NL192149C - Bedrijfswijze-omschakelinrichting. - Google Patents
Bedrijfswijze-omschakelinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL192149C NL192149C NL8301144A NL8301144A NL192149C NL 192149 C NL192149 C NL 192149C NL 8301144 A NL8301144 A NL 8301144A NL 8301144 A NL8301144 A NL 8301144A NL 192149 C NL192149 C NL 192149C
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- gear
- changeover
- lever
- arrow
- arm
- Prior art date
Links
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims description 19
- 238000011010 flushing procedure Methods 0.000 claims description 8
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 8
- 230000004913 activation Effects 0.000 claims description 5
- 230000008859 change Effects 0.000 claims description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 2
- 210000003813 thumb Anatomy 0.000 claims 2
- 208000025865 Ulcer Diseases 0.000 claims 1
- 231100000397 ulcer Toxicity 0.000 claims 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 5
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 5
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 5
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 3
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 3
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 238000001514 detection method Methods 0.000 description 3
- 230000036316 preload Effects 0.000 description 3
- 206010019233 Headaches Diseases 0.000 description 2
- 230000004907 flux Effects 0.000 description 2
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 2
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 238000013459 approach Methods 0.000 description 1
- 238000011001 backwashing Methods 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000009941 weaving Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/02—Control of operating function, e.g. switching from recording to reproducing
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/02—Control of operating function, e.g. switching from recording to reproducing
- G11B15/10—Manually-operated control; Solenoid-operated control
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/18—Driving; Starting; Stopping; Arrangements for control or regulation thereof
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/18—Driving; Starting; Stopping; Arrangements for control or regulation thereof
- G11B15/44—Speed-changing arrangements; Reversing arrangements; Drive transfer means therefor
- G11B15/442—Control thereof
Landscapes
- Transmission Devices (AREA)
- Gear Transmission (AREA)
- Electromagnets (AREA)
- Moving Of Heads (AREA)
Description
1 192149
Bedrijfswijze-omschakelinrichting
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op eén bedrijfswijze-omschakelinrichting voor een bandopneem/ weergeefapparaat omvattende een roteerbaar onschakeltandwiel met een tandvrij gedeelte in de getande 5 omtrek daarvan; een aandrijftandwiel dat in aangrijping kan komen met het omschakeltandwiel voor het over een hoek verplaatsen van het omschakeltandwiel, uitsluitend gedurende de tijd dat het aandrijftandwiel naar het tandvrije gedeelte toegekeerd is; en startmiddelen voor het veroorzaken van de hoekverplaatsing van het omschakeltandwiel, omvattende een met het omschakeltandwiel mee roteerbare magneet; jukmiddelen met ten minste gedeelten die zich nabij de magneet uitstrekken; één geheel met het omschakeltandwiel 10 vormende nokmiddelen; ten minste één bedrijfswijze-omschakelorgaan dat met de nokmiddelen in aangrijping kan komen; het bedrijfswijze-omschakelorgaan voor temgkeer uit een werkzame positie naar een niet-werkzame positie belastende meegevende middelen; een in reactie op de beweging van het bedrijfswijze-omschakelorgaan uit de niet-weikzame positie naar de werkzame positie tegen de kracht van de meegevende middelen in, van een startpositie naar een grendelpositie bewegende houdarm; aan de 15 houdarm bevestigde armatuurmiddelen die uit een vrije positie op een afstand van de jukmiddelen naar een houdpositie in contact met de jukmiddelen worden bewogen in reactie op de beweging van de houdarm uit de startpositie naar de grendelpositie; waarbij, in reactie op rotatie van de nokmiddelen te zamen met het omschakeltandwiel dit omschakeltandwiel ten gevolge van inschakeling van de elektromagneetspoel in aangrijping komt met het aandrijftandwiel, en het bedrijfswijze-omschakelorgaan samen met de houdarm 20 tegen de kracht van de meegevende middelen in uit de niet-werkzame positie naar de werkzame positie wordt bewogen, terwijl anderzijds de jukmiddelen de armatuurmiddelen magnetisch in de houdpositie houden ten gevolge van continue inschakeling van de elektromagneetspoel, waarbij de houdarm dat het genoemde bedrijfswijze-omschakelorgaan in de werkzame positie vergrendelt.
Een dergelijke bedrijfswijze-omschakelinrichting is beschreven in de Nederlandse octrooiaanvrage 25 8204078.
De elektromagneet dient dus zowel voor het starten van de omschakeling als voor het in de omgeschakelde stand vasthouden van de inrichting. Bij de bekende inrichting zijn verscheidene van deze bedrijfswijze-omschakelaars nodig voor het verkrijgen van het gewenste aantal bedrijfswijzestanden voor de bandrecorder. De bandrecorder is daardoor relatief gecompliceerd.
30 De uitvinding beoogt nu een bedrijfswijze-omschakelinrichting van de in de aanhef omschreven soort te verschaffen waarmee een eenvoudiger bandopneem-Zweergeefapparaat kan worden gerealiseerd.
Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt doordat de houdarm deel uitmaakt van een tweede bedrijfswijze-omschakelorgaan, dat eveneens kan samenwerken met de nokmiddelen, waarbij een integraal deel van het bedrijfswijze-omschakelorgaan het andere bedrijfswijze-omschakelorgaan in de werkzame 35 positie vergrendelt; en het paar bedrijfswijze-organen selectief de posities van een eerste bedienings-mechanisme en een tweede bedieningsmechanisme kan wijzigen. Hierdoor is het mogelijk dat door één omschakeltandwiel met bijbehorende nokmiddelen twee omschakelingen kunnen worden uitgevoerd, zodat de omschakelinrichting van het gehele bandopneem/weefgeefapparaat eenvoudiger is.
Een gunstige uitvoering van de bedrijfswijze-omschakelinrichting volgens de uitvinding wordt bereikt 40 doordat een voorwaartse toestand veroorzakende eerste bedieningsmechanisme met één van de bedrijfswijze-omschakelorganen wordt bewogen voor het onderbreken van de aandrijving, waarbij een magneetknop van de opneem/weergeefinrichting in zijn heersende positie blijft, en het de terugspoel of doorspoel toestand instellende tweede bedieningsmechanisme met het andere bedrijfswijze-omschakelorgaan wordt bewogen, in reactie op inschakeling van de elektromagneetspoel. De twee 45 bedrijfswijzestanden kunnen hierdoor met één omschakelinrichting afwisselend worden ingesteld.
De uitvinding zal verder worden toegelicht in de volgende beschrijving aan de hand van de bijgevoegde figuren.
Figuur 1 is een gedeeltelijk weggesneden vooraanzicht van een deel van een bandrecorder met een 50 daarin aangebrachte bandcassette, welke bandrecorder een bedrijfswijze-omschakelinrichting volgens het onderhavige voorstel omvat; figuur 2 is een perspectivisch aanzicht met uiteengenomen delen van de achterzijde van het chassis van de in figuur 1 getoonde bandrecorder; figuur 3 is een vooraanzicht van de bandrecorder zoals getoond in figuur 1, waarbij het chassis is 55 verwijdend; figuur 4 is een met figuur 3 overeenkomend vooraanzicht dat de relatie van de verschillende onderdelen van het aandrijfmechanisme van de in figuur 1 getoonde bandrecorder toont; 192149 2 figuur 5 is een schematische doorsnede die de relatie tussen de motor en het hoofdaandrijftandwiel en het FF/REW aandrijftandwiel van de in figuur 1 getoonde bandrecorder duidelijk maakt; figuur 6 is een schematische doorsnede die de relatie toont tussen de spoeltafels en de aandrijftand-wielen van de in figuur 1 getoonde bandrecorder; 5 figuur 7 is een schematische doorsnede die de relatie toont tussen het FF/REW tandwiel en het overdrachtstandwiel van de in figuur 1 getoonde bandrecorder; figuur 8 is een schematische doorsnede die de relatie toont tussen het hoofdaandrijftandwiel en het eerste bedrijfswijze-omschakelmechanisme en elektromagnetische middelen van de in figuur 1 getoonde bandrecorder; 10 figuur 9 is een schematische doorsnede die de relatie toont tussen het hoofdaandrijftandwiel en het tweede bedrijfswijze-omschakelmechanisme en elektromagnetische middelen van de in figuur 1 getoonde bandrecorder; figuur 10 is een gedetailleerd bovenaanzicht van het eerste bedrijfswijze-omschakelmechanisme zoals getoond in figuur 8, en van een deel van de eerste grendelhefboom, welk aanzicht de werking daarvan 15 verduidelijkt; figuur 11 is een gedetailleerd bovenaanzicht van het tweede bedrijfswijze-omschakelmechanisme zoals getoond in figuur 9, en van een deel van de tweede grendelhefboom, welk aanzicht de werking daarvan verduidelijkt; figuur 12 is een vooraanzicht van de in figuur 1 getoonde bandrecorder met het chassis op zijn plaats 20 waarbij de stand van de kopplaat wordt verduidelijkt; figuur 13 is een vooraanzicht van de in figuur 1 getoonde bandrecorder waarbij het chassis is verwijderd en de hefboommiddelen, omschakeltandwielen en bedrijfswijze-instelmiddelen worden getoond; figuur 14 is een schematische doorsnede die de werking van de aangrijpingshefboom en de duwhefboom van de in figuur 13 getoonde bedrijfswijze-instelmiddelen toont; 25 figuur 15 is een schematische doorsnede die de werking van de aangrijpingshefboom en de in figuur 13 getoonde tweede aandrijfhefboom verduidelijkt; figuren 16A t/m 16D zijn vooraanzichten van de in figuur 1 getoonde bandrecorder waarbij het chassis is verwijderd en de configuratie van de elementen van de bedrijfswijze-omschakelinrichting volgens het onderhavige voorstel in verscheidene bedrijfswijzestanden van de bandrecorder worden getoond; 30 figuren 17A t/m 17C zijn gedetailleerde bovenaanzichten die de werking van het eerste bedrijfswijze-omschakelmechanisme en de eerste grendelhefboom van de in figuur 1 getoonde bandrecorder verduidelijken; figuren 18A t/m 18D zijn gedetailleerde bovenaanzichten die de werking van het tweede omschakel-mechanisme en de tweede grendelhefboom van de in figuur 1 getoonde bandrecorder verduidelijken; en 35 figuren 19A t/m 19D zijn gedetailleerde bovenaanzichten die de werking van het overdrachtstandwiel onder invloed van de tweede grendelhefboom van de in figuur 1 getoonde bandrecorder verduidelijken.
