In Duizend Kamers - Huub Beurskens en Wiel Kusters (2006)
Nederlands
Gedichtenbundel
Psychologisch
87 pagina's
Eerste druk: Meulenhoff,
Amsterdam (Nederland)
Deze bundel, die Huub Beurskens en Wiel Kusters samen schreven, bestaat uit verschillende afdelingen. Binnen elke afdeling is het zo dat de ene dichter start met een gedicht en de ander hierop reageert. Achter in de bundel is de rolverdeling terug te vinden De bundel begint met de twee sonnettenkransen 'Reisplezier' en 'Woongenot'. De gedichten uit de cyclus 'Reisplezier' gaan over reizen, verandering en de geschiedenis, thema's die alle iets te maken hebben met wat ver weg is of met wat nog moet gaan gebeuren. In het eerste gedicht uit deze cyclus vraagt de dichter zich af of reizen wel een doel heeft. Als alles en iedereen van dezelfde waarde is, is er toch geen noodzaak een andere plaats op te zoeken? Verder bevat de bundel de cyclus ‘Tobias en de vis’. Het verhaal dat deze cyclus vertelt is gebaseerd op het Bijbelboek Tobit. Daarin staat hoe Tobias op reis gaat om voor zijn blinde vader Tobit geld te halen dat bij een bekende in bewaring ligt. Tobias krijgt een hond mee en een reisgezel, maar weet niet dat deze een engel is. Tijdens het baden wordt Tobias aangevallen door een vis. De reisgezel draagt hem op de vis te vangen. Het hart, de lever en de gal van deze vis moet hij bewaren. Het hart en de lever zal hij later nodig hebben om zijn toekomstige vrouw Sara van een kwade geest te bevrijden. De gal heeft hij nodig om zijn vader van blindheid te genezen. In het gedicht komen vier personages voor die allen aanwezig waren toen Tobias de vis ving. Wiel Kusters nam de tekst van de vis en de engel op zich, Huub Beurskens verwoordde de ervaringen van Tobias en zijn hond.