[go: up one dir, main page]

NL1044844B1 - Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem

Info

Publication number
NL1044844B1
NL1044844B1 NL1044844A NL1044844A NL1044844B1 NL 1044844 B1 NL1044844 B1 NL 1044844B1 NL 1044844 A NL1044844 A NL 1044844A NL 1044844 A NL1044844 A NL 1044844A NL 1044844 B1 NL1044844 B1 NL 1044844B1
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
formwork
segment
formwork segment
concrete
segments
Prior art date
Application number
NL1044844A
Other languages
English (en)
Inventor
Hendrik Van Der Schaaf Peter
Original Assignee
Foundiz B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Foundiz B V filed Critical Foundiz B V
Priority to NL1044844A priority Critical patent/NL1044844B1/nl
Priority to PCT/NL2025/050126 priority patent/WO2025193101A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1044844B1 publication Critical patent/NL1044844B1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D5/00Bulkheads, piles, or other structural elements specially adapted to foundation engineering
    • E02D5/18Bulkheads or similar walls made solely of concrete in situ
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D17/00Excavations; Bordering of excavations; Making embankments
    • E02D17/02Foundation pits
    • E02D17/04Bordering surfacing or stiffening the sides of foundation pits
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D5/00Bulkheads, piles, or other structural elements specially adapted to foundation engineering
    • E02D5/66Mould-pipes or other moulds
    • E02D5/68Mould-pipes or other moulds for making bulkheads or elements thereof

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Paleontology (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • On-Site Construction Work That Accompanies The Preparation And Application Of Concrete (AREA)
  • Moulds, Cores, Or Mandrels (AREA)

Abstract

SAMENVATTING Beschreven is een bekisting-segment (100) omvattende: een hol vormdeel (110) met verticale wanddelen (111, 112) en daartussen een vulruimte (113), en eerste en tweede, onderling complementaire koppeldelen (130, 150) aan weerszijden van het holle vormdeel (110), waarbij de koppeldelen van verschillende bekistingsegmenten kunnen samenwerken om een schuifslot te vormen. Een werkwijze voor het in een bodem maken van een scheidingswand omvat de stappen van het longitudinaal de bodem in drukken van opeenvolgende bekistingsegmenten, waarbij de koppeldelen van aangrenzende bekisting-segmenten steeds een schuifslot vormen, waarbij de bekisting-segmenten steeds worden gevuld met vloeibaar beton, waarna de bekisting-segmenten opeenvolgend worden verwijderd en het vloeibare beton steeds samenvloeit met het beton uit een eerder verwijderd aangrenzend bekisting-segment. BIJ SAMENVATTING PUBLICEREN: FIGUUR 1

