NL8001398A - Bandlasinrichting. - Google Patents
Bandlasinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8001398A NL8001398A NL8001398A NL8001398A NL8001398A NL 8001398 A NL8001398 A NL 8001398A NL 8001398 A NL8001398 A NL 8001398A NL 8001398 A NL8001398 A NL 8001398A NL 8001398 A NL8001398 A NL 8001398A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tape
- head
- support
- grooved wheel
- adhesive tape
- Prior art date
Links
- 238000003466 welding Methods 0.000 title description 16
- 239000002390 adhesive tape Substances 0.000 claims description 25
- 238000007664 blowing Methods 0.000 claims description 6
- 230000000737 periodic effect Effects 0.000 claims description 2
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 6
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 6
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 2
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 2
- 239000004809 Teflon Substances 0.000 description 1
- 229920006362 Teflon® Polymers 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 230000007935 neutral effect Effects 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000011800 void material Substances 0.000 description 1
- 238000005493 welding type Methods 0.000 description 1
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B23/00—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
- G11B23/20—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture with provision for splicing to provide permanent or temporary connections
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B23/00—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
- G11B23/02—Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
- G11B23/113—Apparatus or processes specially adapted for the manufacture of magazines or cassettes, e.g. initial loading into container
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T156/00—Adhesive bonding and miscellaneous chemical manufacture
- Y10T156/12—Surface bonding means and/or assembly means with cutting, punching, piercing, severing or tearing
- Y10T156/1317—Means feeding plural workpieces to be joined
- Y10T156/1322—Severing before bonding or assembling of parts
- Y10T156/1326—Severing means or member secured thereto also bonds
Landscapes
- Replacement Of Web Rolls (AREA)
- Lining Or Joining Of Plastics Or The Like (AREA)
Description
VO 236
Bandlasinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een bandlasinrichting, meer in het bijzonder bij een magneetband voor het inbrengen daarvan in een cassette.
Dit type lassen geschiedt door geschikte inrichtingen, welke 5 korte secties van hechtband over de tegen elkaar stuitende uitein den van twee achter elkaar opgestelde bandgedeelten brengen.
Meer in het bijzonder is in het Italiaanse octrooischrift 91Θ.474 een dergelijke inrichting beschreven , ofschoon er ook andere inrichtingen van andere fabrikanten bestaan, waarvan de grond-10 gedachte is gelegen in het intermitterend voeren van een met geschikte wielen van teflon of een ander slecht hechtend materiaal samenwerkende hechtband aan een positie in de buurt van een afwisselend zuigende en blazende kop, welke eerst de continu binnenkomende band scheidt en daarna individuele secties van hechtende lasband 15 op de aaneen te lassen bandgedeelten drukt.
Het gemeenschappelijke probleem van deze lasinrichtingen, dat zich meer in het bijzonder ook voordoet bij de inrichting volgens het bovengenoemde Italiaanse octrooischrift, is dat wanneer het gedeelte van de hechtband, dat zich tussen de wielen en de kop 20 bevindt, niet wordt ondersteund of geleid, dit gedeelte de neiging heeft om een onjuiste positie aan te nemen, waarvan het resultaat dikwijls een onjuiste positionering van de hechtband boven de twee aan elkaar te lassen banden is.
De uitvinding beoogt derhalve te voorzien in een lasinrich-25 ting, waarin een ongewenste beweging en decentrering van de hecht band voordat deze met de zuig- en blaaskop samenwerkt, wordt belet.
Daartoe is de lasinrichting volgens de uitvinding voorzien van organen voor het intermitterend toevoeren van hechtband in een continue rol aan een afwisselend zuigende en blazende beweegbare kop 30 welke is voorzien van snijorganen om individuele secties van de hechtband van de continue rol te scheiden, waarbij de hechtbandtoe- Oη λ 4 7 no - 2 - voerorganen zijn voorzien van een gegroefd wiel, dat gedeeltelijk door de hechtband is omslagen, en een afwisselend zuigend en'blazend beweegbaar ondersteunings- en geleidingselement, dat kan samenwerken met het gedeelte van de hechtband, gelegen tussen het 5 gegroefde wiel en de kop, en dit gedeelte kan ondersteunen, waarbij de besturing zodanig geschiedt, dat periodieke bewegingen naar de kop worden uitgevoerd teneinde het genoemde gedeelte van de hechtband naar een geschikte positie voor samenwerking daarvan met de kop te transporteren.
