NL2009794C2 - Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen. - Google Patents
Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2009794C2 NL2009794C2 NL2009794A NL2009794A NL2009794C2 NL 2009794 C2 NL2009794 C2 NL 2009794C2 NL 2009794 A NL2009794 A NL 2009794A NL 2009794 A NL2009794 A NL 2009794A NL 2009794 C2 NL2009794 C2 NL 2009794C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- substrate
- water
- reservoir
- panel
- growth device
- Prior art date
Links
- 230000012010 growth Effects 0.000 title claims abstract description 34
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims abstract description 153
- 239000000758 substrate Substances 0.000 claims abstract description 104
- 238000005276 aerator Methods 0.000 claims description 13
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 3
- 238000009736 wetting Methods 0.000 claims description 3
- 238000004891 communication Methods 0.000 abstract description 4
- 241000196324 Embryophyta Species 0.000 description 27
- 238000005273 aeration Methods 0.000 description 8
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 7
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 7
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 7
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 5
- 239000000463 material Substances 0.000 description 4
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 3
- 238000010422 painting Methods 0.000 description 3
- 238000005086 pumping Methods 0.000 description 3
- 239000000725 suspension Substances 0.000 description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 239000001963 growth medium Substances 0.000 description 2
- 239000011490 mineral wool Substances 0.000 description 2
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 2
- 244000223760 Cinnamomum zeylanicum Species 0.000 description 1
- 235000013162 Cocos nucifera Nutrition 0.000 description 1
- 244000060011 Cocos nucifera Species 0.000 description 1
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 1
- 239000011230 binding agent Substances 0.000 description 1
- 235000017803 cinnamon Nutrition 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000007667 floating Methods 0.000 description 1
- 239000003365 glass fiber Substances 0.000 description 1
- 239000003292 glue Substances 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 1
- 239000003415 peat Substances 0.000 description 1
- 230000000149 penetrating effect Effects 0.000 description 1
- 230000008635 plant growth Effects 0.000 description 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 1
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 1
- 230000001502 supplementing effect Effects 0.000 description 1
- 239000008400 supply water Substances 0.000 description 1
- 238000007666 vacuum forming Methods 0.000 description 1
- 239000002023 wood Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G27/00—Self-acting watering devices, e.g. for flower-pots
- A01G27/02—Self-acting watering devices, e.g. for flower-pots having a water reservoir, the main part thereof being located wholly around or directly beside the growth substrate
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G27/00—Self-acting watering devices, e.g. for flower-pots
- A01G27/003—Control of self-acting watering devices
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G31/00—Soilless cultivation, e.g. hydroponics
- A01G31/02—Special apparatus therefor
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/02—Receptacles, e.g. flower-pots or boxes; Glasses for cultivating flowers
- A01G9/022—Pots for vertical horticulture
- A01G9/025—Containers and elements for greening walls
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01F—MIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
- B01F23/00—Mixing according to the phases to be mixed, e.g. dispersing or emulsifying
- B01F23/20—Mixing gases with liquids
- B01F23/23—Mixing gases with liquids by introducing gases into liquid media, e.g. for producing aerated liquids
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02P—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
- Y02P60/00—Technologies relating to agriculture, livestock or agroalimentary industries
- Y02P60/20—Reduction of greenhouse gas [GHG] emissions in agriculture, e.g. CO2
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02P—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
- Y02P60/00—Technologies relating to agriculture, livestock or agroalimentary industries
- Y02P60/20—Reduction of greenhouse gas [GHG] emissions in agriculture, e.g. CO2
- Y02P60/21—Dinitrogen oxide [N2O], e.g. using aquaponics, hydroponics or efficiency measures
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Water Supply & Treatment (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)
- Hydroponics (AREA)
Description
P98783NL00
Titel: Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen
De uitvinding heeft betrekking op een groei-inrichting voor gewas, omvattende een paneelvormige structuur, een in de paneelvormige structuur op genomen substraat voor ontvangst van gewas, althans een deel van het gewas, in het bijzonder ten minste een gewas-worteldeel.
5 Een dergelijke inrichting is op zichzelf uit de stand der techniek bekend. Zo beschrijft het Japanse document JP2006280285 een op te hangen beplantbaar paneel voorzien van beplantbare matten, met een waterdruppelleiding nabij een bovenzijde, en een wateropvang-reservoir onderin. Uit het reservoir kan water door middel van een capillaire plaat 10 omhoog worden gezogen, om in de aangrenzende beplantbare matten te worden verspreid, in het bijzonder via een glasvezel-watertoevoermat. Zoals uit de tekening van het document volgt is het paneel, nabij een bovenzijde, voorzien van een waterdruppelleiding.
De onderhavige uitvinding beoogt een verbeterde groei-inrichting 15 voor gewas. In het bijzonder beoogt de uitvinding een groei-inrichting welke autonoom inzetbaar is, en in het bijzonder de planten gedurende relatief lange tijd van voldoende water kan voorzien, waarbij de inrichting bij voorkeur een verticaal of schuin begroeid oppervlak kan bieden.
Volgens een aspect van de onderhavige uitvinding wordt een groei-20 inrichting hiertoe gekenmerkt door de maatregelen van conclusie 1.
In het bijzonder omvat de groei-inrichting voor gewas een paneelvormige structuur, een in de paneelvormige structuur op genomen substraat voor ontvangst van gewas, ten minste een in de paneelvormge structuur opgenomen waterreservoir (in het bijzonder gescheiden van het 25 substraat), verbindingsmiddelen om het waterreservoir in verbinding te brengen met het substraat voor bevochtiging van het substraat, waarbij het 2 waterreservoir zich in hoofdzaak boven een onderzijde van het substraat uitstrekt bij een verticale gebruiksstand van de groei-inrichting.
Op deze manier kan de groei-inrichting een relatief groot, in het bijzonder relatief volumineus waterreservoir bevatten, om een relatief grote 5 waterhoeveelheid te kunnen houden. Aldus is voldoende water beschikbaar om planten tijdens gebruik, gedurende relatief lange periode, te bevochtigen. In het bijzonder kan de uitvinding zo een als “plantschilderij” gevormde inrichting bieden, of een “plantcassette”.
De verbindingsmiddelen kunnen op verschillende manieren zijn 10 uitgevoerd, en zijn in het bijzonder ingericht om een waterleverende verbinding tussen een inhoud van het reservoir enerzijds en het substraat anderzijds te bewerkstelligen (ten behoeve van wateroverdracht aan het substraat).
Volgens een nadere uitwerking kunnen de verbindingsmiddelen 15 een zich in hoofdzaak onder het substraat uitstrekkende bodemreservoir omvatten. De verbindingsmiddelen kunnen bijvoorbeeld zijn voorzien van klepmiddelen om waterdoorstroming te regelen.
Voorts kan de paneelvormige structuur om verschillende manieren zijn uitgevoerd, en bijvoorbeeld zijn voorzien van een het substraat en het 20 waterreservoir omgevend raamwerk.
De paneelvormige structuur is in het bijzonder voorzien van een zich achter het substraat uitstrekkende steunmiddelen, bijvoorbeeld een achterwand of tussenwand. Daarnaast kan bijvoorbeeld een zich voor het substraat uitstrekkende afdekking zijn voorzien, bijvoorbeeld een voorwand 25 welke een aantal openingen kan omvatten om de planten door te leiden.
Het substraat als zodanig kan op verschillende manieren zijn uitgevoerd. Bij voorkeur is het substaat paneelvormig uitgevoerd, bijvoorbeeld als een enkel paneel of een aantal paneeldelen, als een groeimat of dergelijke.
3
Volgens een nadere uitwerking kan een hoogte van het waterreservoir bijvoorbeeld ten minste gelijk zijn aan een halve hoogte van het substraat.
Volgens een extra voordelige uitwerking kan het waterreservoir 5 zich ten minste deels of deels boven een bovenzijde van het substraat uitstrekt bij een verticale gebruiksstand van de groei-inrichting.
In het bijzonder kan het substraat zijn voorzien van een aantal op afstand van elkaar gepositioneerde openingen, elk bijvoorbeeld met een breedte van ten minste 3 cm, voor ontvangst van gewas. Dergelijke 10 openingen kunnen bijvoorbeeld reeds bij verkoop of levering van de inrichting in het substraat zijn voorzien, of daarna door een eindgebruiker in het substraat worden aangebracht.
Het substraat kan bijvoorbeeld reeds tijdens levering of verkoop in de paneelvormige structuur aanwezig zijn, of achteraf in de paneelvormige 15 structuur worden aangebracht. De paneelvormige structuur kan bijvoorbeeld verschillende, losneembare structuurdelen omvatten, zodanig dat de structuur kan worden geopend om interne holte bereikbaar te maken voor het in de structuur plaatsen van het substraat.
Het substraat (ook wel kerndeel genoemd) kan bijvoorbeeld ten 20 minste grotendeels een groeimedium, geschikt voor de groei van planten, omvatten of daaruit zijn gevormd. In het bijzonder kan het substraat een hydrofiel substraat zijn, en bijvoorbeeld capillaire eigenschappen hebben ten behoeve van het vanuit een omgeving aanzuigen en vasthouden van water.