Description

ref. P 2024 NL 002
Titel: Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem
GEBIED VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft in zijn algemeenheid betrekking op het aanbrengen van rechtopstaande vormstukken in sen bodem. De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem, en de uitvinding zal in het hiernavolgende specifiek voor dit toepassingsvoorbeeld worden uitgelegd.
De principes van de onderhavige uitvinding zijn echter meer in het algemeen ook van toepassing voor het aanbrengen van rechtopstaande vormstukken in een bodem. io ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
In het hiernavolgende zal de term “scheidingswand” worden gebruikt voor het aanduiden van grond-kerende en/of water-kerende constructies in een bodem. Deze constructies hebben onder meer als functie om de bodem op zijn plaats te houden en/of om het doorlaten van water te verhinderen of ten minste te verminderen.
Een voorbeeld van een toepassingssituatie is het creëren van een bouwput; de scheidingswand dient dan om te voorkomen dat de wanden van de put instorten.
Eerst wordt de scheidingswand aangebracht, daama wordt de grond aan één zijde van de scheidingswand weg-gegraven.
Een ander voorbeeld van sen toepassingssiluatie is het verbeteren van de waterdichtheid en stabiliteit van een dijk.
Weer een ander voorbeeld van een toepassingssituatie is het verstevigen cq het op zijn plaats houden van de kade in bijvoorbeeld een haven of een sluis, of het verstevigen cg het op zijn plaats houden van de oever van een kanaal of rivier.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
Voor dergslijke scheidingswanden wordt typisch gebruik gemaakt van de algemeen bekende stalen damwandprofielen met een trapezium-profiel, Een profiel wordt met zijn lengterichting verticaal gepositioneerd boven de grond, en dan omlaag de bodem in gedrukt, Afhankelijk van de samenstelling van de bodem gaat dit makkelijk of moeilijk. De naast elkaar geplaatste damwandprofielen grijpen in elkaar en vormen aldus een wand.
Als variant is het bekend om gebruik te maken van voor-gefabriceerde damwandgedeellen, Dit zijn wandgedeelten met een grotere horizontale uitstrekking dan de standaard damwandprofielen, en zij kunnen bijvoorbeeld gemaakt zijn van beton.
Voor het omlaag drukken wordt een verticaal omlaag gerichte kracht uitgeoefend op hei profiel. Dat kan stoolsgewijs {heien}, maar ook een continue kracht in combinatie met trillingen wordt toegepast.
Deze technieken veroorzaken veel hinder in de omgeving en zijn daarom moeilijk toe te passen in situaties met bijvoorbeeld bebouwing (woonhuizen, 0 kantoren, winkels, etc) in de directe omgeving. De hinder bestaat voornamelijk uit geluidsoverlast en zich door de bodem voortplantende trillingen, die zelfs schade kunnen toebrengen aan de bebouwing en/of interieur.
Er zijn technieken bekend waarbij het in de grond te drukken voorwerp in resonantie wordt gebracht. Dit brengt minder last voor de omgeving, maar vergt het gebruik van trilmachines die voldoende hoge frequenties kunnen genereren, en computerapparaluur die nauwkeurig de benodigde frequentie kunnen bereken en de trijmachines dienovereenkomstig kunnen aansturen.
Een primair doel van de uitvinding is het mogelijk maken dat een scheidings- wand wordt geplaatst zonder het veroorzaken van dergelijke zich door de bodem voortplantende trillingen.
Een door de onderhavige uitvinding voorgestelde werkwijze heeft daartoe de volgende kenmerken: 1) er wordt gebruik gemaakt van holle bekisting-segmenten; 2) sleeds wordt een bekisting-segment individugel de bodem in geduwd; 3) daarbij wordt de omringende bodem vloeibaar gemaakt om de weerstand van de grond te verminderen, zodat het omlaag duwen van het bekisting-segment trillingsvrij kan plaatsvinden; 4} in het bekisting-segment wordt een wapening aangebracht, en dan wordt het bekisting-segment volgegoten met beton; 5) naast het gevulde eerste bekisting-segment wordt sen tweede bekisting-segment geplaatst door het herhalen van de stappen 2 en 3; 6) het tweede bekisting-segment wordt volgegoten met beton door het herhalen van stap 4; 7) het eerste bekisting-segment wordt dan omhooggetrokken en verwijderd; daarbij zakt het nog vloeibare beton in de vrijkomende ruimte, en vloeit dat beton samen met het nog vloeibare beton van een voorafgaand bekisting-segment; 8} de voorgaande stappen worden steeds herhaald, waarbij een omhoog- getrokken bekisting-segment weer opnieuw gebruikt kan worden, zodat een totaal van twee of drie bekisting-segmenten kan volstaan om de werkwijze Uit te voeren.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
Deze en andere aspecten, kenmerken en voordelen van de onderhavige uitvinding zullen nader worden verduidelijkt door de volgende beschrijving van éen of meerdere uitvoeringsvoorbeelden onder verwijzing naar de tekeningen, waarin gelijke verwijzingscijfers gelijke of vergelijkbare onderdelen aanduiden, waarin aanduidingen "onder/boven", “hoger/lager", "links/rechts" etc uitsluitend betrekking hebben op de in de figuren weergegeven oriëntatie, en waarin: figuur 1 schematisch een horizontale dwarsdoorsnede toont van een voorbseld van een bekisting-segment; de figuren ZA-20 enkele varlanten tonen van het bekisting-segment; de figuren 3A-3F opeenvolgende stappen illustreren van een werkwijze voor het gebruik van de bekisting-segmentert; figuur 4 schematisch een apparaat illustreert voor het inbrengen van bekisting- segmenten.
Figuur 1 toont schematisch een horizontale dwarsdoorsnede van een voorbseld van een bekisting-segment 100 volgens de onderhavige uitvinding. De verticale lengterichting van het bekisting-segment 100 is loodrecht op het vlak van tekening. Het bekisting-segment 100 omvat, in horizontale opeenvolging, een vormdeel 110 geflankeerd door twee onderling complementaire koppeldelen 130 en 150.
Het vormdeel 110 omvat twee onderijng in hoofdzaak evenwijdige, verticale wanddelen 111 en 112, die op onderlinge afstand zijn geplaatst en tussen zich in gen vulruimie 113 definièren, De wanddelen kunnen bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als stalen platen, Aan de zijkanten is de vulruimte 113 afgesloten door de koppeldelen 130 en 150. Aan de onderzijde is de vulruimte 113 afgesloten door een in de figuur niet zichtbare voetplaat.
Het eerste koppeldeel 130 omvat een naar buiten concave koppelwand 131 die, in de getoonde uilvoeringsvorm, de vulruimte 113 afsluit en die aan zijn van het vormdeel 110 af gerichte zijde een longitudinale goot 132 definieert, ook aangeduid als C-profiel, met een longitudinale zijopening 133.
Het tweede koppeldeel 150 omvat een naar buiten convexe koppelwand 151 die aan zijn naar het vormdeel 110 toe gerichte zijde een longitudinale holle 152 definieert die aansluit op de vulruimte 113, en die aan zijn van het vormdeel 110 af gerichte zijde een ten opzichte van de wanden 111, 112 verdikte knobbel 153 definieert, die ook zal worden aangeduid als paddestoel-profiel.
De convexe koppelwand 151 van het tweede koppeldeel 150 heeft een contour en afmeting die correspondeert met de contour en afmeting van de concave koppsiwand 131 van het eerste koppeldeel 130. Die contour kan de vorm hebben van sen deel van een cirkel, zoals geloond, maar andere vormen zijn ook mogelijk,
Belangrijk is dat de knobbel 153, en dus ook de goot 132, een dwarsafmeting D heeft die groter is dan de breedte van de zijopening 133.
Opgemerkt wordt, dat het vormdeel 110 de getoonde dwarsdoorsnede heeft over in hoofdzaak zijn volledige verticale lengte,
De egrste en tweede koppeldelen 130 en 150 zijn bestemd voor samen- werking met respectievelijke tweede en eerste koppeldelen 150 en 130 van andere, identieke bekisting-segmenten. Zoals later meer gedetailleerd zal worden 154 beschreven, wordt een eerste bekisting-segment 100 vertikaal in positie gebracht, en daarna wordt een tweede bekisting-segment 100 naast het eerste bekisting-segment geplaatst, waarbij de goot 132 van de concave koppelwand 131 van het tweede bekisting-segment 100 past om de knobbel 183 van de convexe koppelwand 151 van het eerste bekisting-segment 100 heen, zoals geloond met stippellijnen, waarbij die knobbel 153 niet in zijdelingse richting uit die goot 132 kan geraken,
Opgemerkt wordt, dat het ook mogelijk is om het tweede bekisting-segment te plaatsen aan de linkerzijde van het eerste bekisting-segment, in welk geval de knobbel 153 van het weeds bekisting-segment past in de goot 132 van het earsie bekisting-segment.
Steeds werken die goot 132 (C-profiel) en knobbel 153 (paddestoel-protiel) dus samen als een schuifgeleider bij het plaaisen van een volgend bekisting- segment naast een voorafgaand bekisting-segment, waardoor het volgende bekisting-segment altijd op corrscte wijze gepositioneerd wordt len opzichte van het voorafgaande bekisting-segment. De schuifgeleider biedt een axiale (verticale) verplaatsingsvrijheid, maar voorkomt onderlinge verplaatsingen in horizontale richting omdat de ene component (knobbel 153) is opgesloten in de anders component {goot 132). Deze combinatie wordt daarom ook aangeduid als schuifsiot.
In het weergegeven voorbeeld zijn de goot 132 van het eerste koppeldeel 130 en de knobbel 153 van het tweede koppeldeel 150 met elkaar uitgelijnd. Wanneer twee (of meer) onderling gelijke bekisting-segmenten 100 met elkaar gekoppeld worden, zullen zij In hetzelfde vlak komen le staan, Het kan gewenst zijn om bijvoorbeeld een hoek van 80° te maken; daartos kan de goot 132 en/of de knobbel
153 een andere oriëntatie hebben, zoals bij wijze van voorbeeld geïllustreerd in de figuren 2A-2C.
In het weergegeven voorbeeld heeft het vormdeel 110 de vorm van een 5 trapezium. Een uiteindelijk gevormde scheidingswand zal dan een golfvorm hebben met scherpe hoeken, Als varianten kan het vormdeel vloeiender hoeken hebben, meerdere hoeken, minder hoeken, of zelfs vrij zijn van hoeken.
Nadat een bekisting-segment 100 in positie gebracht is, wordt de vulruimte 113 gevuld met beton. Het heeft de voorkeur dat er dan eerst een wapening 120 wordt aangebracht in de vulruimte 113. Figuur 1 toont dat een wapening 120 verticale wapeningstaven 121 en horizontale wapeningstaven 122, kan omvatten, die aan elkaar bevestigd zijn om aldus sen korf of kooi te vormen, De wapening 120 kan als alternatief reeds zijn ingebracht voordat het bekisting-segment 100 in positie 1 gebracht wordt. De onderlinge afstanden tussen de wapeningstaven zijn voldoende groot om vloeibaar beton vrijelijk door de mazen van de wapening-korf te laten stromen.
Na het vullen, of althans nadat het bekisting-segment 100 gedeeltelijk is gevuld, wordt het bekisting-segment 100 omhoog getrokken om het te verwijderen.
Hierbij bijft de genoemde voetplaat achter, Voors blijf de wapening 120 achter. Na verwijdering kan het bekisting-segment 100 opnieuw worden gebruikt.
Het omhoog trekken van het bekisting-segment 100 wordt gedaan terwijl het beton nog voldoende vloeibaar is. Het beton vloeit dan in de door het bekisting- segment 100 vrijgegeven ruimte, Dit betreft in de eerste plaats de ruimte die werd ingenomen door de wanddelen 111, 112. Omdat het vloeibare beton nu niet meer in zijdelingse richting wordt opgesloten door het bekisting-segment 100, zou het beton zelfs verder opzij kunnen vloeien, als er ruimte zou zijn tussen het bekisting-segment 100 en de omgevende bodem, dan wel wanneer die omgevende ruimte gevuld is met een vloeibaar materiaal; onder normale omstandigheden is de bodem echter stevig genoeg om hat wegvloeien van beton tegen te gaan,
Het is in principe mogelijk dat het bekisting-segment 100 een relatief geringe lengte heeft, en tijdens het vullen omhoog getrokken wordt. Het heeft echter de voorkeur dat het bekisting-segment 100 eerst volledig wordt gevuld met belon en pas dan, desgewenst onder in acht neming van enige wachttijd, omhoog getrokken wordt. De hoogte van de uiteindelijk te vormen betonnen wand zal daarbij dan een weinig lager kunnen zijn dan de lengte van het bekisting-segment 100 doordat het beton de ruimte vult die word! vrijgegeven door het bekisting-segment 100. Hiermee kan rekening worden gehouden door de lengte van het bekisting-segment 100 groter te kiezen dan de gewenste hoogte van de uiteindelijk te vormen betonnen wand, Ook is het mogelijk om het inzakken van het beton tijdens het omhoogtrekken van het bekisting-segment te compenseren door dan vloeibaar beton bij te vullen.
Een belangrijk aspect van de onderhavige uitvinding is dat het beton ook samenvloeit met het beton van de aangrenzende bekisting-segmenten, zoals geïllustreerd in de figuren 3A-3F, waarbij steeds slechts het tweede koppeldeel 150 van een voorgaand bekisting-segment 100 (hier aangeduid met 150A respectievelijk 100A) en het eerste koppeldeel 130 van een volgend bekisting-segment 100 (hier
IX aangeduid met 1308 respectievelijk 100B) zijn weergegeven; ter wille van de eenvoud is de wapening 120 niet weergegeven,
Figuur 3A toont het voorgaande bekisting-segment 100A terwijl de vulruimte 113A daarvan nog leeg is, als eerste stap in een werkwijze voor het aanbrengen van een scheidingswand,
Figuur 3B toont als tweede stap in de werkwijze dat de vulruinde 113A van het voorgaande bekisting-segment 100A is gevuld met beton 160A.
Figuur 30 toont als derde stap in de werkwijze dat het volgende bekisting- segment 1005 is geplaatst de vulruimie 113B daarvan is leeg.
Opgemerkt wordt dat de tweede en derds stap ook in omgekserde volgorde kunnen worden uitgevoerd: eerst plaatsen van het volgende bekisting-segment 100B, dan pas vullen van het voorgaande bekisting-segment 100A.
Figuur 3D toont als vierde stap in de werkwijze dat het voorgaande bekisting- segment 100A is weggenomen, en dat het beton 160A uil de vulruimte 113A van het voorgaande bekisting-segment 100A is uitgevloeid tot aan de koppelwand 131B van het volgende bekisting-segment 100B.
Figuur 3E toont als vijfde stap in de werkwijze dat de vulruimte 1138 van het volgende bekisting-segment 1008 is gevuld met beton 1608. Deze vijfde stap correspondeert met de tweede stap, waarbij nel volgende bekisting-segment 100B de plaats heeft ingenomen van het voorgaande bekisting-segment 100A.
Opgemerkt wordt dat de vierde en vijfde stap ook in omgekeerde volgorde kunnen worden uitgevoerd: serst vullen van het volgende bekisting-segment 100B, dan pas wegnemen van het voorgaande bekisting-segment 100A.
Figuur 3F toont als zesde stap in de werkwijze dat het volgende bekisting- segment 1008 is weggenomen, en dat het beton 160A van het voorgaande bekisting-segment 100A en het baton 1608 van het daaropvolgende bekisting- segment 1008 elkaar raken, Deze twee betonmassa's 160A en 160B zullen in elkaar vloeien en na uitharding een geheel vormen. Na uitharding mogen de betonmassa's 160A en 160B worden aangeduid als respectieve wandsegmenten 260A en 2608, die integraal onderdeel zijn van een scheidingswand 200,
De bovenbeschreven stappen zijn de relevante stappen voor een enkele ontmostingsplaats tussen twee aan elkaar grenzende wandsegmenten 260A en 260B. De wand 200 heeft echter meerdere wandsegmenten, en de beschreven 4 stappen zullen ook worden uigevoerd voor andere wandsegmenten. Het moge duidelijk zijn dat dan de bovenbeschreven stappen cyclisch herhaald worden. Dat kan met een totaal van twee bekisting-segmenten: steeds wanneer een voorgaand bekisting-segment 100A is weggenomen {figuur 3D), kan het gebruikt worden op geplaatst te worden naast het daaropvolgende bekisting-segment 100B, en daarmee de functie krijgen van het “volgende” bekisting-segment {figuur 3C). Aldus is het mogelijk om stapsgewijs een integrale scheidingswand te vormen onder gebruik van slechis twee bekisting-segmenten, die onderling identiek kunnen zijn. Steeds wordt een eerste bekisting-segment gevuld en, na het plaatsen van een tweede bekisting- segment, weggenomen en vervolgens naast het tweede bekisting-segment geplaatst als derde bekisting-segment.
Het is schter ook mogelijk om meerdere bekisting-segmenten te gebruiken, zodat elk bekisting-segment langer blijft staan voor dat het wordt weggenomen en weer wordt gebruikt als volgend segment. Bijvoorbeeld, indien men gebruik maakt van drie bekisting-segmenten 100A, 100B, 100C, kan men de volgende stappen uitvoeren: 1} plaatsen 1e segment 100A; 2) volstorten 1e segment 100A; 3} plaatsen 2e segment 1008 naast 1e segment 100A; 4) volstorten Ze segment 100B 5) plaalsen 3e segment 100C naast 2e segment 1008; 6) volstorten 3e segment 100C 7} wegnemen 1a segment 100A, en plaatsen als 4e segment naast 100C 8) volstorten 4e segment 100A; 9) wegnemen 2e segment 1008, en plaatsen als 5e segment naast 100A enz
In dat geval vult men een bekistingsegment dus steeds direct nadat het geplaalst is, men laat dat bekistingsegment dan zo lang mogelijk gevuld staan, en men neemt het pas weg wanneer het weer nodig is om als volgende bekistingsegment geplaatst te worden. Een dergelijke procedure is ook mogelijk met vier bekistingsegmenten of meer. Een dergelijke procedure is ook mogelijk in het geval van twee hekisting- segmenten, hetgeen dan neerkomt op het omwisselen van de volgorde van de stappen van de figuren 3D en 3E. Men zal een dergelijke procedure prefereren als het gewenst is om het beton zo lang mogelijk te laten rusten alvorens de ondersteunende bekisting weg te halen.
Als alternatief kan men bijvoorbeeld de volgende stappen uitvoeren: 1} plaatsen 1e segment 100A; 2) plaalsen Ze segment 100B naast 1e segment 1004; 3) volstorten 1e segment 100A; 4) plaatsen 3e segment 100C naast 2e segment 100B; 5) volstorten 2e segment 1008; 5) wegnemen le segment 100A, en plaatsen als 4e segment naast 1000; 7) volstorten 3e segment 1000; 8) wegnemen 2e segment 1008, en plaatsen als 5e segment naast 100A 9) volstorten 4e segment 100A; enz
In dit geval vult men een bekistingsegment dus steeds pas wanneer het daaropvolgende segment geplaatst is.
Afhankelijk van de consistentie van het toegepaste beton kan men prefereren om een bekistingsegment steeds zo snel mogelijk na het vullen weer te verwijderen.
Maar in dat geval kan men het desbetreffende bekistingsegment steeds direct weer gebruiken, en is er weinig reden om meerdere bekistingsegmenten te gebruiken, behalve als men de bekistingsegmenten wil reinigen alvorens ze opnieuw 1e gebruiken,
Een belangrijk aspect van de onderhavige uitvinding betreft aldus het gebruik maken van langwerpige, holle bekisting-segmenten die verticaal schuivend in elkaar grijpen voor gen goeds positionering, die individueel gevuld worden met beton, en die vervolgens verticaal schuivend verwijderd worden terwijl het beton nog vloeibaar is, waarbij het beton van aangrenzende bekisting-segmenten in elkaar vloeit en een geheel vormt. in het voorgaande zijn de in elkaar grijpende koppeldelen getoond met sen cirkelrond profiel, maar alternatieve vormen zijn mogslijk, bijvoorbeeld driehoekig, vierhoekig, meerhoekig.
In het voorgaande is de uitvinding uitgelegd voor het voorbeeld van scheidingswanden, waarbij de te vormen wanden het kenmerkende trapezium-profiel van damwanden heeft, en waarbij de vormdelen 110 van de bekisting-segmenten 100 eveneens een trapezium-profiel verlonen, De uitvinding is echter ook toepasbaar voor het maken van vormstukken met een ander profiel. Bij voorbeeld kunnen de vormdelen 110 van de bekisting-segmenten 100 een volledig vlak profiel hebben, voor het vormen van volledig rechte scheidingswanden, Ook is het bijvoorbeeld mogelijk dat de vormdelen 110 van de bekisting-segmenten 100 een cilindrische of ringvormige mal vormen, voor het vormen van een cilindrisch vormstuk, massief of hol
Voorts is het mogelijk dat opeenvolgend gebruik gemaakt wordt van bekisting- segmenten met onderling verschillende profielen, Bijvoorbeeld is het mogelijk om gebruik te maken van opeenvolgend steeds een bekisting-segment met een cilindrisch of ringvormig vormdeel en sen bekisting-segment (of meerdere bekisting- 0 segmenten) met een volledig vlak vormdeel, om aldus een vlakke wand met verstevigingskolommen te vormen,
Een ander belangrijk aspect van de onderhavige uitvinding betreft het trillings- vrij plaatsen van de bekisting-segmenten. Het is in principe mogelijk om de door de onderhavige uitvinding voorgestelde bekisting-segmenten en de beschreven werkwijze tos ie passen in een bodem die bestaat uit zand, klei, etc, met gebruikelijke methoden zoals helen en trillen, maar de onderhavige uitvinding stelt een trillingsvrije methode voor, zonder geluidshinder en trillingshinder voor de omgeving. Een verder voordeel van deze inbrengmethode is dat de beldsting- segmenten bij het inbrengen veel minder weerstand ondervinden en bijgevolg veel minder onderhevig zijn aan slijtage. Voorts kunnen de bekisting-segmenten daardoor veel lichter worden uitgevoerd.
Figuur 4 illustreert schematisch een apparaat 1000 voor het inbrengen van de bekisting-segmenten 100. Het apparaat 1000 omvat sen frame 1100, dat is voorzien van klemmiddelen 1200 om aan te grijpen op het bovenuiteinde van een bekisting- segment 100. Het frame 1100 is ontworpen om samen te werken met een externe machine die op het frame 1100 een omlaag gerichte kracht kan uitoefenen om het bekisting-segment 100 in de bodem omlaag te duwen, en om (later) op het frame 1100 een omhoog gerichte kracht kan uitoetenen om het bekisting-segment 100 uit de bodem omhoog te trekken, Genoemde externe machine kan een standaard machine zijn en is ter wille van de senvoud niet weergegeven.
Het frame 1100 is voorts voorzien van ten minste één verpompingseenheid 1300. De verpompingssenheid 1300 omvat een of meerdere in hoofdzaak verticaal 353 langs het bekisting-segment 100 omlaag reikende boorpijpen (of pijpboren) 1310, waarvan de figuur er slechts één toont, De boorpijp 1310 is aan zijn onderuiteinde voorzien van uitstroomopeningen 1320. De boorpijp 1310 heeft een longitudinale lichaamsas 1311, en is met betrekking tot zijn lichaamsas 1311 roleerbaar gemonteerd ten opzichte van het frame 1100, De verpompingseenheid 1300 omvat voorts een motoraandrijving 1330 die aangrijpt op de boorpijp 1310 om deze om zijn lichaamsas 1311 te laten roteren. De rolaliebeweging kan bijvoorbeeld een continu doorgaande beweging in één richting zijn, of een heen en weer draaiende beweging in twee richtingen,
De figuur 4 toont voorts een voorraad 1400 voor een vloeibaar medium 1401, en een toevoerleiding 1410 die de voorraad 1400 verbindt met het frame 1100. De voorraad 1400 en de toevoerleiding 1410 kunnen deel uitmaken van het apparaat 1000, of vormen een separaat onderdeel dat samenwerkt met het apparaat 1000,
De toevoerleiding 1410 sluit aan op een bovenuiteinde van de boorpijp 1310.
Het medium 1401 wordt vanuit de toevoerleiding 1410 door de boorpijg 1310 omlaag gepompt. Daartoe kan het apparaat 1000 zijn voorzien van sen aan het frame 1100 gemonteerde mediumpomp 1340, Als alternatief, of als extra, kan de voorraad 1400 zijn voorzien van een mediumpomp, of er kan een separate pomp zijn opgenomen in de toevoerleiding 1410.
De werking van hel apparaat 1000 is ais volg. Wanneer het apparaat 1000 wordt gebruikt om het bekisting-segment 100 omlaag te duwen, wordt de motor- aandrijving 1330 geactiveerd om de boorpijp 1310 te laten roteren, en wordt de mediumpomp 1340 en/of 1420 geactiveerd om vloeibaar medium 1401 door de boorpijp 1310 omlaag te pompen. De boorpijp 1310 boort zich In de bodem, en het vloeibare medium 1401 verlaat de pijp 1310 door de uitstroomopeningen 1320 bij het onderuiteinde van de pijp 1310, dat zich bevindt op ongeveer gelijke hoogte met, of enigszins lager dan, het onderuiteinde van het bekisting-segment 100, Het uit de uitstroomopeningen 1320 stromende medium 1401 heeft op de omringende bodem gen eroderend en fluidiserend effect; de gefluidiseerd boden biedt nauwelijks of geen weerstand tegen het omlaag bewegende bekisting-segment 100.
Het eroderend en fluidiserend effect van het uit de uilstroomopeningen 1320 stromende medium heeft een reikwijdte die onder meer zal afhangen van de stroomsnelheid en het debiet van het medium, hetgeen op zijn beurt zal afhangen van hel toegepaste pompvermogen, Typisch zal deze reikwijdte gekarakteriseerd kunnen worden door een cirkel waarvan het middelpunt samenvalt met (de rotatieas van) de pijp 1310. Het is mogelijk dat er gebruik wordt gemaakt van slechts één enkele verpompingseenheid 1300, die dan dermate krachtig moet zijn dat het gehele bekisting-segment 100 binnen zijn reikwijdte valt, In dat geval echter wordt een overdreven grool volume aan grond gefiuidiseerd buiten het bekisting-segment 100, hetgeen vrij veel energie vergt. Het is daarom efficiënter om gebruik te maken van meerdere verpompingseenheden 1300 die verspreid staan opgesteld naast het bekisting-segment 100. Figuur 5 toont een met figuur 1 vergelijkbare doorsnede, waarin schematisch bij wijze van voorbeeld posities ten opzichte van het profiel van het bekisting-segment 100 zijn geloond van drie boorpijpen 1310 alsmede de bijbehorende reikwijdien 1312. De drie boorpijpen 1310 kunnen geassocieerd zijn met drie verschillende verpompingseenheden 1300, of met een enksle gemeenschappelijke verpompingseenheid 1300, Te zien valt dat met kleinere reikwijdten, en dus met kleinere pompen, toch de volledige footprint van het bekisting-segment 100 kan worden gedekt,
Opgemerkt wordt dat in het geval van meerdere verpompingseenheden 1300 gebruik gemaakt kan worden van een gemeenschappelijke voorraad 1400.
Het vloeibare medium 1401 kan in een eenvoudige implementatie water zijn.
Bij voorkeur echter is het vloeibare medium 1401 een uithardende substantie, Bij wijze van geschikte voorbeelden worden hier genoemd: grout, dat wil zeggen een mengsel van water en cement en eventueel andere toevosgmalerialen; moriet, dat wil zeggen sen mengsel van grout en zand; beton, dat wil zeggen een mengsel van mortel en grind; een klei, bijvoorbeeld bentoniet, en eventueel gemengd met cement; een chemisch bindmiddel, bijvoorbeeld waterglas en een verharder.
Tijdens het plaalsen van het bekisting-segment 100 gedraagt de omgeving van het bekisting-segment 100 zich als een vloeistof, zodat het plaatsen vrij gemakkelijk gaat. Wanneer het bekisting-segment 100 eenmaal, na te zijn gevuld met beton, is verwijderd en ook de verpompingseenheden 1300 zijn verwijderd, zal het inmiddels met grond gemengde medium 1401 uitharden, en aldus bijdragen aan de sterkte en integriteit van de gevormde betonnen scheidingswand.
Samenvattend betreft de uitvinding een bekisting-segment 100 omvattende: gen hol vormdeel 110 met verticale wanddelen 111, 112 en daartussen een vulruimte 113, en eerste en tweede, onderling complementatre koppeldelen 130, 150 aan weerszijden 320 van het holle vormdeel 110, waarbij de koppeldelen van verschillende bekisting- segmenten kunnen samenwerken om een schuifslot te vormen.
Een werkwijze voor het in sen bodem maken van een scheidingswand omvat de stappen van het longitudinaal de bodem in drukken van opeenvolgende bekisting- segmenten, waarbij de koppeldelen van aangrenzende bekisting-segmenten steeds een schuffslot vormen, waarbij de bekisting-segmenten steeds worden gevuld met vloeibaar beton, waarna de bekisting-segmenten opeenvolgend worden verwijderd en het vloeibare beton steeds samenvloeit met het beton ull een eerder verwijderd aangrenzend bekisting-segment.
Het zal voor sen deskundige duidelijk zijn dat de uitvinding niel is beperkt tot de in het voorgaande besproken uitvoeringsvoorbeelden, maar dat diverse varianten en modificaties mogelijk zijn binnen de beschermingsomvang van de uitvinding zoals gedefinieerd in de aangehechte conclusies.
Werkwijzestappen kunnen worden uilgevoerd in een volgorde die overeenkomt met de volgorde waarin zij in de conclusies benoemd zijn, maar ook in een volgorde die afwijkt van de volgorde waarin zij in de conclusies bencemd zijn.
Zelfs indien bepaalde kenmerken zijn vermeld in verschillende afhankelijke conclusies, heeft de onderhavige uitvinding ook betrekking op een uitvoeringsvorm die deze kenmerken gezamenlijk heeft.
Zelfs indien bepaalde kenmerken in combinatie met elkaar zijn beschreven, heeft de onderhavige uitvinding ook betrekking op sen uiivoeringsvorm waarin één of meerdere van die kenmerken zijn weggelaten, Kenmerken die niet uitdrukkelijk zijn beschreven als zijnde essentieel, mogen ook worden weggelaten.
Eventuele in sen conclusie gebruikte verwijzingscijfers dienen niet te worden uitgelegd als beperkend i5 voor de omvang van die conclusie.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES
    1. Bekisting-segment (100) met sen verticals lengterichting, omvattende: een hol vormdeel (110) met verticale wanddelen (111, 112) en daartussen een vulruimte (113), en eerste en tweede, onderling complementaire koppeldelen (130, 150) aan weerszijden van het holle vormdeel (110), waarbij het eerste koppeldeel (130) kan samenwerken met het tweede koppeldeel (150) van een ander, identiek bekisting-segment (100) om een schuffslot te vormen, en waarbij het tweede koppeldeel (150) kan samenwerken met het eerste koppeldsel (130) van een ander, identiek bekisting- segment (100) om een schuifslol te vormen.
    2. Bekisting-segment (100) volgens conclusie 1, waarbij het eerste koppeldeel (130) een concave koppelwand (131) omvat die een goot (132) definieert met een zij- opening {133}, en waarbij het tweede koppeldesl (150) sen convexe koppelwand (151) omvat die een in de goot (132) passend paddestoelprofiel (153) definieert. is
    3. Bekisting-sagment (100) volgens conclusie 1 of 2, waarbij het vormdeel (110) de vorm heeft van een trapezium. 4, Bekisting-segment (100) volgens een willekeurige der voorgaande conclusies, voorzien van een wapening (120) aangebracht in de vulruimte (113).
    5. Bekisting-segment (100) volgens sen willekeurige der voorgaande conclusies, voorzien van een wapening (120) aangebracht in de vulruimte (113).
    B. Stelsel van ten minste twee bekisting-segmenten (100) volgens een willekeurige der voorgaande conclusies, waarbij het eerste koppeldeel (130) van een gersie van de genoemde twee bekisting-segmenten (100) kan samenwerken met het tweede koppeldeel (150) van een tweede van de genoemde twee bekisting- segmenten (100) om een schuifslot te vormen.
    7. Werkwijze voor het in een bodem maken van een scheidingswand, omvattende de stappen van: al het verschaffen van een eerste bekisting-segment (100) volgens een willekeurige der voorgaande conclusies; bl het longitudinaal de bodem in drukken van het eerste bekisting-segment (100);
    d] het verschaffen van sen twesde bekisting-segment (100) volgens een willekeurige der voorgaande conclusies; e] het longitudinaal de bodem in drukken van het tweede bekisting-segment (100), waarbij de eerste en tweede koppeldslen (130, 150) van het eerste respectievelijk het tweede bekisting-segment, of omgekeerd, met elkaar in aangrijping zijn om een schuffslot te vormen, zodat de beweging en positionering van het tweede bekisting-segment (100) wordt geleid door het eerste bekisting-segment (100) ; c] het mel beton vullen van de vulruimte (113) van het eerste bekisting- segment (100); i het met beton vullen van de vulruimte (113) van het tweede bekisting- segment {100}; gl het omhoog trekken van het eerste bekisting-segment (100) om dat uit de bodem te verwijderen, terwijl het beton in de vulruimte (113) van het eerste bekisting-segment (100) nog vloeibaar is; hj het omhoog trekken van het tweede bekisting-segment (100) om dat uit de bodem te verwijderen, terwijl het beton in de vulruimte (113) van het tweede bekisting-segment (100) nog vlosibaar is, waarbij het beton in de vulruimte (113) van het tweede bekisting-segment (100) en het beton in de vulruimte (113) van het eerste bekisting-segment (100) in elkaar viogien en na uitharding een geheel vormen.
    8. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij stap ¢) wordt uitgevoerd tussen de stappen b) en d),
    a. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij stap c) wordt uitgevoerd tussen de stappen e) en f).
    10. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij stap g) wordt uitgevoerd voorafgaand aan stapf).
    11. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij stap g) wordt uitgevoerd na stap f).
    12. Werkwijze volgens conclusie 7, voorts omvattende het herhalen van de stappen [d] - [f] voor een derde bekisting-segment {100}, en het herhalen van stap [g] voor het tweede bekisting-segment (100), waarbij het beton in de vulruimte (113) van het tweede bekisting-segment (100) samenvloeit met het achtergebleven beton van het eerste bekisting-segment (100).
    13. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij het derde bekisting-segment (100) het in stap [g] uit de bodem verwijderde eerste bekisting-segment (100) is.
    14. Werkwijze volgens conclusie 7, voorts omvattende meerdere oycli van het steeds herhalen van de stappen {d] - [f] voor steeds een volgend bekisting-segment (100}, waarbij het uit de bodem verwijderde eerste bskisting-segment (100) in enige volgende cyclus wordt hergebruikt als volgend bekisting-segment (100).
    15. Werkwijze volgens een willekeurige der voorgaande conclusies 7-14, waarbij voorafgaand aan stap [fj een wapening (120) wordt aangebracht in de vulruimte (113) van het tweede bekisting-segment (100).
    18. Werkwijze volgens een willekeurige der voorgaande conclusies 7-15, waarbij voorafgaand aan stap [c] een wapening (120) wordt aangebracht in de vulruimte (113) van het eerste bekisting-segment (100),
    17. Werkwijze volgens sen willekeurige der voorgaande conclusies 7-16, waarbij tijdens de stappen [b] en [e] de omringende bodem vloeibaar gemaakt om de weerstand van de grond te verminderen, zodat het omlaag duwen van het bekisting- segment trillingsvrij kan plaaisvinden.
    18. Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij het vloeibaar maken van de omringende bodem wordt gedaan door het in de bodem injecieren van een vloeibaar medium (1401).
    19. Werkwijze volgens conclusie 18, waarbij het vloeibare medium ean uithardend medium is.
    20. Werkwijze volgens conclusie 19, waarbij het vloeibare medium grout bevat.
    21. Werkwijze volgens een willekeurige der voorgaande conclusies 18-20, waarbij het in de bodem injecteren van het vloeibare medium wordt gedaan door het vloeibare medium omlaag te pompen in ten minste één injecteerpijp (1310) die aan zijn onderuiteinde is voorzien van uitstroomopeningen (1320).
    22. Werkwijze volgens conclusie 21, waarbij tijdens het injecteren van hel vloeibare medium de injecteerpijp (1310) wordt geroteerd om zijn lengteas.
    23. Werkwijze volgens conclusie 22, waarbij het onderuiteinde van de injecteerpijp (1310) is ingericht als een grondboor. 24, Werkwijze volgens een willekeurige der voorgaande conclusies 21-23, waarbij tijdens het injecteren van het vloeibare medium de injecteerpijp (1310) in verticale richting meebeweegt mel het bekisting-segment (100), waarbij het onderuiteinde van de injecteerpijp (1310) in hoofdzaak op gelijke hoogte wordt gehouden met het onderufteinde van het bekisting-segment (100) of omlaag voorbij het onderuiteinde van het bekisting-segment (100) reikt.
    25. Werkwijze voor het in een bodem maken van een scheidingswand, omvattende de stappen van het longitudinaal de bodem in drukken van opeenvolgende bekisting- segmenten, waarbij koppeldelen van aangrenzende bekisting-segmenten steeds een schuifslot vormen, waarbij de geplaatste bekisting-segmenten steeds worden gevuld met vloeibaar beton, en waarbij de bekisting-segmenten, na gevuld te zijn met vloeibaar beton, opeenvolgend worden verwijderd en het vloeibare beton steeds samenvloeit met het beton uit een eerder verwijderd aangrenzend bekisting- segment.
    26. Apparaat (1000) voor het in een bodem inbrengen van een bekisting-segment (100) volgens een willekeurige der voorgaande conclusies 1-6, waarbij het apparaat {1000} omvat: - gen frame (1100); - met het frame (1100) gekoppelde Kemmiddelen (1200) om aan te grijpen op het bovenuiteinde van het bekisting-segment (100); - ten minste één met het frame (1100) gekoppelde verpompingseenheid (1300), waarbij elke verpompingseenheid (1300) omvat: = gen in hoofdzaak verticaal omlaag gerichte boorpijp (1310), die aan zijn onderuiteinde is voorzien van uitstroomopeningen (1320), welke boorpijp roteerbaar is gemonteerd ten opzichte van het frame 1100 en tijdens gebruik omlaag reikt langs het bekisting-segment (1003; = een motoraandrijving (1330) die aangrijpt op de pijp (1310) om deze om zijn lichaamsas (1311) te laten roteren;
    27. Apparaat (1000) volgens conclusie 26, voorts omvattende: een ingang voor het ontvangen van een vloeibaar medium; en een pomp (1340) voor het door de boorpijp (1310) omlaag pompen van het vloeibare medium.
NL1044844A 2024-03-13 2024-03-13 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem NL1044844B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1044844A NL1044844B1 (nl) 2024-03-13 2024-03-13 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem
PCT/NL2025/050126 WO2025193101A1 (en) 2024-03-13 2025-03-12 Method and device for installing partition walls in a soil

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1044844A NL1044844B1 (nl) 2024-03-13 2024-03-13 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1044844B1 true NL1044844B1 (nl) 2025-09-26

Family

ID=91274815

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1044844A NL1044844B1 (nl) 2024-03-13 2024-03-13 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL1044844B1 (nl)
WO (1) WO2025193101A1 (nl)

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7997830B2 (en) * 2006-09-01 2011-08-16 Pilepro, Llc Barrier wall made of sheet-pile components
US10626571B2 (en) * 2015-04-27 2020-04-21 Pph S. I A. Pietrucha Andrzej Pietrucha Geotechnical profiles and a method of manufacture of geotechnical profiles

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7997830B2 (en) * 2006-09-01 2011-08-16 Pilepro, Llc Barrier wall made of sheet-pile components
US10626571B2 (en) * 2015-04-27 2020-04-21 Pph S. I A. Pietrucha Andrzej Pietrucha Geotechnical profiles and a method of manufacture of geotechnical profiles

Also Published As

Publication number Publication date
WO2025193101A1 (en) 2025-09-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP1888848B1 (en) Slotted mandrel for lateral displacement pier and method of use
US3973408A (en) Construction of underground dams and equipment therefor
CN101787708A (zh) 一种装配整体式悬臂式挡土墙及其施工方法
CN112814116A (zh) 一种现浇排水沟的施工方法
US8956075B1 (en) Tunnel mold, system and method for slip forming reinforced concrete structures with exposed rebars
CN108797636A (zh) 一种上字型挡土墙结构及其施工方法
NL1044844B1 (nl) Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van scheidingswanden in een bodem
CN218933157U (zh) 一种管道施工的回填结构
CN115711012B (zh) 一种逐层扩张式悬挑结构变截面混凝土斜柱及施工方法
CN112696049A (zh) 古城墙加固反力装置及使用方法
CN111719571A (zh) 受限空间高填方路基边坡泡沫混凝土加固的施工方法
RU2275470C1 (ru) Способ повышения несущей способности висячих свай
JPH0610344A (ja) 場所打ち杭の支持力の確認と増加方法
CN105735348B (zh) 一种河床式开发水电站厂房进水口拦沙坎的施工方法
KR102426192B1 (ko) 흙막이 벽체 파일 및 시공방법
CN111254922A (zh) 软土地基强化方法及其复合桩基施工方法
CN215168320U (zh) 古城墙加固反力装置
BE1008084A3 (nl) Werkwijze voor het vervaardigen van een onderschoeiingsmuur.
CN115305949A (zh) 一种路肩挡土墙结构及施工方法
CN118581917B (zh) 一种高水位含流沙层地质沉井施工工艺
CN119824935B (zh) 一种高寒多雨地区软基边坡的防护结构及其施工方法
KR102858670B1 (ko) 보강토 옹벽용 콘크리트 블록의 제조 방법 및 그 방법에 의해 제조된 옹벽용 콘크리트 블록
CN116464085B (zh) 基坑智能控制降水体系施工方法
CN223033855U (zh) 一种浇筑大截面空心墩混凝土的布料台架
KR102852389B1 (ko) 전철주 기초 설치 구조물 및 상기 구조물을 이용한 공법