NL8005961A - Verbetering met betrekking tot bandloopvlakken en banden, en de vervaardiging daarvan. - Google Patents
Verbetering met betrekking tot bandloopvlakken en banden, en de vervaardiging daarvan. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8005961A NL8005961A NL8005961A NL8005961A NL8005961A NL 8005961 A NL8005961 A NL 8005961A NL 8005961 A NL8005961 A NL 8005961A NL 8005961 A NL8005961 A NL 8005961A NL 8005961 A NL8005961 A NL 8005961A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tread
- tire
- passages
- openings
- carcass
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60C—VEHICLE TYRES; TYRE INFLATION; TYRE CHANGING; CONNECTING VALVES TO INFLATABLE ELASTIC BODIES IN GENERAL; DEVICES OR ARRANGEMENTS RELATED TO TYRES
- B60C11/00—Tyre tread bands; Tread patterns; Anti-skid inserts
- B60C11/03—Tread patterns
- B60C11/032—Patterns comprising isolated recesses
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60C—VEHICLE TYRES; TYRE INFLATION; TYRE CHANGING; CONNECTING VALVES TO INFLATABLE ELASTIC BODIES IN GENERAL; DEVICES OR ARRANGEMENTS RELATED TO TYRES
- B60C11/00—Tyre tread bands; Tread patterns; Anti-skid inserts
- B60C11/02—Replaceable treads
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60C—VEHICLE TYRES; TYRE INFLATION; TYRE CHANGING; CONNECTING VALVES TO INFLATABLE ELASTIC BODIES IN GENERAL; DEVICES OR ARRANGEMENTS RELATED TO TYRES
- B60C11/00—Tyre tread bands; Tread patterns; Anti-skid inserts
- B60C11/03—Tread patterns
- B60C11/032—Patterns comprising isolated recesses
- B60C11/0323—Patterns comprising isolated recesses tread comprising channels under the tread surface, e.g. for draining water
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Tires In General (AREA)
- Tyre Moulding (AREA)
Description
ï* \ / é t
Verbetering met betrekking tot bandloopvlakken en banden, en de vervaardiging daarvan
De uitvinding heeft betrekking op bandloopvlakken en banden, en de vervaardiging daarvan,
Bandloopvlakken kunnen gevormd en verhard worden als één geheel met een bandkarkas cm een volledige band te 5 vormen, of de loopvlakken kunnen afzonderlijk van het karkas gevormd worden cm vervolgens daaraan gehecht te worden cm een volledige band te vormen. Een afzonderlijk gevormd loopvlak kan de vorm aannemen van een loqpvlakstrook van een lengte tenminste gelijk aan de omtrek van de band, waarin het opgenomen moet 10 worden, waarbij de einden van de loopvlakstrook verbonden worden wanneer de loopvlakstrook op het karkas aangebracht is tijdens de constructie van de band. Afzonderlijk gevormde loopvlakken kunnen aangebracht worden op nieuwe karkassen, of op de karkassen van gebruikte banden, waarvan het oorspronkelijke loopvlak ver-15 wijderd is.
De gebruikelijke bandloopvlakken hebben een ingewikkeld en nauwkeurig ontworpen patroon van ribben en blokken cm een netwerk van oppervlakgroeven te vormen met het oogmerk om het irogelijk te maken cm met een gebruikelijke band op een nat 20 geplaveid oppervlak te werken zonder ongewenste opzameling van water tussen het loopvlak en het geplaveide oppervlak. Een dergelijke opzameling van water kan de adhesie van de band aan het geplaveide oppervlak in ernstige mate doen afnemen en zodoende een gevaarlijke vermindering van de rem- en stuurver-25 mogens veroorzaken. Deze gebruikelijke bandloopvlakken vereisen ingewikkelde en dure vormen cm het loopvlakpatroon te vormen.
De onderhavige uitvinding verschaft een nieuwe vorm van bandloopvlak en een band waarin het nieuwe loopvlak opgencmen is (in samenhang met werkwijzen voor het vervaardigen van het 30 loopvlak en de band) waarbij een alternatieve aanpak toegepast is cm de goede adhesie op een nat geplaveid oppervlak te bewaren, 80 05 9 6 1 2
V
en de vorming van de band vereenvoudigd is, met daaruit voortvloeiende economische voordelen.
Volgens een eerste aspect van de uitvinding is voorzien in een bandloqpvlak, opgebouwd uit elastomeermateriaal en voorzien 5 van een grondaanrakingsoppervlak, dat in hoofdzaak glad is en voorzien is van een aantal afzonderlijke openingen, die zich in het loopvlak uitstrekken vanaf dit oppervlak om in verbinding te staan met tenminste één waterafvoerdoorgang binnen het loopvlak.
Die tenminste ene waterafvoerdoorgang is bij voorkeur 10 in antrekszin aangebracht binnen het loopvlak.
Bij voorkeur bevat het loopvlak een aantal waterafvoer-doorgangen, die al dan niet aider ling verbanden kunnen zijn binnen het loopvlak. Dit aantal waterloosdoorgangen kan in antrekszin of dwars uitgericht zijn binnen het loopvlak, of onder elke 15 geschikte tussengelegen hoek, of onder elke carbinatie van dergelijke uitrichtmogelijkheden. Dit aantal waterafvoerdoorgangen kan een rechtlijnig of ruitvormig rooster van onderling verbonden doorgangen, of een dendritisch netwerk van doorgangen vormen.
Wanneer het loopvlak deel uitmaakt van een band, 20 loopt de enige verbinding van de of elke waterafvoerdoorgang met de buitenzijde van de band bij voorkeur door de genoemde openingen, maar de. doorgang of tenminste enkele van het aantal doorgangen kan in aanvulling daarop open zijn naar de buitenzijde van de band in het steungebied van de band aan de buitenzijde van 25 het oppervlak van het loopvlak, dat normaal met de grond in aanraking kcant, en bij voorkeur aangrenzend aan dit grondaanrakingsoppervlak.
Het grondaanrakingsoppervlak van het loopvlak kan voorzien zijn van een of meer continue of onderbroken groeven, die bij voorkeur in hoofdzaak in antrekszin verlopen en bij 30 voorkeur geen enkele waterafvoerdoorgang direct snijden, maar die een of meer van de genoemde openingen kunnen ^snijden, of als alternatief kunnen het uitgerichte verband en/afmetingen van de groef of groeven in oanbinatie met de afmetingen en instellingen van de openingen zodanig zijn dat geen enkele groef enige opening 35 of enig deel van enige opening snijdt. Bij voorkeur staat geen 80 05 9 6 1 A. * 3 enkele cmtreksgroef in enige direct of indirecte verbinding binnen het loopvlak met enige waterafvoerdoorgang.
De afzonderlijke openingen kunnen geheel begrensd zijn door loopvlakmateriaal (en zijn bijvoorbeeld geen open sleuven 5 die zich tot de randen van het loopvlak uitstrekken) en zijn bij voorkeur in omtrekszin verdeeld in het loopvlak zodat het grondaanrakingsoppervlak van het loopvlak continue ribben van loopvlakmateriaal vertoont,- die zich dwars of onder een hoek, die bij voorkeur niet groter is dan 40°, uit de dwarsrichting 10 uitstrekken over de volle breedte van het grondaanrakingsoppervlak, waarbij de continuïteit van deze ribben alleen onderbroken wordt door de groef of groeven, indien aangebracht.
