[go: up one dir, main page]

MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Arjan Hut als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Arthur Verocai - Arthur Verocai (1972)

poster
4,5
Kwam een platenzaak binnen, KingKong in Leeuwarden, waar dit draaide. Meteen aangeschaft. Nooit meer terugkijken.

Bagheera - Silence at Romney Marsh (1991)

poster
4,5
Meer dan sterke mini-cd, helemaal grijs gedraaid in het begin van de jaren 90. Queensrÿche, Maiden ("Seventh Son of a Seventh Son"), Fates Warning ... heel goed gespeeld en sterke songs met een overtuigende zanger. Er zit ruimte in de muziek, songs worden met geduld opgebouwd, spannend van de eerste tot de laatste tel. Later (in '95) het eerste volledige album van deze band gekocht, maar dat had een heel ander geluid, de metal eruit. Dus, Silence at Romney Marsh, een unieke schijf, zeer veelbelovend, maar hier is het bij gebleven.

Blue Cheer - The Beast Is Back (1985)

poster
3,5
Comeback-lp van oer-hardrocktrio Blue Cheer, met zanger/bassist Dickie Peterson en drummer Paul Whaley, aangevuld met gitarist Tony Rainier. Dit album had ik al een paar jaar op de korrel, en nu toch eens aangeschaft. De helft van de nrs zijn al eens eerder opgenomen, had de band niet genoeg nieuw materiaal? De nieuwe titels klinken moderner, ipv opgevoerde bluesrock schuurt Blue Cheer hier tegen de heavy metal aan. De ruige strot van Peterson past daar uitstekend bij en Rainier scheurt er op zijn gitaar ook lekker op los. Ride with me en Girl next door zijn favorieten. Half minpuntje voor het recyclen van de ouwe hits.

Cairo - Cairo (1994)

poster
5,0
Briljant. Ergens tussen Survivor, Yes, ELP, Kansas, Genesis ligt Caïro. Wat een fantastische zanger (helaas inmiddels overleden) en de ene compositie nog mooier dan de andere. Indertijd meteen aangeschaft, net als albums van Shadow Gallery en Magellan. Wordt nog steeds regelmatig wakker met Seasons of the heart, World divided, Between the lines in mijn hoofd.

David Lynch - Crazy Clown Time (2011)

poster
3,0
Wat is de overeenkomst tussen Adagio for strings (Samuel Barber), Wicked game (Chris
Isaak) en Rammstein (Rammstein)? Het zijn allemaal muziekstukken of liedjes die een groter
publiek bereikten doordat zij een prominente rol speelden in één van de films van de
Amerikaanse regisseur David Lynch. De manier waarop evergreen In dreams werd toegepast
in de moderne film noir-klassieker Blue Velvet (1986), leidde zelfs tot de opvallende
comeback van jaren zestig-icoon Roy Orbison. Dat Lynch ook zelf graag muziek maakt, is
een publiek geheim. Afgelopen maand bracht de zestiger zijn debuutplaat Crazy clown time
uit.

De blues heruitgevonden voor de 21ste eeuw, zo wordt het veertien stukken tellende album
middels een sticker aangeprezen. Een wat al te pretentieuze slogan, want Lynch doet op Crazy
clown time niets wat hij al niet eerder heeft gedaan. Sluipende ritmes, galmende gitaren en
hypnotiserende teksten vol donkere nachten, tienerdromen en ruisende naaldboomwouden.
Vervormde stemmen uit een vervloekte jukebox in de schaduw van Elvis. Mensen die Twin
Peaks, Lost Highway of Mulholland drive hebben gezien (en gehoord) zullen er niet van
schrikken.

De muziek voor de serie Twin Peaks bedacht Lynch met zijn huiscomponist Angelo
Badalamenti. Die vulde de vervreemdende bluesskeletten aan met brede, bitterzoete strijkers à
la Barber en dromerige jazz. Die ingrediënten ontbreken op dit solowerk. Verwacht dus geen
Laura Palmer’s theme -achtige schoonheid, hoewel er momenten zijn (These are my friends,
So Glad ) dat er een geest dergelijke pracht om de hoek schuilt.

Het lange, monotone Strange and unproductive thinking irriteert eerder dan het fascineert, en
zo zijn er wel meer momenten dat een hallucinatieve tred de muziek tragisch, koud en verlaten
doet aanvoelen. Momenten van gelukzaligheid en optimisme zijn er gelukkig ook; het
opbeurende Good day today zou -in een mooiere, vreemdere wereld- zo een hit kunnen zijn.

