[go: up one dir, main page]

NL2004703C2 - Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan. - Google Patents

Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan. Download PDF

Info

Publication number
NL2004703C2
NL2004703C2 NL2004703A NL2004703A NL2004703C2 NL 2004703 C2 NL2004703 C2 NL 2004703C2 NL 2004703 A NL2004703 A NL 2004703A NL 2004703 A NL2004703 A NL 2004703A NL 2004703 C2 NL2004703 C2 NL 2004703C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
substrate
container
seedling
holder
opening
Prior art date
Application number
NL2004703A
Other languages
English (en)
Inventor
Jan Roger Henri Smet
Original Assignee
Forteco Services B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Forteco Services B V filed Critical Forteco Services B V
Priority to NL2004703A priority Critical patent/NL2004703C2/nl
Priority to CA2835468A priority patent/CA2835468C/en
Priority to PCT/NL2011/050315 priority patent/WO2011142664A1/en
Priority to EP11720606A priority patent/EP2568799A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2004703C2 publication Critical patent/NL2004703C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G24/00Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor
    • A01G24/40Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor characterised by their structure
    • A01G24/44Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor characterised by their structure in block, mat or sheet form
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G24/00Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor
    • A01G24/20Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor based on or containing natural organic material
    • A01G24/22Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor based on or containing natural organic material containing plant material
    • A01G24/25Dry fruit hulls or husks, e.g. chaff or coir
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G24/00Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor
    • A01G24/50Growth substrates; Culture media; Apparatus or methods therefor contained within a flexible envelope

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)

