NL2010541C2 - Inrichting voor het verwerken van veevoer. - Google Patents
Inrichting voor het verwerken van veevoer. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2010541C2 NL2010541C2 NL2010541A NL2010541A NL2010541C2 NL 2010541 C2 NL2010541 C2 NL 2010541C2 NL 2010541 A NL2010541 A NL 2010541A NL 2010541 A NL2010541 A NL 2010541A NL 2010541 C2 NL2010541 C2 NL 2010541C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- clamps
- feed
- guide
- moved
- along
- Prior art date
Links
- 238000005303 weighing Methods 0.000 claims description 6
- 240000000528 Ricinus communis Species 0.000 claims description 2
- 235000004443 Ricinus communis Nutrition 0.000 claims description 2
- 238000007599 discharging Methods 0.000 claims description 2
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 6
- 235000013305 food Nutrition 0.000 description 4
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 description 4
- 239000004460 silage Substances 0.000 description 4
- 241000283690 Bos taurus Species 0.000 description 2
- 244000025254 Cannabis sativa Species 0.000 description 2
- 235000013339 cereals Nutrition 0.000 description 2
- 210000004283 incisor Anatomy 0.000 description 2
- 239000000725 suspension Substances 0.000 description 2
- 230000036346 tooth eruption Effects 0.000 description 2
- 240000005979 Hordeum vulgare Species 0.000 description 1
- 235000007340 Hordeum vulgare Nutrition 0.000 description 1
- 244000046052 Phaseolus vulgaris Species 0.000 description 1
- 235000010627 Phaseolus vulgaris Nutrition 0.000 description 1
- 240000004713 Pisum sativum Species 0.000 description 1
- 235000010582 Pisum sativum Nutrition 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 241000219793 Trifolium Species 0.000 description 1
- 241000209140 Triticum Species 0.000 description 1
- 235000021307 Triticum Nutrition 0.000 description 1
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 1
- 239000012141 concentrate Substances 0.000 description 1
- 230000000977 initiatory effect Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 238000003801 milling Methods 0.000 description 1
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K5/00—Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
- A01K5/001—Fodder distributors with mixer or shredder
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F29/00—Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like
- A01F29/005—Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like for disintegrating and cutting up bales of hay, straw or fodder
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K5/00—Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
- A01K5/02—Automatic devices
- A01K5/0266—Automatic devices with stable trolleys, e.g. suspended
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Birds (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
Description
Inrichting voor het verwerken van veevoer
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwerken van veevoer, zoals veevoer van balen of blokken veevoer of los veevoer of gewas, in het bijzonder voor het losmaken en doseren van voer.
Veevoer, zoals kuilvoer kan bestaan uit gras, mengsels van gras en klaver, granen zoals tarwe, gerst of mengsels daarvan of mengsels van granen met erwten of bonen. Uitgesneden kuilvoer gecompacteerd in een rijkuil wordt doorgaans aangeduid als "blokken" terwijl voer gecompacteerd in een balenpers doorgaans wordt aangeduid als "balen". Bij het compacteren, ontstaat een gelaagde structuur.
Onder de merknaam Vector® wordt door Lely een automatisch voersysteem op de markt gebracht, dat onder meer is beschreven in de publicatie "Lely voert automatisch", G. Zevenbergen, gepubliceerd in Veehouderij Techniek, juni 2012. Bij dit systeem worden blokken voer geplaatst in een voerkeuken. Een grijper grijpt voer van een blok om het vervolgens te storten in een mengwagen. In de mengwagen wordt het voer, afkomstig van verschillende blokken, gemengd en vervoerd naar het te voeren vee. Voor elke hoeveelheid losgemaakt voer moet de grijper heen en weer bewogen worden naar de menger. Dit moet met matige snelheid gebeuren om te voorkomen dat de hangende grijper gaat slingeren. Pas als de grijper klaar is en alle benodigde voercomponenten in de menger heeft geladen kan de menger het voer naar een voergang transporteren. De menger en de grijper kunnen dus niet gelijktijdig worden gebruikt. Er is daardoor veel tijd nodig om het voer van de balen te mengen en naar de voergang te brengen.
Afscheiden van voer van een baal of blok moet zodanig gebeuren dat de structuur van het resterende deel van het blok of de baal intact blijft en niet afbrokkelt om te voorkomen dat zuurstof binnendringt in de baal en verrottingsprocessen in gang zet.
Door gebruik van een grijper kunnen de blokken afbrokkelen en uit elkaar vallen, waardoor het resterende voer sneller verrot. Met een dergelijke grijper kan ook niet nauwkeurig worden gedoseerd. Bovendien zal er voer uit de grijper vallen wanneer deze naar de mengwagen wordt bewogen. Ook kan de grijper niet goed de laatste resten van het blok van de vloer afscheppen. Achtergebleven resten voer kunnen gaan broeien en bederf van het overige voer in de voerkeuken bespoedigen. De voerkeuken zal daardoor regelmatig moeten worden schoongemaakt en aangevuld.