(Friesch Dagblad, 2011)

Dead Can Dance - Anastasis (2012)

poster
4,0
Mijn recensie destijds (2012):

Zestien jaar geleden is het dat het Australische duo Dead Can Dance voor het laatst een nieuwe plaat uitbracht. Lisa Gerrard en Brendan Perry gingen na Spirit Chaser elk hun eigen weg. Perry produceerde twee zeer stemmige solo-albums (Eye of the Hunter en Ark) terwijl zijn voormalige muzikale partner zich specialiseerde in het maken van filmmuziek. De esoterische hakkebordklanken en sirene-achtige stem van Gerrard zijn onder andere te horen op de soundtracks van Gladiator, Whale Rider en Oranges and Sunshine.

Voor de muziek van Dead Can Dance bestaat geen hokje. Invloeden uit klassieke muziek worden verweven met esoterische klanken en wereldmuziek, waarbij Perry zich uit in sombere, statige, sonoor gezongen partijen en Lisa Gerrard zingt in een zelf ontwikkelde klanktaal die het geheel van een extra mystieke laag voorziet. Dead Can Dance is veel geïmiteerd, maar weinig (ik noem Craig Armstrong) geëvenaard.

Anastisis (“wederopstanding”) gaat bijna naadloos verder waar Spirit Chaser ophield. Nog steeds trekken de akkoorden kathedraalmuren op die het beste tot hun recht komen op een verre, hoge rotskust. Sombere melodieën trekken als rook uit de aarde omhoog, waren door uitgestrekte oerbossen, om dan, in donkere, gesmoorde koren, te verwaaien op het ritme van een middeleeuwse treurfanfare. Zelfs als Perry zingt van “We are the children of the sun / there's room for everyone / sunflowers in our hair”, klinkt hij als een zombie-Jim Morisson.

Met acht nummers die allemaal pakweg zeven minuten duren, is Anastasis geen licht verteerbare kost. De monotonie slaat hier en daar toe, misschien ook wel omdat druilzuil Brendan Perry veel dominanter aanwezig is dan Lisa Gerrard. Zij mag zich uitleven in Return of the She-King, dat met zijn doedelzakecho's voor een sprankje groen tussen de grijstinten zorgt. Evengoed, met Children of the sun, Opium en All in good time maken de grijstinten wel de meeste indruk.

Ernest Beuving - Ode (2010)

poster
4,0
Mijn recensie destijds:

Het tokkelen van een gitaar vult de kamer, een gloedvolle, ingehouden stem zingt 'dit is een ode, een gedicht / aan elke zwakke plek / die jij al zolang kent / en ik maar niet ontdek'. Als je niet beter wist, dan zou je denken dat het een vergeten liedje is, opgenomen rond 1970, waarschijnlijk van een of andere Nederlandstalige zanger uit de school van Boudewijn de Groot, Armand of Ede Staal. Het aanzwellende pathos, het 'jododo'- refrein, de dames van het achtergrondkoor, dit is muziek uit een wereld van ver voor twitteren, app-stores en trending topics.

Maar het is niet zo. Ode is de opener en het titellied van het meest recente album van cabaratier en zanger Ernest Beuving. Hij is iemand die zonder meer weet wat hij doet: alle moderniteiten negerend creëert hij een zwart wit-foto van muziek die lonkt als een vertrouwde, rustige oase in het roerige nu. Een plaatje uit de tijd dat de wereld (zeker met kennis achteraf) een stuk duidelijker leek. De achtergrondzang is afkomstig van popkoor Sparkle, en verder zorgen Spaanse gitaren, mandolines en een accordeon voor een overtuigend en coherent klankenpalet. Oh ja, ook de via Youtube zeer bekend geworden kunstfluiter Geert Chartrou blaast een partijtje mee.

Het vijfde liedje heet Heimwei naar de koude oorlog (Elke man in een regenjas was een KGB-spion / waarvan onze bondgenoot 007 altijd won) en dat laat horen dat het perspectief toch echt in het heden licht. Chartrou kleurt Flierefluiter in, en Beuving maakt prachtig gebruik van de diepere baslagen in zijn stem. Stille Liefde is melodieus en melancholisch ('Ik hoor jou nog overal / waar stilte is'), Helga Melissen zorgt voor de lekker 'ouderwetse' tweede stem onder het refrein.