Description

Korte aanduiding: Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan.
5 BESCHRIJVING
De onderhavige uitvinding heeft volgens een eerste aspect betrekking op het groeien van plant of zaailing gebruikmakend van een houder met vochtabsorberend materiaal, volgens een tweede aspect op een houder omvattend een vochtabsorberend substraat, en volgens een derde aspect op het gebruik van een houder.
10 Een werkwijze voor het groeien van plant of zaailing gebruikmakend van een houder zoals een tray met vochtabsorberend materiaal is bekend bij de vakman.
Voor het opkweken van bij voorbeeld jonge groenteplanten in grootschalige professionele plantenkwekerijen wordt er tot nu toe voornamelijk steenwolsubstraat gebruikt. Er wordt typerend gezaaid op plugjes van een eerste substraat van ongeveer 2 15 cm x 2 cm en een hoogte van ongeveer 2,5 cm. Deze plugjes zitten typerend in een perspex zaaitray met bijvoorbeeld 250 van dergelijke plugjes in de tray.
Na het ontkiemen wordt dan elke zaailing met plug overgeplaatst in bijvoorbeeld een steenwolblok van 10 cmxlOcm en 6,5cm hoog. Deze blokken bevatten een verspeengat van 2,5cm diameter om de zaaiplug te “ontvangen”. Soms wordt ook gewerkt 20 met zogenaamde “duo” blokken die dan 15x10x6,5cm groot zijn waarin dan 2 zaailingen worden verspeend. In dit steenwolblok wordt de zaailing vervolgens opgekweekt tot bij voorbeeld een jonge plant van 3 a 6 weken oud, afhankelijk van soort en type plant.
De steenwolblokken met jonge planten worden daarna van de plantenkwekerij vervoerd naar een tuinder. De tuinder heeft vooraf een matrix van substraatmatten van 25 een geschikt materiaal, zoals steenwol, kokos, perliet in zijn tuin of kas neergelegd waarop de jonge planten worden gepoot. Voor tomaten bijvoorbeeld worden doorgaans substraatmatten van 100 cm lang, 20cm breed en 7,5 cm hoog gebruikt die geschikt zijn voor 4 planten. Dit komt overeen met ongeveer 3,75 liter substraat per plant. Als alternatief worden matten van 120 cm x 20 cm x 7,5 cm gebruikt geschikt voor 6 planten. 30 Dit komt overeen met ongeveer 3,0 liter per plant. Uiteraard zijn afwijkingen op die volumes mogelijk. Aldus kunnen ongeveer 2,2 tomaatplanten per vierkante meter gekweekt worden, ofwel 22000 planten per hectare.
Het inwortelen vanuit het steenwolblok in de substraatmat is een heikel punt, zeker in de winterperiode of in de zomerperiode. Bij overpoten op substraatmatten komen nog al 2 eens problemen met Pythium voor, bijvoorbeeld indien de substraatmat er te koud of te warm bij ligt. Dit veroorzaakt uitval van planten bij de tuinder.
Verder heeft een steenwolmat het nadeel dat voorafgaand aan het poten de mat met vloeistof verzadigd moet worden, hetgeen een tijdrovend proces is. Verzadigen na 5 het poten is nagenoeg onmogelijk. Aldus moet de steenwol eerst voorzien worden van openingen voor het ontvangen van potten, dan moet de steenwol zich volzuigen, daarna kunnen de zaailingen of jonge planten gepoot worden, waarna overmaat aan vloeistof door draineren van de matten afgevoerd moet worden. Dit betreft bovendien dus een arbeidsintensief proces.
10 Bovendien zal een tuinder jonge planten vaak niet meteen laten inwortelen op de mat, omdat dan de plant zich vegetatief kan ontwikkelen. Voorde beheersing van de groei van de plant wordt daarom vaak noodgedwongen een wachtperiode ingelast door de tuinder, vooraleer de jonge planten in het eindsubstraat te laten inwortelen.
Een verder nadeel van de hierboven genoemde werkwijze is dat planten bij de 15 tuinder langere tijd onproductief zijn.
Nog een nadeel van de werkwijze is dat deze arbeidsintensief is, doordat het plantje meerdere malen overgeplaatst en/of verpoot moet worden.
Een verder nadeel is dat de werkwijze soms gepaard gaat met relatief veel uitval, ondermeer doordat plantjes overgeplaatst moeten worden.
20 De tuinder teelt dan de jonge planten verder tot ze vruchten dragen en blijft verder telen en oogsten tot de volgende planting het jaar daarop.
Van de opkweker gaat het eindsubstraat met plantje dus naar de tuinder, die dit vervolgens op de mat zijnde het derde substraat plaatst.
Het plantje krijgt nu de gelegenheid verder te groeien.
25 Na nog een aantal weken is het plantje typerend in staat om vrucht te gaan dragen, waarna het oogsten van de vruchten bij de tuinder kan beginnen.
Een werkwijze voor het opkweken van planten maakt typerend gebruik van een houder. Een houder voorzien van een vochtabsorberend substraat is bekend bij de vakman. Plastic potten die potaarde of een ander substraat omvatten worden op grote 30 schaal gebruikt voor het kweken van planten, voor het ontkiemen en doen groeien van zaden en zaailingen, en als (binnen)pot voor planten, bijvoorbeeld in huis of tuin. Deze plastic potten zijn typerend vervaardigd uit hard plastic, zoals PE, PP, PS en mengsels daarvan.
