpotten omvattende een vrij bovenstel voorzien van opstelmiddelen, welke ten minste een aandrijfbaar overbrengorgaan omvatten voor het in rijdende inrichting van de grond opnemen van een rij plantpotten. Bij deze inrichting is elk overbrengorgaan over zijn gehele lengte samengesteld uit twee evenwijdig ten opzichte van elkaar opgestelde productdragers in een oneindige lus voor het van de ondergrond opnemen van de producten of potten. De opstelmiddelen zijn hierbij uitgevoerd als een goot waarbij in de opstaande zijden van de goot de productdragers zijn opgenomen. De goot van de vorm kan een U-profiel hebben. Een probleem met een goot is dat bij een variërend aanbod van producten, c.q. bloempotten, van verschillende breedte, de goot vervangen zouden moeten worden door een goot van een andere breedte om dit variërende aanbod te kunnen bedienen.
Uit bijvoorbeeld WO 2012/090079A1 is een transportsysteem bekend met in breedte instelbare zijgeleiders, waarbij op verschillende plaatsen langs de zijgeleiders de breedte van de ruimte tussen de zijgeleiders waartussen producten worden getransporteerd, instelbaar is.
Een nadeel van op deze wijze instelbare geleiders is dat op een opstelwagen met een veelvoud opstelinrichtingen volgens NL 1020409, die naast elkaar op de opstelwagen gemonteerd zijn, waarbij tevens onderlinge afstanden instelbaar zouden kunnen zijn, en die in breedte instelbaar zijn zoals beschreven in WO 2012/090079, is dat het instellen van de breedte vereist dat alle zijgeleiders onafhankelijk op meerdere plaatsen moeten worden ingesteld en bovendien op verschillende plaatsen in de lengterichting. Het is derhalve een doel van de uitvinding om een opstelinrichting en een opstelwagen te verschaffen, waarbij bovengenoemde problemen zijn opgelost.
SAMENVATTING
Het gestelde doel wordt bereikt door een opstelinrichting voor het opnemen en uitzetten van een product omvattende een goot gevormd door een paar tegenover elkaar geplaatste geleiders. De goot is voorzien van transportmiddelen voor het langs de goot transporteren van de producten, waarbij elk van het paar geleiders aan een eerste uiteinde geschikt is voor het opnemen van een product. Het paar geleiders is voorzien van een aandrijfmechanisme voor het in twee richtingen aandrijven van de transportmiddelen, waarbij een ten opzichte van de geleiders zich tussen de geleiders in een lengterichting uitstrekkend koppeldeel bevindt, dat in de lengterichting van de geleiders beweegbaar is, en waarbij tussen ten minste een van de geleiders en het koppeldeel ten minste een instelbare overbrenging is aangebracht, ingericht om een beweging in de lengterichting van het koppeldeel om te zetten in een beweging van de geleiders in een richting loodrecht op de lengterichting van de geleiders, zodanig dat de afstand tussen de geleiders veranderd als gevolg van de beweging van het koppeldeel..
De hierboven beschreven opstelinrichting vormt met de geleiders en met het koppeldeel een eenheid die in zijn geheel op een frameconstructie van een onderstel voor het opnemen en uitzetten van een product monteerbaar is. Wanneer nu de breedte van de door de geleiders gevormde goot moet worden ingesteld is dat uitvoerbaar door het koppeldeel te bedienen met een bedieningshandeling waardoor de breedte van de goot in één keer instelbaar is en waarbij doordat het koppeldeel in de lengterichting van de geleiders beweegt de gootbreedte slechts bepaald wordt door de afstand tussen de geleiders. Hierdoor is het mogelijk om het koppeldeel langs een van de of beide geleiders aan te brengen en een bedieningshandeling over te brengen zonder dat uitstekende of ruimte innemende koppeldelen noodzakelijk zijn. Dit verbetert de mogelijkheden om een instelorgaan volgens de uitvinding als eenheid te monteren en te gebruiken. Hierdoor is het tevens mogelijk om een veelvoud opstelinrichtingen naast elkaar te monteren, zodanig dat de geleiders van twee naast elkaar gemonteerde opstelinrichtingen tot op zeer korte afstand van elkaar geplaatst kunnen worden en wordt het instellen van variabele afstanden tussen respectieve opstelinrichtingen verbeterd. Bovendien is in deze opzet niet meer noodzakelijk om de opstelinrichting te demonteren voor een instelling van de breedte. Door een gunstige positie te kiezen van het instelmechanisme kan de bediening voor het instellen van de breedte eenvoudig op een plaats uitgevoerd worden.
