[go: up one dir, main page]

NL2004449C2 - Foldable footwear item. - Google Patents

Foldable footwear item. Download PDF

Info

Publication number
NL2004449C2
NL2004449C2 NL2004449A NL2004449A NL2004449C2 NL 2004449 C2 NL2004449 C2 NL 2004449C2 NL 2004449 A NL2004449 A NL 2004449A NL 2004449 A NL2004449 A NL 2004449A NL 2004449 C2 NL2004449 C2 NL 2004449C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
footwear
sole
toe
folded state
heel
Prior art date
Application number
NL2004449A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannes Jozef Maatman
Sebastian Michael Roland Kraus
Khodayar Feiz
Barbara Maria Grosse-Hering
Sebastian Doermann
Claudia Petula Madelon Lijnsvelt
Original Assignee
Born In Saint Tropez B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Born In Saint Tropez B V filed Critical Born In Saint Tropez B V
Priority to NL2004449A priority Critical patent/NL2004449C2/en
Priority to PCT/NL2011/050196 priority patent/WO2011119026A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2004449C2 publication Critical patent/NL2004449C2/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A43FOOTWEAR
    • A43BCHARACTERISTIC FEATURES OF FOOTWEAR; PARTS OF FOOTWEAR
    • A43B3/00Footwear characterised by the shape or the use
    • A43B3/24Collapsible or convertible
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A43FOOTWEAR
    • A43BCHARACTERISTIC FEATURES OF FOOTWEAR; PARTS OF FOOTWEAR
    • A43B1/00Footwear characterised by the material
    • A43B1/0054Footwear characterised by the material provided with magnets, magnetic parts or magnetic substances
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A43FOOTWEAR
    • A43BCHARACTERISTIC FEATURES OF FOOTWEAR; PARTS OF FOOTWEAR
    • A43B13/00Soles; Sole-and-heel integral units
    • A43B13/14Soles; Sole-and-heel integral units characterised by the constructive form
    • A43B13/141Soles; Sole-and-heel integral units characterised by the constructive form with a part of the sole being flexible, e.g. permitting articulation or torsion
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A43FOOTWEAR
    • A43BCHARACTERISTIC FEATURES OF FOOTWEAR; PARTS OF FOOTWEAR
    • A43B13/00Soles; Sole-and-heel integral units
    • A43B13/14Soles; Sole-and-heel integral units characterised by the constructive form
    • A43B13/16Pieced soles

Landscapes

  • Footwear And Its Accessory, Manufacturing Method And Apparatuses (AREA)

Claims (38)

1. Schoeisel, omvattende een zool die meerdere zooldelen omvat, waarbij het schoeisel transformeerbaar is tussen: - een gebruikstoestand waarin de zooldelen een zool van het schoeisel vormen, en 5. een opgevouwen toestand waarin de zooldelen in hoofdzaak op elkaar gevouwen zijn.
2. Schoeisel volgens conclusie 1, waarbij de respectieve zooldelen met elkaar verbonden zijn door middel van respectieve verbindingen die werken als een 10 scharnier.
3. Schoeisel volgens conclusie 1 of 2, omvattende drie zooldelen: - een teenzooldeel, een middenzooldeel, en 15 - een hielzooldeel, waarbij het teenzooldeel door middel van een eerste verbinding die als een scharnier werkt verbonden is met het middenzooldeel en waarbij het middenzooldeel door middel van een tweede verbinding die als een scharnier werkt verbonden is met het hielzooldeel. 20
4. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de zooldelen zijn geconstrueerd om in hoofdzaak op elkaar te vouwen in een zigzag type configuratie.
5. Schoeisel volgens conclusie 3 of 4, waarbij de bovenzijde van het middenzooldeel is ingericht om te vouwen op de bovenzijde van het hielzooldeel en waarbij de onderzijde van het teenzooldeel is ingericht om te vouwen op de onderzijde van het middenzooldeel.
6. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een bevestigingsinrichting voor het bevestigen van het schoeisel in de opgevouwen toestand, waarbij de bevestigingsinrichting een integraal onderdeel van het schoeisel is. -18-
7. Schoeisel volgens conclusie 6, waarbij de bevestigingsinrichting is geconstrueerd om: een eerste functie te vervullen van het fixeren van het schoeisel in de opgevouwen toestand, en 5. een tweede andere functie te vervullen in de gebruikstoestand van het schoeisel.
8. Schoeisel volgens conclusie 6 of 7, waarbij de bevestigingsinrichting geconstrueerd is om, in de gebruikstoestand, aan te grijpen op een deel van de 10 voet ten einde het schoeisel op de gewenste positie op de voet te houden.
9. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een: bevestigingsinrichting voor het bevestigen van het schoeisel in de opgevouwen toestand, en 15. een hiel, waarbij de hiel is geconstrueerd om een deel te zijn van of samen te werken met de bevestigingsinrichting.
10. Schoeisel volgens een van de conclusies 6-9, omvattende een hiel die een volume definieert, waarbij de bevestigingsinrichting is geconstrueerd om, in de 20 opgevouwen toestand, ten minste gedeeltelijk gepositioneerd te worden in het volume dat wordt gedefinieerd door de hiel.
11. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een element dat is geconstrueerd om te dienen als een teenstuk in de gebruikstoestand en is 25 ingericht om te dienen als een bevestigingsinrichting in de opgevouwen toestand.
12. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een teenhouder die is verbonden met een zooldeel en beweegbaar is ten opzichte is van genoemd zooldeel tussen twee operationele posities: 30. een gebruikspositie waarin de teenhouder uitsteekt van het zooldeel en een verbinding verschaft tussen het schoeisel en de voet van de gebruiker in het gebied van de tenen, en - een compacte positie waarin de teenhouder aanzienlijk minder uitsteekt van het zooldeel dan in de gebruikstoestand en functioneert als een 35 bevestigingsinrichting voor het bevestigen van het schoeisel in de opgevouwen toestand. -19-
13. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvat een teenhouder die is geconstrueerd om te glijden ten opzichte van het zooldeel waarmee het is verbonden.
14. Schoeisel volgens conclusie 12 of 13, waarbij de teenhouder is geconstrueerd om te glijden door een gat in het teenzooldeel.
15. Schoeisel volgens een van de conclusies 12-14, waarbij de zooldelen elk een gat omvatten, waarbij in de opgevouwen toestand de gaten zijn uitgelijnd met elkaar 10 en waarbij de teenhouder is ingericht om zich in de opgevouwen toestand uit te strekken door genoemde gaten om de voetbekleding in de opgevouwen toestand te fixeren.
16. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een 15 teenhouder die beweegbaar is ten opzichte van de zool zodanig dat: in de uitgevouwen toestand de teenhouder vanaf de zool ten minste gedeeltelijk naar boven toe uitsteekt, en in de opgevouwen toestand de teenhouder ten minste gedeeltelijk naar beneden toe vanaf de zool uitsteekt in de hiel. 20
17. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een teenhouder die omvat: een teenspleetdeel omvattende een verbindingsmiddel voor verbinding met de zool en omvattende een lichaam dat is ingericht om - in gebruik - zich 25 vanaf de zool naar boven toe uit te strekken door een spleet tussen de grote teen en de teen die grenst aan de grote teen, en een strekdeel dat breder is dan het lichaam en dat is verbonden met een bovenste uiteinde van het lichaam en is ingericht om zich uit te strekken over een gebied van de voet nabij de grote teen en de tweede teen. 30
18. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een bevestigingsinrichting, in het bijzonder een teenhouder, die een connector omvat voor het fixeren van de bevestigingsinrichting aan de hiel of het hielzooldeel van het schoeisel, ten einde het schoeisel in de opgevouwen toestand te houden. 35
19. Schoeisel volgens conclusie 18, omvattende een hiel en een teenhouder, waarbij de teenhouder is ingericht om in de opgevouwen toestand ten minste gedeeltelijk -20- in de hiel ingestoken te worden, waarbij de connector is geconstrueerd om de teenhouder in de genoemde ingestoken positie met de hiel te verbinden.
20. Schoeisel volgens conclusie 19, waarbij de connector omvat: 5. een magneet die is bevestigd aan de teenhouder, en een magneet die is bevestigd aan de hiel of het hielzooldeel, om het mogelijk te maken dat de teenhouder op de hiel wordt geklikt, ten einde het schoeisel in de opgevouwen toestand te fixeren.
21. Schoeisel volgens de conclusie 17, waarbij het strekdeel van de teenhouder is ingericht om te fungeren als een stop die - in de opgevouwen toestand - het ontvouwen van de zooldelen voorkomt, zodat de zooldelen in de opgevouwen toestand worden gehouden.
22. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het schoeisel verder een bevestigingsmiddel omvat dat is verbonden met de zool, waarbij het bevestigingsmiddel is ingericht om het schoeisel met de voet van de gebruiker te verbinden, in het bijzonder met de enkel van de gebruiker.
23. Schoeisel volgens conclusie 22, waarbij de verbindingsmiddelen flexibele langwerpige delen omvatten, die zijn ingericht om ten minste gedeeltelijk om de enkel gepositioneerd te worden.
24. Schoeisel volgens conclusie 22 of 23, waarbij de verbindingsmiddelen zijn 25 ingericht om verbonden te worden met ten minste een hieluiteinde van de zool en met de zool nabij de tweede verbindingsinrichting.
25. Schoeisel volgens een van de conclusies 2-24, waarbij de verbindingen die fungeren als een scharnier zwenkassen definiëren die in hoofdzaak parallel zijn 30 aan elkaar of zich ten opzichte van elkaar uitstrekken onder een scherpe hoek van 0 tot 20 graden.
26. Schoeisel volgens een van de conclusies 2-25, waarbij de zooldelen een dikte hebben en een onderzijde en bovenzijde, waarbij de eerste verbindingsinrichting 35 die fungeert als een scharnier is verschaft nabij de onderzijde van de zooldelen die er door verbonden worden en waarbij de tweede verbindingsinrichting die -21 - fungeert als een scharnier is verschaft nabij de bovenzijde van de zooldelen die erdoor verbonden worden.
27. Schoeisel volgens een van de conclusies 2-26, waarbij de verbindingen die 5 fungeren als een scharnier omvatten: - een relatief dun, makkelijk vervormbaar materiaal dat fungeert als een scharnier, en/of - ten minste een pin die zwenkbaar is in ten minste een gat van een houder.
28. Schoeisel volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een sluitinrichting die is ingericht om ten minste twee zooldelen ten opzichte van elkaar in de uitgevouwen toestand te fixeren, zodanig dat de zooldelen een vormstabiele zool vormen.
29. Schoeisel volgens conclusie 28, waarbij de sluitinrichting een pin omvat om te bewegen tussen: - een niet-gesloten positie waarbij de pin is gepositioneerd in een eerste sluiterhouder die in een zooldeel is verschaft, een gesloten positie waarin de pin ten minste gedeeltelijk gepositioneerd is in 20 zowel de eerste sluiterhouder als een tweede sluiterhouder in het tweede zooldeel.
30. Schoeisel volgens conclusie 28, waarbij de sluiterinrichting omvat: een eerste magneet die is aangebracht op een uitsteeksel van een zooldeel 25 en een tweede magneet die is aangebracht op een aangrenzend zooldeel, waarbij de tweede magneet is geconstrueerd om in de gebruikstoestand aan te grijpen op de eerste magneet.
31. Schoeisel volgens een van de conclusies 13 tot 26 en 28-29, waarbij de zool of ten minste een deel van de zool is vervaardigd van een relatief zacht materiaal, waarbij de zool kan worden gevouwen tussen de gebruikstoestand en de opgevouwen toestand in vouwgebieden die een integraal onderdeel van de zool vormen.
32. Schoeisel volgens een van de conclusies 9-31, omvattende een afdekdeel dat is ingericht om - tijdens gebruik - ten minste gedeeltelijk de tenen van de gebruiker 35 -22- te bedekken, waarbij het afdekdeel is verbonden met het teenzooldeel en in de opgevouwen toestand op het teenzooldeel gevouwen kan worden.
33. Schoeisel volgens conclusie 32, waarbij het afdekdeel een bevestigingsinrichting 5 omvat dat is ingericht om het afdekdeel op het teenzooldeel in een opgevouwen toestand te fixeren.
34. Combinatie, omvattende linker en een rechter schoeisel volgens conclusie 1.
35. Combinatie volgens conclusie 34, waarbij het linker en rechter schoeisel een fixeerinrichting omvatten voor het fixeren van het schoeisel in de opgevouwen toestand, waarbij de fixeerinrichting een integraal onderdeel is van het schoeisel en waarbij de fixeerinrichting is geconstrueerd om, in de gebruikstoestand, aan te grijpen op een deel van de voet teneinde het schoeisel op de gewenste positie op 15 de voet te houden.
36. Draagband voor het dragen van schoeisel, waarbij de draagband omvat: een eerste lus van een variabel formaat dat wordt gevormd door een eerste langwerpig flexibel deel, 20. een tweede lus van variabel formaat dat wordt gevormd door een tweede langwerpig flexibel deel, een handvat, en een insteldeel dat ten minste een doorgaand gat omvat waardoor de flexibele, langwerpige delen zich uitstrekken, waarbij het insteldeel is ingericht 25 om te glijden langs de flexibele langwerpige delen voor het variëren van het formaat van de eerste en tweede lus.
37. Werkwijze voor het vouwen of uitvouwen van schoeisel, de werkwijze omvattende, 30. het verschaffen van schoeisel omvattende een zool die meerdere zooldelen omvat, waarbij het schoeisel transformeerbaar is tussen: i. een gebruikstoestand waarin de zooldelen een zool van het schoeisel vormen ii. een opgevouwen toestand waarin de zooldelen in hoofdzaak op 35 elkaar gevouwen zijn, en -23- het opvouwen van het schoeisel van de gebruikstoestand in de opgevouwen toestand of het uitvouwen van het schoeisel van de opgevouwen toestand in de gebruikstoestand.
38. Werkwijze volgens conclusie 37, waarbij het schoeisel een fixeerinrichting omvat, de werkwijze omvattende de stappen: a) het verschaffen van het schoeisel in de gebruikstoestand, waarbij de fixeerinrichting een integraal onderdeel van het schoeisel is en aangrijpt op een deel van de voet doeleinde het schoeisel in de gewenste positie op de voet te 10 houden, b) verwijderen van het schoeisel van de voet van de gebruiker, c) het vouwen van het schoeisel van de gebruikstoestand in de opgevouwen toestand, en d) het fixeren van het schoeisel in de opgevouwen toestand met de 15 fixeerinrichting, of a) het verschaffen van het schoeisel in de opgevouwen toestand, waarbij de fixeerinrichting het schoeisel in de opgevouwen toestand houdt, b) los maken of ontkoppelen van de fixeerinrichting, 20 c) het uitvouwen van het schoeisel van de opgevouwen toestand in de gebruikstoestand, waarbij de fixeerinrichting aangrijpt op een deel van de voet ten einde het schoeisel op de gewenste positie op de voet te houden, d) het plaatsen van het schoeisel op de voet van de gebruiker.
NL2004449A 2010-03-23 2010-03-23 Foldable footwear item. NL2004449C2 (en)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004449A NL2004449C2 (en) 2010-03-23 2010-03-23 Foldable footwear item.
PCT/NL2011/050196 WO2011119026A1 (en) 2010-03-23 2011-03-21 Foldable footwear item

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004449 2010-03-23
NL2004449A NL2004449C2 (en) 2010-03-23 2010-03-23 Foldable footwear item.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2004449C2 true NL2004449C2 (en) 2011-09-27

Family

ID=43067225

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2004449A NL2004449C2 (en) 2010-03-23 2010-03-23 Foldable footwear item.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2004449C2 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1914002U (de) * 1965-02-16 1965-04-15 Mangual Thaddies Ford Zusammenfaltbarer damenschuh.
US20060174513A1 (en) * 2005-02-04 2006-08-10 Viamerica Enterprises Llc Articulated foldable sandals
GB2455358A (en) * 2007-12-07 2009-06-10 Siena Black Ltd Foldable footwear
US20090193685A1 (en) * 2008-01-31 2009-08-06 Patient Pedro Llc Flexible footwear
WO2010006384A1 (en) * 2008-09-12 2010-01-21 Aniwa Baker Footwear and kit

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1914002U (de) * 1965-02-16 1965-04-15 Mangual Thaddies Ford Zusammenfaltbarer damenschuh.
US20060174513A1 (en) * 2005-02-04 2006-08-10 Viamerica Enterprises Llc Articulated foldable sandals
GB2455358A (en) * 2007-12-07 2009-06-10 Siena Black Ltd Foldable footwear
US20090193685A1 (en) * 2008-01-31 2009-08-06 Patient Pedro Llc Flexible footwear
WO2010006384A1 (en) * 2008-09-12 2010-01-21 Aniwa Baker Footwear and kit

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9089184B1 (en) Sandal with formed hinge and method of use
US7694435B1 (en) Foldable flip flop with formed hinge
JP2021058670A (ja) 適応可能な靴
US7765722B2 (en) Sandal with adjustable straps and interchangeable mix and match straps and insoles
ES2884828T3 (es) Un zapato modular
US8813386B2 (en) Shoe
US8832972B2 (en) Collapsible shoe and replaceable straps and methods for making and using same
CN102131415B (zh) 用于鞋类的可拆卸附件
US7975405B1 (en) Collapsible shoe and replaceable straps and methods for making and using
US20020129519A1 (en) Shoe with collapsible upper
US20090038181A1 (en) Footwear with detachable straps
US20140208620A1 (en) Flat-to-Heel Convertible Outsole
CN101203150A (zh) 适合度可调节的鞋具
US20100037486A1 (en) Modular Shoe Apparatus
US20150047228A1 (en) Ankle strap transformation footwear for slipper and sandal conversion
US10694806B2 (en) Shoe or sandal with interchangeable straps and ornaments
US20140250725A1 (en) Modular shoe with interchangeable components
NL2004449C2 (en) Foldable footwear item.
US20200154828A1 (en) Transformable Shoe
WO2011005568A2 (en) Outward folding, collapsible, self-contained shoe
NL2005676C2 (en) Foldable footwear item.
WO2011119026A1 (en) Foldable footwear item
US10667618B2 (en) Portable deployable stanchion to assist an individual at rest
GB2432295A (en) Foldable footwear
US11849807B1 (en) Transformable footwear

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20141001