10 Het is duidelijk, dat de ondersteuning, welke het beweegba re steun- en geleidingselement geeft aan het gedeelte van de hechtband, gelegen tussen het gegroefde wiel en de kop, een ongewenste verplaatsing van de band ten opzichte van de juiste positie daarvan belet en derhalve een constante nauwkeurige positionering van 15 de afgescheiden bandsectie ten opzichte van de twee aaneen te las sen banden verzekert.
De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: fig.l een perspectivisch aanzicht van een lasinrichting vol-20 gens de uitvinding, meer in het bijzonder voor het lassen van magneetband- en verbindingsbandsecties tijdens het inbrengen van een magneetband in een registratieoassette; fig.2 een vooraanzicht van de inrichting tijdens een eerste bedrijfstrap; 25 fig.3 een vooraanzicht van de inrichting tijdens een tweede bedrijfstrap; fig.4 een achteraanzicht van de inrichting; fig.5 een doorsnede van de inrichting over de lijn V-V van fig.l en 8; 30 fig.S een doorsnede over de lijn VI-VI van de inrichting van fig.l; fig.7 een doorsnede van de inrichting over de lijn VII-VII van fig.2; fig.8 een doorsnede van de inrichting over de lijn VIII-VIII 35 van fig.2; en 800 1 3 98 T i - 3 - fig.9 een doorsnede van de inrichting over de lijn IX-IX van fig.l en. 8.
De in de tekening afgebeelde inrichting omvat een gestel 1 aan de voorzijde waarvan een plaat 2 is bevestigd en waarop een 5 zich in verticale richting uitstrekkend onderdeel 3 op een instelbare wijze (loodrecht op de plaat 2] is gemonteerd. In een punt tussen de plaat 2 en het instelbare onderdeel 3 bevindt zich aan één zijde (rechts in fig.B) een vaste plaat 4 met een enkele groef 5, voorzien van een reeks boringen 6, die of met een zuigbron of 10 een luchttoevoer kunnen worden verbonden, terwijl aan de andere zijde (links in fig.B3 zich een beweegbars plaat 7 met twee evenwijdige groeven 8 en 9, voorzien van respectieve reeksen boringen 10 en 11 bevindt, die of met een zuigbron of met een luchttoevoerbron kunnen worden verbanden. De bewegingen van de plaat 7 in een rich-15 ting loodrecht op de vaste plaat 2 en op de richting waarin zich de groeven 5, 8 en 9 uitstrekken, worden bestuurd door een pneumatische cilinder 12 via een verbindingsstaaf 13 en een steun 30, en worden geleid door een paar vaste staven 14 en 15 (fig.8 en 93.
Tussen de twee gegroefde platen 4 en 7 bevindt zich een le-20 ge ruimte 19 (fig.83 waarin op een geschikt moment een schaarelement 1B kan worden ingébracht, welk schaarelement is voorzien van twee snijhefbomen 17 en 18 Cfig.53 welke beide bij 20 scharnierbaar zijn bevestigd aan een plaat 21, die glijdbaar is ingébracht in een steun 22 met een C-vormige dwarsdoorsnede, voorzien van een uitsteeksel 25 23, dat zich aan de voorzijde van het schaarelement 16 bevindt.
De steun 22 is glijdbaar ondergebracht in het gestel 1 en kan in axiale richting uit de ruststand volgens fig.5 en 8 worden bewogen door middel van een pneumatische cilinder 24 waarmede de steun door middel van een vork 25 is verbonden. Tijdens het initi-30 ele deel van de heengaande slag van de steun 22 wordt de plaat 21 door een veer 31 gedwongen zich met de steun 22 mee te bewegen, waardoor het schaarelement 16 in de lege ruimte 19 tussen de gegroefde platen 4 en 7 wordt gebracht. Voordat evenwel de heengaande slag wordt beëindigd, ontmoet een pen 26, die zich in dwarsrich-35 ting uit de plaat 21 uitstrekt, een vaste pen 27, die door slechts onn 1 7 Q£ - 4 - de beweging van de plaat 21 te beëindigen, een relatieve beweging tussen de plaat en de steun veroorzaakt, die in verband met de samenwerking tussen twee vingers 28 en 29, welke zich uit de snij-hefbomen 17 en 18 uitstrekken, en overeenkomstig inkepingen 32 5 en 33 in de steun 22, automatisch de snijrotatie van de snijhefbomen 17 en 18 veroorzaakt.
Het zich in verticale richting uitstrekkende instelbare onderdeel 3 ondersteunt het werkelijke lasstelsel, dat is voorzien van een laskop 34, die in verticale richting beweegbaar is tussen 10 de ruststand volgens fig.l en 2, en de werkzame stand volgens fig.3.
Zoals uit de fig.l - B blijkt, is de laskop 34 voorzien van een laterale snijrand 35 en een smal onderste aanhangsel 3B, voorzien van een rubberlaag 27, waarbij zich door de rubberlaag en het aanhangsel een reeks kleine boringen 38 uitstrekken, die met of een 15 zuigbron of een luchttoevoerbron kunnen worden verbonden. De kop 34 is bevestigd aan hefboomsteun 39, welke, zoals uit fig.7 blijkt, scharnierbaar is op een in axiale richting glijdbare pen 40, die een uitsteeksel van de zuigerstang van de pneumatische cilinder 41 vormt, welke op het onderdeel 3 is gemonteerd. De 20 verticale beweging van de hefboom 39 en derhalve de kop 34 wordt geleid door de samenwerking tussen de hefboom en een staaf 42 met een bij benadering elliptische dwarsdoorsnede, welke staaf instelbaar kan scharnieren op een excentrische as, bepaald door een cilindrische bus 43, welke is voorzien van een hexagonale kop 44 25 (fig.l - 3 en B - 73. Door de hoekpositie van de staaf 42 in te stellen, kan de hoekpositie van de steun 39 ten opzichte van het draaipunt 40 daarvan worden ingesteld teneinde op een overeenkomstige wijze de positie van de kop 34 ten opzichte van de richting waarin zich de platen 4 en 7 uitstrekken, in te stellen.
30 Kleine secties van hechtband worden intermitterend aan de laskop 34 toegevoerd, welke deze secties scheidt van een continue band 45 en de secties op de te lassen banden brengt, welke zich bevinden in de groeven 5 en 8, 9 van de platen 4 en 7, en wel op een hierna nader te beschrijven wijze. De hechtband 45 wordt afge-35 wikkeld van een continue rol, welke is opgewikkeld om een trommel 800 1 3 98 4 * - 5 - 46, die los is gemonteerd op een pen 47, welke door het onderdeel 3 wordt ondersteund, waarbij de niet-hechtende zijde van de hecht-band eveneens een deel (ongeveer 180°) van een wiel 48 omgeeft, dat is voorzien van een geleidingsgroef 49 met boringen 50, die met 5 een luchtzuigerbron zijn verbonden. Het gegroefde wiel 48, dat aan de voorzijde daarvan is beveiligd door een vaste steun 51 (fig.l -3, 73 is bevestigd op een roteerbare pen 52, die door een eenrich-tingskoppeling 49 (fig.7) voor rotatie is verbonden met een cilinder, welke een ringvormige flens 54 bezit, die op zijn beurt met 10 een kleine mate van hoekspeling is bevestigd aan een tandwiel 53 (fig.4 en 73. Met dit tandwiel werkt een heugel 55 samen, welke star wordt ondersteund door een wagen 56, die zich in dwarsrich-ting ten opzichte van de hartlijnen van pennen 52 en 40 kan bewegen onder bestuur van een pneumatische cilinder 57, waarbij de beweging 15 wordt geleid door twee vaste staven 58 en 59. Zoals aangegeven in fig.7, wordt de pen 52 vrij roteerbaar ondersteund door een in axiale richting beweegbare, cilindrische steun 70, die door middel van een schroefdraad samenwerkt met het onderdeel 3 bij het achterste uiteinde 71 daarvan en aan het voorste uiteinde daarvan is 20 voorzien van een tandwiel 72, dat samenwerkt met een tandwiel 73, dat door het onderdeel 3 roteerbaar wordt ondersteund en met de hand vanaf de voorzijde van de inrichting kan worden beïnvloed via een schroevendraaiergleuf 74, welke in fig.l - 3 is aangegeven.
Hierdoor is het mogelijk de axiale positie van het gegroefde wiel 25 48 in te stellen door het tandwiel 73 te roteren.
Wat betreft de wagen 56 blijkt uit fig.6, dat deze ook een beweegbaar blok 60 ondersteunt, dat in horizontale richting uit de positie volgens fig.l (onder het gegroefde wiel 48) naar de positie volgens fig.2 (onder de kop 34) kan worden bewogen en bestemd 30 is om de hechtband 45 aan de hechtzijde daarvan te ondersteunen en te geleiden over de afstand, welke zich tussen het gegroefde wiel 48 en de kop 31 bevindt. Hiertoe omvat het beweegbare blok 60 een geleidingsgroef 61, die voorzien is van een gegroefd gedeelte 62 en boringen 63, die met of een zuigbron of een luchttoevoerbron 35 kunnen worden verbonden. Met het blok 60 werkt een steunblad 64 sa- Ö f\ n 4 T Λ ö - 6 - men bij die rand, welke naar de laskop 34 is gekeerd, waarbij het tlad bestemd is om met het snijaanhangsel 35 van de kop samen te werken en in een normaal schuine en naar beneden hellende positie Cfig.6] wordt gebracht door een steun 65, die bij 66 schamierbaar 5 is bevestigd op de wagen 56 en langs de hartlijn van een schroef 67 tegen de kracht van een veer 68 in beweegbaar is.
Op een hierna te beschrijven wijze kan de in de tekening afgebeelde inrichting een gedeelte van de magneetband in een regi-stratiecassette brengen, welke vooraf is voorzien van een neutrale 10 of verbindingsband, welke van de ene naar de andere van de twee zich in de cassette bevindende klossen wordt afgewikkeld. Wanneer de beweegbare plaat 7 zich in een zodanige positie bevindt, dat de groeven 5 en 9 van de twee platen 4 en 7 op eén lijn met elkaar liggen, wordt de verbindingsband op een bekende wijze gedeeltelijk 15 uit de cassette bewogen en zodanig opgesteld, dat deze zich over de twee bladen 4 en 7 uitstrekt, waarbij de band in de twee op één lijn gelegen groeven 5 en 9 wordt vastgehouden door de zuigwerking via de boringen 6 en 11. Daarna wordt de snij-inrichting in werking gesteld en wel door middel van de pneumatische cilinder 20 24, waarbij de verbindingsband door het schaarelement 16 in twee delen wordt gescheiden, welk element naar voren in de ruimte 19 wordt bewogen tezamen met de glijdbare steun 22 en daarna wordt ge roteerd door de relatieve beweging tussen de plaat 21 en de steun 22, veroorzaakt door de samenwerking tussen de pennen 26 en 27, 25 waarbij één deel van de verbindingsband in de groef 5 van de plaat 4 en het andere deel in de groef 9 van de plaat 7 blijft. Het laatst genoemde wordt daarna door de cilinder 12 in de in fig.l, 8 en 9 aangegeven positie bewogen, waarbij een initieel gedeelte van de magneetband of reeds is toegevoerd aan of thans wordt toegevoerd 30 aan de groef 8 van de plaat 7, die thans op één lijn ligt met de groef 5 van de-plaat 4, totdat dit gedeelte contact maakt met het snij eind van dat gedeelte van de verbindingsband, dat in de groef 5 van de plaat 4 is achtergebleven, waarbij deze magneetband dan daar wordt vastgehouden door de zuigwerking via de boringen 10.