In een uitvoeringsvorm volgens de uitvinding is een instelmechanisme voorzien voor het bewerkstelligen van de beweging van het koppeldeel ten opzichte van de geleiders, in de lengterichting van de geleider. Hierdoor is het mogelijk om de gehele goot in een keer op een gewenste breedte in te stellen.
In een uitvoeringsvorm wordt de instelbare overbrenging gevormd door een aan ten minste een geleider bevestigde nok en een in het koppeldeel aangebrachte overeenkomende groef die zich met een hoek ten opzichte van de lengterichting in het koppeldeel uitstrekt, waarbij de nok beweegbaar door de groef wordt ontvangen en de nok samenwerkt met de groef om de beweging in de lengterichting van het koppeldeel om te zetten in de beweging loodrecht op de lengterichting van de geleiders.
Hiermee wordt bereikt dat een beweging in de lengterichting van het koppeldeel zonder verdere bewegende delen omzetbaar is in een beweging van de geleiders in de breedterichting van de goot. Dit geeft een eenvoudige en onderhoudsvrije constructie van de opstelinrichting.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is in het koppeldeel een dubbele groef aangebracht, waarbij bij groeven ten opzichte van elkaar in een V-achtige vorm zijn aan gebracht en beide geleiders zijn voorzien van bijbehorende nokken die samenwerken met de groeven.
Hiermee wordt bewerkstelligd dat beide geleiders symmetrisch ten opzichte van elkaar in de breedterichting van de goot kunnen bewegen.
In een alternatieve uitvoeringsvorm waarbij de ten minste ene geleider een naar de binnenzijde van de goot omgezet deel omvat, en waarbij de instelbare overbrenging gevormd wordt door een aan het koppeldeel bevestigd nok en een in het omgezette deel aangebrachte overeenkomende groef die zich met een hoek ten opzichte van de lengterichting van het omgezette deel uitstrekt, waarbij de nok door de groef wordt ontvangen en de nok samenwerkt met de groef om de beweging in de lengterichting van het koppeldeel om te zetten in de beweging loodrecht op de lengterichting van de geleiders.
Hiermee wordt een alternatieve uitvoeringsvorm bereikt van de eenvoudige constructie zoals hierboven beschreven. Hetzelfde effect kan worden bereikt door groef en nok te verwisselen..
In een verdere uitvoeringsvorm is in elke geleider een groef aangebracht, waarbij bij groeven ten opzichte van elkaar in een V-achtige vorm zijn aan gebracht en het koppeldeel is voorzien van bijbehorende nokken die samenwerken met de groeven.
Ook hiermee wordt bewerkstelligd dat beide geleiders symmetrisch ten opzichte van elkaar in de breedterichting van de goot kunnen bewegen.
In bovenstaande uitvoeringsvormen zijn de groeven eenvoudig te realiseren door middel van frezen of stansen.
In een uitvoeringsvorm is het instelmechanisme aan een tweede uiteinde tegenover het eerste uiteinde van de het paar geleiders aan de geleiders bevestigd.
Hiermee wordt bereikt dat de opstelinrichting aan een zijde instelbaar is. Een bestuurder of bediener van een opstelwagen kan nu vanuit zijn bestuurderspositie de breedte van een of meer op zijn opstelwagen gemonteerde opstelinrichtingen volgens deze uitvoeringsvorm aanpassen zonder zijn bestuurderspositie te hoeven verlaten.
Het instellen kan geschieden door een bedieningsorgaan in het bedieningsmechanisme, gekoppeld aan het koppeldeel, voor het instellen van breedte van de goot.
In een verdere uitvoeringsvorm is het bedieningsorgaan aangepast voor het koppelen aan een centraal bedieningsorgaan voor het bedienen van ten minste twee opstelinrichtingen.
Hiermee kunnen opstelinrichtingen gelijktijdig ingesteld worden, waarmee aanzienlijke tijdwinst gerealiseerd kan worden bij het opnieuw instellen van breedtes.
Verder kan het aandrijfmechanisme opgenomen zijn in het instelmechanisme. Hiermee wordt een compacte constructie van de koppelinrichting bereikt.
In een uitvoeringsvorm is het aandrijfmechanisme ingericht voor het ontvangen van een gemeenschappelijke aandrijfas voor het gelijktijdig aandrijven van de aandrijfmechanismen van ten minste twee opstelinrichtingen.
Hiermee wordt bereikt dat alle transportmiddelen van op een opstelwagen gemonteerde opstelinrichtingen gelijk lopen.
In een uitvoeringsvorm zijn de transportmiddelen aangebracht op een bodem van de goot tussen het paar geleiders.
Hierdoor is het mogelijk om producten die slechts aan de onderzijde opneembaar zijn op te nemen in de opstelrichting en op een ander tijdstip weer uit te zetten. Door de snelheid van de transportmiddelen te variëren ten opzichte van een transportsnelheid ten opzichte van de ondergrond waarop de producten worden geplaatst is het mogelijk de onderlinge afstand in de transportrichting te variëren. In een verdere uitvoeringsvorm omvatten de transportmiddelen een transportband die tussen de geleiders is aangebracht.
In een uitvoeringsvorm omvatten de transportmiddelen een eerste en een tweede drager, aangebracht in een oneindige lus in respectievelijk de eerste en tweede geleider in een respectieve sleuf aan een naar de binnenzijde van de goot gekeerde zijde van de respectieve geleider.
Hierdoor is het mogelijk om producten, bijvoorbeeld bloempotten die aan een rand of een zijde aangrijpbaar zijn op te nemen en uit te zetten in een opstelinrichting volgens de uitvinding. Een verder voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat door het aangrijpen van een product in de nabijheid van een bovenzijde, eventueel kantelen of omvallen wordt voorkomen.
In een verdere uitvoeringsvorm zijn de eerste en tweede drager voorzien van ten minste een langs de productdrager aangebracht uitsteeksel voor het opnemen en/of aangrijpen van een product.
Hierdoor is het mogelijk om het aangrijpen door middel van de eerste en tweede productdrager te verbeteren. Door een geschikte keuze en positie van de nok ten opzichte van de transportrichting kan de grip verbeterd worden. Wanneer bijvoorbeeld de productdrager als lus uitgevoerd zijnde het uitsteeksel naar buiten gekeerd heeft, kunnen producten opgepakt worden waarbij het aangrijppunt onder een bovenrand van het product ligt. Wanneer echter het uitsteeksel van de productdrager naar de binnenzijde van de goot is gekeerd, kunnen producten beter aangegrepen worden wanneer ze met een zijwaartse kracht worden vastgeklemd.
Het gestelde doel wordt tevens bereikt door opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product, omvattende een onderstel voorzien van een aandrijving voor het aandrijven van de opstelwagen, een frameconstructie voorzien van ten minste een opstelinrichting zoals hierboven beschreven en een besturingseenheid voor het besturen van de aandrijving en de transportmiddelen van de ten minste ene opstelinrichting.
De opstelwagen maakt het mogelijk een veelvoud producten c.q. potten op te nemen, dezen in een keer te transporteren en ze weer in een gewenste breedte en afstand uit te zetten op een andere locatie.
BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN VAN UITVOERINGSVORMEN
Fig. 1 toont een opstelinrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Fig. 2 toont een opengewerkt aanzicht van een eerste deel van de opstelinrichting volgens fig. 1.
Fig. 3 toont een tweede deel van de opstelinrichting volgens fig. 1.
Fig. 4 toont een detail van een deel van de opstelinrichting volgens fig. 1.
Fig. 5a toont een opstelwagen met een veelvoud opstelinrichtingen volgens de uitvinding.
Fig. 5b toont een zijaanzicht van de opstelwagen volgens fig. 5a.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN UITVOERINGSVORMEN
Fig. 1 toont een opstelinrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. De opstelinrichting 11 heeft een tweetal naast elkaar opgestelde geleiders 14 waaraan aan een eerste uiteinde neusdelen 13 verbonden zijn en aan het andere tegenoverliggende uiteinde een instelmechanisme 12. De neusdelen kunnen ook daarvoor aangepaste uiteinden van de geleiders 14 zijn. Het instelmechanisme 12 is geplaatst tussen de geleiders 14. Aan de binnenzijde van de geleiders 14 is een in fig. 1 niet zichtbaar transportmechanisme opgenomen, dat geschikt is om producten 15, in het bijzonder bloempotten, op te nemen, die door het transportmechanisme tussen de geleiders in de opstelinrichting worden opgenomen en op een ander tijdstip weer worden uitgezet. Het opnemen en uitzetten van producten 15 geschiedt bij voorkeur met producten die op een vlakke ondergrond, zoals een vloer, zijn opgesteld en die van tijd tot tijd dienen te worden opgenomen en opnieuw worden opgesteld. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij kwekers, die kiemplanten in potten uitzetten op een vloer van bijvoorbeeld een kas, waarbij na verloop van tijd de planten opgroeien, zodat de planten opnieuw moeten worden opgesteld met een grotere onderlinge afstand. Een andere reden voor het opnemen van de potten is bijvoorbeeld transport naar een verwerkingsstap zoals het verpakken van planten.