Een uitvoeringsvorm volgens het onderhavige voorstel zoals ondergebracht in een bandopneem/ weergeefinrichting van het compact-cassette type zal nu aan de hand van de bijgevoegde tekeningen 40 worden beschreven.
De bandrecorder wordt aan zijn voorzijde, zoals getoond in figuur 1, bediend. De bandrecorder omvat een chassis 1 dat in de normale stand van de recorder rechtop staat. Een bandcassette 2 is aan de voorzijde van het chassis 1 en evenwijdig daaraan in de inrichting opgenomen. Een paar plaatsbepalings-uitsteeksels 6 en een bladveer 7 zijn aan het vooroppervlak van het chassis 1 gemonteerd teneinde de 45 cassette 2 juist te positioneren.
De cassette 2 wordt verticaal belast, zodat een opneem/weergeefkop-insteekvenster 8 en een wiskop-venster 9 en een drukrolinsteekvenster 10 aan de zijde van het venster 8, naar beneden zijn gekeerd. De vensters 8, 9 en 10 bevinden zich tegenover een opneem/weergeefkop 11, een wiskop 12 en resp. een drukrol 13, die alle aan de voorzijde van het chassis 1 zijn gemonteerd. De koppen 11 en 12 zijn bevestigd 50 aan een koppenplaat 14 die aan de voorzijde van het chassis 1 is gemonteerd zodanig dat deze een verticale translatiebeweging ten opzichte van dit chassis uit kan voeren. Een schamierpen 15 strekt zich van de voorzijde van het chassis 1 zodanig uit dat een drukrolhefboom 16 scharnierend daarop aangebracht kan worden, welke hefboom 16 de drukrol 13 draagt. De STOP stand van de koppen 11 en 12 en de drukrol 13 zijn in figuur 1 in getrokken lijnen getoond. De uniform gestreepte lijnen geven de standen van de koppen 55 en de drukrol weer in een automatische stilte detectie toestand (Automatic Detection of Silence [ADS]) en van de drukrol in de PAUZE toestand. De streep-stippellijnen tonen de standen van de koppen en de dmkrollen in de VOORWAARTS (FWD) stand en de stand van de koppen in de PAUZE toestand. Een paar 3 192149 spoelnaven 17 en 18 in de cassette 2 dragen een magneetband 19. Wanneer de cassette 2 in de inrichting is opgenomen zijn de spoelnaven 17 en 18 in aangrijping met een voorraadspoeltafel 3 en een opwindspoeltafel 4 aan de voorzijde van het chassis 1. Een kaapstander 5 wordt ter plaatse van het drukrolvenster 10 achter de band 19 gestoken.
5 Het bandaandrijfsysteem en de bedrijfswijze-omschakelmechanismen die aan de achterzijde van het chassis 1 zijn gemonteerd zijn in het algemeen in de figuren 2 en 3 weergegeven. Figuur 2 toont de achterzijde van het chassis 1, terwijl figuur 3 de voorzijde van de inrichting toont met het chassis 1 verwijderd.
Een motor 25 is aangebracht voor het aandrijven van zowel de spoeltafels 3 en 4 als de kaapstander 5. 10 De kaapstander 5 strekt zich achterwaarts door het chassis 1 uit en op het achtereinde van de kaapstander 5 zijn een vliegwiel 26 en een vliegwieltandwiel 57 bevestigd. Spoeltafelassen 63 en 64 dragen en resp. zijn verbonden met de spoeltafels 3 en 4, en strekken zich achterwaarts, door het chassis 1 uit. Aan het achtereinde van de as 63 is een voorraadspoeltandwiel 65 gemonteerd. Aan het achtereinde van de as 64 zijn een hoofdtandwiel 73 voor de opneemspoel en een hulptandwiel 66 gemonteerd. Aan de achterzijde 15 van het chassis 1 is op een afstand die in hoofdzaak gelijk is als de afstand tussen de spoeltafels 3 en 4 een DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 door middel van een as 78 gemonteerd. Het overdrachttandwiel 28 is gemonteerd op een as 81 die wordt gedragen door een schamierarm 80. De schamierarm 80 kan om de as 78 zwenken. Het overdrachttandwiel 28 is constant in aangrijping met het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 en heeft de neiging bij rotatie van het DOORSPOEL/ 20 TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 te verdraaien waardoor dit selectief het voorraadspoeltandwiel 65 en het hulp-opwindspoeltandwiel 66 aan kan grijpen (zie figuren 6 en 16B). Op een as 55 nabij het hoofdtandwiel 73 is een hoofdaandrijftandwiel 29 gemonteerd (zie figuur 6). Een aandrijftandwiel 56 is eveneens op de as 55 gemonteerd en is in aangrijping met het vliegwieltandwiel 57 teneinde het hoofdaandrijftandwiel 29 aan te drijven (zie figuur 5). Het hoofdaandrijftandwiel 29 drijft weer de omschakeltandwielen 30 en 31 op een 25 nog te beschrijven wijze aan, teneinde de bedrijfswijze-omschakelinrichtingen volgens het onderhavige voorstel te bedienen. Deze algemene beschrijving zal, aan de hand van de figuren 1-3, het begrip van de constructie en de werking van het bandaandrijfsysteem en de bedrijfswijze-omschakelinrichting vergemakkelijken.
Figuren 4 en 5 tonen details van het VOORWAARTS aandrijfsysteem.
30 Evenwijdig aan en achter het chassis 1 is een subchassis 48 aangebracht. De kaapstander 5 wordt roteerbaar in een lagerstelsel 49 ondersteund welk lagerstelsel aan het chassis 1 is bevestigd. Het achtereinde van de Kaapstander 5 wordt ondersteund door een taatslager 50 dat op het subchassis 48 is gemonteerd. De motor 25 is aan de achterzijde van het subchassis 48 gemonteerd. Een motoras 51 strekt zich door het subchassis 48 uit en hierop zijn twee snaarschijven 52 en 53 bevestigd aan de voorzijde van 35 het subchassis 48 resp. tussen het chassis 1 en het subchassis 48 in. Een VOORWAARTS aandrijfsnaar 54 loopt om de hoofdaandrijfsnaarschijf 52 en om de buitenomtrek van het vliegwiel 26, welk vliegwiel aan de kaapstander 5 is bevestigd. Het aandrijftandwiel 56 vormt één geheel met het hoofdaandrijftandwiel 29 dat roteerbaar op de as 55 is gemonteerd, en dit aandrijftandwiel 56 bevindt zich aan het achtereinde van het hoofdaandrijftandwiel 29. Wanneer de motor 25 in de richting voor het doorspoelen of terugspoelen loopt, 40 zoals resp. aangegeven door de pijlen a of a^ in figuur 4, roteren het vliegwiel 26, de kaapstander 5 en het vliegwieltandwiel 57 in de door de pijlen b of b[ aangegeven richting. Het hoofdaandrijftandwiel 29 en het aandrijftandwiel 56 roteren zoals aangegeven door de pijlen c en Wanneer het hoofdaandrijftandwiel 29 in aangrijping is met het hoofdtandwiel 73 voor de opwindspoel, en de drukrol 13 tegen de kaapstander 5 aanbewogen is, hetgeen nog nader wordt beschreven, wordt de band 19 in de VOORWAARTS richting 45 aangedreven.
De DOORSPOEL en TERUGSPOEL aandrijfsystemen worden in detail in de figuren 4-7 getoond.
Zoals het beste te zien is in figuur 6 zijn de voorraadspoeltafel 3 en de opneemspoeltafel 4 bevestigd aan de vooreinden van resp. de spoelassen 63 en 64. De spoelassen 63 en 64 worden door lagers 61 resp. 62 op het chassis 1 roteerbaar ondersteund. Het voorraadspoeltandwiel 65 is aan het achtereinde van de 50 spoelas 63 bevestigd teneinde daarmee te roteren.