35 Thans begint de lasinrichting te werken, waarbij de rust stand daarvan die is, welke is weergegeven in fig.l, waarbij de 800 1 3 98 I 1 - 7 - hechtband 45 gedeeltelijk om het gegroefde wiel 4Θ is gewikkeld en samenwerkt met het steun- en geleidingselement 60, dat in de buurt van het uittreedeinde van het wiel 4Θ tot stilstand is gebracht. Bij zowel de boringen 50 van het wiel 48 als de boringen 5 63 van het element 60 treedt een zuigwerking op, waardoor de res pectieve secties van de hechtband in de overeenkomstige groeven 49 en assen 60 worden vastgehouden. Bij het beïnvloeden van de pneumatische cilinder 57 begint het steun- en geleidingselement 60 zich naar de kop 34 te bewegen en bijna tegelijkertijd begint 10 het gegroefde wiel 48 in rechtse richting (fig.2) te roteren, waarbij het laatstgenoemde wiel in werkelijkheid onderhevig is aan een kleine vertraging tengevolge van de reeds genoemde speling tussen het tandwiel 53 en de schijf 54 teneinde een eventueel kleven van het hechtvlak van de band 45 aan het steun- en geleidings- 15 element 60 tegen te gaan. Op deze wijze wordt een eindgedeelte van de hechtband onder de laskop 34 (fig.2] gebracht waar dit gedeelte samenwerkt met de rubberlaag 37, en wel doordat de boringen 38 van de kop met een zuigbron en de boringen 63 van de steun 60 tegelijkertijd met een luchttoevoerbron worden verbonden. Het steun- en 20 geleidingselement 60 keert dan naar de positie van fig.l terug (waarbij het wiel 48 in stilstand blijft] en de cilinder 41 veroor zaakt dan, dat de kop 34 zich naar beneden beweegt, zodat de snij-rand 35 daarvan eerst het steunblad 64 iets naar rechts (onder verwijzing· naar fig.2] beweegt en daarna daarmede samenwerkt ten-25 einde van de resterende continue band het eindgedeelte van de hechtband af te scheiden, dat reeds aan de kop 34 is toegevoerd en daarmede samenwerkt. Wanneer de kop zich naar beneden blijft bewegen (fig. 3] wordt het bedoelde eindgedeelte van de hechtband op de twee tegen elkaar stuitende uiteinden van de magneet- en verbin-30 dingsband geplaatst en daaraan gehecht, welke twee uiteinden zich bevinden in en uitsteken uit de gecentreerde groeven 8 en 5, waardoor de laswerking plaats vindt. De kop 34 beweegt zich dan weer naar boven en keert naar de ruststand daarvan terug (fig.l].
De magneetband wordt dan op een bekende wijze wanneer de bo-35 ringen 6 en 10 van de platen 4 en 7 eenmaal met een luchttoevoer- 800 1 3 98 - a - bron zijn verbonden, ingébracht door in de cassette het gedeelte «n de verbindingsband terug te wikkelen, dat met de magneetband is verbonden, tezamen met de vereiste magneetbandsectie. Dit terugwikkelen wordt vervolgens beëindigd en de magneetband wordt dan 5 door het schaarelement 16 afgesneden, waarbij dat gedeelte daarvan, dat aan het reeds teruggewikkelde deel van de verbindingsband is gelast, in de groef 5 van de plaat 4 blijft, terwijl het andere gedeelte daarvan in de groef 8 van de plaat 7 blijft. Dit laatste wordt dan naar de initiële positie daarvan teruggevoerd, zodat het 10 gedeelte van de verbindingsband, dat in de groef 9 blijft, op één lijn ligt met en stuit tegen het gelaste deel van de magneetband. Het lasstelsel wordt dan weer in de toestand gebracht, waarin dit op de boven beschreven wijze kan werken teneinde een verdere sectie van hechtband over de tegen elkaar stuitende uiteinden van de 15 magneet- en verbindingsband te brengen, en het inbrengen van de magneetband en het resterende deel van de verbindingsband in de cassette wordt dan voltooid.
Er wordt op gewezen, dat voor een juist aanbrengen van de hechtende lasband het essentieel is, dat de kop 34 zich op de juis-. 2D te wijze ten opzichte van de groeven in het huis voor de aan elkaar te lassen banden is opgesteld. Dit wordt tijdens de werkelijke instelling van de inrichting verkregen door de positie van het blok 3 op een geschikte wijze ten opzichte van het gestel 1 in te stellen in een richting loodrecht op de richting waarin zich de groe-25 ven 5,8 en 9 uitstrekken, onder gebruik van een schroef 75 (fig.l- 3} en door tevens de hoekstand van de kop 34 ten opzichte van het blok 3 in te stellen door de hoekstand van de geleidingsstaaf 42 in te stellen. De axiale positie van het gegroefde wiel 48 kan ook zoals beschreven, door middel van het tandwiel 73 worden ingesteld. 30 Er zijn verder niet beschreven eindslaginrichtingen aanwezig om de begin- en eindposities van de verschillende beweegbare elementen van de inrichting te kunnen instellen.