Het loopvlak kan gevormd zijn met een eerste, radiaal buitenste gedeelte, dat zich radiaal naar binnen uitstrekt vanaf 15 het grondaanrakingsoppervlak, en een tweede, radiaal binnenste gedeelte meer radiaal binnen het loopvlak dan het radiaal buitenste gedeelte, waarbij het eerste, radiaal buitenste gedeelte alleen de openingen en de groef of groeven, indien aangebracht, bevat en het tweede, radiaal binnenste gedeelte alleen de afvoerdoorgang 20 of -doorgangen bevat in samenhang met de radiaal binnenste delen van de groef of groeven, indien aangebracht en indien dieper dan de radiale uitgestrektheid van het radiaal buitenste gedeelte van het loopvlak. Het bijeengenomen volume van de openingen in het radiaal buitenste gedeelte van het loopvlak, kan in de orde van 25 5% tot 65% van het totale volume van het radiaal buitenste gedeelte, en bij voorkeur in de orde van 10% tot 50%, bedragen. Het volume of bijeengenomen volume van de waterafvoerdoorgang of -doorgangen in het radiaal binnenste gedeelte van het loopvlak kan in de orde van 10% tot 70% van het totale volume van het radiaal binnen-30 ste gedeelte, en bij voorkeur in de orde van 15% tot 55%, bedragen.
De openingen kunnen elke geschikte doorsnedevorm hebben, en kunnen bijvoorbeeld cirkelrond, of elliptisch, of driehoekig, of vierkant, of rechthoekig, of trapeziurtwormig of ruitvormig zijn, of elke geschikte combinatie van verschillende 35 vormen vertonen. De openingen hebben bij voorkeur afzonderlijke Ω A Π R 0 fi 1 4 doorsnedeqppervlakken van. niet minder dan 9 vierkante millimeter.
De waterafvoerdoorgang of -doorgangen kunnen allerlei geschikte doorsnedevormen en -oppervlakken hebben, die voldoende doorgang van water verschaffen wanneer het loopvlak, als deel van 5 een band, in gébruik is met een bepaalde snelheid op een oppervlak, dat met water van een bepaalde hoogte bedekt is. Het gebied van het loopvlak, dat op elk moment in aanraking is met de grond, zal samengedrukt worden onder het gewicht van het voertuig in samenhang met een dynamische belasting die bijvoorbeeld te 10 wijten kan zijn aan de oneffenheid van de grond. Het is wenselijk dat de waterafvoerdoorgang of -doorgangen niet geheel gesloten moeten worden door deze samendrukking, en het verdient ook de voorkeur dat de waterafvoercapaciteit van de doorgang of -doorgangen niet in ongewenste mate verminderd wordt door deze 15 samendrukking. Bijgevolg is de doorsnedevorm van een waterafvoer-doorgang, die de voorkeur verdient, vierkant of rechthoekig of van zodanig andere vorm die de neiging zal hebben cm open te blijven zelfs wanneer deze samengedrukt wordt, en de minimum afmeting, die de voorkeur verdient, bedraagt 2 millimeter in een radiale 20 richting met betrekking tot het loopvlak.
Volgens een tweede aspect van de uitvinding is voorzien in een band, bij voorkeur een luchtband, voorzien van een karkas, en een bandloopvlak volgens het eerste aspect van de uitvinding.
De band kan een radiaal.band zijn, waarin een loopvlakversterkings-25 onderbreking qpgencmen is, die zich tussen het karkas en het loopvlak bevindt, of uit een kruislaagband bestaan, of de band kan met een voorspangording uitgevoerd zijn, waarin een lcopvlakver-sterkingsonderbreking opgenoren is, die zich tussen het karkas en het loopvlak bevindt.
30 Het loopvlak kan als één geheel gevormd zijn met het resterende gedeelte van de band ander bijvoorbeeld toepassing van door oplossing of smelting vernietigbare of verwijderbare kernen om de loopvlakopeningen en -doorgangen te vormen, of als alternatief kan het loopvlak onafhankelijk van het karkas gevormd 35 zijn, bijvoorbeeld als een loopvlakstrook of een loqpvlakhoepe]*wahij 80 05 9 6 1 A' < 5 de loopvlakstrook vervolgens aan het karkas verbonden of bevestigd wordt volgens een of andere geschikte werkwijze om een volledige band te vormen, en waarbij de loopvlakhoepel uit een eindloze loqpvlaklus bestaat voor toepassing bij bandkarkassen die ontworpen 5 zijn cm verwisselbare loopvlakken aan het karkas bevestigd te hébben door vastklenming en/of wrijving.
(Zodoende omvat het eerste aspect van de uitvinding een bandloopvlak, of als een één geheel daarmee vormend bestanddeel van een band, of als één geheel vormend bestanddeel afzonderlijk 10 van een band, bijvoorbeeld als een loopvlakstrook of als een loopvlakhoepel).
De band volgens het tweede aspect van de uitvinding kan gevormd worden door een karkas dat het radiaal binnenste gedeelte van het loopvlak (dat de waterafvoerdoorgang of -doorgangen 15 bevat) als één geheel daarmee gevormd heeft, en een afzonderlijk gevormd radiaal buitenste gedeelte van het loopvlak (dat de openingen bevat), dat vervolgens aan het karkas verbonden of bevestigd wordt over het radiaal binnenste gedeelte met de openingen uitgericht met de doorgang of doorgangen, cm het volledige samsn-20 stel van karkas en loopvlak te vormen.
Volgens een derde aspect van de uitvinding is voorzien in een werkwijze voor het vervaardigen van het bandloopvlak volgens het eerste aspect van de uitvinding, bestaande uit de verrichting van het vormen van een loopvlakstrook van elastcmeermateriaal in 25 een vorm, die inwendig gevormd en gedimensioneerd is met in hoofdzaak de vereiste uiteindelijke vorm van de loopvlakstrook.
Deze werkwijze kan een verdere verrichting omvatten van het gedeeltelijk of geheel vulcaniseren van de loopvlakstrook terwijl deze zich in de vorm bevindt of na het uit de vorm verwijderen 3Q van de loopvlakstrook.
Volgens een vierde aspect van de uitvinding is voorzien in een werkwijze voor het vervaardigen van een bandloopvlak volgens het eerste aspect van de uitvinding, waarbij de of elke waterafvoer-doorgang in antrekszin aangebracht is in het gereedgekomen loopvlak, 35 bestaande uit de verrichtingen van het extruderen van elastomeer- on nc, q r i 6 materiaal door een matrijs, waarvan de opening een doorsnedevorm heeft in hoofdzaak gelijk aan die van de doorsnede van een niet van openingen voorziene loopvlakstrook, en het vervolgens boren of ponsen of op andere wijze vormen van de vereiste openingen 5 voor of na of tegelijk met het snijden van het geëxtrudeerde loopvlak tot stroken van de vereiste lengte. De matrijsopening kan een zodanige doorsnedevorm hebben dat een of meer cmtreks-groeven in het loopvlak gevormd worden als het geëxtrudeerd wordt. Het geëxtrudeerde loopvlak kan gedeeltelijk of geheel gevulcaniseerd 10 worden voor of na het in stroken van de vereiste lengte snijden daarvan, waarbij de vulcanisering of een continu of een in partijen uitgevoerd proces kan zijn.