Uit DE3101350 is een inrichting bekend waarmee kuilvoer kan worden los gefreesd van de bovenzijde van een kuilvoerblok. De frees wordt verplaatst langs een railsysteem dat aan een plafond is bevestigd. Een dergelijk systeem is duur en verbruikt veel energie.
Het doel van de onderhavige uitvinding is om te voorzien in een systeem waarbij efficiënt en snel automatisch veevoer, bijvoorbeeld van blokken of balen of los veevoer, kan worden verzameld en nauwkeurig kan worden gedoseerd.
Het doel van de uitvinding wordt bereikt met een inrichting voor het verwerken van veevoer omvattende: - een hoofdframe met een voeropneemruimte; - een opvangbak ondersteund door het hoofdframe; - een hulpframe, dat langs een geleiding op het hoofdframe horizontaal verplaatsbaar tussen een eerste positie waarin het hulpframe over de voeropneemruimte is geplaatst, en een tweede positie boven de positie van de opvangbak; - een grijporgaan, dat langs een geleiding in het hulpframe verticaal bewogen kan worden, in het bijzonder vanuit en naar een bovenste positie boven de voeropneemruimte.
Wanneer een baal of blok of een hoeveelheid los voer zich in de voeropneemruimte bevindt kan het grijporgaan omlaag worden bewogen om voer los te maken van de bovenzijde van de baal of van het blok. Vervolgens kan het hulpframe met het grijporgaan worden verplaatst naar de positie boven de opvangbak om het losgemaakte voer vervolgens in de opvangbak te storten. Vervolgens kan het hulpframe met het grijporgaan teruggeplaatst worden boven de voeropneemruimte om meer voer af te nemen van hetzelfde blok of baal, of van een nieuw blok of baal of eventueel van een niet gecompacteerde voorraad veevoer. Wanneer alle gewenste voercomponenten in de gewenste hoeveelheden zijn verzameld in de opvangbak, kan de opvangbak vervolgens worden geleegd in een menger.
Het grijporgaan kan sneller tussen de baal en de opvangbak heen en weer worden bewogen dan het geval is bij grijpers uit oudere systemen. Nadat de opvangbak is geleegd in de menger kan het grijporgaan direct doorgaan met het losmaken van voer zonder dat het hoeft te wachten op terugkeer van de menger, wat eveneens tijdwinst oplevert.
De opvangbak kan bijvoorbeeld worden verplaatst, bijvoorbeeld gekanteld, in een afvoerstand voor het afvoeren van voer. Het voer kan aldus worden gedeponeerd in een mengbak, zoals een stationaire menger of een mengrobot, of op een afvoerband of een soortgelijk afvoermiddel. Het voer kan daarbij bijvoorbeeld worden vermengd met andere voercomponenten.
De inrichting kan bijvoorbeeld zo uitgevoerd worden dat de opvangbak via een verticale geleiding verticaal kan worden bewogen tussen een onderste stand en een bovenste stand, waarbij de opvangbak in de bovenste stand kan worden gekanteld in de afvoerstand. In een dergelijke uitvoering kan de opvangbak laag worden geplaatst zodat het grijporgaan ook in lage posities, als de baal of het blok bijna op is, nog steeds het losgemaakt voer in de opvangbak kan deponeren.
Het grijporgaan kan verder losmaakmiddelen omvatten, zoals een of meer zagen of freesrollen, voor het losmaken van de losgesneden bovenlaag. Het veevoermateriaal wordt daardoor verkleind en kan daardoor beter en sneller worden gemengd.
Het grijporgaan kan bijvoorbeeld klemmen omvatten, die elk zijn voorzien van een voetplaat met een snijrand voor het lossnijden van een horizontale bovenlaag van de baal. De klemmen kunnen worden bewogen tussen een ruststand waarbij het grijporgaan over een baal of blok heen geplaatst kan worden, en een grijpstand, waarin een bovenlaag van de baal of van het blok is losgesneden. De klemmen kunnen bijvoorbeeld een L-vormige of J-vormige dwarsdoorsnede hebben.
In een specifieke uitvoeringsvorm kunnen de L- of J-vormige klemmen zijn voorzien van zijwanden met een snijkant die de uiterste punten van de L- of J-vorm met elkaar verbindt.
Hierdoor sluiten de snijkanten van twee tegenover elkaar geplaatste klemmen op elkaar aan wanneer het grijporgaan is gesloten en kan er geen voer meer uitvallen. Doordat de zijwanden van de klemmen zelf door het voer snijden zijn er geen afzonderlijke losmaakmiddelen meer nodig.
In een bijzondere uitvoering omvatten de klemmen messen, die zich uitstrekken langs de snijranden van de zijwanden en die via een geleiding op en neer beweegbaar zijn in een richting parallel aan de snijrand gedurende beweging van de klemmen tussen de ruststand en de grijpstand. Hierdoor kan het voer beter worden los gesneden.
De klemmen kunnen bijvoorbeeld zijn voorzien van sleuven voor het ontvangen van uitstootplaten, die aan het hulpframe zijn bevestigd en zich uitstrekken in een richting parallel aan de bewegingsrichting van de klemmen tussen de ruststand en de grijpstand. Op deze wijze wordt voer dat zich in de klemmen bevindt tijdens het lossen ui de klemmen gestoten door de uitstootplaten.
Om tijdens de beweging van de klemmen de onderrand van de klemmen zoveel mogelijk langs een rechte lijn te laten lopen, kan de beweging worden geleid door middel van een gekromde horizontale sleufgeleiding overeenkomstig de geleiding zoals hierboven besproken met betrekking tot de cirkelzagen. Een recht bewegingspad heeft als voordeel dat de laatste resten voer door de klemmen beter van de grond afgehaald kunnen worden.
De klemmen kunnen bijvoorbeeld in twee tegenover elkaar geplaatste rijen zijn geplaatst. In een bijzondere uitvoering kunnen de klemmen afzonderlijk van elkaar bewogen worden tussen de ruststand en de grijpstand. Op deze manier kan er nauwkeurig worden gedoseerd. Wanneer er slechts weinig voer nodig is, hoeft niet een gehele bovenlaag te worden afgesneden, maar slechts een gedeelte ervan.
Bij een dergelijk grijporgaan kunnen de middelen voor het verkleinen van het voer bijvoorbeeld bestaan uit evenwijdige zagen, die bijvoorbeeld tussen de klemmen verplaatst kunnen worden. De zagen kunnen bijvoorbeeld cirkelzagen omvatten, die langs een geleiding kunnen worden verplaatst om aldus door de losgesneden laag voer te gaan. De cirkelzagen kunnen daarbij worden bewogen langs een vlakke, ongebogen horizontale lijn. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt met een drijfstang gekoppeld aan een rotatie-as van de cirkelzagen, waarbij een bovenste uiteinde van de drijfstang scharniert om een bovenste as die langs een verticale geleiding in het hulpframe op en neer beweegbaar is. Daarbij is een tweede geleidingselement van de drijfstang tussen de bovenste as en de zaag-as via een tweede geleiding heen en weer beweegbaar tussen twee op een horizontale lijn gelegen uiterste punten, waarbij de tweede geleiding zodanig is gekromd dat de cirkelzagen langs een rechte lijn heen en weer beweegbaar zijn. Door de horizontale beweging van de cirkelzagen wordt het voer van de afgesneden bovenlaag losgemaakt waarna het nauwkeurig kan worden gedoseerd en gemengd.
Om het risico van vastlopen van losgemaakt voer aan de zaagvertanding te verkleinen, kunnen de zagen zijn voorzien van relatief korte snijtanden. De snijtanden kunnen bijvoorbeeld 4 mm of minder uitsteken ten opzichte van de binnendiameter van de zaagvertanding. De punt van de snijtand snijdt en trekt aan het los te snijden gewas. Door de snijtanden kort te houden wordt de totale trekkracht beperkt, zodat de zaag niet snel meer vast loopt. De zaagtanden kunnen bijvoorbeeld zijn voorzien van rechte snijranden, dat wil zeggen zonder een golfpatroon tussen de tanden zoals bij gewone cirkelzaagbladen gebruikelijk is.
Om nauwkeurig het los te maken voer te doseren kan het frame zijn voorzien van een of meer weegmiddelen.
De inrichting is bij voorkeur verplaatsbaar. Het frame kan daartoe bijvoorbeeld zijn voorzien van wielen, zoals zwenkwielen. De wielen kunnen zijn voorzien van een of meer weegstaven. Ook kunnen de wielen zijn voorzien van een aandrijving.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen. Hierin toont:
Figuur 1: schematisch in zijaanzicht een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 2: toont in de inrichting van Figuur 1 gedeeltelijk in dwarsdoorsnede;
Figuur 3: toont het grijporgaan van de inrichting van Figuur 1 in vooraanzicht met gedeeltelijk weggebroken beschermkap;
Figuur 4: toont schematisch in dwarsdoorsnede een andere voorbeelduitvoering van de inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 5: toont een tweede dwarsdoorsnede van de inrichting van
Figuur 4;
Figuur 6: toont schematisch de positie van de cirkelzagen tussen de klemmen;
Figuur 7: toont schematisch een alternatieve uitvoeringsvorm van inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 8: toont schematisch in bovenaanzicht de inrichting van
Figuur 1 in een voerkeuken;
Figuur 9: toont schematisch in dwarsdoorsnede een verdere mogelijke uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 10: toont een lengtedoorsnede langs de lijn X - X in
Figuur 9
Figuur 11: toont schematisch de inrichting van figuur 1 met een bak los veevoer;
Figuur 12: toont schematisch een andere mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 1 toont een voorbeelduitvoering van een inrichting 1 overeenkomstig de uitvinding voor het verwerken van veevoer, zoals los veevoer of veevoer in de vorm van balen of blokken 2. De inrichting 1 omvat een verrijdbaar hoofdframe 3 met een hulpframe 4 dat horizontaal verplaatsbaar is ten opzichte van het hoofdframe 3 via een rolgeleiding 6 nabij de onderzijde van het hoofdframe 3. Het hoofdframe 3 is voorzien van zwenkwielen 7. Aan één uiteinde omvat het hoofdframe 3 een verticale geleiding 8 waarlangs een opvangbak 9 verticaal bewogen kan worden tussen een onderste stand - weergegeven in doorgetrokken lijn in Figuur 1 - en een bovenste stand - weergegeven in stippellijn. In de bovenste stand is de opvangbak kantelbaar via een kantelgeleiding 11. Op deze wijze kan de opvangbak 9 leeg gekiept worden, bijvoorbeeld in een mengbak of mengrobot 12, zoals getoond in Figuur 1.