3
Een nadeel van sommige houders is dat deze onvoldoende toegankelijk zijn voor het plaatsen van plantjes en/of zaailingen. Ook zijn sommige houders moeilijk toegankelijk voor het overplaatsen van zaailing of plantje voorzien van een substraat. Hierdoor zal de vakman extra handelingen moeten verrichten en/of handelingen minder snel kunnen 5 uitvoeren.
Een verder nadeel van sommige houders is dat ze lastig stapelbaar zijn.
Een ander nadeel van sommige houders is dat ze geen vochtregulerende middelen hebben. Enerzijds kan het hierdoor lastig zijn om voedingsstoffen naar de plant te brengen, anderzijds kan het substraat te snel uitdrogen door verdamping van vocht.
10 De onderhavige uitvinding beoogt daarom een werkwijze volgens de inleiding te verschaffen, evenals een houder, en gebruik van de houder, die één of meer van de bovengenoemde nadelen opheft.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinding beoogt nu volgens een eerste aspect een 15 werkwijze volgens de inleiding te verschaffen omvattende de stappen van a. het plaatsen van een zaadje in een eerste substraat, zoals in een kiemplug, b. het laten groeien van het zaadje in het eerste substraat tot een zaailing, c. het verschaffen van een vochtabsorberend eindsubstraat bij voorkeur in een houder volgens een tweede aspect van de uitvinding, en 20 d. het overplaatsen van de zaailing en eerste substraat in het eindsubstraat of het plaatsen van een zaadje direct in het eindsubstraat.
Aldus is een werkwijze verschaft waarin een zaadje of zaailing, bij voorkeur van een te groeien vruchtdragende plant, gegroeid kan worden, met maximaal één overplanting c.q. verspening. In principe zijn er geen beperkingen aan de zaadjes en/of 25 zaailingen.
De onderhavige werkwijze en houder hebben onder meer als voordeel dat de houder goed stapelbaar is, de houder bij voorkeur is voorzien van vochtregulerende middelen, weinig volumineus substraat gebruikt wordt, de houder goed toegankelijk is, en er minder handelingen vereist zijn.
30 De onderhavige werkwijze heeft evenzo betrekking op het groeien van meer dan één zaadje of zaailing in een eindsubstraat, zoals twee, drie, vier of meer daarvan, evenals combinaties daarvan. Het aantal is beperkt door de grootte en vorm van het eindsubstraat en van het type plant en zal derhalve typerend een, twee of drie zijn. Een 4 plant heeft behoefte aan een zekere ruimte om zich voldoende te kunnen ontwikkelen, en heeft verder behoefte aan voldoende substraat.
Het eerste en eindsubstraat volgens de uitvinding moeten geschikt zijn voor het ontvangen van het zaadje of zaailing, en moet wortelontwikkeling daarvan mogelijk 5 maken. Bij voorkeur omvat het substraat kokos. In een voorbeeld omvat het substraat geperst kokos uit één stuk. Het voordeel van geperst materiaal, zoals kokos, dat het een gering volume heeft, en derhalve gemakkelijk te transporteren is en gemakkelijk te gebruiken is.
Vervolgens zal het zaadje/de zaailing onder geschikte omstandigheden 10 uitgroeien tot een zaailing die groot genoeg is om overgeplaatst (overgeplant) te worden.
Een houder volgens de uitvinding wordt geschikt gemaakt om een zaailing met eerste substraat te ontvangen. Daartoe wordt in een voorbeeld een eindsubstraat voorzien van vocht, waardoor het zwelt. Eventueel worden gebruikelijke voedingstoffen en eventuele micronutriënten toegevoegd aan het vocht. Evenzo kan het zaadje direct in het 15 eindsubstraat geplaatst worden. Ook kan het zaadje of zaailing in het eindsubstraat geplaatst worden, waarna het eindsubstraat wordt voorzien van vocht. Het verdient de voorkeur om het eindsubstraat eerst in gereedheid te brengen om zaadje of zaailing te ontvangen en te voorzien van vocht en eventueel voedingstoffen.
In een voorbeeld worden de zaailing en eerste substraat vervolgens 20 overgebracht naar het gezwollen eindsubstraat. Hierdoor wordt ondermeer het probleem van te warme of koude ondergrond/matten voorkomen, met als gevolg een betere regulering.
In een voorbeeld omvat de werkwijze volgens de uitvinding, een volgende stap van 25 e. het tot jonge plant laten groeien van de zaailing, bij voorkeur tot vruchtdragende plant.
In een voorbeeld van de werkwijze volgens de uitvinding worden bij voorkeur planten gekweekt die vrucht dragen, zoals groenten, zoals tomaat, komkommer, paprika, sla, bloemen, planten, bomen, en bollen.