800 1 3 98
Claims (4)
1. Bandlasinrichting, meer in het bijzonder voor een magneetband, die in een cassette dient te worden ondergebracht, gekenmerkt door organen voor het intermitterend toevoeren van hechtband in een continue rol aan een afwisselend zuigencfe en blazende beweegba- 5 re kop, welke is voorzien van snijorganen om individuele secties van de hechtband van de continue rol af te scheiden, waarbij de hechtbandtoevoerorganen zijn voorzien van een gegroefd wiel, dat gedeeltelijk door de hechtband wordt omslagen, en een afwisselend zuigend en blazend beweegbaar steun- en geleidingselement, dat 10 kan samenwerken met het gedeelte van de hechtband, dat zich tussen het gegroefde wiel en de kop bevindt, en dit gedeelte kan ondersteunen, waarbij de besturing zodanig is, dat periodieke bewegingen naar de kop worden uitgevoerd om het genoemde gedeelte van de hechtband naar een geschikte positie voor samenwerking daarmede 15 met de kop te transporteren.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het gegroefde wiel is voorzien van boringen, die met een luchtzuigbron kunnen worden verbonden.
3. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door eenrichtings- 20 organen om het gegroefde wiel synchroon gelijktijdig met elke voor waartse beweging van het steun- en geleidingselement naar de kop te roteren.
4. Inrichting volgens conclusie 3, gekenmerkt door organen om het begin van de rotatiebeweging van het gegroefde wiel iets te 25 vertragen ten opzichte van het begin van de voorwaartse beweging van het steun- en geleidingselement. 800 1 3 98
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| IT2091079 | 1979-03-12 | ||
| IT20910/79A IT1111709B (it) | 1979-03-12 | 1979-03-12 | Macchina giuntatrice per nastri,in particolare per nastri magnetici da caricare in cassette |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8001398A true NL8001398A (nl) | 1980-09-16 |
Family
ID=11173926
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8001398A NL8001398A (nl) | 1979-03-12 | 1980-03-07 | Bandlasinrichting. |
Country Status (8)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4310378A (nl) |
| JP (1) | JPS55146661A (nl) |
| DE (1) | DE3008739A1 (nl) |
| ES (1) | ES489307A0 (nl) |
| FR (1) | FR2451336A1 (nl) |
| GB (1) | GB2044945B (nl) |
| IT (1) | IT1111709B (nl) |
| NL (1) | NL8001398A (nl) |
Families Citing this family (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4364791A (en) * | 1980-09-02 | 1982-12-21 | King Instrument Corporation | Splicer assembly for a tape cassette loader |
| US4923546A (en) * | 1986-09-12 | 1990-05-08 | Martin Automatic Inc. | Method and apparatus for forming a butt splice |
| US4801342A (en) * | 1986-09-12 | 1989-01-31 | Martin Automatic Inc. | Method and apparatus for forming a butt splice |
| US4892611A (en) * | 1986-09-12 | 1990-01-09 | Martin Automatic, Inc. | Knife wheel assembly suitable for forming a butt splice |
| US4769098A (en) * | 1987-09-10 | 1988-09-06 | Martin Automatic, Inc. | Apparatus and method for forming a butt splice |
| US8163118B2 (en) * | 2009-06-21 | 2012-04-24 | Jere F. Irwin | Thermoformable web splicer and method |
| CN104773595B (zh) * | 2015-03-25 | 2017-05-24 | 前海拉斯曼智能系统(深圳)有限公司 | 自动贴胶纸机 |
Family Cites Families (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3770551A (en) * | 1969-08-01 | 1973-11-06 | Gen Mills Inc | Splicer tape assembly for use in tape winding machines |
| US3753835A (en) * | 1971-06-21 | 1973-08-21 | King Instrument Corp | Splicing tape dispenser-applicator |
| US3825461A (en) * | 1973-01-29 | 1974-07-23 | King Instrument Corp | Splicing head assembly |
| US3880699A (en) * | 1973-09-07 | 1975-04-29 | Noritsu Koki Co Ltd | Automatic adhesive tape feeding device |
| US3929552A (en) * | 1974-01-28 | 1975-12-30 | Minnesota Mining & Mfg | Tape applicating apparatus |
| US4181558A (en) * | 1974-07-09 | 1980-01-01 | Rolf Neubronner | Method and device for the tape-sealing of panels of paper, cardboard, plastic, or wood, and adhesive tape therefor |
| US3997123A (en) * | 1974-12-23 | 1976-12-14 | King Instrument Corporation | Automatic cassette loading machine |
| DE2834598A1 (de) * | 1977-08-08 | 1979-02-22 | Decca Ltd | Automatische wickelmaschine fuer bandmaterial |
| US4230520A (en) * | 1978-08-14 | 1980-10-28 | Decca Limited | Automatic tape winding machine |
-
1979
- 1979-03-12 IT IT20910/79A patent/IT1111709B/it active
-
1980
- 1980-03-05 GB GB8007484A patent/GB2044945B/en not_active Expired
- 1980-03-07 US US06/128,311 patent/US4310378A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-03-07 ES ES489307A patent/ES489307A0/es active Granted
- 1980-03-07 DE DE19803008739 patent/DE3008739A1/de not_active Withdrawn
- 1980-03-07 NL NL8001398A patent/NL8001398A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-03-12 FR FR8005524A patent/FR2451336A1/fr active Granted
- 1980-03-12 JP JP3047380A patent/JPS55146661A/ja active Granted
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE3008739A1 (de) | 1980-09-18 |
| ES8100213A1 (es) | 1980-11-01 |
| US4310378A (en) | 1982-01-12 |
| FR2451336B3 (nl) | 1982-01-08 |
| JPS636944B2 (nl) | 1988-02-13 |
| FR2451336A1 (fr) | 1980-10-10 |
| ES489307A0 (es) | 1980-11-01 |
| IT1111709B (it) | 1986-01-13 |
| JPS55146661A (en) | 1980-11-15 |
| GB2044945A (en) | 1980-10-22 |
| GB2044945B (en) | 1983-02-09 |
| IT7920910A0 (it) | 1979-03-12 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA1160560A (en) | Apparatus for engaging and transporting discrete sheets of paper or the like | |
| KR101445896B1 (ko) | 절단 장치 | |
| US3858819A (en) | Web supply apparatus | |
| DE69021424T2 (de) | Vorrichtung zum Abtrennen von Rollenmaterialabschnitten von einem Rollenmaterial. | |
| DE3114470C2 (nl) | ||
| US4443291A (en) | Flying splice apparatus | |
| NL9200199A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het met elkaar verbinden van twee materiaalbanen. | |
| US4605392A (en) | Apparatus for making plastic carrier bags | |
| US4238269A (en) | Tape applying device | |
| DE4107254C2 (de) | Vorrichtung zum Verbinden von Materialbahnen | |
| CN204150744U (zh) | 用于将涂胶的帘线带连同并行导引的中间层幅一起卷绕到料卷上的卷绕系统 | |
| SE451833B (sv) | Forfarande och anordning for att kapa en rorlig bandformig materialbana samt tillfora en materialbaneende till en ny upplindningsrulle | |
| CA1229547A (en) | Automatic roll change | |
| NL8001398A (nl) | Bandlasinrichting. | |
| US3567144A (en) | Apparatus for winding sheet material | |
| EP3694781A1 (en) | Tissue log saw conveyor with independent lane control cutting and variable conveyor flight length | |
| FR2476044A1 (fr) | Dispositif de sectionnement pour bandes enroulees sur des mandrins montes sur des rouleaux porteurs entraines en rotation | |
| GB2253203A (en) | Changing web rolls whilst feeding user machine | |
| US4669248A (en) | Apparatus for packing a row of lids and the completed package | |
| JPH0577584B2 (nl) | ||
| US6758431B2 (en) | Device for linking two webs of material | |
| JPH01145966A (ja) | ストックロールからの材料ウェブの連続供給装置 | |
| CN117615983A (zh) | 引导纸幅的引导系统 | |
| CN117693481A (zh) | 引导纸幅的引导系统 | |
| US3240092A (en) | Automatic web transfer device |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |