Simon Carmiggelt staat me nog op het netvlies gebrand. Zijn wat scheve treurige gezicht, de man van de Kronkel en die kronkel stond ook op zijn voorhoofd gedrukt als een rimpel waaraan je zijn hele leven kon aflezen. De Vara had Carmiggelt, zoals ik me herinner uit de jaren zeventig, ingehuurd als dagsluiter met de voordracht van een Kronkel. Ingeleid door
‘In a Sentimental Mood’ van Duke Ellington, verscheen de sociaaldemocraat in een wat slobberig pak gekleed op het scherm en hield zijn voordracht. Eigenlijk de beste manier om zijn verhalen tot je te nemen, rechtstreeks uit zijn mond. Want, het waren plaatjes met woorden, deze Kronkels. En de personages die hij aan het woord liet, in hun alledaagse conversaties zonder omhaal van woorden, legde hij vaak een onvervalst Amsterdams accent in de mond. Maar dan toch weer zó, dat het nooit plat klonk, maar een extra lading kreeg, een nadruk op ieder woord.
Als het einde van zijn verhaaltje kwam, zoomde de camera in en kon je de laatste treffende regel van zijn lippen horen rollen, de huiskamer in, het gemoed in. Die dreunde dan veelbetekenend nog even na, terwijl zijn gezicht vervaagde. De TV kon uit.
Carmiggelt schreef eenvoudig, oppervlakkig gezien, maar ieder woord viel exact op de juiste plaats. De veelschrijver beoefende zijn vak met precisie. Carmiggelt moet een tobberaar geweest zijn. Zijn observaties waren droevig en komisch tegelijk. Een gelatenheid, wat we nu noemen: ‘het is wat het is’. Vanuit de werkelijkheid van het leven, dat zelden ideaal is.
Ik bewaar nog een paar Salamander-pockets met zijn Kronkels. Oneindig veel zijn er uitgegeven. Een volksschrijver was hij, zonder navolging. Het veel-schrijven was ook zijn beperking. Niet alles maakt nu nog indruk, heel eerlijk gezegd. Een beetje minder was beter geweest, misschien. Inmiddels, heb ik de indruk, is Carmiggelt in de vergetelheid geraakt.
Zelf neem ik zijn pockets mee op vakantie. Even een Kronkeltje lezen, dat past mooi tussen de bedrijven door. Het waren cursiefjes voor het Parool. Niet voor de eeuwigheid gemaakt. Snel geschreven, snel vergeten. Maar toch, echte pareltjes van vertelkunst zitten ertussen.
Carmiggelt: Na Jaren (1977)