Volgens een vijfde aspect van de uitvinding is voorzien in een werkwijze voor de vervaardiging van een band, bestaande 15 uit de verrichtingen van i) het prepareren van een loopvlakstrook volgens het eerste aspect van de uitvinding; ii) . het bekleden van een gevulcaniseerd of vulcaniseerbaar bandhulsel met een standaard door warmte verhardbare 20 loopvlaksolutie; iiil het hechten aan het bandhulsel, bijvoorbeeld door middel van een gebruikelijke rubber solutie, en/of een onverharde standaard op natuurrubber gebaseerde onderloopvlaklaag; iv) het aanbrengen van de loopvlakstrook aan het hulsel 25 en het verbinden van de einden van de strook; en v) het wikkelen van een gevulcaniseerde rubber hoepel rond de band en het verharden van het stelsel, bijvoorbeeld door stoom.
Bij de in het voorgaande beschreven werkwijze kan, 3Q wanneer een gevulcaniseerd bandhulsel gebruikt wordt, dit hulsel geprepareerd worden door bijvoorbeeld raspen voordat het bekleed wordt.
Een alternatieve werkwijze voor de bandconstructie volgens de uitvinding is als volgt: 35 i) het construeren van een gevulcaniseerd bandkarkas volgens 80 05 9 6 1 » >1 7 een geschikt proces om een verheven omtreksstrook bij elk schoudergebied te hebben; ii) het vormen van een loopvlakstrook volgens de onderhavige uitvinding (bijvoorbeeld door extrusie) en het ver- 5 binden van de einden cm een loopvlakring te vormen; iii) het insleuven van de loopvlakring tussen de schouders op het karkas.
Wanneer de resulterende band opgeblazen wordt op een geschikte wielvelg zal da luchtdruk de loopvlakring op zijn plaats 10 houden. De loopvlakstrook kan gemakkelijk vernieuwd worden door de band leeg te laten lopen, de ring door een nieuwe te vervangen en dan de band weer op te blazen. Desgewenst kunnen onrekbare omfcréksversterkingen aangebracht worden in de rubber ribben tussen de doorgangen. Voorbeelden van deze wijze van constructie 15 zijn opgenomen in het Britse octrooischrift 755.990.
Gemeend wordt dat de doorgangen in de bandloopvlakken volgens de uitvinding als afvoerwegen via de openingen vanaf het grondaanrakingsoppervlak van het loopvlak dienen maar de uitvinding wordt niet geacht beperkt te zijn door deze theorie. Het in 20 de openingen toetredende water kan alleen vastgehouden worden totdat deel van het loopvlak uit het gxondaanrakingsgebied draait, op welk moment het uitgestoten zal worden door de opgewekte centrifugaalkracht. Als alternatief of in aanvulling daarop kan het water toetreden en uittreden door verschillende openingen 25 waarbij het binnen het loopvlak overgebracht wordt door de waterafvoerdoorgang of -doorgangen.
De uitvinding zal in het volgende nader toegelicht worden aan de hand van in de schematische tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeelden daarvan. _ 30 Fig. 1 is een bovenaanzicht van een deel van het buitenoppervlak van het loopvlak van een band; fig. 2 is een radiale doorsnede door het loopvlakgebied van de band van fig. 1 volgens II-II in fig. 1; fig. 3, 4 en 5 zijn bovenaanzichten van delen van 35 loopvlakken, die alternatieve uitvoeringen van openingen en onder-
Afl 0R 0 fi 1 8 ling verbanden waterafvoerdoorgangen hebben ten opzichte van hetgeen in fig. 2 weergegeven is? fig. 6 is een radiale doorsnede door het deel-loopvlak, dat in fig. 5 weergegeven is,volgens V-V in fig. 5? 5 fig. 7 is een afbeelding in perspectief van een loop- vlakring cm aan een geschikt karkas gehecht te worden; fig. 8 is een radiale doorsnede over de loopvlakring van fig. 7, die op een bandkarkas gemonteerd is; fig. 9 is een bovenaanzicht van een deel van een 10 andere vorm van loopvlak; fig. 10 is een doorsnede volgens X-X in fig. 9; fig. 11 is een doorsnede volgens XI-XI in fig. 9; en fig. 12 is een doorsnede (corresponderende met fig. 11} van een gewijzigde vorm van het loopvlak van fig. 9.
15 Bij de beschouwing van fig. 1 en 2 wordt gezien dat een bandkarkas 17 uitgevoerd is met een elas toneer loopvlakgedeelte 11. Het loopvlakgedeelte 11 heeft een in hoofdzaak glad grondaan-rakingsoppervlak 18, dat cilindrische openingen 13 heeft, die door het oppervlak voeren naar een rechtlijnig onderling verbonden 20 rooster of netwerk van waterafvoerdoorgangen 14, welke zich door de steungebieden 12 uitstrekken bij uitgangsgaten 15. In gebruik treedt oppervlakwater in de band/grondaanraklngsstrook de openingen 13 binnen en loopt dan in cmtrékszin langs de doorgangen 14a en/of zijdelings langs doorgangen 14b cm uitgestoten te worden door de 25 uitgangsgaten 15 in de steungebieden 12. Opgemerkt zal worden dat het grondaanrakingsoppervlak 18 de grond continue dwarsribben van loopvlakmateriaal tussen in cmtrékszin opeenvolgende dwars-rijen van openingen 13 biedt.
Fig. 3 toont een loopvlakstrook 31, die cylindrische 30 openingen 33 heeft, welke voeren naar een ruitvormig of diagonaal uitgericht rechtlijnig rooster van onderl ing verbanden waterafvoerdoorgangen 34, die de steungebieden 32 bij uitgangen 35 snijden. Evenals bij het loopvlak van fig. 1 en 2 is het grondaanrakings-qppervlak 38 in hoofdzaak glad en biedt het continue dwarsribben 35 van loopvlakmateriaal tussen dwarsrijen van de openingen 33.
80 05 9 6 1 » £ 9
In fig. 4 is vervolgens een loopvlakstrook in bovenaanzicht weergegeven, corresponderende met de geometrisch overeenkomstige loopvlakken van fig. 1 en 3. De loopvlakstrook 41 is gekenmerkt door een scheef ruitvormig rooster van onderling 5 verbonden waterafvoerdoorgangen 44 binnen het loopvlak, opgebouwd uit dwarsdoorgangen, welke onderling verbonden zijn met doorgangen, die uitgericht zijn onder ongeveer 30° ten opzichte van de cmtréksrichting van het loopvlak. Bij de snijpunten van deze dwars- en onder een hoek uitgerichte doorgangen 44 is de loop-10 vlakstrook 41 voorzien van openingen 43, welke een scheve ruitvormige doorsnede hebben, die met deze snijpunten voor wat betreft de afmetingen en uitrichtmogelijkheden samengaat. De doorgangen 44 staan in verbinding met de buitenzijde van het loopvlak bij openingen 45 in de steungébieden 42 aangrenzend aan maar aan de 15 buitenzijde van het grondaanrakingsoppervlak 48.
Een andere uitvoering van het bandloopvlak volgens de uitvinding is in bovenaanzicht in fig. 5 en in doorsnede in fig.
6 weergegeven. Deze uitvoering omvat een loopvlakstrook 51, die een aantal (alleen bij wijze van voorbeeld als zeven in getal 20 weergegeven), onderloopvlak-waterafvoerdoorgangen 54 heeft, welke in amtrékszin uitgericht zijn binnen het loopvlak en welke niet onderling verbonden zijn en niet verbonden zijn met de loopvlaksteungebieden 52 als gevolg van het niet optreden van enige dwarsdoorgangen. De doorgangen 54 staan in verbinding met 25 het grondaanrakingsoppervlak 58 van de loopvlakstrook 51 via regelmatig aangébrachte openingen 53, waarvan de dwarsdoorsneden in hoofdzaak vierkant en wat groter dan de breedte van de doorgangen 54 zijn. Als gevolg van het dwars uitgerichte verband van de openingen 53 biedt het grondaanrakingsoppervlak 58 30 continue dwarsribben van materiaal, maar desgewenst zouden de openingen 53 in aangrenzende cmtrekskolaimen onderling verspringend of in cmtrekszin verschoven aangebracht kunnen zijn, zodat deze continue ribben van materiaal niet zuiver dwars maar onder een of andere bepaalde hoek uitgericht waren.
35 Vervolgens wordt fig. 7 beschouwd, welke figuur een 80 05 9 6 1 10 afbeelding in perspectief van een uitvoering van een loopvlakhoepel 71 of eindloze lus van een loqpvlakstroak volgens de uitvinding is. De loopvlakhoepel 71 is overeenkomstig maar niet identiek aan de loopvlakstrook 51 van fig. 5 en 6 in zoverre dat terwijl 5 deze voorzien is van een aantal niet onderling verbonden in cmtrekszin uitgerichte waterafvoerdoorgangen 74, de openingen 73 cirkelrond of elliptisch in doorsnede zijn. Fig. 8 toont een dwarsdoorsnede van de loopvlakhoepel 71 van fig. 7 in gebruik als een verwisselbaar loopvlak op een bandkarkas 87, dat voor dit IQ doeleinde voorzien is van een cmtreksuitsparing 80, die qua afmetingen berekend is op het opnemen van de loopvlakhoepel TL· Het karkas 87 cmvat een radiale of andere geschikte versterkingslaag 86, en de loopvlakhoepel 71 cmvat bij voorkeur onrekbare cmtréks-versterkingen 79, welke ingelaten zijn in ribben 76, die tussen 15 de antreksdoorgangen 74 gevormd zijn. In plaats van of in aanvulling op de verheven zijranden van de uitsparing 80 voor het zijdelings vasthouden van de loopvlakhoepel 71 op het karkas 87 kan het radiaal binnenste oppervlak van de loopvlakhoepel 71 (d.w.z. het grootste oppervlak tegenover het grondaanrakingsoppervlak 20 781 en ook het in cmtrekszin saraengaande oppervlak van het karkas 87 uitgevoerd zijn met een (niet weergegeven) ccmplementair stelsel van ribbels en groeven on een vastklemstelsel te vormen cm zodoende de relatieve wrijving en de greep tussen de loopvlakhoepel 71 en het karkas 87, wanneer dit laatste opgeblazen is, te verhogen.
25 Vervolgens worden fig. 9, 10 en 11 beschouwd, in welke figuren een nog verdere uitvoering van de loopvlakstrook 91 volgens de uitvinding weergegeven is, welke uitvoering overeenkomstig is aan de uitvoering van fig. 5 en 6 maar in detail vereenvoudigd is vergeleken met al de eerder beschreven uitvoeringen 30 in dier voege dat de waterafvoerdoorgangen 94 zich alleen in cmtrekszin uitstrekken en dezelfde zijdelingse breedte hebben als de openingen 93. Deze aspecten kunnen duidelijk gezien worden in fig. 10 en 11 en het zal duidelijk zijn dat de constante doorsnedevorm van de loopvlakstrook zondermeer de fabricage door 35 extrusie mogelijk maakt, terwijl de gelijke breedten van de 80 05 9 6 1 11 openingen en doorgangen het ponsen of snijden van de openingen bij de extrusie vereenvoudigen zal.
Fig. 12 toont een modificatie van de eerdere uitvoering (in het bijzonder zoals in de corresponderende fig. 11 weergegeven), 5 waarbij de loopvlakstrook voorzien is van een centraal aangebrachte cmtréksgroef 120 en twee zijdelings aangebrachte omtreksgroeven 122. De groeven 120 en 122 kunnen zondermeer gevormd worden door de extrusiematrijs (indien toegepast), en kunnen desgewenst in het loopvlak toegepast worden, bijvoorbeeld on richtingstabili-10 teit aan een band te verlenen. Hoewel drie omtreksgroeven bij wijze van voorbeeld in fig. 12 weergegeven zijn, zouden andere uitvoeringen van cmtréksgroefvorming toegepast kunnen worden, zoals bijvoorbeeld slechts een enkele centrale groef of slechts een enkele zijdelingse groef, of een aantal zijdelingse groeven zonder enige centrale 15 groef, of een of andere (niet weergegeven) uitvoering met dwarse of onder een hoek aangebrachte groeven, in aanvulling op of als een alternatief op een of meer omtreksgroeven. Fig. 12 toont een voorkeursuitvoering, waarbij geen enkele amtreksgroef enige opening 93 of enige waterafvoerdoorgang 94 snijdt, maar zonder 20 buiten het kader van de uitvinding te treden kunnen een of meer al dan niet in cmtrekszin verlopende groeven toegepast worden, zander een of meer waterafvoerdoorgangen en/of openingen te snijden, om zodoende een directe verbinding te vormen binnen het loopvlak tussen een dergelijke groef of dergelijke groeven en de 25 doorgang of doorgangen en/of openingen in tegenstelling tot de voorkeursuitvoering, waarbij geen zodanige snijding of directe verbinding binnen het loopvlak optreedt.
Bij het weer beschouwen van fig. 12 wordt gezien dat de daarin weergegeven uitvoering van het bandloopvlak denkbeeldig 30 verdeeld kan worden in respectievelijk eerste en tweede gedeelten 126 en 127. Het eerste loopvlakgedeelte 126 zal het radiaal buitenste zijn wanneer het loopvlak deel uitmaakt van een band en strékt zich radiaal naar binnen uit vanaf het grondaanrakings-oppervlak 128 dat normaal het radiaal buitenste deel van een band 35 zal zijn wanneer het loopvlak deel uitmaakt van de band. Het 80 05 9 6 1 12 grondaanrakingsoppervlak 128 biedt de grond ribben van loopvlak-materiaal, die dwars continu verlopen tussen rijen van de openingen 93 af gezien van de cmtreksgroeven 120 en 122. Het tweede loopvlakgedeelte 127 zal zich radiaal meer binnen een 5 band bevinden dan het radiaal buitenste eerste loopvlakgedeelte 126 en steekt zich radiaal naar binnen uit vanaf het eerste loopvlakgedeelte 126 tot aan de radiaal binnenste uitgestrektheid van de waterafvoer doorgangen 94 die het radiaal binnenste oppervlak van het loopvlak bij de in fig. 12 voorgestelde uitvoering 10 snijden maar die dit niet behoeven te doen daar deze doorgangen als alternatief gevormd zouden kunnen worden als buizen of andere geheel cmsloten doorgangen binnen het loopvlak.
Het eerste loopvlakgedeelte 126 bevat alleen de openingen 93 en de cmtreksgroeven 120 en 122. Het tweede loopvlakgedeelte 15 127 bevat alleen de waterafvoerdoorgangen 94 zoals in fig. 12 voorgesteld maar het tweede gedeelte 127 zou ook radiaal binnenste gedeelten van antréks- of andere groeven, indien dergelijke groeven dieper waren dan het snijpunt van de openingen en de doorgangen, kunnen omvatten.
2Q Ofschoon in fig. 12 bij wijze van voorbeeld alleen cmtreksgroeven weergegeven zijn, kunnen elke willekeurige van de andere uitvoeringen van de uitvinding zoals bijvoorbeeld in fig. 1-11 weergegeven eveneens voorzien zijn van een of meer continue of onderbroken groeven die uitgericht zijn cm zodoende 25 in cmtrekszin, of in hoofdzaak in cmtrekszin of in elk ander gewenst uitgericht verband te verlopen.
De uitvinding wordt verder voorgesteld aan de hand van de volgende voorbeelden: VOOEBEIEITD 1 30 Een 155SR 13 radiaallaagband werd met een loopvlakge deelte in hoofdzaak zoals beschreven en voorgesteld in fig. 4 als volgt geproduceerd:
Het oorspronkelijke loopvlak werd afgeslepen van een 155SR 13 band onder het overlaten van een zo plat mogelijke 35 krocn. zonder de onderbreking te beschadigen. Het oppervlak werd 80 05 9 6 1 » * 13 dan tweemaal bekleed met een merkrubbersolutie en liet men dan drogen. Een laag van vulcaniseerbaar rubbermateriaal van het als "onderloopvlak" bekende soort met een afmeting van 1 mm x 110 mm werd qp de kroon van de band aangebracht.
5 Een loopvlakstrook met een opening- en waterafvoer door- gangpatroon zoals in fig. 4 weergegeven werd zo gevormd dat het iets langer was dan de onttrek van de band. Tijdens het vormproces werden de uitgangen 45 van de doorgangen 44 door de steungébieden 42 van het bandloopvlak met vormovertreksel bedekt.
10 Een merkrubbersolutie werd aan de onderzijde van de loopvlakstrook aangebracht en liet men dan drogen. De loopvlakstrook werd vervolgens rauwkeurig rond de bandkroon aangebracht met de beklede zijde aangrenzend aan het onderloopvlak.
De einden werden gesneden en verbonden en een gevulcaniseerde 15 rubber hoepel werd rond het stelsel gestrekt. De band werd vervolgens onderworpen aan strocmverwarming on de vulcaniseerbare rubber delen te vulcaniseren en zodoende de gehele band samen te binden. Het bandloopvlak van de resulterende band was in hoofdzaak zoals in fig. 4 weergegeven is, behoudens' dat de doorgangsuitgangen 20 bij 5 gesloten waren door vormovertreksel, en was als volgt:
Totale breedte met inbegrip van de steungébieden 42 1Q5 mm
Breedte van elke doorgang 44 5,2 mm
Diepte van elke doorgang 44 3 mm
Doorsnedeafmetingen van elke opening 43 5,2 x 4,7 mm 25 Afstand tussen de openingen 43 1. Zijdelings 3,6 mm 2. In cmtrekszin 3,2 mm
Ratio van het totale doorsnedeoppervlak van de openingen 43 tot het totale loop-30 vlakoppervlak 35%
Hardheid van het loopvlakrubber 70° Shore A
VOORBEELDEN 2 EN 3
Voorbeeld 1 werd herhaald behoudens dat het loopvlakrubber respectievelijk een hardheid van 83° Shore A en 40° Shore A 35 had.
80 05 9 6 1 14 n De volgens de voorbeelden l, 2 en 3 geproduceerde werden banden/elk beproefd op geluidopwekking, natte greep en warmtetoe-name in het loopvlak. Wanneer deze proeven voltooid waren werd het vormovertreksel over de doorgangsuitgangen 45 verwijderd 5 tot vijf voorbeelden 4, 5, 6 respectievelijk. Deze banden werden vervolgens- onderworpen aan dezelfde drie proeven.
Resultaten
De geluidopwekking was merkbaar verminderd voor al de voorbeelden vergeleken met een SP 4 band (70° Shore A loopvlak-10 rubber).
De natte greep-verbetering was van betekenis in die mate dat die verbazendwekkend was voor al de voorbeelden vergeleken met een SE. 4 band.
Thermograimen voor elk van de droge banden van voorbeelden 15 1 t/m 6 toonde een gelijkmatige warmte toename van lage temperatuur over het gehele loopvlakoppervlak zonder plaatselijk optredende hoge temperaturen die kenmerkend zijn voor standaard banden.
Door het niet optreden van loqpvlakblokken en -groeven in het bandloopvlak volgens de uitvinding kunnen desgewenst een 20 of meer van de volgende hoedanigheden worden verkregen: 1) De waterspeling vanaf het band/grondaanrakingsoppervlak is verbeterd en de toename van hydraulische druk (de voornaamste oorzaak van aqua-planeren) bij hoge snelheden is sterk verminderd.
2) Het vermogen van het loopvlak om de ruwheid van de 25 weg op te nemen is verbeterd.
31 De ventilatie van het loopvlak en de onderbreking is verbeterd hetgeen, in samenhang met het niet optreden van grote blokken van loppvlakrubber, resulteert in een lagere en gelijkmatiger looptemperatuur.
3Q 4) De natte greep wordt minder beinvloed door band- slijtage.
5) De geluidopwekking is sterk verminderd.
6) Door de verbeterde natte en droge greep en lagere looptemperaturen heeft men meer ruimte in de ppzet en formulering 35 van de loopvlaksamenstelling om een moeilijker slijtend en/of 80 05 9 6 1 » s 15 lichtere band te verschaffen.
VOORREKT D 7
Een 8,25 R16 radiaallaag-vrachtwagenband werd geproduceerd met een loopvlakgedeelte in hoofdzaak. zoals beschreven en 5 voorgesteld in fig. 9, 10 en 11.
Het oorspronkelijke loopvlak werd afgeraspt van een 8,25 R16 band onder het overlaten van de in hoofdzaak platte kroon zonder beschadiging van de onderbreking. Het oppervlak werd tweemaal bekleed met een merkrubbersolutie en liet men dan drogen.
10 Een loopvlakstrook zoals: in fig. 9 weergegeven werd zo gevormd dat het iets groter was dan de ontrek van de band. Deze werd dan iets langer gesneden dan de ontrek van de band langs het midden van geschikte dwarsribben, de onderzijde werd iets gepolijst on een nieuw schoon oppervlak bloot te stellen en de 15 gesneden einden en onderkantlangsribben werden bekleed met rubber-solutie en liet men dan drogen. Een dunne laag (1,5 nml van een onverharde loopvlaksamenstelling werd langs een van de gesneden einden aangebracht.
De loopvlakstrook werd dan aangebracht op het geraspte 20 karkas zoals in voorbeeld 1 beschreven en daaraan verbonden onder toepassing van het standaard "Duraband"-herhekledings-verhardings-proces.
Details van de loopvlakstrook zijn als: volgt:
Totale breedte 160 mm 25 Openingafmetingen
Dwars 9,5 mm
In cmtrékszin 17,0 mm
Diepte 11, Q mm
Breedte van de langsribben 30 Steungébied 18,75 mm
Andere 13,1 urn
Diepte van de langsribben 5,0 mm
Patroonherhaling 25,0 urn
Ratio van opening tot ongesleten 35 loopvlak 25% 80 059 6 1 16
Hardheid van loopvlakrubbers 70° Shore A
Machineproeven qp voorbeeld 7 vergeleken met een standaard productie SP 111 loopvlakpatroon "Duraband"-herbekleed waren als volgt: 5 (Noot: de standaard SP 111 had dezelfde locpvlakrubber- formulering als voorbeeld 7 en alleen de loopvlakpatronen verschilden tussen deze twee banden.) 1. Natte bochtneeirikracht.
ïfogesnelheid-bochtneemkracht-machira 10 ïfegbelasting 1000 kg
Machinebelasting 90% wegbelasting 2
Drukken 4,0, 6,5 kg/απ
Velg 6½ x 16 sliphoeken -k°, 0° - 6° rechter 15 stuur
Snelheden 16 - 145 kmh
Oppervlak schelpzandtapijt
Waterstroom 1,0 ai 7,5 liter/sec
Resultaten 20 Voorbeeld 7 en standaard SP 111 waren vergelijkbaar bij sliphoeken tot 1° maar daarna was voorbeeld 7 in toenemende mate beter, vooral bij hogere snelheden bij beide water stroomsnelheden.
2. Droge bochtneenkracht.
Hugesnelheid-bochtneemkracht-machine. Gesteldheden 25 als voor natte bochtneemkrachtproef behalve droog oppervlak. Resultaten
Geen verschil van betekenis tussen voorbeeld 7 en de standaard SP 111.
3. Nat remmen.
30 Hbgesnelheid-bochtneemkracht-mdiine. Gesteldheden als voor natte bochtneemkrachtproeven - waterstrocmsnelheid 7,5 Uar/sec Resultaten
Piek 31¾) Glij coëff % coëff 35 Voorbeeld 7 0,168 50 0,120 SP 111 0,136 70 0,100 80 05 9 6 1 17 4. Aanraklnqsdrukverdeling en grondvlakspanrangen.
Belasting 1800 kg
Druk 6,75 kg/αη2
Resultaten 5 Ben sterke vermindering van betekenis in de grond- vlakspanning in de zijdelingse richting bij voorbeeld 7 vergeleken met de SP 111 controle.
Ofschoon verscheidene vormen en afmetingen van bandloop-vlakken en van banden in het voorgaande bij wijze van voorbeeld be-10 sokeven zijn, is de uitvinding niet daartoe beperkt, en kunnen andere vormen en afmetingen van bandloopvlakken en van banden door de terzake deskundige beraamd worden zonder buiten het kader van de uitvinding te treden. De bandloopvlakken en de banden volgens de uitvinding kunnen gefabriceerd worden volgens de hier voorgestelde of volgens 15 andere geschikte werkwijzen.
Een bandloopvlak (fig. 1-12) is opgebouwd uit elasto-meermateriaal en heeft een in hoofdzaak glad grondaanrakings-oppervlak (18, fig. 1). Dit oppervlak heeft een aantal afzonderlijke openingen (13, fig. 1), die zich op het loopvlak uitstrekken om in 20 verbinding te staan met tenminste één waterafvoerdoorgang (14a, 14b, fig. 1). binnen het loopvlak.
Het loopvlak kan een of meer omtreksgroeven (120, 122, fig. 12) hebben. De doorgangen kunnen verbonden zijn met het loopvlak, (fig. 1, 3 of 4) of kunnen van elkaar geïsoleerd zijn 25 (fig. 5, 7 of 91. Het loopvlak kan gevormd zijn als een strook en aan een bandkarkas verbonden zijn (fig. 2 of 61, of gevormd zijn als loopvlakhoepel voor een met verwisselbaar loopvlak uitgevoerde band (fig. 7 en 8).
80 05 9 6 1
Claims (34)
1. Bandloopvlak, opgebouwd uit elastaneernateriaal, gekenmerkt doordat het grondaanrakingsoppervlak (18? 38? 48? 58? 78? 128} in hoofdzaak glad is en voorzien is van een aantal afzonderlijke openingen (13? 33? 43? 53? 73? 93), die zich in het loopvlak 5 (11? 31? 41? 51? 71? 91) uitstrekken vanaf dit oppervlak (18? 38? 48? 58? 78? 128) an in verbinding te staan met tenminste één waterafvoer doorgang (14a, 14b? 34? 44? 54? 74? 94) binnen het loopvlak.
2. Bandloopvlak volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat 10 de tenminste ene waterafvoerdoorgang (54? 74? 94) in cmtrekszin aangebracht is binnen het loopvlak (51? 71? 91).
3. Bandloopvlak volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat het loopvlak. (11? 31? 41? 41? 71? 91) een aantal waterafvoerdoor-gangen (14a, 14b; 34? 44; 54; 74; 94) bevat.
4. Bandloopvlak volgens conclusie 3, gekenmerkt doordat het aantal waterafvoerdoorgangen (14a, 14b; 34; 44) onderling verbonden zijn binnen het loopvlak (11; 31? 41).
5. Bandloopvlak volgens conclusie 4, gekenmerkt doordat onderling verbonden doorgangen (14a, 14b; 34; 44) een of 20 rechtlij nig/dendritiscfi rooster of netwerk van doorgangen vormen.
6. Bandloopvlak volgens een der voorgaande conclusies, gekenmerkt doordat de of elke waterafvoerdoorgang (54; 74? 94) zo gevormd is dat wanneer het loopvlak (51; 71; 91) deel uitmaakt van 25 een band, de enige verbinding van de of elke doorgang (54; 74; 94) met de buitenzijde van de band door de openingen (53; 73; 93) in het loopvlak verloopt.
7. Bandloopvlak volgens een der conclusies 1-5, gekenmerkt doordat de of elke waterafvoerdoorgang (14a, 14b; 34; 44) 3Q zo gevormd is dat wanneer het loopvlak (11; 31; 41) deel uitmaakt van een band, de doorgang of tenminste enkele van de doorgangen (14a, 14b; 34; 44) in verbinding staan met de buitenzijde van de band in het steungebied van 'de band (12? 32; 42) buiten het grondaanrakingsoppervlak (18; 38; 48) in aanvulling op in verbinding te staan met 80 05 9 6 t de buitenzijde van de band via de openingen (13; 33; 43) in het loopvlak.
8. Bandloopvlak volgens een der voorgaande conclusies, gekenmerkt doordat het gxondaanrakingsoppervlak (138) van het 5 loopvlak (fig. 12) voorzien van een of meer groeven (120, 122).
9. Bandloopvlak volgens conclusie 8, gekenmerkt doordat de groef of groeven (120, 122) in hoofdzaak in omtrekszin verlopen.
10. Bandloopvlak volgens conclusie 8 of 9, gekenmerkt 10 doordat de groef of groeven (120, 122) geen enkele opening (93) in het loopvlak snijden (fig. 12).
11. Bandloopvlak volgens conclusie 8, 9 of 10, gekenmerkt doordat de groef of groeven (120, 122) niet in verbinding staan binnen het loopvlak (fig. 12) met enige waterafvoerdoorgang 15 (941.
12. Bandloopvlak volgens een der voorgaande conclusies, gekenmerkt doordat de openingen (13; 33; 43; 53; 73; 93) in het bandloopvlak in cmtrekszin verdeeld zijn in het loopvlak zodat het grondaanrakingsoppervlak (18; 38; 48; 58; 78; 128) continue 20 ribben van loopvlakmateriaal heeft, die zich dwars of onder een o hoek, die niet groter is dan 40 , uit de dwarsrichting uitstrekken over de volle breedte van het grondaanrakingsoppervlak, waarbij de continuïteit van deze ribben alleen onderbroken wordt door de groef of groeven (120, 122, fig. 121, indien aangebracht.
13. Bandloopvlak volgens een der voorgaande conclusies, gekenmerkt doordat het loopvlak (fig. 12) gevormd is met een eerste, radiaal buitenste gedeelte (126), dat zich radiaal naar binnen uitstrekt vanaf het grondaanrakingsoppervlak (128), en een tweede radiaal binnenste gedeelte (127) meer radiaal binnen het loopvlak dan het 30 radiaal buitenste gedeelte (126), waarbij het eerste, radiaal buitenste gedeelte (1261 alleen de genoemde openingen (93) en de groef of groeven (120, 122), indien aangebracht, bevat en het tweede, radiaal binnenste gedeelte (127) alleen de waterafvoerdoorgang of -doorgangen (941 bevat in samenhang met de radiaal binnenste delen van de 35 groef of groeven (120, 122) , indien aangebracht en indien dieper dan 80 05 9 6 1 21 minimum afmeting van 2 millimeter in een radiale richting met betrekking tot het loopvlak heeft.
21. Band voorzien van een karkas ^gekenmerkt door een loopvlak volgens een der voorgaande conclusies.
22. Band volgens conclusie 21, gekenmerkt doordat het loopvlak als één geheel gevormd is met het karkas.
23. Band volgens conclusie 21, gekenmerkt doordat het loopvlak onafhankelijk van het karkas gevormd is en vervolgens aan het karkas verbanden of bevestigd is cm een volledige band te 10 vormen.
24. Band volgens conclusie 21, gekenmerkt doordat het karkas een radiaal binnenste gedeelte van het loopvlak, dat de waterafvoerdoorgang of -doorgangen bevat, als één geheel daarmee gevormd heeft, en het radiaal buitenste gedeelte van het loopvlak, 15 dat de openingen bevat, afzonderlijk gevormd is en vervolgens aan het karkas verbonden of bevestigd is over het radiaal binnenste gedeelte met de openingen uitgericht met de doorgang of doorgangen, cm het volledige samenstel van - karkas en loopvlak te vormen.
25. Werkwij ze voor het vervaardigen van het bandloopvlak 20 volgens een der conclusies 1-20, met het kenmerk, dat de verrichting cmvat wordt van het vormen van eenloopvlakstrook van elastcmeer-materiaal in een vorm die voor wat betreft de inwendige vorm en afmetingen in hoofdzaak op de vereiste uiteindelijke vorm van de loopvlakstrocfc berekend is.
26. Werkwijze volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat de verdere verrichting cmvat wordt van het gedeeltelijk of geheel vulcaniseren van de loopvlakstrock terwijl deze zich in de vorm bevindt of na verwijdering uit de vorm.
27. Werkwijze voor het vervaardigen van het bandloop-30 vlak volgens een der conclusies 1 t/m 20, met het kenmerk, dat de of elke waterafvoerdoorgang in cxntrekszin aangebracht moet zijn in het gereecfcjekanen loopvlak, met het kenmerk, dat de verrichtingen warden cmvat van het extruderen van elastcmeermateriaal door een matrijs, waarvan de opening een doorsnedevorm heeft in hoofdzaak 35 gelijk, aan die van de doorsnede van een niet van openingen voorziene 80 05 9 6 1 20 de radiale uitgestrektheid van het radiaal buitenste gedeelte (126) van het loopvlak.
14. Bandloopvlak volgens conclusie 13, gekenmerkt doordat het bijeengenomen volume van de openingen (93) in het 5 radiaal buitenste gedeelte (126) van het loopvlak in de orde van 5% tot 65% van het totale volume van het radiaal buitenste gedeelte (126) bedraagt.
15. Bandloopvlak volgens conclusie 14, gekenmerkt doordat het bijeengenomen volume van de openingen (93) in het 10 radiaal buitenste gedeelte (126). van het loopvlak in de orde van 10% tot 50% van het totale volume van het radiaal buitenste gedeelte (126) bedraagt.
16. Bandloopvlak volgens conclusie 13, 14 of 15, gekenmerkt doordat het volume of bijeengenomen volume van de water- 15 afvoerdoorgang of -doorgangen (941 in het radiaal binnenste gedeelte (127) van het loopvlak in de orde van 10% tot 70% van het totale volume van het radiaal binnenste gedeelte (127) bedraagt.
17. Bandloopvlak volgens conclusie 16, gekenmerkt doordat het volume of bijeengenomen volume van de waterafvoerdoorgang of 20 -doorgangen (941 in het radiaal binnenste gedeelte (127) van het loopvlak in de orde van 15% tot 50% van het totale volume van het radiaal binnenste gedeelte (127) bedraagt.
18. Bandloopvlak volgens: een der voorgaande conclusies, gekenmerkt doordat de openingen (13; 33; 43; 53; 73; 93) afzonderlijke 25 doorsnedeoppervlakken van niet minder dan 9 vierkante millimeter hébben.
19. Bandloopvlak volgens een der voorgaande conclusies, gekenmerkt doordat de waterafvoerdoorgang of -doorgangen (14a, 14b; 34; 44; 54; 74; 94) voor wat betreft de doorsnede en afinetingen zodanig gevormd zijn dat deze permanent open blijven en zodanig 30 dat deze niet voldoende samengedrukt worden cm te sluiten in het deel van het loopvlak dat met de grond in aanraking kamt, wanneer het deel uitmaakt van een band, onder het gewicht van een door de band gedragen voertuig.
20. Bandloopvlak volgens conclusie 19, gekenmerkt door-35 dat de. of elke waterafvoerdoorgang (14a, 14b; 34; 44; 54; 74; 94) een J 80 05 9 6 1 loopvlakstrook, het dan vormen van de vereiste openingen, en het snijden van het geëxtrudeerde loopvlak tot stroken van de vereiste lengte.
28. Werkwijze volgens conclusie 27, met het kenmerk, 5 dat de matrijsopening een zodanige doorsnedevorm heeft dat een of meer cmtreksgroeven in het loopvlak gevormd worden als het geëxtru-deerd wordt.
29. Vferkwijze volgens conclusie 27 of 28, met het kenmerk, dat het geëxtrudeerde loopvlak gedeeltelijk of geheel 10 gevulcaniseerd wordt vóór of na het in stroken snijden daarvan.
30. Werkwijze voor de vervaardiging van een band, met het kenmerk, dat de verrichtingen omvat worden van het prepareren van een loopvlakstrook volgens een der conclusies 1-20, het bekleden van een gevulcaniseerd of vulcaniseerfcaar bandhulsel met een door 15 warmte verhardbare loopvlaksolutie, het hechten van een onverharde op rubber gebaseerde onderloopvlaklaag aan het bandhulsel, het aanbrengen van de loopvlakstrook aan Piet hulsel en het verbinden van de einden van de strook, en het wikkelen van een gevulcaniseerde rubber hoepel rond de band en het verharden van het samenstel.
31. Werkwijze volgens conclusie 30, waarbij het bandhul sel gevulcaniseerd wordt, met het kenmerk, dat de verrichtingen anvat worden van het prepareren van het hulsel door raspen vóór het bekleden met loopvlaksolutie.
32. Wërkwijze voor bandconstructie, met het kenmerk, 25 dat de verrichtingen cmvat worden van het zo construeren van een opvulcaniseerd bandkarkas dat het een verheven cmtreksstrook bij elk schoudergebied heeft (fig. 81, het vormen van een ring van bandloop-vlak volgens een der conclusies 1-20 (fig. 71, en het insleuven van de loopvlakring op het karkas tussen de verheven antreksstroken 30 (fig. 81. ~
33. Werkwijze, in hoofdzaak zoals voorgesteld in de beschrijving en/of tekeningen.
34. Inrichting, in hoofdzaak zoals voorgesteld in de beschrijving en/of tekeningen. 80 059 6 1
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| GB7937663 | 1979-10-31 | ||
| GB7937663 | 1979-10-31 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8005961A true NL8005961A (nl) | 1981-06-01 |
Family
ID=10508876
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8005961A NL8005961A (nl) | 1979-10-31 | 1980-10-30 | Verbetering met betrekking tot bandloopvlakken en banden, en de vervaardiging daarvan. |
Country Status (11)
| Country | Link |
|---|---|
| JP (1) | JPS5675205A (nl) |
| AU (1) | AU6386480A (nl) |
| BE (1) | BE885955A (nl) |
| DE (1) | DE3040020A1 (nl) |
| FI (1) | FI803367A7 (nl) |
| FR (1) | FR2468472A1 (nl) |
| IT (1) | IT8025681A0 (nl) |
| LU (1) | LU82895A1 (nl) |
| NL (1) | NL8005961A (nl) |
| SE (1) | SE8007570L (nl) |
| ZA (1) | ZA806327B (nl) |
Families Citing this family (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JP2619045B2 (ja) * | 1988-03-29 | 1997-06-11 | 株式会社ブリヂストン | タイヤ用プレキュアトレッドおよびこれを用いたタイヤ |
| AT403456B (de) * | 1993-05-18 | 1998-02-25 | Semperit Ag | Fahrzeugluftreifen mit einem laufstreifen |
| JPH0781316A (ja) * | 1993-09-17 | 1995-03-28 | Sumitomo Rubber Ind Ltd | 多孔トレッドを有するラジアルタイヤ |
| US20070006951A1 (en) * | 2005-07-07 | 2007-01-11 | Wade Summers | Ventilated tires |
| FR2950565B1 (fr) * | 2009-09-29 | 2012-08-31 | Michelin Soc Tech | Bande de roulement pour pneu de rigidite amelioree |
| BR112014014475A2 (pt) | 2011-12-20 | 2017-06-13 | Michelin & Cie | sulcos transversais provendo ventilação em bandas de rodagem para pneus recauchutados |
| JP6182034B2 (ja) * | 2013-09-20 | 2017-08-16 | 住友ゴム工業株式会社 | 空気入りタイヤ及びその装着方法 |
| LU92676B1 (de) * | 2015-03-09 | 2016-09-12 | Raymond Knaus | Dauerbereifung mit auswechselbarer lauffläche |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB290853A (en) * | 1927-06-30 | 1928-05-24 | Thomas Dennison Suddards | Improvements in the non skidding properties of pneumatic, cushion and solid tyres |
| US2540045A (en) * | 1948-10-01 | 1951-01-30 | Lloyd L Felker | Nonskid rubber traction member |
| GB751641A (en) * | 1954-03-16 | 1956-07-04 | Ernest Roland Fenton | Improvements in or relating to pneumatic tyres |
| GB1002317A (en) * | 1962-10-04 | 1965-08-25 | Reggie Hopwood | Improvements in tyres for vehicles |
| GB1222964A (en) * | 1967-04-08 | 1971-02-17 | Dunlop Co Ltd | Improvements in or relating to pneumatic tyres |
| GB2044191B (en) * | 1979-03-16 | 1983-03-09 | Dunlop Ltd | Tyres |
-
1980
- 1980-10-15 ZA ZA00806327A patent/ZA806327B/xx unknown
- 1980-10-23 DE DE19803040020 patent/DE3040020A1/de not_active Withdrawn
- 1980-10-27 FI FI803367A patent/FI803367A7/fi not_active Application Discontinuation
- 1980-10-28 SE SE8007570A patent/SE8007570L/xx not_active Application Discontinuation
- 1980-10-30 AU AU63864/80A patent/AU6386480A/en not_active Abandoned
- 1980-10-30 BE BE0/202659A patent/BE885955A/fr unknown
- 1980-10-30 NL NL8005961A patent/NL8005961A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-10-30 FR FR8023205A patent/FR2468472A1/fr active Pending
- 1980-10-30 LU LU82895A patent/LU82895A1/fr unknown
- 1980-10-31 IT IT8025681A patent/IT8025681A0/it unknown
- 1980-10-31 JP JP15368380A patent/JPS5675205A/ja active Pending
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| IT8025681A0 (it) | 1980-10-31 |
| FI803367L (fi) | 1981-05-01 |
| BE885955A (fr) | 1981-04-30 |
| FR2468472A1 (fr) | 1981-05-08 |
| SE8007570L (sv) | 1981-05-01 |
| DE3040020A1 (de) | 1981-05-14 |
| FI803367A7 (fi) | 1981-05-01 |
| LU82895A1 (fr) | 1981-06-04 |
| AU6386480A (en) | 1981-05-07 |
| JPS5675205A (en) | 1981-06-22 |
| ZA806327B (en) | 1981-11-25 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| GB2061837A (en) | Tyre treads | |
| EP0200179B1 (en) | Asymmetrical tyre for vehicle wheels | |
| CN103492196B (zh) | 包括至少一个波状花纹沟的胎面和生产该胎面的方法 | |
| CA1076939A (en) | Heavy duty pneumatic radial tire | |
| EP1800843B1 (en) | Method of forming a tire | |
| EP0918654B1 (en) | A tire tread having flow-through grooves | |
| CN102991280A (zh) | 高里程卡车轮胎胎面 | |
| EP1131216A2 (en) | Tyre for vehicle wheels | |
| JPH05155202A (ja) | タイヤ用プレキュアトレッド及びその製造方法ならびにこれを用いた更生タイヤ | |
| JP2002528333A (ja) | 自動車用、特に貨物自動車等用タイヤ | |
| RU2441767C1 (ru) | Шипованная шина | |
| NL8005961A (nl) | Verbetering met betrekking tot bandloopvlakken en banden, en de vervaardiging daarvan. | |
| EP1676693B1 (en) | Method and apparatus for making a pneumatic tire with improved tie bar | |
| US7464738B2 (en) | Tyre for a vehicle wheel including zigzag circumferential grooves and blind transverse cuts | |
| EP1551618B1 (en) | Segmented tire mold to reduce flash | |
| JP3948961B2 (ja) | ラジアルタイヤ | |
| EP1237737B1 (en) | Tyre for high-performance vehicles | |
| EP0199570B1 (en) | A pneumatic tyre | |
| EP0780245A3 (en) | Pneumatic tire | |
| EP0408941A2 (en) | Tyre with high adherence | |
| CN113993721B (zh) | 车辆充气轮胎 | |
| JPH08104108A (ja) | プレキュアトレッド及びこれを用いた更生タイヤ | |
| US3438827A (en) | Method of manufacture of a tire | |
| EP1233871B1 (en) | Tyre for vehicle wheels, particularly for heavy duty vehicles such as lorries and the like | |
| JP2002103917A (ja) | プレキュアトレッドおよび該プレキュアトレッドが貼付けられた更生タイヤ |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |