[go: up one dir, main page]

NL2003397C2 - Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem. - Google Patents

Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem. Download PDF

Info

Publication number
NL2003397C2
NL2003397C2 NL2003397A NL2003397A NL2003397C2 NL 2003397 C2 NL2003397 C2 NL 2003397C2 NL 2003397 A NL2003397 A NL 2003397A NL 2003397 A NL2003397 A NL 2003397A NL 2003397 C2 NL2003397 C2 NL 2003397C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
heat
boiler
water
primary
heat transfer
Prior art date
Application number
NL2003397A
Other languages
English (en)
Inventor
Frederik Cornelis Noordenburg
Original Assignee
Inventum Holding B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Inventum Holding B V filed Critical Inventum Holding B V
Priority to NL2003397A priority Critical patent/NL2003397C2/nl
Priority to EP10747704.4A priority patent/EP2470842B1/en
Priority to PCT/NL2010/050533 priority patent/WO2011025374A1/en
Priority to DK10747704.4T priority patent/DK2470842T3/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2003397C2 publication Critical patent/NL2003397C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25BREFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B30/00Heat pumps
    • F25B30/02Heat pumps of the compression type
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24DDOMESTIC- OR SPACE-HEATING SYSTEMS, e.g. CENTRAL HEATING SYSTEMS; DOMESTIC HOT-WATER SUPPLY SYSTEMS; ELEMENTS OR COMPONENTS THEREFOR
    • F24D19/00Details
    • F24D19/10Arrangement or mounting of control or safety devices
    • F24D19/1006Arrangement or mounting of control or safety devices for water heating systems
    • F24D19/1066Arrangement or mounting of control or safety devices for water heating systems for the combination of central heating and domestic hot water
    • F24D19/1072Arrangement or mounting of control or safety devices for water heating systems for the combination of central heating and domestic hot water the system uses a heat pump
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24DDOMESTIC- OR SPACE-HEATING SYSTEMS, e.g. CENTRAL HEATING SYSTEMS; DOMESTIC HOT-WATER SUPPLY SYSTEMS; ELEMENTS OR COMPONENTS THEREFOR
    • F24D3/00Hot-water central heating systems
    • F24D3/08Hot-water central heating systems in combination with systems for domestic hot-water supply
    • F24D3/082Hot water storage tanks specially adapted therefor
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24DDOMESTIC- OR SPACE-HEATING SYSTEMS, e.g. CENTRAL HEATING SYSTEMS; DOMESTIC HOT-WATER SUPPLY SYSTEMS; ELEMENTS OR COMPONENTS THEREFOR
    • F24D3/00Hot-water central heating systems
    • F24D3/18Hot-water central heating systems using heat pumps
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H4/00Fluid heaters characterised by the use of heat pumps
    • F24H4/02Water heaters
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H4/00Fluid heaters characterised by the use of heat pumps
    • F24H4/02Water heaters
    • F24H4/04Storage heaters
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H9/00Details
    • F24H9/06Arrangement of mountings or supports
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25DREFRIGERATORS; COLD ROOMS; ICE-BOXES; COOLING OR FREEZING APPARATUS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • F25D23/00General constructional features
    • F25D23/006General constructional features for mounting refrigerating machinery components
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24DDOMESTIC- OR SPACE-HEATING SYSTEMS, e.g. CENTRAL HEATING SYSTEMS; DOMESTIC HOT-WATER SUPPLY SYSTEMS; ELEMENTS OR COMPONENTS THEREFOR
    • F24D2200/00Heat sources or energy sources
    • F24D2200/12Heat pump
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H15/00Control of fluid heaters
    • F24H15/30Control of fluid heaters characterised by control outputs; characterised by the components to be controlled
    • F24H15/375Control of heat pumps
    • F24H15/38Control of compressors of heat pumps
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25BREFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B2339/00Details of evaporators; Details of condensers
    • F25B2339/04Details of condensers
    • F25B2339/047Water-cooled condensers
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02BCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B30/00Energy efficient heating, ventilation or air conditioning [HVAC]
    • Y02B30/12Hot water central heating systems using heat pumps

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Water Supply & Treatment (AREA)
  • Heat-Pump Type And Storage Water Heaters (AREA)
  • Steam Or Hot-Water Central Heating Systems (AREA)

Description

5
P30011NLOO/MVE
Korte aanduiding: Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem
De uitvinding heeft betrekking op een warmtetransportinrichting omvattende: - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte 10 aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; en - een mediumkringloop, 15 waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper.
Dergelijke inrichtingen zijn algemeen bekend voor het transporteren van warmte. Een 20 voorbeeld van een toepassing is de koelkast waarin warmte uit de koelkast via de mediumkringloop getransporteerd wordt naar lucht buiten de koelkast.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde warmtetransportinrichting.
25 De uitvinding verschaft daartoe in een eerste aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk, dat de warmtetransportinrichting een bevestigingsdeel voor het bevestigen van de warmtetransportinrichting aan een muur, wand of plafond, en een subframe omvat, waarbij het subframe verend is aangebracht ten opzichte van het bevestigingsdeel, en waarbij de 30 compressor is aangebracht op het subframe.
Een voordeel van een warmtetransportinrichting volgens het eerste aspect van de uitvinding is dat hierdoor trillingen van de compressor worden gedempt en deze geen of nauwelijks geluidshinder of schade kunnen veroorzaken. Onderdelen anders dan de compressor 35 kunnen eventueel direct of indirect verbonden worden met het bevestigingsdeel, maar kunnen ook op het subframe geplaatst worden.
-2-
In een andere uitvoeringsvorm omvat de warmtetransportinrichting een boiler en is deze aangebracht op het subframe. De boiler, die bij voorkeur een inhoud heeft van 50L, voegt een relatieve grote massa toe (zeker wanneer gevuld met water) aan het subframe waardoor trillingen in het subframe reeds gedempt worden door de aanwezigheid van de 5 boiler.
In een uitvoeringsvorm omvat de warmtetransportinrichting een behuizing, waarbij het subframe verend in de behuizing is geplaatst, en waarbij de behuizing samen met het subframe losneembaar te bevestigen is aan het bevestigingsdeel. De behuizing kan dienen 10 om onderdelen van de warmtetransportinrichting te beschermen, maar kan ook gebruikt worden om overige onderdelen van de inrichting aan op te hangen / aan te bevestigen. Bij voorkeur is de behuizing geluidswerend. Bij nog meer voorkeur is de behuizing van metaal vervaardigd voor de goede geluidswerende eigenschappen.
15 Door het losneembaar kunnen plaatsen van de behuizing met subframe ontstaat een makkelijk te installeren systeem. Eerst kan eenvoudig het bevestigingsdeel worden bevestigd aan een muur, wand of plafond, waarna de rest van de warmtetransportinrichting losneembaar aangebracht wordt.
20 Bij voorkeur zijn verbindingen tussen onderdelen op het subframe en onderdelen bevestigd aan de behuizing flexibel uitgevoerd.
De losneembare bevestiging van de behuizing en het subframe aan het bevestigingsdeel wordt bij voorkeur gerealiseerd door een haakachtige en/of pinverbinding. Hierdoor kan het 25 bevestigingsdeel aan de muur, wand of plafond worden bevestigd en daarna de warmtetransportinrichting op eenvoudige wijze aan het bevestigingsdeel opgehangen worden en later ook weer afgenomen worden in geval van onderhoud of reparatie. De behuizing is bij voorkeur aan de haakachtige verbinding en/of pen/gatverbindinng aangebracht zodat er zo weinig mogelijk contact is tussen behuizing en subframe, waardoor 30 trillingen in het subframe weinig tot geen invloed hebben op de behuizing.
In een uitvoeringsvorm is het subframe verend aan het bevestigingsdeel aangebracht middels trillingsdempers die bij voorkeur zijn aangebracht vlakbij de losneembare bevestiging van het subframe en de behuizing aan het bevestigingsdeel zijn aangebracht.
35 Hierdoor kan effectief zorggedragen worden voor het ondersteunen van het subframe dat door de aanwezigheid van de boiler een relatief grootte massa kan hebben ten opzichte van de rest van de warmtetransportinrichting.
-3-
De uitvinding verschaft volgens een tweede aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk dat de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn 5 op een waterkringloop.
Een voordeel van een warmtetransportinrichting volgens het tweede aspect van de uitvinding is dat de inrichting geschikt is voor het onttrekken van restwarmte aan een medium en deze restwarmte kan toevoeren aan een waterkringloop waardoor warm water 10 ontstaat dat nuttig gebruikt kan worden in een woning als verwarming middels een centrale verwarming of vloerverwarming, of in de vorm van warm (drink)water voor douche, bad, keuken, etc. De waterkringloop maakt dan bijvoorbeeld deel uit van een centraal verwarmingssysteem en/of een vloerverwarmingssysteem en/of een warmwatersysteem.
15 In een uitvoeringsvorm omvat de warmtetransportinrichting een verplaatsingsapparaat voor het door de primaire verdamperzijde transporteren van een medium.
Het medium kan elk medium zijn waaraan restwarmte onttrokken kan worden, maar is in het bijzonder lucht of water. Wanneer restwarmte onttrokken wordt uit lucht is het 20 verplaatsingsapparaat bij voorkeur een ventilator. Een ventilator kan uitgespaard worden indien bijvoorbeeld gebruik gemaakt zou worden van convectiestromen, maar dit heeft niet de voorkeur. Het voordeel van een ventilator is dat de warmtetransportinrichting tevens als ventilatie-inrichting dienst kan doen terwijl gelijkertijd restwarmte onttrokken kan worden van de ventilatielucht. Hierdoor hoeft niet in een apart ventilatiesysteem voorzien te worden en 25 wordt warmte die anders met de ventilatielucht zou verdwijnen uit de ruimte teruggewonnen.
Wanneer restwarmte onttrokken wordt uit water of een andere vloeistof, is het verplaatsingsapparaat bij voorkeur een pomp. Er kan echter ook gebruik gemaakt worden van externe pompen die reeds aanwezig zijn in vaatwassers, wasmachines, etc., maar ook 30 van zwaartekracht in geval van douche- of badwater. In een uitvoeringsvorm wordt het water opgevangen in een reservoir waarna een pomp het langs de primaire verdamperzijde voert.
De op de warmtetransportinrichting aansluitbare waterkringloop kan een cv-installatie omvatten, waarbij cv in dit geval staat voor centrale verwarming, en/of een 35 warmwaterinrichting zoals een boiler, waarbij de boiler onderdeel van de warmtetransportinrichting kan zijn, zoals hieronder verder in detail zal worden weergegeven.
-4-
In een andere uitvoeringsvorm omvat de warmtetransportinrichting een driewegklep met een ingang en twee uitgangen, waarbij de driewegklep regelbaar is om een debiet door de ingang te verdelen over de twee uitgangen, en waarbij de driewegklep met zijn ingang is aangesloten op de waterafvoer van de secundaire condensorzijde en met zijn twee 5 uitgangen aansluitbaar is op twee takken van de waterkringloop.
Een voordeel van de driewegklep, oftewel de mogelijkheid om de inrichting aan te sluiten op twee takken van de waterkringloop, is dat de restwarmte voor twee verschillende doeleinden nuttig is te gebruiken, waarbij de verdeling van de restwarmte, oftewel het warmtetransport 10 over de twee doeleinden is te regelen door de driewegklep.
In een andere uitvoeringsvorm omvat de warmtetransportinrichting een boiler met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik, zoals bijvoorbeeld het voorzien in warm water voor douche, bad, en keuken.
15
De uitvinding verschaft volgens een derde aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk, dat de warmtetransportinrichting een verplaatsingsapparaat voor het door de primaire verdamperzijde transporteren van een medium omvat, waarbij het verplaatsingsapparaat 20 verend is aangebracht ten opzichte van een frame.
Een voordeel van een warmtetransportinrichting volgens het derde aspect van de uitvinding is dat trillingen van het verplaatsingsapparaat niet doorgegeven worden aan het frame van de inrichting en daardoor hinder in de vorm van geluid en schade als gevolg van de trillingen 25 tot een minimum beperkt worden. Het frame kan in deze context ook een behuizing of subframe zijn.
De uitvinding verschaft volgens een vierde aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk, dat de 30 warmtetransportinrichting een verplaatsingsapparaat voor het door de primaire verdamperzijde transporteren van een medium omvat, waarbij de primaire verdamperzijde is aangebracht in een verbindingsstuk tussen een eerste en tweede opening, en waarbij het verplaatsingsapparaat losneembaar is en naar behoefte aan te brengen is tussen zowel de primaire verdamperzijde en de eerste opening als tussen de primaire verdamperzijde en de 35 tweede opening.
-5-
Een voordeel van een warmtetransportinrichting volgens het vierde aspect van de uitvinding is dat naar behoefte de eerste of tweede opening als aanvoeropening of afvoeropening voor het medium gekozen kan worden, waardoor de installatie vereenvoudigd kan worden. Tevens is een voordeel dat het verplaatsingsinrichting eenvoudig losgenomen kan worden 5 voor reparatie, onderhoud of inspectie.
Bij voorkeur is het verplaatsingsapparaat aangebracht in een aparte losneembare behuizing.
In een uitvoeringsvorm is het verplaatsingsapparaat verend aangebracht ten opzichte van 10 een frame, waarbij bij voorkeur het verplaatsingsapparaat verend is aangebracht ten opzichte van zijn behuizing. In een alternatieve uitvoeringsvorm is de behuizing van het verplaatsingsapparaat verend aangebracht ten opzichte van het frame om het verplaatsingsapparaat verend aan te brengen ten opzichte van het frame.
15 De uitvinding verschaft volgens een vijfde aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk, dat de warmtetransportinrichting een driewegklep omvat met een ingang en twee uitgangen, waarbij de driewegklep regelbaar is om een debiet door de ingang te verdelen over de twee uitgangen, en waarbij de driewegklep met zijn ingang is aangesloten op de waterafvoer van 20 de secundaire condensorzijde en met zijn twee uitgangen aansluitbaar is op twee takken van de waterkringloop, en dat de warmtetransportinrichting een boiler omvat met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik, waarbij de boiler een warmtewisselaar omvat met een primaire boilerzijde en een secundaire boilerzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilerzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire 25 boilerzijde, waarbij een aanvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met een uitgang van de driewegklep en een afvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met de wateraanvoer van de secundaire condensorzijde ter vorming van een eerste tak van de waterkringloop, en waarbij de secundaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met het boilerreservoir.
30
Een voordeel van de warmtetransportinrichting volgens het vijfde aspect van de uitvinding is dat water in de boiler indirect wordt opgewarmd via de eerste tak van de waterkringloop.
Een eventuele lek in de condensor kan daarmee niet het water in de boiler vervuilen, maar zal het water in de waterkringloop vervuilen, waarbij het water in de waterkringloop bij 35 voorkeur niet gebruikt wordt als drinkwater.
-6-
In een uitvoeringsvorm is in een circulatiepomp voorzien voor het circuleren van water door de eerste tak van de waterkringloop.
In een andere uitvoeringsvorm is de circulatiepomp tevens ingericht voor het circuleren van 5 water in een tweede tak van de waterkringloop. Hierdoor kan een circulatiepomp uitgespaard worden ten opzichte van een inrichting met afzonderlijke circulatiepompen voor elke tak van de waterkringloop.
In een uitvoeringsvorm is de warmtewisselaar van de boiler uitgevoerd als een 10 spiraalvormige leiding om het warmtewisselend oppervlak van de warmtewisselaar te vergroten en toch gebruik te maken van een eenvoudig element als een leiding.
De uitvinding verschaft in een zesde aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk, dat de warmtetransportinrichting een 15 boiler omvat met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik, waarbij de boiler een boilercondensor omvat met een primaire boilercondensorzijde en een secundaire boilercondensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilercondensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire boilercondensorzijde, waarbij de primaire boilercondensorzijde opgenomen is in de mediumkringloop, en waarbij de secundaire 20 boilercondensorzijde in vloeistofcommunicatie staat met het boilerreservoir.
Een voordeel van de warmtetransportinrichting volgens het zesde aspect van de uitvinding is dat opwarming van het boilerwater gescheiden plaatsvindt van de opwarming van het water in de waterkringloop.
25
In een uitvoeringsvorm is de primaire boilercondensorzijde parallel aan de primaire condensorzijde opgenomen in de mediumkringloop.
In een andere uitvoeringsvorm is de primaire boilercondensorzijde in serie met de primaire 30 condensorzijde opgenomen in de mediumkringloop.
De uitvinding verschaft in een zevende aspect van de uitvinding een warmtetransportinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk dat de primaire verdamperzijde is aangebracht in een verbindingsstuk tussen een aanvoeropening 35 en een afvoeropening, waarbij de warmtetransportinrichting is ingericht om warmte af te geven aan een ruimte via de waterkringloop, welke ruimte in verbinding staat met de aanvoeropening, en waarbij de inrichting een temperatuursensor en een regelaar omvat, -7- welke temperatuursensor is aangebracht in de aanvoeropening voor het meten van de temperatuur en welke regelaar is ingericht om de hoeveelheid warmte die afgegeven wordt aan de ruimte te regelen op basis van een output van de temperatuursensor.
5 De aansluitbare waterkringloop zal, zeker in geval deze een cv installatie of vloerverwarmingsinstallatie omvat, gebruikt kunnen worden voor het verwarmen van een ruimte. In een uitvoeringsvorm zal dan lucht uit de ruimte langs de primaire verdamperzijde gevoerd worden, eventueel door een ventilator. De waterkringloop kan nu aangestuurd worden op basis van de temperatuur van de lucht en daarmee in een automatische 10 temperatuursregeling van de ruimte voorzien. Door het verschaffen van een temperatuursensor in de aanvoeropening kan de warmtetransportinrichting die aangesloten is op de waterkringloop deze op basis van een output van de temperatuursensor beïnvloeden. Dit kan via een regelaar die op verschillende manieren kan ingrijpen. Zo kan een eventueel aanwezige driewegklep, circulatiepomp of compressor van de 15 warmtetransportinrichting door de regelaar aangestuurd worden.
In een andere uitvoeringsvorm is het zevende aspect van de uitvinding gecombineerd met het vierde aspect van de uitvinding en kan zowel de eerste als de tweede opening dienst doen als aanvoeropening of als afvoeropening. Bij voorkeur is dan een temperatuursensor 20 in zowel de eerste opening als de tweede opening aangebracht voor het meten van de temperatuur in respectievelijk de eerste en tweede opening, waarbij de regelaar is ingericht om op basis van een output van de temperatuursensoren te bepalen welke opening als aanvoeropening gebruikt wordt en welke als afvoeropening, en waarbij de regelaar is ingericht om de hoeveelheid warmte die afgegeven wordt aan de ruimte te regelen op basis 25 van de temperatuursensor behorende bij de opening die als aanvoeropening gebruikt wordt. De warmtetransportinrichting heeft dan de mogelijkheid om geïnstalleerd te worden en zelf automatisch te bepalen welke opening als aanvoeropening gebruikt wordt en dus op basis van welke temperatuursensor de temperatuur in de ruimte geregeld moet worden.
30 De temperatuursensor en regelaar kunnen uitgevoerd zijn als een thermostaat.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een warmtetransportsysteem omvattende: - een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, en - een tweede warmtetransportinrichting aangebracht in ten minste één van de twee takken 35 van de waterkringloop voor het verwarmen van water in de ten minste één van de twee takken van de waterkringloop met behulp van fossiele brandstoffen of elektriciteit.
-8-
Een voordeel van een warmtetransportsysteem volgens de uitvinding is dat de tweede warmtetransportinrichting bij kan springen wanneer de warmtetransportinrichting niet in staat is om in de energiebehoefte te voldoen. De tweede warmtetransportinrichting is bij voorkeur een HR ketel of een HR combiketel.
5
In een uitvoeringsvorm zijn de warmtetransportinrichting en de tweede warmtetransportinrichting parallel aan elkaar opgenomen in een cv waterkringloop.
In een andere uitvoeringsvorm zijn de warmtetransportinrichting en de tweede 10 warmtetransportinrichting in serie met elkaar opgenomen in een cv waterkringloop.
In nog een andere uitvoeringsvorm omvat de warmtetransportinrichting een boiler die in serie is opgenomen met een warmwaterinrichting van de tweede warmtetransportinrichting in een warmwatervoorzieningskringloop.
15
Het wordt opgemerkt dat waar mogelijk verschillende aspecten van de uitvinding met elkaar kunnen worden gecombineerd en tevens toegepast kunnen worden in een warmtetransportsysteem volgens de uitvinding.
20 In het bijzonder zijn het eerste en derde aspect te combineren om de geluidshinder van de warmtetransportinrichting tot een minimum te beperken. Eventueel kan dit gecombineerd worden met de maatregel om een ruimte rond de compressor te vullen met geluidsdempend materiaal. Deze maatregel kan ook eventueel losstaand met de aanhef van conclusie 1 toegepast worden.
25
De uitvinding zal nu aan de hand van een tekening op niet-limiterende wijze beschreven worden, waarbij in de tekening:
Fig. 1 een warmtetransportinrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding toont; Fig. 2 een warmtetransportinrichting volgens een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding 30 toont;
Fig. 3 een warmtetransportsysteem volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding toont;
Fig. 4 toont in detail een gedeelte van een warmtetransportinrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding in niet-samengestelde toestand; en Fig. 5 toont in detail het gedeelte van Fig. 4 in samengestelde toestand.
35 -9-
Fig. 1 toont een warmtetransportinrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
De warmtetransportinrichting omvat een compressor 10, een verdamper 21, een condensor 17 en een mediumkringloop A.
5 De verdamper 21 heeft een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamper zijde, waarbij de secundaire verdamperzijde is opgenomen in de mediumkringloop A.
10 De condensor 17 heeft een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde, waarbij de primaire condensorzijde is opgenomen in de mediumkringloop A.
15 De compressor 10 is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper.
De secundaire condensorzijde heeft een wateraanvoer 17a en een waterafvoer 17b die aansluitbaar zijn op een waterkringloop.
20 De verdamper 21 is aangebracht in een ruimte 20, waarvan de wanden een verbindingsstuk vormen tussen een eerste opening 30a en een tweede opening 30b. De compressor 10, de condensor 17 en het grootste gedeelte van de mediumkringloop A zijn aangebracht in een ruimte 1 dat bij voorkeur thermisch is gescheiden van ruimte 20.
25 De primaire verdamperzijde staat in verbinding met de ruimte 20. Een verplaatsingsapparaat in de vorm van een ventilator 27 is aangebracht tussen de verdamper en de tweede opening 30b voor het verplaatsen/transporteren van een medium, in dit geval lucht, door de primaire verdamperzijde.
30 De ventilator 27 is in deze uitvoeringsvorm bevestigd op een subframe 26 welke verend is opgehangen aan een losneembare behuizing 22 middels trillingsdempers 25. Tevens is in een flexibele luchtinlaat 29 voorzien die voor een luchtafdichting tussen behuizing 22 en subframe 26 zorg draagt. Het voordeel van het verend opnemen van de ventilator is dat trillingen gedempt worden en geen geluidsoverlast of schade kunnen veroorzaken. De 35 flexibele luchtinlaat 29 draagt hier aan bij.
- 10-
Door het losneembaar zijn, kan de behuizing en daarmee de ventilator naar wens aangebracht worden tussen de verdamper en de tweede opening zoals in Fig. 1, maar ook tussen de verdamper en de eerste opening. De luchtstroom kan daarmee op eenvoudige wijze naar behoefte van de eerste opening naar de tweede opening of andersom worden 5 ingesteld, waardoor de installatie en aansluitingen op de openingen eenvoudig aangebracht kunnen worden zonder ingewikkelde bochten te moeten maken in aansluitingen.
In ruimte 20 is tussen de verdamper en de eerste opening een filter 24 aangebracht voor het filteren van de lucht die door de primaire verdamperzijde stroomt. Bij voorkeur is filter 24 10 uitgevoerd als een vetfilter.
Het samenstel van compressor 10, verdamper 21, condensor 17 en mediumkringloop A vormt een warmtepomp, waarbij warmte onttrokken kan worden van de lucht die door de primaire verdamperzijde stroomt en afgegeven kan worden aan water dat door de 15 secundaire condensorzijde wordt gevoerd. Aangezien het werkingsprincipe van een dergelijke warmtepomp reeds bekend is, zal hier verder niet in detail op in worden gegaan.
Wanneer warmte onttrokken wordt in de primaire verdamperzijde, kan eventueel vocht uit de lucht condenseren. De warmtetransportinrichting omvat daarom een condensopvangbak 23 20 die de condens af kan voeren richting een riool of andersoortig afvoermiddel (verder niet getoond in Fig. 1).
De warmtetransportinrichting omvat een driewegklep 54 met een ingang 54a en twee uitgangen 54b,54c, waarbij de driewegklep regelbaar is om een debiet door de ingang 54a 25 te verdelen over de twee uitgangen, en waarbij de driewegklep met zijn ingang 54a is aangesloten op de waterafvoer 17b van de secundaire condensorzijde en met zijn twee uitgangen aansluitbaar is op twee takken van de waterkringloop.
De warmtetransportinrichting omvat een boiler 3 met een boilerreservoir 3a voor water voor 30 huishoudelijk gebruik. Het boilerreservoir 3a is aansluitbaar op een warmwatervoorzieningskringloop middels wateraansluitingen 14. De boiler omvat een warmtewisselaar 18 met een primaire boilerzijde en een secundaire boilerzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilerzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire boilerzijde, waarbij een aanvoer van de primaire boilerzijde in 35 vloeistofcommunicatie staat met uitgang 54c van de driewegklep 54 en een afvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met de wateraanvoer 17a van de -11 - secundaire condensorzijde ter vorming van een eerste tak van de waterkringloop. De secundaire boilerzijde staat in vloeistofcommunicatie met het boilerreservoir.
Tussen de warmtewisselaar 18 en de wateraanvoer 17a is een circulatiepomp 52 5 aangebracht voor het circuleren van het water door de eerste tak van de waterkringloop.
Uitgang 54b van de driewegklep is aansluitbaar met een tweede tak van de waterkringloop middels aansluiting 13b, bijvoorbeeld op een watertoevoer van een cv installatie of vloerverwarmingsinstallatie. De waterretourleiding van de cv installatie is dan aansluitbaar 10 op de aansluiting 13a. De eerste en tweede tak zijn met elkaar verbonden voor de circulatiepomp 52, zodat de pomp ook gebruikt kan worden om het water in de tweede tak van de waterkringloop te circuleren.
De warmtewisselaar 18 is bij voorkeur uitgevoerd als een spiraalvormige leiding.
15
De driewegklep en de circulatiepomp zijn in dit voorbeeld aangebracht in een aparte behuizing 5, evenals compressor 10 en condensor 17 die in een aparte behuizing 2 zijn geplaatst. Dit heeft als voordeel dat de warmtetransportinrichting als een modulair ontwerp is op te bouwen en vergemakkelijkt dus de fabricage. De ruimte 12 in behuizing 2 is bij 20 voorkeur gevuld met geluidswerend materiaal, zoals bijvoorbeeld pulp. Hierdoor worden trillingen van de compressor reeds bij de oorzaak gedempt.
De warmtetransportinrichting omvat verder een regelaar 6 die de energievoorziening in zich heeft voor energievragende componenten zoals bijvoorbeeld compressor, ventilator, en 25 circulatiepomp. De regelaar 6 is daarvoor aansluitbaar op een energiebron als het lichtnet via steker 15.
De warmtetransportinrichting omvat tevens vier temperatuursensoren 31, 50, 51 die aangesloten zijn op de regelaar. Temperatuursensoren 31 zijn aangebracht in de eerste en 30 tweede opening 30a, 30b en kunnen gebruikt worden om de temperatuur in de ruimte waar lucht afgezogen wordt te meten en hiermee de energiebehoefte van de ruimte te bepalen. Een regelaar kan op basis van een output van deze sensor 31 de hoeveelheid warmte die de waterkringloop (in dit geval de tweede tak van de waterkringloop) afgeeft aan de ruimte regelen. Hiervoor zal in dit voorbeeld de regelaar bij voorkeur de driewegklep instellen. De 35 sensor en regelaar kunnen als thermostaat zijn uitgevoerd om de temperatuur in de ruimte te regelen. De temperatuursensoren 31 zijn hiervoor in beide openingen aangebracht omdat zowel de eerste als de tweede opening als aanvoeropening gebruikt kunnen worden door - 12 - de losneembare ventilator. De regelaar kan op basis van een output van beide temperatuursensoren 31 bepalen welke opening als aanvoeropening gebruikt wordt en daarmee onafhankelijk van de installatie de warmteafgifte in de ruimte regelen op basis van een output van de temperatuursensor in de opening die als aanvoeropening wordt gebruikt. 5
Temperatuursensor 50 is in dit voorbeeld geplaatst in het boilerreservoir 3a en meet de temperatuur van het water in de boiler en temperatuursensor 51 meet de temperatuur van het water dat terugkomt van de tweede tak van de waterkringloop, bijvoorbeeld via de retourleiding van een cv installatie. Aan de hand van de gemeten temperaturen van de 10 sensoren 50 en 51, kan de regelaar driewegklep 54 bedienen en daarmee bepalen wat de verdeling over de twee uitgangen 54b en 54c is. Bij voorkeur verdeelt de regelaar het debiet over de uitgangen zodanig dat de tak van de waterkringloop met de laagste bijbehorende temperatuur het grootste gedeelte van het debiet ontvangt. Dit heeft als voordeel dat de temperatuursprong voor de warmtepomp zo laag mogelijk is, wat het rendement ten goede 15 komt.
Regelaar 6 kan bediend worden door bedieningspaneel 16. Hiermee kan bijvoorbeeld de grootte van de ruimte ingegeven worden die aangesloten is op de aanvoeropening, waardoor regelaar 6 automatisch de ventilator op de gewenste waarde instelt.
20
Behuizing 2 met een gedeelte van de warmtepomp, behuizing 5 met de driewegklep en de circulatiepomp en boiler 3 zijn aangebracht op een subframe 4. Subframe 4 is verend aangebracht ten opzichte van behuizing 11 waaraan de overige onderdelen van de inrichting zijn bevestigd.
25
De warmtetransportinrichting omvat verder een bevestigingsdeel 8 dat hier voor bevestiging van de warmtetransportinrichting aan een niet-getoonde muur dient. De behuizing 11 en daarmee ook het subframe 4 worden middels een haakverbinding 9a en een pen/gat-verbinding 9b losneembaar op het bevestigingsdeel aangebracht. Trillingen veroorzaakt 30 door de compressor 10 zullen nu door met name de massa van de boiler 3 en door de trillingsdempers 7 tussen subframe 4 en het bevestigingsdeel gedempt worden en de geluidshinder en schade tot een minimum beperken.
Aangezien de massa van de warmtetransportinrichting zich voor een groot deel op het 35 subframe zal bevinden, is dit uitgevoerd als een L-frame, waarbij de trillingsdempers 7 zo dicht mogelijk bij de haakverbinding en pen/gat-verbinding zijn geplaatst wat tot een effectieve overdragen van het gewicht op het subframe op het bevestigingsdeel 8 zorgt.
- 13-
Fig. 2 toont een warmtetransportinrichting volgens een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding. Overeenkomstige onderdelen zijn gelijk genummerd en voor een bespreking van hun werking en functie wordt verwezen naar de overeenkomstige beschrijving van Fig. 1.
5 Hieronder zullen de verschillen tussen de uitvoeringsvorm van Fig. 2 en die van Fig. 1 nader toegelicht worden.
In Fig. 2 is een boiler 3 getoond met een boilerreservoir 3a voor water voor huishoudelijk gebruik. Het water in boilerreservoir 3a wordt in bedrijf opgewarmd door boilercondensor 19, 10 welke een primaire boilercondensorzijde een secundaire boilercondensorzijde heeft voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilercondensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire boilercondensorzijde, waarbij de primaire boilercondensorzijde is opgenomen in de mediumkringloop A. De secundaire boilercondensorzijde staat in vloeistofcommunicatie met het boilerreservoir. In dit voorbeeld is de primaire 15 boilercondensorzijde in serie opgenomen in de mediumkringloop met de primaire condensorzijde van de condensor.
Op beide uitgangen 54b, 54c van de driewegklep zijn nu respectievelijk wateraansluitingen 13b en 13c voorzien voor aansluiting op twee takken van een waterkringloop, bijvoorbeeld 20 voor aansluiting op twee watertoevoerleidingen van afzonderlijke cv installaties, of één cv installatie en één vloerverwarmingsinstallatie, of zelfs op een eerste tak voor het verwarmen van een externe boiler vergelijkbaar met Fig. 1 en een tweede tak. Een aansluiting 13a is voorzien voor aansluiting op een waterretourleiding die water retour leidt van beide takken.
In een andere uitvoeringsvorm zou middels een t-splitsing in twee aparte aansluitingen voor 25 respectievelijke waterretourleidingen kunnen zijn voorzien, die intern in de warmtetransportinrichting samen komen bij de t-splitsing en zo verbonden zijn met de wateraanvoer 17a van de condensor.
Fig. 3 toont een warmtetransportsysteem volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
30 Het warmtetransportsysteem omvat een warmtetransportinrichting 80 volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding, en in het bijzonder volgens een uitvoeringsvorm vergelijkbaar met die van Fig. 1, waarbij de warmtetransportinrichting aansluitingen 14 omvat voor de aansluiting van een boilerreservoir op een warmwatervoorzieningskringloop en aansluitingen 13a, 13b voor aansluiting op een tweede tak van een waterkringloop.
35
Het systeem omvat verder luchtbuizen 30 getoond die aansluiten op een aanvoeropening en afvoeropening van de warmtetransportinrichting 80 voor het aanvoeren van lucht uit een - 14 - niet-getoonde ruimte en het afvoeren van deze lucht, meestal naar buiten toe. De buizen 30 maken het mogelijk om de warmtetransportinrichting op een afstand van een te ventileren ruimte te plaatsen.
5 De warmtetransportinrichting 80 omvat tevens een bedieningspaneel 16 dat onderdeel is van een regelaar en zijn energie kan ontvangen via steker 15. Bediening van de ventilator kan eventueel ook geschieden via een extern aangebrachte schakelaar 83. Deze schakelaar kan bijvoorbeeld in de te ventileren ruimte zijn geplaatst.
10 Aangesloten op de warmtetransportinrichting 80 is een leiding 82 die condens kan afvoeren. Deze condens kan ontstaan bij de verdamper en kan op deze wijze efficiënt afgevoerd worden.
Het warmtetransportsysteem omvat tevens een tweede warmtetransportinrichting 81, in het 15 bijzonder een HR combiketel. De HR combiketel 81 is een combiketel van een bekende soort en omvat een warmwaterinrichting met aansluitingen 85 en aansluitingen 84 voor aansluiting op een cv installatie. De boiler van de warmtetransportinrichting 80 is in serie geschakeld met de warmwaterinrichting van de combiketel 81. De warmtetransportinrichting 80 en combiketel 81 zijn parallel aan elkaar verbonden met de cv installatie. De 20 condensafvoerleiding 82 van de warmtetransportinrichting is ook aangesloten op de condensafvoeraansluiting 86 van de combiketel. Dit vereenvoudigt het leidingwerk. De combiketel is ingericht om water te verwarmen met fossiele brandstoffen zoals gas en stookolie en kan eventueel ook verwarmen met elektriciteit uit het elektriciteitsnet. In principe wordt in de energiebehoefte voorzien door de warmtetransportinrichting 80. Echter, indien 25 de warmtetransportinrichting 80 niet aan de totale energiebehoefte kan voldoen, bijvoorbeeld door een piekvraag, kan de tweede warmtetransportinrichting 81 bijschakelen en voldoen in de resterende energiebehoefte.
Fig. 4 toont in detail de wijze waarop een warmtetransportinrichting volgens de uitvinding 30 aan een muur of wand bevestigd kan worden. De warmtetransportinrichting omvat hiervoor een behuizing 11, een subframe 4, en een bevestigingsdeel 8.
Bevestigingsdeel 8 wordt middels schroeven of bouten 8a en 8b aan een muur of wand bevestigd. Doordat er nog geen groot gewicht van de inrichting aan bevestigd is, kan dit 35 eenvoudig uitgevoerd worden. De warmtetransportinrichting kan nu middels een haakverbinding 9a en een pen/gatverbinding 9b losneembaar op het bevestigingsdeel geplaatst worden (zie Fig. 5).
5 - 15-
Dicht bij de haakverbinding 9a en bij de pen/gat-verbinding 9b zijn trillingsdempers 7 aangebracht waaraan het L-vormige subframe 4 is bevestigd. Hierdoor kan effectief het gewicht op het subframe overgedragen worden aan het bevestigingsdeel.
De hier getoonde trillingsdempers 7 hebben een veerrichting die loodrecht staat op een veerrichting van de andere trillingsdemper 7, waardoor trillingen ten minste in de richtingen B en C gedempt kunnen worden.
10 In Fig. 4 en 5 zijn twee trillingsdempers getoond, maar het is goed mogelijk om meerdere trillingsdempers aan te brengen. Eveneens is het mogelijk om in meerdere haak- en pen/gatverbindingen te voorzien. Het een en ander is afhankelijk van het gewicht en de mate van trillingen die men verwacht.
15 Zoals te zien is in figuur 4 en 5 is het subframe middels haken 9a en een pen/gat verbinding 9b verbonden met het bevestigingsdeel 8. De behuizing 11 is in ieder geval vast verbonden met haak 9a, maar kan bij de pen/gat verbinding niet verbonden zijn met de pen, maar gelijk rusten op de bevestigingsmiddel. Het voordeel van deze configuratie is dat het contact tussen behuizing en subframe minimaal is, waardoor trillingen niet goed doorgegeven 20 kunnen worden. Tevens zal het meeste gewicht door het subframe gedragen moeten worden en niet door de behuizing, waardoor een robuuste verbinding tussen subframe en bevestigingsmiddel van meerwaarde is dan een robuuste verbinding tussen behuizing en bevestigingsmiddel.
25 De uitvinding kan samengevat worden door de volgende clausules.
1. Een warmtetransportinrichting omvattende: - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte 30 aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; en - een mediumkringloop, 35 waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, - 16- en waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn op een waterkringloop, waarbij de warmtetransportinrichting tevens een bevestigingsdeel voor het bevestigen van de warmtetransportinrichting aan een muur, wand of plafond, en een subframe omvat, 5 waarbij het subframe verend is aangebracht ten opzichte van het bevestigingsdeel, en waarbij de compressor is aangebracht op het subframe.
2. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 1, omvattende een boiler met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik, waarbij de boiler is aangebracht op het 10 subframe.
3. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 1 of 2, omvattende een behuizing, waarbij het subframe verend in de behuizing is geplaatst, en waarbij de behuizing samen met het subframe losneembaar te bevestigen is aan het bevestigingsdeel.
15 4. Een warmtetransportinrichting volgens een van de clausules 1 t/m 3, waarbij verbindingen tussen onderdelen op het subframe en onderdelen bevestigd aan de behuizing flexibel zijn uitgevoerd.
20 5. Een warmtetransportinrichting omvattende: - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamperzijde; 25 - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; - een mediumkringloop; en - een verplaatsingsapparaat voor het door de primaire verdamperzijde transporteren van 30 een medium, waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die 35 aansluitbaar zijn op een waterkringloop.
en waarbij het verplaatsingsapparaat verend is aangebracht ten opzichte van een frame.
- 17 - 6. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 5 in combinatie met een der clausules 1 t/m 4.
7. Een warmtetransportinrichting, omvattende: 5 - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor 10 het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; - een mediumkringloop; - een verplaatsingsapparaat voor het door de primaire verdamperzijde transporteren van een medium, 15 waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn op een waterkringloop, 20 en waarbij de primaire verdamperzijde is aangebracht in een verbindingsstuk tussen een eerste en tweede opening, waarbij het verplaatsingsapparaat losneembaar is en naar behoefte aan te brengen is tussen zowel de primaire verdamperzijde en de eerste opening als tussen de primaire verdamperzijde en de tweede opening.
25 8. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 7 in combinatie met een der clausules 1 t/m 6.
9. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 7 of 8, waarbij het verplaatsingsapparaat aangebracht is in een losneembare behuizing.
30 10. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 9, waarbij het verplaatsingsapparaat verend is opgehangen aan de behuizing.
11. Een warmtetransportinrichting omvattende: 35 - een compressor; - 18- - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor 5 het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; - een mediumkringloop; en - een boiler met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik, waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de 10 mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, en waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn op een waterkringloop, waarbij de warmtetransportinrichting tevens een driewegklep omvat met een ingang en twee 15 uitgangen, waarbij de driewegklep regelbaar is om een debiet door de ingang te verdelen over de twee uitgangen, en waarbij de driewegklep met zijn ingang is aangesloten op de waterafvoer van de secundaire condensorzijde en met zijn twee uitgangen aansluitbaar is op twee takken van de waterkringloop, waarbij de boiler een warmtewisselaar omvat met een primaire boilerzijde en een secundaire 20 boilerzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilerzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire boilerzijde, waarbij een aanvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met een uitgang van de driewegklep en een afvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met de wateraanvoer van de secundaire condensorzijde ter vorming van een eerste tak van de waterkringloop, en waarbij de 25 secundaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met het boilerreservoir.
12. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 11 in combinatie met een der clausules 1 t/m 10.
30 13. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 11 of 12, waarbij in een circulatiepomp is voorzien voor het circuleren van water door de eerste tak van de waterkringloop.
14. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 13, waarbij de circulatiepomp tevens 35 ingericht is voor het circuleren van water in een tweede tak van de waterkringloop.
- 19- 15. Een warmtetransportinrichting volgens een van de clausules 11 t/m 14, waarbij de warmtewisselaar is uitgevoerd als een spiraalvormige leiding.
16. Een warmtetransportinrichting volgens een van de clausules 11 t/m 15 , omvattende 5 een temperatuursensor in het boilerreservoir of in de eerste tak van de waterkringloop voor het meten van de temperatuur van het water in respectievelijk het boilerreservoir of de eerste tak van de waterkringloop, een temperatuursensor in de tweede tak van de waterkringloop voor het meten van de temperatuur van het water in de tweede tak van de waterkringloop, en een regelaar ingericht om op basis van een output van de 10 temperatuursensoren de driewegklep aan te sturen, waarbij de regelaar de driewegklep zodanig instelt dat een merendeel van het debiet door de ingang van de driewegklep naar die tak van de waterkringloop gaat die de laagst bijbehorende temperatuur heeft.
17. Een warmtetransportinrichting omvattende: 15 - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor 20 het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; en - een mediumkringloop; en - een boiler met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik, waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de 25 mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, en waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn op een waterkringloop, waarbij de boiler een boilercondensor omvat met een primaire boilercondensorzijde en een 30 secundaire boilercondensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilercondensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire boilercondensorzijde, waarbij de primaire boilercondensorzijde opgenomen is in de mediumkringloop, en waarbij de secundaire boilercondensorzijde in vloeistofcommunicatie staat met het boilerreservoir.
35 18. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 17 in combinatie met een der clausules 1 t/m 16.
-20- 19. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 17 of 18, waarbij de primaire boilercondensorzijde parallel aan de primaire condensorzijde is opgenomen in de mediumkringloop.
5 20. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 17 of 18, waarbij de primaire boilercondensorzijde in serie met de primaire condensorzijde is opgenomen in de mediumkringloop.
10 21. Een warmtetransportinrichting volgens een van de clausules 17 t/m 20, omvattende twee temperatuursensoren voor het meten van de temperatuur van het water in de eerste tak en tweede tak van de waterkringloop, en een regelaar ingericht om op basis van een output van de temperatuursensoren de driewegklep aan te sturen, waarbij de regelaar de driewegklep zodanig instelt dat een merendeel van het debiet door de ingang van de 15 driewegklep naar die tak van de waterkringloop gaat die de laagst bijbehorende temperatuur heeft.
22. Een warmtetransportinrichting, omvattende: - een compressor; 20 - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte 25 aan de secundaire condensorzijde; en - een mediumkringloop, waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, 30 en waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn op een waterkringloop, waarbij de compressor omhult is met geluidwerend materiaal.
23. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 22 in combinatie met een der 35 clausules 1 t/m 21.
24. Een warmtetransportinrichting omvattende: -21 - - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire verdamperzijde; 5 - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; en - een mediumkringloop, waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de 10 mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, waarbij de primaire verdamperzijde is aangebracht in een verbindingsstuk tussen een aanvoeropening en een afvoeropening, waarbij de warmtetransportinrichting is ingericht om warmte af te geven aan een ruimte via de waterkringloop, welke ruimte in verbinding staat 15 met de aanvoeropening, en waarbij de inrichting een temperatuursensor en een regelaar omvat, welke temperatuursensor is aangebracht in de aanvoeropening voor het meten van de temperatuur en welke regelaar is ingericht om de hoeveelheid warmte die afgegeven wordt aan de ruimte te regelen op basis van een output van de temperatuursensor.
20 25. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 24 in combinatie met een der clausules 1 t/m 23.
26. Een warmtetransportinrichting volgens clausule 24 of 25 en clausule 7, waarbij een temperatuursensor in zowel de eerste opening als de tweede opening is aangebracht voor 25 het meten van de temperatuur in respectievelijk de eerste en tweede opening, waarbij de regelaar is ingericht om op basis van een output van de temperatuursensoren te bepalen welke opening als aanvoeropening gebruikt wordt en welke als afvoeropening, en waarbij de regelaar is ingericht om de hoeveelheid warmte die afgegeven wordt aan de ruimte te regelen op basis van de temperatuursensor behorende bij de opening die als 30 aanvoeropening gebruikt wordt.
27. Een warmtetransportsysteem omvattende: - een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande clausules, en - een tweede warmtetransportinrichting aangebracht in ten minste één van de twee takken 35 van de waterkringloop voor het verwarmen van water in de ten minste één van de twee takken van de waterkringloop met behulp van fossiele brandstoffen of elektriciteit.
-22 - 28. Een warmtetransportsysteem volgens clausule 27, waarbij de warmtetransportinrichting en de tweede warmtetransportinrichting parallel aan elkaar opgenomen zijn in een cv waterkringloop.
5 29. Een warmtetransportsysteem volgens clausule 27, waarbij de warmtetransportinrichting en de tweede warmtetransportinrichting in serie met elkaar zijn opgenomen in een cv waterkringloop.
30. Een warmtetransportsysteem volgens een van de clausules 27 t/m 29, waarbij de 10 warmtetransportinrichting een boiler omvat die in serie is opgenomen met een warmwaterinrichting van de tweede warmtetransportinrichting in een warmwatervoorzieningskringloop.

Claims (28)

1. Een warmtetransportinrichting omvattende: - een compressor; - een verdamper met een primaire verdamperzijde en een secundaire verdamperzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire verdamperzijde en het afgeven van die warmte 5 aan de secundaire verdamperzijde; - een condensor met een primaire condensorzijde en een secundaire condensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire condensorzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire condensorzijde; en - een mediumkringloop, 10 waarbij de secundaire verdamperzijde en de primaire condensorzijde opgenomen zijn in de mediumkringloop, en waarbij de compressor is opgenomen in de mediumkringloop stroomafwaarts van de verdamper, met het kenmerk, dat de warmtetransportinrichting een bevestigingsdeel voor het bevestigen van de warmtetransportinrichting aan een muur, wand of plafond, en een 15 subframe omvat, waarbij het subframe verend is aangebracht ten opzichte van het bevestigingsdeel, en waarbij de compressor is aangebracht op het subframe.
2. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 1, waarbij de secundaire condensorzijde een wateraanvoer en een waterafvoer heeft die aansluitbaar zijn op een 20 waterkringloop.
3. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 1 of 2, omvattende een verplaatsingsapparaat voor het door de primaire verdamperzijde transporteren van een medium. 25
4. Een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een driewegklep met een ingang en twee uitgangen, waarbij de driewegklep regelbaar is om een debiet door de ingang te verdelen over de twee uitgangen, en waarbij de driewegklep met zijn ingang is aangesloten op de waterafvoer van de secundaire 30 condensorzijde en met zijn twee uitgangen aansluitbaar is op twee takken van de waterkringloop.
5. Een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een boiler met een boilerreservoir voor water voor huishoudelijk gebruik. 35 -24 -
6. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 1 en 5, waarbij de boiler is aangebracht op het subframe.
7. Een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, 5 omvattende een behuizing, waarbij het subframe verend in de behuizing is geplaatst, en waarbij de behuizing samen met het subframe losneembaar te bevestigen is aan het bevestigingsdeel.
8. Een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij 10 verbindingen tussen onderdelen op het subframe en onderdelen bevestigd aan de behuizing flexibel zijn uitgevoerd.
9. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 3 en eventueel volgens een van de conclusies 2, 4 t/m 8, waarbij het verplaatsingsapparaat verend is aangebracht ten opzichte 15 van een frame.
10. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 3 of 9, waarbij de primaire verdamperzijde is aangebracht in een verbindingsstuk tussen een eerste en tweede opening, waarbij het verplaatsingsapparaat losneembaar is en naar behoefte aan te 20 brengen is tussen zowel de primaire verdamperzijde en de eerste opening als tussen de primaire verdamperzijde en de tweede opening.
11. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 10, waarbij het verplaatsingsapparaat aangebracht is in een losneembare behuizing. 25
12. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 11, waarbij het verplaatsingsapparaat verend is aangebracht ten opzichte van de behuizing.
13. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 4 en 5 en eventueel volgens een 30 van de conclusies 2, 3, 6 t/m 12, waarbij de boiler een warmtewisselaar omvat met een primaire boilerzijde en een secundaire boilerzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilerzijde en het afgeven van die warmte aan de secundaire boilerzijde, waarbij een aanvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met een uitgang van de driewegklep en een afvoer van de primaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met 35 de wateraanvoer van de secundaire condensorzijde ter vorming van een eerste tak van de waterkringloop, en waarbij de secundaire boilerzijde in vloeistofcommunicatie staat met het boilerreservoir. -25-
14. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 13, waarbij in een circulatiepomp is voorzien voor het circuleren van water door de eerste tak van de waterkringloop.
15. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 14, waarbij de circulatiepomp tevens ingericht is voor het circuleren van water in een tweede tak van de waterkringloop.
16. Een warmtetransportinrichting volgens een van de conclusies 13 t/m 15, waarbij de warmtewisselaar is uitgevoerd als een spiraalvormige leiding. 10
17. Een warmtetransportinrichting volgens een van de conclusies 13-16, omvattende een temperatuursensor in het boilerreservoir of in de eerste tak van de waterkringloop voor het meten van de temperatuur van het water in respectievelijk het boilerreservoir of de eerste tak van de waterkringloop, een temperatuursensor in de tweede tak van de waterkringloop 15 voor het meten van de temperatuur van het water in de tweede tak van de waterkringloop, en een regelaar ingericht om op basis van een output van de temperatuursensoren de driewegklep aan te sturen, waarbij de regelaar de driewegklep zodanig instelt dat een merendeel van het debiet door de ingang van de driewegklep naar die tak van de waterkringloop gaat die de laagst bijbehorende temperatuur heeft. 20
18. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 5 en eventueel volgens een van de conclusies 2 t/m 4, 5 t/m 17, waarbij de boiler een boilercondensor omvat met een primaire boilercondensorzijde en een secundaire boilercondensorzijde voor het onttrekken van warmte aan de primaire boilercondensorzijde en het afgeven van die warmte aan de 25 secundaire boilercondensorzijde, waarbij de primaire boilercondensorzijde opgenomen is in de mediumkringloop, en waarbij de secundaire boilercondensorzijde in vloeistofcommunicatie staat met het boilerreservoir.
19. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 18, waarbij de primaire 30 boilercondensorzijde parallel aan de primaire condensorzijde is opgenomen in de mediumkringloop.
20. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 18, waarbij de primaire boilercondensorzijde in serie met de primaire condensorzijde is opgenomen in de 35 mediumkringloop. -26-
21. Een warmtetransportinrichting volgens een van de conclusies 18-20, omvattende twee temperatuursensoren voor het meten van de temperatuur van het water in de eerste tak en tweede tak van de waterkringloop, en een regelaar ingericht om op basis van een output van de temperatuursensoren de driewegklep aan te sturen, waarbij de regelaar de 5 driewegklep zodanig instelt dat een merendeel van het debiet door de ingang van de driewegklep naar die tak van de waterkringloop gaat die de laagst bijbehorende temperatuur heeft.
22. Een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij 10 de compressor omhult is met geluidwerend materiaal.
23. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 2, waarbij de primaire verdamperzijde is aangebracht in een verbindingsstuk tussen een aanvoeropening en een afvoeropening, waarbij de warmtetransportinrichting is ingericht om warmte af te geven aan 15 een ruimte via de waterkringloop, welke ruimte in verbinding staat met de aanvoeropening, en waarbij de inrichting een temperatuursensor en een regelaar omvat, welke temperatuursensor is aangebracht in de aanvoeropening voor het meten van de temperatuur en welke regelaar is ingericht om de hoeveelheid warmte die afgegeven wordt aan de ruimte te regelen op basis van een output van de temperatuursensor. 20
24. Een warmtetransportinrichting volgens conclusie 10 en 23, waarbij een temperatuursensor in zowel de eerste opening als de tweede opening is aangebracht voor het meten van de temperatuur in respectievelijk de eerste en tweede opening, waarbij de regelaar is ingericht om op basis van een output van de temperatuursensoren te bepalen 25 welke opening als aanvoeropening gebruikt wordt en welke als afvoeropening, en waarbij de regelaar is ingericht om de hoeveelheid warmte die afgegeven wordt aan de ruimte te regelen op basis van de temperatuursensor behorende bij de opening die als aanvoeropening gebruikt wordt.
25. Een warmtetransportsysteem omvattende: - een warmtetransportinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, en - een tweede warmtetransportinrichting aangebracht in ten minste één van de twee takken van de waterkringloop voor het verwarmen van water in de ten minste één van de twee takken van de waterkringloop met behulp van fossiele brandstoffen of elektriciteit. 35 -27 -
26. Een warmtetransportsysteem volgens conclusie 25, waarbij de warmtetransportinrichting en de tweede warmtetransportinrichting parallel aan elkaar opgenomen zijn in een cv waterkringloop.
27. Een warmtetransportsysteem volgens conclusie 25, waarbij de warmtetransportinrichting en de tweede warmtetransportinrichting in serie met elkaar zijn opgenomen in een cv waterkringloop.
28. Een warmtetransportsysteem volgens een van de conclusies 25 t/m 27, waarbij de 10 warmtetransportinrichting een boiler omvat die in serie is opgenomen met een warmwaterinrichting van de tweede warmtetransportinrichting in een warmwatervoorzieningskringloop.
NL2003397A 2009-08-26 2009-08-26 Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem. NL2003397C2 (nl)

Priority Applications (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2003397A NL2003397C2 (nl) 2009-08-26 2009-08-26 Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem.
EP10747704.4A EP2470842B1 (en) 2009-08-26 2010-08-26 Heat transport and ventilation device, and heat transport and ventilation system
PCT/NL2010/050533 WO2011025374A1 (en) 2009-08-26 2010-08-26 Heat transport device and heat transport system
DK10747704.4T DK2470842T3 (en) 2009-08-26 2010-08-26 Heat transport and ventilation equipment, and heat transport and ventilation system

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2003397 2009-08-26
NL2003397A NL2003397C2 (nl) 2009-08-26 2009-08-26 Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2003397C2 true NL2003397C2 (nl) 2011-03-01

Family

ID=42234515

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2003397A NL2003397C2 (nl) 2009-08-26 2009-08-26 Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem.

Country Status (4)

Country Link
EP (1) EP2470842B1 (nl)
DK (1) DK2470842T3 (nl)
NL (1) NL2003397C2 (nl)
WO (1) WO2011025374A1 (nl)

Families Citing this family (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP5884042B2 (ja) * 2011-05-31 2016-03-15 パナソニックIpマネジメント株式会社 ヒートポンプ式温水暖房装置
JP2014102030A (ja) * 2012-11-20 2014-06-05 Panasonic Corp ヒートポンプ給湯装置
FR3049695A1 (fr) * 2016-03-31 2017-10-06 Soc Ind De Chauffage (Sic) Chaudiere murale
DE102016007949B4 (de) 2016-06-28 2022-02-17 Richard Bethmann Wärmepumpenanlage
DE102020111984B4 (de) 2020-05-04 2023-12-21 Remko Gmbh & Co. Kg Klima- Und Wärmetechnik Modulares Wärmepumpensystem
IT202100004328U1 (it) * 2021-09-02 2023-03-02 Fond Sime S P A Impianto di climatizzazione.
IT202300023196A1 (it) * 2023-11-03 2025-05-03 Mattia Magagnini Modulo pompa di calore per una apparecchiatura di riscaldamento ibrida e relativa apparecchiatura
DE102024121226A1 (de) * 2024-07-25 2026-01-29 HeatPump23 GmbH Heizsystem zur Wärmeenergieversorgung einer einzelnen Wohneinheit sowie Verfahren zum Umrüsten einer solchen Wohneinheit

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1999035449A1 (en) * 1997-12-30 1999-07-15 Springer-Carrier S.A. Compressor mounting system for an air conditioner
EP1018627A2 (en) * 1999-01-07 2000-07-12 Dutch HeatPump B.V. Heat pump
US6260373B1 (en) * 2000-02-16 2001-07-17 American Standard International Inc. Heat exchanger with double vibration isolation
JP2005172384A (ja) * 2003-12-12 2005-06-30 Matsushita Electric Ind Co Ltd ヒートポンプ式給湯機
DE102006020506A1 (de) * 2006-04-22 2007-10-25 Rittal Gmbh & Co. Kg Kühlgerät
EP1906107A1 (en) * 2005-06-30 2008-04-02 Toshiba Carrier Corporation Heat pump hotwater supply device

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1999035449A1 (en) * 1997-12-30 1999-07-15 Springer-Carrier S.A. Compressor mounting system for an air conditioner
EP1018627A2 (en) * 1999-01-07 2000-07-12 Dutch HeatPump B.V. Heat pump
US6260373B1 (en) * 2000-02-16 2001-07-17 American Standard International Inc. Heat exchanger with double vibration isolation
JP2005172384A (ja) * 2003-12-12 2005-06-30 Matsushita Electric Ind Co Ltd ヒートポンプ式給湯機
EP1906107A1 (en) * 2005-06-30 2008-04-02 Toshiba Carrier Corporation Heat pump hotwater supply device
DE102006020506A1 (de) * 2006-04-22 2007-10-25 Rittal Gmbh & Co. Kg Kühlgerät

Also Published As

Publication number Publication date
EP2470842B1 (en) 2018-02-21
DK2470842T3 (en) 2018-05-28
EP2470842A1 (en) 2012-07-04
WO2011025374A1 (en) 2011-03-03

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2003397C2 (nl) Warmtetransportinrichting en warmtetransportsysteem.
AU2019240679B2 (en) Compressor unit, heat source unit, and air conditioner
US11105533B2 (en) Hot water heating systems and related methods
KR102227928B1 (ko) 조리기기
US11243001B2 (en) Common venting system for heating, cooling and domestic hot water systems
US20130016959A1 (en) Radiant heating system and boiler housing for use therein
KR20100105114A (ko) 차압정보를 이용한 비례유량조절시스템
US20090178717A1 (en) Mixing and pumping system for use with installed hydronic radiant floor heating systems and the like
KR102803753B1 (ko) 난방 설비, 방법 및 시스템
EP2031333A2 (en) Improved accumulation reservoir for fluids
US9671131B2 (en) Hydronic air heater
WO2008125875A3 (en) Radiators
EP2224189A2 (en) Water circulation system associated with refrigerant cycle
EP2443408B1 (en) Device for metering the heat energy emitted by radiators, convector heaters or the like, particulary for the apportionment of heating and/or conditioning costs
KR101248770B1 (ko) 아파트용 중앙난방 시스템
WO2009014478A1 (en) Flexible mounting and installation system with components specially adapted for the transport of air
RU30936U1 (ru) Стенд теплоснабжения
JP5489733B2 (ja) 貯湯タンク装置
NO326440B1 (no) Arrangement og fremgangsmate for styring av temperaturendring av fluid
US20150233626A1 (en) Air Conditioning Condenser Attachment for High Efficiency Liquid Chillers
EP3433543A1 (en) Heating apparatus
NL1028956C2 (nl) Werkwijze, alsmede een systeem voor het beheersen van de temperatuur van een leefruimte.
Rundhaug Thermal energy recycling at Elkem Salten Verk
GB2514187A (en) Heating installation
KR20150087675A (ko) 냉난방용 분배기 및 이를 이용한 냉난방 시스템

Legal Events

Date Code Title Description
PLED Pledge established

Effective date: 20121211

SD Assignments of patents

Effective date: 20150210

PD Change of ownership

Owner name: INVENTUM BEHEER B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: VERANDERING VAN EIGENAAR(S), OVERDRACHT; FORMER OWNER NAME: INVENTUM B.V.

Effective date: 20151229