Fig. 2 toont een opengewerkt overzicht van de opstelinrichting met instelmechanisme 12 volgens fig. 1. In de fig. 2 worden de geleiders 14 getoond die bevestigd zijn aan zijpanelen 214 van het instelmechanisme. Verder wordt koppelplaat 25 getoond die zich tussen de geleiders 14 bevindt. De koppelplaat 25 is voorzien van V-vormige sleuven 31 die samenwerken met nokken 216 die door middel van bodemdeel 36 bevestigd zijn aan opstaande delen 37 van de geleiders 14. De opstaande delen 37 kunnen door middel van een bodemdeel 36 verbonden zijn met verdere opstaande delen 37 die tevens aan geleiders 14 bevestigd kunnen zijn. De bodemdelen 36 hebben een verstevigende functie.
In fig. 2 wordt de opstelinrichting getoond in een voorkeursuitvoeringsvorm, waarbij beide geleiders 14 in breedterichting 35 bewegen ten opzichte van de lengterichting 34 van de opstelinrichting. In een alternatieve uitvoeringsvorm zou een geleider 14 vast gemonteerd kunnen zijn, waarbij de tegenoverliggende geleider 14 in breedterichting 35 beweegbaar is ten opzichte van de vaste geleider 14. In dat geval zijn geen V-vormige sleuven nodig, maar slechts aan de beweegbare zijde schuin naar buiten lopende sleuven 31 om overdracht van een beweging in de lengterichting 34 om te zetten in een beweging in de breedterichting 35.
In fig. 2 wordt verder een framedeel 27 getoond, dat bevestigd is aan een bevestigingssteun 212. Met de bevestigingssteun 212 wordt de opstelinrichting 11 bevestigd aan bijvoorbeeld een opstelwagen. Het framedeel 27 is derhalve onbeweeglijk ten opzichte van de bevestigingssteun 212, in tegenstelling tot het koppeldeel 25, dat beweegbaar is in de lengterichting 34 van de opstelinrichting 11. Koppelplaat 25 beweegt over een steunplaat 211 van de bevestigingssteun. De zijpanelen 214 als ook de geleiders 14 zijn beweegbaar loodrecht op de richting 34.
Aan het framedeel 27 is een in beide richtingen uitstrekkende geleideas 215 gemonteerd, waarover de zijpanelen 214 door middel van overeenkomstige geleidegaten 32 in de zijpanelen 214 in de breedterichting 35 van de opstelinrichting ten opzichte van het framedeel 27 kunnen bewegen. Het koppeldeel 25 is gekoppeld aan twee beweegbare koppelplaat aandrijfdelen 22, die zich aan beide zijden van het framedeel 27 bevinden. Door middel van een spindel 24 is het geheel van koppelplaat aandrijfdelen 22 en koppelplaat 25 beweegbaar in de lengterichting 34 van de opstelinrichting 11. De spindel 24 heeft een spindelmoer 23 gekoppeld aan een van de koppelplaat aandrijfdelen 22. Verder loopt in gemonteerde toestand de spindel 24 door spindellager 38 dat gekoppeld is aan het framedeel 27. De spindelas 24 is voorzien van een aanslag, zodat in de lengterichting de spindelas 24 gezekerd is ten opzichte van het spindellager 38. Door het verstellen van de spindel 24 door middel van het draaien aan bedieningsknop 213 kan de positie van koppelplaat aandrijfdelen 22 en daarmee koppelplaat 25 ingesteld worden ten opzichte van het framedeel 27.
De koppelplaat aandrijfdelen 22 zijn voorzien van opstaande delen 39 waarin tevens groeven 31 zijn aangebracht die samenwerken met nokken 216 die aangebracht zijn in opstaande delen 30 van de zijpanelen 214. Door de heen- en weerbeweging van koppelplaat 25 en de werking van de groeven 31 op de nokken 216 worden zowel de zijpanelen 214 als ook de daaraan gekoppelde geleiders 14 in beweging gezet in de breedterichting 35, loodrecht op de bewegingsrichting 34 van koppelplaat 25.
Tevens is in fig. 2 voor elk zijpaneel 214 een aandrijfwiel 28 voorzien, dat via een overbrengingsmechanisme (niet getoond in fig.2) een in elke geleider 14 aangebrachte productdrager 41 aandrijft. Productdrager 41 is aangebracht in goten 29, 210 die op verschillende hoogte in de geleiders 14 zijn aangebracht, daarmee respectievelijk bovenlus en onderlus voor de productdrager 41 vormend. Door een centrale asymmetrische asdoorvoer 26 in de aandrijfwielen 28, is het mogelijk om een gemeenschappelijk asymmetrische as door de aandrijfwielen 28 aan te brengen, waarmee beide aandrijfwielen 28 van de respectieve zijpanelen 214 aangedreven kunnen worden, terwijl tegelijkertijd deze aandrijfas gemeenschappelijk kan zijn met verdere opstelinrichtingen 11, zodat de aangedreven productdragers 41 van de respectieve opstelinrichtingen 11 met exact dezelfde snelheid en onderlinge positie aangedreven kunnen worden.
Fig. 3 toont een tweede deel van de opstelinrichting volgens fig. 1. Aan een onderste uiteinde van de geleiders 14 zijn neusdelen 13 aangebracht die tezamen een opening vormen voor het invangen van producten 15, bijvoorbeeld bloempotten. De neusdelen 13 kunnen gevormd worden door een uitbreiding van de geleiders 14. Door middel van productdrager 41 kunnen dan de producten 15 omhoog of naar beneden getransporteerd worden langs de geleiders 14 al naar gelang de aandrijfrichting van productdrager 41. De neusdelen 13 zijn voorzien van een keerpunt 42 voor productdrager 41, waarmee het mogelijk is om productdrager 41 te vormen met een oneindige lus, zodat deze op een punt aangedreven kan worden en continu kan doorlopen. Productdrager 41 kan bijvoorbeeld een transportketting zijn of een band of enig ander geschikte drager. Tevens, maar niet getoond, kan de opstelinrichting 11 voorzien zijn van een transportband aangebracht tussen de geleiders 14, bijvoorbeeld op of boven bodemdelen 37 van en/of tussen de geleiders 14.
Fig. 4 toont een deel van een geleider 14 in perspectief waarin de goten zichtbaar zijn die met de daarin aangebrachte productdrager 41 respectievelijk bovenlus 29 en onderlus 210 vormen. Productdrager 41 wordt gevormd door een transportketting met vergrote, naar de binnenzijde van de opstelinrichting gekeerde schalmen 43 voor het aangrijpen van een product 15, bijvoorbeeld een plant of bloempot. De goten van de onder- en bovenlus 29, 210 lopen door en gaan in elkaar over op het keerpunt 42 van elk neusdeel 13.
Fig. 5a toont een perspectivisch aanzicht van een opstelwagen 51 voor het opnemen en opstellen van producten 15, voorzien van een veelvoud opstelinrichtingen 11. Producten 15 zijn opgesteld op een horizontaal vlak, bijvoorbeeld een vloer waarbij de opstelwagen 51 verrijdbaar is zodanig dat de producten 15 kunnen worden opgenomen door het veelvoud opstelinrichtingen 11. De opstelwagen 51 kan ingericht zijn om de opstelinrichtingen 11, die elk als unit op de opstelwagen 51 gemonteerd zijn, te spreiden. Met andere woorden de onderlinge afstand tussen afzonderlijke opstelinrichtingen 11 kan instelbaar zijn. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door middel van een scharend frame. Wanneer producten 15 zijn opgenomen in de opstelinrichtingen 11 kunnen ze door het ingebouwde transportmechanisme in de opstelinrichtingen 11 weer op een vloer uitgezet worden waarbij de afstand in de breedterichting van de opstelwagen 51 gevarieerd kan worden door de onderlinge afstand van de opstelinrichtingen 11 te variëren en de afstand tussen de producten 15 in een rijrichting van de opstelwagen 51 gevarieerd kan worden door de rijsnelheid van de opstelwagen 51 te variëren.
Fig. 5b toont een opstelwagen 51 volgens fig. 5a in zijaanzicht. Fig. 5b toont dat de opstelinrichtingen 11 op een frameconstructie 54 gemonteerd zijn. Het in de breedterichting van de opstelwagen 51 variëren van de onderlinge afstand van de opstelinrichting 11 wordt in dit voorbeeld gerealiseerd door middel van daarvoor op de frameconstructie 54 aangebrachte spreidingsmiddelen, niet verder getoond, die door middel van een scharende werking de onderlinge afstand tussen opstelinrichtingen 11 kan instellen. De frameconstructie 54 is gemonteerd op een verrijdbaar onderstel 53. Het verrijdbare onderstel 53 kan een bestuurbaar onderstel zijn door een besturingseenheid 52 te voorzien die een aandrijving in het verrijdbare onderstel 53 bestuurt.. Besturingseenheid 52 kan bijvoorbeeld ingericht zijn om te zorgen dat een transportsnelheid van de producten 15 in opstelinrichting 11 zodanig is dat bij het uitzetten van producten 15 gelijk is aan de rijsnelheid van opstelwagen 51, zodat bij het uitzetten de producten 15 niet verschuiven of omvallen. Door kleine variaties in de transportsnelheid kan de onderlinge afstand tussen producten 15 gevarieerd worden.
De in deze beschrijving beschreven uitvoeringsvormen zijn slechts bedoeld als voorbeelden. Variaties en wijzigingen op deze voorbeelden zijn mogelijk zonder de beschermingsomvang zoals vastgelegd in de hier onderstaande conclusies te wijzigen.
Verwijzingscijfers 11 opstelinrichting 12 instelmechanisme 13 neusdeel 14 geleider 15 product 22 koppelplaat 23 spindelmoer 24 spindel 25 koppelplaat geleiders 26 asymmetrische asdoorvoer 27 framedeel 28 transportaandrijfwiel 29 goot bovenste lus 210 goot onderste lus 211 steunplaat 212 bevestigingssteun 213 bedieningsknop 214 zijpaneel 215 geleideas 216 nok 30 opstaand deel 31 V-vormige groef 32 geleidegat 33 bevestigingsgat 34 beweging in lengterichting 35 beweging in breedterichting 36 bodemdeel 37 opstaand deel 38 spindellager 39 opstaand deel 41 productdrager 42 keerpunt 43 vergrote schalm van productdrager 51 opstelwagen 52 besturingseenheid 53 onderstel 54 frameconstructie

Claims (18)

1. Opstelinrichting voor het opnemen en uitzetten van een product omvattende: een goot gevormd door een paar tegenover elkaar geplaatste geleiders; waarbij de goot voorzien is van transportmiddelen voor het langs de goot transporteren van de producten; waarbij elk van het paar geleiders aan een eerste uiteinde geschikt is voor het opnemen van een product; waarbij het paar geleiders voorzien is van een aandrijfmechanisme voor het in twee richtingen aandrijven van de transportmiddelen; alsmede een ten opzichte van de geleiders zich tussen de geleiders in een lengterichting uitstrekkend koppeldeel, dat in de lengterichting van de geleiders beweegbaar is, en waarbij tussen ten minste een van de geleiders en het koppeldeel ten minste een instelbare overbrenging is aangebracht, ingericht om een beweging in de lengterichting van het koppeldeel om te zetten in een beweging van de geleiders in een richting loodrecht op de lengterichting van de geleiders, zodanig dat de afstand tussen de geleiders veranderd als gevolg van de beweging van het koppeldeel, waarbij de ten minste ene geleider een naar de binnenzijde van de goot omgezet deel omvat, en waarbij de instelbare overbrenging gevormd wordt door een aan het koppeldeel bevestigd nok en een in het omgezette deel aangebrachte overeenkomende groef die zich met een hoek ten opzichte van de lengterichting van het omgezette deel uitstrekt, waarbij de nok door de groef wordt ontvangen en de nok samenwerkt met de groef om de beweging in de lengterichting van het koppeldeel om te zetten in de beweging loodrecht op de lengterichting van de geleiders.
2. Opstelinrichting volgens conclusie 1, verder omvattende een instelmechanisme voor het bewerkstelligen van de beweging van het koppeldeel ten opzichte van de geleiders, in de lengterichting van de geleiders.
3. Opstelinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de instelbare overbrenging gevormd wordt door een aan ten minste een geleider bevestigde nok en een in het koppeldeel aangebrachte overeenkomende groef die zich met een hoek ten opzichte van de lengterichting in het koppeldeel uitstrekt, waarbij de nok beweegbaar door de groef wordt ontvangen en de nok samenwerkt met de groef om de beweging in de lengterichting van het koppeldeel om te zetten in de beweging loodrecht op de lengterichting van de geleiders.
4. Opstelinrichting volgens conclusie 3, waarbij in het koppeldeel een dubbele groef is aangebracht, waarbij bij groeven ten opzichte van elkaar in een V-achtige vorm zijn aan gebracht en beide geleiders zijn voorzien van bijbehorende nokken die samenwerken met de groeven.
5. Opstelinrichting volgens conclusie 1, waarbij in elke geleider een groef is aangebracht, waarbij bij groeven ten opzichte van elkaar in een V-achtige vorm zijn aan gebracht en het koppeldeel is voorzien van bijbehorende nokken die samenwerken met de groeven.
6. Opstelinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij het instelmechanisme aan een tweede uiteinde tegenover het eerste uiteinde aan de geleiders bevestigd is.
7. Opstelinrichting volgens conclusie 6, waarbij het instelmechanisme een bedieningsorgaan omvat, gekoppeld aan het koppeldeel, voor het instellen van breedte van de goot.
8. Opstelinrichting volgens conclusie 7, waarbij het bedieningsorgaan aangepast is voor het koppelen aan een centraal bedieningsorgaan voor het bedienen van ten minste twee opstelinrichtingen.
9. Opstelinrichting volgens conclusie 8, waarbij het aandrijfmechanisme is opgenomen in het instelmechanisme.
10. opstelinrichting volgens conclusie 9, waarbij het aandrijfmechanisme ingericht is voor het ontvangen van een gemeenschappelijke aandrijfas voor het aandrijven van de aandrijfmechanismen van ten minste twee opstelinrichtingen.
11. Opstelinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de transportmiddelen zijn aangebracht op een bodem van de goot tussen het paar geleiders.
12. Opstelinrichting volgens conclusie 11, waarbij de transportmiddelen een transportband omvatten.
13. Opstelinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de transportmiddelen een eerste en een tweede drager omvatten, aangebracht in een oneindige lus in respectievelijk de eerste en tweede geleider in een sleuf aan een naar de binnenzijde van de goot gekeerde zijde van de respectieve geleider.
14. Opstelinrichting volgens conclusie 13, waarbij de eerste en tweede drager voorzien zijn van ten minste een langs de drager aangebrachte uitsteeksel voor het opnemen van een product.
15. Opstelinrichting volgens conclusie 13 of 14, waarbij de eerste en tweede drager zijn uitgevoerd als een transportketting omvattende meerdere vergrote, naar de binnenzijde van de goot gekeerde schalmen, welke zijn voorzien van het langs de drager aangebrachte uitsteeksel voor het opnemen van een product.
16. Opstelinrichting volgens conclusie 15, waarbij de transportketting verder meerdere, naar de buitenzijde van de goot gekeerde schalmen omvat, welke zijn voorzien van, van elkaar afgekeerde, schalmflensen voor opname in de sleuf in de naar de binnenzijde van de goot gekeerde zijde van de respectieve geleider.
17. Opstelinrichting volgens conclusie 16, waarbij de transportketting verder meerdere tussenschalmen omvat.
18. Opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product, omvattende een onderstel voorzien van een wagenaandrijving voor het voortbewegen van de opstelwagen, een frameconstructie voorzien van ten minste een opstelinrichting voor het opnemen en uitzetten van producten en een besturingseenheid voor het besturen van de aandrijving en de transportmiddelen van de ten minste ene opstelinrichting, gekenmerkt doordat de ten minste ene opstelinrichting geconstrueerd is volgens één of meer van de conclusies 1-17.
NL2012519A 2013-10-01 2014-03-28 Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product. NL2012519C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012519A NL2012519C2 (nl) 2013-10-01 2014-03-28 Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product.
EP14187284.6A EP2857332B1 (en) 2013-10-01 2014-10-01 Placement device and placement cart for picking up and putting out a product
PL14187284T PL2857332T3 (pl) 2013-10-01 2014-10-01 Urządzenie do rozmieszczania i wózek do rozmieszczania do pobierania i odkładania produktu

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011535 2013-10-01
NL2011535 2013-10-01
NL2012519A NL2012519C2 (nl) 2013-10-01 2014-03-28 Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product.