Aan het andere uiteinde omvat het frame 3 een voeropneemruimte 13 waarin een baal of blok veevoer 2 kan worden opgenomen door de inrichting 1 zo te plaatsen dat het hulpframe 4 over het betreffende blok of de baal 2 wordt geplaatst.
Het hulpframe 4 draagt een grijporgaan 14 dat vanuit een rustpositie, zoals getoond in figuur 1, omlaag kan worden bewogen onder aandrijving van een boven op het hulpframe geplaatste elektromotor 16 of soortgelijke aandrijving.
Het grijporgaan 14 omvat twee tegenover elkaar geplaatste rijen L-vormige klemmen 17, zoals getoond in Figuren 2 en 3. Elke klem 17 is voorzien van een rugplaat 18 en een voetplaat 19 die zich vanaf de onderste rand van de rugplaat 18 uitstrekt in de richting van de tegenoverliggende rij klemmen 17. Aan het vrije uiteinde omvat de voetplaat een snijrand 21 voor het lossnijden van een horizontale bovenlaag van de baal 2. De klemmen 17 kunnen scharnierend worden bewogen om een scharnieras 22 tussen een ruststand waarbij de klemmen 17 over de bovenzijde van een baal of blok 2 heen geplaatst kan worden, en een grijpstand, waarbij de snijranden 21 van de klemmen 17 in de baal 2 dringen en een bovenlaag lossnijden. In Figuur 2 is de klem 17 in de ruststand weergegeven in getrokken lijn, terwijl de grijpstand is weergegeven in stippellijn. De klemmen 17 worden daarbij individueel aangedreven met behulp van hydraulische cilinders 23 onder aansturing van een besturingseenheid (niet getoond).
De rij klemmen 17 wordt in Figuur 3 in de werkstand getoond in vooraanzicht. Indien slechts een kleine hoeveelheid voer benodigd is, zal de besturingseenheid slechts een deel van de klemmen 17 aansturen om een deel van de bovenlaag van het blok, resp. van de baal af te snijden.
Tussen de klemmen 17 in omvat het grijporgaan 14 evenwijdig geplaatste cirkelzagen 24 voor het losmaken van de losgesneden bovenlaag van de baal 2. Nadat de klemmen 17 de bovenlaag van het blok of de baal 2 als een plak hebben losgesneden, zagen de cirkelzagen 24 de plak waardoor deze uiteen valt in los doseerbaar veevoer.
Een omhullende beschermkap 26 is geplaatst om de klemmen 17 en de cirkelzagen 24 heen. De beschermkap 26 is zodanig vormgegeven dat de klemmen 17 en de cirkelzagen 24 bewogen kunnen worden in de diverse werk- en ruststanden, zoals weergegeven in Figuur 4 voor een andere mogelijke uitvoering van de inrichting.
De inrichting van Figuur 4 omvat een rij cirkelzagen 24A die via spleten tussen klemmen 17A (zie Figuur 5) verplaatst kunnen worden. De cirkelzagen 24A zijn draaibaar rond een gemeenschappelijke as 27 en worden verplaatst met behulp van een drijfstang 28, schematisch weergegeven door middel van een hartlijn. De drijfstang 28 omvat een onderste rolgeleiding 29 die langs een gebogen onderste geleiding 31 in de omhullende beschermkap 26 kan bewegen, en een bovenste as 32 die langs een verticale geleiding 33 kan bewegen die symmetrisch boven de onderste geleiding 31 is geplaatst in een arm 36 van het hulpframe 4A. De twee uiterste punten van de geleiding 31 liggen op een in hoofdzaak horizontale rechte lijn. Tussen de uiterste punten is de geleiding 31 naar boven toe gebogen. Aan het bovenste uiteinde wordt de drijfstang 28 aangedreven door een hydraulische cilinder 34. De cilinder 34 beweegt het bovenste uiteinde van de drijfstang 28 heen en weer, welke beweging via de geleidingen 31, 33 wordt omgezet in een heen en weer gaande beweging van de cirkelzaag 24. De horizontale geleiding 31 is zodanig gebogen dat de cirkelzagen 24A langs een rechte lijn Z heen en weer worden bewogen tussen een eerste uiterste stand — in de tekening weergegeven in doorgetrokken lijn Y - en een tweede uiterste stand — in de tekening weergegeven in stippellijn Y'.
