L'Homme Qui Rit - Victor Hugo (1869)
Alternatieve titels: De Lachende Man | De Man Die Lacht
Frans
Sociaal
1288 pagina's
Eerste druk: Librairie Internationale,
Parijs (Frankrijk)
Aan de Engelse kust laden mannen haastig een schip waarmee ze willen vertrekken. Onder hen is een tien jaar oude jongen, waar de mannen vanaf willen. De mannen vertrekken en laten hem achter. De wanhopige jongen, blootvoets en hongerig, loopt door een sneeuwstorm en bereikt een galgenveld waar hij het lijk van een gehangen crimineel vindt. De dode man draagt schoenen en de jongen besluit zijn schoenen te nemen. Hij vindt ook een doodgevroren vrouw, met een nog levend kind aan haar borst. Hoewel zijn eigen toekomst weinig vooruitzicht heeft, besluit hij het meisje mee te nemen. Hij beseft dat de glazige blik van het kind betekent dat ze blind is. Vijftien jaar later blijken de jongen, nu Gwynplaine geheten, en het meisje dat hij Dea heeft genoemd opgevangen te zijn door Ursus, een charlatan gekleed in berenvellen, en zijn tamme wolf Homo. In het begin was Ursus geschokt over de gruwelijke grijns die de jongen standaard op zijn gezicht had. Later blijkt dat dit is gekomen dankzij de operaties van ene Hardquannone, die de jongen destijds daarvoor ontvoerd had. Ze besluiten deze misvorming als theateract te gebruiken. Dan laat de verwende en verveelde hertogin Josiana haar blik op Gwynplaine vallen...