NL2012519 2014-03-28

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2012519C2 true NL2012519C2 (nl) 2015-04-07

Family

ID=51626469

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2012519A NL2012519C2 (nl) 2013-10-01 2014-03-28 Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP2857332B1 (nl)
NL (1) NL2012519C2 (nl)
PL (1) PL2857332T3 (nl)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102022102330A1 (de) 2022-02-01 2023-08-03 seed2soil GmbH & Co. KG Vorrichtung zum Aufnehmen und Absetzen von in Reihen stehenden Pflanztöpfen

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL9402104A (nl) * 1994-12-12 1996-07-01 Intransit B V Inrichting voor het opnemen en uitzetten van potplanten.
US6244429B1 (en) * 1999-05-04 2001-06-12 Kalish Canada Inc. Automatic adjustable guide rails
NL1020409C2 (nl) * 2002-04-17 2003-10-20 Chr Coenders V O F Inrichting voor het opnemen van plantpotten.
EP1647180A2 (en) * 2004-10-13 2006-04-19 van der Burg, William Device, assembly and method for filling a container with substrate

Family Cites Families (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR1318396A (fr) * 1962-03-27 1963-02-15 Renold Chains Ltd Chaîne transporteuse
JP4496495B2 (ja) * 2006-08-25 2010-07-07 ツバキ山久チエイン株式会社 コンベヤ用走行フレーム装置
ITBO20100136U1 (it) 2010-12-30 2012-07-01 Pulsar Srl Convogliatore per il trasporto di prodotti.

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL9402104A (nl) * 1994-12-12 1996-07-01 Intransit B V Inrichting voor het opnemen en uitzetten van potplanten.
US6244429B1 (en) * 1999-05-04 2001-06-12 Kalish Canada Inc. Automatic adjustable guide rails
NL1020409C2 (nl) * 2002-04-17 2003-10-20 Chr Coenders V O F Inrichting voor het opnemen van plantpotten.
EP1647180A2 (en) * 2004-10-13 2006-04-19 van der Burg, William Device, assembly and method for filling a container with substrate

Also Published As

Publication number Publication date
PL2857332T3 (pl) 2017-01-31
EP2857332A2 (en) 2015-04-08
EP2857332B1 (en) 2016-07-13
EP2857332A3 (en) 2015-04-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP1972579B1 (en) Transport system
US9181029B2 (en) Buffer means for containers and method for buffering containers
US9290321B2 (en) Storage section of a conveyor device and method for temporarily storing articles
JP2010057448A (ja) 移動栽培装置
EP3114058B1 (en) Transfer device, conveyor system including a transfer device and method of transferring conveyed products
US9957072B2 (en) Process section of a packaging machine
NL2013073B1 (nl) Portaalaccumulator.
KR101959293B1 (ko) 듀얼 컨베어 시스템
KR102401197B1 (ko) 롤러 조립체를 갖는 컨베이어 시스템
NL2012519C2 (nl) Opstelinrichting en opstelwagen voor het opnemen en uitzetten van een product.
CA2829579C (en) Accumulation conveyor
WO2016069456A1 (en) Method of processing a plurality of articles through a processing section of a packaging machine and method of reconfiguring a processing section of a packaging machine
US20150239681A1 (en) Egg chain gripper actuating device and egg transfer device
EP1894860A2 (en) Automated warehouse and method for controlling stacker crane in automated warehouse
EP2197770A1 (en) Sorting apparatus
US7080541B2 (en) Automatic feeding machine with switchable conveyor
US9561910B1 (en) Vertical assembly line
US20090223780A1 (en) Workpiece carrier device and a conveyor device for workpiece carrier devices
KR102489003B1 (ko) 휠간 폭 조절이 가능한 농약 살포장치
EP1828033B1 (en) Device for selectively diverting products sideways from a conveyor
NL9402104A (nl) Inrichting voor het opnemen en uitzetten van potplanten.
WO2013068963A1 (en) Concrete transport and delivery plant
BE1017716A5 (nl) Transportinrichting voor bloempotten.
CN221395692U (zh) 一种新型传输带
CN212475072U (zh) 新型物料输送机

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20200401