Het eerste soloalbum dat ik van John Norum hoorde was
Face the Truth. De gitarist kende ik uiteraard uit zijn dagen bij Europe en een vriend leende me diens solo-cd. Indertijd maakte Thin Lizzy’s
Opium Trail een verpletterende indruk op me, zoals ik hier vorig jaar augustus schreef: nog altijd prefereer ik Norums knallende cover.
Het album verschijnt in 1992 terwijl Europe de stekker eruit trekt en de leden naar Zweden remigreren. Als de Zweedse belastingdienst geld ruikt, doemen voor de leden van de groep immens grote problemen op.
Dat gold niet voor Norum, die al op 31 oktober 1986 zijn laatste optreden met de groep deed in Amsterdam voor tv-station Sky Channel. Hij vertrok in goed overleg. Niet alleen omdat hij het te commercieel vond worden, ook omdat hij inmiddels grote bedenkingen had bij manager Thomas Erdtman en Joey Tempest, zo vertelt website
Wings of Tomorrow.com:
"Around 1984-85, Norum's mother Sofie had started to date Erdtman. "At first I thought it was cool and so did the other guys," Norum said, "But she started telling me that he often had lots of money in his pockets saying: 'This is the boys' cash but I don't care - let's have fun with it instead'. I thought it was strange that he had so much money and we had so little when we already had two gold albums. It was all a mystery. I left partly because of Erdtman's management, and partly because he and Joey made too many decisions. Joey and Erdtman were the bosses, and the rest of us had to deal with it."
Zanger op de meeste nummers van
Face the Truth is Glenn Hughes, ex-Deep Purple. Ik ben niet de grootste fan van diens stem, kwestie van smaak. Laat onverlet dat dit in combinatie met Norums hardrockende riffs staat als een huis. Als altijd is er ook een instrumentaal nummer en dit midtempo
Endica bevat net als elders op de plaat een sterke en herkenbare combinatie van melodie en snelheid.
Joey Tempest zingt met Norum op
We Will Be Strong, één van de zwakkere nummers op het album. Wel favoriet: de snelle titelsong die het album opent, het melodieuze
Still the Night en het robuuste
Distant Voices met op drums landgenoot Mikkey Dee.
John Norum doet dus waar hij goed in is en haalde tevens het contact met Joey Tempest op, waar het voordien nogal eens gespannen was. Je had in die dagen kunnen gaan hopen op een doorstart van Europe, maar daar was de tijd nog niet rijp voor; zeker niet met de donkere wolken van de belastingdienst in aantocht. Meer daarover noteer ik dadelijk bij het
solodebuut van de zanger.