30 In een voorbeeld omvat de werkwijze volgens de uitvinding, het laten groeien van het zaadje in het eerste substraat door het in een oplossing plaatsen, welke oplossing water en eventueel voedingstoffen omvat. Aldus kan het zaadje tot een zaailing opgekweekt worden. Onder voedingsstoffen worden voor de plant geschikte voedingsstoffen in geschikte hoeveelheden verstaan, zoals N, P, K, en micronutriënten.
5
Het zaadje of zaailing kan direct in een nagenoeg gesloten houder geplaatst worden, of in een geopende houder die vervolgens nagenoeg gesloten wordt, of door een gesloten houder heen gevoerd worden onder vorming van een tweede opening. Het verdient de voorkeur om een gesloten houder te gebruiken, eventueel een houder 5 waarvan een tweede opening tijdelijk gesloten is door bijvoorbeeld een hechtstrip. De houder zal gezien de constructie ervan niet geheel gesloten zijn, en zal typerend voor meer dan 90%, zoals 95% of 99% gesloten zijn. Dat is voldoende om de vochthuishouding adequaat te kunnen reguleren. Indien gewenst kan de houder nagenoeg geheel gesloten worden, bijvoorbeeld middels tape.
10 Door een geschikte houder te gebruiken, kan het verdampen van vocht tegengegaan worden. Hiermee kan een voor het plantje, zaadje of zaailing optimale vochtconcentratie verkregen en gehandhaafd worden, zoals gewenst voor een gegeven situatie. Aldus zijn in combinatie met andere groeiomstandigheden, zoals temperatuur, voeding, C02-gehalte, aanwezigheid van schimmels, en licht, optimale condities voor 15 ontwikkeling te verkrijgen.
In een voorbeeld omvat de werkwijze volgens de uitvinding, verder f. het overplaatsen van de plant, houder en substraat naar een omgeving, zoals een kas, waar de plant vrucht gaat dragen of volgroeit.
Bij voorkeur worden planten gekweekt die vrucht dragen of als zodanig eetbaar 20 zijn. Typerend zal het oogsten van vruchten op een andere locatie, zoals bij een tuinder, plaats vinden.
Als gevolg van de onderhavige werkwijze kan bovendien tot een aantal weken eerder begonnen worden met oogsten.
In een voorbeeld omvat de werkwijze volgens de uitvinding, verder 25 g. het oogsten van de vruchten
Het oogsten van de vruchten zal bij voorbeeld en bij voorkeur bij een tuinder plaatsvinden.
In een voorbeeld van de werkwijze volgens de uitvinding wordt het oogsten van de vruchten of planten uitgevoerd bij een tuinder, en worden daaraan voorafgaande stappen 30 op een eerste locatie uitgevoerd, zoals bij een opkweker.
De onderhavige uitvinding beoogt nu volgens een tweede aspect een houder volgens de inleiding te verschaffen omvattende een vochtabsorberend substraat, bij voorkeur een eindsubstraat uit één stuk, welk eindsubstraat optioneel een verspeengat 6 omvat, waarbij de houder bij voorkeur is vervaardigd uit een plastic flexibel foliemateriaal, waarbij de houder een bodem omvat aan een eerste zijde, en waarbij de houder optioneel een eerste opening omvat aan een tegenover de eerste zijde gelegen zijde, welke eerste opening groot genoeg is om het vochtabsorberende eindsubstraat in de houder te 5 ontvangen, waarbij de houder in hoofdzaak staafvormig is met een doorsnede die bij voorkeur vierkant, rechthoekig, zeshoekig of rond is, waarbij de houder in gebruik en in hoofdzaak gesloten toestand een tweede opening omvat, welke tweede opening in een bovenzijde van de houder is gelegen, waarbij de tweede opening groot genoeg is om of een zaadje of een zaailing met 10 eventueel eerste substraat door heen te voeren, en waarbij de tweede opening zo geplaatst is dat de tweede opening in gesloten toestand van de houder, en bij een op geschikte wijze gezwollen eindsubstraat een uittreedopening aan de zaailing verschaft.
De eerste opening kan eventueel gesloten zijn in het productieproces van de houder, en als zodanig een gesloten (boven)zijde vormen.
15 Bij voorkeur is het foliemateriaal een plastic, zoals PE, PP, en dergelijke.
De houder omvat één of meerdere tweede en soms een derde opening voor het van buitenaf plaatsen van een zaadje, zaailing, of plantje in het substraat. De tweede opening is verder groot genoeg om het plantje of zaailing een uitgang naar de om de houder gelegen omgeving te verschaffen. De tweede opening is verder zo klein mogelijk, 20 om verdamping van vocht zo veel mogelijk tegen te gaan.
De houder is in hoofdzaak staafvormig, dat wil zeggen heeft een zekere breedte, lengte en hoogte. In niet gezwollen toestand is de hoogte beperkt tot bij voorbeeld enkele centimeters, zoals 2 cm. De hoogte in gezwollen toestand is in verhouding tot lengte en breedte, zodanig dat plantjes er op geschikte wijze in kunnen groeien.
25 In een voorbeeld omvat de houder volgens de uitvinding een materiaal dat een sterk lichtreflecterende kleur aan een buitenzijde en een sterk lichtabsorberende kleur aan een binnenzijde heeft. De houder is bij voorkeur wit aan de buitenzijde, en zwart aan de binnenzijde. Aldus kan de vochthuishouding het best gereguleerd worden.
In een voorbeeld omvat de houder volgens de uitvinding één of meer 30 vochtregulatiemiddelen, bij voorkeur één of meer drainage openingen in de houder, zoals een drainslit. In een voorbeeld volgens de uitvinding bevinden de drainage openingen zich aan de bodemzijde en/of aan een bodemzijde gelegen gedeelte van een of meer zijkanten van de houder. De houder is bij voorkeur voorzien van openingen/kleppen, waardoor vocht en voedingsstoffen toegevoerd kunnen worden, en overtollig vocht afgevoerd kan 7 worden. Houder en substraat kunnen daartoe in een waterig medium geplaatst worden, zoals een grote bak. In een voorbeeld kunnen de openingen later aangebracht worden.
In een voorbeeld omvat de houder volgens de uitvinding een vochtabsorberend organisch substraat, welk substraat over geschikte fysische eigenschappen beschikt om 5 zaailingen in op te kweken, en welk substraat eventueel voedingsstoffen voor de zaailing omvat, zoals organische meststoffen. In een voorbeeld omvat de houder volgens de uitvinding het materiaal dat initieel één of meer omvat van geperst kokos, turf, en andere substraten, bij voorkeur kokos. Het substraat omvat bij voorkeur geperst kokos.
In een voorbeeld omvat het substraat een verspeengat voor het ontvangen van 10 een zaailing of zaadje. Het verspeengat is groot genoeg om een zaadje of zaailing op te nemen. Bij voorkeur is de ruimte groot genoeg om ook een substraat waarin het zaadje of zaailing eventueel is geplaatst, op te nemen, zoals ongeveer 2cm x 2 cm. Deze uitvoeringsvorm biedt het voordeel dat zaadjes of zaailing een voorselectie kunnen ondergaan. Niet opgekomen zaadjes of zaailingen hoeven dan niet overgeplaatst te 15 worden naar het onderhavige eindsubstraat.
In een voorbeeld omvat de houder volgens de uitvinding de voedingsstoffen die in hoofdzaak vrij van ballastzouten zijn en bestaan uit in hoofdzaak direct opneembare mineralen. Aldus is de houder klaar voor direct gebruik daarvan.
In een voorbeeld omvat de houder volgens de uitvinding een zaadje of zaailing, 20 waarbij het zaadje of de zaailing wordt gekozen uit groenten, zoals tomaat, komkommer, paprika, en sla.
De onderhavige uitvinding beoogt nu volgens een derde aspect een gebruik van een houder volgens de uitvinding te verschaffen, voor het groeien van een zaadje of een zaailing.
25 In een voorbeeld van gebruik en van de onderhavige werkwijze kunnen al in het stadium van opkweek schimmelpreparaten toegepast worden in de onderhavige houder om het wortelmilieu te beschermen/verbeteren.
Voorbeeld 30 Zaailingen worden opgekweekt in zaaiplugjes van steenwol, eventueel plugjes gemaakt van kokos. De grootte van de plug kan in dit scenario variëren.
De zaailing met plug wordt dan in de houder volgens de uitvinding (Growpot®) geplant en opgekweekt tot jonge plant.
8
Het voordeel van de Growpot is dat de jonge plant langer bij de plantenkweker kan blijven en dus ook al bloemen kan aanleggen, desnoods zelfs al de eerste vruchtjes dragen. Dit heet een “verlengde opkweek”. Bovendien is het voordeel van de Growpot met kokos tegenover steenwolblokken van 10x10x6,5 dat de kokos in de Growpot droger 5 is, waardoor de jonge plant gemakkelijker generatiever kan worden opgekweekt. Hierdoor krijgt de plant een meer gedrongen vorm, hetgeen bovendien heel welkom is bij een verlengde opkweek; anders worden de planten te groot om te vervoeren. Ook in dit stadium van opkweek kunnen al schimmelpreparaten toegepast worden in de Growpot om het wortelmilieu te beschermen/verbeteren. Uit proeven blijkt namelijk dat kokos -en 10 meer specifiek een luchtige kokos- een uitstekende groeibodem kan zijn voor deze schimmels, zoals bijvoorbeeld Trichoderma. Schimmels verschaffen een antagonistische werking, in die zin dat de plant langer gezond blijft.
De Growpot met jonge plant wordt dan vervoerd van de plantenkwekerij naar de tuinder.
15 De tuinder hoeft in dit geval vooraf geen substraatmatten aan te kopen en neer te leggen want het is de bedoeling om de planten verder te telen in de Growpot. Daarom bevat de Growpot een specifiek volume om mogelijk te maken dat de planten een jaar rond zijn te telen. Als voorbeeld zijn er Growpots van 4 liter (15x15x18cm) voor 1 plant of Growpots van 6 liter (20x20x15cm) voor 2 planten. Het doel is het grondoppervlak van de 20 pot zo klein mogelijk houden om toch zoveel mogelijk potten per eenheid oppervlak kwijt te kunnen bij de plantenkweker. Dus het volume is vooral opgebouwd in de hoogte, wat met kokos perfect mogelijk is (dit zou niet lukken met steenwol omdat steenwol niet voldoende capillaire werking heeft). Uiteraard is dit ook bij kokos ook beperkt, waarbij 18cm hoogte wel een maximum lijkt te zijn.