Het hulptandwiel 66 voor de opneemspoel is axiaal ten opzichte van de spoelas 64 beweegbaar. Aan de spoelas 64 is, daarmee mee roterend, een huls 67 bevestigd. Het hulptandwiel 66 voor de opneemspoel omvat een één geheel daarmee vormende centrale bus 66a die telescopisch in de huls 67 kan verschuiven. Het binnenoppervlak van de huls 67 en het buitenoppervlak van de centrale bus 66a hebben echter 55 overeenkomstige vormen van de dwarsdoorsnede, zodat deze roteerbaar worden gekoppeld. De beide organen kunnen een hexagonale dwarsdoorsnede hebben, alhoewel ook andere vormen mogelijk zijn. In elk geval kan het hulptandwiel 66 voor de opneemspoel axiaal bewegen ten opzichte van de as 64 daarvoor 192149 4 terwijl een op het hulptandwiei 66 van de opneemspoe! uitgeoefend koppel overgebracht wordt op de spoelas 64 door de huls 67, en op de opwindspoeltafel 4. Een dmkveer 68 belast het hulptandwiei 66 voor de opneemspoel voor in de richting naar het achtereinde van de spoelas 64, waar een ring 69 deze op zijn plaats houdt. Het hoofdtandwiel 73 voor de opneemspoel is op een cilindrisch gedeelte 66b gemonteerd dat 5 gevormd is op het hulptandwiei 66 van de opneemspoel. Het cilindrische gedeelte 66b is concentrisch met en bevindt zich radiaal buiten de veer 68. Het hoofdtandwiel 73 voor de opneemspoel is vrij roteerbaar ten opzichte van het cilindrische gedeelte 66b. Een magnetisch slipmechanisme 74 koppelt het hulptandwiei 66 voor de opneemspoel roteerbaar met het hoofdtandwiel 73. Het hoofdtandwiel 73 voor de opneemspoel wordt magnetisch belast in de richting van zijn dikte en een hysteresisplaat 75 is aan het hulptandwiei 66 10 van de opneemspoel bevestigd teneinde de tandwielen 66 en 73 magnetisch met elkaar te koppelen. Het hoofdtandwiel 73 komt tegen een aantal axiale uitsteeksels 76 aan, welke uitsteeksels één geheel vormen met het hulptandwiei 66. De uitsteeksels 76 bepalen een kleine spleet tussen het hoofdtandwiel 73 en de hysteresisplaat 75. Ook kan het slipmechanisme een mechanisch slipmechanisme zijn zoals een frictieplaat van vilt of dergelijke die aangebracht is tussen de tandwielen van de spoeltafels.
15 Zoals in detail in figuur 7 wordt getoond is het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 roteerbaar gemonteerd aan de achterzijde van het chassis 1 (zie figuur 5) en wel op de as 78. Een snaarschijf 79 vormt één geheel met het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27. Het overdrachttandwiel 28 is roteerbaar gemonteerd op de as 81 die bevestigd is aan de schamierarm 80. De scharnier-arm 80 wordt gescharnierd ondersteund op en strekt zich radiaal uit van de as 78 (zie ook figuur 4). Het 20 overdrachttandwiel 28 is in constante aangrijping met het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27. Een drukveer 82 past tussen het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 en de schamierarm 80.
Een snaar 83 (zie figuren 4 en 5) loopt om de snaarschijf 53 op de motoras 51 en de snaarschijf 79 van het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27. Wanneer de motor 25 geroteerd wordt in de voorwaartse richting of terug, zoals resp. aangegeven door de pijlen a en a^ in figuur 4, wordt het 25 DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 aangedreven in de door de pijlen d en aangegeven voorwaartse richting of terug. Het overdrachtstandwiel 28 wordt dus geroteerd in de voorwaartse of teruggaande richting zoals aangegeven met de pijlen e en e\ Rotatie van het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 heeft tot gevolg dat op de kantelaim 80 een moment werkt waardoor deze om de as 78 verdraait in de door de pijlen f en f aangegeven richtingen. De drukveer 82 (zie figuur 7) werkt als een 30 wrijvingskoppeling teneinde een koppel van het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 over te brengen op de kantelarm 80 en de kantelarm 80 positief met het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftand-wiel 27 te koppelen. Het overdrachttandwiel 27 kan dus selectief in aangrijping worden bewogen met het hoofdtandwiel 66 van de opneemspoel en het tandwiel 65 van de voorraadspoel (zie figuur 6).
De constructie van de omschakeltandwieien 30 en 31 en de daarbij behorende elektromagnetische 35 middelen 32 en 33 wordt in detail in figuren 4 en 8-11 getoond.
De eerste en tweede omschakeltandwieien 30 en 31 zijn roteerbaar gemonteerd op resp. aan de achterzijde van het chassis 1 bevestigde schamierpennen 89 en 90. Zoals in figuur 4 wordt getoond bevinden de omschakeltandwieien 30 en 31 zich nabij het hoofdaandrijftandwiel 29. Elk omschakeltandwiel 30 en 31 heeft een tandloos deel resp. 91 en 92, dat voorkomt dat de omschakeltandwieien 30 en 31 in 40 aangrijping komen met het aandrijftandwiel 29 wanneer het tandvrije gedeelte 91 resp. 92 zich tegenover het hoofdaandrijftandwiel 29 bevinden. Elk omschakeltandwiel 30 en 31 omvat ook een nok 93 resp. 94 die daarmee één geheel vormt aan de voorzijde van de omschakeltandwieien. Ringmagneten 95 en 96 die beide diametraal worden gemagnetiseerd zijn bevestigd aan de achterzijde van resp. de omschakeltandwieien 30 en 31. Aan de voorzijde van het eerste omschakeltandwiel 30 is een aanslagpen 97 gevormd.
45 De elektromagnetische middelen 32 en 33 zijn door isolerende steunen 100 en 101 aan de achterzijde van het chassis 1 bevestigd. Zoals in figuren 10 en 11 wordt getoond omvatten de eerste elektromagnetische middelen 32 een eerste startjuk 102 en een eerste houdjuk 104. De tweede elektromagnetische middelen 33 omvatten een tweede startjuk 103 en een tweede houdjuk 105. De startjukken 102 en 103 hebben poten 102a, 102b en 103a, 103b die zich resp. aan de zijden van de magneten 95 en 96 uitstrek-50 ken. De houdjukken 104 en 105 hebben poten 104a, 104b en 105a, 105b die zich loodrecht op de poten van de startjukken 102 en 103 uitstrekken. Zoals in de figuren 10 en 11 wordt getoond omvatten de poten 104a en 105a van de respectieve houdjukken de armatuurdelen die de poten van de respectieve startjukken met elkaar verbinden. Elektromagneetspoelen 108 en 109 zijn om de aimatuurdelen 104a en 105a gewikkeld. Elk startjuk 102 en 103 vormt een start-magneetbaan Φν Eén start-magneetbaan Φη wordt 55 gevormd door de poten 102a en 102b, het armatuurdeel 104a en de magneet 95. Een andere, onafhankelijke start-magneetbaan Φ! wordt gevormd door de poten 103a en 103b, het armatuurdeel 105a en de magneet 96. Elk houdjuk 104 en 105 vormt een houd-magneetbaan Φ2. Eén houd-magneetbaan Φ2 wordt 5 192149 gevormd door de poten 104a en 104b, het deze verbindende armatuurdeel en een armatuur 112, dat in contact beweegt met de poten 104a en 104b op een hierna te beschrijven wijze en voor een hierna te beschrijven doel. Een andere, onafhankelijke houd-magneetbaan Φ2 wordt gevormd door de poten 105a en 105b, het deze verbindende armatuurdeel en een armatuur 113, dat in contact beweegt met de poten 105a 5 en 105b. Wanneer de armaturen 112 en 113 niet in contact zijn met de jukken 104 en 105, hebben de houd-magneetbanen Φ2 een hogere magneto-resistantie dan die van de respectieve start-magneetbanen Φ,. Een eerste plaatsbepalingsmagneet 110 en een tweede plaatsbepalingsmagneet 111 trekken de polen van de magneten 95 resp. 96 aan teneinde de magneten 95 en 96, bij afwezigheid van magnetische flux rn de start-magneetbanen Φ1( te positioneren.
10 In de STOP toestand van de bandrecorder is het eerste omschakeltandwiel 30 niet in aangrijping met het hoofd-aandrijftandwiel 29, omdat het tandvrije gedeelte 91 van het eerste omschakeltandwiel 30 naar het hoofdaandrijftandwiel 29 is gekeerd, zoals in figuur 4 wordt getoond. Zoals eveneens in figuur 4, in combinatie met de figuren 10 en 11 wordt getoond, is het de eerste plaatsbepalingsmagneet 110, die op de magneet 95 werkt, welke het eerste omschakeltandwiel 30 in de juiste hoekstand houdt teneinde aangrijping 15 met het hoofdaandrijftandwiel 29 te voorkomen. Wanneer de elektromagneetspoel 108 wordt ingeschakeid, wordt vrijwel geen magnetische flux in de tweede magneetbaan Φ2 opgewekt, aangezien deze een hogere magneto-resistantie heeft dan die van de eerste magneetbaan Φν Het gevolg is dat de poten 102a en 102b van het juk 102 de magneet 95 in de door pijl g in figuur 4 en 10 aangegeven richting roteren, waardoor het eerste omschakeltandwiel 30 in dezelfde richting wordt geroteerd. Wanneer het hoofdaandrijftandwiel 29 20 roteert, zoals aangegeven door de pijl c in figuur 4, heeft de kleine rotatie van het eerste omschakeltandwiel 30, zoals veroorzaakt door het startjuk 102, tot gevolg dat het eerste omschakeltandwiel 30 in aangrijping komt met het hoofdaandrijftandwiel 29 en daardoor wordt geroteerd.
Het starten van het tweede omschakeltandwiel 31 geschiedt op dezelfde wijze als bij het eerste omschakeltandwiel 30. Wanneer de elektromagneetspoel 109 van de elektromagnetische middelen 33 wordt 25 ingeschakeld, roteert het omschakeltandwiel 31 in de door pijl h in figuren 4 en 10 aangegeven richting, waardoor dit in aangrijping komt met het hoofdaandrijftandwiel 29.