Het substraat kan bijvoorbeeld zijn vervaardigd uit steenwol met 25 hydrofiele eigenschappen. In een andere uitvoeringsvorm kan het substraat zijn vervaardigd uit steenwol met water retentie eigenschappen. In een andere uitvoeringsvorm kan substraat bijvoorbeeld aarde, turf, oase, cocos of een ander groeimedium omvatten. Bovendien kunnen mengsel van groeimedia zijn voorzien in een of als substraat.
4
Verder verschaft een aspect van de uitvinding een reeks, bijvoorbeeld een stapel, omvattende een aantal groei-inrichtingen volgens de uitvinding, waarbij de inrichtingen in het bijzonder met boven- en onderzijden op elkaar zijn gestapeld, en/of bijvoorbeeld met langszijden 5 tegen elkaar zijn geplaatst. Op deze manier kan een relatief groot oppervlak, bijvoorbeeld een verticaal of schuin oppervlak, van begroeiing worden voorzien.
Nadere uitwerkingen van de uitvinding zijn beschreven in de volgconclusies. De uitvinding zal thans nadere worden toegelicht aan de 10 hand van een uitvoeringsvoorbeeld en de tekening. Daarin toont:
Figuur 1 een deels opengewerkt vooraanzicht van een uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding, bij een verticale gebruiksstand;
Figuur 2 een opengewerkt achteraanzicht van het in Fig. 1 getoonde uitvoeringsvoorbeeld van de uivinding; 15 Figuur 3 een zijaanzicht van het in Fig. 1 getoonde voorbeeld;
Figuur 4 een dwarsdoorsnede over lijn IV-IV van Fig. 1;
Figuur 5 een reeks groei-inrichtingen, in een verticale stand; en
Figuur 6 toont een opengewerkte perspectief tekening van een deel van een nader uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding.
20 Gelijke of overeenkomstige maatregelen worden in deze aanvrage met gelijke of overeenkomstige verwijzingstekens aangeduid.
Figuren 1-4 tonen een niet-limitatief voorbeeld van een groei-inrichting K voor gewas, omvattende een paneelvormige structuur 1, een in de paneelvormige structuur 1 opgenomen substraat 2 voor ontvangst van 25 gewas 3, ten minste een in de paneelvormige structuur 1 opgenomen hoofdwaterreservoir 4, verbindingsmiddelen 6 om het waterreservoir in verbinding te brengen met het substraat 2 voor bevochtiging van het substraat 2. In het bijzonder omvat of bepaalt de paneelvormige structuur 1 een holte waarin het substraat 2 is op genomen.
5
Bij voorkeur strekt dat het waterreservoir 4 zich in hoofdzaak uit boven een onderzijde B van het substraat 2 bij een verticale gebruiksstand van de groei-inrichting K, zoals in de onderhavige uitvoeringsvoorbeelden. Het hoofd-waterreservoir 4 is in de voorbeelden volledig gescheiden van het 5 substraat 2. De verbindingsmiddelen kunnen een bijzonder goed gecontroleerde waterafgifte bewerkstelligen.
De paneelvormige structuur 1 als zodanig kan op verschillende manieren zijn uitgevoerd, en diverse vormen omvatten, gezien in vooraanzicht, bijvoorbeeld veelhoekig, vierkant, rechthoekig (zoals in het 10 onderhavige voorbeeld, met vier zich haaks ten opzichte van elkaar uitstrekkende, gesloten buitenwanden la, lb, lc), rond of afgerond, ellipsvormig of anderszins. Het voorbeeld is symmetrisch uitgevoerd, in het bijzonder spiegelsymmetrisch ten opzichte van een centraal verticaal middenvlak, maar dat is niet noodzakelijk 15 Bij voorkeur is de paneelvormige structuur 1 relatief slank uitgevoerd, met een dikte D, gemeten tussen een voor- en achterzijde, die ten minste een factor vijf kleiner is, en bij voorkeur ten minste een factor tien kleiner, dan een verticale hoogte H en horizontale breedte W van de structuur (gemeten bij een in Fig. 1-4 getoonde verticale gebruikstoestand). 20 De structuur 1 kan verschillende afmetingen hebben, bijvoorbeeld met een voordelige minimale breedte W van 20 cm, bijvoorbeeld een breedte W van ten minste 30, 50 of 100 cm (bijvoorbeeld 1,1 meter). De structuur 1 kan bijvoorbeeld met een voordelige minimale hoogte H van 20 cm, bijvoorbeeld een hoogte H van ten minste 30, 50 of 100 cm (bijvoorbeeld 0,7 meter). Een 25 maximale dikte D van de structuur 1 kan bijvoorbeeld 10 cm bedragen (bijvoorbeeld een dikte van 9 cm), of een andere dikte, hetgeen bijvoorbeeld van genoemde hoogte en breedte kan afhangen.
De paneelvormige structuur 1 kan zijn voorzien van een het substraat en het waterreservoir omgevend raamwerk, zoals in het 30 uitvoeringsvoorbeeld. In het bijzonder kan de structuur 1 zijn ingericht om 6 een door de structuur 1 bepaalde binnenruimte, welke het reservoir en het substraat bevat, in hoofdzaak hermetisch van een omgeving af te sluiten, bijvoorbeeld om binnendringen van regenwater en dergelijke tegen te gaan. Zoals uit de tekening en het onderstaande volgt, kan de structuur 1 5 bijvoorbeeld wel zijn voorzien van een aantal openingen voor de planten 3, en een opening voor het bijvullen met water, en een optionele waterafvoer. Optioneel kan een bovendeel van de inrichting zijn voorzien van een beluchter, bijvoorbeeld een al dan niet door een klep afsluitbare beluchtingsopening, om het waterreservoir 4 bovenin te beluchten (om 10 vacuümvorming tegen te gaan). Een dergelijke beluchter kan bijvoorbeeld in een bovenwand, achterwand, voorwand of zijwand van de inrichting zijn aangebracht, en/of een met een omgeving van de inrichting in luchtverbinding gebracht beluchtingskanaal of beluchtingsslang omvatten, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn. De beluchter kan bijvoorbeeld in de 15 inrichting zijn geïntegreerd. Volgens een nadere uitwerking kan een dergelijke beluchter zijn ingericht om de waterdoorstroming (van het reservoir naar het substraat) te regelen. Volgens een nadere uitwerking kan de beluchter een luchtkanaal of luchtslang omvatten, waarvan een luchtingang zich bijvoorbeeld in een door een hoofdreservoir bij te vullen 20 bodemreservoir uitmondt, en bijvoorbeeld met een zich in een bovendeel van het hoofdreservoir uitmondende luchtuitgang.
In het bijzonder biedt de paneelvormige structuur 1 verschillende, van elkaar gescheiden binnenruimtes, te weten ten minst een of meer binnenruimtes voor het houden van genoemd substraat 2, alsmede een of 25 meer binnenruimtes voor het houden van water (i.e. waterreservoir 4).
Zoals reeds is genoemd kan het substraat 2 als zodanig op verschillende manieren zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld paneelvormig, bijvoorbeeld als een enkel paneel of een aantal paneeldelen, als een groeimat of dergelijke, of uit samengeperste substraatdelen, door een 30 bindmiddel bij elkaar gehouden substraatdelen, of anderszins.
7
De paneelvormige structuur 1 kan zijn voorzien van een hermetisch afgesloten bovenzijde, welke door een bovenwand la wordt bepaald. De paneelvormige structuur 1 kan zijn voorzien van een hermetisch afgesloten onderzijde, welke door een bodemwand lc wordt 5 bepaald. In het voorbeeld zijn de bovenzijde en onderzijde van de structuur van elkaar afgekeerd.
De onderhavige paneelvormige structuur 1 is voorzien van een van elkaar afgekeerde boven- en onderzijde, en omvat in het bijzonder twee zich tussen de bovenzijde en onderzijde uitstrekkende zijwanden lb, welke in dit 10 voorbeeld evenwijdig aan elkaar zijn. De zijwanden lb zijn elk hermetisch gesloten, i.e., laten geen water door.
Verder is de paneelvormige structuur 1 voorzien van een achterwand le en een voorwand ld, welke een achterzijde en voorzijde van de inrichting bepalen. De achterwand le kan de achterzijde volledig, 15 waterdicht, afsluiten. De achterwand le kan bijvoorbeeld contact maken met een achterzijde van het substraat 2, om het substraat te steunen. Alternatief kan een luchtspleet 7 zijn voorzien tussen de achterzijde van het substraat 2 en een naar die zijde toegekeerde binnenzijde van de achterwand le (zie Fig. 4). Optioneel is de achterwand 2e niet hermetisch 20 gesloten, maar bijvoorbeeld in een zich tegenover het substraat 2 uitstrekkend wanddeel voorzien van een of meer beluchtingsopeningen, voor beluchting van het substraat 2.
Alternatief kan bijvoorbeeld een tussenwand zijn aangebracht tussen de luchtspleet 7 en een achterzijde van het substraat. In dat geval 25 kan die tussenwand bijvoorbeeld hermetisch zijn gesloten, waarbij de spleet 7 bijvoorbeeld om een extra waterreservoir in de constructie 1 kan vormen, welk extra waterreservoir zich achter het substraat uitstrekt en bijvoorbeeld met een genoemd hoofdreservoir 4 in waterverbinding kan staan ten behoeve van vergroting van de watercapaciteit.