25 Gebruik makend van de Growpot wordt de plant ook slechts één keer overgepoot, hetgeen voordelen oplevert betreffende algemene gewasgroei. Bij overpoten op substraatmatten komen nog al eens problemen met Pythium voor (bijvoorbeeld indien de substraatmat er te koud bij ligt) waardoor planten uitvallen bij de tuinder. Met de Growpot wordt dit risico volledig uitgesloten. Ook kan de tuinder een grotere plant kopen waardoor 30 hij sneller opnieuw in productie kan komen. Tijdens de teelt worden in een voorbeeld dan ook nog eens opnieuw schimmelpreparaten toegediend om het wortelmilieu te beschermen. Hierdoor wordt tevens heel wat bespaard aan chemische (dure) preparaten die tijdens het seizoen soms dikwijls worden meegedruppeld om het wortelmilieu te 9 ontsmetten ingeval van wortelproblemen. Als gevolg verschaft telen op kokos een voordeel naar het milieu.
KORTE FIGUURBESCHRIJVING
Figuur 1 toont schematisch een werkwijze volgens de stand der 5 techniek.
Figuur 2 toont schematisch een werkwijze volgens de uitvinding.
Figuur 3 toont schematisch een houder volgens de uitvinding.
GEDETAILLEERDE FIGUURBESCHRIJVING
In detail laat figuur 1 a 1 het plaatsen van een zaailing of zaadje 10 (110) op een substraat (100) zien. Substraat (100) heeft typerend een afmeting van 2 cm x 2 cm. Het zaadje ontkiemt vervolgens en groeit uit (figuur 1a2). Het aldus verkregen plantje (111) inclusief substraat (100) wordt dan overgebracht naar een tweede substraat (120) (figuur 1a3). Het plantje kan dan verder uitgroeien, totdat het groot genoeg is om overgebracht te worden (figuur 1a4). De voorgaande 15 stappen (P1) worden door een opkweker uitgevoerd.
Een tuinder brengt vervolgens een substraat (130) in gereedheid, zoals een mat (figuur 1b1). Het substraat wordt bevochtigd en eventueel voorzien van voedingstoffen. Typerend maar niet noodzakelijk zet het substraat (130) uit door het toevoegen van vocht (131) (figuur 1b2). Het substraat (131) is dan klaar 20 voor het ontvangen van het bij de opkweker verder opgekweekte plantje (figuur 1b3). Hiertoe wordt het plantje van de opkweker naar de tuinder overgebracht.
De stappen b1-b3 (P2) worden bij de tuinder uitgevoerd.
In detail laat figuur 2a1 het plaatsen van een zaailing of zaadje (210) op een eerste substraat (200) zien. Substraat (200) heeft typerend een 25 afmeting van 2 cm x 2 cm. Het zaadje ontkiemt vervolgens en groeit uit (figuur 2a2). De opkweker brengt vervolgens een houder met substraat (240) in gereedheid (figuur 2b1). Het substraat wordt bevochtigd en eventueel voorzien van voedingstoffen. Typerend zet het substraat (240) uit door het toevoegen van vocht (241) (figuur 2b2). Het substraat (241) is dan klaar voor het ontvangen van het bij 30 de opkweker verder opgekweekte plantje. Het aldus verkregen plantje (211) inclusief substraat (200) wordt dan direct, zonder tussenstap, overgebracht naar het eindsubstraat (240) (figuur 2a4). Het plantje kan dan verder uitgroeien, totdat het groot genoeg is om vrucht te dragen (figuur 2c). De voorgaande stappen (P1) worden door een opkweker uitgevoerd.
10
Hierna wordt het plantje van de opkweker naar de tuinder overgebracht. Vervolgens kan de tuinder meteen vrucht laten dragen. Geen van de stappen b1-b2 wordt nog bij de tuinder uitgevoerd. Alleen stap c (p2) wordt nog door de tuinder uitgevoerd.
5 In detail toont figuur 3a-d gebruik van de onderhavige houder.
Houder (300) is voorzien van een substraat (340), zoals geperst kokos. Houder (300) omvat bij voorbeeld flexibele afsluiters (350), welke het substraat (340) kunnen afsluiten. Afsluiters (350) omvatten ten minste één opening (351), welke ten minste ene opening groot genoeg is om een plantje, zaailing of zaadje te 10 ontvangen, eventueel verder voorzien van een substraat (figuur 3b, verder zoals in figuur 2a3). Na plaatsen van plantje/zaadje (351) kan dit verder uitgroeien, door de ten minste ene opening. Figuur 3c toont een bovenaanzicht van de houder in gebruik. Figuur 3d toont een zijaanzicht van de houder in gebruik.
De afsluiters (350) reguleren de vochthuishouding van het substraat en 15 plantje.
De onderhavige uitvinding is in de tekeningen en de hierboven staande beschrijving weergegeven en beschreven aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld. Het moge echter duidelijk zijn dat vele, al dan niet voor de 20 vakman voor de hand liggende, varianten denkbaar zijn binnen de beschermingsomvang van de uitvinding, die wordt bepaald door de hiernavolgende conclusies.
25

Claims (14)

1. Werkwijze voor het opkweken van zaadje of zaailing, omvattende de stappen van a. het plaatsen van een zaadje in een eerste substraat, 5 b. het laten groeien van het zaadje in het eerste substraat tot een zaailing, c. het verschaffen van een vochtabsorberend eindsubstraat bij voorkeur in een houder, bij voorkeur een eindsubstraat uit één stuk, welk eindsubstraat optioneel een verspeengat omvat, waarbij de houder bij voorkeur is vervaardigd uit een plastic flexibel foliemateriaal, waarbij de houder een bodem omvat aan een 10 eerste zijde, en waarbij de houder optioneel een eerste opening omvat aan een tegenover de eerste zijde gelegen zijde, welke eerste opening groot genoeg is om het vochtabsorberende eindsubstraat in de houder te ontvangen, waarbij de houder in hoofdzaak staafvormig is met een doorsnede die bij voorkeur vierkant, rechthoekig, zeshoekig of rond is, 15 i. waarbij de houder in gebruik en in hoofdzaak gesloten toestand een tweede opening omvat, welke tweede opening in een bovenzijde van de houder is gelegen, waarbij de tweede opening groot genoeg is om of een zaadje of een zaailing met eventueel eerste substraat door heen te voeren, en waarbij de 20 tweede opening zo geplaatst is dat de tweede opening in gesloten toestand van de houder, en bij een op geschikte wijze gezwollen eindsubstraat een uittreedopening aan de zaailing verschaft, en d. het overplaatsen van de zaailing en eerste substraat in het eindsubstraat of het 25 plaatsen van een zaadje direct in het eindsubstraat.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, verder omvattend het laten zwellen van het eindsubstraat voor of na het overplaatsen van de zaailing of het plaatsen van het zaadje.
3. Werkwijze volgens één van conclusies 1-2, gevolgd door de stap van 30 e. het tot jonge plant laten groeien van de zaailing, bij voorkeur tot vruchtdragende plant.
4. Werkwijze volgens één van conclusies 1-3, welke werkwijze verder omvat f. het overplaatsen van de plant, houder en substraat naar een omgeving, zoals een kas, waar de plant vrucht gaat dragen of volgroeit.
5. Werkwijze volgens één van conclusies 1-4, welke werkwijze verder omvat g. het oogsten van de vruchten.
6. Werkwijze volgens één van conclusies 1-5, waarbij het oogsten van de vruchten of planten uitgevoerd wordt bij een tuinder, en daaraan voorafgaande stappen op een 5 eerste locatie uitgevoerd worden, zoals bij een opkweker.
7. Houder omvattend een vochtabsorberend substraat, bij voorkeur een eindsubstraat uit één stuk, welk eindsubstraat optioneel een verspeengat omvat, waarbij de houder bij voorkeur is vervaardigd uit een plastic flexibel foliemateriaal, waarbij de houder een bodem omvat aan een eerste zijde, en waarbij de houder 10 een eerste opening omvat aan een tegenover de eerste zijde gelegen zijde, welke eerste opening groot genoeg is om het vochtabsorberende eindsubstraat in de houder te ontvangen, waarbij de houder in hoofdzaak staafvormig is met een doorsnede die bij voorkeur vierkant, rechthoekig, zeshoekig of rond is, waarbij de houder in gebruik en in hoofdzaak gesloten toestand een tweede 15 opening omvat, welke tweede opening in een bovenzijde van de houder is gelegen, waarbij de tweede opening groot genoeg is om of een zaadje of een zaailing met eventueel eerste substraat door heen te voeren, en waarbij de tweede opening zo geplaatst is dat de tweede opening in gesloten toestand van de houder, en bij een op geschikte wijze gezwollen eindsubstraat een uittreedopening 20 aan de zaailing verschaft.
8. Houder volgens conclusie 7, welk foliemateriaal een sterk lichtreflecterende kleur aan een buitenzijde en een sterk lichtabsorberende kleur aan een binnenzijde heeft.
9. Houder volgens één van conclusies 7-8, waarbij de houder is voorzien of te 25 voorzien van één of meer vochtregulatiemiddelen, bij voorkeur één of meer drainage openingen in de houder.
10. Houder volgens één van conclusies 7-9, welke houder is voorzien van een vochtabsorberend organisch substraat, welke substraat over geschikte fysische eigenschappen beschikt om zaailingen in op te kweken, en welk substraat 30 eventueel voedingsstoffen voor de zaailing omvat, zoals organische meststoffen.
11. Houder volgens conclusie 10, waarbij het substraat een verspeengat omvat voor het ontvangen van een zaailing of zaadje.
12. Houder volgens één van conclusies 7-11, waarbij het substraat initieel één of meer omvat van geperst kokos, turf, en andere substraten, bij voorkeur kokos.
13. Houder volgens één van conclusies 7-12, verder omvattend een zaadje of zaailing, waarbij het zaadje of de zaailing wordt gekozen uit groenten, zoals tomaat, komkommer, paprika, en sla.
14. Gebruik van een houder volgens één van conclusies 7-13, voor het groeien van 5 een zaadje of een zaailing.
NL2004703A 2010-05-11 2010-05-11 Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan. NL2004703C2 (nl)