Alle acht liedjes op dit album zijn even sterk. Beuving levert met Ode een dijk van een plaat af.

Frédérique Spigt - Land (2011)

poster
De romantiek van het cowboybestaan was vroeger aan Frédérique Spigt wel besteed.
Dankzij series als Bonanza en Rawhide liep zij als kind met een klapperpistooltje op
straat en de liefde voor de rauwe romantiek van het wilde westen is nooit helemaal over
gegaan. Op haar nieuwste cd Land staan zestien nieuwe liedjes van haar eigen hand, en
die laten een erg Amerikaans country, blues en folk geluid horen. Spigt nam het album op
in de Achterhoek, het Nederlandse Texas, waar de studio van Bennie Jolink staat.

Spigt brak in de jaren tachtig door met haar band I’ve got the bullets, maar de androgyne
cult-heldin kreeg als soloartieste pas een voet tussen de deur toen zij van Engelse op
Nederlandstalige teksten overstapte. Land is, ondanks de in beide talen te lezen titel, een
ietwat verassende terugkeer naar het Engels. Een terugkeer die niet los kan worden
gezien van het Amerikaanse frame waarbinnen titels als Little valley town, Tessie rides
her Palomino of My horse is crippled zich afspelen. Het Engels past daar nou eenmaal
beter bij, de taal alleen al roept de nodige countryassociaties op.

Met een witte hoed op en huiverig in een lange jas gewikkeld, heel in de verte wat
tekenen van menselijke bewoning, zo staat de zangeres in het desolaat zwart-witte
landschap van de hoes. De sobere eenzaamheid die de foto uitstraalt komt ook duidelijk
in de muziek terug. Dobro, akoestische gitaar en ‘fiddle’ (gespeeld door Joost van Es)
domineren het geluid, dat veelal kaal is en vol gure, open vlakten. Op de binnenhoes
wordt de Franse schrijver André Gide aangehaald; ‘One does not discover new lands
without consenting to lose sight of the shore for a very long time’.

Nieuw land ontdekken, dat doet Frédérique nu juist niet. Elk liedje klinkt meteen bij de
eerste maat vertrouwd, of het nu om een liefdesliedje gaat, een boevenballade of een
gesnikte blues. ‘I walked inside a bar / ‘Cause I had an ugly thirst / A bounty hunter
pulled his pistol / So I had to shoot him first (Hunted like a fox), ‘My love left / She don’t
want me back / My love left / And I light another fag’ ( Drunk and crazy) of ‘I’m sitting
out here thinking / While your name echoes throught the land’ (Staring at the fan), ook de
teksten komen uit het grote standaard boek van de eenzame cowboy-lyriek.

Het is gelukt om van al deze genreclichés tot een solide, nieuw geheel te smeden, waarbij
overbodige opsmuk achterwege is gelaten en het countrygevoel voorop staat. Maar
verassingen ontbreken, zelfs de gastbijdragen van Bennie Jolink kabbelen onopvallend
voorbij. Een speelsere interpretatie had van Land meer kunnen maken dan deze degelijke,
stijloefening.​

Kate Bush - 50 Words for Snow (2011)

poster
4,5
Waar het gerucht vandaan komt is niet bekend. Iemand zal eens in een moment van
profileringsdrang beweerd hebben dat Inuit wel vijftig woorden voor sneeuw kennen. Een
interessant gegeven: als er vijftig verschillende woorden voor zijn, dan moeten er ook zoveel
verschillende sneeuwsoorten zijn, elk in ijzig minuscule nuances verschillend van de andere.
Poolbewoners kennen die verschillen, terwijl wij met onze polderogen alleen natte, droge en
gele sneeuw onderscheiden. Dit gegeven inspireerde Kate Bush tot het maken van het meest
verstilde album uit haar muzikale loopbaan.

Met popmuziek heeft 50 words for snow op het eerste gehoor niet zoveel te maken. Met zeven
liedjes verspreid over ruim een uur maakt Bush het qua gemiddelde speelduur nog bonter dan
op de ietwat saaie voorganger Aerials (2005). Toch is dit nieuwe album een stuk
toegankelijker. Vanaf opener Snowflake (gezongen vanuit het perspectief van een vallend
pluisje sneeuw) tot het afsluitende liefdeslied Among angels (ingetogen, met alleen zang en
piano) wordt je als luisteraar in een sfeer van claustrofobische geborgenheid gezogen. Zoals
Slauerhoff in zijn gedichten woonde, zo vertoefd Kate Bush in een iglo van muziek.