Figuur 5 toont een andere dwarsdoorsnede van de inrichting van Figuur 4. In deze doorsnede zijn de klemmen 17A getoond die in deze uitvoering een gekromd onderste uiteinde 30 omvatten. De klemmen zijn scharnierend opgehangen aan ophangpunten 25 van het hulpframe 4A en kunnen in eikaars richting worden bewogen met behulp van cilinders 23A.
In een andere mogelijke uitvoeringsvorm kunnen ook de klemmen 17, 17A via een verticale geleiding op en neer bewogen worden.
Hierdoor kunnen de laatste restanten van veevoer op de vloer beter worden weggewerkt zodat er zo weinig mogelijk restvoer achter blijft op de vloer.
Figuur 6 toont schematisch de plaatsing van de evenwijdige cirkelzagen 24 tussen de klemmen 17. De snijranden 21 van de voetplaten 19 zijn uitgevoerd als driehoekige punten 37 om beter in het gecompacteerde voer te kunnen doordringen. De cirkelzagen 24 zijn geplaatst in een spleet 38 tussen de klemmen 17 op een positie steeds midden tussen twee punten 37, omdat op die plaats het voer zich concentreert wanneer de klemmen 17 door het gecompacteerde voer heen worden voortgedreven. De punten van de tanden kunnen worden afgerond om ervoor te zorgen dat er minder voer aan het de messen blijft hangen.
Nadat de klemmen 17 de bovenlaag van een baal of blok 2 hebben losgesneden, maken de cirkelzagen 24 de bovenlaag los tot doseerbaar voer. De klemmen 17 blijven staan in de grijpstand en houden zo het losgemaakte voer bijeen. Het grijporgaan 14 wordt in de bovenste stand gezet met behulp van een motoraandrijving 16 en staalkabel 20 die langs een katrolgeleiding 15 wordt geleid. Daarna wordt het hulpframe 4 onder aandrijving van een hydraulische cilinder (niet getoond) verplaatst naar de opvangbak 9, die zich in de bovenste stand bevindt. Als het hulpframe 4 met het grijporgaan 14 boven de opvangbak 9 is geplaatst, worden de klemmen 17 uiteen bewogen en valt het losgemaakte voer in de opvangbak 9. Vervolgens wordt het hulpframe 4 met het grijporgaan 14 weer teruggeplaatst in de oorspronkelijke positie, waarbij het hulpframe 4 weer over een baal 2 kan worden gezet.
De inrichting 1 is verder voorzien van weegmiddelen, bestaande uit weegstaven bij de zwenkwielen 7 (niet getoond). Hierdoor kan de hoeveelheid losgemaakt voer in de opvangbak 9 en tussen de klemmen 17 van het grijporgaan 14 nauwkeurig worden gewogen. De besturingseenheid kan worden geprogrammeerd om de gewogen hoeveelheid losgemaakt voer in de inrichting 1 continu te vergelijken met een vooraf ingevoerde waarde van de benodigde hoeveelheid voer. Zodra de gewenste hoeveelheid is verzameld kan de besturingseenheid het grijporgaan 14 in de ruststand plaatsen.
Om de opvangbak 9 te legen kan de inrichting 1 naar de menger 12 worden gereden en/of de menger 12 kan worden verplaatst naar de inrichting 1. De opvangbak 9 kan dan vanuit de hoogste stand worden gekanteld in de afvoerstand, waarbij het voer vanuit de opvangbak 9 wordt gedeponeerd in de menger 12. Indien gewenst kan het voer in de menger 12 worden gemengd met verdere voercomponenten.
Figuur 7 toont een alternatieve uitvoeringsvorm, waarbij de opvangbak 9 met een scharniertlens 35 is verbonden aan een verticale hydraulische cilinder 39, die de opvangbak 9 kan bewegen tussen een opvangstand A (getoond in getrokken lijn) en een hoge stand B (getoond in stippellijn). In de hoge stand B kan de opvangbak 9 over een baal of blok worden gereden, zodat de inrichting als geheel verder over een rij balen heen geplaatst kan worden. Vanuit de lage opvangstand A kan de opvangbak 9 gekanteld met behulp van een schematisch weergegeven tweede cilinder 40 worden naar een los-stand C, eveneens getoond in stippellijn. In deze stand wordt de opvangbak leeg gekiept, bijvoorbeeld in een menger of mengrobot 12.