Priority Applications (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004703A NL2004703C2 (nl) 2010-05-11 2010-05-11 Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan.
CA2835468A CA2835468C (en) 2010-05-11 2011-05-09 Container and method for raising a plant
PCT/NL2011/050315 WO2011142664A1 (en) 2010-05-11 2011-05-09 Container and method for raising a plant
EP11720606A EP2568799A1 (en) 2010-05-11 2011-05-09 Container and method for raising a plant

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004703A NL2004703C2 (nl) 2010-05-11 2010-05-11 Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan.
NL2004703 2010-05-11

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2004703C2 true NL2004703C2 (nl) 2011-11-14

Family

ID=43382450

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2004703A NL2004703C2 (nl) 2010-05-11 2010-05-11 Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan.

Country Status (4)

Country Link
EP (1) EP2568799A1 (nl)
CA (1) CA2835468C (nl)
NL (1) NL2004703C2 (nl)
WO (1) WO2011142664A1 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2019647B1 (en) * 2017-09-29 2019-04-08 Buzzy Inc A rooting plug configuration

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2014834B1 (nl) * 2015-02-13 2016-10-13 Janus Appels Gerbrandus Kweekplug voorzien van een zaadkorrel, alsmede werkwijze voor het vervaardigen van de kweekplug en werkwijze voor het kweken van een gewas met behulp van de kweekplug.
NL2016233B1 (nl) * 2015-02-13 2017-01-13 Janus Appels Gerbrandus Kweekplug voorzien van een zaadkorrel, alsmede werkwijze voor het vervaardigen van de kweekplug.
JP6815604B2 (ja) * 2016-11-30 2021-01-20 茂 増田 定植用培地

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0389355A1 (fr) * 1989-03-21 1990-09-26 Isover Saint-Gobain Substrat pour la culture hors-sol
US5035080A (en) * 1989-07-03 1991-07-30 Isover Saint-Gobain Element for above-ground cultivation
EP0962129A1 (en) * 1998-06-05 1999-12-08 Piet W. Houtepen Solid substrate composition
EP1082894A1 (fr) * 1999-09-02 2001-03-14 Le Comptoir Roussillonnais Sarl Dispositif de pain horticole destiné à être utilisé dans des systèmes de culture hors sol
EP1457107A1 (en) * 2003-03-08 2004-09-15 Ekofibre Limited Plant growing media
US20100064583A1 (en) * 2008-09-17 2010-03-18 Syndicate Sales, Inc. Method and apparatus for propagation and growth of plants in a sterile synthetic medium

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0389355A1 (fr) * 1989-03-21 1990-09-26 Isover Saint-Gobain Substrat pour la culture hors-sol
US5035080A (en) * 1989-07-03 1991-07-30 Isover Saint-Gobain Element for above-ground cultivation
EP0962129A1 (en) * 1998-06-05 1999-12-08 Piet W. Houtepen Solid substrate composition
EP1082894A1 (fr) * 1999-09-02 2001-03-14 Le Comptoir Roussillonnais Sarl Dispositif de pain horticole destiné à être utilisé dans des systèmes de culture hors sol
EP1457107A1 (en) * 2003-03-08 2004-09-15 Ekofibre Limited Plant growing media
US20100064583A1 (en) * 2008-09-17 2010-03-18 Syndicate Sales, Inc. Method and apparatus for propagation and growth of plants in a sterile synthetic medium

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2019647B1 (en) * 2017-09-29 2019-04-08 Buzzy Inc A rooting plug configuration

Also Published As

Publication number Publication date
CA2835468C (en) 2017-10-03
WO2011142664A1 (en) 2011-11-17
EP2568799A1 (en) 2013-03-20
CA2835468A1 (en) 2011-11-17

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU2571338C1 (ru) Контейнер, почвенная смесь и способ выращивания растений
Acheampong et al. Improving field establishment of cacao (Theobroma cacao) through mulching, irrigation and shading
Villalobos et al. Sowing and planting
NL2004703C2 (nl) Werkwijze voor het opkweken van planten en houder voor het opkweken voorzien van vochtabsorberend substraat, en gebruik daarvan.
CN111406569B (zh) 一种培育橡胶树大型全冠苗的育苗方法
CN104285771B (zh) 核桃容器苗水培培育方法
Mohanta et al. Nursery raising for vegetables and flowers in greenhouse
CN109429853A (zh) 一种软枣猕猴桃绿枝扦插育苗方法
CN106305251A (zh) 一种核桃容器大苗繁育方法
Weber Propagation.
Csizinszky Production in the open field.
Wenny et al. A growing regime for containerized ponderosa pine seedlings
JP6572482B1 (ja) スーパーグイマツの苗木の生産方法
Kumar Propagating shrubs, vines, and trees from stem cuttings
Beeson Jr Scheduling woody plants for production and harvest
Ahmad et al. Fruit and vegetable nurseries: establishment and management
CN103733947A (zh) 一种榴莲的种植方法
KR101535376B1 (ko) 고로쇠나무의 속성 번식방법
Ouma Root confinement and irrigation frequency affect growth of ‘Rough lemon’(Citrus limon) seedlings
Nelson Propagating plantation trees from cuttings in containers
Moore et al. Effect of root-plug incorporated controlled-release fertilizer on two-year growth and survival of planted ponderosa pine seedlings
Buchwald et al. Hydroponic culture of Catharanthus roseus (L.) G. Don and studies on seed production
Dunphy et al. Propagation
Sharma Nursery management for horticulture crops
Jensen et al. Growing corkbark fir and subalpine fir for nursery production

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20200601