8
De voorwand ld (in Fig. 1 opengewerkt getoond) kan zijn voorzien van openingen lf om planten 3 die in of vanuit het substraat 2 groeien, naar een omgeving door te laten. Dergelijke openingen lf kunnen verschillende afmetingen hebben, bijvoorbeeld met een breedte (bijv. diameter bij 5 cirkelvormige openingen) van ten minste 3 cm of een andere breedte.
Daarnaast kan de paneelvormige structuur 1 zijn voorzien van een aantal binnenwanden lg, lh, li, om een of meer binnenruimten te bepalen voor het reservoir 4. Dergelijke een of meer binnenruimten zijn in het bijzonder door de binnenwanden van het substraat 2 gescheiden, zodat zich 10 in de binnenruimte bevindend water niet direct naar het substraat kan worden gevoerd. Een geleidelijke waterafgifte kan in het bijzonder worden bereikt door genoemde verbindingsmiddelen 6 (hieronder nader besproken).
In het voorbeeld is voorzien zich tegenover de genoemde zijwanden lb, en op afstand daarvan, uitstrekkende eerste binnenwanden of 15 tussenschotten lh, om daartussen eerste (in hoofdzaak verticale) hoofdreservoirdelen 4a te bepalen. Een afstand tussen naar elkaar toe gekeerde zijden van een eerste binnenwand lh en zijwand lb (i.e. een breedte van een respectief reservoirdeel 4a) kan bijvoorbeeld groter zijn dan 1 cm, in het bijzonder groter dan 2 cm, bijvoorbeeld groter dan 4 of 5 cm. In 20 een nadere uitwerking kan de afstand tussen de naar elkaar toe gekeerde zijden van de eerste binnenwand lh en zijwand lb bijvoorbeeld maximaal 10 cm bedragen, maar dat is niet noodzakelijk. Een volume van elk eerste hoofdreservoirdeel la kan bijvoorbeeld groter zijn dan 0,5 liter, en bijvoorbeeld ten minste 1 liter bedragen, in het bijzonder ten minste twee 25 liter.
De eerste binnenwanden lh zijn hermetisch gesloten, i.e. waterdicht. De eerste binnenwanden lh zijn in hoofdzaak evenwijdig aan de tegenoverliggende buitenwanden lb, maar dat is niet noodzakelijk. De eerste binnenwanden zijn in het bijzonder waterdicht aan de voorwand ld 30 en achterwand le verbonden, om lekkage van water te voorkomen. Zoals uit 9 de tekening volgt vormen de eerste binnenwanden lh een eerste afscheiding tussen het substraat 2 en het hoofd-waterreservoir 4. Opgemerkt wordt dat alternatief bijvoorbeeld slechts één eerste (in hoofdzaak verticaal) hoofdreservoirdeel 4a kan zijn voorzien, en slechts één eerste binnenwand 5 lh om dat reservoirdeel 4a van het substraat te scheiden.
Aldus kan de paneelvormige structuur 1 twee in hoofdzaak verticale kolommen leveren, te weten twee i hoofdzaak eerste hoofdwaterreservoirdelen 4a, welke zich in hoofdzaak langs van elkaar afgekeerde zijden van het in de structuur 1 aangebracht substraat 2 10 uitstrekken, en daarvan zijn gescheiden door de tussenwanden lh. Op deze manier kan de paneelvormige structuur compact worden uitgevoerd, en toch een relatief grote hoeveelheid water bevatten.
Het voorbeeld omvat tweede binnenwanden li welke de twee eerste (verticale) hoofdreservoirdelen 4a aan de onderzijde begrenzen en afsluiten. 15 De tweede binnenwanden li strekken zich uit tussen de eerste binnenwanden lh en respectieve laterale buitenwanden lb, en in dit voorbeeld in hoofdzaak haaks daartussen. De tweede binnenwanden li zijn in het bijzonder waterdicht aan de voorwand ld, achterwand le, respectieve zijwanden lb en eerste binnenwanden lh verbonden, om lekkage van water 20 te voorkomen.
Vanzelfsprekend kan slechts één tweede binnenwand li zijn voorzien indien slechts één reservoirdeel 4a aanwezig is. In dit uitvoeringsvoorbeeld is elke tweede binnenwand li voorzien van een door een klep 6c afgesloten doorgang 6d.
25 Het substraat 2 kan optioneel zijn voorzien van een aantal op afstand van elkaar gepositioneerde openingen 2a, elk bijvoorbeeld met een breedte (bijv. diameter bij cirkelvormige openingen) van ten minste 3 cm of een andere breedte, voor ontvangst van gewas, bijvoorbeeld worteldelen van het gewas en/of andere gewasdelen. Dergelijke substraatopeningen 2a 10 kunnen zich achter zich in de voorwand aangebrachte plantdoorgangen lf bevinden, zoals in het voorbeeld.
Volgens een nadere uitwerking kunnen de hoofdwaterreservoirdelen 4a via een waterdoorlaat aan elkaar zijn 5 gekoppeld, in het bijzonder zodanig dat de beide delen 4a via een enkele wattertoevoerhandeling kunnen worden gevuld.
In het voorbeeld is voorzien in een tweede hoofdwaterreservoirdeel 4b, dat op zichzelf extra capaciteit biedt om water te houden. Het tweede hoofdwaterreservoirdeel 4b kan een genoemde waterdoorlaat tussen de 10 eerste hoofdwaterreservoirdelen 4a vormen, zoals in het voorbeeld. In het voorbeeld bevindt het tweede hoofdwaterreservoirdeel 4b zich volledig boven de door het substraat 2 gevulde binnenruimte van de paneelvormige structuur 1.
Zoals uit de tekening in het bijzonder volgt, is de paneelvormige 15 structuur 1 van het onderhavige uitvoeringsvoorbeeld voorzien van een derde binnenwand lg, welke zich tegenover de bovenwand la uitstrekt, op afstand daarvan (en in het bijzonder in hoofdzaak evenwijdig aan de bovenwand la), en tussen de twee eerste binnenwanden lh.
Een afstand tussen naar elkaar toe gekeerde zijden van de derde 20 binnenwand lg en de bovenwand la (i.e. een hoogte van een respectief tweede reservoirdeel 4b) kan bijvoorbeeld groter zijn dan 1 cm, in het bijzonder groter dan 2 cm, bijvoorbeeld groter dan 4 of 5 cm. In een nadere uitwerking kan de afstand tussen de naar elkaar toe gekeerde zijden van de derde binnenwand lg en bovenwand la bijvoorbeeld maximaal 10 cm 25 bedragen, maar dat is niet noodzakelijk. Een volume van elk tweede hoofdreservoirdeel lb kan bijvoorbeeld groter zijn dan 0,5 liter, en bijvoorbeeld ten minste 1 liter bedragen, in het bijzonder ten minste twee liter.
Zo volgt dat het waterreservoir 4 zich ten minste deels of deels 30 (optioneel: geheel) kan uitstrekken boven een bovenzijde T van het 11 substraat 2, bij de verticale gebruiksstand van de groei-inrichting K. Een breedte van het zich boven het substraat 2 uitstrekkende reservoirdeel 4b (gemeten in een richting evenwijdig aan een langsrichting van de bovenwand la, gezien in een vooraanzicht van de inrichting) kan 5 bijvoorbeeld ten minste gelijk zijn aan 50% van de breedte van het substraat (gemeten in dezelfde richting), bijvoorbeeld ten minste 90% van die substraatbreedte, in het bijzonder meer dan 100% van de substraatbreedte (zoals in het voorbeeld), maar dat is niet noodzakelijk.
Volgens een nadere uitwerking kan een hoogte Hl van het 10 waterreservoir 4 is ten minste gelijk zijn aan de helft van een hoogte H2 van het substraat 2 (gemeten bij de verticale stand van het reservoir, i.e. in een richting haaks op de onder- en bovenwand la, lc, of een richting evenwijdig met de laterale wanden lb). Een hoogte Hl van het waterreservoir 4 kan bijvoorbeeld ten minste gelijk zijn aan 75% van de hoogte H2 van het 15 substraat, bijvoorbeeld ten minste 90% van de hoogte H2, maar dat is niet noodzakelijk.
In een alternatieve uitwerking kan de paneelvormige structuur bijvoorbeeld slechts van een dergelijk, zich boven het substraat 2 uitstrekkend hoofdwaterreservoirdeel 4b zijn voorzien (waarbij de 20 scheidingswand lg zich tot aan de zijwanden lb uitstrekt), zonder toepassing van zich (verticaal) langs het substraat uitstrekkende reservoirdelen 4a. In dat geval kan bijvoorbeeld een waterverbinding, bijvoorbeeld een afgesloten kaneel of slang, zijn aangebracht om water van het zich boven het substraat 2 uitstrekkend hoofdwaterreservoirdeel 4b 25 naar genoemde verbindingsmiddelen 6 te voeren.
De diverse wanden la-lg van de paneelvormige structuur 1 kunnen van verschillende materialen zijn vervaardigd, bijvoorbeeld van hout, kunststof, een combinatie van dergelijke materialen en/of andere materialen. Volgens een nadere uitwerking zijn de wanden la-lg onderling 30 waterdicht aan elkaar verbonden. Volgens een uitvoering kunnen twee of 12 meer van de wanden la-lg uit één stuk met elkaar zijn vervaardigd, bijvoorbeeld door middel van kunststof spuitgieten, kunststof vacuümvormen of dergelijke.
Verder kan ten minste een van de wanden losmaakbaar aan een 5 overig deel van de structuur zijn aangebracht, bijvoorbeeld om toegang tot de binnenruimte van de structuur 1 te verkrijgen, bijvoorbeeld voor aanbrengen en/of vervanging van het substraat 2, voor plaatsing van een of meer, een genoemd reservoir leverende waterbakken of dergelijke. De in Fig. 6 getoonde nadere uitwerking K’ is bijvoorbeeld voorzien van een 10 (centraal) voorwanddeel ld’ dat door middel van bedienbare koppelmiddelen 109 (bijvoorbeeld pen/gat-koppelingen, schroefdraadkoppelingen, klemkoppelingen of dergelijke) afneembaar aan een overig deel van de inrichting K’ is gekoppeld.
Zoals genoemd kan de inrichting in het bijzonder zijn uitgevoerd 15 om in een verticale stand te worden gebruikt. De inrichting kan bijvoorbeeld zijn voorzien van middelen om de inrichting aan een verticale wand op te hangen. Dergelijke middelen kunnen bijvoorbeeld een of meer haakmiddelen of ophanghaken 8 omvatten, welke bijvoorbeeld aan de achterwand le kunnen zijn bevestigd, ophangklemmen, een ophangorgaan, 20 bijvoorbeeld draad, en/of op een andere manier zijn uitgevoerd. Daarnaast kan de inrichting bijvoorbeeld in een verticale stand worden gehouden, door de inrichting met de bodemwand lc op een zich daaronder uistrekkende steun te laten rusten. Duidelijk zal zijn dat de inrichting tevens in een hellende toestand kan worden gebruikt, bijvoorbeeld met de voorzijde 25 schuin naar boven of schuin naar beneden gekeerd.
De genoemde verbindingsmiddelen 6, om water vanuit het hoofdreservoir 4 naar het substraat 2 te voeren, omvatten in dit voorbeeld een zich in hoofdzaak onder het substraat uitstrekkende bodemreservoir 6a. Genoemde tweede tussenwanden li vormen afscheidingen tussen dit 30 bodemreservoir 6a en het hoofdwaterreservoir 4. Het bodemreservoir 6a 13 wordt lang een onderzijde begrensd door een binnenzijde van de bodemwand lc van de paneelvormige structuur. Een voor- en achterzijde van het bodemreservoir 6a worden ingesloten tussen naar elkaar toegekeerde binnenzijden van de voorwand ld en achterwand le van de paneelvormige 5 structuur 1. Verder wordt het bodemreservoir 6a aan weerszijden begrensd door onderste delen van de zijwanden 6b (zie Fig. 2), welke zich tussen de tweede binnenwanden li en bodemwand lc uitstrekken.
In het bijzonder maakt een naar de inrichtingsbodem lc toegekeerde onderzijde van het substraat 2 direct contact met zich tijdens 10 gebruik in het bodemreservoir 6a bevindend water, zodanig dat dat water in het substraat 2 kan worden opgezogen (bijvoorbeeld door capillaire krachten).
Alternatief kan het substraat 2 zijn voorzien van wateraanzuigmiddelen, bijvoorbeeld een of meer wateraanzuigende koorden 15 of capillaire middelen, welke vanuit het substraat 2 het bodemreservoir inreiken om daaruit water te ontrekken.
De verbindingsmiddelen 6 van het voorbeeld zijn voorzien van een stromingsregelaar 6b, om waterdoorstroming vanuit het hoofdreservoir 4 naar de zich onder het substraat uitstrekkend bodemreservoir 6a te regelen. 20 Bij voorkeur is de stromingsregelaar 6b uitgevoerd om autonoom werkzaam te zijn, in het bijzonder onder invloed van zwaartekracht, zonder toevoer van elektrische energie. Alternatief kan de stromingsregelaar 6b zijn voorzien van elektrische regelmiddelen, een of meer sensoren, een besturing en elektrische voeding.
25 In dit voorbeeld omvat elke stromingsregelaar 6b klepmiddelen 6c- 6e (schematisch weergegeven), bijvoorbeeld een regelklep 6c om een waterdoorgang 6d af te sluiten bij een gesloten stand en vrij te geven bij een vrijgavestand, waarbij de stand van de regelklep 6c regelbaar is onder invloed van een zich in het bodemreservoir 6a bevindende, aan de klep 30 (bijvoorbeeld via een bedieningsarm) gekoppelde vlotter 6e. De configuratie 14 is zodanig dat bij een tot een bepaald eerste waterniveau gevuld bodemreservoir 6a de in dat water drijvende vlotter 6e de klep in de sluitstand houdt. Door verbruik van water zakt het waterniveau in het bodemreservoir 6a, en daarmee de positie van de vlotter 6e. Wanneer dat 5 waterniveau een drempelwaarde bereikt, welke lager is dan genoemd eerste waterniveau, bereikt de vlotter 6e een tweede vlotterstand waarbij de klep naar de vrijgavestand wordt gebracht, om de waterdoorgang 6d vrij te geven. Vervolgens kan het bodemreservoir automatisch worden bijgevuld met zich in het hoofdreservoir 4 bevindend water, totdat de klep onder 10 invloed van de vlotter weer naar de sluitstand wordt gebracht.
Volgens een nadere uitwerking kunnen de verbindingsmiddelen 6 zijn voorzien van door een gebruiker instelbare regeling, om een genoemde drempelwaarde in te stellen. De regeling kan bijvoorbeeld een in te stellen positie van de vlotter ten opzichte van de klep omvatten, indien een 15 klep/vlotter mechanisme wordt toegepast.
Alternatief kan de stromingsregelaar bijvoorbeeld een op vacuümvorming gebaseerde regelaar omvatten, in het bijzonder een beluchter van het hoofdreservoir 4. In dat geval verdient het de voorkeur, indien een waterdoorgang 6d tussen het hoofdreservoir 4 en het 20 bodemreservoir door middel van een bedienbare afsluiter, bijvoorbeeld een kraan, afsluitbaar is, opdat het hoofdreservoir gevuld kan worden bij een afgesloten doorgang, waarna de doorgang kan worden geopend en regeling via een beluchter-instelling kan verlopen. In een dergelijk geval kan de beluchter, bijvoorbeeld een zich vanuit het bodemreservoir naar het 25 hoofdreservoir 4 uitstrekkende beluchterpijp, zijn opgesteld om pas lucht aan het hoofdreservoir toe te voeren wanneer het tijdens gebruik zakkende waterniveau van het bodemreservoir zakkend water een drempelwaarde bereikt (waarbij bijvoorbeeld een zich in het bodemreservoir bevindend ondereind van een beluchterpijp vrijkomt voor luchtdoorgave).
15
Door toepassing van het bodemreservoir 6a kan een relatief uniforme waterdoorgifte aan het substraat 2 worden bereikt. Zoals uit Figuur 2 volgt kan een onderzijde B van het substraat 2 zich bijvoorbeeld op afstand van een tegenoverliggende binnenzijde van de bodemwand lc 5 bevinden. Alternatief kan het substraat 2 contact maken met de bodemwand lc.
Optioneel kan de inrichting K zijn voorzien van een door een bedienbare afsluiter afgesloten afvoeropening 12, bijvoorbeeld om de waterreservoirs 4, 6a te legen indien de inrichting K dient te worden 10 opgeslagen of getransporteerd. De afsluiter van de afvoeropening kan vanuit een sluitstand naar een de opening vrijgevende doorlaatstand worden gebracht, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn. In het voorbeeld is een dergelijke afvoeropening 12 aangebracht nabij de onderzijde van de inrichting, om uit te monden in een onderste deel van het bodemreservoir, 15 om zowel het bodemreservoir 6a als de hoofdwaterreservoirs 4a, 4b te kunnen legen.
Opgemerkt wordt dat toepassing van een bodemreservoir 6a niet noodzakelijk is. Zo kunnen de verbindingsmiddelen bijvoorbeeld zijn voorzien van een of meer watertoevoerkanalen, verbindingsslangen, 20 capillaire middelen en/of dergelijke, om water op gecontroleerde wijze vanuit het hoofdwaterreservoir 4 aan het substraat toe te voeren.
Verder is de inrichting voorzien van vulmiddelen, om het hoofdwaterreservoir 4 met water te vullen. In het voorbeeld omvatten de vulmiddelen een, bij voorkeur afsluitbare, vulopening 11, welke bijvoorbeeld 25 in de bovenwand la (of alternatief in een bovendeel van een andere wand) van de paneelvormige structuur kan zijn aangebracht. Een gebruiker kan water via de vulopening 11 in het hoofdreservoir 4 voeren, bijvoorbeeld onder gebruikmaking van een watertoevoerslang, gieter of der gelijke. Het vullen kan zodanig worden uitgevoerd dat het hoofdwaterreservoir 4 in 30 hoofdzaak volledig (dus zowel de eerste reservoirdelen 4a als het tweede 16 reservoirdeel 4b) met water is gevuld. Vervolgens is voor relatief lange tijd, bijvoorbeeld een aantal weken, water in de structuur 1 beschikbaar, welk water op gecontroleerde wijze, via de verbindingsmiddelen 6, aan het substraat kan worden afgegeven.
5 Zoals genoemd kan de inrichting K met voordeel worden gebruikt in een werkwijze waarbij de inrichting schuin of verticaal wordt gepositioneerd, waarbij het waterreservoir 4 ten minste deels (bij voorkeur nagenoeg volledig) met water wordt gevuld om in de inrichting aanwezige beplanting 3 van water te voorzien. In het bijzonder kan de inrichting een 10 zelf automatische bewatering van de beplanting 3 bieden, gedurende een relatief lange periode (bijvoorbeeld ten minste 1 week), zonder dat daarbij een waterdruppelleiding of aparte pompmiddelen actief hoeven te zijn, en zonder dat de inrichting is voorzien van een dergelijke druppelleiding en pompmiddelen.
15 De inrichting K kan autonoom worden toegepast, als een “plantschilderij”, is compact, kan relatief lichtgewicht worden uitgevoerd, op door een gebruiker gewenste locatie, bij voorkeur zonder aansluiting op een drukleiding voor watertoevoer. Na verloop van tijd, bijvoorbeeld enkele weken van waterverbruik door de planten 3, kan de gebruiker het 20 waterreservoir 4 weer tot een gewenst uitgangsniveau bijvullen.
Figuur 5 toont een verdere uitvoering, omvattende een reeks groei-inrichtingen K volgens de uitvinding. De inrichtingen K kunnen hetzelfde zijn uitgevoerd als de in Figuren 1-4 getoonde inrichtingen. In het bijzonder kunnen ten minste twee inrichtingen K met langszijden tegen elkaar 25 worden gepositioneerd (en elk bijvoorbeeld in de genoemde verticale of schuine stand), i.e. met tegenoverliggende zijwanden 2b tegen elkaar. In het bijzonder kunnen ten minste twee inrichtingen K met langszijden tegen elkaar worden gepositioneerd (en elk bijvoorbeeld op elkaar zijn gestapeld, te weten met de bodemwand van de ene inrichting op een bovenwand van de 17 andere daaronder op gestelde inrichting. Op deze manier kan een reeks inrichtingen een begroeingswand Q vormen, zoals in Fig. 5.
De inrichtingen K van de reeks kunnen bijvoorbeeld door middel van bevestigingsmiddelen aan elkaar worden bevestigd. Daarnaast kunnen 5 bijvoorbeeld adhesieve middelen, bijvoorbeeld lijm, worden toegepast om de inrichtingen K van de reeks met naar elkaar toegekeerde zijden aan elkaar te bevestigen. Daarnaast kunnen de wanden van de inrichtingen K bijvoorbeeld zijn uitgevoerd of gevormd om met elkaar samen te werken om een stabiele reeks te vormen, bijvoorbeeld door toepassing van groef-richel 10 aangrijping, klemkoppelingen, klikkoppelingen, of dergelijke.
Verder kunnen de inrichtingen K van de reeks zijn uitgevoerd om zich in die inrichtingen bevindend water te delen. In het bijzonder kunnen hiertoe waterdoorvoeren 50 (schematisch in Fig. 5 aangeduid) zijn aangebracht om hoofdreservoirs 4 van de inrichtingen K in waterverbinding 15 met elkaar te brengen. Dergelijke waterdoorvoeren kunnen bijvoorbeeld klepmiddelen, dooervoerkanalen, doorvoerslangen en dergelijke omvatten, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn.
Figuur 6 toont een deel van een nadere uitwerking K’ van de uitvinding, welke daarin van de in Fig. 1-4 weergegeven configuratie 20 verschilt, dat de voorwand is voorzien van aan deel ld’ dat bij voorkeur losneembaar is van een overig deel van de inrichting. In dit voorbeeld is de voorwand ld’ voorzien van in een van het substraat afgekeerde richting uittrekkende plantsteunen 101, welke bij respectieve plantdoorgangen lf zijn aangebracht. De plantsteunen 101 kunnen bijvoorbeeld cupvormig zijn, 25 althans met gebogen wanddelen die vanuit de voorwand uitsteken. In het bijzonder kan elke plantsteun 101 een ruimte begrenzen met een door een voorzijde van de voorwand ld’ bepaald vlak, welke ruimte bijvoorbeeld deels met plantsubstraat kan worden gevuld. De plantsteunen 101 kunnen op verschillende manieren zijn gevormd, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn.
18
Verder kunnen bijvoorbeeld onderling verschillende voorwanden, of voorwandelen, beschikbaar zijn om een inrichting K’ te vormen. Zo kan een eerste voorwanddeel ld’ zijn voorzien dat een eerste aantal plantsteunen 101 omvat, of een eerste type plantsteun. Een tweede voorwanddeel kan zijn 5 voorzien dat een van het eerste aantal verschillende tweede aantal plantsteunen 101 omvat, of een van het eerste type verschillende type tweede plantsteun. In dat geval is het voordelig indien het eerste voorwanddeel ld’ door het tweede voorwanddeel ld’ vervangbaar is.
Op deze manier kan een modulair “plantschilderij” systeem worden 10 verkregen, waarbij een gebruiker kan bepalen welke voorwandmodule (i.e. voorwanddeel) wordt toegepast om een inrichting K’ samen te stellen, bijvoorbeeld afhankelijk van een gewenste plantsoort, plantgrootte, en plantenaantal.
Zoals Figuur 6 verder toont, kunnen de verbindingsmiddelen 15 bijvoorbeeld zijn voorzien van een aparte kamer 106 (twee, in dit voorbeeld), welke zich tussen een bodemreservoir 6a en een hoofdwaterreservoirdeel 4a bevindt, in het bijzonder om genoemde klepmiddelen (niet in Fig. 6 getoond) te ontvangen en bijvoorbeeld ten opzichte van een doorvoerkanaal 6d te positioneren.
20 Voor de vakman zal duidelijk zijn dat de uitvinding niet is beperkt tot de uitvoerignsvoorbeelden. Diverse wijzigingen zijn mogelijk binnen het raam van de uitvinding zoals is verwoord in de aangehechte conclusies.
Zo kan zijn voorzien in een of meer zich verticaal langs een substraat 2 uitstrekkende waterreservoirs, bijvoorbeeld om een zich onder 25 het substraat 2 uitstrekkend bodemreservoir (dat contact maakt met de substraatmat om daaraan water te leveren) aan te vullen.
De paneelvormige structuur 1 kan op verschillende manieren zijn uitgevoerd, en in het bijzonder een basis element omvatten dat dient als drager van water ten behoeve van bijvoorbeeld capillaire planten systemen 30 of planten systemen dia voorzien worden van water via pompsystemen.
19
De paneelvormige structuur 1 kan zijn voorzien van in hoofdzaak gesloten laterale buitenzijdes. In het bijzonder kan de structuur 1 een in hoofdzaak verticaal ophangbaar plantpaneel vormen, met een dichte bovenzijde, een dichte onderzijde, dichte zijkanten, en bijvoorbeeld met een 5 of meer in het paneel geïntegreerde verticale watertanks.
De paneelvormige structuur kent geen specifieke vorm, en kan zijn ingericht om bijvoorbeeld aan een wand of een plafond te worden gehangen, of om bijvoorbeeld vrij in een ruimte te worden geplaatst.
Volgens een nadere uitwerking kunnen de afmetingen van de 10 paneelvormige structuur in hoofdzaak bepalend zijn voor een aanwezige waterinhoud (i.e. waterreservoir-volume).
De inrichting kan zijn geconfigureerd om water direct in de paneelvormige structuur op te slaan, of in een of meer aparte houders (een of meer waterbakken) in de paneelvormige structuur opneembaar zijn (in 15 voor die ene of meer houders geschikte holtes). In het laatste geval is het voordelig indien de paneelvormige structuur verschillende, losneembare structuurdelen omvat, zodanig dat de structuur kan worden geopend om een interne holte bereikbaar te maken voor het in de structuur plaatsen van een genoemde houder of waterbak.
20 Volgens een nadere uitwerking kunnen de water op slag-ruimtes va verschillende inrichtingen onderling koppelbaar zijn, om elkaar van water te voorzien.
Verder kunnen de inrichtingen (in het bijzonder verschillende paneelvormige structuren) zijn uitgevoerd om mechanisch aan elkaar te 25 worden gekoppeld of verbonden.
Het niveau van het water in een reservoir van een genoemde inrichting kan bijvoorbeeld regelbaar zijn door een of meer vlotters , vacuüm systemen, pompen systemen, of dergelijke.
Waterniveaus van water dat zich in optioneel verschillende 30 waterreservoirs van een enkel paneelvormige structuur kan bevinden, 20 kunnen bijvoorbeeld regelbaar zijn, bijvoorbeeld door middel van. capillariteit,een of meer vlotters, een vacuümsysteem en/of een pompsysteem.
Evenzo: bij onderlinge koppeling van verschillende waterreservoirs 5 van verschillende inrichtingen kunnen waterniveaus van water dat zich in die verschillende waterreservoirs bevinden, bijvoorbeeld regelbaar zijn, bijvoorbeeld door middel van. capillariteiteen of meer vlotters, een vacuümsysteem en/of een pompsysteem.
Bij voorkeur is een genoemd waterreservoir (i.e. opslagruimte) van 10 de inrichting vanaf een buitenzijde van de paneelvormige structuur in hoofdzaak niet, of volstrekt niet open of toegankelijk. Een mogelijke toegang, bijvoorbeeld vulopening, tot het reservoir is bij voorkeur afsluitbaar, al dan niet hermetisch afsluitbaar. Middelen kunnen zijn voorzien om vacuümvorming boven in het reservoir te voorkomen, 15 bijvoorbeeld middelen in de vorm van een beluchter.
Verder kunnen inrichtingen K bijvoorbeeld ruggelings worden samengevoegd of tegen elkaar geplaatst, i.e., met achterzijden naar elkaar toegekeerd. Aldus kan een samengestelde paneelvormige structuur worden verkregen, met een extra grote (verdubbelde) watercapaciteit. Een 20 dergelijke samenstelde stuctuur kan voorts in een genoemde reeks worden toegapast, bijvoorbeeld gestapeld en/of naast elkaar opgesteld, bijvoorbeeld om een afscheiding te vormen.
Voorts kan de inrichting zijn voorzien van indicator-middelen, om een vulniveau van het hoofdwaterreservoir 4 en/of optioneel bodemreservoir 25 6a aan te geven. Dergelijke indicator-middelen kunnen bijvoorbeeld een transparante wand of een transparant deel van een wand van de inrichting omvatten, zodanig dat het waterniveau in het genoemde reservoir vanuit een omgeving zichtbaar is, of anderszins zijn uitgevoerd. Volgens een extra voordelige uitwerking kunnen de indicator-middelen een waterniveau-30 sensor omvatten, welke kan zijn ingericht om een alarmeringssignaal af te 21 laten geven indien de sensor detecteert dat het waterniveau in een genoemd reservoir een drempelwaarde bereikt of overschrijdt. Een dergelijke sensor kan bijvoorbeeld een optische of elektrische sensor omvatten, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn. De sensor kan zijn voorzien van of gekoppeld aan 5 een alarmeringsinrichting ten behoeve van het genereren van het alarmeringssignaal. Dat signaal kan bijvoorbeeld een akoestisch signaal en/of optisch signaal omvatten.
Zoals genoemd kunnen belichtingsmiddelen zijn voorzien om het hoofdreservoir te beluchten. De beluchtingsmiddelen kunnen volgens een 10 nadere uitwerking zijn voorzien van een stroomopwaartse luchtingang, welke zich in een genoemd bodemreservoir kan bevinden om daaruit lucht te ontvangen wanneer het waterniveau in het bodemreservoir een drempelwaarde bereikt. Tijdens een beluchting (waarbij lucht via genoemde stroomopwaartse luchtingang van de beluchtinsmiddelen naar het 15 hoofdreservoir kan stromen) kan vacuümvorming in het hoofdreservoir worden opgeheven zodat water uit dat reservoir naar het substraat kan stromen, bijvoorbeeld via een bodemreservoir -indien aanwezig-. Het water kan in het bijzonder blijven stromen zolang genoemde luchtingang nog in verbinding met lucht is, i.e. nog niet door een stijgend waterniveau (in het 20 bodemreservoir) wordt gesloten, en vanzelfsprekend indien nog water in het hoofdreservoir aanwezig is.
Claims (14)
1. Groei-inrichting voor gewas, omvattende een paneelvormige structuur (1), een in de paneelvormige structuur (1) opgenomen substraat (2) voor ontvangst van gewas (3), ten minste een in de paneelvormge structuur (1) op genomen waterreservoir (4), verbindingsmiddelen (6) om het 5 waterreservoir in verbinding te brengen met het substraat (2) voor bevochtiging van het substraat (2), waarbij het waterreservoir (4) zich in hoofdzaak boven een onderzijde (B) van het substraat (2) uitstrekt bij een verticale gebruiksstand van de groei-inrichting.
2. Groei-inrichting volgens conclusie 1, waarbij de 10 verbindingsmiddelen (6) een zich in hoofdzaak onder het substraat uitstrekkende bodemreservoir (6a) omvatten.
3. Groei-inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de verbindingsmiddelen (6) zijn voorzien van een waterstromingsregelaar, bijvoorbeeld klepmiddelen, om waterdoorstroming te regelen.
4. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de paneelvormige structuur is voorzien van een het substraat en het waterreservoir omgevend raamwerk.
5. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de paneelvormige structuur is voorzien van een zich achter het substraat 20 uitstrekkende steunmiddelen, bijvoorbeeld een achterwand of tussenwand.
6. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het substraat (2) paneelvormig is uitgevoerd.
7. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een hoogte van het waterreservoir (4) ten minste gelijk is aan een halve 25 hoogte van het substraat (2).
8. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het waterresertoir (4) zich ten minste deels of deels boven een bovenzijde (T) van het substraat uitstrekt bij een verticale gebruiksstand van de groei-inrichting.
9. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het substraat is voorzien van een aantal op afstand van elkaar gepositioneerde 5 openingen, elk bijvoorbeeld met een breedte van ten minste 3 cm, voor ontvangst van gewas.
10. Groei-inrichting volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van een beluchter om het waterreservoir (4) te beluchten.
11. Groei-inrichting volgens conclusie 10 in combinatie met ten minste 10 conclusie 2, waarbij de beluchter is voorzien van een stroomopwaartse luchtingang, welke zich in een genoemd bodemreservoir kan bevinden om daaruit lucht te ontvangen wanneer het waterniveau in het bodemreservoir een drempelwaarde bereikt.
12. Reeks groei-inrichtingen volgens een der voorgaande conclusies.
13. Gebruik van een inrichting volgens een der conclusies 1-11, waarbij de inrichting schuin of verticaal wordt gepositioneerd, waarbij het waterreservoir (4) ten minste deels met water wordt gevuld om in de inrichting aanwezige beplanting van water te voorzien.
14. Paneelvormige structuur (1) van een groei-inrichting volgens een 20 der conclusies 1-11, waarbij de structuur (1) is voorzien van een eerste holte voor ontvangst van genoemd substraat, en ten minste een tweede holte voor het waterreservoir (4), en van verbindingsmiddelen (6) om het waterreservoir in verbinding te brengen met een substraat dat tijdens gebruik in de holte voor de ontvangst van het substraat is op genomen, 25 waarbij het waterreservoir (4) zich in hoofdzaak boven een onderzijde van een zich tijdens gebruik in de structuur (1) opgenomen substraat (2) uitstrekt bij een verticale gebruiksstand van de groei-inrichting.
Priority Applications (26)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2009794A NL2009794C2 (nl) | 2012-11-13 | 2012-11-13 | Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen. |
| CN202110412249.3A CN113141913B (zh) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | 用于作物的栽培设备、该设备的用途以及栽培设备的系列 |
| US14/442,455 US10123494B2 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| SG11201503785WA SG11201503785WA (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| MYPI2015701508A MY171744A (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| PCT/NL2013/050816 WO2014077684A1 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| DK13801886.6T DK2919578T3 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | CROP GROWTH DEVICE, APPLICATION OF SUCH A DEVICE AND A NUMBER OF GROWTH DEVICES |
| CA2890953A CA2890953C (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| PT138018866T PT2919578T (pt) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Dispositivo de cultivo para cultura agrícola, utilização de tal dispositivo e uma série de dispositivos de cultivo |
| CA3111949A CA3111949C (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| DK16152925.0T DK3045035T3 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | CROP GROWTH DEVICE, APPLICATION OF SUCH A DEVICE AND A NUMBER OF GROWING DEVICES |
| SG10201708141UA SG10201708141UA (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| ES13801886.6T ES2668692T3 (es) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Dispositivo de crecimiento para cultivo, uso de dicho dispositivo y una serie de dispositivos de crecimiento |
| EP13801886.6A EP2919578B1 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| CN201380070250.6A CN104968191B (zh) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | 用于作物的栽培设备、该设备的用途以及栽培设备的系列 |
| EP16152925.0A EP3045035B1 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| HUE13801886A HUE038420T2 (hu) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Hajtató eszköz gabonához, egy ilyen eszköz használatára és hajtató eszközök sorozata |
| MYPI2019000079A MY196784A (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| HUE16152925A HUE039553T2 (hu) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Hajtató eszköz gabonához, egy ilyen eszköz használata, és hajtató eszközök sorozata |
| HK15111110.5A HK1210379B (zh) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | 用於作物的栽培设备、该设备的用途以及栽培设备的系列 |
| AU2013345540A AU2013345540B2 (en) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| PL13801886T PL2919578T3 (pl) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | Urządzenie do uprawy roślin uprawnych, zastosowanie takiego urządzenia i seria urządzeń do uprawy |
| NO13801886A NO2919578T3 (nl) | 2012-11-13 | 2013-11-13 | |
| ZA2015/03503A ZA201503503B (en) | 2012-11-13 | 2015-05-19 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| AU2016238881A AU2016238881B2 (en) | 2012-11-13 | 2016-10-05 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
| US16/149,501 US11291173B2 (en) | 2012-11-13 | 2018-10-02 | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2009794A NL2009794C2 (nl) | 2012-11-13 | 2012-11-13 | Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen. |
| NL2009794 | 2012-11-13 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2009794C2 true NL2009794C2 (nl) | 2014-05-14 |
Family
ID=47470079
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2009794A NL2009794C2 (nl) | 2012-11-13 | 2012-11-13 | Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen. |
Country Status (16)
| Country | Link |
|---|---|
| US (2) | US10123494B2 (nl) |
| EP (2) | EP2919578B1 (nl) |
| CN (2) | CN104968191B (nl) |
| AU (2) | AU2013345540B2 (nl) |
| CA (2) | CA2890953C (nl) |
| DK (2) | DK2919578T3 (nl) |
| ES (1) | ES2668692T3 (nl) |
| HU (2) | HUE038420T2 (nl) |
| MY (2) | MY171744A (nl) |
| NL (1) | NL2009794C2 (nl) |
| NO (1) | NO2919578T3 (nl) |
| PL (1) | PL2919578T3 (nl) |
| PT (1) | PT2919578T (nl) |
| SG (2) | SG10201708141UA (nl) |
| WO (1) | WO2014077684A1 (nl) |
| ZA (1) | ZA201503503B (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108668879A (zh) * | 2018-07-13 | 2018-10-19 | 芭芭拉(厦门)农业科技有限公司 | 一种栽培立柱及立式水培种植设备 |
Families Citing this family (26)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US9491915B2 (en) * | 2009-08-03 | 2016-11-15 | University Of Wyoming | Vertical hydroponic plant production apparatus |
| US10638677B2 (en) * | 2009-08-03 | 2020-05-05 | University Of Wyoming | Vertical hydroponic plant production apparatus |
| US10617075B2 (en) * | 2010-04-22 | 2020-04-14 | University Of Wyoming | Hydroponic produce display apparatus |
| US9591815B2 (en) * | 2013-07-01 | 2017-03-14 | Panasonic Intellectual Property Management Co., Ltd. | Plant cultivation device, box, end section unit |
| US20150334926A1 (en) * | 2014-05-22 | 2015-11-26 | Green Studios Sal | Plantation installation |
| US10278343B2 (en) * | 2014-05-26 | 2019-05-07 | Bras Avancer LLC | Hydroponics processes with high growth rates |
| US20160235022A1 (en) * | 2015-02-12 | 2016-08-18 | Cody YEAGER | Seed starter |
| NL2014312B1 (en) * | 2015-02-19 | 2016-10-13 | Natuur Op Je Muur B V | Method for irrigation. |
| US20180077884A1 (en) * | 2016-09-19 | 2018-03-22 | Econow Systems, LLC | Apparatus And Method For Automated Aeroponic Systems For Growing Plants |
| ZA201708364B (en) * | 2017-03-16 | 2018-11-28 | Desert Blooms LLC | Cultivation of crops |
| US10893647B1 (en) * | 2017-04-21 | 2021-01-19 | Henry H. Bilge | Ecologically green facade for a building wall |
| US10383464B2 (en) * | 2017-11-17 | 2019-08-20 | Les Industries Rondi Inc. | Flower pots support modular system |
| US10694689B2 (en) * | 2018-03-02 | 2020-06-30 | Mjnn, Llc | Multi-piece hydroponic tower |
| US10701875B2 (en) * | 2018-03-02 | 2020-07-07 | Mjnn, Llc | Multi-piece hydroponic tower with hinged tower face |
| US10729081B2 (en) * | 2018-03-02 | 2020-08-04 | Mjnn, Llc | Hydroponic tower with hinged tower face |
| US11951610B2 (en) | 2018-07-31 | 2024-04-09 | Mjnn Llc | Opening apparatus for use with a multi-piece, hinged, hydroponic tower |
| US11076538B2 (en) | 2019-02-13 | 2021-08-03 | United Arab Emirates University | Hydroponic turfgrass athletic field and landscape apparatus |
| US11206767B2 (en) * | 2019-03-28 | 2021-12-28 | GSKY Plant Systems, Inc. | Modular planting tray and vertical wall planting system |
| US11723328B2 (en) | 2019-05-08 | 2023-08-15 | Mjnn Llc | Cleaning apparatus for use with a plant support tower |
| EP3968760A4 (en) * | 2019-05-14 | 2023-05-10 | Proterra Ag, Inc. | Aeroponic systems and components |
| CA3165234A1 (en) * | 2019-12-20 | 2021-06-24 | 2327100 Alberta Inc. | Modular plant growth system |
| CN110972922A (zh) * | 2020-01-04 | 2020-04-10 | 云南大学 | 一种生态智能室内立体植物种植墙及其培育方法 |
| USD1038720S1 (en) * | 2021-04-22 | 2024-08-13 | Harvest Today LLC | Vertical hydroponic system tile |
| US12507638B2 (en) * | 2022-07-20 | 2025-12-30 | Habitat Horticulture LLC | Living wall system |
| US12329079B2 (en) | 2023-05-12 | 2025-06-17 | Autostore Technology AS | Stackable growth module for supporting plants in a vertical farming system |
| US20240373806A1 (en) * | 2023-05-12 | 2024-11-14 | Autostore Technology AS | Stackable lighting module |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JP2006280285A (ja) * | 2005-03-31 | 2006-10-19 | Daiwa House Ind Co Ltd | 垂直面等の立ち上がり面用の緑化構造及び給水マット |
| EP2359680A1 (fr) * | 2010-02-16 | 2011-08-24 | Jungle Art | Dispositif de culture végétale en hydroponie multicouche |
| WO2012066212A1 (fr) * | 2010-11-19 | 2012-05-24 | Circeo Partners | Mur végétal avec réservoir d'eau |
Family Cites Families (46)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR1503197A (fr) | 1966-12-02 | 1967-11-24 | Jardinière verticale à arrosage capillaire | |
| FR2601552A1 (fr) | 1986-07-16 | 1988-01-22 | Chaudouet Marcel | Ensemble de bacs superposes, a reserve d'eau, pour le fleurissement vertical des portes-fenetres et balcons. |
| JP3504734B2 (ja) | 1994-08-08 | 2004-03-08 | 株式会社山善金型 | 植木鉢の給水装置 |
| CA2275673A1 (en) | 1998-06-23 | 1999-12-23 | Andre Dion | Plant containerizing and watering device |
| FR2849987B1 (fr) | 2003-01-16 | 2007-03-02 | Usines Gabriel Wattelez | Dispositif de support pour la presentation et la culture de vegetaux |
| JP4315732B2 (ja) | 2003-05-27 | 2009-08-19 | ヤンマー農機株式会社 | 壁面緑化装置 |
| FR2872381B1 (fr) * | 2004-06-30 | 2007-12-07 | Canevaflor Soc Par Actions Sim | Structure pour mur vegetalise |
| FR2872382B1 (fr) * | 2004-06-30 | 2007-12-14 | Soprema Sa | Dispositif de vegetalisation modulaire pour facades, murs ou analogues |
| FR2879892B1 (fr) * | 2004-12-23 | 2007-04-06 | Arnold Julia | Module alveole pour l'accueil de vegetaux vivants, notamment pour la vegetalisation de parois verticales |
| CN1860845A (zh) | 2005-05-08 | 2006-11-15 | 陈建 | 一种种植植物的装置 |
| EP1885172A2 (de) | 2005-06-03 | 2008-02-13 | Siegfried Müller | Pflanzenversorgungssystem aus pflanzvorrichtung, ventil und drucksteuerungsventil |
| BRPI0502858A (pt) | 2005-07-18 | 2007-02-27 | Gislene Medeiros Mesiara | controlador eletrÈnico para irrigação de quadro vegetativo e similares |
| GB2430856A (en) | 2005-10-05 | 2007-04-11 | Jonathan Nigel Hinton | Vertically arranged plant containers |
| FR2893817B1 (fr) * | 2005-11-25 | 2011-03-18 | Frecon Alain | Support mural pour tout type de plantes naturelles. |
| CN101472465B (zh) * | 2006-03-06 | 2011-07-06 | 高架景观科技公司 | 垂直植物支架系统 |
| FR2902602B1 (fr) * | 2006-06-23 | 2010-10-01 | Etude Et Rech Polytechnic Du V | Dispositif pour la culture hors sol de plantes sur une surface sensiblement verticale. |
| FR2902902B1 (fr) | 2006-06-23 | 2008-08-01 | Peugeot Citroen Automobiles Sa | Pedale pour vehicule |
| JP5142498B2 (ja) | 2006-08-14 | 2013-02-13 | 田島ルーフィング株式会社 | 草木用の植栽装置と植栽構造 |
| FR2906822B1 (fr) | 2006-10-09 | 2009-02-06 | Philippe Huet | Element modulaire de paroi pour la mise en culture de vegetaux et structure modulaire formee d'une pluralite d'elements modulaires du type precite |
| FR2924897B1 (fr) * | 2007-12-18 | 2012-08-17 | Thomas Fleurs | Tableau vegetal vivant. |
| US9032665B2 (en) * | 2008-03-14 | 2015-05-19 | INKA Biospheric Systems | Aquaponic vertical garden with integrated air channel for plant-based air filtration |
| NL2001568C2 (nl) * | 2008-05-08 | 2009-11-11 | Hevorma B V | Groei-inrichting voor gewas en bekleding of bouwdeel vervaardigd daarmee. |
| DE102008049361A1 (de) | 2008-09-29 | 2010-04-08 | Geobra Brandstätter GmbH & Co KG | Einsatz-Behälter |
| CN201409341Y (zh) | 2009-03-10 | 2010-02-24 | 林柏伦 | 组合花盆 |
| DE202009007280U1 (de) | 2009-05-20 | 2009-08-20 | Neopur Technologien Gmbh | Vorrichtung zur Dauerpräsentation epiphytisch wachsender Pflanzen |
| CN201709178U (zh) | 2009-06-08 | 2011-01-19 | 茅国平 | 建筑绿化幕墙装置 |
| WO2011025364A1 (en) * | 2009-08-28 | 2011-03-03 | Hevorma B.V. | Growth device for crop and cladding or construction part manufactured therewith |
| CN102007859B (zh) | 2009-09-04 | 2011-12-28 | 南通沪望塑料科技发展有限公司 | 一种垂直绿化植物墙 |
| JP5027200B2 (ja) | 2009-09-15 | 2012-09-19 | 富二 吉成 | 緑化パネル |
| US20110094153A1 (en) * | 2009-10-27 | 2011-04-28 | Astral Property Pty Ltd | Vertical wall garden |
| FR2951906B1 (fr) | 2009-10-30 | 2012-07-13 | Santos Jose Dos | Dispositif pour un agencement vertical ou incline de culture hors sol de vegetaux |
| GB2475101B (en) * | 2009-11-09 | 2014-01-08 | Mark Laurence | Wall for growing plants |
| CN201667856U (zh) | 2010-04-21 | 2010-12-15 | 赖柳村 | 植栽盒结构 |
| US8966817B2 (en) * | 2010-05-25 | 2015-03-03 | Advanced Green Architecture | Modular living roof system |
| SE536017C2 (sv) | 2010-10-12 | 2013-04-02 | Braennstroem Gruppen Ab | Förfarande och anordning för indikering av ett vätskeflöde |
| WO2012050449A1 (en) | 2010-10-15 | 2012-04-19 | Holding B.V.Jalmaja | Cultivation assembly and method for growing crops |
| CN102462837B (zh) | 2010-11-19 | 2016-08-03 | 生物林格斯Ip有限公司 | 抗炎组合物 |
| FI20110247A0 (fi) * | 2011-07-22 | 2011-07-22 | Niko Rainer Jaervinen | Kasvipohjainen biosuodatin ilmapohjaisten haihtuvien orgaanisten yhdisteiden ja mikrobien poistamiseen |
| CN202310793U (zh) | 2011-11-17 | 2012-07-11 | 大千生态景观股份有限公司 | 快速成型的墙面垂直绿化装置 |
| CN102511360A (zh) | 2011-11-18 | 2012-06-27 | 海峡(厦门)现代农业研究院有限公司 | 植物栽培器的贮水容器对植物栽培容器的供水装置 |
| CN202444860U (zh) | 2012-01-13 | 2012-09-26 | 浙江枫云景电子商务有限公司 | 壁式花盆 |
| US9462755B1 (en) * | 2012-02-22 | 2016-10-11 | EcoWalls, LLC | Modular wall assembly for promoting vertical vegetative growth |
| CN102550325A (zh) | 2012-03-13 | 2012-07-11 | 刘永东 | 可蓄供水的垂直绿化模块及其种植系统 |
| CN102677960B (zh) * | 2012-04-20 | 2014-06-04 | 浙江水利水电专科学校 | 拼装式绿化围墙 |
| CN102763574B (zh) | 2012-08-02 | 2014-01-29 | 浙江枫云景电子商务有限公司 | 鞍马绿化箱 |
| US20150289452A1 (en) * | 2014-03-14 | 2015-10-15 | Yale University | Modular Living Green Wall System to Provide Heat Rejection |
-
2012
- 2012-11-13 NL NL2009794A patent/NL2009794C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2013
- 2013-11-13 DK DK13801886.6T patent/DK2919578T3/en active
- 2013-11-13 HU HUE13801886A patent/HUE038420T2/hu unknown
- 2013-11-13 US US14/442,455 patent/US10123494B2/en active Active
- 2013-11-13 HU HUE16152925A patent/HUE039553T2/hu unknown
- 2013-11-13 NO NO13801886A patent/NO2919578T3/no unknown
- 2013-11-13 SG SG10201708141UA patent/SG10201708141UA/en unknown
- 2013-11-13 PL PL13801886T patent/PL2919578T3/pl unknown
- 2013-11-13 PT PT138018866T patent/PT2919578T/pt unknown
- 2013-11-13 EP EP13801886.6A patent/EP2919578B1/en active Active
- 2013-11-13 MY MYPI2015701508A patent/MY171744A/en unknown
- 2013-11-13 ES ES13801886.6T patent/ES2668692T3/es active Active
- 2013-11-13 CA CA2890953A patent/CA2890953C/en active Active
- 2013-11-13 AU AU2013345540A patent/AU2013345540B2/en active Active
- 2013-11-13 CN CN201380070250.6A patent/CN104968191B/zh active Active
- 2013-11-13 MY MYPI2019000079A patent/MY196784A/en unknown
- 2013-11-13 CA CA3111949A patent/CA3111949C/en active Active
- 2013-11-13 EP EP16152925.0A patent/EP3045035B1/en active Active
- 2013-11-13 DK DK16152925.0T patent/DK3045035T3/en active
- 2013-11-13 WO PCT/NL2013/050816 patent/WO2014077684A1/en not_active Ceased
- 2013-11-13 CN CN202110412249.3A patent/CN113141913B/zh active Active
- 2013-11-13 SG SG11201503785WA patent/SG11201503785WA/en unknown
-
2015
- 2015-05-19 ZA ZA2015/03503A patent/ZA201503503B/en unknown
-
2016
- 2016-10-05 AU AU2016238881A patent/AU2016238881B2/en active Active
-
2018
- 2018-10-02 US US16/149,501 patent/US11291173B2/en active Active
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JP2006280285A (ja) * | 2005-03-31 | 2006-10-19 | Daiwa House Ind Co Ltd | 垂直面等の立ち上がり面用の緑化構造及び給水マット |
| EP2359680A1 (fr) * | 2010-02-16 | 2011-08-24 | Jungle Art | Dispositif de culture végétale en hydroponie multicouche |
| WO2012066212A1 (fr) * | 2010-11-19 | 2012-05-24 | Circeo Partners | Mur végétal avec réservoir d'eau |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108668879A (zh) * | 2018-07-13 | 2018-10-19 | 芭芭拉(厦门)农业科技有限公司 | 一种栽培立柱及立式水培种植设备 |
| CN108668879B (zh) * | 2018-07-13 | 2024-01-12 | 芭芭拉(厦门)农业科技有限公司 | 一种栽培立柱及立式水培种植设备 |
Also Published As
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2009794C2 (nl) | Groei-inrichting voor gewas, gebruik van een dergelijke inrichting, en een reeks groei-inrichtingen. | |
| US10874065B2 (en) | Vertical hydroponics systems | |
| EP3258773B1 (en) | Soilless plant growing systems | |
| US4557071A (en) | Automatic watering and feeding system for plants | |
| CN101217864A (zh) | 灌溉系统及相关的方法 | |
| GB2518251A (en) | Water supply device for planting | |
| US20020116870A1 (en) | Automatic houseplant watering apparatus for homes and offices | |
| US20050082394A1 (en) | Plant pot and soil watering system | |
| JP4003103B2 (ja) | 自動灌水植物栽培容器 | |
| WO2017208008A1 (en) | Plant self-watering device | |
| US20070243789A1 (en) | Decorative irrigation and soluble product delivery system | |
| HK40057001A (en) | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices | |
| HK40057001B (en) | Growth device for crop, use of such a device, and a series of growth devices | |
| UA82156C2 (uk) | Спосіб і пристрій для вирощування рослин | |
| HK1210379B (zh) | 用於作物的栽培设备、该设备的用途以及栽培设备的系列 | |
| WO2001035724A1 (en) | An autonomous planter and method | |
| JP3646187B2 (ja) | 吊下げかん水プランター | |
| BR202019003730U2 (pt) | Módulo automatizado de cultivo vertical | |
| JP2001045893A (ja) | 給水部品を設けた補水容器 | |
| JP2005341896A (ja) | 給水装置 | |
| JP2002204625A (ja) | 簡易自動植木水遣り器 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20191201 |