Aan de onderzijde is de opvangbak 9 voorzien van een nok of richel 41. Een kantelbare borg 42 haakt achter de richel 41 om te voorkomen dat de opvangbak 9 onbedoeld kiept. Met behulp van een schematisch weergegeven derde cilinder 43 kan de borg 42 opzij worden gekanteld en kan vervolgens de opvangbak 9 worden gekiept.
Figuur 8 toont schematisch in bovenaanzicht een voerkeuken 45 waarin een inrichting 1 is geplaatst. In de voerkeuken 45 staan rijen balen of blokken 2 van verschillende types, zowel rondbalen als rechthoekige balen of blokken. De inrichting 1 is verbonden aan een stroomkabel 46 die automatisch rolbaar is en zwenkbaar is bevestigd aan een ophangvoorziening. Een menger 12 is verplaatsbaar aan een railgeleiding 47 of is verrijdbaar over de vloer. De inrichting 1 is geplaatst over een voorste baal 2 van de middelste rij rechthoekige balen of blokken.
Verschillende soorten voer worden losgesneden van verschillende balen of blokken en worden afgewogen en in de opvangbak 9 van de inrichting 1 verzameld totdat de opvangbak 9 een volledig voedermengsel van gewenste samenstelling bevat. Daarna wordt de inrichting 1 gereden naar een station waar de samenstelling in de menger 12 wordt gestort. Indien de menger 12 nog niet is teruggekeerd van een eerdere voergang, blijft de inrichting 1 wachten op terugkeer van de menger 12.
Figuren 9 en 10 tonen een alternatieve uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding. De uitvoeringsvorm is gelijk aan de uitvoeringsvorm van Figuur 5, met het verschil dat de klemmen 17B aan weerszijden voorzien zijn van zijwanden 48 die elk zijn voorzien van een snijrand 49. De snijranden 49 verbinden de uiterste punten van de J-vormige klemmen 17B. Hiermee kunnen de klemmen 17B zelf door het voer snijden en zijn er geen afzonderlijke cirkelzagen of andere losmaakmiddelen meer nodig. De snijranden 49 zijn gekromd zodat ze elkaar enigszins overlappen in de gesloten stand van de klemmen 17B. De snijdranden kunnen bijvoorbeeld gekarteld of gegolfd zijn om te voorkomen dat het gewas langs de snijranden 49 naar beneden glijdt.
Figuur 11 toont schematisch de inrichting 1 van Figuur 1 waarbij een bak of container 51 zich in de voeropneemruimte 13 bevindt onder de klemmen 17 van het hulpframe 4. De bak 51 is gevuld met los gewas 52. De klemmen 17 kunnen omlaag worden bewogen om het losse gewas te grijpen en op te tillen. Het hulpframe 4 kan vervolgens in het frame 3 naar de opvangbak worden verplaatst. Vervolgens kunnen de klemmen 17 het verzamelde losse gewas deponeren in de opvangbak 9.
Figuur 12 toont een verdere variant waarbij de klemmen 17C zijn voorzien van zijwanden 48C die aan hun vrije rand zijn voorzien van een mes 55. Via een krukas-overbrenging 56 of onder aandrijving, bijvoorbeeld van een hydraulische cilinder, wordt het mes 55 langs de rand van de zijwand 48C van de klem 17C via een geleiding 54 op en neer bewogen tijdens het scharnieren van de klem 17C. Hierdoor wordt het voer makkelijker los gesneden. Ook de snijrand van de voetplaat 19C kan van een dergelijk heen en weer gaand mes worden voorzien.
Ook omvat de inrichting uitstootplaten 57, die in hoofdzaak haaks staan op de rugplaat 18C van de klem. De uitstootplaten 57 zijn bevestigd aan het hulpframe 4C. De rugplaat 18C van de klem omvat sleuven (niet getoond) waar de uitstootplaten doorheen steken. Wanneer de klem 17C heen en weer wordt bewogen schuiven de uitstootplaten 57 via de sleuven in het inwendige van de klem 17. Bij het lossen van voer in de opvangbak wordt het voer aldus door de uitstootplaten uitgestoten.
Claims (19)
1. Inrichting (1) voor het verwerken van veevoer (2) omvattende: - een hoofdframe (3) met een voeropneemruimte (13); - een opvangbak (9) ondersteund door het hoofdframe; - een hulpframe (4), dat langs een geleiding (6) op het hoofdframe horizontaal verplaatsbaar tussen een eerste positie waarin het hulpframe over de voeropneemruimte is geplaatst, en een tweede positie boven de opvangbak; - een grijporgaan (14) dat langs een geleiding (8) in het hulpframe verticaal bewogen kan worden.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de opvangbak (9) vanuit een opvangstand verplaatst, bijvoorbeeld gekanteld, kan worden naar een afvoerstand voor het afvoeren van voer.
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de opvangbak (9) via een verticale geleiding (8) verticaal kan worden bewogen tussen een onderste stand en een bovenste stand, waarbij de opvangbak in de bovenste stand kan worden gekanteld naar de afvoerstand.
4. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het grijporgaan klemmen (17) omvat, zoals L-vormige of J-vormige klemmen, die elk zijn voorzien van een voetplaat (19) met een snijrand (21) voor het lossnijden van een horizontale bovenlaag van de baal, waarbij de klemmen bewogen kunnen worden tussen een ruststand waarbij het grijporgaan over een baal, een blok of een hoeveelheid los gewas heen geplaatst kan worden, en een grijpstand.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de klemmen (17B) een L-vormige of J-vormige dwarsdoorsnede hebben en zijn voorzien van zijwanden (48) met een snijkant (49) die de uiterste punten van de L- of J-vorm met elkaar verbindt.
6. Inrichting volgens conclusie 4 of 5, waarbij de klemmen messen (55) omvatten die zich uitstrekken langs de snijranden van de zijwanden (48C) en/of van de voetplaat (19C) en die via een geleiding (54) op en neer, resp. heen en weer beweegbaar zijn in een richting parallel aan de snijrand gedurende beweging van de klemmen (17C) tussen de ruststand en de grijpstand.
7. Inrichting volgens conclusie 4, 5 of 6, waarbij de klemmen (17C) zijn voorzien van sleuven voor het ontvangen van uitstootplaten (57) die aan het hulpframe (4C) zijn bevestigd en zich uitstrekken in een richting parallel aan de bewegingsrichting van de klemmen tussen de ruststand en de grijpstand.
8. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies 4-7, waarbij de beweging van de klemmen wordt geleid langs een geleiding zodanig dat de klemmen aan de onderzijde langs een in hoofdzaak rechte lijn bewegen.
9. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies 4-8, waarbij het grijporgaan (14) twee tegenover elkaar geplaatste rijen klemmen (17) omvat.
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de klemmen (17) afzonderlijk zijn gekoppeld aan een aandrijving voor het bewegen tussen de ruststand en de grijpstand.
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10, waarbij het grijporgaan (14) losmaakmiddelen (24) omvat voor het losmaken van de losgesneden bovenlaag.
12. Inrichting volgens conclusie 11, waarbij de losmaakmiddelen bestaan uit evenwijdige zagen (24).
13. Inrichting volgens conclusie 12, waarbij de zagen (24) tussen de klemmen (17) verplaatst kunnen worden.
14. Inrichting volgens conclusie 12 of 13, waarbij de zagen cirkelzagen (24) omvatten, die via een geleiding (31, 33) kunnen worden verplaatst, bijvoorbeeld langs een in hoofdzaak rechte, horizontale lijn.
15. Inrichting volgens conclusie 14, waarbij de cirkelzagen (24) roteren om een zaag-as (27) die is gekoppeld aan een drijfstang (28), waarbij een bovenste uiteinde van de drijfstang scharniert om een bovenste as (32) die langs een verticale geleiding (33) op en neer beweegbaar is, en waarbij een geleidingselement (29) van de drijfstang tussen de bovenste as en de zaag-as via een tweede geleiding (31) heen en weer beweegbaar is tussen twee op een horizontale lijn gelegen uiterste punten, waarbij de tweede geleiding zodanig is gekromd dat de cirkelzagen (24) langs een rechte lijn heen en weer beweegbaar zijn.
16. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het frame (3) is voorzien van een of meer weegmiddelen.
17. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het frame is voorzien van wielen, zoals zwenkwielen (7).
18. Inrichting volgens conclusie 17, waarbij een of meer van de wielen (7) zijn voorzien van een of meer weegstaven.
19. Inrichting volgens conclusie 17 of 18, waarbij een of meer wielen (7) zijn voorzien van een aandrijving.
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010541A NL2010541C2 (nl) | 2013-03-28 | 2013-03-28 | Inrichting voor het verwerken van veevoer. |
| NL2011357A NL2011357C2 (nl) | 2013-03-28 | 2013-08-29 | Inrichting voor het verwerken van veevoer. |
| EP14187355.4A EP2820942B1 (en) | 2013-03-28 | 2014-03-28 | Grabber for separating feed for livestock |
| EP14162382.7A EP2783567B8 (en) | 2013-03-28 | 2014-03-28 | Device for processing fodder |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010541 | 2013-03-28 | ||
| NL2010541A NL2010541C2 (nl) | 2013-03-28 | 2013-03-28 | Inrichting voor het verwerken van veevoer. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2010541C2 true NL2010541C2 (nl) | 2014-09-30 |
Family
ID=48670730
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2010541A NL2010541C2 (nl) | 2013-03-28 | 2013-03-28 | Inrichting voor het verwerken van veevoer. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2010541C2 (nl) |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2611648A1 (de) * | 1976-03-19 | 1977-09-22 | Max Hagmeyer | Entnahmevorrichtung fuer gaerfutter aus hochsilobehaeltern |
| DE4327864A1 (de) * | 1993-08-19 | 1995-02-23 | Von Der Thomas Saal | Mischgreifer für Kompostierungsanlagen |
| DE4335504A1 (de) * | 1993-10-19 | 1995-04-20 | Ernst Reck | Vorrichtung zur Veränderung der Zinkenanzahl eines Greifers an einem Materialkran für landwirtschaftliche Zwecke zur Anpassung der Zinkenabstände an das zu transportierende Gut |
| WO2008097080A1 (en) * | 2007-02-06 | 2008-08-14 | Maasland N.V. | Feed wagon for feeding animals such as cows |
| WO2008118005A1 (en) * | 2007-03-26 | 2008-10-02 | Maasland N.V. | Assembly of a milking robot with a milking robot feeding place, and a device for gripping and displacing material |
| EP2191714A1 (en) * | 2008-11-26 | 2010-06-02 | Lely Patent N.V. | Feed displacement device and an assembly therewith |
-
2013
- 2013-03-28 NL NL2010541A patent/NL2010541C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2611648A1 (de) * | 1976-03-19 | 1977-09-22 | Max Hagmeyer | Entnahmevorrichtung fuer gaerfutter aus hochsilobehaeltern |
| DE4327864A1 (de) * | 1993-08-19 | 1995-02-23 | Von Der Thomas Saal | Mischgreifer für Kompostierungsanlagen |
| DE4335504A1 (de) * | 1993-10-19 | 1995-04-20 | Ernst Reck | Vorrichtung zur Veränderung der Zinkenanzahl eines Greifers an einem Materialkran für landwirtschaftliche Zwecke zur Anpassung der Zinkenabstände an das zu transportierende Gut |
| WO2008097080A1 (en) * | 2007-02-06 | 2008-08-14 | Maasland N.V. | Feed wagon for feeding animals such as cows |
| WO2008118005A1 (en) * | 2007-03-26 | 2008-10-02 | Maasland N.V. | Assembly of a milking robot with a milking robot feeding place, and a device for gripping and displacing material |
| EP2191714A1 (en) * | 2008-11-26 | 2010-06-02 | Lely Patent N.V. | Feed displacement device and an assembly therewith |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2009261C2 (nl) | Verwerking van blokken of balen voer. | |
| NL2011357C2 (nl) | Inrichting voor het verwerken van veevoer. | |
| NL2011241C2 (nl) | Inrichting voor het losmaken van veevoer. | |
| NL2001757C2 (nl) | Inrichting voor het losmaken en mengen van voer voor vee. | |
| NL2010541C2 (nl) | Inrichting voor het verwerken van veevoer. | |
| HU194008B (en) | Apparatus for getting silo fodder, ensilage, straw or similar produce from silo and emptying into loading space of spreading carriage | |
| NL1028732C2 (nl) | Inrichting voor het uithalen en verwerken van ruwvoer voor vee. | |
| CS207359B2 (en) | Facility for separating the sappy fodder,for lifting the separated block of fooder and for transport thereof for the desired place | |
| NO312392B1 (no) | Fremgangsmåte ved håndtering av produkter i form av n¶ringsmiddelstykker og system for bruk ved en gjennomföring avfremgangsmåten | |
| NL1004809C2 (nl) | Verkleiningsinrichting met kantelbaar beladingsmechanisme. | |
| US4037740A (en) | Stack feeding apparatus | |
| JP4257457B2 (ja) | 葉茎収穫機 | |
| NL1011279C2 (nl) | Voermenginrichting met beladingsmechanisme. | |
| WO2020153858A1 (en) | Device for extracting feed | |
| EP0046718B1 (fr) | Remorque dessileuse mélangeuse distributrice | |
| BE1025447B1 (nl) | Verbeterde meng- en verdeelinrichting voor veevoeder | |
| EP2997815A1 (en) | Apparatus for loading fibrous products | |
| BE1022085B1 (nl) | Laadinrichting en zelfladende voermengwagen omvattende deze laadinrichting | |
| NL2012724B1 (nl) | Inrichting voor het losmaken van veevoer. | |
| NL1021945C2 (nl) | Inrichting voor het aanbrengen van een laag dekmateriaal op de aarde, alsmede verwijderinrichting voor het verwijderen van verpakkingsmateriaal van een baal dekmateriaal, zoals stro. | |
| NL1010632C1 (nl) | Verkleiningsinrichting met kantelbaar beladingsmechanisme. | |
| BE1022815B1 (nl) | Inrichting, samenstel en werkwijze voor het voederen van dieren | |
| WO2025122020A1 (en) | Autonomous feed preparation vehicle and feed preparation system with the use of the autonomous feed preparation vehicle | |
| GB2111375A (en) | Apparatus for unloading silage from a bunker silo | |
| NL9402177A (nl) | Inrichting voor het affrezen en verdelen van een silageblok op het voederplateau. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD | Change of ownership |
Owner name: TRIOLIET HOLDING B.V.; NL Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: CORNELIS HENDRICUS LIET Effective date: 20171012 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20190401 |