Dat er een volk is met vijftig woorden voor sneeuw is intussen als fabeltje ontmaskerd. In het
titelstuk van deze cd wordt ene professor Joseph Yupik opgevoerd, die desalniettemin een
poging doet om zo’n lijst bijeen te verzinnen. Een knappe lijst boordevol poëtische vondsten
als Vanille storm, Psychische hagel, Jagers droom of Lijster braille. Of het nu komt doordat
komiek/schrijver Stephen Fry de rol van de professor speelt, of omdat zo’n opsomming prima
past binnen het bijna hypnotiserende, onthaastende karakter dat de hele plaat kenmerkt, ook
na vier, vijf keer luisteren komt het niet in me op om te zappen.

De hoge stem waarmee Kate Bush dertig jaar geleden hit na hit scoorde, is niet meer. Haar
geluid heeft zich fraai verdiept. Het sterke Wild Man (over een expeditie in de Himalaya) lijkt
het nog meest op een single, hoewel het vergeefs zoeken is om iets dat lijkt op Wuthering
heights of Running up that hill. De hoge partijen worden hier door mannen gezongen (Albert
Mackintosh op Snowflake en Andy Fairweather Low op Wild Man) en dat is een geslaagd
experiment.

Elton John zingt de mannelijke partij op het letterlijk en figuurlijk weidse duet Snowed in on
Wheeler Street, over twee geliefden die gedoemd zijn tot een leven zonder elkaar. Het is een
subliem gebracht, onderkoeld stuk (‘Excuse me I'm sorry to bother you, But don't I know
you? There's just something about you. Haven't we met before? / We've been in love forever’)
dat ik graag als hoogtepunt zou noemen, ware het niet dat de overige composities er niet voor
onder doen. Deze hele plaat is ijskoud genieten.

Meindert Talma - Kelderkoorts (2013)

poster
4,0
(recensie 2013)

Meindert Talma is terug bij zichzelf. Niet dat hij weg was, integendeel. De laatste jaren verscheen bij Excelsior Records het ene na de andere project, zoals de soundtrack bij de film Tamango, de gospelblues coverplaat Nu Geloof Ik Wat Er In de Bijbel Staat en dè soundtrack bij het voor Holland uiterst sneu verlopen EK 2012, Eenmaal Oranje. Soms denk ik wel, als Oranje in Oost-Europa geschitterd had, dan was Talma nu net zo beroemd als Harry Vermegen. Het heeft niet zo mogen zijn.

Zijn oude makkers van The Negroes schitteren helaas alleen in het boek, maar met Kelderkoorts levert het Feanster multitalent een album af dat aansluit bij zijn vroegste werk. Toetsen en zang staan lekker centraal. De songs zijn uit eigen leven gegrepen en als het niet over Talma zelf gaat, dan wel over al die 'onopvallend opvallende' personen die hij in zijn tijd als student en beginnend schrijver/popster observeerde. Surhuisterveen speelt een rol, de liefde voor het creatieve doe-het-zelf werk, plus het Noordelijk studentenleven van de jaren tachtig en negentig en daarbij zijn de teksten doortrokken van christelijke normen en waarden en ook beeldsymboliek, luister maar naar de liedjes Crucifix en G.B.J. Hiltermann.

Wat ik aan Kelderkoorts het fijnste vind, is dat de melodieën helemaal terug zijn. Talma kan het met tekst alleen ook wel, maar hij heeft ook een gevoel voor melodie die de toegankelijke wonderlijkheid van zijn woorden naar onverwachte gevoelens vertaald. Een sterk voorbeeld daarvan is De Stadskabouter, dat in handen van elke andere muzikant een anekdotische grap zou zijn gebleven, met droge koekjesregels als ' ...via www.amazon.com / besteld hij allerlei obscure synthesizerplaten / uit Japan en de Verenigde Staten'. Bij Meindert Talma komt het wel tot leven, je krijgt er kippenvel van en je neuriet het refrein, publiekelijk, zonder dat je er erg in hebt.