Het eerste bedrijfswijze-omschakelmechanisme, dat het eerste omschakeltandwiel 30 en de hierboven beschreven startmiddelen omvat, regelt de beweging van zowel de koppenplaat 14 als de druknol 13 teneinde de VOORWAARTS bedrijfswijze-stand in te stellen voor het opnemen van signalen op de band 19 30 of het af spelen van reeds op de band opgenomen materiaal.
Zoals de figuren 12 en 13 weergeven wordt de koppenplaat 14 die aan de voorzijde van het chassis 1 verticaal heen en weer beweegbaar, zoals aangegeven door de pijlen i en ΪΦ is aangebracht, door een terugstelveer 119 in de richting van pijl i belast. Een VOORWAARTS grendelpen 126 en een ASD (Automatische Stilte Detectie) grendelpen 127 zijn aan de achterzijde van de koppenplaat 14 bevestigd en 35 steken door het chassis 1 heen achter het achteroppervlak daarvan door resp. de gaten 128 en 129. Figuur 13, die een vooraanzicht is dat de verschillende hefboommechanismen toont waarbij het chassis 1 en de koppenplaat 14 zijn verwijderd, toont de plaats van de grendelpennen 126 en 127.
De bedrijfswijzestand-instelmiddelen volgens het onderhavige voorstel omvatten een kop-drukrol-koppelhefboom 39 die scharnierend gemonteerd is op een aan de achterzijde van het chassis 1 aange-40 brachte schamierpen 120. De kop-drukrol-koppelhefboom 39 is in hoofdzaak L-vormig. Het eerste einde 39a van deze hefboom 39 is omhoog gebogen en steekt uit door een gat 121 dat in het chassis 1 is gevormd, en is in aangrijping in een gat 122 dat gevormd is in de kopplaat 14 aan de voorzijde van het chassis 1.
Een VOORWAARTS schuif 38 is aan de achterzijde van het chassis 1 gemonteerd en kan verschuiven in de richtingen aangegeven door de pijlen j en j4> in figuur 12. Een eerste einde 38a van de VOORWAARTS 45 schuif 38 is omhoog gebogen en is in contact met het tweede einde 39b van de koppelhefboom 39. De drukrolhefboom 16 omvat een paar armen 16a en 16b die daarmee één geheel vormen. De drukrolhefboom 16 is aan de voorzijde van het chassis 1 scharnierend gemonteerd op de schamierpen 15, zoals reeds werd beschreven. De VOORWAARTS schuif 38 omvat ook uitsteeksels 38b en 38c die één geheel vormen met deze VOORWAARTS schuif 38 en omhoog gebogen zijn teneinde voorbij de voorzijde van het chassis 1 50 door een in de rand van het chassis 1 in figuur 2 gevormde uitspring 123 uit te steken. Een trekvoer 124 (in figuur 13 niet getoond) strekt zich uit tussen de arm 16a aan de drukrolhefboom 16 en het uitsteeksel 38b aan de VOORWAARTS schuif 38 teneinde het einde van de arm 16a tegen het uitsteeksel 38c aan te drukken. De lengte van de momentarm tussen het punt waarop de veer 124 op de arm 16a werkt en de schamierpen 15 is langer dan de afstand tussen het einde van de arm 16a en het uitsteeksel 38c. Het 55 gevolg is dat de zwaartekracht op de drukrol 13, die de drukrolarm 16 in de richting van pijl k in figuur 12 dwingt te roteren, eveneens de VOORWAARTS schuif 38 in de richting van de pijl j dwingt. Eventueel kan een veer worden gebruikt voor het belasten van de VOORWAARTS schuif 38.
192149 6
Een pauzeschuif 42 is aan de voorzijde van het chassis 1 gemonteerd en kan verschuiven zoals wordt getoond door de pijlen 1_ en V in figuur 12. De pauzeschuif 42 wordt in de richting van de pijl V belast door een veer 125. Het einde van de arm 16b van de drukrolarm 16 is zodanig gepositioneerd dat deze in contact komt met een uitsteeksel 42a dat één geheel vormt met en omhoog gebogen is van het onderste 5 gedeelte van de pauzeschuif 42. Een tussen de pauzeschuif 42 en het chassis aangebrachte veer 125 belast de pauzeschuif 42 in de richting van de pijl Y in figuur 12.
Figuren 13-15 tonen details van de hefboommiddelen van de bedrijfswijze-omschakelinrichting volgens het onderhavige voorstel. Het eerste bedrijfswijze-omschakelmechanisme omvat een eerste aandrijfarm 34 die scharnierend gemonteerd is op een schamierpen 135, welke pen bevestigd is aan de achterzijde van 10 het chassis 1. Het eerste einde 34a van de VOORWAARTS arm 34 is in contact met de nok 93 op het eerste omschakeltandwiel 30. Het andere einde 34b aan de eerste aandrijfhefboom 34 is in contact met een uitsteeksel 137 dat één geheel vormt met en aangebracht is nabij het centrale gedeelte van de bovenrand van de koppenplaat 14. Het uitsteeksel 137 is ten opzichte van de koppenplaat 14 omhoog gebogen en strekt zich uit door een gat 136 in het chassis 1 teneinde achter de rand van het chassis uit te steken in 15 contact met het eerste einde 34b van de bedieningshefboom 34.
De bedrijfswijze-omschakelin richting volgens het onderhavige voorstel omvat een eerste grendelarm 35 die eveneens scharnierend gemonteerd is op de schamierpen 135. Het aimatuur 112 (zie figuur 10) is gemonteerd op het houdeinde 35a van de eerste grendelhefboom 35 door middel van een pen 138, zodat het armatuur 112 over een kleine vooraf bepaalde boog kan zwenken. De eerste grendelhefboom 35 omvat 20 een één geheel daarmee vormende grendelarm 140 welke een uitsparing 139 heeft die om de VOORWAARTS grendelpen 126 op de koppenplaat 14 kan haken. De eerste grendelhefboom 35 wordt belast door een veer 141 (zie figuur 3) zoals door de pijl m in figuur 13 wordt getoond. De hoekstand van de eerste grendelhefboom 35 wordt bepaald door het met de VOORWAARTS grendelpen 126 in contact komen van de grendelarm 140. Een vinger 142 aan de eerste grendelhefboom 35 werkt samen met de pen 25 97 op het eerste omschakeltandwiel 30, op een hierna in detail te beschrijven wijze.
Een tweede aandrijfhefboom 36, welke scharnierend gemonteerd is op een aan de achterzijde van het chassis 1 bevestigde schamierpen 145 vormt een deel van het tweede omschakelmechanisme. De tweede aandrijfhefboom 36 is in hoofdzaak L-vormig en heeft een arm 36a die met de nok 94 aan het tweede omschakeltandwiel 31 in contact komt. Een uitsteeksel 42b, dat omhoog gebogen is van de pauze schuif 42 30 aan de voorzijde van het chassis 1, strekt zich uit door een gat 146 in het chassis 1, en steekt uit voorbij de achterzijde van het chassis 1. Het einde van de arm 36 is in contact met het uitsteeksel 42b op de pauzeschuif 42. De tweede aandrijfhefboom 36 wordt belast in de richting van de pijl n in figuur 13 door de veer 125 van de pauzeschuif 42, en komt in contact met de nok 94.
De bedrijfswijze-omschakelinrichting volgens het onderhavige voorstel omvat een tweede grendel-35 hefboom 37 die scharnierend gemonteerd is op de as 55 welke bevestigd is aan de achterzijde van het chassis 1. Het armatuur 113 is door middel van een pen 148 op een houdarm 149 op de tweede grendelhefboom 37 gemonteerd (zie figuur 11), zodat het armatuur 113 overeen kleine, vooraf bepaalde boog kan zwenken. De tweede grendelhefboom 37 omvat eveneens een grendelhaak 150 die samen kan werken met de ASD grendelpen 127 op de koppenplaat 14. De tweede grendelhefboom 37 omvat eveneens een 40 volgerarm 151 die zich naar het einde 36a van de tweede aandrijfhefboom 36 uitstrekt en langs de nok 94 loopt teneinde met deze beide samen te werken. Tenslotte omvat de tweede grendelhefboom 37 een plaatsbepalingsarm 152. De tweede grendelhefboom 37 wordt belast in de richting van de pijl o in figuur 13 door een veer 153 die zich uitstrekt tussen de tweede grendelhefboom 37 en de pauzeschuif 42. De veer 153 strekt zich uit door een langwerpig gat in het chassis 1 tussen de grendelhefboom 37 aan de achter-45 zijde van het chassis 1, en de pauzeschuif 42 aan de voorzijde. De tweede grendelhefboom 37 wordt dus in de juiste hoekstand gezet doordat het einde van de volgerarm 151 in contact komt met het einde van de arm 36a van de tweede aandrijfhefboom 36.
De bedrijfswijze-instelmiddelen omvatten een aangrijpingshefboom 40 die scharnierend gemonteerd is op een schamierpen 157 op een steun 156, welke steun bevestigd is aan de achterzijde van het chassis, 50 getoond in figuren 14 en 15. Eén einde 40a van de aangrijpingshefboom 40 steekt uit voorbij de voorzijde van het chassis 1 door een daarin gevormd gat 158 en is in aangrijping met een uitsparing 159 in de koppenplaat 14. De aangrijpingshefboom 40 wordt door een torsieveer 160 (figuur 13) belast in de richting van de pijl £ in figuren 14 en 15.