North Atlantic Oscillation - Fog Electric (2012)

poster
4,0
Ze zijn gefascineerd door de zee en door het weer, de drie mannen van de Schotse band Northern
Atlantic Oscillation. De naam van de groep verwijst naar een meteorologisch fenomeen dat
bepalend is voor het zeeniveau in de noordelijke Atlantische oceaan. De titel van het nieuwe,
tweede album Fog Electric verwijst naar elektrische mist, een spookachtig gebeuren dat ervan
verdacht wordt schepen en vliegtuigen te doen verdwijnen in de wateren van de Bermuda driehoek.

Op de voorkant van het album prijkt een grijsblauw portret de Wyre Majestic, een boot die voer in
de door ijsbergen gekoelde golven tussen IJsland en Schotland. Het liep in 1974 vast op de rotsen
bij een vuurtoren met de naam Rubha a' Mhail. Zo koud als het beeld van het scheepswrak aan doet,
zo ijl klinkt de muziek van NAO. Als een hoge golf die op te rotsen in een mist van miljoenen
druppels uiteenspat, zo waaieren de keyboarmelodieën en poëtisch gefraseerde zanglijnen over je
heen. Maar het is een verwarmende mist, weldadig prikkelend, een elektrische regenboog.

De kleurrijke keyboarmelodieën – brede, aangeklede akkoorden – vormen de basis onder de liedjes.
Hoewel 'liedjes' niet de juiste manier is om titels als Soft Coda, Expert with Altimeter of Downhill te
omschrijven. Schetsen zijn het evenmin, daarvoor bevat de muziek te veel 'hooks', pakkende
invallen.

Soft Coda is een geslaagde kruising tussen de alternatieve pop van Air, Super Furry Animals of
Grandaddy met het geluid van een scheepsbel in de mist. De gitaarsalvo's die The Receiver naar de
haven lokken, storten zich vanaf een vuurtoren de diepte in. Op water getatoeëerde woorden
golven in Downhill vreedzaam van je af.

Fog Electric is net zo betoverend als het debuut uit 2010, maar de muziek is iets verder afgeslankt
en gestroomlijnd. Sommige passages vallen nog tussen wal en schip. Maar laat dat nou net de plek
zijn waar bands als deze de meest fascinerende schatten ontdekken.

Paradise Lost - Gothic (1991)

poster
5,0
Pure, ijskoude, wanhopige perfectie.

Ram Jam - Portrait of the Artist as a Young Ram (1978)

poster
4,5
Persoonlijke top 30 heavy rock 1978:

1. Ram Jam Portrait of the artist as a young ram
2. Styx Pieces of eight
3. Rush Hemispheres
4. Van Halen Van Halen
5. Journey Infinity
6. Cheap Trick Heaven tonight
7. REO Speedwagon You can tune a piano but you can't tuna fish
8. AC/DC Powerage
9. Toto Toto
10. Nazareth No mean city
11. Wishbone Ash No smoke without fire
12. Boston Don't look back
13. Judas Priest Stained Class
14. Rainbow Long live rock 'n roll
15. Trillion Trillion
16. Heart Dog & butterfly
17. Foreigner Double vision
18. Judas Priest Killing machine
19. UFO Obsession
20. Molly Hatchet Molly Hatchet
21. Trevor Rabin Trevor Rabin
22. Detective It takes one to know one
23. Saga Saga
24. Striker Striker
25. 1994 1994
26. Starz Coliseum rock
27. BTO Street action
28. Trigger Trigger
29. Angel On earth as it is in heaven
30. Paul Stanley Paul Stanley

Scorpions - Rock Believer (2022)

poster
3,5
Ganz toll, sehr gut.

Steve Hackett - Beyond the Shrouded Horizon (2011)

poster
4,0
Veertig jaar geleden trad gitarist Steve Hackett samen met drummer Phil Collins toe tot een
worstelend lokaal collectief dat onder de naam Genesis al twee veelbelovende elpees had
opgenomen. Acht toonaangevende elpees later, net voordat de band zich als grote hitmachine
zal ontpoppen, kiest Hackett voor een solocarrière. Zijn nieuwe album heet Beyond the
Shrouded Horizon. Het is een bijzonder hoorspel geworden, een reis van het Britse Loch
Lomond naar Egypte en vanuit daar verder de ruimte in. De inspiratie voor sommige
melodieën haalde de gitarist uit zijn dromen.

Naast andere, door branie en testosteron gedreven snarengeselaars, kwam Steve Hackett altijd
al over als een verlegen, romantische dromer. Zittend op een kruk speelde hij als jonge gitarist
zijn met klassieke invloeden overspoelde partijen met liefst met zijn ogen dicht. Klassiek,intrigerende, beeldende en vaak filmmuziek, Oosterse akkoorden en Britse folk vormen ook nu nog de ingrediënten waarmee intrigerende, vaak ingetogen nummers worden gevlochten.

Hackett zingt meestal zelf, ook al is hij geen topper achter de microfoon. Hij zoekt zijn heil in
zachte baspartijen en meerstemmig opgenomen, folky passages. Zoals in opener Loch
Lomond , waarbij hij de luisteraar langs scherpe gitaarmuren en door schuimende orgels de
haven uitloodst, naar kalmer water met veel ruimte voor sireneachtige wijzen en
breeduitwaaierende ritmes. Soms, in de vele instrumentale passages, klinkt zijn gitaar eerder
als een cello of een viool.

Zangeres Amanda Lehman zingt het esoterisch rockende Waking to Life. Catwalk biedt
wereldse bluesrock, terwijl het lange Turn this Island Earth (11:51 minuten) verbluffend
vingervlugge metalpassages kent. Beyond the Shrouded Horizon is een cd vol afwisseling,
maar de ontspannen, ruimtelijke momenten overheersen. Gelukkig maar, want Hackett is op
zijn best wanneer hij de drukte achter zich laat. Zoals bij Looking for fantasie, waarvan de
melodie werd voorgezongen door Jimi Hendrix, toen die een gratis concert gaf in een droom.

Suzy Dexter - Lost Track of Time (2011)

poster
3,0
Er is weinig aan Suzy Dexter, zelfs haar naam niet, dat doet vermoeden dat zij 'gewoon' een Nederlandse zangeres is. Een verdwaalde Amerikaanse ziel, dat zal het zijn. Als ze in het eerste liedje van haar nieuwe cd Lost track of time met een doorleefde snik zingt dat ze haar koffers en kinderen pakt om met het vliegtuig 1400 mijlen te vliegen, 'back home / back where I belong', dan kan 'home' niet anders zijn dan het land waar de Mississippi stroomt.

Dat Suzy in Brabant is opgegroeid, in Utrecht woont en haar album veelal thuis, op zolder, heeft opgenomen, daar moet je de kleine lettertjes voor lezen. De Amerikaanse jas zit dan ook als gegoten.
Lost track is Dexter's tweede volwaardige langspeler en het is een (h)eerlijke, vooral ontspannen en professioneel klinkend geheel geworden. De zangeres schreef alle tien liedjes zelf, en voelt zich hoorbaar als een vis in het water. Weinig poespas, veel gevoel. De band, met onder andere gitaristen Rob Hendriks en singer-songwriter BJ Baartmans, heeft slechts drie dagen nodig gehad om de muziek vast te leggen: twee dagen repeteren, één dag opnemen. Met pro-tools en computer, maar het live-gevoel domineert desondanks. Zeker als de beide gitaristen lekker los gaan, zoals in het titelnummer en Just in Case, waarin overtuigend naar een climax wordt toegewerkt.

Een punt van kritiek is er ook. Lost track is wel zo'n een plaat waarvan je, door de soms wat al te stereotype country- en bluesrock elementen, bij de eerste maten al denkt dat je hem eerder gehoord hebt. Vertrouwd en netjes binnen de lijnen gekleurd. Maar voor wie verder luistert, volgen toch enkele verrassingen; zoals het zwoele, jazzy Deep blue love, of Stones girl (met Gerard Kleijn op trompet), My belly's on fire met zijn zoete achtergrondkoor, en het van een warmbloedig calypso-ritme voorziene Sometimes I lie.

Uriah Heep - Return to Fantasy (1975)

poster
4,0
Een van de geslaagdere albums van Uriah Heep, waarbij de typerende melodieuze, fantasy-getinte nummers worden aangevuld met meer mainstream klinkende rockers en ballades. Zanger David Byron is uitstekend in vorm en maakt indruk met zijn kopstem op bijvoorbeeld Beautiful dream. Hij zingt zo soepel en naturel in de hogere registers, wie doet hem dat na? Shout it out (bonusnummer op remaster) had op het reguliere album niet misstaan, dat gelft ook voor The time will come! Kant B is rustiger en subtieler dan de A-kant, met de grote hit Return to Fantasy. Niet een typische plaat voor hardrockpuristen, neem ik voorzichtig aan, maar voor wie niet bang is voor een slide-gitaar of saxofoon een lekkere plaat.