Een duwhefboom 41 omvat een bladveer die scharnierend gemonteerd is op de schamierpen 157. De 55 duwhefboom 41 heeft een verschoven gedeelte 41a in contact met het hulptandwiel 66 van de opwindspoel. Een hellend nokoppervlak 161 verbindt het verschoven gedeelte 41a met het hoofdgedeelte van de duwhefboom 41. De tweede bedieningshefboom 36 omvat een duwarm 36b (zie ook figuur 2) die in contact 7 192149 komt met de duwhefboom 41 voor samenwerking met het hellende nokoppervlak 161, zoals getoond door de pijl £ in figuur 15. Een tweede einde 40b van.de aangrijpingshefboom 40 komt in contact met de duwhefboom 41 en de torsieveer 160 houdt de aangrijpingshefboom 40 in contact met de duwhefboom 41. Zoals in figuur 5 en 12 wordt getoond, strekt één einde van de as 81 van de ashefboom 80 zich uit voorbij 5 de voorzijde van het chassis 1 door een daarin gevormd gat 163. Een uitsparing 164 die bestemd is voor aangrijping van het vooreinde van de aspen 81 is in de bovenrand van de koppenplaat 14 gevormd.
De werking van het onderhavige voorstel bij het instellen en wijzigen van de bedrijfswijzestanden van de inrichting wordt getoond in de figuren 16-19.
STOP toestand. In de STOP toestand, waarbij figuren 3 en 4 de posities van de delen van de inrichting 10 tonen, zijn de omschakeltandwielen 30 en 31 beide ontkoppeld van het hoofdaandrijftandwiel 29. De nokken 93 en 94 bevinden zich in de in figuren 17A en 18A getoonde standen ten opzichte van resp. de eerste aandrijfhefboom 34 en de tweede aandrijfhefboom 36. In de STOP toestand is, zoals in figuur 19A wordt getoond, het einde 152a van de plaatsbepalingsarm 152 van de tweede grendelhefboom 37 in contact met de schamierhefboom 80 teneinde het overdrachttandwiel 28 te positioneren en te voorkomen dat dit in 15 aangrijping komt met het hulptandwiel 66 van de opwindspoel.
VOORWAARTS toestand. Wanneer de VOORWAARTS toets wordt ingedrukt, terwijl de bandrecorder zich in de STOP toestand bevindt, wordt de motor 25 in de voorwaartse richting, zoals aangegeven met de pijl a in figuur 4, ingeschakeld en wordt de elektromagneetspoel 108 van de elektromagnetische middelen 32 ingeschakeld. Figuur 16A toont in het algemeen de relevante onderdelen van de in de VOORWAARTS 20 toestand bewegende bandrecorder.
Wanneer de motor 25 in de voorwaartse richting wordt aangedreven wordt de kaapstander 5 in de door de pijl b in figuur 16A aangegeven richting geroteerd, en wordt het hoofdaandrijftandwiel 29 via het vliegwieltandwiel 57 en het aandrijftandwiel 56 in de door pijl c aangegeven richting geroteerd (zie ook figuren 4 en 5).
25 In de VOORWAARTS toestand, wordt het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 in de door de pijl d in figuur 4 aangegeven richting geroteerd. De zwenkhefboom 80 wordt in de richting van de pijl f in figuur 4 gedwongen. Aangezien echter het einde 152a van de plaatsbepalingsarm 152 van de tweede grendelhefboom 37 in contact is met de zwenkhefboom 80 kan het overdrachttandwiel 28 niet in aangrijping komen met het hulptandwiel 66 van de opwindspoel (zie figuur 3). In de VOORWAARTS toestand is de 30 koppenplaat 14 in zijn in figuren 12 en 16A weergegeven werkzame stand bewogen, op een hierna te beschrijven wijze. Zoals in figuren 12 en 19B wordt getoond is de uitspring 164 in de koppenplaat 14 in aangrijping met het einde van de as 81 teneinde ook te voorkomen dat het overdrachttandwiel 28 in aangrijping komt met het hulptandwiel 66 van de opwindspoel.
Door het inschakelen van de elektromagneetspoel 108 wordt de rotatie van het eerste omschakeltandwiel 35 30 in de richting van de pijl g in figuur 4 gestart waarbij dit in aangrijping komt met het hoofdaandrijftandwiel 29, zoals hierboven in verband met figuur 10 werd beschreven. De nok 93 wordt dus eveneens, zoals in figuren 17B en 17C wordt getoond, geroteerd. De eerste aandrijfhefboom 34 wordt door de nok 93 in de door pijl t aangegeven richting gezwenkt, welke nok de kopplaat 14 in de richting van de pijl V_ verplaatst (zie figuur 16A) naar zijn werkzame positie. Wanneer de koppenplaat 14 zijn werkzame positie heeft bereikt, kan 40 de eerste grendelhefboom 35 in de richting van pijl m in figuur 17C zwenken. De VOORWAARTS grendel-pen 126 van de koppenplaat 14 treedt dan de uitspring 139 van de grendelarm 140 binnen teneinde de koppenplaat 14 in zijn werkzame stand te vergrendelen. In deze positie nemen de magneetkoppen 11 en 12 hun geheel operationele, in figuur 1 met streep-stippellijnen aangegeven standen in.
Wanneer de eerste VOORWAARTS grendelhefboom 35 in de richting van de pijl m zwenkt beweegt het 45 armatuur 112 naar de poten 104a en 104b van het houdjuk 104 toe (zie figuur 10). Wanneer de koppenplaat 14 in zijn werkzame positie wordt vergrendeld door de grendelarm 140 van de eerste grendelhefboom 35, wordt het armatuur 112 magnetisch tegen de armen 104a en 104b van het houdjuk 104 aangehouden, zoals in figuur 16A wordt getoond. De eerste grendelhefboom 35 houdt de koppenplaat 14 dus in zijn werkzame stand.
50 Wanneer het eerste omschakeltandwiel 30 één enkele rotatie heeft voltooid, komt de aanslagpen 97 op het eerste omschakeltandwiel 30 in contact met de vinger 142 aan de eerste grendelhefboom 35, welke vinger in de bewegingsbaan van de aanslagpen 97 is bewogen ten gevolge van de rotatie van de hefboom 35 in de richting van de pijl m, zoals hierboven beschreven. Het gevolg is dat het eerste omschakeltandwiel 30 ondubbelzinnig wordt stilgezet in een positie waarin deze niet weer in aangrijping zal komen met het 55 hoofdaandrijftandwiel 29. Het omschakeltandwiel 30 wordt dus verhinderd om, tengevolge van zijn eigen traagheid verder te roteren in de richting van de pijl g.
Daar de koppenplaat 14 in de richting van de pijl K wordt bewogen, zoals getoond in figuur 14, wordt de 192149 8 aangrijpingshefboom 40 in de door pijl aangegeven richting geroteerd tegen de voorbelastingskracht van de torsieveer 160 in. Zoals met getrokken lijnen in figuur 15 aangegeven worden de opneemspoeltand-wielen 66 en 73 vervolgens in de richting van de pijl f bewogen door de voorbelastingskracht van de veer 68 (zie figuur 6). Het hoofdtandwiel 73 voor de opneemspoel is dus in aangrijping met het hoofdaandrijftand-5 wiel 29. Het gevolg is dat het koppel van het hoofdaandrijftandwiel 29 overgebracht wordt op het hoofdtandwiel 73 van de opneemspoel en, via het magnetische slipmechanisme 74, op het hulptandwiel 66 van de opneemspoel, (zie figuur 6 en de daarbij behorende beschrijving hierboven). Op deze wijze worden de opneemspoeltafel 4 en opneemspoelnaaf 18 van de cassette in de door pijl s in figuur 16A aangegeven richting geroteerd.
10 Daar de koppenplaat 14 in de door pijl Γ aangegeven richting, zoals getoond in figuur 16A, wordt bewogen, wordt de koppelhefboom 39 in de richting van de pijl u gezwenkt. De VOORWAARTS schuif 38 wordt in de richting van de pijl £ verschoven en de drukrolhefboom 16 wordt in de richting van de pijl k[ gezwenkt door de veer 124, totdat deze de band 19 tegen de kaapstander 5 aandrukt (zie ook figuur 1) voor het aandrijven van de band. De band 19 wordt dus met de normale snelheid in de richting van de pijl v 15 aangedreven teneinde de gewenste opname of weergave uit te voeren, terwijl deze band door de opneemspoel van de cassette 2 wordt opgenomen.
DOORSPOEL toestand. Wanneer de DOORSPOEL toets wordt ingedrukt, op het moment dat de bandrecorder zich in de STOP toestand bevindt, wordt de motor 25 aangedreven in de voorwaartse richting, zoals aangegeven met pijl a in figuur 4, op dezelfde wijze als wanneer de VOORWAARTS toets wordt 20 ingedrukt. Het indrukken van de DOORSPOEL toets heeft echter inschakeling van de elektromagneetspoel 109 voor de elektromagnetische middelen 3 in plaats van de elektromagneetspoel 108 tot gevolg.
Wanneer de motor 25 op die wijze in de door de pijl a aangegeven richting wordt aangedreven wordt het DOORSPOEL/TERUGSPOEL aandrijftandwiel 27 geroteerd in de richting van de pijl d en wordt een koppel uitgeoefend op de kantelhefboom 80 in de richting van de pijl f, zoals in figuur 16B wordt getoond. De in 25 verband met figuur 6 beschreven veerkoppelconstructie brengt de rotatiekracht op de snaarschijf 79 over op de zwenkhefboom 80.
Wanneer de elektromagneetspoel 109 is ingeschakeld, wordt de aanvangsrotatie van het tweede onmschakeltandwiel 31 gestart in de richting van de pijl h in figuren 4 en 11, waardoor het getande gedeelte van het tweede omschakeltandwiel 31 in aangrijping komt met het hoofdaandrijftandwiel 29. Daarna roteert 30 het hoofdaandrijftandwiel 29 het omschakeltandwiel 31 en de nok 94 zoals getoond in figuren 18B t/m 18D. De nok 94 zwenkt de tweede aandrijfhefboom 36 in de richting van de pijl rV. Het einde van de arm 36a van de tweede aandrijfhefboom 36 dwingt de pauzeschuif 42 in de richting van de pijl 1^ tegen de voorbelastingskracht van de veer 125 in. Wanneer het einde van de arm 36a van de tweede aandrijfarm 36 het einde van de volgerarm 151 van de tweede grendelhefboom 37 vrij laat, roteert de tweede grendelarm 37 in de 35 richting van de pijl o (zie figuur 18B) totdat de volgerarm 151 tegen de nok 94 aan rust (zie figuur 18C).
Wanneer de tweede aandrijfarm 36 in de richting van de pijl iV wordt gekanteld, zoals aangegeven met de streep-stippellijnen in figuur 16C, wordt het einde van de duwarm 36b van de tweede aandrijfhefboom 36 tegen het hellende nokoppervlak 161 van de duwhefboom 41 gedwongen in de richting van de pijl g. Het hellende nokoppervlak 161 dwingt de duwhefboom 41 in de richting van pijl £ in figuur 15 te zwenken. De 40 opwindspoeltandwielen 66 en 73 worden in de richting van de pijl r bewogen in de stand zoals aangegeven met de streep-stippellijnen in figuur 15, tegen de kracht van de veer 68 in. Het hoofdtandwiel 73 voor de opwindspoel komt los van het hoofdaandrijftandwiel 29.
In de praktijk is, in de STOP toestand, de aangrijpingshefboom 40 door de torsieveer 160 in de met getrokken lijnen in figuur 14 aangegeven stand gepositioneerd. De duwhefboom 41 houdt de tandwielen 66 45 en 73 voor de opwindspoel in de posities tussen de met getrokken lijnen aangegeven stand (de VOORWAARTS stand) en de met streep-stippellijnen aangegeven stand (DOORSPOEL/TERUGSPOEL stand).
Om vervolgens in de DOORSPOEL stand te komen vanuit de STOP stand, worden de tandwielen 66 en 73 van de opwindspoel slechts enigszins in de door pijl r in figuur 15 aangegeven richting bewogen door de tweede aandrijfhefboom 36. Het hulptandwiel 66 van de opneemspoel is breed genoeg om in contact te 50 komen met het overdrachttandwiel 28, zelfs wanneer de tandwielen 66 en 73 van de opneemspoeltafel enigszins bewegen.
Wanneer de tweede grendelhefboom 37 in de richting van de pijl o in figuur 18B is gezwenkt, beweegt de plaatsbepalingsarm 152 van de tweede grendelhefboom 37 in elk geval weg van de kantelhefboom 80, zoals in figuur 19C wordt getoond. De kantelhefboom 80 zwenkt dus in de richting van de pijl f, zoals 55 getoond in figuren 16B en 19C, en het overdrachttandwiel 28 komt in aangrijping met het hulptandwiel 66 van de opneemspoel (zie eveneens figuur 6).
Wanneer de tweede grendelhefboom 37 in de richting van de pijl o zwenkt, wordt het armatuur 113 naar 9 192149 de poten 105a en 105b van het tweede houdjuk 105 bewogen (zie figuur. 11). De tweede grendelhefboom 37 wordt dus in de in figuur 18D getoonde stand gehouden.
Wanneer het tweede omschakeltandwiel 31, dat tijdens het instellen van de DOORSPOEL toestand in de richting van de pijl h roteerde, zijn ruststand nadert, is de volgerarm 151 van de tweede grendelhefboom 37 5 door het armatuur 113 gestopt, en tot rust gekomen tegen het tweede houdjuk 105. De volgerarm 151 stopt dus ondubbelzinnig verdere rotatie van het tandwiel 31 aangezien de nok 94 tegen de volgerarm 151 aanslaat. Het gevolg is dat het tweede omschakeltandwiel 31 met kracht in zijn ruststand wordt stilgezet, zodat dit niet weer, tengevolge van zijn rotatietraagheid, met het hoofdaandrijftandwiel 29 in aangrijping zal komen.
10 Zoals in figuur 16B met de getrokken lijn is aangegeven, roteert het overdrachttandwiel 23 de opwindspoeltafel 4 met een hoge snelheid in de richting van de pijl s. De band 19 in de cassette 2 wordt dus snel doorgespoeld in de door pijl v in figuur 1 aangegeven richting. De koppenplaat 14 en de drukrol 13 blijven dus in hun STOP stand.
TERUGSPOEL toestand. Wanneer de TERUGSPOEL toets ingedmkt wordt wanneer de bandrecorder 15 zich in zijn STOP toestand bevindt, wordt geen van de elektromagneetspoelen 108 of 109 ingeschakeld.
De motor 25 wordt in tegengestelde richting geroteerd, zoals door pijl a^ in figuur 4 wordt getoond. Zoals in figuur 16B met de streep-stippellijnen is aangegeven roteert het DOORSPOEUTERUGSPOEL aandrijf· tandwiel 27 in de richting van de pijl d\ De kantelhefboom 80 wordt dus in de richting van de pijl f gezwenkt. Het overdrachttandwiel 28 grijpt het voorraadspoeltandwiel 65 aan en roteert dit met een hoge 20 snelheid in de richting van de pijl s/, waarbij de band 19 in de cassette 2 in de richting van de pijl \Λ in figuur 1 wordt teruggespoeld. De koppenplaat 14 en de drukrolhefboom 13 blijven in hun bij de STOP toestand behorende stand.
ASD toestand. De inrichting kan ook werken in een ’’Automatische Stilte Detectie” (ASD) toestand. Deze toestand kan worden ingesteld door de druktoets voor deze toestand in te drukken, zoals bij het afspelen, 25 teneinde een snel transport van de band te verkrijgen tot een gewenste interval tussen opgenomen passages, waar het weergeven weer kan worden aangevangen.
Meer in het bijzonder wordt, wanneer de VOORWAARTS druktoets en de DOORSPOEL druktoets tegelijkertijd worden ingedrukt, de VOORWAARTS toets eerst bediend. In de VOORWAARTS toestand, wordt de motor 25 in de door pijl a aangegeven voorwaartse richting aangedreven, is de elektromagneet-30 spoel 108 ingeschakeld, en wordt de koppenplaat 14 door de eerste grendelhefboom 35 in de in figuur 16A getoonde werkzame toestand vergrendeld. Het instellen van de VOORWAARTS toestand vanuit de STOP toestand is in detail hierboven beschreven.
Zoals reeds werd beschreven in verband met het instellen van de DOORSPOEL toestand vanuit de STOP toestand wordt de elektromagneetspoel 109 voor de elektromagneet 33 ingeschakeld. De tweede 35 aandrijfhefboom 36 en de grendelhefboom 37 worden in de richtingen van resp. de pijlen rV en o gezwenkt, zoals in figuur 16C wordt getoond. De opwindspoeltafel 4 wordt door het overdrachttandwiel 28 met een hoge snelheid in de door pijl s (zie figuur 16C) aangegeven richting geroteerd, en de tweede grendelhefboom 37 wordt door het tweede houdjuk 105 vastgehouden.
Na een korte vertraging na het inschakeien van de tweede elektromagneetspoel 109, wordt de eerste 40 elektromagneetspoel 108 uitgeschakeld. Het eerste houdjuk 104 laat het armatuur 112 dus vrij. De VOORWAARTS grendelpen 126 op de koppenplaat 14 duwt tegen het schuine oppervlak 140a op de grendelarm 140, en de eerste grendelhefboom 35 roteert dus in de richting van de pijl nV in figuur 17C. De koppenplaat 14, die in zijn werkzame stand was geblokkeerd, beweegt vervolgens door de kracht van de veer 119 in de richting van de pijl i.
45 De koppenplaat 14 beweegt totdat de ASD grendelpen 127 de door de stippellijnen in figuur 16C aangegeven stand heeft bereikt, in welke stand deze tegen de grendelhaak 150 van de tweede grendelhefboom 37 is aan gekomen. Met andere woorden, de ASD grendelpen 127 beweegt over een slag S1, zoals getoond in figuur 16C, totdat deze in contact komt met de grendelhaak 150, zodat de koppenplaat 14 weer in die stand wordt vergrendeld. Wanneer de koppenplaat 14 over de slag S1 beweegt, wordt de 50 opneem/weergeefkop 11 van de band 19 teruggetrokken, zoals aangegeven door de tussenliggende uniform gestreepte lijnen in figuur 1. In deze positie wordt een licht contact tussen de opneem/weergeefkop 11 en de band 19 gehandhaafd.
Aangezien de tweede aandrijfhefboom 36 in de richting van de pijl rV is gezwenkt, is de pauzeschuif 42 tegen de voorbelastingskracht van de veer 125 in verschoven en dus door de arm 36a in de richting van de 55 pijl V bewogen. Het gevolg is dat de drukrolhefboom 16 tegen de voorbelastingskracht van de veer 124 in is gezwenkt in de richting van de pijl l<, door de werking van de nok 42a aan de pauzeschuif 42. De drukrol 13 wordt dus over een kleine afstand van de kaapstander 5 gescheiden, zoals getoond met de uniform 192149 10 gestreepte lijnen in figuur 1.
Het gevolg is dat de band 19 in de cassette snel doorgespoeld kan worden in de richting van de pijl v, terwijl de daarop opgenomen signalen door de opneem/weergeefkop 11 worden gereproduceerd.
Wanneer de VOORWAARTS en TERUGSPOEL toetsen tegelijkertijd worden ingedrukt, treedt hetzelfde 5 op als wanneer de VOORWAARTS en DOORSPOEL toets tegelijkertijd worden ingedrukt. De motor 25 wordt echter niet onmiddellijk ingeschakeld wanneer de VOORWAARTS posities van de koppenplaat 14 en de drukrol 13 zijn ingesteld. In plaats daarvan wordt de motor 25, na een korte vertraging voor het tot stand laten komen van deze instellingen, in de tegengestelde richting aangedreven zoals aangegeven met de pijl a^ in figuur 4. De band 19 in de cassette 2 wordt dus teruggewikkeld in de door de pijl v^ in figuur 1 10 aangegeven richting, terwijl de daarop opgenomen signalen worden weergegeven door de opneem/ weergeefkop 11.
Zoals voor de deskundigen duidelijk zal zijn zal een geschikte logische schakeling nodig zijn voor het regelen van de volgordes waarin de verschillende elementen worden ingeschakeld en uitgeschakeld teneinde de DOORSPOEL/ASD eri TERUGSPOEL7ASD toestanden in te stellen. Het ontwerp van een 15 dergelijke logische schakeling ligt binnen het bereik van de vakman en wordt daarom hier niet beschreven.
PAUZE toestand. Een PAUZE toestand kan worden ingesteld terwijl de recorder zich in de VOORWAARTS toestand bevindt. Wanneer een PAUZE toets wordt ingedrukt, wordt de elektromagneetspoel 109 ingeschakeld. Zoals in figuur 16D wordt getoond, wordt de koppenplaat 14 in zijn werkzame stand vergrendeld, terwijl de drukrolhefboom 16 in de door pijl l< aangegeven richting wordt gezwenkt onder 20 invloed van de schuifbeweging van de pauzeschuif 42 in de door pijl V aangegeven richting. Deze beweging scheidt de drukrol 13 van de kaapstander 5.
Zoals hierboven beschreven, worden in de VOORWAARTS toestand, de opwindspoeltandwielen 66 en 73 naar de VOORWAARTS toestand bewogen, zoals aangegeven door de getrokken lijnen in figuur 15. In tegenstelling daarmee zwenkt, in de DOORSPOEL toestand, de tweede aandrijfhefboom 37 in de door pijl 25 tV in figuur 16D aangegeven richting en het einde van de arm 36b beweegt in de richting van de pijl <j in figuur 15, en, zoals met streep-stippellijnen in figuur 15 wordt aangegeven, werkt deze samen met het hellende nokoppervlak 161 van de duwhefboom 41 teneinde de tandwielen 66 en 73 van de opwindspoel-tafel in de richting van de pijl r te bewegen. In die toestand bevindt het hulptandwiel 66 van de opwindspoel zich in een positie, waarin dit door het overdrachttandwiel 28 aangegrepen kan worden en het hoofdtandwiel 30 73 van de opwindspoel wordt uit aangrijping met het hoofdaandrijftandwiel 29 bewogen.
De normale voorwaartse rotatie van de opneemspoeltafel 4 wordt onderbroken en de opwindspoeltafel 4 zou in de DOORSPOEL toestand worden aangedreven door het overdrachttandwiel 28, ware het niet dat de PAUZE toestand is gekozen. In de PAUZE toestand beweegt, zoals in figuur 19D is getoond, op dezelfde wijze als in de DOORSPOEL toestand, de plaatsbepalingsarm 152 van de tweede grendelhefboom 37 weg 35 van de kantelhefboom 80 ten gevolge van het inschakelen van de elektromagneet 109. Met andere woorden, de tweede grendelhefboom 37 beweegt alsof de DOORSPOEL toestand was gekozen. Het einde van de schamierpen 81 van het overdrachttandwiel 28 is echter in de uitsparing 164 in de koppenplaat 14 gepositioneerd, zodat de kantelhefboom 80 niet in de richting van de pijl f zal zwenken.
Wanneer dus de PAUZE toets is ingedrukt in de doorspoeltoestand, wordt de band 19 in de cassette 2, 40 die met normale snelheid in de richting van de pijl v is aangedreven, stilgezet.
Wanneer een STOP toets ingedrukt wordt voor het weer instellen van de STOP toestand van de inrichting, wanneer deze zich in de VOORWAARTS, DOORSPOEL, TERUGSPOEL, ASD of PAUZE toestand bevindt, wordt de motor 25 stilgezet en worden de elektromagneetspoelen 108 en 109 uitgeschakeld. Wanneer de elektromagneetspoel 109 ingeschakeld is, bevinden de tweede aandrijfhefboom 36 en de 45 grendelhefboom 37 zich in de in figuur 18D getoonde toestand. De kracht op de pauzeschuif 42 ten gevolge van de veer 125 dwingt de aandrijfhefboom 36 tegen het einde van de volgerarm 151 van de grendelhefboom 37. Deze dwingt de grendelhefboom 37 in de richting van de pijl o^, teneinde de tweede aandrijfhefboom 36 uit de in figuur 18D getoonde positie vrij te laten. De tweede aandrijfhefboom 36 en de tweede grendelhefboom 37 worden dus door de PAUZE schuif 42 terug bewogen naar hun ruststand. De koppen-50 plaat 14 beweegt tengevolge van de veer 119 terug naar zijn rustpositie. De koppenplaat 14 beweegt de koppelhefboom 39 naar zijn ruststand, waardoor de drukrolschuif 38 en de drukrolhefboom 16 in hun mstposities bewegen. De lip 137 aan de koppenplaat 14 beweegt de eerste aandrijfhefboom 34 naar zijn ruststand. De VOORWAARTS grendelpen 126 op de koppenplaat 14 werkt in op de rand 140a van de grendelarm 140 van de eerste grendelhefboom 35, teneinde deze naar zijn ruststand terug te bewegen. De 55 torsieveer 160 beweegt de aangrijpingshefboom 40 naar zijn ruststand, waardoor dus de duwhefboom 41 naar zijn ruststand wordt bewogen, en de opwindspoeltandwielen 66 en 73 hun ruststanden weer in kunnen nemen. Wanneer de STOP toestand vanuit de DOORSPOEL toestand wordt ingesteld, wordt de
Claims (2)
1. Bedrijfswijze-omschakelinrichting voor een bandopneem-Zweergeefapparaat omvattende een roteerbaar omschakeltandwiel met een tandvrij gedeelte in de getande omtrek daarvan; een aandrijftandwiel dat in 15 aangrijping kan komen met het omschakeltandwiel voor het over een hoek verplaatsen van het omschakel-tandwiel, uitsluitend gedurende de tijd dat het aandrijftandwiel naar het tandvrije gedeelte toegekeerd is; en startmiddelen voor het veroorzaken van de hoekverplaatsing van het omschakeltandwiel, omvattende een met het omschakeltandwiel mee roteerbare magneet; jukmiddelen met ten minste gedeelten die zich nabij de magneet uitstrekken; één geheel met het omschakeltandwiel vormende nokmiddelen; ten minste één 20 bedrijfswijze-omschakelorgaan dat met de nokmiddelen in aangrijping kan komen; het bedrijfswijze-omschakelorgaan voor terugkeer uit een werkzame positie naar een niet-werkzame positie belastende meegevende middelen; een in reactie op de beweging van het bedrijfswijze-omschakelorgaan uit de niet-werkzame positie naar de werkzame positie tegen de kracht van de meegevende middelen in, van een startpositie naar een grendelpositie bewegende houdarm; aan de houdarm bevestigde armatuuimiddelen die 25 uit een vrije positie op een afstand van de jukmiddelen naar een houdpositie in contact met de jukmiddelen worden bewogen in reactie op de beweging van de houdarm uit de startpositie naar de grendelpositie; waarbij, in reactie op rotatie van de nokmiddelen te zamen met het omschakeltandwiel dit omschakeltandwiel ten gevolge van inschakeling van de elektromagneetspoel in aangrijping komt met het aandrijftandwiel, en het bedrijfswijze-omschakelorgaan samen met de houdarm tegen de kracht van de meegevende 30 middelen in uit de niet-werkzame positie naar de werkzame positie wordt bewogen, terwijl anderzijds de jukmiddelen de armatuuimiddelen magnetisch in de houdpositie houden ten gevolge van continue inschakeling van de elektromagneetspoel, waarbij de houdarm dan het genoemde bedrijfswijze-omschakelorgaan in de werkzame positie vergrendelt, met het kenmerk, dat de houdarm (149) deel uitmaakt van een tweede bedrijfswijze-omschakelorgaan (37), dat eveneens kan samenwerken met de 35 nokmiddelen (94), waarbij een integraal deel van het bedrijfswijze-omschakelorgaan (37) het andere bedrijfswijze-omschakelorgaan (36) in de werkzame positie vergrendelt; en het paar bedrijfswijze-organen (36, 37) selectief de posities van een eerste bedieningsmechanisme en een tweede bedieningsmechanisme kan wijzigen.
2. Bedrijfswijze-omschakelinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een VOORWAARTS 40 toestand veroorzakende eerste bedieningsmechanisme met één van de bedrijfswijze-omschakelorganen (37) wordt bewogen voor het onderbreken van de aandrijving, waarbij een magneetknop (11) van de opneem/weergeefinrichting in zijn heersende positie blijft, en het de TERUGSPOEL of DOORSPOEL toestand insteliende tweede bedieningsmechanisme met het andere bedrijfswijze-omschakelorgaan (36) wordt bewogen, in reactie op inschakeling van de elektromagneetspoel (109). Hierbij 20 bladen tekening
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP57052895A JPS58171748A (ja) | 1982-03-31 | 1982-03-31 | テ−プレコ−ダのモ−ド切換機構 |
| JP5289582 | 1982-03-31 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8301144A NL8301144A (nl) | 1983-10-17 |
| NL192149B NL192149B (nl) | 1996-10-01 |
| NL192149C true NL192149C (nl) | 1997-02-04 |
Family
ID=12927589
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8301144A NL192149C (nl) | 1982-03-31 | 1983-03-31 | Bedrijfswijze-omschakelinrichting. |
Country Status (9)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4547823A (nl) |
| JP (1) | JPS58171748A (nl) |
| KR (1) | KR910007198B1 (nl) |
| AT (1) | AT378073B (nl) |
| CA (1) | CA1206942A (nl) |
| DE (1) | DE3311944C2 (nl) |
| FR (1) | FR2524682B1 (nl) |
| GB (1) | GB2120830B (nl) |
| NL (1) | NL192149C (nl) |
Families Citing this family (20)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH07118123B2 (ja) * | 1982-06-23 | 1995-12-18 | ソニー株式会社 | 電子機器における操作切換機構 |
| JPS6044235U (ja) * | 1983-08-30 | 1985-03-28 | 株式会社ゼロエンジニアリング | カム作動機構 |
| US4717983A (en) * | 1984-04-06 | 1988-01-05 | Clarion Co., Ltd | Device for operating a plunger in a tape player |
| SE459891B (sv) * | 1984-04-06 | 1989-08-14 | Clarion Co Ltd | Kolvmanoevrerande mekanism i en bandspelare |
| JPH061568B2 (ja) * | 1984-06-25 | 1994-01-05 | ソニー株式会社 | オ−トリバ−ス式記録再生装置 |
| US4723184A (en) * | 1984-10-25 | 1988-02-02 | Clarion Co., Ltd. | Power cam driving mechanism for a tape recorder |
| USRE33483E (en) * | 1984-12-03 | 1990-12-11 | Tokyo Pigeon Co., Ltd. | Tape recorder |
| US4720755A (en) * | 1984-12-03 | 1988-01-19 | Tokyo Pigeon Co., Ltd. | Tape recorder |
| NL8502055A (nl) * | 1985-07-17 | 1987-02-16 | Philips Nv | Magneetbandapparaat. |
| US4764831A (en) * | 1985-08-07 | 1988-08-16 | Apple Computer, Inc. | Apparatus and method for retaining a head arm of a disk drive assembly |
| US4708302A (en) * | 1986-01-14 | 1987-11-24 | Clarion Co., Ltd. | Mode switching over gear mechanism for reel |
| DE3622859A1 (de) * | 1986-07-08 | 1988-01-21 | Grundig Emv | Video-magnetbandgeraet |
| JPS63121156A (ja) * | 1986-11-08 | 1988-05-25 | Sony Corp | テ−プレコ−ダ |
| AT390153B (de) * | 1988-06-14 | 1990-03-26 | Philips Nv | Aufzeichnungs- und/oder wiedergabegeraet fuer einen bandfoermigen aufzeichnungstraeger |
| JP2737178B2 (ja) * | 1988-11-18 | 1998-04-08 | ソニー株式会社 | テーププレーヤのモード切換機構 |
| JPH02142956A (ja) * | 1988-11-18 | 1990-06-01 | Sony Corp | 偏心カム機構 |
| DE69030979T2 (de) * | 1989-03-31 | 1997-10-23 | Sony Corp | System zur Gewährleistung eines stabilen Bandlaufs in Aufzeichnungs- und/oder in Wiedergabegeräten |
| JPH082820Y2 (ja) * | 1989-09-04 | 1996-01-29 | 株式会社三協精機製作所 | テープレコーダ |
| KR100314623B1 (ko) * | 1998-10-22 | 2001-11-15 | 이형도 | 테이프 플레이어의 모드 절환장치 |
| US6254024B1 (en) * | 1999-02-24 | 2001-07-03 | Mec Co., Ltd. | Rotational load applying mechanism for a tape recorder |
Family Cites Families (12)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2534661A1 (de) * | 1974-08-02 | 1976-02-19 | Itsuki Prof Ban | Magnetbandgeraet mit kassettenhalterung |
| US3976263A (en) * | 1974-10-29 | 1976-08-24 | Technical Incorporated | Operating system in a magnetic tape reproducer and recorder |
| JPS53140007A (en) * | 1977-05-13 | 1978-12-06 | Hitachi Ltd | Power transmission system for cassette tape recorder |
| JPS6020815B2 (ja) * | 1977-08-22 | 1985-05-23 | ソニー株式会社 | 記録再生装置におけるモ−ド選択機構 |
| JPS5443704A (en) * | 1977-09-14 | 1979-04-06 | Sony Corp | Operation change-over device |
| JPS5462806A (en) * | 1977-10-28 | 1979-05-21 | Pioneer Electronic Corp | Cassette tape recorder |
| JPS5923238Y2 (ja) * | 1978-10-25 | 1984-07-11 | ソニー株式会社 | 操作切換装置 |
| GB2072918B (en) * | 1980-03-24 | 1984-02-01 | Tokyo Rokuon Kogyo Kk | Tape recorder drive |
| JPS56149370U (nl) * | 1980-04-09 | 1981-11-10 | ||
| US4399475A (en) * | 1980-04-14 | 1983-08-16 | Trio Kabushiki Kaisha | Tape recorder |
| JPS5719553U (nl) * | 1980-07-07 | 1982-02-01 | ||
| JPS5870448A (ja) * | 1981-10-21 | 1983-04-26 | Sony Corp | 切換機構 |
-
1982
- 1982-03-31 JP JP57052895A patent/JPS58171748A/ja active Granted
-
1983
- 1983-03-25 CA CA000424538A patent/CA1206942A/en not_active Expired
- 1983-03-30 US US06/480,513 patent/US4547823A/en not_active Expired - Lifetime
- 1983-03-31 DE DE3311944A patent/DE3311944C2/de not_active Expired - Lifetime
- 1983-03-31 AT AT0116283A patent/AT378073B/de not_active IP Right Cessation
- 1983-03-31 KR KR1019830001336A patent/KR910007198B1/ko not_active Expired
- 1983-03-31 NL NL8301144A patent/NL192149C/nl active Search and Examination
- 1983-03-31 FR FR8305370A patent/FR2524682B1/fr not_active Expired
- 1983-03-31 GB GB08309012A patent/GB2120830B/en not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JPH0258694B2 (nl) | 1990-12-10 |
| GB2120830B (en) | 1985-06-19 |
| FR2524682B1 (fr) | 1988-09-02 |
| AT378073B (de) | 1985-06-10 |
| US4547823A (en) | 1985-10-15 |
| KR910007198B1 (ko) | 1991-09-19 |
| KR840004283A (ko) | 1984-10-10 |
| DE3311944A1 (de) | 1983-10-13 |
| ATA116283A (de) | 1984-10-15 |
| GB2120830A (en) | 1983-12-07 |
| NL192149B (nl) | 1996-10-01 |
| NL8301144A (nl) | 1983-10-17 |
| JPS58171748A (ja) | 1983-10-08 |
| DE3311944C2 (de) | 1996-12-05 |
| CA1206942A (en) | 1986-07-02 |
| FR2524682A1 (fr) | 1983-10-07 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL192149C (nl) | Bedrijfswijze-omschakelinrichting. | |
| CA1240394A (en) | Magnetic tape recording and/or reproducing apparatus with tape loading and reel braking mechanisms which are controlled in common | |
| GB2071900A (en) | Magnetic tape recording and/or reproducing apparatus | |
| US5086359A (en) | Cassette tape slack-preventing apparatus for use in magnetic recording/reproducing apparatus | |
| US4961120A (en) | Recording and/or reproducing apparatus with rotary head for magnetic tape cassette | |
| KR880003724Y1 (ko) | 진동 아이들러 기구 | |
| CA1317579C (en) | Mode-change mechanism for tape recording and/or reproducing apparatus | |
| JP3085861B2 (ja) | ビデオカセットレコーダのリールテーブル駆動装置 | |
| US5031471A (en) | Sequence control mechanism employing gear mechanism | |
| JPS6129060B2 (nl) | ||
| US5691858A (en) | Magnetic recording and reproducing apparatus having a single master gear and slide member | |
| NL8006257A (nl) | Apparaat voor het opnemen en/of weergeven van signalen op een magneetband. | |
| US5668681A (en) | Automatic-reverse tape player with a switchable rotational gear assembly | |
| JPH0528576Y2 (nl) | ||
| US6122136A (en) | Recording and/or reproducing apparatus having a tape loading mechanism | |
| JPS6115504B2 (nl) | ||
| JPH0725871Y2 (ja) | テープレコーダ | |
| US5901914A (en) | Recording and/or reproducing apparatus permitting selective use of cassettes of different sizes | |
| JPH0810855Y2 (ja) | オートリバース式テープレコーダ | |
| US6636373B1 (en) | Tape running drive device and tape recording and or reproducing device | |
| JP3579999B2 (ja) | カセット装填装置 | |
| JPS63127455A (ja) | 磁気記録再生装置 | |
| JPH0127147Y2 (nl) | ||
| JP3169375B2 (ja) | リール台駆動機構 | |
| JP3382686B2 (ja) | テーププレーヤの動作切換装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed |